Vier vriendjes & een fles azijn
Het was in de zomer van 1961. Ik was 16 jaar en ging voor ’t eerst met vriendjes op vakantie. Met Koos, met Henk en met Ruben.
Op de fiets. Met twee kleine tentjes.
Wij vertrokken uit Haarlem en wisten eigenlijk van tevoren niet waar we naartoe zouden gaan. We zouden wel zien.
En zo kon het gebeuren dat wij in de Ardennen terecht kwamen. We waren behoorlijk zwaar bepakt en de fietsen hadden niet meer dan drie versnellingen. De eerste heuvels gingen nog wel, maar het werd allengs zwaarder. Ooit hadden we wel Het Kopje van Bloemendaal beklommen, maar deze ‘’bergen’’ waren van een geheel ander kaliber. Loodzwaar was het. Ruben kwam altijd als eerste op de top. Dan volgde ik en daarna Koos. Henk trok het vaak niet en moest regelmatig afstappen.
Vloeken en zuchten. Waar zijn we in ‘s hemelsnaam aan begonnen? Fietsende meisjes kwamen we niet tegen en op die campings onderweg was ook nauwelijks wat te beleven. Zin om te koken hadden we na zo'n afmattende tocht ook niet, dus we aten stokbrood met jam en kaas. We dachten ook nog een lekkere fles wijn (vinaigre) gekocht te hebben, maar wisten niet dat het azijn was.
Toch zouden we ook nog naar Luxemburg, Koblenz en Keulen gaan/ Maar dat ging na hevige discussies langs de Moezel en de Rijn en niet door de Eifel. Dat zou de vriendschap niet overleefd hebben.
Later bleek, dat we een groot deel van de route van de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik gefietst hadden.
En dat was achteraf toch wel iets om trots op te zijn.

Zondag is het zover. La Doyenne. De nestor onder de wielerklassiekers, die in 1892 voor ’t eerst werd gereden. Een prachtige koers, waar dezelfde renners zullen opstaan, die ook in de Amstel Gold Race goed waren.
Nederlanders zie ik niet vooraan eindigen. In ’t verleden waren er drie Nederlanders, die deze koers wonnen. Twee jaar geleden Wout Poels, in 1988 Adrie van der Poel en in 1960 Ab Geldermans.
Een Breton van beton
De meest indrukwekkende overwinning in Luik-Bastenaken-Luik werd geboekt door Bernard Hinault in 1980.
Het waren erbarmelijke omstandigheden.
Gruwelijk koud, harde wind, bij tijd en wijle regen, hagel en natte sneeuw.
Bij de start in Luik ’treffen we’, volgens wielerchroniqueur Fer Schroeders, ’een desolate toestand aan’.
Gerrie Knetemann bijvoorbeeld besloot niet te starten.
Bernard Hinault, de Breton van beton, die deze fantastische wielerklassieker ook al in 1977 had gewonnen, had zich in dikke kledij gehuld met handschoenen aan en een soort bivakmuts op.
Schroeders in zijn boek DE Wielerklassiekers:
‘Al na een uur geeft Saronni verkleumd op om de warmte van de ploegleiderswagen op te zoeken. Kanjers als Baronchelli, Willems, Thurau, Gavazzi, Zoetemelk en Van Impe verlaten het strijdtoneel.
Rudy Pevenage onderneemt een lange, dappere vlucht totdat Bernard Hinault het welletjes vindt.
De Fransman versnelt en komt bij Pevenage.
Op de Haute Levée kan de Belg niet meer volgen.
De achtervolging wordt geleid door Henk Lubberding, Ludo Peters en Silvano Contini.
Hinault wacht niet, legt er de zweep over, doet zijn bivakmuts af en gaat er vandoor.
Ruim twintig kilometer verder op de Mont Theux laten de drie zich in opdracht van hun ploegleiders inlopen door de rest van de zwalkende achtervolgers.
Le Blaireau (De Das) soleert over de Redoute en de Forges en passeert de meet met een voorsprong van 9’24”

