Reizen (380)

 

Franse en Spaanse brievenbussen

(Door Rolf Weijburg)

In 1840 bedacht Sir Rowland Hill de postzegel “Penny Black”. Een zegel met het portret van Koningin Victoria erop die je op een brief moest plakken en waarvoor je vóóraf moest betalen.
      Tot die tijd werden brieven met koeriers verzonden die bij de geadresseerde hun hand moesten ophouden om voor hun diensten betaald te krijgen. De prijs van die verzending was de som van een ingewikkelde hoeveelheid lokale tarieven.
      Met de vooraf betaalde postzegel moesten er nieuwe regels worden opgesteld die de vele overeenkomsten met betrekking tot de kostenberekening voor internationale post tussen de landen onderling konden vervangen. Immers als je in land A een postzegel koopt voor de verzending van een brief naar land B, moet van datzelfde in land A betaalde geld immers ook de postbode betaald worden die de brief in land B bezorgt.


UPU

Daarvoor werd uiteindelijk in het Zwitserse Bern de UPU, de Universal Postal Union, opgericht, die o.a. de financiële afwikkelingen van het internationale postverkeer regelt.
       Tegenwoordig zijn meer dan 195 landen lid van de UPU.


Weltpostdenkmal


Niet Andorra

Maar niet Andorra, het op 16 na kleinste land ter wereld.
      Toch zijn er wel degelijk Andorrese postzegels en kan je vanuit het bergstaatje, net als vanuit alle andere landen ter wereld, zonder problemen internationale post versturen.

      Andorra is een co-prinsdom dat wordt geregeerd door de Bisschop van het Spaanse (Catalaanse) Seu de Urgell en de Franse President, die in de 19e eeuw nog als echte Andorrese Prinsen met (gedeelde) macht over het bergstaatje regeerden. Om de één of andere reden kreeg Spanje in 1838 de organisatie van de Andorrese post toebedeeld, maar omdat dat proces nauwelijks werd opgepakt besloot Frankrijk in het gat te springen en opende een postkantoor in Andorra dat een Frans Departementaal postnummer kreeg. Het gebruikte Franse zegels met een overdruk “Andorre”.

                   

Pas in 1929 kwam Spanje met een postaal verdrag voor Andorra en gaf het de eerste serie Andorrese postzegels uit.


Postale bezetters

Er bestonden nu dus twee postale systemen naast elkaar in Andorra, de Franse Post die inmiddels na lokale protesten het Franse postale nummer voor Andorra had opgeheven en ook begonnen was met de uitgifte van Andorrese postzegels (maar dan in het Frans:  Vallées d’Andorre) en de Spaanse post.

 

Eigen territorium

Beide landen lieten de internationale Andorrese post via hun eigen territorium lopen. Er was een unieke situatie ontstaan waarin een onafhankelijk land geen eigen nationaal postbedrijf had maar waarvan de post werd verzorgd door twee buitenlandse postbedrijven. Andorra kon daardoor geen lid worden van de UPU, die de internationale post uit en naar Andorra niet anders dan onderdeel van de Franse en Spaanse post kon beschouwen.
      Voor internationale post betaalde je, voordat de Euro werd ingevoerd, met Franse francs in een Frans postkantoor of met Spaanse peseta’s als je een Spaans postkantoor in stapte, want Andorra heeft nooit een eigen munt gehad. Beide postale bezetters waren het er al die tijd over eens dat de Andorrees voor de binnenlandse post niet hoefde te betalen, maar daar zijn ze onlangs op teruggekomen.


Postbox

Door deze gespleten postale persoonlijkheid vind je tot op de dag van vandaag Franse zowel als Spaanse brievenbussen in de Andorrese straten. Andorrese brievenbussen, net als Andorrese postkantoren, bestaan niet.

      Ik kocht wat Frans-Andorrese postzegels in een Frans postkantoor en wat Spaanse in een Spaans postkantoor, plakte de zegels op twee identieke postkaarten en postte de Frans gefrankeerde kaart in een Franse brievenbus en de Spaans gefrankeerde in een Spaanse brievenbus in Andorra la Vella.
      Beide kaarten kwamen drie dagen later in Utrecht aan. Zowel de Franse als de Spaanse post bleken vanuit Andorra dus prima te werken.

Ik had eigenlijk ook twee kaarten in de verkeerde brievenbussen moeten posten. Een Franse in een Spaanse brievenbus en een Spaanse in een Franse. Maar toen me dat te binnen schoot had ik het co-prinsdom al verlaten.
       Ik ben er nooit meer terug geweest.


Route


 
 

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Winter 2008

''Ruiken moet je; ruiken''

 

Kersttruffels

We zitten volop in het seizoen van de wintertruffels. Truffels zijn zeldzaam en ze zijn duur.
     
Maar zijn ze ook lekker?
Ik kocht ze wel eens of at ze voor behoorlijk veel geld in Nederlandse restaurants. Het viel vaak tegen.
      Weinig smaak of juist een overheersende smaak.
Tot ik in het plaatsje Norcia in Italië belandde.
     
Het stadje ligt aan de rand van Umbrië. Redelijk ver weg van Assisi en Perugia.

Een straat omhoog voert naar het plein San Benedetto.
      In die straat en op dat plein zijn tal van delicatessenwinkeltjes, restaurants en trattoria waar je die truffels kunt kopen of eten.
Vaak wordt het verwerkt in pasta’s , maar er zijn ook truffelsalsa’s, truffelpaté’s, en truffelworsten.
      En ik moet het eerlijk toegeven :heerlijk!

De uitbaters in die winkeltjes willen je met alle plezier tips geven.
      Goede truffels ruiken heel sterk. 'Ruiken moet je; ruiken!'
Als ze nauwelijks ruiken is het rotzooi.
Er schijnt veel rotzooi in de wereld verkocht te worden. Chinese truffels bijvoorbeeld. Niets aan.

De truffels in Norcia en omgeving worden opgespoord door speciaal afgerichte honden.
      Vroeger gebruikte men varkentjes, maar die vonden de truffels ook lekker en aten ze soms op. De honden doen dat niet.

In de winkeltjes liggen in de winter zwarte truffels in tal van maten. Je moet ze niet te lang bewaren.
      Eigenlijk kun je ze het beste vers eten. Invriezen wordt afgeraden.
De truffel kan weer wel bewaard worden in drank. Grappa of Cognac bijvoorbeeld. 
     
Je kunt het ook in goede olijfolie onderdompelen. Dan gaat die olie er naar smaken.
Truffelolie bij de Nederlandse supermarkt is overigens een chemisch product. Daar komt geen echte truffel aan te pas.

       Norcia is dus een culinair centrum. Bij al die winkeltjes zijn naast die truffels ook hammen en worsten te koop en je vindt er een grote verscheidenheid aan linzen.

Ik kocht daar ProsciuttoTascabile, Salame Casarecco, Salame del Contadino, Salame Nursino, Coccine , Fiachetta en Lenticchie di Casteluccio di Norcia. En dan was er ook nog truffelkaas onder de naam Rustichella al Tartufo.

Als je bij Ristorante Benito vlak bij het plein gaat eten kun je daar ook slapen.

 

 

 

Voorjaar 2011

Bergdorpjes & Olijfgaarden

Het achterland van de Italiaanse Bloemenrivièra is in allerlei opzichten uitermate aantrekkelijk.
      Je bent hier in de uitlopers van de Maritieme Alpen, waar na iedere bocht van de smalle wegen een klein karakteristiek dorpje kan liggen.
Hier is ‘t zelfs in het hoogseizoen rustig. Verstild.
      Dorpjes met kleurige huizen, smalle straatjes, trappetjes, poortgewelven, kerken, pleintjes, smalle galerijen, winkeltjes, restaurants en terrassen.
Er zijn middeleeuwse burchten, Romeinse bruggen, monumentale kerken en kapelletjes,

Er staan veel huizen leeg in die dorpen.
      Jonge mensen vertrekken naar drukke plaatsen aan de kust, waar geld te verdienen is: San Remo, Genua, Imperia, Finale Ligure.
Anderen vertrekken naar de grote stad om er te studeren en te werken: Milaan, Turijn.

In sommige bergdorpen zijn veel huizen gekocht en opgeknapt door buitenlanders.
      De plaatselijke bevolking is daar wel blij mee.
Het voorkomt niet alleen leegstand en verkrotting, maar zorgt ook voor kleinschalige economische impulsen.
      Bovendien: de kerk, het restaurant, de bank en het postkantoor blijven geopend.

In dit deel van Ligurië vind je miljoenen olijfbomen die tot op een paar honderd meter tegen de heuvels groeien.
      Soms gelaagd in terrassen.
Er komt hier verfijnde olijfolie vandaan.
      Bougainville is er. Vijgcactussen, citroenen, sinaasappels.

Valloria


Taggia

 


 Lecchiara

 


 Pantavisia

 


Garessio

 

 
Dolcedo

 

 
Molini

 

 
Triora

 

 
Taggia

 


 Lecchiara

 

 
Villatalla

 

 
Vasia

 


Triora

 


Lucinasco

 

 
Borgomaro

 

 
Pantavisia

 

 
Valloria

 


 
Dolcedo

 

 
Molini

 

 
Borgomaro

 

 
Vasia

 

 
Villatalla

 


 Lucinasco

 

 

 

 

 

Voorjaar 2010 

Een mooie rotweg

   

Permanente file

De Via Aurelia (blauw) is een mooie rotweg. Hij slingert langs de Italiaanse kust. Meestal smal (tweebaans), bochtig en verschrikkelijk druk.
      De uitzichten zijn fantastisch mooi, maar je doet er goed aan daar niet te veel naar te kijken als je achter het stuur zit. Tenzij al het verkeer stil staat en dat gebeurt nogal vaak.
Vooral in het vakantieseizoen staat er op de Via Aurelia een soort permanente file.
      Alleen de scootertjes scheuren dan langs je heen.


Laiglueglia: Boulevard



Als je bij de grens met Frankrijk begint rijd je soms langs mooie stadjes en dorpjes , maar je moet er ook vaak dwars doorheen. En steeds staat er op de borden hoe ver het nog naar Rome is.
      Je komt door grotere plaatsen als San Remo, Imperia, Genua, La Specia, Viareggio, Livorno, Grosseto en Civitavecchia.
      Maar natuurlijk vooral door mooie kustdorpjes. Badplaatsen, vissersplaatsen, havenplaatsen. Soms mondain, soms rommelig.
Met brede zandstranden, smalle kiezelstranden of helemaal geen stranden.
      Met kusten die steil omhoog gaan, met boulevards, binnenstraatjes, winkeltjes, restaurants en terrasjes, markten, pleinen en kerken.


Laiglueglia terras


Bussana (San Remo): strand

 


Albenga: Hoofdstraat

 

 

Laiglueglia

 


Albenga: Zijstraat


Laiglueglia: Kerk San Matteo

 

 

Bussana: strand

 



 

,

 

Het landbouwproduct TABAK

               


(Door Rolf Weijburg)

Denk je aan Andorra, dan denk je al gauw aan hoge bergen, skiën, wintersport, wandelen misschien. Of je denkt aan dwergstaten, hoewel Andorra, grofweg zo groot als Texel, nog niet eens zó klein is: er zijn nog 16 landen kleiner dan Andorra.
       Maar hoofdzakelijk moet je toch, vooral als je er al eens geweest bent, denken aan supermarkten vol electronica, drank en sigaretten. De straten van Andorra la Vella, de hoogst gelegen hoofdstad in Europa, staan er vol mee.


Casa dels Tabacs

               

Dat komt omdat er in Andorra veel lagere accijnzen en andere belastingen zijn dan in buurlanden Spanje en Frankrijk waardoor de prijzen van allerlei goederen veel lager liggen. Een pakje sigaretten bijvoorbeeld, kost in Frankrijk minimaal acht Euro, in Andorra gaan ze voor rond de drie vijftig over de toonbank. Tot voor kort.
      Sinds vorig jaar is er een wet van kracht die bepaalt dat een pakje sigaretten in Andorra een minimumprijs van 65% van de gemiddelde Franse en Spaanse prijs moet hebben.

       Dat moet het smokkelen van sigaretten tegen gaan, want denk je aan Andorra, dan denk je aan smokkel.

Uit het Engelstalige zuidwest Franse krantje Languedoc Living van 26 Augustus, 2018:

Several people were arrested in Toulouse last weekend, with more than 700 cartons of tobacco, from Andorra. At around 4:30 am, the police of the anti-crime squad arrested nine people in the area of the boulevard de Suisse in Toulouse, unloading large suitcases on board three cars. Informed by an anonymous call, the police strongly suspected these nine people, eight men and one woman – all of Albanian nationality – of cigarette smuggling.
All the packets came from Andorra and were intended to supply the Arnaud-Bernard district, in the centre of Toulouse. The traffickers walked for four hours through the mountains, and crossed the border on foot so as to try to avoid detection.

Landbouw


Tabak wordt al sinds de  zeventiende eeuw  verbouwd in Andorra, vrij snel na de introductie van de plant in Europa. Aan het eind van de negentiende eeuw was de tabaksverbouw de belangrijkste agrarische tak in het kleine co-prinsdom. Bijna alle beschikbare landbouwgrond werd er door in beslag genomen (wat nog wel meevalt als je bedenkt dat slechts 3% van het land geschikt is voor landbouw).
      De productie overschreed ruimschoots de lokale consumptie. De oogst was hoofdzakelijk bedoeld voor de export, en dan niet zelden de clandestiene export, ’s nachts, over bijna onbegaanbare geheime bergpaden, met een handelspartner aan de andere kant van de grens zonder kasboek en met dikke bundels cash. Smokkel dus.


Accijnzen

De lage accijnzen en belastingen op onder andere tabak en sigaretten hadden van Andorra een smokkelland gemaakt. Vooral toen tabak in Frankrijk en Spanje een staatsmonopolie werd en er in Spanje zelfs een verbod kwam op de particuliere verbouw van tabak werden de prijsverschillen groter en de smokkel steeds lucratiever. Smokkel was min of meer gedoogd in het arme, agrarische Andorra van de negentiende eeuw. Smokkelaars hadden status. Het beroep werd zelfs als eervol gezien en vele families waren er bij betrokken en verdienden er goed geld mee.

      In de twintigste eeuw blijft de verbouw, export én smokkel van tabak een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast waren bij tijd en wijle ook andere producten in trek bij de smokkelaars. Zo sprong Andorra handig in toen in Frankrijk de productie en verkoop van lucifers een staatsmonopolie werd. Er werd een fabriek opgezet, zwavel werd ingevoerd, dennenhout was alom tegenwoordig en in een mum van tijd trokken smokkelaars met enorme vederlichte vrachten spot goedkoop geproduceerde lucifers  over geheime paden de bergen in, de grens over. Door de jaren heen  vonden ook bijvoorbeeld olijfolie, zijde, benzine, make-up of parfum hun (berg)weg de grens over, maar de sigaret bleef altijd het lucratiefst.

      In de jaren negentig van de vorige eeuw vonden opeens miljoenen taxfree sigaretten vanuit het Verenigd Koninkrijk hun weg naar Andorra van waaruit ze werden doorgesluisd naar Spanje en Frankrijk. Het ging om een slimme poging van de tabaksindustrie om belasting te ontduiken die pas opviel en gestopt werd toen uit cijfers bleek dat er, zelfs als je baby’s en kinderen meetelde,  in Andorra opeens gemiddeld 60 sigaretten per inwoner per dag zouden worden weggepaft.

      Toch staat Andorra nog steeds hoog op de wereld rokerslijst. Er zijn weinig anti-rook acties, waarschuwingen en afschrikwekkende beelden op sigarettenverpakkingen ontbreken nog al eens en in de meeste restaurants en bars mag gewoon worden gerookt.

Productie

Tabak (verbouw en industrie) blijft een belangrijk exportproduct maar het toerisme is inmiddels veel lucratiever geworden. De sigarettensmokkel blijft echter nog steeds trekken. Weliswaar minder winstgevend  waardoor de Andorrezen de interesse verliezen en inwoners van minder rijke landen, zoals de Albanezen in bovenstaand krantenartikel, het stokje overnemen.

      Met de nieuwe wet op de tabaksprijzen zal de smokkel van sigaretten wellicht worden teruggedrongen.

Het Tabaksmuseum in San Jùlia de Lòria brengt een eerbetoon aan de tabaksplant en haar waarde voor Andorra en er zijn al toeristische reisorganisaties die wandelroutes en “Four Wheel Drive Adventures” aanbieden langs de verborgen Andorrese smokkelroutes van weleer.

 

  

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh