Reizen (301)

 

 

Vijf vliegtuigen joh!

Gisteren schreef ik een stukje over Cochabamba, een stad in Bolivia Zuid Amerika. Ik was daar in het voorjaar van 2004 toen mijn oudste kleinzoon Luc vier en een half jaar oud was.
      Ik legde hem uit -met de Atlas opengeslagen- dat Cochabamba ver weg was. Eerst met het vliegtuig naar Miami in Amerika. Dan naar Barbados in de Caraïben. Vervolgens naar de grootste stad La Paz van Bolivia. Vandaar naar die andere grote stad Santa Cruz en dan met een klein vliegtuig naar Cochabamba. Vijf keer vliegen.

Als de juf in groep 1 op een dag uitlegt, dat Parijs ver weg is, steekt Luc zijn vinger op en zegt:
     
      ‘Nee hoor.
      Weet je wat pas ver weg is? 
     
      COCHABAMBA!
       Dat is wel vijf vliegtuigen ver!'

 

 

 

 

Voorjaar 2004  

Een gebrandmerkte man

Als we uit de bus stappen bij het stadion wijst Theo de plaatselijke parkeerwachter aan. 
       ‘Dat is Marco’. 
Ik kijk de man aan en zie een gebrandmerkt gezicht met verschrikkelijke littekens. Hij is dik aangekleed en heeft een doek over zijn hoofd. Pas 26 jaar oud.
Het gebeurde acht jaar eerder in Cochabamba, een stad in het centrum van Bolivia. Marco logeerde bij zijn vriend Victor. Toen hij in zijn eentje het huis verliet, dachten buurtbewoners dat hij een inbreker was. Ze pakten hem, bonden hem vast aan een lantaarnpaal, goten benzine over hem heen en staken hem in brand.
      Lynchen noemen ze dat in Bolivia.

Cochabamba is een stad van bijna één miljoen inwoners. Heel druk, lawaaiig, divers, gezellig en crimineel. Een mengelmoes van Indianen, Mestiezen, Latino’s en blanke afstammelingen van Spanjaarden, die allemaal één ding gemeen hebben. Ze kauwen op Cocabladeren.
       De stad ligt op 2600 meter hoogte en heeft volgens de Lonely Planet gids het meest plezierige klimaat ter wereld. (There is hardly a healthier or more ideal climate on earth with clear, beautiful skies.).
      Theo Roncken, een Nederlander die hier woont, vindt dit laatste een beetje onzin. Cochabamba ligt in een dal en als het warmer wordt, blijven de uitlaatgassen hangen.‘Smog is hier jammer genoeg een heel normaal verschijnsel‘.

In de stad publiceerde de organisatie Accion Andina de getuigenis van Marco onder de kop ‘Gebrandmerkt’ als schrikwekkend voorbeeld van dit soort wraakacties.
     
Uit het rapport:

      Marco was een straatkind. Nooit naar school geweest. Zijn ouders werkten op de markt en gingen iedere dag s’ochtends om vier uur weg om pas ‘s avonds laat terug te komen. Victor, een buschauffeur ontfermde zich over de jongen, die uit huis wegliep toen hij zeven jaar oud was. Ze verloren elkaar een tijd uit het oog tot Marco achttien jaar was en -met die noodlottige gevolgen- bij Victor in huis werd opgenomen.


Politie steelt luxe jeep


Het is maar één verhaal uit een lange reeks van criminaliteit, geweld, seksueel misbruik, corruptie, oplichting, wraak en uitbuiting.

Daniël bijvoorbeeld had een winkel met hebbedingetjes, die hij zelf uit China haalde. Hij boerde goed en kocht op zeker moment een luxe Jeep. Een paar weken later werd de auto gestolen. Daniël deed uiteraard aangifte, hoewel hij -zoals vrijwel alle inwoners van Cochabamba- weinig vertrouwen in de politie had. Wekenlang hoorde hij niets, tot hij een telefoontje kreeg van iemand uit de San Antonio gevangenis.
      Volgens deze gesprekspartner was de auto ’ontvoerd’. Hij kon hem voor 3.000 US$ terugkrijgen. Daniël bracht een bezoek aan de gevangene, die hem uiterst professioneel uitlegde dat hij niets met de diefstal van doen had, maar hem wel als tussenpersoon van dienst kon zijn.

Daniël ging direct op het aanbod in. Zijn verzekeringsagent was namelijk zeer blij met deze nieuwe situatie en zag -ook zonder betaalbon- geen problemen om de afkoopsom op zich te nemen. Ook de contactpersoon in de gevangenis handelde de zaak natuurlijk zonder enig papierwerk af.
      Daniël vond na een paar aanwijzingen zijn auto terug op een braakliggend stuk land. In goede staat en zelfs met een half gevulde tank. Alleen de ingebouwde cassetterecorder ontbrak. Van de politie kreeg hij een complimentje dat de zaak zo probleemloos was opgelost.

Toen hij met een paar vrienden naar het beste restaurant van de stad ging om de terugkeer van zijn auto te vieren, zag hij zijn ’tussenpersoon’ in gezelschap van een aantal politiemensen.
      Zij hadden ook wat te vieren.

 

        

 

Voorjaar 2004

Miami Airport: Grof & Onbeschoft

In theorie klopte het. Vlucht MP 645 van Martin Air zou om kwart voor drie landen op Miami International Airport in Florida. Om kwart over vier zou in het Dolphin Stadium de honkbalwedstrijd tussen de Florida Marlins en de Chicago Cubs beginnen. 

      Ik zou een taxi nemen naar het stadion en na afloop slapen in het Catalina hotel aan Collins Avenue. In mijn binnenzak zat een perskaart voor die wedstrijd. Recht achter de BACKSTOP zou ik zitten met een riant uitzicht op het speelveld. De volgende ochtend om negen uur zou ik doorvliegen naar Bolivia. Zware bagage kon in de kluis op het vliegveld.
      Mooier kon het allemaal niet.
Vlucht 645 arriveerde op tijd. Het vliegtuig werd snel ontruimd. Dat ging dus voorspoedig. Tot ik arriveerde in de aankomsthal. Bij de douane stonden duizenden mensen in achttien rijen van minstens vijftig meter lang te duwen en te trekken. Een volstrekte chaos.

Een paar Colombianen, die voor mij in de rij stonden waren na ruim drie uur wachten aan de beurt. Ze hadden een ander formulier in het Spaans ingevuld, maar dat was niet naar wens van de mevrouw achter het loket. Zij reageerde grof en onbeschoft en stuurde de mensen terug. Zij wees naar achteren en zei: “Ga maar terug. Daar achter zijn mensen, die je helpen om het formulier in het Engels in te vullen’.

Zo mogelijk nog onbeschofter waren de mannen & vrouwen, die de bagage controleerden. Een ieder, die er een beetje Arabisch uitzag werd er uitgehaald en gecontroleerd. De spullen werden uit de tassen gehaald, op een hoop gegooid en niet terug gestopt. De mensen werden ook uitvoerig gefouilleerd. Sommigen verdwenen in hokjes, waar ze -werd mij verzekerd- tot diep in hun anus werden gecontroleerd.

Waarop?
      Tja.

Narcotica mag je niet binnen brengen. Chemicaliën ook niet. Medicijnen alleen met een doktersverklaring,.
      Verder is het verboden om bij je te hebben: fruit, groenten, planten, plantaardige producten, aarde, vlees, vleesproducten. Ook geen vogels, slakken en andere levende en/of wilde dieren.

ONGEACHT HET BEDRAG.

Om nog even te onderstrepen, dat je hier een echt kapitalistisch land binnengaat, leer je dat het vervoer van valuta of waardepapieren -ongeacht de waarde- natuurlijk wel is toegestaan.   
       In mijn handbagage zat een pakje stroopwafels, waarvan de stroop steeds stroperiger werd. Die had ik bij me op verzoek van een Nederlandse mevrouw bij wie ik in Bolivia op bezoek zou gaan. Twintig meter voor het loket, heb ik dat spul maar in een vuilnisbak gekieperd.
     
En de wedstrijd… ach de wedstrijd was in de laatste inning toen ik op mijn hotelkamer arriveerde. 

Gelukkig verloor het team uit Miami dik.

 



 
Een koloniale vlag

In de Brits koloniale vlag van Barbados, het op twaalf na kleinste land ter wereld, zien we vrouwe Brittania “ruling the waves”. Staand in een schelp en voortgetrokken door twee paarden, houdt ze Neptunus’ drietand strijdlustig in haar hand.


De afgebroken drietand

  (Door Rolf Weijburg)

       Toen Barbados in 1966 onafhankelijk werd, werd de nieuwe Barbadiaanse vlag gehesen: drie verticale banen blauw, geel, blauw met in het gele vlak ook een drietand.
      Maar deze drietand heeft geen steel, het is een afgebroken drietand ten teken van de breuk met het voormalige moederland.

      Bij de ceremonie in de nacht van 29 op 30 november 1966 werd ook het nieuwe volkslied “In plenty and in time of need” ten gehore gebracht.

In plenty and in time of need
When this fair land was young.
Our brave forefathers sowed the seed
From which our pride was sprung,
A pride that makes no wanton boast
Of what it has withstood,
That binds our hearts from coast to coast
The pride of nationhood.

Refrein:
 
We loyal sons and daughters all
Do hereby make it known
These fields and hills beyond recall
Are now our very own.
We write our names on history's page
With expectations great.
Strict guardians of our heritage,
Firm craftsmen of our fate.

The Lord has been the people's guide
For past three hundred years.
With Him still on the people's side
We have no doubts or fears.
Upward and onward we shall go,
Inspired, exulting, free,
And greater will our nation grow
In strength and unity.

 

C. Van Roland Edwards

De muziek was geschreven door de Barbadiaanse componist C. Van Roland Edwards, die op dat moment bijna blind was en moest worden geholpen door zijn twee dochters die de muziek naar noten transcribeerden.

De tekst kwam van de hand van de Barbadiaans-Amerikaanse songwriter Irving Burgie.
       Hij was een gelauwerd liedjesschrijver die grote faam behaalde met de songtekst voor de Caribische evergreen Island in the Sun”, tot wereldhit gezongen door de Jamaicaans-Amerikaanse zanger Harry Belafonte.


Island in the Sun

In de film “Island in the Sun(Trailer), waarin raciale ongelijkheid in de koloniale Cariben centraal staat, speelde Belafonte naast James Mason, Joan Fontaine en Joan Collins een hoofdrol. De film werd in 1956 uitgebracht en was grotendeels in Barbados opgenomen.


Farley

 

Protserig

Eén van de Barbadiaanse filmlocaties was het voor de gelegenheid nogal protserig gerestaureerde Farley Hill Mansion, eind negentiende en begin twintigste eeuw één van de meest luxueuze landhuizen op Barbados dat omringd werd door wat toen gold als de prachtigste tuinen van de hele Cariben, een uitbundige weelde aan exotische planten vanuit overal ter wereld.
      Sinds de jaren dertig stond Farley Hill bijna permanent leeg en was het aardig gaan vervallen. Het huis bleef ook na de korte drukte tijdens de filmopnames leeg. Slechts enkele jaren nadat de filmcrew de deuren achter zich had gesloten, brandde het in 1857 gebouwde complex tot op de grond af.
      Alleen de muren bleven over.

 

Nationaal park

Tegenwoordig is het hele gebied inclusief de nog steeds aanwezige ruïne van het landhuis Barbadiaans staatseigendom. Het is nu een nationaal park en af en toe worden er evenementen zoals het Barbados Jazz Festival georganiseerd.

Farley Hill National Park is een zeer geliefde plek op het eiland met fantastische uitzichten over het noordelijke  heuvellandschap en de Atlantische oceaan.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

The song of the black-necked crane

Hij heette Michael. Kwam uit Oldenburg in het noorden van Duitsland. Hij was voor twaalf dagen mijn buurman. Voorjaar 1999.
      Locatie: Een hotel in Thimphu, hoofdstad van Bhutan. Een onafhankelijk bergkoninkrijk aan de rand van de Himalaya tussen India en China. Ik had geen kamer in dat hotel, maar een appartement met twee slaapkamers, een huiskamer, een grote keuken en een nog grotere badkamer. Er was geen t.v.toestel, want er was toen nog helemaal geen televisie in dat land.
     
Het appartement bevond zich op de vierde etage. Er was geen lift en daarom moest ik vaak trappen lopen. En hoewel ik toen in behoorlijk goede conditie was kostte me dat toch iedere keer moeite want Thimphu ligt hoog, 2300 meter. En dat zorgt voor enige ademnood bij inspanning.
      Michael was in betere conditie. Hij was vegetariër, dronk geen alcohol en leidde verder een zeer bewust sober en verantwoord leven. Hij was Boeddhist. Aanhanger van het Mahayana, een vorm van Boeddhisme, dat in Bhutan een soort staatsgodsdienst is. Overal in dat land zie je gebedsvlaggen en
-molens en hoor je gebedsbellen. Op een bevolking van 600.000 mensen zijn 20.000 monniken.
     
Michael mediteerde iedere dag. Hij liet dan zijn deur open staan en zat meestal in de gang. De duur van de meditatie varieerde, net als het aantal keren.
      Hij volgde gewoon zijn gevoel. Michael kon het –zei hijzelf- inmiddels naar behoren. Hij was begin veertig, maar al meer dan twintig jaar Boeddhist. Hij had in Tibet gemediteerd, in Ladakh, in Thailand en in Laos. In het begin volgde hij een soort groepslessen maar dat vond hij te toeristisch. Mediteren moest je alleen doen. En in Bhutan beviel hem dat ’t best.
      Hij draaide muziek, Michael. Ook tijdens zijn meditatie. DIT SOORT MUZIEK.

Geïnspireerd door de Black-Necked Crane, een kraanvogel die iedere winter via Tibet en omstreken naar Bhutan trekt. Die kraanvogel is een soort nationaal symbool. Belangrijk voor de rijke Bhutanese cultuur. Her en der worden zelfs Black-Necked Crane-festivals gehouden, waarbij de deelnemers zich uitdossen als die vogels.           

     

Ik heb diverse gesprekken gevoerd met Michael, want ik was behoorlijk geïntrigeerd door dat Boeddhisme. Hij geloofde onvoorwaardelijk in reïncarnatie en jawel hoor, hij zou best als kraanvogel willen terugkomen. Toen ik hem vertelde dat ik een monnik had ontmoet, die drie jaar, drie maanden en drie dagen achter elkaar had gemediteerd werd hij uitermate enthousiast. Kon hij deze man niet ontmoeten?
      En toen ik ook nog vertelde, dat ik in Thimphu een inwijdingsritueel –een Puja- had bijgewoond, waarbij monniken op hallucinerende wijze met allerlei soorten toeters en bellen muzikale geluiden maken en daarbij ook zingen, wilde hij die opnames graag horen.

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh