Reizen (337)

 

 

Prachtig land in problemen

Ik ken diverse Eritreeërs in Nederland. Dat komt omdat ik in 1993 en in 1997 in Eritrea ben geweest.
       Eritreeërs hier vinden dat bijzonder en willen altijd weten wat je van het land en de mensen vindt.
Een kwart eeuw geleden vertelde ik enthousiaste verhalen. Het land was na een lange guerillaoorlog tegen bezettingsmacht Ethiopië in 1993 onafhankelijk geworden. In een driedaags referendum had ruim 99% van de bevolking zich daarvoor uitgesproken. Wekenlang dansten de mensen door de straten. Het was een groots en uitbundig feest. Ik stond erbij en keek ernaar.

      Vier jaar later was de situatie al enigszins veranderd. De regering van guerillaleider Isaias Afewerki had hervormingen en democratische verkiezingen beloofd, maar daar was nog niets van terecht gekomen. Een jaar later begon een oorlog met Ethiopië en later nog eens. 
      Ondertussen werd het steeds onaangenamer in het land. Vrijheden (waaronder pers en godsdienst) werden ernstig beperkt, oppositiegeluiden werden hardhandig de kop ingedrukt en mensen werden zonder enige vorm van proces gevangengezet en vaak gemarteld.

      Er werd een dienstplicht voor mannen en vrouwen ingevoerd. Dat duurde regelmatig tien jaar of langer.
Het gevolg was dat er een vluchtelingenstroom op gang kwam. Ongeveer een half miljoen mensen is gevlucht. Dat ging bijna altijd over land via Sudan en Ethiopië richting Libië. En dan met een bootje de Middellandse Zee over naar Italië.
      In Nederland zijn nu zo’n 17.000 Eritreeërs. Ze hebben over het algemeen wel een vluchtelingenstatus, maar wachten vaak al jarenlang op gezinshereniging. Bij gebrek aan geldige papieren is dat een illusie. In Nederland en andere landen worden ze regelmatig onder druk gezet en gechanteerd door landgenoten.  Ze moeten dwangsommen betalen, want anders volgen er repercussies tegen familieleden. Mensen zijn dan ook bang om in het openbaar met naam en toenaam hierover te praten. Zelfs in zogeheten openhartige gesprekken.

      Als je dus zegt, dat je het een prachtig land vindt met een vriendelijke en charmante bevolking vinden ze dat prettig, maar ze kijken er ook bij alsof ze denken dat je zoiets alleen maar uit beleefdheid zegt. En toch is dat niet waar. Dat zal de komende tijd blijken als ik een paar stukjes ga herhalen, die ik in de loop der jaren over dat land geplaatst heb. 

 

 

 

Onbekend buiten Rusland

Het is vandaag precies veertig jaar geleden dat Vladimir Vyssotski overleed. Hij is de grootste volksheld van Rusland. Zanger, songwriter, acteur. Dissident. Drinker. Gebruiker.
       Ik heb daar diverse keren over geschreven; vorig jaar augustus nog.
Waarom dan nu weer?

        Ergernis!
Ergernis bijvoorbeeld over de Nederlandse Radio, waar op iedere zender dag in dag uit dezelfde muziek gedraaid wordt. Waar ieder jaar een top tweeduizend van populaire muziek wordt uitgezonden. Dat is voor zo’n tachtig procent Anglo-Amerikaanse muziek aangevuld met Hollandse deuntjes, die lekker in het gehoor liggen. Een enkel Duits, Frans of Spaans werk.
Maar Russisch bijvoorbeeld zit er niet in, terwijl iemand als Vyssotski daar absoluut thuishoort.  Vind Ik.
      Daarom nogmaals dit stukje

Op bedevaart naar Moskou

In het voorjaar van 1995 gingen wij op een soort bedevaart naar Moskou.  
      Bestemming was het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum.
Daar ligt Ruslands grootse volksheld begraven: Vladimir Vyssotski. 
      Bewierookt in Rusland; vrijwel onbekend in West-Europa en de rest van de wereld.
Wij hadden een appartement gehuurd in de Malaya Gruzinskaya, een straat waar Vyssotski jarenlang woonde.
      En wij draaiden cassettebandjes.
      En er was Stolichnaya Wodka.


Voorjaar 1995

Vladimir Vyssotski; de Russische volksheld

Drank- en drugsgebruik  

Hij overleed op 25 juli 1980.
      Hartstilstand.
Veroorzaakt door overmatig drank- en drugsgebruik.
      Hij was pas 42.
Vladimir Vyssotski -ook wel liefkozend Volodia genoemd- werd tegen alle regels in begraven op het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum van Moskou. Er was naar schatting een half miljoen mensen.
      Nu is zijn graf een bedevaartsplek waar Russen uit alle delen van de voormalige Sovjet-Unie in alle rust vooral op zondag bijeenkomen.

Vyssotski maakte zo’n 700 songteksten. Daarvan werden er in de Sovjet-Unie maar vijf op een 45-toeren plaatje geproduceerd. Zijn overige teksten werden verboden.
      Hij mocht officieel ook niet optreden als zanger. Als hij onder het publiek kwam ging dat onder de noemer ’ontmoeting met de acteur Vyssotski’. Maar natuurlijk zong hij in die onnavolgbare stijl zijn liederen, waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidde.
      Mensen maakten illegaal opnames. Cassettebandjes werden keer op keer gekopieerd en zo ontstond er een enorm reservoir aan bandjes, waarin druk gehandeld werd.

Bij de ingang van het kerkhof is een stalletje waar je die bandjes voor een paar roebel nog steeds kunt kopen.

   

De Wolvenjacht  

Zijn bekendste lied is De Wolvenjacht. Dit lied werd namelijk niet verboden. Het gaat over jagers, die een gebied met rode vlaggen hebben uitgezet om te verhinderen dat de wolven zullen ontsnappen.
      Maar de leider van de roedel breekt uit, waarna alle wolven volgen en de jagers het nakijken hebben.
Hoewel de symboliek duidelijk is, meenden de communistische leiders zichzelf in de ontsnapte wolf te herkennen, zodat ze het lied niet verboden.

Luister HIER naar de Wolvenjacht    


Marina Vlady
  

Taganka-theater  

Marina Vlady maakt een optreden van Vyssotski mee in het Taganka-theater in Moskou en zal DAARNA aan hem voorgesteld worden.
Zij schrijft:
‘Vanuit een ooghoek zie ik een jonge man aankomen. Hij is klein en slecht gekleed. Alleen de heldergrijze ogen trekken mijn aandacht. Zonder een woord te zeggen neemt hij mijn hand , drukt hem langdurig en dan, na hem gekust te hebben, gaat hij recht tegenover mij zitten en begint me aan te staren.
      Zijn zwijgzaamheid stoort me niet, wij kijken elkaar aan, zoekend naar herkenningspunten. Ik weet dat je Vyssotski bent. Je lijkt in niets op de beestachtig brullende reus uit het toneelstuk, maar de intensiteit van je blik doet me de eerder gevoelde emoties herbeleven.

Hij zegt:
      ‘Eindelijk ontmoet ik u dan”.

Buitensporig lelijk monument  

Een vrouw zegt dat ze erbij was toen hij begraven werd. Maar ze kon niet dichtbij komen want er stond een rij mensen van een paar kilometer.

Zeven flessen wodka per dag  

Marina Vlady zal na hun eerste kennismaking regelmatig naar Moskou komen. Het was vaak moeilijk en lastig.
      ’Die zes of zeven flessen wodka per dag verwoesten je leven’, schrijft ze.

En dan volgt er in het boek een scène, waarin Vyssotski neervalt op straat.

Fabelachtig! Ongelooflijk!  

Vyssotski overleeft, maar blijft problemen met drank houden. Ondanks middeltjes en implantaten, die bij gebruik van alcohol een giftige reactie geven.
      Toch zijn er ook hoogtepunten in hun relatie. Vooral als Vyssotski het land uitmag en zich verbaast over de rijkdom.
Eerst in Polen dan in Frankrijk en later in de Verenigde Staten.

In Hollywood mag hij optreden voor een zaal vol met beroemdheden. Rock Hudson is er. Paul Newman, Gregory Peck.
      Vlady schrijft
:

Terug bij het graf  

Op de begraafplaats blijven die middag mensen komen.
      Alle bedevaartgangers leggen bloemen op het graf. Een mevrouw is voortdurend bezig om verlepte bloemen weg te halen. Van de verse bloemen knipt ze de stelen af.
      ‘Dat doet ze’, fluistert Svetlana, ‘om er voor te zorgen dat de bloemen niet gestolen en opnieuw verkocht kunnen worden‘.

Vladimir Vyssotski woonde tussen 1975 en 1980 in de Málaja Gruzínskaja, een rustige lommerrijke straat aan de noordelijke rand van het centrum; vrij dicht bij het Vagankovo kerkhof. Hij woonde acht hoog recht tegenover een monumentale basiliek.
      De kerk was in die tijd ingericht als een warenhuis annex supermarkt.
Vyssotski ergerde zich daar enorm aan en ging altijd demonstratief met zijn rug naar het raam zitten.

Sommige teksten zijn in het Nederlands vertaald.
      Dat is gedaan door Judith Starreveld.
      Luister naar : Hij keerde niet terug van het slagveld
Eerst lees ik de Nederlandse vertaling.(4’20”)

Luister HIER naar mijn radioprogramma uit de VPRO-Serie Ongehoord. 

 

 

 

Azorenhoge euforie



We schrijven zondag 12 februari 2002. Kwart voor tien in de ochtend..
      Rust. Een euforisch moment. 
Ik kijk uit over de Atlantische Oceaan.
      En over een idyllisch golvend landschap.

 

De huizen staan in Ponta Delgada op het Portugese eiland São Miquel dat tot de Azoren behoort.
      Het vasteland is verheugend ver weg.


Het weer

Ik adem onwaarschijnlijk frisse lucht en kijk naar waar ergens het Azorenhoog moet liggen.  Het subtropisch hogedrukgebied, dat zoals wij vrijwel dagelijks in het weerbericht kunnen horen van grote invloed is op onze weersgesteldheid.
     
Maar ja. Hoe het in elkaar zit interesseert me op dit moment totaal niet.
Kijk naar die zee en begrijp dat de euforie nog even moet blijven.


Vissersbootje

Beneden ligt een bootje klaar voor de vissers. Er is van alles te vangen. Makreel, kabeljauw, sardines, ansjovis. Bluefish, snapper, zeebaars. Kreeft is er, inktvis, marlijn en tonijn. 

 

 

Octopus
In de restaurants kun je het dezelfde dag nog eten.
      Gegrilde octopus bijvoorbeeld met Azoriaanse tapas.

 

 

     



Island Hopper Line


De Ronald Reagan Test Site

(Door Rolf Weijburg)

We moesten de Marshall Islands, het op zes na kleinste land ter wereld, verlaten. Corona zat ons op de hielen, het land zou worden gesloten. We hadden een vlucht geboekt naar Pohnpei, één van de vier staten van buurland Federated States of Micronesia, dat nog wel open was.
      Het vliegtuig van United Airlines, dat gewoonlijk drie keer per week de 12 uur durende legendarische Island Hopper Line vloog van Hawaii naar Guam, waarbij het zes eilandstops maakte, was nagenoeg leeg.

      Majuro, hoofdatol van de Marshalls, verdween snel achter ons toen we op weg gingen naar de volgende stop: Kwajalein Island.


Kwajalein

Kwajalein is één van de grootste atols ter wereld en het grootste atol van de Marshall Islands, zo’n 75 mijl lang met een string van 96 eilanden en eilandjes. Elf van die eilanden, waaronder de twee grootste, zijn tot 2066 geleased aan de VS, die er een uiterst geavanceerde basis onderhouden.
      Al in de jaren dertig van de vorige eeuw was er een Japanse basis op Kwajalein eiland, het grootste eiland van het atol, die na de slag om Kwajalein in februari 1944 door de Amerikanen werd ingenomen en in de naoorlogse periode mede door de Koude Oorlog fors werd uitgebreid.  

HighTech    

De strategisch gelegen basis, de Ronald Reagan Test Site (RTS), is in de loop der jaren ontwikkeld tot een bijzonder hightech gebeuren met eilanden die volgebouwd zijn met de neusjes van de zalm van geavanceerde precisieapparatuur zoals ultra hooggevoelige radars, optische sensoren en telemetrische ontvangst stations.
      Vraag me niet wat het allemaal inhoudt en doet, maar feit is dat Kwajalein de belangrijkste Amerikaanse basis is voor het testen en evalueren van de ontwikkeling van en de verdediging tegen ballistische raketten, alsook voor de ontwikkeling en ondersteuning van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma.

      Diverse lanceerbases zijn er op de eilanden. Op het eilandje Omelek testte Elon Musk’s SpaceX de Falcon raketten die het onlangs gelanceerde bemande Dragon ruimteschip naar het ISS ruimtestation aandreven.
      ’s Werelds meest geavanceerde radarsystemen staan op het tweede eiland van het atol, Roi-Namur, en het Bocholz Army Airfield zoals het vliegveld op Kwajalein officieel heet, kan de grootste transport vliegtuigen ontvangen. Daarnaast zijn er uitstekende havenfaciliteiten.
      Het is uiteraard allemaal omgeven door high security, en het is dan ook onmogelijk om op Kwajalein uit te stappen om er een beetje rond te gaan kijken. Kwajalein-gangers worden gescreend, ondervraagd en gecheckt en als je geen goede reden hebt om er te zijn kan je zelfs het kopen van een ticket al vergeten. Op Majuro Airport worden Kwajalein-gangers gescheiden van de rest van de passagiers.

Army Airfield

Kwajalein verscheen na een vlucht van 50 minuten aan de horizon. Het vliegtuig maakte een mooie zachte landing op de brede landingsbaan van Bucholz Army Airfield en taxiede langs het grasveld waar in de jaren zestig de Bikinianen acht maanden moesten wachten tot ze naar Kili vertrokken.
     


Camouflage

Keurig gemaaid groen gras dat bij wijze van camouflage gewoon over de betonnen bunkerachtige constructies heen groeide, een paar van die grote witte radarbollen en wuivende palmen schoten voorbij voordat we in de buurt van het luchthavengebouw tot stilstand kwamen.
      Door de luidsprekers vertelde de captain dat dit Kwajalein was en dat een ieder die hier niets te zoeken heeft verplicht was in het vliegtuig te blijven.


Was het vliegtuig al nauwelijks gevuld, nu stond bijna 95% van alle passagiers op, allemaal Marshallezen, en lieten ons vrijwel alleen achter in de cabine. Al die Marshallese passagiers zullen op weg zijn geweest naar het eilandje Ebeye, Kwajaleins buureiland een paar kilometer naar het noorden. Daarvoor zijn ze vanaf het vliegveld direct in een bus gestapt en per ferry naar Ebeye vervoerd, want op Kwajalein blijven mag niet. 

Ebeye

Het 32 hectare grote Ebeye werd in de jaren vijftig bevolkt met inwoners van Kwajalein eiland omdat (daar gaan we weer) de Amerikanen grootse plannen met het eiland hadden en de oorspronkelijke bewoners toch een beetje in de weg liepen. In de jaren zestig zijn daar nog meer gedwongen evacués vanuit de centrale eilanden van het atol bijgekomen omdat de Amerikanen daar de zogenaamde Mid-Atoll Corridor hadden bedacht. Een gigantische schietschijf waar raketten vanuit de continentale VS op afgevuurd konden worden.
      Nog later in de tachtiger jaren werden inwoners uit het door de Bravo-bom ontploffing in 1954 radioactief besmette Rongelap atol op Ebeye gehuisvest nadat ze na de eerste evacuatie op Rongelap waren teruggekeerd maar jaren later om gezondheidsreden toch weer moesten vertrekken.

Overbevolkt

Toen de Rongelapianen  op Ebeye aankwamen had het overbevolkte eiland al een gigantisch huizentekort. Als één van de grootste werkgevers van de Marshall Islands bleek de basis op Kwajalein zo’n enorme aantrekkingskracht uit te oefenen op de Marshallese bevolking dat het inwonertal van Ebeye was gestegen van hooguit een paar honderd begin jaren vijftig naar zo’n 7000 in de jaren tachtig. Nu is het eiland met ruim 16000 bewoners het op zes na dichtstbevolkte eiland ter wereld.
      De Marshallezen, waarvan velen nota bene oorspronkelijk uit Kwajalein kwamen, werd verboden om op Kwajalein te wonen, of om er zelfs maar de nacht door te brengen. Ze mogen er wel onderbetaald werk verrichten maar zijn na werktijd wettelijk verplicht om terug te keren naar het overbevolkte Ebeye waar nog steeds te weinig huizen zijn, een krakkemikkige elektriciteits- en watervoorziening is en waar verder aan bijna alles wel een gebrek is.

Ferry



Een kleine ferry pendelt enkele malen per dag tussen beide eilanden heen en weer.

Kwaj
Heel anders is het leven op Kwajalein, dat de bewoners liefkozend “Kwaj” noemen. Naast de installaties, opslagsilo’s, brandstoftanks en hangars zijn er parkachtige omgevingen waar de 2000 Amerikanen in comfortabele air-conditioned huizen verblijven.
      Het ziet er hier een beetje uit als een Amerikaanse middenklasse buitenwijk met dien verstande dat men zich per fiets verplaatst en dat er hoofdzakelijk mannen wonen. Maar er zijn ook kleinschalige appartementencomplexen en simpeler barakachtige onderkomens.

Er zijn sportvelden en tennisbanen, duikscholen, restaurants en er is een bioscoop. Het leven is er aangenaam, de omgeving is schoon en de salarissen zijn uitstekend.
      Iedereen werkt hard, ’s ochtends vertrekken de meesten per fiets naar hun werk of naar het vliegveld waar ze overstappen op een Caribou STOL - een Short Take-Off and Landing - vliegtuig, dat hen naar Roi-Namur of Meck of één van de andere eilanden van de basis vliegt, om aan het eind van de werkdag weer terug te forensen naar Kwajalein eiland.

Caribou

Criminaliteit is afgezien van een uit de hand gelopen ruzietje nagenoeg onbekend.
      Of toch?
In de jaren tachtig verdwenen er regelmatig fietsen op Kwajalein. Zo groot is het eiland niet, maar de fietsen bleven jaren onvindbaar. Totdat tijdens werkzaamheden aan de ferryhaven een waar zeemansgraf van fietsen op de zeebodem werd gevonden.
      Marshallezen die bang waren om de laatste ferry te missen bleken om tijd te winnen nogal eens op andermans fiets te springen (fietsen op Kwajalein stonden nooit op slot) om ze eenmaal in de haven aangekomen ongezien van de kade af de zee in te kieperen voordat ze op de ferry sprongen.

Vertrek

Na een klein uurtje vertrokken we weer. Er was slechts een tiental nieuwe passagiers ingestapt.

Het vliegtuig trok de lucht in en maakte een grote bocht over Kwajalein eiland alvorens we deze merkwaardige plek voorgoed achter ons lieten.


Lib Island



Bij wijze van afscheid van de Marshall Islands Republic vlogen we pal over het minuscule Lib Island, ver weg van alles, maar toch met zo’n 160 inwoners.

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Scheißestaat

(Door Theo Uittenbogaard)

Met collega Peter Flik deel ik het genoegen dat wij door de VPRO in de gelegenheid werden gesteld om, betrekkelijk dichtbij, te mogen rondreizen in onbestaanbare sprookjeslanden vol verbazingwekkende ongerijmdheden. Het socialistisch paradijs. Het oostblok, dus. 

In Moskou bijvoorbeeld; waar, tijdens de net uitgebroken glasnost, een hoteleigenaar mij vol trots zijn glanzend spiksplinternieuwe Mercedes liet zien, met Westduitse kentekenplaten, en waar uit het gat, waarin het slot van het rechterportier zou moeten zitten, nog een ijzerdraadje stak. Of waar we, in de sovjet-tijd tegen de middag een hapje wilden eten, maar waar we op de dichte deur van het restaurant een briefje aantroffen met de tekst: "GESLOTEN WEGENS LUNCH". 

Of in Gdansk tijdens Solidarnosz, waar het toiletpapier zo schaars was, dat we dachten sigaretten te krijgen gepresenteerd uit een bekertje, maar dat het slechts opgerolde velletjes toiletpapier bleken te zijn, waarvan men discreet eentje mocht meenemen op weg naar de wc. 

Maar het toppunt van schizofrene vreugde verschafte toch wel de Eerste Arbeiders- en Boerenrepubliek op Duitse bodem, de DDR. Welks succes werd verbeeld door krachtig rokende schoorstenen in stad en platteland, waardoor het altijd en overal penetrant naar kool stonk. Adembenemende bruinkool of walgwekkende witte kool -'mit Eisbein'. 

Waar de lijm van de grauwe papieren verpakking op de drempel van de winkel reeds losliet. 

Waar kameraad-regeringsleider in het dagelijkse tv-journaal voor de zekerheid, immer van volledige titulatuur werd voorzien: "General Sekretär des Zentral Komitees der SED und Vorsitzende des Staatsrates, Genosse Erich Honecker"

En waar vriendin B door een bewaker van een, hoofdzakelijk leeg, warenhuis in de hoofdstad der DDR, bijkans weer naar binnen werd gesleept, toen zij net het gebouw onverrichterzake verlaten had door een uitnodigend openstaande nooduitgang naar de straat. Omdat het verboden is, blafte de bewaker op haar waarom. En dus werd zij gesommeerd mee naar binnen te gaan om het pand op reguliere wijze te verlaten. Maar toen ze erop wees, dat het een nooduitgang was, en dus geen ingang, duizelde de consequentie daarvan de ambtsdrager dusdanig, dat hij haar maar liet gaan. 

          

           Paardentrabi DDR (afbeelding aan de muur bij Peter Flik)

Wat me doet denken aan een grapje dat mijn droevige, bijna gepensioneerde Pressebegleiter der DDR waagde te vertellen, tersluiks op straat naast onze auto, nadat hij net een -waarschijnlijk illegaal- boek van Christoher Isherwood over Berlijn van me had gekregen, als geschenk, tot  slot van een reportagereis door de DDR, die we samen hadden gemaakt. 

"Op een zonnige, zeer vroege ochtend, loopt een man over de Stalin Allee in de Hauptstadt der DDR. De straat oogt uitgestorven. En dus ziet de man zijn kans schoon en roept zo hard hij kan tegen de gevels: "Was ein Scheissestaat !" Twee minuten later wordt hij op z'n schouder getikt door een agent in burger: "Mitkommen. U bent gearresteerd". "Waarom ?", vraagt de man. "Wegens belediging van de Eerste Arbeiders- en Boerenrepubliek op Duitse bodem". "Hoho", zegt de man, "ik heb toch niet gezegd welke Scheissestaat ik bedoelde ?"  "Haben Sie recht", zegt de agent en laat hem gaan. Twee minuten later wordt hij opnieuw op z'n schouder getikt. Door dezelfde agent. Hij zegt: "Sie sind doch verhaftet. Es gibt nur ein Scheissestaat".

 

 

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh