Reizen (323)


 
Delap-Uliga-Darrit


De knabbelende Oceaan

(Door Rolf Weijburg)

Eén voordeel van die lintbebouwing op Majuro, een eiland van vele kilometers lang en slechts enkele tientallen meters breed,  is wel dat je de stad goed leert kennen. Je rijdt voortdurend langs dezelfde plekken heen en weer, en dan ook nog met een slakkengangetje van hooguit 30 kilometer per uur.   
      Ergens een stukje afsnijden of een andere route kiezen is er meestal niet bij: op slechts enkele plaatsen in Delap-Uliga-Darrit ofwel DUD, de hoofdstad van de Marshall Islands,  is ruimte genoeg voor een parallelle straat.

Achterbuurten

Niet dat de hoofdstraat nou zoveel moois heeft te bieden, maar in die paar parallelle straten die een beetje weggemoffeld tussen hoofdstraat en oceaan liggen  krijg je toch een beetje de indruk dat je in de achterbuurten van het stadje terecht bent gekomen. Slechte behuizing en armoede, ronddolende roedels honden en de voortdurend aan de kust knabbelende oceaan helpen natuurlijk ook niet echt.


Barretjes

Afgezien van een paar lokale barretjes en een disco die ieder weekend losbarst, is er qua vertier ook al niet zo veel in DUD.



Eén plek waar we nog niet geweest waren was de bar en het restaurant van het Marshall Islands Resort  in Delap waar de hoofdweg een heuse middenberm heeft, waarschijnlijk één van de grootste gebouwen van het land.
      Ooit als absolute luxe gebouwd was het al aardig aan het vervallen. Het zwembad was leeg en werd als een afvalbak gebruikt, maar het terras was het mooiste van Majuro –niet zo moeilijk omdat we er maar één ander terras hadden ontdekt – direct aan de lagune met een wijds uitzicht.
      Aan de bar nipte een groepje doorgewinterde expats aan hun sundowners.

Resort

We bestelden wat drankjes en een maaltijd en toen we afrekenden was het donker geworden. De avonden vallen snel en vroeg in de tropen. We moesten nog terug naar onze AirBnB aan de andere kant van het vliegveld, maar toen we rond acht uur weer buiten stonden was de eindeloze stroom auto’s en taxi’s die overdag permanent de hoofdstraat vult, als bij toverslag opgelost. Alsof er net een uur geleden een avondklok was ingegaan.
      Toch stopte er na enige tijd een taxi. In de stoel naast de chauffeur zat al een passagier en we namen plaats op de achterbank. We reden over de donkere schaarsverlichte hoofdweg westwaarts. Hier en daar zaten groepjes mensen bij de huizen, af en toe reed een tegenligger voorbij. De chauffeur en de vrouw waren in gesprek. Het onbegrijpelijke Marshallees klonk als een soort steno. Plotseling remde de chauffeur en zette de auto stil aan de kant van de weg. Hij zei wat tegen de vrouw, die uitstapte, haar bagage uit de kofferbak haalde en de klep met kracht dichtsmeet.

       De chauffeur schudde zijn hoofd.  “Strong woman”, zei hij en gaf weer gas.
Hij kon er niet over uit. “Zag je dat ze in verwachting was?” Nee, dat hadden we niet gezien.
“Ze wilde helemaal naar Laura aan het eind van het eiland, maar ze weet drommels goed dat zwangere vrouwen niet na zonsondergang naar Laura mogen!”
       Hoezo? Was dat een wet?
      “Nee, “zei de chauffeur, “het is vanwege de demonen, de kwade geesten die verderop ronddwalen. Iedereen weet dat die het ‘s nachts op zwangere vrouwen hebben gemunt.”
Zonder noemenswaardig onheil bereikten we Joe’s Place.

Een vervroegd vertrek

“Aha, daar zijn jullie! Ik kreeg een telefoontje van United Airlines. Jullie vlucht van zaterdag is vervallen. Het hele land gaat op slot vanwege de Corona-crisis en er komen geen vliegtuigen meer binnen. Ze hebben jullie al overgeboekt op de vlucht van morgenochtend, de laatste die nog binnenkomt en ook gegarandeerd weer vertrekt. Ik zal maar gaan pakken als ik jullie was!”
      En dat deden we maar. Het begon zowat onmogelijk te worden om nog rond te reizen hier met Corona op ons hielen. De volgende ochtend bracht Joe ons om acht uur naar Amata Kabua International Airport.



We checkten in en liepen in de ongenaakbare zon naar het klaarstaande vliegtuig.


Island Hopper-Lijn

Het vliegtuig was die ochtend op de in vliegtuigkringen legendarische Pacific Island Hopper-lijn vertrokken vanuit Hawaii en zou van hieruit nog vier eiland-stops maken voordat het op het Amerikaanse eiland Guam zou aankomen. Er zaten nog maar heel weinig passagiers in het vliegtuig.

Daarom konden we al twintig minuten vóór de officiële vertrektijd de lucht in.  
      Majuro Atol schoof langzaam onder ons door en verdween al gauw uit het zicht.


 

  

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 
Zeezicht aan beide zijden

 

(Door Rolf Weijburg) 

We zijn nog steeds op Majuro, hoofdeiland van de Republic of the Marshall Islands, het op zes na kleinste land ter wereld dat altijd in de top vijf staat van minst-bezochte-landen-ter-wereld-lijstjes. Ons verblijf gaat hoogstwaarschijnlijk niet erg lang duren, want hoewel dit land in een verre noord-oostelijke uithoek van de Pacific ligt, heeft Corona het toch gevonden.
      Een bezoek aan het kantoor van United Airways, één van de twee luchtvaartmaatschappijen die deze republiek aandoen, bracht aan het licht dat er blijkbaar over wordt gedacht om in de strijd met corona de hele republiek van de buitenwereld af te sluiten. Niet zo moeilijk met vier of vijf buitenlandse vluchten per week.

      Wannéér dat zou gebeuren was onduidelijk, maar we zouden er op moeten rekenen dat dat best komende maandag al zou kunnen zijn. Zaterdag was de laatste uitgaande vlucht van de week.
      We hadden dus nog een paar dagen.



Countryside

We besloten om naar het westelijk deel van Majuro te gaan, het vijfendertig kilometer lange stuk eiland dat doorgaans als Countryside wordt aangeduid.
      Vanuit Joe’s huis sloegen we linksaf en liepen richting Japanese Peace Park.

De weg, de enige weg op het eiland, is een goede tweebaans asfaltweg die licht kronkelend de hele lengte van het eiland afgaat tot aan het eindpunt bij het stadje Laura. Of je nou links of rechts kijkt, de zee is altijd vlakbij, het eiland is hier nog geen dertig meter breed.

Aan de ene kant raast de Pacific Ocean, aan de andere kant kabbelt de lagune. Echte stranden zijn er niet, de randen van het eiland worden gevormd door koraalplateaus met hier en daar wat zanderige stukken.

 

Monument

Bij Peace Park is het wat breder. Hier hebben de Japanners een monument opgericht ter nagedachtenis aan de in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Japanse soldaten. Een ingetogen monument in de schaduw van enkele grote bomen. Toch heeft, gezien de enorme slachtpartijen die de Pacific gekend hebben, de naam Peace Park wel iets wrangs.

 

Houten huizen

We liepen verder naar het westen. Het eiland wordt een paar meter breder en hier en daar staan kleurige houten huizen met golfplaten daken onder de palmen. Soms op palen, soms met veranda’s De mensen zeggen ietwat verbaasd maar vriendelijk gedag, de honden die op het warme asfalt liggen kijken nauwelijks op of om. Het is intens groen allemaal.

 

Stof
In een land waar zo weinig grond is, is grondbezit heel belangrijk. Er is in de Marshall Islands geen centimeter grond die niet aan iemand toebehoort. Altijd als er iemand is overleden worden alle stukken grond die de overledene nalaat getooid met stoffen guirlandes en bloemen. Iedere overledene zijn eigen kleur zodat de grond niet kon worden verward met de grond van een andere overledene en je bovendien goed kon zien hoe rijk de gestorvene wel niet was.

Soms hingen kilometerslange stukken land vol met dezelfde stof.


Dorpjes

Verder lopend bleek dat het allemaal hele kleine dorpjes waren waar we doorheen liepen. Ze hadden namen die op kleurrijke handgeschilderde bordjes stonden vermeld. Meestal stonden er op die bordjes ook dingen als “alcohol-tobacco-drugs free.” Alcohol is een groot probleem op de eilanden, drugs en sigaretten blijkbaar ook.


Kiosk

In ieder gehucht stond wel een winkeltje waar basics werden verkocht - ook sigaretten, maar geen alcohol -, of kleine kioskjes langs de kant van de weg waar je bananen, broodvrucht-chips of stukjes gedroogde kokos kon kopen en zelfs bloemenkransen voor in je haar. Als je geluk had kon je er ook voor de dorst een verse kokosnoot kopen, die ter plekke voor je werd onthoofd. Keurig nette witte mormonen kerkjes - bijna op het enge af zó schoon, netjes en strak in de lak –  op fanatiek kort gemaaid gras, contrasteerden met de toch wat slonzige en kleurrijke lokale huizen.


Een lift

Er stopte een auto. Dat gebeurt wel vaker hier: er stopt een auto en de chauffeur vraagt waar je heen wilt. “We willen naar Laura. “, het einde van het eiland, nog een kleine dertig kilometer verderop.
      “Stap maar in, ik rij jullie er wel heen.”
Een vrouw van in de vijftig zat achter het stuur van de pick-up, ze had een krans van bloemetjes in het haar. Haar vriendin zat naast haar. Er werden wat spullen van de achterbank in de laadbak gedumpt en we konden gaan zitten. We reden verder westwaarts, het landschap veranderde niet, palmbomen met zeezicht aan beide zijden, kleine dorpen, kinderen, honden, af en toe een flauwe bocht, maar hoofdzakelijk rechtdoor en dat alles met het lokale slakkengangetje van 30 kilometer per uur.
      “Ogenblikje, “ze draaide de auto de weg af en parkeerde naast een huis. “Even m’n nichtje ophalen, die wil vast wel mee.” Er werden wat boodschappen het huis in gedragen en even later kwam ze met een meisje terug dat bij de vriendin op schoot ging zitten.  “Hier, deze zijn voor jullie.” De vrouw rijkte een tros bananen aan - van die heerlijke kleine zoete banaantjes -, alsook twee flessen koud water. “Voor onderweg,” zei ze. Alsof we een flinke reis tegemoet gingen.
      Maar ja, met zo’n snelheid was het ook al gauw een uurtje rijden.


De Brum familie

Onderweg vertelde ze dat ze Nica heette en advocaat was. De meeste zaken die ze behandelde hadden met geschillen over landeigendom te maken.
Nica was een telg uit de de Brum familie, een beroemde familie in de Marshalls. Advocaten, rechters, maar ook plantagehouders en onlangs nog de minister van buitenlandse zaken was een de Brum. Allemaal afstammelingen van José Anton de Brum een Portugees uit Pico in de Azoren die zich eind negentiende eeuw in de Marshall Eilanden vestigde. Hij trouwde een Marshallese uit Maloelap Atol en kreeg veel kinderen die, vanwege het feit dat in de Marshalls afstamming via de matriarchale lijn verloopt als 100 procent Marshallees werden gezien.
      Mede daardoor kon de Brum later Likiep Atol kopen dat tot dan eigendom was van de Chief van Maloelap. Samen met de Duitse handelaar Adolph Capelle (de Marshall Eilanden waren toen nog Duits gebied) startte de Brum een handelsonderneming op Likiep gebaseerd op de verkoop van kopra die uitgroeide tot een van de meest succesvolle ondernemingen in de Marshalls. Er werden vele huizen gebouwd op het hoofdeiland van Likiep atol waarin ook tegenwoordig nog wordt gewoond en het grote plantage huis is gerestaureerd en uitgeroepen tot nationaal erfgoed van de Marshall Islands.

“Ik ga er af en toe nog heen, het is nog steeds familiebezit,“ zei Nica.
      Voor ons splitste de weg zich, iets wat we nog niet eerder hadden gezien. We waren in Laura – door Amerikaanse militairen in de tweede wereldoorlog als een soort codenaam vernoemd naar de actrice Lauren Bacall- aangekomen, het meest westelijke stukje Majuro dat misschien wel 500 meter breed was.
      “Hier moet je kiezen welke route je neemt,” zei Nica een beetje trots alsof het een plek was waar belangrijke beslissingen werden genomen. We hielden links aan en opeens was de zee nog maar aan één kant zichtbaar. Nog een kilometer verder en we hielden stil bij een houten hek waar in de schaduw van een enorme boom een oudere vrouw op een boomstam zat. Achter het hek lag Laura Beach, het enige echte strand op het 57 kilometer lange eiland.

“Je moet die mevrouw een dollar entree betalen, dan mag je naar het strand zo lang je wilt. Er zijn picknicktafels en toiletten en er is ook een klein winkeltje. Veel plezier!”
”Waar gaan jullie nu heen?” vroegen we.
“Oh, wij rijden weer terug. Ik woon niet zover van het Peace Park.”

  

 

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 2007 

Thüringer Rostbratwurst


Holzhausen

Het bekendste product uit de deelstaat Thüringen in Oost-Duitsland is de braadworst. (Thüringer Rostbratwurst). Sinds 1 januari 2004 een door de E.U. beschermd regionaal product.
      Als je alles wil weten van deze voortreffelijke worst moet je naar het dorpje Holzhausen gaan. Daar is namelijk het eerste Duitse braadworstmuseum gevestigd.
      Dat kan je lopend doen vanuit de Stadtbrauerei in Arnstadt; een route (Vom Bier zur Bratwurst), die onder meer over de Weinberg en de Kalkberg leidt. Als je een rondje loopt is dat zo'n acht kilometer.

 

Museum

      


Geheim recept


Slager Tatzel

Slager Herbert Tatzel uit Arnstadt is één van de weinigen, die er niet geheimzinnig over doet.
      Voor twintig worstjes gebruikt hij twee kilo varkensvlees (1 kilo buik en 1 kilo schouder). Vier eieren en melk en bloem naar behoefte om het goed te binden. Naast peper en zout gebruikt hij komijn, majoraan en wat knoflook.
      Het vlees gaat de molen in. (Gaatjes van drie millimeter doorsnee). Eieren en kruiden erbij en deze substantie goed kneden. Binden met melk en bloem en blijven kneden tot 't aanvoelt alsof je in watten knijpt. Het vlees gaat daarna een machine in die de worstjes in natuurdarm perst.
     

De worst moet 't liefst op houtskool geroosterd worden. Grillen mag ook.
In ieder restaurant in Thüringen kun je de braadworst krijgen. Het lekkerst at ik het in het zeer Duitse café-restaurant Das urige Wirtshaus in Suhl.
      Een paar worstjes, aardappelpuree, sterk gekruide zuurkool, donker brood en een dotje mosterd.
Daarbij moet je Arnstädter bier drinken.

 

  

 

Een land van displaced persons

 

 

Angst voor de toekomst

(Door Rolf Weijburg)

De fragiele laagliggende atolstaat de Marshall Islands, het op zes na kleinste land ter wereld, werd door de Amerikaanse atoomproeven in de jaren vijftig toch min of meer een land van displaced persons.
      Het land werd in 1986 “onafhankelijk” nadat het was losgekoppeld van het door Amerika geadministreerde UN Trust Territory of the Pacific en een nieuw contract met Amerika ondertekende. Dit contract, het zogenaamde Compact of Free Association, voorziet in grote sommen geld die de US jaarlijks in het land blijven pompen tezamen met allerlei andere soorten hulp en ondersteuning. Daartegenover staat dan weer wèl dat Amerika het exclusieve recht behoudt om de strategisch gelegen eilanden te gebruiken voor welk defensief doel dan ook, waarbij defensief een ruim begrip mocht blijven.
      Met andere woorden: de Marshall Islands zijn eigenlijk Amerikaans militair gebied en de Association is niet zo Free als het lijkt. Immers, zonder het geld zouden de Marshalls nauwelijks kunnen overleven en mèt het geld moet het toch maar naar de Amerikaanse militaire pijpen blijven dansen. Overigens wordt de strijd om de Pacific tussen de US en China ook in de Marshalls uitgevochten: het is misschien niet helemaal toevallig dat de Marshall Islands nog één van de slechts vier Pacific naties is die Taiwan erkent en niet, zoals de laatste jaren steeds meer de trend lijkt, China.

               

 

Delap-Uliga-Djarrit

Er staat dan ook een flinke Taiwanese ambassade op Majuro Atol. Als je vanaf het vliegveld naar het oosten rijdt ligt het gebouw vlak bij de nog grotere Amerikaanse ambassade aan de rechter kant van de weg.
      Vanaf hier rij je de hoofdstad van het land in, Delap-Uliga-Djarrit oftewel DUD, dat iedereen gewoon Downtown noemt terwijl de rest van de wereld het gemakshalve bij Majuro houdt. Het 57 kilometer lange eiland dat als een kronkelende slang in de eindeloze Pacific ligt is hier een beetje breder dan aan de westkant van het vliegveld en op diverse plaatsen is er zelfs ruimte voor een tweede straat, parallel aan de hoofdstraat.
      DUD is niet mooi. Integendeel, DUD heeft de uitstraling van een ernstig verwaarloosde buitenwijk van een middelgrote Amerikaanse provinciestad. Woonhuizen en grote loodsen wisselen elkaar af. De huizen zijn er verwaarloosd, afgebladderd, in elkaar gestort zelfs hier en daar. Allerlei door Chinezen gerunde winkels. Overheidsgebouwen, een gerechtsgebouw, het postkantoor. Het Robert Reimers Hotel met het Tide Table Restaurant, het oudste en één van de weinige restaurants in Majuro. Er is ook een gesloten museum en er zijn The National Archives. Veel kerken zijn er natuurlijk want God en Jezus geven hoop en overal sjouwen Mormonen - jonge mannen in zwarte broek, zwarte schoenen, wit overhemd en een opgespeld naamkaartje - met hun aktetassen altijd getweeën door de hitte.

Wrakken

Autowrakken liggen her en der langs de weg en roedels verwilderde honden maken wandelen niet altijd prettig.

Aan de lagunekant zijn de stranden vervuild en liggen grote zeeschepen weg te rotten in de tropische zon terwijl aan de oceaanzijde het water tegen de randen van de stad beukt.

 

Onder water

Bij hoogwater lopen delen van het eiland onder. De klimaatverandering en de stijgende zeespiegel zijn hier acuter dan ooit. Er is overbevolking op de smalle eilanden, er is een gigantische werkloosheid en de uitzichtloosheid drijft velen tot alcoholisme. Bijna alle gevangen vis wordt geëxporteerd en omdat de beperkte en onvruchtbare grond weinig landbouw toelaat moet het meeste voedsel worden ingevoerd. Daardoor zijn de mensen gewend geraakt aan het eten van junkfood, ingeblikte vis, corned beef en spam, waardoor de Marshallezen tot de dikste mensen ter wereld zijn gaan behoren en er weinig andere plekken zijn met zo een hoog diabetes percentage.
      Maar aardig en gastvrij zijn ze wel, die Marshallezen. Hoewel het in DUD barst van de taxi’s - die ook nog eens slechts één dollar kosten -, komt het regelmatig voor dat een niet-taxi voor je stopt, iemand het raampje opendraait en zegt : “You wanna free ride?” Zo ook Dokter Holden, psychiater in het plaatselijke ziekenhuis. Hij reed ons een flink deel van de stad door en nodigde ons uit om later in de middag een kijkje te komen nemen op zijn afdeling. Die bevond zich in een wat slonzig gebouw dat apart stond van het ziekenhuis. “Wellness center” heette het hier en anders dan je zou verwachten was dit de verzamelnaam voor allerlei afgeleide medische disciplines zoals psychiatrie en fysiotherapie.


Psyche

“Het is de uitzichtloosheid hier die de psyche aantast”, zei hij vanachter zijn bureautje toen we hem opzochten in zijn kantoor. Dikke gordijnen konden de zon op het raam maar amper tegenhouden en de airco stond op tien. “Een onderliggende angst voor de toekomst. De lage eilanden en de stijgende zeespiegel. Onbewust heeft dat veel invloed op de gesteldheid van de bewoners hier. Je kan wel van alles willen, maar wat heeft het voor zin. Eens houdt het hier tóch op te bestaan.”
      Dokter Holden zelf kwam oorspronkelijk van Kosrae, een ruig, vruchtbaar en bergachtig eiland in buurland Micronesië. “In ons ziekenhuis op Kosrae hebben ze geen psychiaters nodig. Daarom ben ik hier.”

      Aan het eind van de middag taxieden we terug naar Joe’s Place. We liepen langs het huis naar de tuin aan de oceaanzijde. De uitgestrekte zwarte koraalplateaus met de “pools” waren verdwenen. Het was vloed geworden en de golven beukten tegen het tuinmuurtje.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

  

 

Een vreemde ommekeer


“How’s life in Majuro? “

(Door Rolf Weijburg)

Het is ook weer niet zo dat 70 jaar claims, rechtszaken en protest helemaal niets heeft opgeleverd.
      De Bikinianen kregen miljoenen aan uitkeringen, schadevergoedingen en voorschotten van de Amerikaanse overheid. Daarnaast is Kili eiland - maar ook het in Majuro atol gelegen minuscule Ejit - voorzien van elektriciteit, air-conditioning en stromend water. Kili eiland heeft bovendien een airstrip, hoewel er zelden een vliegtuig landt (de nationale luchtvaartmaatschappij wordt niet voor niets Air Maybe genoemd). Maar toch, het zijn allemaal verworvenheden die de meeste van de andere eilanden in de Marshalls ontberen.

      Ondanks dat blijft het waar dat de Bikinianen hun adoptieve overbevolkte eiland Kili waar de meesten sinds 1948 wonen, vanwege de onmogelijkheid om door de branding te breken en te gaan vissen en het gebrek aan ruimte voor enige landbouw, terecht een gevangenis blijven noemen. Dat hun thuiseiland Bikini nog steeds onbewoonbaar is en nooit grondig is schoongemaakt. Dat de eilandbewoners gebukt gaan onder ernstige ziektes, nog steeds miskramen krijgen en voortijdig sterven als gevolg van de radioactieve straling na de atoomproeven.
      De protesten gaan daarom gewoon door.

(De Marshall Islands Journal, 6 maart 2020)

Lifestyle

“De enigen die hier nog een beetje geld hebben zijn de Bikinianen!”
      De taxichauffeur keek wat nors voor zich uit.
How’s life in Majuro?” had ik hem gevraagd, en hij had geantwoord dat er niet zo veel gebeurde, maar dat het goed was. Het wordt er wel steeds duurder, moest hij toegeven, alles moet worden ingevoerd en het feit dat de Amerikaanse dollar de nationale munt is, maakt het allemaal waarschijnlijk niet goedkoper. Er is vooral veel te weinig werk en daarom heeft niemand hier geld. Behalve de Bikinianen dus.
      Er heeft zich een vreemde ommekeer voorgedaan. Waren de Bikinianen in de jaren vijftig de mensen waar niemand mee wilde ruilen, tegenwoordig worden ze met een beetje jaloezie bezien. Oké, ze hebben flinke ellende achter de rug, ze zijn ziek geworden en hebben hun eiland verloren, maar nu zijn ze eigenlijk een stuk beter af, financieel in ieder geval, dan veel van hun landgenoten.

      “En kijk, onder ons gezegd, bijna iedere nu levende Bikiniaan is nog nooit op Bikini geweest en als je het mij vraagt zullen ze er ook nooit terugkeren. Het is een droom, die lang geleden misschien realistisch leek, maar nu niet meer. Die terugkeerdroom houden ze wel koppig in stand. Dat is hun goed recht natuurlijk, maar ondertussen levert het ook wel mooi een hoop geld op! Slachtofferschap is handel. En hoe meer geld ze hebben, hoe meer ze aan luxe gewend raken, hoe minder ze terug willen naar hun traditionele lifestyle op Bikini ...”

      We waren het vliegveld voorbij en draaiden het graspad bij Joe’s huis op. Het was bijna donker.

Vlucht

Die ochtend waren we met een vlucht van Nauru Airlines vertrokken vanuit Tarawa in het naburige Kiribati dat net als de Marshall Islands één van de vier atolstaten ter wereld is en onder de stijgende zeespiegel zou kunnen verdwijnen.

Na een voor de Pacific zeer korte vlucht van iets meer dan een uur, kwam Majuro atol waarop de hoofdstad van ’s werelds op zes na kleinste land ter wereld de Marshall Islands ligt, in zicht.


Airport

Het Amata Kabua International Airport is ongeveer net zo breed als het eiland, dat behalve aan de twee wat dikkere uiteinden Rita (vernoemd naar actrice Rita Hayworth) en Laura (vernoemd naar actrice Lauren Bacall) nergens meer dan 100 meter breed - en meestentijds veel smaller- is. Er loopt één enkele weg overheen: 57 kilometer lang. Toen het vliegveld gebouwd werd was er niet genoeg ruimte meer over om er ook nog een weg naast te leggen, en op deze plek moest er extra land worden bijgestort.

      “In het begin, toen het nieuwe vliegveld er net lag, was er helemaal geen weg, toen reden we gewoon over het vliegveld en ging er ergens een slagboom naar beneden als er een vliegtuig landde of opsteeg, maar nu is er deze bypass.” Joe reed zijn vette zwarte RAM pick-up truck met het lokale slakkengangetje van 25 km per uur naar het westen. Niemand reed harder dan dat.

      Joe was één van de drie aanbieders van een Airbnb in de Marshall Eilanden en wij waren zijn gasten.  Hij was ons komen ophalen op het vliegveld en reed ons naar zijn huis dat net ten westen van het einde van de landingsbaan lag. Hier begon volgens de eilandbewoners countryside.  Oostwaarts vanaf het vliegveld, het meest geürbaniseerde deel van Majuro, werd Downtown genoemd.

Joe's Place

We draaiden links de weg af en stopten bij een ruime groene villa op palen, die net als alle andere huizen op dit smalle eiland, uiteraard aan zee stond. Joe liet onze kamer zien, we konden de keuken gebruiken zo we wilden en moesten verder maar gewoon doen alsof we thuis waren.
      We wilden wat spulletjes gaan inkopen voor het ontbijt en Joe nam ons mee naar de supermarkt.
“Ik moet toch die kant op, hoef je niet te lopen en zie je meteen waar het is.”

      Weer terug langs het vliegveld en verder richting downtown, tot aan een op zee doodlopend zijweggetje, waar opeens twee redelijk moderne flatgebouwen stonden. Vreemd in dit land waar alles laag en plat is en de kokospalmen overal bovenuit steken. K&K Island Pride stond er op de winkel. Kandrikdrik kon Yokwe (Deel het weinige voedsel dat u heeft met liefde) was het voor een winkelketen wel wat overdreven romantisch - ideologische onderschrift.

      Op de deur hing een briefje.
“Helaas zijn wij vandaag vanaf 16 uur gesloten vanwege een personeelsfeestje”.

      Het was vijf over vier. Joe was alweer weggereden.

Iemand zei dat er verderop nog een K&K was, maar dat ze daar waarschijnlijk hetzelfde feestje aan het vieren waren.
      “Payless Supermarket, Downtown, is your best bet.” Daar moesten we wel met een taxi heen.

Taxi’s in Majuro zijn er genoeg. Ze rijden heel langzaam, het zijn allemaal shared taxi’s, dat wil zeggen dat je meestal niet alleen in de auto zit maar met maximaal vier anderen, het zijn bijna allemaal Hyundai personenauto’s en ze zijn regelmatig zwaar gehavend. Ze rijden met z’n allen met 25 kilometer per uur die ene weg op en neer dus je hoeft nooit te zeggen waar je heen wilt, zolang je maar aan de goede kant van de weg in stapt kom je altijd waar je moet zijn. Iederéén neemt de taxi. Vaak rijden de vrienden of familieleden van de taxichauffeurs een paar stukjes mee en als de scholen uitgaan zitten alle taxi’s vol met scholieren.

      Als je verder dan het vliegveld wilt, moet je dat wel even melden want de weg gaat na het vliegveld nog dertig kilometer door. Je betaalt dan ook meer uiteraard. Zolang je echter ten oosten van het vliegveld blijft kost een ritje 1 US$, ongeacht hoever je blijft zitten en mocht je ergens onderweg even snel iets willen kopen dan kan dat ook altijd. De chauffeur zet de auto dan eventjes aan de kant van de weg en geen medepassagier die zal protesteren. Heel relaxed allemaal.

Taxi

Over de hoofdweg hobbelde een onophoudelijke stroom auto’s als in slow-motion voorbij. Geen scooters zoals in Kiribati of Tuvalu, nee, allemaal auto’s. We hielden een taxi aan en reden naar de Payless Supermarket (Ha! Payless? Pay more!), deden onze inkopen en namen een andere taxi voor de terugweg. Toen de laatste passagier was uitgestapt vroeg ik de chauffeur:

How’s life in Majuro?


 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh