Eten & drinken (56)

 

De verfijnde Ghraoui Chocolaatjes

Ik hou niet zo erg van chocolaatjes, maar toen ik er eentje nam uit dit doosje was ik vertederd door de verfijnde smaak. Zo kon het dus ook.

 

Prix d'honneur

Ik heb ’t doosje gekregen van mijn oud-VPRO-collega Stan van Houcke, die eind vorige eeuw naar Syrië ging om een aantal programma’s te maken. Daar in de hoofdstad Damascus was ook de Ghraoui chocoladefabriek.
       Er werkten zo’n 250 mensen. Kapje voor de mond, handschoenen aan en een soort badmuts op het hoofd om aan alle hygiënische wensen te voldoen.

       In 2005 won het bedrijf met zijn producten de Prix Spécial d’Honneur bij de Salon du Chocolat in Parijs.

De familie Ghraoui vestigde in 1805 een handelsfirma in Damascus. Het begon allemaal met de verkoop van koffie, thee en fruit. Het werd een succes en in 1931 werd de chocoladefabriek geopend. Dat was nogal bijzonder, want het Midden-Oosten kende geen enkele traditie op dit gebied.
     
Maar er werden deskundigen uit Europa aangetrokken en bij de fabricage werd gebruik genaakt van typische Midden-Oosten-spullen als amandelen en pistachenoten.   

In 2012 vond ik het doosje terug en schreef er een stukje over. De fabriek was ondanks de burgeroorlog, de terreur en de verwoestingen nog steeds open. Dat verbaasde mij en ik benaderde Esseline van de Sande.   
      Zij woonde van 1999 tot 2005 in Syrië en studeerde Arabisch aan de Universiteit van Damascus. Werkte daar ondermeer voor de Nederlandse ambassade, voor Shell en de VN.


Zij schreef:

''Iedere familie heeft wel ergens een schaal met bonbons staan die zodra gasten zich melden rondgaat. Ghraoui vertegenwoordigt daar een bijzondere positie en wordt dan ook gegeten door de meer gefortuneerde Syriërs. De producten van Ghraoui worden niet alleen in het Midden-Oosten verkocht maar ook in London en Parijs. Met de huidige situatie in Syrië zal de geroutineerde eeuwenoude handelsfamilie inventief blijven om ergens door te gaan met de productie en distributie van deze verrukkelijke chocolade''.

 

Esseline had het helemaal juist. Later in 2012 werd de fabriek in Damascus gesloten en de familie Ghraoui besloot in Europa een nieuwe fabriek te vestigen.   
Waar?
In Budapest Hongarije!

Uitgerekend in Hongarije waar het vluchtelingenbeleid het strengst van Europa is. Syrische vluchtelingen bijvoorbeeld worden daar niet toegelaten.
Tenzij je kennelijk geld hebt en wil investeren.
De fabriek in Budapest draait inmiddels op volle toeren en in de binnenstad is een winkel van de firma waar de chocolaatjes verkocht worden. In Doha Qatar is er ook één en binnenkort gaat een winkel open in Parijs.  

 

 

 

 

 

 

 

Zeeuwse boeren & het verre Bhutan

Het is druk bij bakker De Visser in Zierikzee. Ik sta in de rij en heb de tijd om naar de schappen te kijken. En daar staat het: Vlegelbrood.
      Zeeuwse Vlegel dus. Biologisch brood, dat gemaakt wordt van met speciale zaden geteelde tarwe,  die tot wasdom komt zonder gebruik te maken van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
      Op het brood zit een ouweltje om de echtheid te benadrukken.


Milieuconferentie Rio de Janeiro

We gaan terug naar 1992. In Rio de Janeiro wordt de Internationale Milieuconferentie gehouden met als thema duurzame ontwikkeling. Nederland sluit met drie ontwikkelingslanden een samenwerkingscontract op basis van ‘’gelijkwaardigheid en wederkerigheid’’. Dat zijn Benin (Afrika), Costa Rica (Midden-Amerika) en Bhutan (Azië).  
      En het is op die conferentie, dat Bhutan bekend maakt een bedrag van 200.000 US$ te schenken aan jonge Zeeuwse boeren, die het jaar daarvoor De Zeeuwse Vlegel hebben opgericht. Dat gebeurde in overleg met bakkers, molenaars, de Zeeuwse Milieufederatie en een paar landbouworganisaties.

Minister Dasho Khandu Wangchuk

Ik hoorde van dit initiatief op de radio en vroeg mij direct af wat dat voor land was: Bhutan. Ik las er het één en ander over en nam mij voor er nog eens naar toe te gaan als dat zo uitkwam.
      Dat verlangen werd versterkt in 1997 toen minister Dasho Khandu Wangchuk van Landbouw naar Nederland kwam en in de Tijgerzaal van Artis een cheque overhandigde aan de Zeeuwse Commissaris van de Koningin Wim van Gelder.

De Ontwikkelingsorganisatie SNV vestigde zich in Bhutan en in 1999 kreeg ik via hun bemiddeling ministeriële toestemming om naar dat behoorlijk besloten en geïsoleerde land te gaan.


Een bizar sprookje

Ik zou er twaalf dagen blijven en voelde mij al die tijd opgenomen in een bizar sprookje.
      Onderdeel van een soort Middeleeuws Volksspel, dat speciaal voor mij werd opgevoerd. Verbazing in een Boeddhistische bergstaat tussen India en China, waar toen al een algeheel rookverbod gold, waar plastic tasjes verboden waren; een land met weinig verkeer, zonder industrie en met de schoonste lucht ter wereld. Een land waar de bossen alleen maar uitdijen en men zich zorgen maakt om de beren en wolven, die steeds dichter bij de stad komen.    

      Ik heb daar diverse stukjes over geschreven.

  

Reizen 27: Thimphu Bhutan

Beelden 180: Bezweringsmasker uit Bhutan

Ontmoetingen in de open lucht 4; Lama Tsultrim in Thimphu 

Audio 25: Inwijdingsritueel & zwetend monnikenwerk



 Knapperig & lekker 

      Zeeuwse Vlegel dus. Het is op tal van adressen in Zeeland en Zuid-Holland bij de warme bakkers te verkrijgen.
 Mijn brood was tot mijn verbazing luchtig en -als je het even warm maakte- knapperig en lekker. 


      In Bhutan heb ik ’t niet gezien. Helemaal geen brood trouwens. 

 Men eet daar -ook bij het ontbijt- rijst. Veel rijst. Met peper. Veel peper.
      Vrijwel geen vlees en al helemaal geen vis.

 Voor een buitenlander is er in de restaurants nog wel een kippetje te vinden.



 

 

 

Hongaarse eendenlever

   

De herberg bevindt zich in het plaatsje Harkány in het zuiden van Hongarije. Dicht bij de grens met Kroatië.
      Eigenaresse Katalin noemt zichzelf voor buitenlandse gasten Katharina, want zij heeft jarenlang in Duitsland gewoond en gewerkt.
Daarom noemt zij haar vendéglö ook een gasthaus.

   

Waar we vandaan komen en of we een goede reis achter de rug hebben. Of we iets van het huis willen drinken. En ja hoor ze herinnert zich heel goed dat we hier jaren geleden al eens geweest zijn. En dat we toen ganzenlever hebben gegeten.
      Jammer, zegt ze, op dit moment is dat er niet. Maar er is hoop, want ze heeft wel eendenlever.  
Dat kan ze op grootmoeders wijze klaar maken. Gebakken met veel uien en zelfgemaakt paprikapoeder.

   

Er zijn theorieën dat de ganzen- en eendenlever in Hongarije diervriendelijker wordt geproduceerd dan in Frankrijk. Maar dat is waarschijnlijk onzin.
      De beesten worden volgens diverse bronnen gedwangvoederd.
De levers worden dan groter en zo krijg je foie gras (vette lever).


   

We gaan hierover niet in discussie met Katharina.
      Ze is vriendelijk en gastvrij, het weer is goed, de lever is voortreffelijk, we zijn in plezierig gesprek met dierbare vrienden en op het terras is eventueel dierenleed opportunistisch ver weg.    


Harkány

   

 

 

 

Lollig bedoelde koppenmakerij

 

   

De Volkskrant heeft een rubriek onder de naam Volkskeuken. Zes dagen per week geeft een gezelschap van zes dames en heren op een vaste dag een recept. Altijd ingeleid met een anekdote.
     
Over het algemeen zijn het aardige en soms verrassende gerechten, die niet zo moeilijk te maken zijn. De auteurs doen hun best om het aantrekkelijk te maken en slagen daar over het algemeen goed in.
      Maar ja.
Ze leveren hun stukje in en dan zijn ze overgeleverd aan de koppenmakers. En daar zit er in ieder geval één tussen, die het niet begrijpt. Hij -ik denk dat het een hij is- kan zelf niet koken en heeft een verhuld dedain voor deze rubriek. Hij vindt het geen journalistiek, meent eigenlijk dat 't in een damesblad thuishoort en reageert zich af door er een lollig bedoelde kop boven te zetten.
      Onno Kleyn bijvoorbeeld, een gerenommeerd kookschrijver met meer dan veertig boeken op zijn naam, schrijft voor De Volkskeuken een recept voor een tortilla met feta en tijm. De volgende dag verschijnt zijn stukje in de krant onder de kop ‘’Voor na een rolberoerte’’.
      Misschien neemt hij er schouderophalend kennis van; misschien denkt hij ‘’weinig smaakvol’’, misschien kan hij er besmuikt om lachen of wie weet doet hij zuinig zijn beklag bij een geliefde. Niet te hopen overigens dat er in zijn omgeving iemand is die ooit een echte rolberoerte gehad heeft.
       Maar ook hij weet dat het geen uitzondering is. Het is al jaren zo. Ik heb nog wat meer van die lolbroekerij uitgeknipt.

Daar gaat íe”

  

 

 

 

De krakelingenbakkers van Heukelum

  


In november 2012 schreef ik een stukje over Heukelumse krakelingen. Een lokaal product, dat gemaakt zou worden door bakker Bert van Voorden, die een winkel heeft in dit plaatsje in Gelderland.
      De krakeling is zoet, zacht en enigszins stroperig omdat er gele basterdsuiker in verwerkt wordt. De krakeling kraakt overigens niet.

Ik leerde dat de historie van de Heukelumse krakeling iets gecompliceerder is, want ik kreeg de volgende reactie van Grietje Avina van Voorden:


Geachte heer van den Boogaard,


In eerste instantie mijn complimenten voor uw prachtige website.

Graag wil ik u een paar aanwijzingen geven over “de krakeling” die gemaakt wordt in het stadje Heukelum.

Op de website staat vermeld dat dit heerlijke koekje wordt gebakken door Bert van Voorden.

Deze krakeling wordt echter gebakken door BERRY VAN VOORDEN. Dit is de krakelingenbakker van Heukelum.

Bert van Voorden bakt brood en banket en is afnemer van de krakelingen van Berry van Voorden .

Deze krakelingen worden dus wel in zijn winkel verkocht zoals in meerdere winkels.

Berry van Voorden heeft ook het predicaat Hofleverancier en woont en werkt in het voormalig Drostenhuis in de Voorstraat.

                                              
Misschien heeft u ook interesse in de Historie van de krakelingenbakkers.:

--Christiaan van Voorden geboren in 1839 te Tuil was de eerste krakelingenbakker in Heukelum in een pand aan de Torenstraat In Heukelum. Hij is later verhuisd naar Spijk en heeft ook daar de krakelingen gebakken.

Na zijn dood heeft zijn weduwe, Antonia Vervoorn in 1914 het pand in de Voorstraat (voormalig Drostenhuis) in Heukelum gekocht en werden daar ook weer de krakelingen gebakken door

--Harrie van Voorden geb. 1887 (ook een zoon van Christiaan)

 

 

 

De zoon Arie van Voorden (ook een zoon van Christiaan) geb.1900 heeft in 1946 de zaak in Heukelum overgenomen en werd de volgende krakelingen bakker.

--Ook diens zoon, ook een Arie van Voorden (1932), heeft na zijn pensioen  de traditie weer voortgezet.

 

Na het pensioen van deze Arie van Voorden heeft

--Berry van Voorden de zaak overgenomen en is nu de krakelingenbakker van Heukelum.

Totaal 5 generaties!!

De historie van de krakeling maakt het geheel interessant  voor de lezer.

Ik hoop dat u deze informatie kunt waarderen en gebruiken.


Met vriendelijke groet,

Grietje van Voorden (dochter van A. van Voorden 1900)

   

Als u wilt weten hoe de krakelingen gemaakt worden, kijk dan even naar dit filmpje (Ga naar 14'47') 'van Omroep Gelderland.
      Bakker Berry begint 's ochtens om vier uur, gaat door tot drie uur en heeft dan 4.000 krakelingen in elkaar gedraaid. Hij eet ze zelf niet meer. 

 


Drostenhuis Heukelum

   

 

 

Subcategories