Nieuwe woorden (101)

 

Dotteren & fröbelen

Aan mijn lijstje mensen, die een werkwoord werden kunnen er weer een paar toegevoegd worden.
      Bijvoorbeeld fröbelen naar de Duitse pedagoog Friedrich Fröbel.
De goede man had al een ander eponiem op zijn naam: de Fröbelschool.

      En dan is er dotteren, genoemd naar de Amerikaanse arts en radioloog Charles Theodore Dotter.

Het werkwoord wecken (inmaken) is afgeleid van de Duitse fabrikant Johann Carl Weck.

      Hypnotiseren komt van de Griekse mythologische figuur Hypnos

En dan hebben we ook nog kieken (een kiekje maken) naar de Leidse fotograaf Israël Kiek.

      Ik kreeg nog een paar suggesties, die wel leuk zijn, maar volgens mij niet in het rijtje passen.
Van Drees trekken bijvoorbeeld. Of praten als Brugman.

      Het werkwoord appelen -vernoemd naar Karel Appel , "Ik rotzooi maar wat aan"  wordt inderdaad niet vaak gebruikt, zoals iemand opmerkte. Bovendien zou het aanappelen moeten zijn.  

Op Internet circuleert overigens een lijst met eponiemen HIER.

En Ewoud Sanders schreef er een boekje over. 


Mijn inventarisatie leert dat er inderdaad maar weinig personen zijn, die de eer hebben een werkwoord te zijn geworden.

 

 

Jonassen & pasteuriseren

Ik schreef gisteren een stukje over de film Easy Rider en liet de song “Don’t bogart that joint my friend’’ horen. Hierin is de acteur Humphrey Bogart een werkwoord geworden. Het betekent zoiets als toe-eigenen en slaat op de wijze waarop hij zijn sigaretten rookte..
      Er is hier sprake van een eponiem. Een woord voor een begrip, een ding, een wetenschappelijke ontdekking, een gerecht, etc. dat is afgeleid van een persoon. Er zijn heel veel eponiemen; ook in het Nederlands. Maar het aantal werkwoorden is beperkt zoals ik merkte toen ik wat ging zoeken.

      In Duitsland spreekt men tegenwoordig van merkeln naar Angela Merkel. Het staat voor ‘’intellectueel treuzelen”.
In Nederland kennen we in dit verband belubberen -bewust niet goed informeren- naar Ruud Lubbers.
      En in Zweden is het werkwoord zlataner geijkt. Het betekent domineren en is afgeleid van de voetballer Zlatan Ibrahimovic.

      Het oudste voorbeeld is waarschijnlijk filibusteren. Dat is het extreem lang rekken van redevoeringen, met het doel de behandeling van een wetsvoorstel te blokkeren of minstens te vertragen.

      Het meest bekend: pasteuriseren naar de Franse scheikundige Louis Pasteur.

Andere voorbeelden die ik heb kunnen vinden zijn:

      Jonassen

Dit verwijst naar de profeet Jona die op een dag door een aantal zeelieden overboord werd gegooid.

      Onaneren
Volgens een bijbelverhaal was de zelfbevlekker Onan de tweede zoon van Juda en Sua

     Sonjabakkeren 
Een dieet volgen van Sonja Bakker

     Montignaccen
Een dieet volgen van Montignac

     Appelen
Een beetje aanklooien naar een uitspraak van Karel Appel

     Lynchen 
Hier komen diverse heren Lynch voor in aanmerking

     Boycotten
Afgeleid van kapitein James Boycott, rentmeester op een landgoed in Ierland, 

     Fletcheren
Het langdurig kauwen van voedsel. De methode is genoemd naar de Amerikaanse fabrikant  Horace Fletcher


Ach. U bent opgesloten. Maak er een spellettje van. En geef mij de voorbeelden door


Bogart-Bacall Syndroom

Overigens staat Humphrey Bogart ook model voor een ander eponiem: Het Bogart-Bacall syndroom.
      Lauren Bacall was zijn echtgenote en mede-filmster.  
Het syndroom verwijst naar de gevolgen van het geforceerd en voortdurend met een te lage stem praten, waardoor een slechte ademhaling ontstaat en de stembanden worden aangetast.

 

 

De Taalbank

Onderstaande lijst heb ik overgenomen van De Taalbank, een weblog over taalverandering in het Nederlands. Een initiatief van Ton den Boon, hoofdredacteur van de Dikke Van Dale.


Corona-apocalyps 

corona (de) ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2 2 verkorting van coronavirus, Latijn, letterlijk krans

corona-angst (de) angst het coronavirus op te lopen en/of er ziek door te worden

corona-apocalyps (de) doemvoorstelling van de rampzalige maatschappelijke en economische gevolgen van een grootschalige corona-epidemie of -pandemie

coronabrandhaard (de) besmettingshaard van het coronavirus

coronacontainer (de) verblijfscontainer waarin een of meer personen die mogelijk besmet zijn met een coronavirus tijdelijk in quarantaine kunnen verblijven

coronacrash (de) beurscrash die het gevolg is van de (angst voor een) coronacrisis of -recessie

coronacrisis (de) economische en/of financiële crisis die het gevolg is van een oncontroleerbare corona-uitbraak

corona-epidemie (de) epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. SARS-CoV-2

coronagriep (de) ziekte als gevolg van infectie met het coronavirus, voorgesteld als een vorm van griep in de aspecifieke betekenis: infectieziekte die gepaard gaat met klachten aan de luchtwegen en koorts

coronahamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit voorzorg dat je geveld wordt door corona of dat je gedwongen wordt in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen

coronakoerier (de) koerier die een pakje niet afgeeft, maar voor de deur zet ter voorkoming van een besmetting met het coronavirus

coronakoorts (de) ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2

coronamaatregel (de) maatregel ter bestrijding van het coronavirus en de uitbraak van de daardoor veroorzaakte ziekte COVID-19

coronamedicijn (het) medicijn ter behandeling van de gezondheidsklachten die het gevolg kunnen zijn van een infectie met het coronavirus

corona-ontkenner (de) iemand die de ernst van de door het coronavirus SARS-CoV-s veroorzaakte virusziekte COVID-19 ontkent; gevormd naar analogie van klimaatontkenner

coronapandemie (de) wereldwijde epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. SARS-CoV-2

coronapaniek (de) grootschalige angst onder de populatie van een stad of land voor het coronavirus en/of een corona-uitbraak

coronaparanoia (de) overdreven achterdocht jegens bepaalde mensen van wie je (al dan niet terecht) vreest dat ze je met het coronavirus zouden kunnen besmetten

coronapatiënt (de) iemand die lichte of zware klachten heeft als gevolg van een besmetting met het coronavirus

coronaracisme (het) racisme en de uitingen daarvan gericht tegen mensen die behoren tot een volk of etnische groep die op grote schaal getroffen is door een uitbraak van het coronavirus en dientengevolge beschouwd wordt als verspreider daarvan

coronarecessie (de) recessie door de economische schade die het gevolg is van (draconische overheidsmaatregelen in reactie op) een uitbraak van het besmettelijke en in sommige gevallen levensbedreigende coronavirus SARS-CoV-2

coronaslachtoffer (het)  iemand die ernstig ziek is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVID-19 2 iemand die gestorven is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVI-19: er vallen honderden coronaslachtoffers te betreuren 3 persoon of organisatie die economische schade lijdt als gevolg van de coronapandemie: KLM is een van de grote coronaslachtoffers op de beurs

coronaspijbelaar (de) leerling die niet besmet is met corona en die zelfs niet verkouden is, maar die de uitbraak van het coronavirus aangrijpt als excuus om te spijbelen

coronastress (de) stress als gevolg de uitbraak van corona, bv. stress om met het virus besmet te raken of stress in verband met de economische gevolgen van de coronacrisis

coronasymptoom (het) symptoom van corona, m.n. COVID-19, zoals droge hoest, kortademigheid en koorts

coronatoerisme (het) toerisme naar een plaats waar geen of weinig beperkingen worden gesteld aan het leiden van een normaal leven, inclusief uitgaan en feesten

coronatest (de) test om te bepalen of iemand besmet is met het coronavirus

coronatestkit (de) buis­je waar­in slijm uit de mondholte en neus van iemand wordt ver­za­meld om vervolgens in een laboratorium te kunnen be­pa­len of deze persoon besmet is met corona

coronatriage (de) triage waarbij bepaald wordt of iemand die ziekteverschijnselen vertoont die kunnen wijzen op een coronabesmetting op corona wordt getest of voor corona wordt behandeld

corona-uitbraak (de) uitbraak van een door een coronavirus veroorzaakte ziekte, m.n. de virusziekte COVID-19

coronavakantie (de) als een vakantie voorgestelde periode dat iemand als gevolg van corona geen contactonderwijs kan volgen en/of niet naar zijn werk kan

coronavirus (het)  virus uit een geslacht van virussen die uiteenlopende aandoeningen veroorzaken, zoals verkoudheid, SARS, MERS en COVID-19: het nieuwe coronavirus, informele benaming voor SARS-CoV-2 2 het coronavirus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt

coroneus (bijvoeglijk naamwoord)  betrekking hebbend op een door het coronavirus veroorzaakte infectie: een coroneuze hoest 2 lijdend aan corona: coroneuze patiënten 3veroorzaakt door een corona-epidemie of pandemie: een coroneuze depressie; gevormd van corona en het achtervoegsel –eus, dat ontleend is aan het Franse achtervoegsel –eux

 

 

 

Gehoord & gelezen:Besmettingsvirussen


Democratiseringsvirus

Sreamingvirus
Calimerovirus
Meningenvirus
Moddervirus
Angstvirus
Paniekvirus
Opinievirus
Babbelvirus
Beurzenvirus
Economievirus
MeToo-virus
Gedachtenvirus
Pseudovirus
Carrièrevirus
Annuleringsvirus
Sluitingsvirus
100kilometer-virus
Hamstervirus
Dominovirus
Strategovirus
Stamboomvirus
Hoaxvirus
Crisisvirus
Eenzaamheidsvirus

 

 

 

Subcategories

Beelden

  

  

  

  

Klimaatneutraal

Flessengraf