Reizen (380)

 

Voorjaar 2017

Een stad met allure

   

Pécs is een mooie oude stad in het zuiden van Hongarije. Zo’n 150.000 inwoners. Een stad met een groot en divers cultureel aanbod. In de laatste 15 jaar ben ik er vijf keer geweest en ik kan u verzekeren dat de stad in die tijd enorm opgeknapt is.
      Een stad met zeer afwisselende architectuur, met kerken en (voormalige) moskeeën, theaters, overheidsgebouwen, drukke winkelstraten, terrasjes, cafés, restaurants en een groot modern overdekt winkelcentrum.


Szechenyi plein (2017)

   

De stad heeft nog Turkse invloeden. Op de achtergrond de Moskee, die onmiddellijk nadat de Turken vertrokken waren, werd ingericht als christelijke kerk. Het standbeeld herinnert ook aan die tijd.
      Op het paard zit generaal Janos Hunyadi die tegen de Turken vocht in de vijftiende eeuw. Het standbeeld werd in 1956 opgericht 500 jaar na de dood van de generaal.


Szechenyi plein (2009)

               

Een stad met allure dus. Mede door de grote plaatselijke universiteit, die veel internationale contacten onderhoudt en uitwisselingsprogramma’s uitvoert. Het jonge internationaal getinte studentengezelschap geeft de stad allure en staat in groot contrast met het Zuid-Hongaarse platteland, waar de mannen in de dorpjes traditiegetrouw de vrouwen nog steeds geen hand geven.
      Waar nog behoorlijk veel armoe wordt geleden, zigeuners worden gediscrimineerd en werkloze mensen te werk worden gesteld om hun sobere uitkering van een paar honderd Euro per maand uitgekeerd te kunnen krijgen. En een zeer grote meerderheid van die bevolking moet niets van vluchtelingen hebben en steunt het regeringsbeleid om aan de grens in het oosten en zuidoosten hekken te plaatsen.


Stadstheater

   

De verbeteringen kwamen er echter vooral dankzij steun van de Europese Unie. Je ziet dat op veel meer plaatsen in het land. Veel wegen bijvoorbeeld zijn de laatste 15 jaar sterk verbeterd.
      Toch wordt er in Hongarije veel gekankerd op die E.U. Ook al omdat de regering Orbán zacht uitgedrukt bepaald niet Europa-vriendelijk is.  
Mensen wijzen dan vooral op de dingen die verkeerd gaan. In het hele land is een glasvezel kabelnetwerk tot stand gekomen, dat niet werkt. En alweer een paar jaar geleden werd het vliegveld bij Pécs totaal gerenoveerd. Het werd geopend maar is nog steeds niet operationeel.

Vliegveld (2012)


In 2010 was het de culturele hoofdstad van Europa. Dat werd geen succes. Mede omdat een aantal verbouwingen niet op tijd werd afgerond


Provinciehuis (2009)

            


Provinciehuis (2017)
    

 

Stadsfontein

   


Staatstabakwinkel

   


 Voorjaar 2017

Universiteit van Pécs 650 jaar

   

De Universiteit van Pécs is de oudste van Hongarije. Dit jaar wordt het 650-jarig bestaan gevierd.
      Ach! U wist dat niet.
Ik natuurlijk ook niet, maar ik was vorige week in Pécs en belandde midden in deze feestvierende massa.

   

De universiteit werd in 1367 opgericht. Behoorlijk oud dus.
      Veel ouder bijvoorbeeld dan de oudste Universiteit van Nederland (Leiden 1575) of de Universiteit van Amsterdam (1632).
Maar jonger dan Oxford (1167) of Bologna (1088).

   

De Universiteit van Pécs begon klein, maar heeft zich vooral sinds 2000 sterkt ontwikkeld. Zij beschikt over tien Faculteiten, waaronder Rechten, Medicijnen, Geesteswetenschappen, Techniek en Beeldende Kunsten.
      Er zijn veel internationale contacten en uitwisselingsprojecten met universiteiten over de hele wereld.
Er wordt in drie talen lesgegeven: Hongaars, Duits en Engels.
      Gevolg: een internationaal getint studentengezelschap, dat zich hier hossend en zingend door de drukste straat van Pécs, de Király Utca, begeeft
   


Drone

   

Alles werd vastgelegd door een drone.

 

 

Voorjaar 2017

Een veel gefotografeerd denker

Eén van de meest gefotografeerde beelden te Pécs in Zuid-Hongarije is dat van Weöres Sándor (1913-1989). Het staat in de Király Utca, de drukste straat van de stad. Het trekt aandacht. Hier zit een geleerd man. Een denker.
      Veel mensen maken selfies en gaan dan in zo’n zelfde houding staan of zitten.

   

Wie was Weöres Sándor? Of zoals wij zouden zeggen Sándor Weöres, want Hongaren zetten de voornaam achter.
      Op het drukke terras tegenover het standbeeld weet men eigenlijk niet precies wie de man is.
Uitkomst biedt wellicht ’t boek op het tafeltje.   

   

Het is niet meer zo goed leesbaar. Maar ik herken de naam en de jaartallen. Die gaan steeds over zijn activiteiten in Pécs. Hij studeerde daar aan de Universiteit (de oudste van Hongarije).
      Eerst Rechten, daarna Geografie en Geschiedenis. Later behaalde hij een doctoraat in Filosofie en Esthetiek.
Hij was schrijver, dichter, componist, vertaler en wereldreiziger.

Op de dag dat ik er ben vieren studenten en hoogleraren feest omdat de universiteit 650 jaar bestaat.
      Hier trekken ze langs het beeld (uiterst links).

   

Weöres werd geboren in het plaatsje Szombathely in het noordwesten van het land.
      En verdomd: daar is ook zo’n soort beeld. We zien de denker op een bankje, terwijl hij zijn poesje streelt.

  

 

 

 

Voorjaar 2016

Rust & Berusting

 

Dit is Vajszló , een dorpje van 2.000 inwoners in het uiterste zuiden van Hongarije.
     

          


Het ligt vlak bij de grens met Kroatië (Horvatorszag).

 

 

 

 

 

 

 


Voorjaar 1988

Hidden Valley Ranch; een privé gevangenis


Meneer T. F. Keohane Jr. legde het enthousiast en uitvoerig uit. Je neemt in San Francisco de uitvalsweg naar het zuiden richting Mateo County.
      Je rijdt langs de kust via Pacifica en Half Moon Bay naar San Gregorio. Sla linksaf en ongeveer een kilometer voor het plaatsje La Honda ga je rechtsaf een onverharde weg op.
      Er staat een klein bordje met ‘Hidden Valley Ranch’
Na vierhonderd meter ziet u ons gebouw. Midden in het bos op een inderdaad verborgen plek. ‘Past u op voor reëen en herten, want die zitten daar volop’.
     
      Ik ben hier met Lida Iburg voor een radioprogramma van de VPRO. De Hidden Valley Ranch is een privé-gevangenis. In Nederland is in 1988 een plan gepresenteerd om te gaan onderzoeken of het gevangeniswezen -deels- geprivatiseerd kan worden.   
 

Mr. Keohane

        

Meneer T.F. Keohane Jr. ziet -en ruikt zelfs- er uit zoals hij klonk. Fris, opgewekt, enthousiast. Hij zal ons rondleiden en vertellen wat de voordelen van privatisering zijn. We kunnen met gedetineerden spreken en mogen een counseling meemaken.

‘U treft het’, zegt hij. ’Dat doen we één maal per week. Onder mijn leiding. Goede resultaten behalen we hier. Absoluut goede resultaten’.

      In de gevangenis zitten 112 gedetineerden. Vrijwel allemaal zijn het drugsverslaafden, die ‘gewone’ misdaden hebben gepleegd. Overvallen, inbraken, geweld.

      Ze hebben een cel voor zichzelf en kunnen in de inrichting simpele klusjes doen. Daarnaast hebben ze een enkelband om zodat de leiding voortdurend op de hoogte is waar ze zijn. (Dat bespaart personeel). Ze kunnen bovendien ieder moment te horen krijgen dat ze onverwacht gecontroleerd kunnen worden. Controles op bezit en gebruik van drugs.
      Als ze eenmaal gepakt worden krijgen ze een waarschuwing; na een tweede keer worden ze onherroepelijk teruggestuurd naar een staatsgevangenis.

St. Quentin

En dat laatste willen ze in geen geval. Ze gaan dan meestal naar de St. Quentin gevangenis bij San Francisco.
      En het kan wel dat Johnny Cash daar
zijn bekende lied heeft opgenomen, maar de regel ‘St, Quentin I hate every inch of you’ gaat voor deze gevangenen echt op. In de Hidden Valley hebben ze een eigen cel en redelijke bewegingsvrijheid; in St. Quentin zitten ze met zes op cel, hebben ze weinig bewegingsvrijheid en er is hiërarchie, corruptie, uitbuiting, seksuele intimidatie en seksueel misbruik.
       Dat horen we van alle gevangenen die we spreken. Alles, echt alles liever dan terug te moeten keren naar St. Quentin of -als ze bijvoorbeeld HIV besmet zijn- naar de California Medical Facility in Vacaville, waar plaats is voor 4.730 inmates, maar waar er op dat moment 8.035 zitten.

     

Counseling

Bij de counseling is het druk. Lida is een aantrekkelijke vrouw en dat heeft zich snel rondgepraat. Zo’n 60 gevangenen zitten in een halve cirkel rond een tafel waar mister Keohane heeft plaatsgenomen. Wij moeten er gewoon tussen zitten en dan wordt Frank naar voren geroepen. Een man van een jaar of vijftig, die vrijwel zijn hele leven al crimineel is. Alles bij elkaar heeft hij ruim twintig jaar gevangen gezeten.

      Frank moet zijn verhaal vertellen, Hoe het allemaal zo gekomen is en wat hij eraan denkt te doen om een normaal burger te worden. Frank kan dat goed. Hij heeft ’t kennelijk al vaker gedaan. Hij schetst een ontroerend beeld van zijn jeugd, compleet met een dronken vader, die er op los ramde, een moeder die de hoer speelde, een jeugd van miskenning, misbruik, armoede en ellende. Iedere keer probeerde Frank er bovenop te komen, maar altijd gebeurde er weer wat, zodat hij terugviel.

      Het is een clichéverhaal, dat aanslaat vanwege de manier waarop hij het vertelt. Gedragen met beheerste pathos, stemverheffing hier en daar en soms bijna een traan.

      Als hij klaar is moeten alle inmates hun indruk geven. Eerst de negatieve indrukken, dan de positieve. Lida en ik moeten ook meedoen. Dat vinden de gevangenen prachtig. Als ik zeg dat hij een geboren loser lijkt, volgt er een beleefd applaus, maar als Lida ferm te kennen geeft dat zij hem ’een push’ wil geven -onderstreept met een vuist naar boven- , volgt hard instemmend gebrul.

Miramar Beach

   

Na afloop als we weer terugrijden naar San Francisco bespreken we natuurlijk ons bezoek. We zitten in het Miramar Beach Restaurant te Half Moon Bay met uitzicht op de oceaan. Er zijn krabbepoten en grote garnalen.  Er is witte wijn uit California. Nederland is ver weg. 
        Bovendien is de situatie in de V.S. totaal niet te vergelijken met Nederland. 

 

 

 

 

Oktober 2016

Het mooie dorpje Sønderho

  

Fanø in Denemarken is het meest noordelijke Waddeneiland, maar maakt volgens deze kaart geen deel uit van het UNESCO Werelderfgoed.
      Dat lijkt mij onterecht en ik zal uitleggen waarom.

    

Het is een prachtig eiland met zo’n 15 kilometer ononderbroken breed strand, met bossen en duinen en twee aantrekkelijke plaatsjes: Nordby en Sønderho.
      Vooral dit laatste dorp is zeer de moeite waard om te bezoeken.
Het werd in 2012 door de Denen uitgeroepen tot mooiste dorp van het land.


   

Je kunt er komen per veerboot vanuit Esbjerg. Nog geen kwartier varen.
      Er is een bootje voor voetgangers en fietsers en een ferry voor auto’s.

   

   

Sønderho heeft kleurige huizen met rieten daken, want het riet groeit daar volop. Ze staan vrij dicht opeen. Er lopen tussen de huizen door voetgangerspaadjes, die het allemaal intiem maken.
      De huizen staan in verband met heersende winden min of meer in gelid. De daken in het zuiden worden het meest geteisterd en moeten om de paar jaar hersteld of vernieuwd worden. Een enkel huis staat door ruimtegebrek ‘’verkeerd’’.

   

   

 

       Dat leren we tenminste van Robert Peel. In een plaatselijk café sprak hij ons aan in vlekkeloos Engels.
  Of we soms uit Nederland kwamen.
      Hij bleek een Engelsman, die zich op dit eiland gevestigd had. Tenminste in de zomer, want in de winter was het er veel te koud en te nat. Robert had ook in Nederland gewoond en bleek goed Nederlands te spreken.
      ‘’Of we 27 minuten de tijd hadden’’. Dat hadden we.
Het bleek voldoende voor een rondleiding door het dorp.

 

Na een tocht over smalle paadjes eindigen we bij een decoratief wandbord, waarop de geschiedenis in voor- en tegenspoed is verbeeld.
      Een voor zo’n klein dorp rijke geschiedenis met op het bord een zogeheten welvaartslijn waarop economische invloeden duidelijk herkenbaar zijn. Rampen, oorlogen, bloei en rijke visvangsten volgen elkaar op.

   

Een bord ook met een kritische ondertoon. Kijk eens naar dit tegeltje.
      Volgens Robert Peel zitten er te veel zeehonden rondom het eiland met als gevolg dat er vrijwel geen vis meer in de zee zit. De plaatselijke overheid wil daar maatregelen tegen nemen, maar wordt tegengewerkt door een Deens alternatief voor ‘’Wakker Dier”.
      Het was de bedoeling dat de tegel met de zeehond onder de paraplu in Delfts Blauw zou worden gefabriceerd bij de Koninklijke tegelfabriek in Makkum Friesland, maar dat bleek veel te duur.

     

Kritiek is er ook op de Kopenhagers, die op Fanø een tweede huis hebben. ‘’Te arrogant’, vindt de plaatselijke bevolking. En ze ‘’doen maar wat’’. Verven hun huizen in kleuren en strepen ‘’alsof het wenkbrauwen zijn’’.
      Op het bord komt dit tot uitdrukking door de K (Kopenhagen) op het oude nummerbord.

  

In de haven van Sønderho lagen in 1980 nog zo’n 30 schepen.

  

Nu is het dichtgeslibd. Er zijn plannen om de boel uit te baggeren, maar ook dit ondervindt weerstand.

  

Buiten het dorp is daar allemaal niets meer van te merken. De duinen zijn hoog en het strand is breed.

  

Overstromingen waren er in het verleden ook. Op deze paal staan de jaartallen van de laatste twee eeuwen. De hoogste stand werd bereikt in 1839.

  

  

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh