Reizen (337)

  

 

Een land van displaced persons

 

 

Angst voor de toekomst

(Door Rolf Weijburg)

De fragiele laagliggende atolstaat de Marshall Islands, het op zes na kleinste land ter wereld, werd door de Amerikaanse atoomproeven in de jaren vijftig toch min of meer een land van displaced persons.
      Het land werd in 1986 “onafhankelijk” nadat het was losgekoppeld van het door Amerika geadministreerde UN Trust Territory of the Pacific en een nieuw contract met Amerika ondertekende. Dit contract, het zogenaamde Compact of Free Association, voorziet in grote sommen geld die de US jaarlijks in het land blijven pompen tezamen met allerlei andere soorten hulp en ondersteuning. Daartegenover staat dan weer wèl dat Amerika het exclusieve recht behoudt om de strategisch gelegen eilanden te gebruiken voor welk defensief doel dan ook, waarbij defensief een ruim begrip mocht blijven.
      Met andere woorden: de Marshall Islands zijn eigenlijk Amerikaans militair gebied en de Association is niet zo Free als het lijkt. Immers, zonder het geld zouden de Marshalls nauwelijks kunnen overleven en mèt het geld moet het toch maar naar de Amerikaanse militaire pijpen blijven dansen. Overigens wordt de strijd om de Pacific tussen de US en China ook in de Marshalls uitgevochten: het is misschien niet helemaal toevallig dat de Marshall Islands nog één van de slechts vier Pacific naties is die Taiwan erkent en niet, zoals de laatste jaren steeds meer de trend lijkt, China.

               

 

Delap-Uliga-Djarrit

Er staat dan ook een flinke Taiwanese ambassade op Majuro Atol. Als je vanaf het vliegveld naar het oosten rijdt ligt het gebouw vlak bij de nog grotere Amerikaanse ambassade aan de rechter kant van de weg.
      Vanaf hier rij je de hoofdstad van het land in, Delap-Uliga-Djarrit oftewel DUD, dat iedereen gewoon Downtown noemt terwijl de rest van de wereld het gemakshalve bij Majuro houdt. Het 57 kilometer lange eiland dat als een kronkelende slang in de eindeloze Pacific ligt is hier een beetje breder dan aan de westkant van het vliegveld en op diverse plaatsen is er zelfs ruimte voor een tweede straat, parallel aan de hoofdstraat.
      DUD is niet mooi. Integendeel, DUD heeft de uitstraling van een ernstig verwaarloosde buitenwijk van een middelgrote Amerikaanse provinciestad. Woonhuizen en grote loodsen wisselen elkaar af. De huizen zijn er verwaarloosd, afgebladderd, in elkaar gestort zelfs hier en daar. Allerlei door Chinezen gerunde winkels. Overheidsgebouwen, een gerechtsgebouw, het postkantoor. Het Robert Reimers Hotel met het Tide Table Restaurant, het oudste en één van de weinige restaurants in Majuro. Er is ook een gesloten museum en er zijn The National Archives. Veel kerken zijn er natuurlijk want God en Jezus geven hoop en overal sjouwen Mormonen - jonge mannen in zwarte broek, zwarte schoenen, wit overhemd en een opgespeld naamkaartje - met hun aktetassen altijd getweeën door de hitte.

Wrakken

Autowrakken liggen her en der langs de weg en roedels verwilderde honden maken wandelen niet altijd prettig.

Aan de lagunekant zijn de stranden vervuild en liggen grote zeeschepen weg te rotten in de tropische zon terwijl aan de oceaanzijde het water tegen de randen van de stad beukt.

 

Onder water

Bij hoogwater lopen delen van het eiland onder. De klimaatverandering en de stijgende zeespiegel zijn hier acuter dan ooit. Er is overbevolking op de smalle eilanden, er is een gigantische werkloosheid en de uitzichtloosheid drijft velen tot alcoholisme. Bijna alle gevangen vis wordt geëxporteerd en omdat de beperkte en onvruchtbare grond weinig landbouw toelaat moet het meeste voedsel worden ingevoerd. Daardoor zijn de mensen gewend geraakt aan het eten van junkfood, ingeblikte vis, corned beef en spam, waardoor de Marshallezen tot de dikste mensen ter wereld zijn gaan behoren en er weinig andere plekken zijn met zo een hoog diabetes percentage.
      Maar aardig en gastvrij zijn ze wel, die Marshallezen. Hoewel het in DUD barst van de taxi’s - die ook nog eens slechts één dollar kosten -, komt het regelmatig voor dat een niet-taxi voor je stopt, iemand het raampje opendraait en zegt : “You wanna free ride?” Zo ook Dokter Holden, psychiater in het plaatselijke ziekenhuis. Hij reed ons een flink deel van de stad door en nodigde ons uit om later in de middag een kijkje te komen nemen op zijn afdeling. Die bevond zich in een wat slonzig gebouw dat apart stond van het ziekenhuis. “Wellness center” heette het hier en anders dan je zou verwachten was dit de verzamelnaam voor allerlei afgeleide medische disciplines zoals psychiatrie en fysiotherapie.


Psyche

“Het is de uitzichtloosheid hier die de psyche aantast”, zei hij vanachter zijn bureautje toen we hem opzochten in zijn kantoor. Dikke gordijnen konden de zon op het raam maar amper tegenhouden en de airco stond op tien. “Een onderliggende angst voor de toekomst. De lage eilanden en de stijgende zeespiegel. Onbewust heeft dat veel invloed op de gesteldheid van de bewoners hier. Je kan wel van alles willen, maar wat heeft het voor zin. Eens houdt het hier tóch op te bestaan.”
      Dokter Holden zelf kwam oorspronkelijk van Kosrae, een ruig, vruchtbaar en bergachtig eiland in buurland Micronesië. “In ons ziekenhuis op Kosrae hebben ze geen psychiaters nodig. Daarom ben ik hier.”

      Aan het eind van de middag taxieden we terug naar Joe’s Place. We liepen langs het huis naar de tuin aan de oceaanzijde. De uitgestrekte zwarte koraalplateaus met de “pools” waren verdwenen. Het was vloed geworden en de golven beukten tegen het tuinmuurtje.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

  

 

Een vreemde ommekeer


“How’s life in Majuro? “

(Door Rolf Weijburg)

Het is ook weer niet zo dat 70 jaar claims, rechtszaken en protest helemaal niets heeft opgeleverd.
      De Bikinianen kregen miljoenen aan uitkeringen, schadevergoedingen en voorschotten van de Amerikaanse overheid. Daarnaast is Kili eiland - maar ook het in Majuro atol gelegen minuscule Ejit - voorzien van elektriciteit, air-conditioning en stromend water. Kili eiland heeft bovendien een airstrip, hoewel er zelden een vliegtuig landt (de nationale luchtvaartmaatschappij wordt niet voor niets Air Maybe genoemd). Maar toch, het zijn allemaal verworvenheden die de meeste van de andere eilanden in de Marshalls ontberen.

      Ondanks dat blijft het waar dat de Bikinianen hun adoptieve overbevolkte eiland Kili waar de meesten sinds 1948 wonen, vanwege de onmogelijkheid om door de branding te breken en te gaan vissen en het gebrek aan ruimte voor enige landbouw, terecht een gevangenis blijven noemen. Dat hun thuiseiland Bikini nog steeds onbewoonbaar is en nooit grondig is schoongemaakt. Dat de eilandbewoners gebukt gaan onder ernstige ziektes, nog steeds miskramen krijgen en voortijdig sterven als gevolg van de radioactieve straling na de atoomproeven.
      De protesten gaan daarom gewoon door.

(De Marshall Islands Journal, 6 maart 2020)

Lifestyle

“De enigen die hier nog een beetje geld hebben zijn de Bikinianen!”
      De taxichauffeur keek wat nors voor zich uit.
How’s life in Majuro?” had ik hem gevraagd, en hij had geantwoord dat er niet zo veel gebeurde, maar dat het goed was. Het wordt er wel steeds duurder, moest hij toegeven, alles moet worden ingevoerd en het feit dat de Amerikaanse dollar de nationale munt is, maakt het allemaal waarschijnlijk niet goedkoper. Er is vooral veel te weinig werk en daarom heeft niemand hier geld. Behalve de Bikinianen dus.
      Er heeft zich een vreemde ommekeer voorgedaan. Waren de Bikinianen in de jaren vijftig de mensen waar niemand mee wilde ruilen, tegenwoordig worden ze met een beetje jaloezie bezien. Oké, ze hebben flinke ellende achter de rug, ze zijn ziek geworden en hebben hun eiland verloren, maar nu zijn ze eigenlijk een stuk beter af, financieel in ieder geval, dan veel van hun landgenoten.

      “En kijk, onder ons gezegd, bijna iedere nu levende Bikiniaan is nog nooit op Bikini geweest en als je het mij vraagt zullen ze er ook nooit terugkeren. Het is een droom, die lang geleden misschien realistisch leek, maar nu niet meer. Die terugkeerdroom houden ze wel koppig in stand. Dat is hun goed recht natuurlijk, maar ondertussen levert het ook wel mooi een hoop geld op! Slachtofferschap is handel. En hoe meer geld ze hebben, hoe meer ze aan luxe gewend raken, hoe minder ze terug willen naar hun traditionele lifestyle op Bikini ...”

      We waren het vliegveld voorbij en draaiden het graspad bij Joe’s huis op. Het was bijna donker.

Vlucht

Die ochtend waren we met een vlucht van Nauru Airlines vertrokken vanuit Tarawa in het naburige Kiribati dat net als de Marshall Islands één van de vier atolstaten ter wereld is en onder de stijgende zeespiegel zou kunnen verdwijnen.

Na een voor de Pacific zeer korte vlucht van iets meer dan een uur, kwam Majuro atol waarop de hoofdstad van ’s werelds op zes na kleinste land ter wereld de Marshall Islands ligt, in zicht.


Airport

Het Amata Kabua International Airport is ongeveer net zo breed als het eiland, dat behalve aan de twee wat dikkere uiteinden Rita (vernoemd naar actrice Rita Hayworth) en Laura (vernoemd naar actrice Lauren Bacall) nergens meer dan 100 meter breed - en meestentijds veel smaller- is. Er loopt één enkele weg overheen: 57 kilometer lang. Toen het vliegveld gebouwd werd was er niet genoeg ruimte meer over om er ook nog een weg naast te leggen, en op deze plek moest er extra land worden bijgestort.

      “In het begin, toen het nieuwe vliegveld er net lag, was er helemaal geen weg, toen reden we gewoon over het vliegveld en ging er ergens een slagboom naar beneden als er een vliegtuig landde of opsteeg, maar nu is er deze bypass.” Joe reed zijn vette zwarte RAM pick-up truck met het lokale slakkengangetje van 25 km per uur naar het westen. Niemand reed harder dan dat.

      Joe was één van de drie aanbieders van een Airbnb in de Marshall Eilanden en wij waren zijn gasten.  Hij was ons komen ophalen op het vliegveld en reed ons naar zijn huis dat net ten westen van het einde van de landingsbaan lag. Hier begon volgens de eilandbewoners countryside.  Oostwaarts vanaf het vliegveld, het meest geürbaniseerde deel van Majuro, werd Downtown genoemd.

Joe's Place

We draaiden links de weg af en stopten bij een ruime groene villa op palen, die net als alle andere huizen op dit smalle eiland, uiteraard aan zee stond. Joe liet onze kamer zien, we konden de keuken gebruiken zo we wilden en moesten verder maar gewoon doen alsof we thuis waren.
      We wilden wat spulletjes gaan inkopen voor het ontbijt en Joe nam ons mee naar de supermarkt.
“Ik moet toch die kant op, hoef je niet te lopen en zie je meteen waar het is.”

      Weer terug langs het vliegveld en verder richting downtown, tot aan een op zee doodlopend zijweggetje, waar opeens twee redelijk moderne flatgebouwen stonden. Vreemd in dit land waar alles laag en plat is en de kokospalmen overal bovenuit steken. K&K Island Pride stond er op de winkel. Kandrikdrik kon Yokwe (Deel het weinige voedsel dat u heeft met liefde) was het voor een winkelketen wel wat overdreven romantisch - ideologische onderschrift.

      Op de deur hing een briefje.
“Helaas zijn wij vandaag vanaf 16 uur gesloten vanwege een personeelsfeestje”.

      Het was vijf over vier. Joe was alweer weggereden.

Iemand zei dat er verderop nog een K&K was, maar dat ze daar waarschijnlijk hetzelfde feestje aan het vieren waren.
      “Payless Supermarket, Downtown, is your best bet.” Daar moesten we wel met een taxi heen.

Taxi’s in Majuro zijn er genoeg. Ze rijden heel langzaam, het zijn allemaal shared taxi’s, dat wil zeggen dat je meestal niet alleen in de auto zit maar met maximaal vier anderen, het zijn bijna allemaal Hyundai personenauto’s en ze zijn regelmatig zwaar gehavend. Ze rijden met z’n allen met 25 kilometer per uur die ene weg op en neer dus je hoeft nooit te zeggen waar je heen wilt, zolang je maar aan de goede kant van de weg in stapt kom je altijd waar je moet zijn. Iederéén neemt de taxi. Vaak rijden de vrienden of familieleden van de taxichauffeurs een paar stukjes mee en als de scholen uitgaan zitten alle taxi’s vol met scholieren.

      Als je verder dan het vliegveld wilt, moet je dat wel even melden want de weg gaat na het vliegveld nog dertig kilometer door. Je betaalt dan ook meer uiteraard. Zolang je echter ten oosten van het vliegveld blijft kost een ritje 1 US$, ongeacht hoever je blijft zitten en mocht je ergens onderweg even snel iets willen kopen dan kan dat ook altijd. De chauffeur zet de auto dan eventjes aan de kant van de weg en geen medepassagier die zal protesteren. Heel relaxed allemaal.

Taxi

Over de hoofdweg hobbelde een onophoudelijke stroom auto’s als in slow-motion voorbij. Geen scooters zoals in Kiribati of Tuvalu, nee, allemaal auto’s. We hielden een taxi aan en reden naar de Payless Supermarket (Ha! Payless? Pay more!), deden onze inkopen en namen een andere taxi voor de terugweg. Toen de laatste passagier was uitgestapt vroeg ik de chauffeur:

How’s life in Majuro?


 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

  

 

Marshall Eilanden

    


Bommen op Bikini (3)

 

 
De tweede Zon

(Door Rolf Weijburg)

Voor de Bikinianen die vanwege de kernproeven hun atol hadden moeten verlaten, vervolgens bijna stierven in afzondering op Rongerik Atol en nu tijdelijk waren gehuisvest  op het militaire Kwajalein Atol, was het niet eenvoudig om een nieuw thuis te vinden.
      De meeste atollen en eilanden van de Marshalls vielen (en vallen) onder het gezag van lokale chiefs, de zogenaamde iroji’s. Die eilanden vielen sowieso af omdat de Bikinianen, die immers ook hun eigen Chief hadden, er waarschijnlijk tot een soort tweederangs burgers zouden worden gedegradeerd.

      Kili Island was onbewoond, dat was een voordeel. Het was echter ook een eenzaam eiland en geen onderdeel van een atol zodat er geen lagune was. Bovendien was het wel wat klein. Voldoende water was er in ieder geval wel en het lag niet ver van Jaluit Atol wat in die tijd de “hoofdstad” van het eilandenrijk was.

Kili Eiland



Geen Lagune

Toch blijft het onbegrijpelijk dat destijds voor Kili Island is gekozen. Voor mensen die hun hele leven op Bikini Atol hebben gewoond, waar in de grote door een omringend rif beschermde lagune zonder veel gevaar gevist kon worden, had het laguneloze Kili Island toch een slechte optie moeten lijken.
Maar goed, nadat de belangrijkste voorbereidingen waren getroffen vertrokken de inmiddels 184 Bikinianen in november 1948, na acht vermoeiende maanden gedwongen verblijf in tenten langs de drukke militaire landingsbaan op Kwajalein Atol, dan toch op weg naar Kili Island.
      De keuze viel al snel heel erg tegen. Het eiland was klein, maar er was een hele hechte band tussen de Bikinianen dus daar viel voorlopig althans mee te leven. Erger was het gemis van een lagune. De branding rondom Kili bleek in de meeste maanden van het jaar dusdanig sterk - golven tot wel zes meter hoog - dat er geen doorkomen aan was. De grote outrigger canoes konden daardoor zelden van het eiland vertrekken en gevist kon er daarom ook nauwelijks.
      Een haven of veilige passage was er niet. Er was te weinig plek voor landbouw en proviand moest van buitenaf worden aangevoerd met schepen die buitengaats moesten blijven. De spullen moesten vervolgens met gevaar voor eigen leven door de zware branding geroeid of zelfs gezwommen worden. Er ging veel verloren.
      Een door de US ter beschikking gesteld landingsvoertuig volgeladen met door de Bikinianen verzameld kopra bestemd voor de verkoop ging met lading en al in de branding ten onder. Langzaamaan begon honger de eilandbewoners weer te teisteren. Zo erg zelfs dat het US-leger besloot om droppings van voedsel vanuit de lucht te organiseren. Het leven was mager en moeizaam.
      In 1957 en 1958 brachten cyclonen zware schade aan de huizen en palmen en alweer zonk een bevoorradingsschip. De omstandigheden van de Bikinianen zouden door de jaren nauwelijks veranderden. Kili was wat dat betreft net zo erg als Rongerik, maar alternatieve plekken waar de eilanders als groep heen konden waren er niet. Sommigen vertrokken naar Jaluit, anderen naar Ejit in Majuro Atol waar ook de huidige hoofdstad ligt. De heimwee terug naar Bikini bleef onverminderd groot.

Bravo


Waterstofbom

Inmiddels waren in april 1948 de atoomproeven hervat, dit keer op Enewetak Atol waarvan de bewoners eerder naar Ulejang atol waren gestuurd.  9 Atoombommen kwamen er tot november 1952 tot ontploffing variërend in kracht van één tot maar liefst vijfhonderd keer die van de bom op Nagasaki. Daarna was het even stil aan het atoomproevenfront.
      Totdat op 1 maart 1954 op Bikini onder codenaam “Castle Bravo” een waterstofbom van vijftien megaton, bijna 800 keer de sterkte van de Nagasaki-bom, ontplofte, het krachtigste kernwapen ooit tot ontploffing gebracht. Binnen tien minuten had de paddestoelvormige ontploffingswolk een hoogte van 40 kilometer en een diameter van bijna 100 kilometer bereikt. De verwoesting was enorm. Drie complete eilanden van Bikini Atol werden totaal verpulverd, ze losten als het ware op. Aan de noordwest zijde van de lagune ontstond een krater met een doorsnee van 2 kilometer en 75 meter diep.


Fallout

Kanker & miskramen

De berekeningen van de te verwachten windrichtingen en gerelateerde richting van de radioactieve fall out hadden uitgewezen dat er geen bewoonde eilanden zouden worden getroffen waardoor er geen extra evacuaties waren uitgevoerd. Maar de wind was gedraaid  en enkele uren na de explosie  begonnen op de eilanden in de Rongelap, Ailinginae en Utirik atols witte vlokken uit de lucht neer te dalen.
      De eilandbewoners, die de ontploffing beschreven als een tweede zon die aan de westelijke horizon was opgekomen, hadden geen idee wat het was. Kinderen speelden met de witte substantie als was het sneeuw. Die avond begonnen velen ernstige brandwonden te ontwikkelen. Amerikaanse onderzoekers die in de dagen erna de eilanden aandeden durfden niet aan land en bevalen de inwoners direct te vertrekken. Enkele schepen brachten de verbouwereerde eilandbewoners zonder verdere uitleg naar Kwajalein atol. Spullen hadden ze niet mogen meenemen. Velen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis.

      Door de explosie raakte een gebied van ruim zevenduizend vierkante kilometer oceaan radioactief besmet. Eilandbewoners in dat gebied werden ziek, ze ontwikkelden tumoren en kregen kanker. Jaren later nog kregen vrouwen miskramen of gehandicapte en misvormde kinderen. Ook de flora en fauna werden besmet: groente, fruit, kokosnoten het was allemaal oneetbaar geworden, vis was giftig en er werden misvormde en gemuteerde beesten ontdekt waaronder een tweekoppige haai.
      De ellende inspireerde onder andere tot de cartoon Spongebob  SquarePants die zich afspeelt in Bikini Bottom waarmee waarschijnlijk de Bravo Crater wordt bedoeld. Het merkwaardige uiterlijk van Spongebob’s vrienden zou een reflectie zijn van wat radioactieve straling met de fauna van Bikini atol heeft gedaan.

Spongebob

          

 

Scepsis 
En toen opeens werd in 1969 Bikini Atol opengesteld. Er was schoongemaakt, de straling zou tot onder de toelaatbare grens zijn gedaald, alles was in orde, de mensen mochten terug. Ondanks scepsis en ongeloof keerden drie Bikiniaanse families, een kleine honderd mensen, terug naar hun atol. Ze vestigden zich in de betonnen huisjes die de Amerikanen er tijdens de schoonmaakwerkzaamheden hadden neergezet.
      Ze visten in de lagune, verbouwden er hun gewassen en probeerden het oude eilandleven weer op te pikken. Maar nog geen zeven jaar later bleek bij hernieuwde metingen dat de straling veel hoger was dan aanvankelijk beweerd. Vooral het eten van lokaal verbouwde gewassen had slechte effecten gehad. Veel mensen waren ziek geworden, schildklierkanker, en eind 1975 werd iedereen weer teruggestuurd naar Kili.

Evacuaties

Sinds deze zoveelste deportatie van de eilandbewoners zijn de meesten tot op de dag van vandaag op Kili gebleven. De bevolking is gegroeid tot bijna 1000 mensen. Ondertussen knabbelt de stijgende zeespiegel al aan de randen van het lage Kili. Hoewel de Bikinianen hun gasteiland nog steeds “The Prison” noemen omdat door de zware branding ontsnappen (én vissen) haast onmogelijk is, is er inmiddels wel een hobbelige airstrip voor aanvoer van proviand vanuit de lucht. Alleen wordt er, gezien de eeuwige financiële problemen van Air Marshall Islands, nauwelijks op Kili gevlogen. Er zijn inmiddels aanzienlijke Bikiniaanse nederzettingen op Ejit en Majuro, maar ook in Hawaii en continentaal USA groeit hun aantal.
      Het stadhuis van Bikini Atoll is al enige tijd gevestigd langs Main Road in Uliga op Majuro Atol  -850 kilometer zuidoostwaarts van Bikini- om zo dichter bij de Marshallese overheid te zijn en de belangen van de eilanders beter te kunnen behartigen.


TownHall

Want de Bikinianen bestoken de US Government met voortdurende claims en rechtszaken. Medische behandeling wordt veelal door de US betaald, maar mensen sterven nog steeds aan kanker.
      Er worden claims toegezegd en al dan niet uitbetaald maar er is ook een fonds opgericht waaruit de Bikinianen jaarlijks geld kunnen halen voor ondersteuning en ontwikkeling. Onlangs heeft men de zeggenschap over dat fonds, overigens niet geheel oncontroversieel , naar zich toegetrokken en een deel van het geld gebruikt om een stuk land van een vierkante kilometer groot bij Hilo op Hawaii aan te schaffen ten behoeve van eventuele relocatie mocht het helemaal niet meer houdbaar zijn op Kili.

Hilo

(Plechtige inauguratie van het op Hawaii aangeschafte terrein.)

Toplaag
Maar wat men écht wil, en wat niet gebeurt, is dat Amerika hun eilanden schoonmaakt. Dat ze de toplaag van 20 centimeter, waarin zich het giftige Cesium-137 bevindt, verwijderen en het verdere stralingsgevaar inperken. Zinloos, zeggen de Amerikanen, want door het weghalen van die laag zou het eiland alleen maar droger, onvruchtbaarder en onbewoonbaarder worden.
      Verzin maar iets anders dan, antwoorden de Bikinianen, want, zo zeggen ze, het is toch te gek voor woorden dat iemand op een goeie dag met een enorme vrachtwagen vol giftig afval je tuin inrijdt, de boel dumpt, weer vertrekt en vervolgens zegt:

 “Ruim het zelf maar op!”

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Atoombommen op Bikini (2)

 

 

Aan de rand van de afgrond

(Door Rolf Weijburg)

   Nog even over die bikini die vlak na de eerste atoomproeven op Bikini-atol in Parijs werd gelanceerd.  In de hele Marshall Islands zul je zo’n ding niet tegenkomen, en al helemaal niet bij de Bikinianen. 
   Marshalese dames zijn nogal preuts, zelden zie je ze voor hun plezier en public de zee in gaan en áls dat al gebeurt, dan helemaal gekleed.
   Wat dat betreft heeft er ooit een totale zeden-ommekeer plaats gevonden in de Marshall Eilanden.
      Vóórdat de missionarissen hun jachtgebied hadden uitgebreid tot aan deze geïsoleerde eilanden, liepen de vrouwen er in de traditionele rieten rokjes en met ontblote borsten. De missionarissen vonden dat ongepast en verplichtten de dames zich in het aanzien Gods “behoorlijk” te kleden. Dat is er nooit meer uitgegaan en tot op de dag van vandaag is er in de Marshalls geen publiekelijke blote borst meer te bekennen.
      Aan de andere kant worden westerlingen in de lokale taal nog altijd ri-belle genoemd: zij die zich kleden …


"BAKER"

 Op Bikini-atol wordt in juli 1946 de tweede atoomproef genomen. Ditmaal een bom  -met codenaam “Baker”-  die onder water tot ontploffing werd gebracht, eveneens net zo zwaar als die op Nagasaki.

 


Vloot

 

De verwoesting was totaal. De schepen die als doel in de lagune lagen afgemeerd, waren nu zwaar beschadigd en deels gezonken. De eerste bom van een maand eerder bleek uiteindelijk naast het doel terecht gekomen en had relatief weinig schade toegebracht maar “Baker” leek een succes. Hoewel … de vrijgekomen radioactieve straling bleek dusdanig zwaar dat de scheepswrakken maandenlang niet voor onderzoek bezocht konden worden.
      Men was opgetogen en onder de indruk van de superkracht waarvan Amerika zich nu kon bedienen, maar er was zeker ook veel kritiek, getuige onder andere een uitspraak van de beroemde Amerikaanse komiek Bob Hope :
"As soon as the war ended, we located the one spot on earth that hadn't been touched by the war and blew it to hell."

Honger

Ironisch genoeg hadden de Verenigde Naties inmiddels besloten om de administratie van het Pacific Trust Territory, waaronder de Marshall Islands vielen, over te dragen aan de US. In de ondertekende overeenkomst verplichtte de US zich om “ de economische vooruitgang en zelfvoorzienendheid  van de eilanden te promoten en de eilandbewoners te beschermen tegen het verlies van hun land en levensbronnen ..”

      Tja, de Bikinianen die hun mooie atol voor deze proeven hadden moeten verlaten en werden geëvacueerd naar Rongerik atol,  konden er niet om lachen. Ze begonnen zo langzamerhand écht honger te lijden. De visvangst viel tegen, er was een drinkwatertekort en de eilanden waren grotendeels ongeschikt voor landbouw. Tot overmaat van ramp verwoestte in mei 1947 een enorme brand bijna alle kokospalmen op het eiland. De Bikinianen stonden aan de rand van de afgrond.

Ujelang

 

In de herfst van dat jaar kwam een groep Amerikaanse onderzoekers na een bezoek aan Rongerik tot de alarmerende conclusie dat de Bikinianen van honger zouden sterven als er niet snel zou worden geëvacueerd.
      Waarnaartoe?
Naar Ujelang Atol.
      Ver weg, in het uiterste westen van de Marshalls, maar wel een atol dat waarschijnlijk veel meer geschikt voor bewoning zou zijn. In november dat jaar vertrok een groepje jonge Bikinianen samen met enkele Amerikanen en Amerikaans materieel naar Ujelang om daar voorbereidingen te treffen voor de komst van de Bikinianen. Er moest onder andere behuizing komen en een gemeenschapsgebouw worden opgezet. Tegen de tijd dat dat was volbracht had de US Administratie echter besloten dat er voorlopig niet meer op Bikini getest kon worden en er een nieuwe testlocatie moest komen.     

Enewetak    

Waar? In Enewetak Atol. Ten noorden van Ujelang.
      Ook de bevolking van Enewetak moest daarom worden geëvacueerd en wat was logischer dan ze naar Ujelang te sturen. De voorzieningen waren daar immers net door de Bikinianen klaargemaakt en de Enewetakianen konden direct verhuizen.
      De Bikinianen moesten nog maar even op Rongerik blijven.

Kwajalein



Dat zou nog tot maart 1948 duren. Na twee ellendige jaren op Rongerik werden de ondervoede en verzwakte Bikinianen eindelijk naar een tijdelijke nieuwe plek verscheept: een tentenkamp op een grasveld vlak naast de drukke militaire landingsbaan op Kwajalein Atol.

 
Kili Eiland

Rongerik was onleefbaar, maar Kwajalein was niet veel beter. De Bikinianen waren voor voedsel geheel afhankelijk van de Amerikaanse voorraden en een verblijf slechts enkele meters naast een landingsbaan waar diverse keren per dag met veel geraas vliegtuigen landden en opstegen, deed de eilandbewoners -die immers bijna hun leven lang op een paradijslijk en geïsoleerd eiland hadden gewoond waar het ritme van de dag door weinig meer werd bepaald dan zonsopgang, eb, vloed en zonsondergang- weinig goed.
      Er moest snel een nieuwe en permanente huisvesting worden gevonden en na veel afwegingen en discussies werd het onbewoonde Kili-eiland uitverkoren, 400 kilometer ten zuidoosten van Kwajalein en nóg verder weg, 800 kilometer, van hun geliefde Bikini-atol.

 

Weer werden jonge Bikinianen uitgekozen om samen met enkele Amerikanen de nederzetting voor te bereiden. Weer moest er jungle worden gekapt en huizen gebouwd en weer vertrokken de ontheemde Bikinianen , dit keer na een verblijf van enkele maanden op Kwajalein, naar een onbekend nieuw thuis.
      En weer bleek de keuze ongelukkig.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Atoombommen op Bikini

(Door Rolf Weijburg)

For the good of mankind. De mensheid zou er alleen maar baat bij hebben, zo stelden de Amerikanen. De Tweede Wereldoorlog was net voorbij en de Amerikanen wilden een serie atoomproeven houden die voorgoed een eind zouden maken aan alle oorlogen. De wereld zou daarna in vrede verder leven. Zo simpel was het.
      De Amerikanen hadden de ideale plek gevonden om deze atoomproeven te houden, ver verwijderd van grote bevolkingsconcentraties en internationale zee- en vliegroutes: Bikini Atol.

Lagune

Bikini is een atol in het uiterste noorden van de Marshall Islands, met een totale landoppervlakte van nauwelijks 180 km2 het op zes na kleinste land ter wereld. Bikini-atol heeft een lagune van bijna 600 vierkante kilometer en op het omringende rif ligt een twintigtal kleine lage eilanden die tezamen zes km2 meten.

 

Onbeheerd

De Marshall eilanden waren in de negentiende eeuw korte tijd onder Spaans bestuur. De Spanjaarden deden ze over aan de Duitsers die er een aantal grote kopra-ondernemingen exploiteerden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verplaatste Duitsland ter wille van de oorlogvoering  al zijn aandacht én materieel naar Europa en bleven de Marshalls min of meer onbeheerd achter. Japan verscheen ten tonele en na de Eerste Wereldoorlog werden de eilanden door de Volkenbond onder Japans mandaat gesteld.
      Op Bikini hadden de Japanners aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een uitkijkpost gebouwd die in verbinding stond met de belangrijke Japanse basis op Kwajalein-atol. Toen de Amerikanen in februari 1944 na een bloedige slag Kwajalein veroverden en ook naar Bikini opstoomden, hadden de vijf Japanse soldaten op het eiland al zelfmoord gepleegd.
      Direct na de oorlog werden de Micronesische eilanden, waaronder de Marshall eilanden, samengevoegd in een zogenaamd Strategisch Trustgebied onder bestuur van Verenigde Naties.

Bikinians

De bewoners van de Bikini eilanden hadden de oorlog min of meer geruisloos aan zich voorbij zien trekken.
       Totdat de Amerikanen aan het begin van 1946 opnieuw op Bikini verschenen, ditmaal met het vriendelijke doch dringende verzoek aan de eilandbewoners om hun biezen te pakken en plaats te maken voor de grootscheepse proeven die de wereld zouden gaan redden.

Chief Juda

           

De 167 eilandbewoners gingen onder leiding van hun Chief Juda (rechts) in beraad.

Er werd vergaderd en gediscussieerd en hoewel niemand precies wist wat een atoombom eigenlijk was (laat staan radioactiviteit) wisten ze genoeg van de verwoestingen en ellende die de Tweede Wereldoorlog had aangericht om in naam van de wereldvrede, zoals de Amerikanen het stelden, te vertrekken.


     
God zou ze zeker bijstaan en belonen en bovendien beloofden de Amerikanen onbeperkte en onvoorwaardelijke steun. Uiteraard zouden ze binnen afzienbare tijd gewoon weer naar Bikini terug kunnen keren.

Vertrek

En dus vertrokken ze, de Bikinianen.
      For the good of mankind.

 

Op 7 maart 1946 verlieten ze met al hun bezittingen inclusief de gedemonteerde kerk en het gemeenschapshuis én enkele grote outrigger canoes aan boord van een Amerikaans landingsvaartuig het atol op weg naar een nieuwe woonplaats, het onbewoonde ruim tweehonderd kilometer noordoostelijk gelegen Rongerik Atol.
      Het schip was nog niet achter de horizon verdwenen of de eerste hutten op Bikini gingen al in vlammen op.

Operation Crossroads

In de weken die volgden veranderde het paradijselijke atol in een militaire basis van formaat. Barakken, teststations, laboratoria, werkplaatsen, bunkers, droogdokken en stalen torens waarop camera’s (met ongeveer de helft van alle in de VS beschikbare filmrollen)en registratieapparatuur geplaatst zouden worden, een ziekenhuisje, een bar, een restaurant én maar liefst 42000 militairen werden naar Bikini verscheept. In totaal waren 242 schepen nodig om dat allemaal te vervoeren.
      Eén van de belangrijkste vragen waarop de proeven (de hele onderneming was Operation Crossroads gedoopt) antwoord moesten geven was of er een manier was waarop schepen op zee en in havens  gepositioneerd konden worden zodat vijandelijke atoomwapens ze geen of zo min mogelijk schade konden aanrichten. Met andere woorden of er een manier was om je materieel tegen atoomwapens te beschermen. 
      Daarvoor werden 95 afgeschreven oorlogsvaartuigen de lagune van Bikini ingevaren om als doel en testmateriaal voor de proeven te fungeren. Kruisers, onderzeeërs, slagschepen, transportschepen, torpedojagers, kanonneerboten, landingsvaartuigen en zelfs een vliegdekschip meerden af in het turquoise water. Het geheel zou, als het een echte gevechtsklare vloot was geweest, de op vijf na grootste vloot ter wereld hebben gevormd.

Ze zouden uiteindelijk van de lagune een gigantisch scheepskerkhof maken.

Nepvloot

 

Rongerik

De Bikinianen waren inmiddels aangekomen op Rongerik. Met het meegenomen hout en pandanus bladeren werden hutten gebouwd en de kerk en het gemeenschapshuis weer overeind gezet. Het moest allemaal voorzichtig en met beleid gebeuren omdat de Bikinianen ervan overtuigd waren dat Rongerik nooit was bewoond omdat er kwade geesten huishielden. Die moest je beslist niet teveel dwars zitten.
      Rongerik atol was een stuk kleiner en het totale landoppervlak van de eilanden was zelfs slechts een zesde van dat van Bikini waardoor er niet genoeg kon groeien om de bevolking te voeden. Bovendien bleek dat een deel van de gevangen vis giftig was omdat ze zich voedden met voor de mens giftige koraal variëteiten. De door de Amerikanen achtergelaten proviandvoorraden raakten snel op en ook drinkwater bleek een probleem. De gezondheid én de moraal van de ontheemde Bikinianen begonnen flink achteruit te gaan.

     

Able

Werkzaamheden in Bikini-atol vorderden intussen voorspoedig en op 30 juni 1946 was de site klaar voor de eerste van in totaal 23 proeven. De 21 kiloton zware bom (even zwaar als de bom op Nagasaki) met codenaam “Able” zou vanuit een vliegtuig tussen de klaarliggende nep-vloot in de lagune worden gedropt.
      De eilanden waren ontruimd en de soldaten, het personeel en talloze internationale waarnemers waren op schepen meer dan 9 mijl van Bikini ondergebracht. Er waren duidelijke orders gegeven met betrekking tot bescherming van de ogen, de hogere rangen en de waarnemers kregen donker beglaasde stofbrillen op en er was een verplichte “brace”-houding voor tijdens de ontploffing.

Souvenir

Het was een ongekend spektakel, men had het idee getuige te zijn van een historisch evenement, hoewel achteraf werd gemopperd over het feit dat de schepen te ver weg hadden gelegen waardoor er te weinig van de ontploffing te zien was geweest. Achteraf zou blijken dat die afstand lang niet ver genoeg was …

 

Bikini Model
Vier dagen na de ontploffing speelde in Frankrijk de auto ingenieur en modeontwerper Louis Réard handig in op de atoomproeven die inmiddels wereldnieuws waren geworden.
       Hij presenteerde, nee hij lanceerde -om maar even in het jargon te blijven-  een nieuw, gewaagd en revolutionair badpak dat, zo verwachtte hij, niet alleen zou inslaan als een bom, maar de wereld op haar grondvesten zou doen schudden als een atoombom.

Hij noemde het “de Bikini”.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh