Startpagina Poëzie (52) Poëzie Poëzie (36): Adriaan Roland Holst
|
|
Poëzie (36): Adriaan Roland Holst |
|
|
Monday 23 February 2009 |
|
De Prins der dichtersVorig jaar oktober schreef ik een stukje over een gedichtenwedstrijd op het A. Roland Holst College in Hilversum. (Poëzie 30; Liefde in de brugklas). Ik had informatie gekregen van Bea de Boer, die hoofd is van de Mediatheek op de school. Laatst heb ik haar gevraagd waarom er in Hilversum in Godsnaam een scholengemeenschap vernoemd is naar een inmiddels vrijwel vergeten dichter. Het antwoord bleek -zoals vaak- nogal voor de hand liggend. Adriaan (Jany) Roland Holst heeft van september 1903 tot juni 1906 op deze school gezeten, die toen nog de nieuwe gemeentelijke HBS was. Jany, die in 1976 overleed gaf een paar jaar daarvoor toestemming om de school naar hem te vernoemen. Dat was bij de invoering van de Mammoetwet in 1973. Voor het reünieboekje van de school schreef ‘de Prins der Dichters‘:Mijn oude school is het vandaag gegeven een stralend jubileum te beleven Hoeveel jaar staat zij in het rijke Gooi? Tienmaal het heilige getal van zeven.En in de hal van het nieuwe gebouw (het oude gymnasium) waar ook de Mediatheek is, staat deze regel uit Zwerversliefde: Laten we zacht zijn voor elkander, kind. 
Bea stuurde mij ook zijn leerlingenkaart.
Als u goed kijkt ziet u dat Roland Holst het assurantievak in zou gaan. Gelukkig staat daar ook dat hij later in Oxford Engelse letteren ging studeren, de basis voor zijn latere werk als dichter en prozaïst. BERGEN NOORD-HOLLAND
De link Roland Holst-Hilversum is verder niet erg voor de hand liggend. Hij werd geboren in Amsterdam op het adres Stadhouderskade 132, stomtoevallig hetzelfde adres waar de huidige rectrix van het college, Loes Lauteslager, jarenlang woonde. 
Maar Jany liet vooral zijn sporen na in het Noord-Hollandse Bergen, waar hij ondermeer aan de Nesdijk woonde. Daar staat in het centrum zijn beeld ontworpen door Mari Andriessen en daar ligt hij begraven op de Algemene Begraafplaats.
Op dat graf bevindt zich een steen met het opschrift ’Wat was is geweest’.

Die regel is van hemzelf. Hij schreef dat in de verwachting dat het graf en de steen zouden wegteren. Als je naar het graf gaat kijken zie je dat dit proces aardig bezig is.
De tekst is al bijna niet meer te lezen.

EEN GROOT DICHTER
Adriaan Roland Holst was een groot dichter. Geen twijfel over. Hij ontving ondermeer de P.C.Hooft-prijs, de Constantijn Huygens-prijs en de prijs der Nederlandse Letteren, waar hij in het Jury-rapport ‘Prins van onze dichters’ werd genoemd. Later werd dit ‘Prins der dichters’. Jan van der Vegt schreef een vuistdikke biografie, die in 2000 verscheen. Zijn bekendste gedicht is ‘Een winter aan Zee‘. Hierin schrijft hij ook een paar regels over zichzelf In dit nauwe duindal komt het wel voor, dat men zichzelf ontmoet, en aanziet, en moet lezen in de andre blik. Dit oord suizelt van angst en vrezen. ROKKENJAGER
Jany was een erkend rokkenjager. Dat gaf hij zelf ook toe: Zonder berouw een geilaard tot het graf en zonder angst voor een gerechte straf die om de laatste hoek, gelijk hij weet, hem wacht en treft voor wat hij zich vermeet. EEN OBER IN BERGEN
Ik kreeg dit een paar jaar geleden nog eens uit onverwachte hoek bevestigd door een ober van het bekende café -restaurant Het Huis met de Pilaren in Bergen. In dit radioprogramma over schrijvers en dichters uit Bergen en omgeving, dat ik samen met directeur Kees den Bakker van uitgeverij Conserve maakte, komt die ober aan het woord. (Vanaf ca. 13’15”). Jany Roland Holst kwam dagelijks in dit café -restaurant. Er waren altijd bewonderaarsters. Vaak kwam hij dineren met zijn maîtresse. Hij zat dan volgens de ober lekker stiekem te vozen.

|
|