Reizen (269)

 


Een heet eilandkoninkrijk

  (Door Rolf Weijburg)

      Bahrein, het op 22 na kleinste land ter wereld, werd onafhankelijk in 1971. De Britten, die zich tot die tijd in een protectoraat hadden opgeworpen als “beschermers” van Bahrein, verlieten niet alleen Bahrein maar ook de andere staten in de Golf. Alleen een vriendschapsverdrag bleef over.
      Hoewel Bahrein het eerste land in de regio was waar olie werd gevonden (in 1929), heeft het vanwege de beperkte voorraden nooit zo fabelachtig van het zwarte goud kunnen profiteren als zijn omringende landen.
      Bahrein besloot daarom al vroeg om zich economisch te diversifiëren. Olieraffinaderijen waar de olie uit vooral Saoedi Arabië kon worden verwerkt, verrezen; maar belangrijker werd de ontwikkeling van de financiële sector.

Toen in 1975 de burgeroorlog in Libanon uitbrak en Beiroet, tot dan toe het financiële centrum van het Midden Oosten, aan stukken werd geschoten, nam Bahrein die positie over. De financiële sector is daarna in Bahrein alleen maar gegroeid en is al vele jaren lang de belangrijkste inkomstenbron van de kleine eilandstaat.

Bahrein is een tamelijk reliëfloos eiland; er is landschappelijk niet zo veel te zien en het is er het grootste deel van het jaar vreselijk heet, maar toch doet toerisme een aardige duit in het zakje van de Bahreinse schatkist. Ruim 8 miljoen toeristen bezoeken jaarlijks het eilandkoninkrijk beweert het Economic Development Board in de hoofdstad Manama.


Qal'at

Een deel  van de toeristen komt voor het ten westen van de hoofdstad Manama gelegen Qal'at al-Bahrain, of Bahrain Fort, een oorspronkelijk Portugees fort op een heuvel waar ook eerdere beschavingen in Bahreins rijke historie nederzettingen of forten hadden gebouwd.

Het is een World Heritage Site en de plek waar ooit de “hoofdstad” van het legendarische Dilmun Rijk lag.


A’ali

De archeologische opgravingen van een tempel bij het dorp Babar en een uitgebreid gebied vol grafheuvels tussen de flatgebouwen van A’ali zijn nog andere overblijfsels van deze mythische beschaving.

Deuren & kozijnen

 

Muharraq

Ook een aantal prachtig gerestaureerde oude huizen van rijke zakenlieden of vorstelijke families is in Manama en de vroegere hoofdstad  Muharraq te bezichtigen.  De huizen hebben ingewikkeld bewerkte houten deuren en marmeren kozijnen en zijn nog voorzien van ingenieuze windtorens,

Dankzij deze Arabische voorvaderen van de airco kun je binnenshuis, terwijl het buiten 35 graden of meer is, een koele bries langs je bezwete lichaam voelen scheren.

Nationaal Museum

Dan is er nog het National Museum. De vloer van de begane grond van dit schitterende moderne gebouw bestaat uit een gigantische satellietkaart van heel Bahrein, waarop bijna ieder afzonderlijk huis in het hele land zichtbaar is.

In het museum loop je de hele Bahreinse geschiedenis door met een variëteit aan tentoongestelde voorwerpen zoals artefacten uit de oudheid, wapens, interieurs, klederdrachten en de prachtigste gekalligrafeerde Korans en andere geschriften.


Soukh



En ook de Manama Soukh met de beroemde Gold Soukh is vanouds een trekker.


Formule 1

Verder is er nog, sinds 2005, het Formule 1 circuit in de Sakhir-woestijn ten zuiden van Manama, dat vooral tijdens de Grand Prix veel bezoekers trekt.


Oil Museum



Ook bij het kleine Oil-museum, met de eerste aangeboorde oliebron, nabij Bahrein’s hoogste punt, Djebel Dukhan (122 meter), komen wel wat toeristen.
      Toch gaat het bij al deze plekken maar om relatief bescheiden aantallen toeristen. Zelden is het, behalve in de soukh of tijdens de Grand Prix, ergens druk.

Maar waar zijn dan die miljoenen toeristen die het land claimt jaarlijks binnen te halen?

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 


 

Een eilandstaat in de Arabische wereld

       


Visum & oorwarmers


(Door Rolf Weijburg)

Toen ik op Bahrein International Airport voor 5000 Bahreinse Dinar een visum had gekocht en het land instapte stond Semir me op te wachten. Semir was een Indiër uit Kerala en hij droeg dikke pluizige oorwarmers. Het was februari en 22 graden, met een jaarlijks gemiddelde van 26 graden Celsius inderdaad wel een beetje frisjes voor Bahreinse begrippen.

Bahrein is de enige eilandstaat in de Arabische wereld. Het ligt in de Perzische, of zoals ze aan de Arabische kant zeggen, Arabische Golf, precies midden tussen Qatar en de Saoedische noordkust in. Bahrein is het op 22 na kleinste land ter wereld en eigenlijk een kleine archipel met 33 eilanden. Hoewel, morgen kan dat weer anders want Bahrein slokt zijn eilanden in grootschalige, niet altijd oncontroversiële landwinningsprojecten op en bouwt er bovendien allerlei kunstmatige eilanden bij, zodat het land steeds groter wordt. 
      Semir was me komen ophalen om me naar mijn hotel te brengen. We liepen naar een wit busje dat hij op een speciale hotel shuttleplaats had geparkeerd, stapten in en draaiden de snelweg op. Gewoon aan de rechter kant van de weg, ondanks het feit dat Bahrein een groot deel van de twintigste eeuw als British Protectorate door het leven ging.


Skyline

De drukke weg slingerde langs de noordkant van het dichtbebouwde Muharraq Eiland en daarna over het water dat Muharraq van Bahrein Eiland scheidde. De avond was gevallen en het uitzicht op de skyline van Manama, Bahreins hoofdstad, was met al die verlichte hoge gebouwen en futuristische wolkenkrabbers fenomenaal.
      We sloegen linksaf de Al Fatih Highway op, kwamen langs het Nationaal Museum en namen een afslag Manama in.
In het hotel kreeg ik een werkelijk gigantische kamer met dikke gedrapeerde roze gordijnen, oranje hoogpolig tapijt en een halfrond bed met zwarte lakens waar ik zo met een heel gezin onder had kunnen kruipen. Er was een klein balkon dat uitkeek op de Club F1, een nachtclub, want die zijn er in Bahrein genoeg.


“Twee zeeën”

Bahrein betekent “Twee zeeën” in het Arabisch. Onbekend is om welke twee zeeën het hier gaat, maar algemeen wordt verondersteld dat het gaat om de zoute zee, de Perzische of Arabische Golf, en de zoete zee, de rijke ondergrondse reserves van zoet water die ervoor zorgden dat het eiland veel vruchtbaarder was dan de omringende gebieden.  Bahrein lag bovendien strategisch op de belangrijke internationale handelsroutes tussen Mesopotamië en de Indus Vallei waardoor er altijd flink om gestreden is.

        

Al in het derde millennium voor Christus kon zich hier een belangrijke beschaving ontwikkelen die Bahrein tot het centrum van een machtig handelsrijk maakte: Dilmun, een rijk dat grote invloed had in de regio en ver daarbuiten. Meer dan 2000 jaar hield Dilmun stand, totdat het werd opgeslokt door de Assyriërs en uiteindelijk onderdeel werd van het grote Babylonische rijk.

Dilmun

Alexander de Grote kwam langs. De naam Dilmun raakte in onbruik en Bahrein kreeg de Griekse naam Tylos.

Tylos

 

Daarna werd de archipel achtereenvolgens onderdeel van het Seleucidische rijk, de Perzische Parthische en Sassaniaanse Rijken en de Ummayadische en Abbasidische Rijken. Inmiddels was Bahrein het eerste gebied buiten het Arabische vasteland dat de islam had omarmd en tijdens de overheersing rondom de tiende eeuw door de Shiitische Abbasiden, werd Bahrein de Shiitische buitenpost die het tot op de dag van vandaag is gebleven.

Maar we zijn nog niet klaar met de lange reeks machtswisselingen op het eiland. Vooral in de Middeleeuwen werd er vaak om de macht gestreden en diverse sjeikdommen volgden elkaar als heersers over het eiland, dat inmiddels Awal werd genoemd, op.

 


Awal

 

Ook de Omani’s kwamen langs maar ze werden dwarsgezeten door de Turken totdat aan het begin van de zestiende eeuw de Portugezen aan de horizon verschenen. Bahrein was inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk parelproducerend gebied en Portugal rook de rijkdom. De grote hoeveelheden zoet water en het betrekkelijk vruchtbare land zorgden ervoor dat de Portugezen zich er een eeuw lang goed konden handhaven. Het waren de Bahreini’s zelf die de Portugezen uiteindelijk verdreven waarna ze zich min of meer aansloten bij het Perzische Rijk.      
      Een kleine twee eeuwen viel Bahrein onder Perzisch gezag, totdat in 1783 Sheikh Ahmid Al-Fatih, lid van de Khalifa familie die de archipel tot op de dag van vandaag zou gaan regeren, Bahrein vanuit het naburige Qatar binnenviel. Niet ondenkbaar dat de parelindustrie daar een doorslaggevende rol in speelde. Ahmid heerste over Bahrein tot aan zijn dood in 1796. Zijn twee zoons namen de macht over maar al snel stonden de Omani’s weer op de stoep en werden de broers verdreven waarna de Omani’s een kwart eeuw wederom de touwtjes op Bahrein in handen hielden. Maar de broers kwamen terug, verdreven de Omani’s weer en sloten verdragen met de Britten die inmiddels al stevig in de Golf regio aanwezig waren.  Ondanks die verdragen volgde een dertigtal zeer onrustige jaren. Eén van de broers stierf, de ander bleef aan de macht maar werd afgezet door de zoon van de eerste, Mohammed Bin Khalifa, die van 1861 tot 1891 toch maar een aantal nieuwe verdragen met de Britten sloot. Verdragen van Eeuwige Vrede en Vriendschap deze keer die in ruil voor bescherming tegen buitenlandse aanvallen de buitenlandse betrekkingen van Bahrein in handen van de Britten legden.

Bahrein was een vanuit Brits India geadministreerd Brits Protectoraat geworden.

Postzegels

Nadat Groot Brittannië zich begin jaren zeventig van de vorige eeuw uit de Golf wilde terugtrekken dacht Bahrein er even over om zich aan te sluiten bij een nieuw te vormen federatie met de zeven Emiraten (toen nog The Trucial States) en Qatar als partners. Maar Bahrein’s claim om als federatielid met de meeste inwoners een grotere invloed binnen die federatie te kunnen uitoefenen, werd niet door de andere staten gesteund, en in 1971 werd Bahrein een onafhankelijke staat.

Vlaggen

                      

 

 

 



                      1971                                                                                                       Qatar

 

Bahrein’s nationale vlag werd bij de onafhankelijkheid geïntroduceerd. De oorspronkelijke acht witte punten in het rode vlak, werden in 2002, naar verluid om de gelijkenis met de vlag van Qatar te verminderen, vervangen door vijf punten die symbool staan voor de vijf zuilen van de Islam: de geloofsbelijdenis, het dagelijks gebed, het geven aan de armen, vasten tijdens de ramadan en de bedevaart naar Mekka.

Om het naleven van in ieder geval de zuil van het dagelijks gebed wat te vergemakkelijken had men alvast een bidkleedje in mijn kamer klaargelegd en op de muur aangegeven in welke richting ik moest bidden.

 

 Bidkleedjes 


De weg naar Mekka

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



De beste olijfolie ter wereld

Ze is van licht middelbare leeftijd en kijkt ondeugend. Enthousiast legt ze in swingende Anglo-Romaanse zinnen uit hoe lekker haar olijfolie is en waar het allemaal goed voor is.
      We krijgen een stukje stokbrood in handen gedrukt en moeten ruiken en proeven. Ondertussen laat ze het bedrijf zien en vertelt over de koude persing, over secondo en primo kwaliteit, over liefde en vakmanschap, over de olijfgaarden en hoe die onderhouden moeten worden.

     

Dit is het bedrijf van Dino Abbo in het kleine plaatsje Lucinasco in de Italiaanse regio Ligurië.
     
Hier komt de beste olijfolie ter wereld vandaan. Zeggen ze tenminste in Ligurië. En zij is het daar natuurlijk roerend mee eens.
Het komt allemaal door de kleine Taggia olijven, die in deze streek goed gedijen. Dat heeft -legt onze gastvrouw uit- allemaal te maken met de bergen, die de olijfgaarden uit de luwte houden, met de zon en de zachte temperaturen en met de invloeden van de Middellandse Zee. “Ruik die aroma, kijk naar die kleur, geniet van de nasmaak’’.
      Als je niet van olijfolie zou houden of er onverschillig tegenover zou staan, ben je daar door onze oliegids voor goed van genezen .
Je kunt de olie in flessen van een halve, driekwart of een hele liter kopen. Of in blikken van vijf liter.

Oliestrada  

Je kunt er een leuk dagje van maken door de Strada dell’Olio te volgen. Je begint in Imperia en rijdt door mooie verstilde dorpjes, over smalle wegen met talrijke bochten en overal zie je gelaagde olijfgaarden

 
Route


Gaard

Overal ook kan je olie proeven en kopen.

Nylon net

De olijven hier worden geoogst van half oktober tot eind maart.
      De bomen worden bij het oogsten geslagen met een soort knuppels die gemaakt zijn van kastanjehout.
De olijven vallen dan van de bomen en worden verzameld in nylon netten, die overal gespannen worden.
      Daarna begint het productieproces, waarbij vooral het persen belangrijk is.

Molini


Valloria

 

Dolcedo

 
Borgomaro


Lucinasco

 

 Klik HIER voor alle Ontmoetingen


Opgestuwd, gekanteld en omgekiept

 

Praça Marcelo da Veiga


Postkantoor

(Door Rolf Weijburg)

Het postkantoor van Santo António op Príncipe eiland is een geheel door een veranda omgeven gebouwtje aan de rand van het Praça Marcelo da Veiga, het  centrale plein en parkje. We hadden ergens wat ansichtkaarten gevonden en wilden die versturen. De voorraad postzegels was beperkt, maar de aardige postbeambte deed alle moeite om de verschillende zegels dusdanig bij elkaar te zoeken dat er min of meer het juiste frankeerbedrag ontstond. Hij stempelde de opgeplakte zegels daarna af met een poststempel waarna hij met ballpoint wat in het stempel schreef.

“Wat doet u nu?”
“Sorry, het datumgedeelte van het stempel is vorig jaar vastgelopen en sindsdien moet ik ieder gezet stempel handmatig van een datum voorzien”.

Ondanks dat kwamen de kaartjes slechts een week later in Nederland aan.

             

We bleven nog een kleine week op Príncipe en hingen rond in het kleine slaperige hoofdstadje Santo António

Santo António


Kerk


Haven


Schemering


Wegennet

Of we reden rond over het beperkte wegennet van het eiland - waar hier en daar overigens druk aan werd gewerkt – naar verwaarloosde roças en vissersdorpjes in siësta.


Kinderen

Langs de weg spoedden schoolkinderen zich naar huis.


Vissers


Schildpadden

We zagen de enorme schildpadden ’s nachts aan land komen om hun eieren te leggen op de verlaten noordoostelijke stranden.

Verderop zagen we de kleintjes uit het zand kruipen - meer dan honderd telden we er, uit één nest - en in het donker naar de branding waggelen. De levensgevaarlijke eerste levensdagen tegemoet.


Landschap

Maar de landschappen waren het aller indrukwekkendst. Miljoenen jaren terug moet het hier vulkanisch enorm te keer zijn gegaan.
      Opgestuwd, gekanteld, gehutseld en omgekiept.  
Nu ligt het hier allemaal geërodeerd, uitgesleten en overwoekerd door dichte jungle. Stilgevallen in een bed van kwetterende vogeltjes met slechts de kreet van de grijze roodstaartpapegaai als uitroepteken.

De Zuid-Afrikaanse medewerker van het Belo Monte hotel had het al gezegd: “This is Jurassic Park!”.


Schitterend kleinood

Tijdens de vlucht terug naar São Tomé staken flarden van het eiland tussen de wolken door.
       Een beetje zoals ik het 35 jaar eerder voor het eerst had gezien.
Alleen nu weet ik wat voor een schitterend kleinood er achter die wolken verborgen ligt.

Ik wil best nog wel eens terug.


“Ilha do Príncipe”,

“Ilha do Príncipe”, kleurets Rolf Weijburg 2016, 50x80 cm

De film die in 2017 uitkwam en die we deels in São Tomé & Príncipe schoten – een film die het hele proces van de vervaardiging van bovenstaande kleurets volgt vanaf de reis en de inspiratie, via het ambachtelijke werk in het atelier, tot aan de uiteindelijke presentatie aan het publiek in een galerie -, is nog terug te zien op Youtube.
        
                          https://www.youtube.com/watch?v=ny724S_p2As&t=1106s

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 1994  

Een triomfantelijke demonstratie

 OOR DIE SPOOR  

De Aar is een stadje van circa 40.000 mensen. Globaal een derde van de bevolking is blank, een derde is kleurling; een derde is zwart. De blanken woonden in hun eigen wijk.
      Op kaarten in de plaatselijke bibliotheek stond alleen dit deel, hoewel aan de andere kant van het spoor ‘Oor die Spoor’ veel meer mensen woonden.
      Er waren ook twee squattercamps ‘oor die spoor’. Krottenwijken voor ontheemden, zwervers en vluchtelingen.

In De Aar mocht gestemd worden door 8.433 ‘bruinmense’, 6.643 ‘swartmense’ en 5.190 ’blankmense’. In
iedere wijk was één stemlocatie. Op woensdag 27 april 1994 ‘s middags om één uur stonden vrijwel alle kleurlingen en zwarten demonstratief voor het gemeentehuis -de Municipaliteit- in de blanke wijk.
      Geduldig, gedisciplineerd, trots en vaak met een vlaggetje in de hand van het ANC (African National Congress); de partij van Nelson Mandela, die toen zijn triomfantelijkste overwinning zou behalen.

Lisa

Eén van die mensen was Lisa. Zij was schoonmaakster in hotel De Aar, waar ik drie weken heb doorgebracht. Zij begon ‘s ochtends om zes uur en had dan al een uur gelopen. Ze moest werken tot er niets meer te doen was. Dat was nooit vóór tien uur ‘s avonds. Ze moest dan weer een uur terug lopen. Ze werkte zeven dagen per week.

Haar inkomsten: 80 Euro per maand.

OPNAMES


Klik HIER voor alle Ontmoetingen



Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh