Poëzie (259)

 

Een grijze vrijdagmorgen

Het is vandaag Black Friday. Overgewaaid uit de US of A. De dag na Thanksgiving.
      Veel Amerikanen hebben dan vrij en gaan hun eerste Kerstinkopen doen. Ze staan elkaar te verdringen voor de warenhuizen, die hun overschotten voor zeer populaire prijzen aanbieden. Sommige Amerikanen parkeren hun auto al twee dagen van tevoren bij de winkelcentra.
      En omdat die warenhuizen dan uit de rode en -dus in de zwarte- cijfers komen, spreekt men van Black Friday. Ideetje!

Dit commerciële gedrocht heeft inmiddels ook Nederland bereikt.
      Thank God it’s (Black) Friday.


Van Gerrit Achterberg


Moeder

Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen:
zij moet de kamer doen; stof beeft;
dan dweilen, voor het eten zorgen
zien wat van gisteren overbleef.

Ik ben in haar liefde geborgen
die elk verraad der wereld overleeft:
wie ik ook werd, wij eten overmorgen
de koek die zij gebakken heeft.

Wanneer de zondagmorgen is ontloken
staat heel haar wezen in de blijde bloei,
waarin mijn wezen moet zijn aangebroken,

Omdat ik dan niet meer gevoel
hoe door de dood is aangestoken,
wat bij een andere vrouw begon.

 

 

 

De vermomde kalkoen

Volgens Schrijversinfo heeft hij echt bestaan: J. van Meurs (Roepnaam J.) en heeft hij omstreeks 1950 zijn standaardwerk Vermommingen voor Amateurs geschreven.


Van Kees Stip

Op een kalkoen

Te Cuyk bestelde een kalkoen
voor zestig centen dennengroen,
een ster, tien slingers, twintig kaarsen,
zes rode ballen en een paarse,
alsook het boek van J. van Meurs
‘’VERMOMMINGEN VOOR AMATEURS’’.
‘’Ik ben’’, zo sprak het beest benauwd
met Kerstmis liever boom dan bout’’.



Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

De climax bleef maar klimmen

De Oostenrijkse violist en componist Fritz Kreisler gaf in 1926 een memorabel concert in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen in Den Haag.
      Koningin Wilhelmina was erbij, prins Hendrick en de koningin-moeder Emma. Mogelijk was dichter-journalist Eric van der Steen (1907-1985) ook aanwezig.  
      Hij schreef namelijk dit gedicht.


Ik hoorde eens Kreisler spelen

Ik hoorde eens Kreisler spelen
zo schoon en zo vreselijk hoog
dat een muzikale bleekheid
over mijn aangezicht toog.

En de climax bleef maar klimmen,
ik begreep allang niet meer hoe.
Aan een kennis, tevens kenner
vroeg ik zacht: Waar moet het naar toe?

Hij bleef mij het antwoord schuldig-
daar Kreisler zijn aanloop nam
en op al zijn negen vingers
reeds neerkwam óver den kam

En nog verder ging dienst streven-
daar ontlokt hij aan zijn boord,
zo hoog en wit gesteven,
een toonhoogte, ongehoord.

En dáar ging het al naar binnen,
daar juichte, eind’lijk, het hart-
Marie, als je dát gehoord had,
dan zweeg je nu niet zo hard.


Luister HIER naar Liebesleid, gecomponeerd en gespeeld door Fritz Kreisler

Eric van der Steen was getrouwd met Margaret Buis.
      Hij zal haar wel Marie genoemd hebben.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Een gedicht voor ‘’politica’’ Anne Vondeling

Ik rij in België van De Panne naar Oostende en luister naar Radio Klara. Dat is een Vlaamse culturele zender met veel rustgevende muziek en een enkel taalspelletje. Even over tien uur in de ochtend volgt in het programma Klassiek Leeft Georges Bizet’s Carmen Suite uitgevoerd door het Four Aces Guitar Quartet.
      Daarna gaat de presentator wat uitweiden en spreekt over het gedicht Afvaart van Gerrit Achterberg. En hij weet dat dit gedicht werd voorgelezen bij de begrafenis van de Nederlandse politica Anne Vondeling.

Tja.
Is dit nu verkeerde interessantdoenerij, nonchalance of onbenul?
       Jarenlang heb ik gecorrespondeerd met Anne Frid De Vries, een Nederlander (Fries) die in Israël woont.
Hij werd nog wel eens voor een vrouw gehouden en noemde zijn weblog  http://anneisaman.blogspot.com/ .

Afvaart

Dan even over het gedicht Afvaart. Dat bestaat helemaal niet. Afvaart is de titel van Achterbergs debuutbundel uit 1931.
      Er staan twee gedichten in met de titel Afscheid.
Bij nadere lezing lijkt het mij uitgesloten dat één van die gedichten bij zijn begrafenis werd voorgedragen.

Na wat zoeken vind ik het Leidsch Dagblad van 22 november 1979. Die dag kwam Anne Vondeling om het leven bij een verkeersongeluk nabij Mechelen.  Op de autoweg tussen Brussel en Antwerpen botste zijn wagen op een spookrijder. 
     
Hij was toen 63 jaar en ondervoorzitter van het Europees Parlement. Even later staat in diezelfde krant een rouwadvertentie van de familie. Daarin worden de volgende dichtregels van Achterberg aangehaald:

Over de heide, door de ijle mist,
rinkelt de nacht aan kettingen omlaag
en gaat het deksel van de wereld dicht.

Deze regels komen uit het gedicht Fait accompli.
     
De crematie van Anne Vondeling ging in besloten kring.
Het lijkt mij aannemelijk dat dit gedicht daarbij werd voorgelezen:

  

Fait accompli

De avond krijgt metaal om zich te sluiten.
Gij kunt niet meer naar binnen of naar buiten.
Ik zie het stipje van de reiger stuiten.
Dit is het uur van de grote besluiten.
En om het leven op u uit te buiten.

Onder de wolken ligt een witte kier.
Bijna een oog dat slaapt voor zijn plezier.
Het licht verlegt zijn grenzen al tot hier.
Mijn schaduw is een lange populier.
De hemelkoepel wordt van pakpapier.
Nog houden wij elkander in 't vizier.

Over de heide, door de ijle mist,
rinkelt de nacht aan kettingen omlaag
en gaat het deksel van de wereld dicht.

Tussen ons is vandaag alles beslist.
Morgen verschijnt Bert Bakker uit Den Haag.
Vannacht rijdt Eddy Hoornik naar Maastricht.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Slechts gekleed in een handdoek

Jan-Willem Overeem (1942-1979) is een vrij onbekende dichter, die niet zo oud werd. Hij was ook prozaïst en docent dramatische expressie aan de Toneelacademie in Maastricht.
      Eén van zijn bekendste (liefdes)gedichten is Brief uit de trein.

Een larmoyant gedicht, dat bij mij vooral de vraag oproept: ‘’Waar is dit geschreven?’’
-----In een trein; ja!
-----Op ongeveer 500 kilometer van Maastricht ja!
-----In een tunnel. Ja!

Ik denk dat ik het gevonden heb, maar lees eerst het gedicht:


Brief uit de trein

Liefste, het regent. Ik zie je heel duidelijk.
onze kamer inlopen/ er is iets met de verwarming
iets niet in orde/je haren nog vochtig/
slechts gekleed in een handdoek/.
Er zijn alleen wat oudere mensen, niemand
zegt iets. We rijden langs afgegraven land
en ik weet het zo langzamerhand zeker,
er komen steeds meer autokerkhoven bij.

Liefste, mijn vingertoppen gisteren als terloops
op je schouder, dat wilde zeggen,
terwijl de kinderen rondholden en schreeuwden,
het fornuis viervoudig vlamde onder de pannen,
de telefoon overging en een van je vlechten
uitviel omdat een lint het begaf,
het is nog niet te laat
laten we elkaar omhelzen, omhelzen, omhelzen,
Want we hebben alle tijd van de wereld.

Liefste, ik ben nu ongeveer vijfhonderd kilometer
van huis, het wordt donker, laat het in dit soort
omschrijvingen van afstand gezegd kunnen blijven.
De anderen gaan proberen wat te slapen.
We gaan door een tunnel. Er zijn ook tunnels,
die om je heen blijven staan. Ik wil je nog zeggen
wacht me op alsjeblieft als ik terugkom.
Ik kan het niet allemaal alleen dragen,
wat ik je niet kan vertellen.

Het is in de jaren zeventig van de vorige eeuw geschreven. Toen waren er nog niet zoveel spoortunnels. Ik denk dat hij de Nord-Süd-Bahntunnel in Berlijn bedoelt. Die loopt onder de binnenstad door. Voor die tijd heeft hij door het eentonige afgegraven landschap van de Deutsche Demokratische Republik (DDR) gereden met al die autokerkhoven voor Trabant en Wartburg, De afstand Maastricht-Berlijn is ruim 500 kilometer.
     
De dichter Hans van de Waarsenburg schreef een essay over het werk van Jan-Willem Overeem. Hij spreekt daarin tegen dat de dichter zelfmoord gepleegd zou hebben, want ‘’het was een natuurlijke dood”.
      Over hem schreef ik al eens eerder naar aanleiding van zijn (toeval?) gedicht :  Berlin -1900- zoveel.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 

 

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje