Honkbal (116)

 

Een verdwenen middelvinger

                   

Kijk eens even goed naar deze oude foto. Hier ontbreekt iets. We zien een honkbalwerper, die de bal klemt tussen zijn wijs- en ringvinger. De middelvinger is ‘’verdwenen’’. 

      Ik ontving de foto van Tim Backer, een Nederlander (Bakker) die al heel lang in San Francisco woont. In augustus 2011 schreef ik namelijk een stukje over een honkbalwerper in de VS, die in zijn jeugd bij een ongeluk zijn middelvinger was kwijtgeraakt.  Dat was Dave Keefe, die tussen 1917 en ‘22 op het  hoogste niveau speelde voor de Philadelphia Athletics en de Cleveland Indians. Keefe maakte van zijn handicap een wapen door een zogeheten FORKBALL te ontwikkelen. Als je zo’n bal op deze manier gooit daalt ‘íe extreem.

      Ik schreef in het stukje, dat ik geen foto van Keefe’s forkball kon vinden, maar dankzij Tim is dit dus opgelost.

 
Een ''normale'' forkball

De Forkball is een bal, die door slagmensen behoorlijk gevreesd wordt. Een werper, die al zijn vingers nog heeft -en dat is heden ten dage 100%- kan zo’n bal ontwikkelen door een V te maken met zijn wijs- en middelvinger.
      Volgens Tim, een groot honkbalkenner met wie ik in het (oude) Candlestick Park van de San Francisco Giants een aantal wedstrijden gezien heb, is dit beoogde effect waarschijnlijk toch anders dan wat Keefe met de bal deed. Want dat was door zijn handicap volkomen uniek.   

 

Mordecai ''three finger'' Brown

 Een ander voorbeeld van iemand, die zijn handicap uitbuitte is Mordecai ’Three Finger’ Brown. Hij verloor als kind bij een ongeluk zijn rechter wijsvinger.
      Bij een ander ongeluk brak hij -ook rechts- twee vingers, die nooit meer op zijn juiste plek terechtkwamen
Dankzij die kromme en ontbrekende vingers kon hij de bal dusdanig vasthouden, dat hij zijn ballen een zeer ongewone spin kon geven.
 
                

Mordecai won tussen 1906 en 1912 zes seizoenen achter elkaar meer dan twintig wedstrijden.
      Fenomenaal. 
Hij werd gekozen in de Hall of Fame. 


Jim Abbott

 Er zijn meer spelers geweest, die ondank een handicap de Major Leagues haalden.
      Het bekendste -want meest recente- voorbeeld is Jim Abbott, een pitcher die zonder rechterhand werd geboren.

      

Hij gooide uiteraard met zijn linkerarm en hield daarbij zijn handschoen in het stompje van zijn rechterarm. Daarna wisselde hij de handschoen razendsnel naar zijn linkerhand, zodat hij klaar stond om een geslagen bal eventueel te kunnen fielden.
      Als dat gebeurde, stopte hij de handschoen tussen zijn lichaam en zijn rechter armstuk, pakte de bal met zijn linkerhand en kon zo naar een honk gooien.
      Hij had dit zo geperfectioneerd, dat er qua handelingssnelheid nauwelijks een verschil was met een werper met twee handen.    
 Abbott speelde vrijwel zijn gehele big league carrière in de American League, omdat een werper daarin niet hoeft te slaan.

      Abbott speelde 11 seizoenen in de Majors ondermeer voor de California Angels en de New York Yankees. 
Zijn hoogtepunt beleefde hij op 4 september 1993, toen hij voor de Yankees een No-Hitter gooide. Een zeer uitzonderlijke prestatie, die alleen is weggelegd voor de allergrootsten.


Pete Grey

 

 

Pete Grey was een buitenvelder met één arm.
      Toen hij zes jaar was sprong hij van een truck en verloor een deel van zijn rechterarm. Grey speelde in 1945 één seizoen op het hoogste niveau voor de St. Louis Browns.
     Hij moest met één arm slaan en deed dat onwaarschijnlijk goed. Hij had in totaal 234 slagbeurten en sloeg 51 honkslagen.


 

 

Bert Shepard

 

Bert Shepard was een pitcher in de Minor Leagues die in Duitsland in de tweede wereldoorlog een been verloor. Terug in de V.S. werd hem een kunstbeen aangemeten. 

      Toen hij daar goed aan gewend was werd hij opgenomen in de selectie van de Washington Senators in de Majors. 
      Op 14 augustus 1945 kwam hij als vervangend werper in het veld tegen de Boston Red Sox.
      Shepard deed dat zo voortreffelijk, dat hij de wedstijd uitgooide
Hij gooide toen maar liefst 5 1/3 innings, waarin hij maar één punt tegen kreeg.  
       Het zou voor hem de enige wedstrijd blijven op het hoogste niveau.


 

Red Ruffing

Red Ruffing was in zijn jeugd betrokken bij een ongeluk in een mijn waarbij hij vier tenen verloor van zijn linkervoet.
      Het belette hem niet om een glanzende carrière als pitcher voor de New York Yankees op te bouwen.
       Tussen 1936 en 1939 won hij vier seizoenen achter elkaar meer dan twintig wedstrijden
      Hij werd gekozen in de Hall of Fame.

 

 Dummy Taylor

 

En dan was er nog Luther ''Dummy'' Taylor.
     Hij werd doof geboren.
In 1904 won hij als werper voor de New York Giants 21 wedstrijden.

Hij werd in dat seizoen tijdens een wedstrijd het veld uitgestuurd, omdat hij scheidsrechter Tim Hurst beledigde in gebarentaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

Didi Gregorius; ster bij de Yankees 

Het was vorig jaar al geïntroduceerd, maar sinds gisteren is het een nieuw woord in de USA: ‘’YES In-DIDI’’.
      Dat komt allemaal door Didi Gregorius, kortestop bij de New York Yankees. Hij sloeg in de eerste thuiswedstrijd van het seizoen tegen Tampa Bay in vier slagbeurten twee homeruns, een tweehonkslag en een single. Hij had acht binnnengeslagen punten. Onwaarschijnlijk goede cijfers. Luister naar de enthousiaste commentaren van de verslaggevers, die na iedere rake klap schreeuwen: ‘’YES In-DIDI”

HIER.

Didi Gregorius werd in Amsterdam geboren in februari 1990. Vader speelde hoofdklasse honkbal en moeder was speler in het nationaal softbalteam. Hij leerde dus al heel jong een balletje vangen en gooien. Toen hij vijf jaar was ging het gezin terug naar Curaçao, waar honkbal de nationale sport is.

      Hij werd in 2007 ingelijfd door de Cincinnati Reds. Daar kreeg hij de bijnaam Didi, omdat zijn ware voornaam Mariekson niet uit te spreken was. In september 2012 maakte hij zijn debuut in de Major Leagues.
      In 2015 volgde zijn opmerkelijke transfer naar de New York Yankees, waar hij de populaire, bijna onsterfelijke Derek Jeter moest vervangen. Een -in het begin- nogal ondankbare taak, maar gaandeweg het seizoen ging het beter.
Na zijn historische wedstrijd van gisteren is hij vrijwel net zo populair als Derek Jeter.
      ‘’YES In-DIDI”


 

 

 

Logo’s over de hele wereld



Deze foto stond zaterdag in de Volkskrant. We zien de Israëlische choreograaf Ohad Naharin.  Interessante man. Goede smaak.
      Maar waarom draagt Ohad Naharin uit Israël een honkbalpetje met het logo van de New York Yankees?
Het antwoord luidt: De New York Yankees is de bekendste sportclub in de wereld. 

Op alle continenten dragen mensen petjes, T-shirts en andere parafernalia van die club. Vrouwen, mannen en kinderen; zelfs huisdieren. Ze worden gedragen door mensen die vaak niets van honkbal weten.

        Waarom?

Het antwoord luidt: De New York Yankees worden omgeven door mystiek en aantrekkingskracht.
      Veruit de meest succesvolle sportclub in de wereld.
Ik ben drie keer in New York geweest en heb daar in The Bronx een aantal wedstrijden gezien. En dan ben je voor je leven fan.
      Die sfeer, die entourage, maar ook het sportieve gehalte, de magie van spelers, die het hoogste in hun sport bereikt hebben, die schier onaantastbare en onoverwinnelijke uitstraling maken een wedstrijd in Yankee Stadium tot een onvergetelijke gebeurtenis.

Ik heb voor u een zeer kleine selectie gemaakt van mensen in Yankees sferen.
      We beginnen met mijn medewerker Hugo Kijne (''Het staat ook symbool voor New York, de hoofdstad van de wereld") en herkennen tussen een aantal anonieme mensen ondermeer Kim Kardashian, Beyoncé en Hillary en Bill Clinton.

                
    

 

    

    

                           

                                 

                         

                                                       

                         

                                  

                            

                                          

 

 

Links of rechts:That’s the question

Kijk eens naar dit plaatje. En kijk er dan nog eens goed naar.
      Een optische illusie.

Zelfs als je niets weet van honkbal is het intrigerend om je de vraag te stellen: Gooit deze werper met zijn rechter- of met zijn linkerarm??

Het kunstwerk -Silhouette- bevindt zich bij het Crocker Park Stadium in Cleveland USA.  
      En ik verzeker u dat het de gemoederen in Amerika hevig bezighoudt.

Kijk HIER naar een overstelpend aantal reacties.
-----Naar meningen die over elkaar heen buitelen.

-----Naar reacties met toegevoegde foto’s en filmpjes.
-----Naar mensen die gaandeweg de discussie voortdurend van mening veranderen.

Voor nog meer duidelijkheid:

Een southpaw is een linkshandige werper
Pat Venditte is de enige werper in de wereld die net zo hard links als rechts gooit.



 

Een epische homerun & een dansende bal

Aaron Boone is de nieuwe hoofdcoach van de New York Yankees. Dat voorspelde ik een paar dagen geleden al. Van alle zes de kandidaten, die urenlange sollicitatiegesprekken voerden, had hij -zo meldden veel kranten in de V.S.- de beste indruk gemaakt.    
      Maar er was nog iets wat meetelde, nee sterker… wat waarschijnlijk de doorslag gaf.
Aaron Boone speelde twaalf jaar in de Majors en presteerde toen hij voor de Yankees speelde iets ongelooflijks. En dat filmpje werd de laatste weken keer op keer afgespeeld. Op allerlei niveaus.

Kijk er eerst even naar: HIER

               

 
De ultieme jongensdroom

Het was 16 oktober 2003. De zevende en laatste wedstrijd om het kampioenschap van de American League. We zijn in Yankee Stadium. De stand tussen de New York Yankees en aartsrivaal Boston Red Sox is 5-5.  Er moet verlengd worden.

      In de elfde inning komt Aaron Boone aan slag. Werper voor de Red Sox is Tim Wakefield, een knuckleball-specialist. Een bijna niet te raken pitcher.
Maar Aaron Boone slaat de bal over de hekken voor een beslissende homerun. De Yankees worden kampioen van hun league en komen in de World Series.

Tja. Ga daar maar eens overheen als solliciterende kandidaat-manager.

Kijk HIER nogmaals naar de epische homerun van Aaron Boone met commentaar van spelers en coaches, die er bij waren onder het motto: ‘’I WAS THERE’’.


Over Tim Wakefield en zijn wonderbaarlijke dansende knuckleball schreef ik ruim tien jaar geleden al eens het volgende stukje.

  

KnuckleDe dansende knuckleball

In de zomer van 1995 zag ik hem voor ‘t eerst pas goed. De dansende knuckleball. Een wonder. 
      Het was in een café in Boston waar zo’n 200 honkbalfans -veelal met baseballpetjes op- naar een groot scherm keken. Daarop werd live de wedstrijd van hun Red Sox uitgezonden. Ze speelden in The Dome, het stadion van de Minnesota Twins in Minneapolis. Ze hadden alle vertrouwen in een goede afloop, want Tim Wakefield was de startende werper voor Boston. Een knuckleballer, die een fantastisch seizoen draaide.
Op het scherm werden de knuckleballs voortdurend vertraagd in herhaling gebracht en uiteraard was er deskundig commentaar. 

Wat is een knuckleball; ook wel knuckler, ghostball of butterfly ball?


Een werper zet twee, drie soms zelfs vier vingertoppen op de bal. Zijn knokkels drukt hij naar voren. En dan duwt hij de bal als het ware vooruit.

      Een bal die op deze wijze wordt gegooid, roteert veel minder dan een normaal geworpen bal. Soms helemaal niet. De bal ‘hangt’ en de aërodynamica gaat ermee aan de haal. Atmosfeer, luchtdruk, vochtigheid, vuiltjes, de wind; al die elementen zorgen ervoor dat de bal onvoorspelbare dingen gaat doen. DE BAL GAAT DANSEN…, zoals ze in Amerika zeggen. Vergelijk het met een bijtje dat om een bloemetje zoemt, met een vlinder die in de lucht danst.
      Een goed gegooide knuckleball is vrijwel niet te slaan. 'You’re better off trying to hit Wakefield when you’re in a drunken stupor’, zei de eerste honkman van de New York Yankees, Jason Giambi vorig jaar nog.
      De knuckleball wordt verschrikkelijk gehaat en is zeer moeilijk om goed te gooien. Er zijn genoeg werpers, die het een beetje kunnen. Maar ECHTE knuckleballers zijn er zeer weinig. Volgens een honkbalvriend in Amerika niet meer dan vijf.

      Als jongetje droomde ik ervan om catcher in Amerika te worden. Die middag was ik -heel even- blij, dat ‘t niet gelukt was. Mijn god: wat zijn die ballen lastig te vangen

De Dome is een overdekt stadion. Het geluid blijft daar hangen. Als Minnesota het goed doet wordt het lawaai enorm versterkt. Die middag werd het daar alleen maar stiller en in het café rumoeriger. Zeven innings lang kreeg Tim Wakefield niet één honkslag tegen. Hij leek op weg naar een no-hitter, een complete wedstrijd waarin een werper niet één honkslag tegen krijgt. Een zeer zeldzame prestatie. 
      In de achtste inning gebeurde het toch nog. Twins-hitter Jeff Reboulet sloeg de bal min of meer per ongeluk weg voor een honkslag. Je zou denken dat het toen rumoerig werd in het stadion. Maar nee. Een klein applausje. Honkbalpubliek in Amerika bestaat uit kenners. Ook veel supporters van Minnesota vonden het jammer, want ze hadden het Tim Wakefield best gegund. Bovendien: een werper een no-hitter zien gooien is weinigen gegund. Nu bleef het voor de pitcher bij een complete shut-out wedstrijd, die door Boston met 7-0 gewonnen werd.
      Tim Wakefield speelt nog steeds. Zijn knuckleball gaat niet hard -65 tot 69 mijl per uur- en is geen zware belasting voor de werparm. Waarschijnlijk staat hij aan het begin van de honkbalcompetitie in april voor de Boston Red Sox in de rotatie van vijf startende werpers. Hij is inmiddels 41 jaar.

 

Subcategorieën

Knuckleball (Druk up F5 om de beweging nog eens te zien)