Reizen (476)

 

Voorjaar 2012

1. Het nieuwe Montenegro

In juni 2006 riep Montenegro de onafhankelijkheid uit, nadat ruim 55% van de bevolking zich daarvoor in een referendum had uitgesproken.
      Volgens diverse publicaties gaat het sinds die tijd relatief goed in dat land.
Vooral het toerisme gaat hard vooruit. (Mooie stranden, prachtige bergen, oude steden, goed klimaat, lekker eten).
       De Euro is het nationale betaalmiddel. Dat is een beetje vreemd, want het land zal pas naar verwachting in 2026 of zo bij de Europese Unie komen.
Ze slaan dan ook geen eigen munten.

Begin juni 2012 was ik twee weken in dat land. Of het inderdaad zo goed gaat, weet ik eigenlijk niet. De mensen zijn daar nogal verdeeld over.
      Het verschil arm-rijk is nog groot en vooral in het binnenland wordt nog echte armoede geleden.
De inkomens zijn vergeleken met West-Europa erg laag. De prijzen van bijvoorbeeld levensmiddelen liggen op ongeveer twee-derde en dat is dan weer -vergeleken met die inkomens- erg hoog.
      Er wordt veel in grijze circuits gehandeld -‘ik repareer jouw dak als jij mijn kruidentuintje bijhoudt’- en veel mensen zijn deels zelfvoorzienend door op kleine schaal groenten, fruit en kruiden te verbouwen en kippen of andere beesten te houden.

De onverschilligheid die je vroeger in Joegoslavië nogal eens aantrof, is naar mijn ervaring voor een belangrijk deel verdwenen.
      Het land is booming, veel jonge mensen zijn enthousiast en ondernemend en leren Engels. En de mensen zijn over het algemeen vriendelijk en behulpzaam.

Ik had bijvoorbeeld een leeglopende achterband en bereikte een benzinestation, waarna liefst vier mensen aan de slag gingen om het wiel te verwisselen.
      Ze wilden er -ook na aandringen- niets voor hebben. Ik liet daarna bij een garage de band plakken. Ze namen het direct ter hand.

Kosten: 3 Euro.

 

2. Een bergvesting aan zee

 

 
Kale fjord

Dit is de baai van Kotor in Montenegro (Boka Kotorska), de mooiste fjord van Zuid-Europa.
      Soms smaragdgroen, soms azuurblauw water tegen een achtergrond van donkere bergen.
Aan de overkant op deze foto ligt het oude stadje Kotor met zijn vesting, zijn nauwe straatjes, pleinen, paleizen en oude huizen, zijn cafés, restaurants en terrassen, zijn poorten, doorkijkjes en kerken.
      De stad staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco, vooral vanwege zijn vesting, die niet alleen aan de kant van de Adriatische zee ligt ,maar ook tegen de berg op is gebouwd. De wallen stammen uit de negende eeuw.

           

 

Stadswal

De culturele achtergronden van Kotor zijn zeer divers.
      Ooit behoorde het tot de Romeinse provincie Dalmatië ; vanaf de Middeleeuwen tot 1813 heette het Cattaro en stond het onder beheer van Venetië , het werd Montenegrijns, maar ging terug naar Oostenrijk tot de Eerste wereldoorlog.
      Daarna werd het weer bij Montenegro gevoegd, een zelfstandige republiek in het Joegoslavië van Tito.
Nu is het in trek bij grote aantallen toeristen.

 

 
Tito zelf

De oude stad heeft drie toegangspoorten.
      Bij de ingang aan zee (Vrata od Mora) is na de bevrijding van de Nazi’s deze uitspraak van Tito aangebracht:
      Tude necemo svoje ne damo (‘Wat van jullie is, willen we niet, wat van ons is houden we zelf’)

 

 
Wallen op de berg

Je kunt de vesting beklimmen , maar dan moet je wel een puike conditie hebben.
     
Het is een klim met 1350 treden. Je kunt dan diverse fortificaties bezichtigen.
Nog zwaarder is het om de hele berg te beklimmen via een oude route, die bekend staat als de Ladder of Cattaro.
      Dit is Mount Lovcen, beter bekend als de Zwarte Berg, waarnaar Montenegro vernoemd is (Crna Gora).
Je kunt verderop de berg ook met de auto op via de Ladder.
      Dit is (zeggen ze in Kotor) de meest bochtige weg ter wereld met 25 haarspeldbochten.



Je krijgt dan dit soort uitzichten op de baai.

 


Doorkijk te Kotor

 

 
St. Tryphon’s Cathedral

 

 
Plein

 

 
Straatje

 

 
Terras

 

 
Schoonmaker

 

 
Zuidpoort 

 

 
Zeewal

 

 
Halo; vesting 's nachts 

 

 

 

3. Spectaculair & onfatsoenlijk

 

 Kijk eens vanaf 1700 meter naar de baai van Kotor in Montenegro. Een groot cruiseschip heeft er bezit van genomen.
      Een spectaculair maar tegelijk ook onfatsoenlijk gezicht.
Het schip is te groot om aan de rede (rechtsonder in de baai) te kunnen aanmeren.
      Daarom is het voor anker gegaan.

Ik daal de zwarte berg af en neem plaats op het balkon van ons appartement.
      En daar kan je het schip bij wijze van spreken aanraken.


Solstice Celebrity

 

 Het is de Solstice van de Amerikaanse maatschappij Celebrity Cruises. 2850 passagiers; Ze waren er allemaal, want de cruise was uitverkocht.
      Verder: 1253 bemanningsleden. Dertien dekken, 10 restaurants, 10 lounges, bars en clubs, casino, discotheek en 3 zwembaden.
‘s Ochtends om acht uur was het schip vanuit Venetië de baai binnengekomen; s’middags om vijf uur zou het weer vertrekken richting Napels.


Kleine pendelbootjes

 

 Hoe moesten al die passagiers naar Kotor?
     
Daar had de rederij keurig in voorzien.
Er waren zes bootjes aan boord, die voortdurend tussen de wal en het schip pendelden.
     
Passagiers moesten helemaal naar beneden om daar aan boord te stappen.
In Kotor lagen dan weer steeds bootjes klaar, die ieder moment konden terugkeren.
      Soms ging dat zelfs voor één passagier.

 

 

Nieuw Amsterdam

 

Een paar dagen eerder was de Nieuw Amsterdam van de Holland America Line al langsgeweest. 
      Ik wist niet eens dat die maatschappij nog bestond, maar het bleek inmiddels Brits-Amerikaans met als standplaats Seattle V.S.
(De Nieuw-Amsterdam had als thuisbasis Rotterdam en dan blijkt maar weer eens dat die Amerikanen niets weten van de strijd tussen 010 en 020).
      Dit schip met 11 dekken en 2.886 passagiers kon wél aanmeren aan de rede.

   

 

 Bij het vertrek moest het eerst achteruit en toen in de baai keren.
      Pas daarna werd het weer rustig in Kotor.

 

 

 

 

 

 

              



4. Een aangenaam mediterraan stadje

Cetinje is de voormalige hoofdstad van Montenegro. Een zeer aangename mediterrane stad. 

      Met prachtige monumentale gebouwen en paleizen, musea, kerken en kloosters.
Met kleine huisjes, bont gekleurde winkeltjes, restaurants en terrassen.
      Overal zijn de bergen zichtbaar, het Lovcen National Park is dichtbij en de kust van de Adriatische Zee is binnen een uur bereikt.


Njegoševa
 

 
Cetinje is de voormalige hoofdstad van Montenegro. Een zeer aangename mediterrane stad. Met prachtige monumentale gebouwen en paleizen, musea, kerken en kloosters.
Met kleine huisjes, bont gekleurde winkeltjes, restaurants en terrassen. Overal zijn de bergen zichtbaar, het Lovcen National Park is dichtbij en de kust van de Adriatische Zee is binnen een half uur bereikt.
cetinjeeen
 
De hoofdstraat is de Njegoševa, een autoluwe straat waar het flaneren tot kunst verheven is. Zien en gezien worden is hier het motto. Als je een fotootje maakt gaan ze zich een beetje uitsloven.
 
cetinjedrie
 
Bankgebouwen, paleizen en voormalige ambassades staan hier naast kleine huisjes en lieve winkeltjes. Hieronder het voormalige presidentieel paleis, dat nu in gebruik is als het Ministerie van Cultuur.
 
Presidentieel paleis
 
Huisje
Cetinjevijf
 
Terrassen
cetinjezeven
 
Winkeltje
Cetinjeacht
 
Vriendelijk?
De mensen in Cetinje waren vriendelijk.
In 1972 was dat nog anders.
Ik kreeg de volgende reactie van Rolf Weijburg (Te gast 36), een Utrechts kunstenaar die in 1972 met een vriend de tocht maakte van Kotor via Cetinje naar de hoofdstad Podgorica, die toen nog Titograd heette.
 
‘ah, die weg vanaf Kotor naar boven. Prachtig! Ik reed'm in 1972 met een Renault 4 en we kregen halverwege een lekke band. Eenmaal boven werden we in Cetinje met stenen bekogeld en later werd in een gigantische militaire gaarkeuken in Titograd (nu Podgorica), waar we een goedkoop hapje mee dachten te kunnen pikken, mijn maat's paspoort gejat.
Een avond ondervragingen van de politie met een felle lamp op ons gericht was het gevolg. En daarna weer helemaal terug via Sarajevo naar Beograd om 'n nieuw paspoort aan te vragen. We waren op weg naar Griekenland en hadden alle tijd.
Bijgesloten twee fotootjes uit m’n plakboek van weleer…’
 
 
 
 
 
 
 
 
 Njegoševa

De hoofdstraat is de Njegoševa, een autoluwe straat waar het flaneren tot kunst verheven is. 

      Zien en gezien worden is hier het motto.
Als je een fotootje maakt gaan ze zich een beetje uitsloven en negeren even de achtervolgende mannen .


Presidentieel paleis

Bankgebouwen, paleizen en voormalige ambassades staan hier naast kleine huisjes en lieve winkeltjes.
      Hieronder het voormalige presidentieel paleis, dat nu in gebruik is als het Ministerie van Cultuur.


Huisje


Terrassen

 


Winkeltje


Vriendelijk of stenengooiers?

De mensen in Cetinje waren vriendelijk.
     
In 1972 was dat nog anders.
Ik kreeg de volgende reactie van Rolf Weijburg, een Utrechts kunstenaar die in 1972 met een vriend de tocht maakte van Kotor via Cetinje naar de hoofdstad Podgorica, die toen nog Titograd heette.

‘Ah, die weg vanaf Kotor naar boven. Prachtig! Ik reed'm in 1972 met een Renault 4 en we kregen halverwege een lekke band. Eenmaal boven werden we in Cetinje met stenen bekogeld en later werd in een gigantische militaire gaarkeuken in Titograd (nu Podgorica), waar we een goedkoop hapje mee dachten te kunnen pikken, mijn maat's paspoort gejat.

Een avond ondervragingen van de politie met een felle lamp op ons gericht was het gevolg. En daarna weer helemaal terug via Sarajevo naar Beograd om 'n nieuw paspoort aan te vragen. We waren op weg naar Griekenland en hadden alle tijd.

Bijgesloten twee fotootjes uit m’n plakboek van weleer…’


Waarom?

 Het is me niet geheel duidelijk waarom de mensen toen met stenen gooiden. Rolf wist het eigenlijk ook niet.
     
Misschien wekte het lange haar wel agressie op. Of de totale uitstraling.
Wellicht enigszins  te vergelijken met Easy Rider, de succesfilm uit 1969 die haarscherp de enorme tegenstellingen blootlegde tussen de hippiecultuur en het conservatieve Amerikaanse platteland.  

        


5. Ulcinj & Ulqin

 Ulcinj is een druk en bijzonder stadje in het uiterste zuidoosten van Montenegro. 

      Het ligt vlakbij de grens met Albanië.
Dat is goed te merken.
      Anders dan op andere plekken in dit land zie je overal minaretten.


Tweetalig

 

 

Straatnamen en andere opschriften zijn vaak tweetalig:
      Montenegrijns en Albanees.

Volgens bronnen van de lokale overheid is ruim zeventig procent van de bevolking Albanees. 


Zij noemen de stad Ulqin.

 

 

Tegen de berg

Het stijgt en daalt enorm in Ulcinj. Veel huizen zijn tegen de bergen opgebouwd en hebben een prachtig uitzicht op de Adriatische Zee. 

      En even buiten de stad begint een zandstrand dat zich over een lengte van twaalf kilometer uitstrekt richting Albanië .


Ulica 26 Novembra/Rruga Hazif Ali Ulqinaki

Montenegro werd tijdens de eerste wereldoorlog bezet door Oostenrijk-Hongarije.
      Op 26 november 1918 werd het een Unie met het koninkrijk Servië. De Montenegrijnen
hebben de straat daarnaar vernoemd.
De Albanezen daarentegen vereren met deze straat de activist Hazif Ali Ulqinaki, vernoemd dus naar Ulqin. Hij werd in de stad geboren maar emigreerde met zijn familie naar Shkodra in Albanië.


Oude stad


Aardbeving

                   

 En dan is er de oude stad met haar vesting, die op een rots boven de zee ligt.

      Een deel werd vernield bij een aardbeving in 1979, maar er is gerestaureerd en er wonen nog steeds mensen.

 


Restaurants

En natuurlijk zijn er restaurants met uitzicht op zee en op de stad.
     
Het bekendste is restaurant Teuta, waar je voor twee personen een kilo vis kunt bestellen.
Gegrilde zeebaars, dorade, langoustines en inktvis, een rijke salade en een gekookt aardappeltje.


Kilootje vis

 

6. Zeer exclusief eiland

 

Sveti Stefan is een eilandje voor de kust van Montenegro. Een paar kilometer weg van de drukke badplaats Budva.
       Via een dammetje kun je ernaar toe. Dat wil zeggen als je veel geld hebt.
Sveti Stefan is namelijk een zeer exclusief hotel, dat hoort bij de Aman resorts.
      Er zijn 58 appartementen. U betaalt voor een cottage 1.103,-- euro per nacht. Een luxe cottage doet 1.323,-- euro. Er zijn ook nog suites en luxe-suites met uitzicht op zee. Dan lopen de prijzen al snel op naar 4 tot 5.000 euro per nacht.
     
Alleen als je kunt aantonen dat je een kamer hebt, mag je via het dammetje naar het eiland.
Twee geüniformeerde heren zien hierop toe.

Dam

 

 Het eiland was ooit een vissersdorp. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw werd het ingericht als hotel.
      Een paar jaar geleden vond een grondige reconstructie plaats.
Het resort kreeg in 1992 wereldwijde bekendheid toen hier de rematch werd gespeeld tussen de schaakgrootheden Bobby Fisher en Boris Spasski.
      Een raar tijdstip overigens, want Montenegro was toen nog onderdeel van Servië dat in 1992 een bloedige oorlog voerde tegen Kroaten en Bosniërs.


Zicht op kust

 

 Lang niet alle kamers hebben overigens zicht op zee.
     
Sommige suites kijken uit naar de kust en hebben dit zicht.

Strand

 

 Er is een smal strandje beschikbaar. Zand vermengd met gravel.


Kerkjes

 

 Er zijn nog twee kerkjes en een galerij op het eiland. Een paar jaar geleden kon je die nog bezoeken door 7 Euro te betalen.
     
Maar de hotelgangers zijn zo op hun privacy gesteld, dat daar inmiddels een stokje voor gestoken is.
Kunnen ze onbespied gokken in het casino daar.

 

7. Verstild & verscholen

                    

 Rose is een verstild vissersdorpje aan de baai van Kotor in Montenegro. 

      Het ligt verscholen op de uiterste westpunt van het schiereiland Luštica.

Is het elders aan de baai druk & toeristisch; dit schiereiland is nog vrijwel onontgonnen.
      De weg langs de kust is smal en bochtig en verkeert in matige staat van onderhoud.
Andere wegen zijn nog slechter en richtingbordjes zijn er ook weinig, zodat je zomaar even de weg kan kwijtraken.
      Sommige kustplaatsjes aan de kant van de Adriatische Zee zijn alleen per boot te bereiken.

Als je zo eens rond toert op dit schiereiland is het duidelijk dat dit gebied in de zeer nabije toekomst ontgonnen gaat worden en zich ook ontwikkelt  tot een zeer aantrekkelijke toeristische attractie. 

      Hoe meer je naar het westen gaat hoe groener het wordt. Er zijn olijfgaarden en vrijwel overal heb je zicht op zee.  


Haventje

Rose is rustig. Zelfs in de zomer. Het heeft een klein haventje waar maar een paar bootjes liggen.

Er zijn een paar kleine eettentjes, er is een kerkje en je kunt er appartementen huren. 

      En als je er bent kun je met een watertaxi naar het tegenover liggende Herzeg Novi, een uiterst drukke en levendige badplaats.
Je kunt er overigens ook een kajak huren.


Pandje te koop

Er zijn nog genoeg pandjes te koop.
      Fraai gelegen, met prachtige uitzichten en voor prijzen waar West-Europeanen nog niet van schrikken.
Je zou bijna in de verleiding komen.


Uitzicht vanaf terras

En op het terras van je nieuwe pand heb je dit uitzicht op Herzeg Novi

 

8. Europa‘s meest prestigieuze jachthaven

 

 Het is een leuke quizvraag. Waar ligt de meest prestigieuze jachthaven van Europa?

 

                                                              Monaco

                                                              St.Tropez

                                                              Marbella

                                                              San Remo

                                                              Tivat

 

 

Destination Munkistan

 

 Als u het lijstje ziet weet u het.
     
Tivat aan de baai van Kotor in Montenegro.
Een speeltje van de Canadese miljardair Peter Munk.
     
‘Destination Munkistan’, wordt het ook wel genoemd.

 
Oude kraan

                  

 Een paar jaar geleden kocht Munk de oude Marinewerf Arsenal in Tivat. Ooit de grootste werkgever in dit gebied.
      Maar de werf was verouderd en Montenegro had zich losgemaakt van Servië
3.500 mensen protesteerden tegen de overname, maar de werknemers werden glimlachend schadeloos gesteld door Munk.
      De -gerestaureerde- kraan van de voormalige werf is één van de weinige elementen, die behouden zijn gebleven.

 
Fonteintjes
 

 

 Zijn plan ging door en is al een paar jaar in ontwikkeling.
      Tivat ligt fantastisch aan de baai.
Het heeft bovendien een vliegveldje waar privé-vliegtuigen van de jetset kunnen landen.
      De jachten kunnen daar naar toe varen.


Dertig-plus meter

 

In de haven kunnen de grootste jachten ter wereld -langer dan dertig meter- terecht.
      Er komen zeer dure appartementen, een vijfsterrenhotel, restaurants, luxe winkels, casino’s, restaurants en een golfbaan.
Een investering van minstens 260 miljoen Euro.

 

Bizar

 Het is natuurlijk bizar. Montenegro is in een aantal opzichten nog een Oost-Europees tweede wereld land.
      Het toerisme is booming, maar de armoede -vooral in het binnenland- is nog groot en de verschillen tussen arm en rijk worden alleen maar groter.


Overdreven luxe

 

 Toch is het te makkelijk om zo’n prestigieus project alleen maar te verwerpen.
      Montenegro profiteert mee en het project levert zo’n 3 tot 5.000 banen op.
En toeristen kunnen zich even vergapen aan de overdreven luxe en kunnen zich in de haven laten vervoeren in een soort golfkarretjes.

 

Golfkarretjes

 

 

 9. Een monoloog aan de baai van Kotor

Hij is 52 jaar en van niemand afhankelijk.
      Woont in het dorpje Muo aan de wonderbaarlijk mooie baai van Kotor in Montenegro. 
Direct aan het smalle weggetje dat langs het water loopt.

     

‘Ik was kapitein op de grote vaart en ben overal geweest. Overal.
      Jullie komen uit Nederland. Heb ik gezien op je kentekenplaat. Amsterdam. Rotterdam. Ik ben er vaak geweest. Vreselijk. Overal prostitutie. Drugs? Kan je gewoon in cafés kopen. Dat wordt zomaar toegelaten bij jullie. Weet je wat jullie zijn?
     
Verrotte kapitalisten. Een soort luizen 
En weet je wat nog meer? Kolonialisten. Suriname! Ben ik ook vaak geweest. Hebben jullie uitgebuit en naar de knoppen geholpen’.

De kapitein heeft een scherpe zaag in zijn hand. Hij is takken aan het snoeien.
      Hij zwaait vervaarlijk met de zaag als hij zegt:

‘Ik haat jullie. Niet jullie persoonlijk hoor, maar ik haat westerse buitenlanders, die alleen maar hiernaar toe komen om te profiteren van alles wat wij hebben. 
      Omdat het voor jullie hier goedkoop is. Jullie zijn een soort neo-kolonialisten
Profiteren van dingen, waar veel van onze eigen mensen NIET van kunnen profiteren omdat ze arm zijn. En onvoldoende opgeleid.
      
Ik ben dat wel. Ik heb nog wat geld over gehouden van al dat varen. En ik heb gestudeerd. Ik ben één van de weinige intellectuelen in het dorp hier. Ze willen me voor bestuursbaantjes en voor andere dingen, maar ik sluit me nergens meer bij aan.
      
Ik blijf onafhankelijk. Ik kan visjes vangen in de baai. Die kan ik verkopen, maar waarom zou ik dat doen? Nodig heb ik het niet.
Ik ben één van de weinigen hier die Engels spreekt. Heb ik geleerd tijdens mijn studie''.

''Bovendien heb ik een paar jaar in Amerika gewoond. New Orleans. Ook zo’n decadente stad. Ik was daar toen die orkaan Katrina er was. 
      Toen heb ik gezien hoe de rijken bevoordeeld werden. Zij werden op de beste adressen ondergebracht en voor hún spullen werd goed gezorgd. De sloebers, de armen, de minder bedeelden moesten het zelf maar uitzoeken. Dat is Amerika mensen, de USA.
      
Kijk mij nou eens, Ik ben geboren in Joegoslavië . Het Joegoslavië van Tito.
Vroeger was ik communist, maar dat kan niet meer. Nu ben ik atheïst.

Mijn vader was Montenegrijn, mijn moeder een Kroatische.
      
Wat ben ik dan? Nou? Weten jullie het?
Vijftig procent Montenegrijn; 50 % Kroaat.
      
Maar wat moet ik daarmee? 
Wat kan ik daarmee?
Waarom? Waarom is het allemaal zo gelopen?''

 

 

Fjord hotel 



''Kijk eens naar dat hotel hier tegenover. Fjord hotel. Vroeger liep het goed, Zat het in het seizoen vol. 
      Tien jaar geleden is het over genomen door Ieren. Die zouden het opknappen.
Is niets van terecht gekomen. Andere buitenlanders hebben het overgenomen. En daarna weer anderen. Maar je ziet het. 
      Verloederd en afgebladderd.
Dat heb je met die westerse buitenlanders.


Ik haat ze.
      
Nou ja. Niet jullie persoonlijk. Maar al die anderen wel’.
En op de foto wil ik ook niet. Nou ja! Van achteren dan

 

 

 

 

 

Rituelen, Wierook & Wijwater


(Door Rolf Weijburg)

Van alle landen ter wereld is Vaticaanstad het aller, aller kleinste: 0,44 vierkante kilometer.
      Het ligt midden in - zeg maar gerust pontificaal midden in - het centrum van de Italiaanse hoofdstad Rome.


Rome

Het miniland is gebouwd op de 76 meter hoge grafheuvel van Sint Petrus, maar gefundeerd op de verering van een entiteit waarvan het bestaan op zijn minst discutabel is. Het is een merkwaardig land waar realiteit en fantasie verleidelijk dicht bij elkaar komen en wonderen nog bestaan.
      Toch is het onafhankelijk - hoofdzakelijk omdat alle andere landen ter wereld het nou eenmaal onafhankelijk achten - en is het, hoewel geen volledig lid, permanent waarnemer bij de Verenigde Naties.



Kunst

Vaticaanstad is net iets kleiner dan het Amsterdamse Vondelpark. Het is volledig ommuurd, heel rijk en tot de nok toe gevuld met kunstschatten.

 

 

 

Boys

Amper 850 mensen wonen er, maar er zijn ruim 1,2 miljard onderdanen. Een land waar nooit een kind geboren wordt terwijl condooms er verboden zijn. Toch barst het er van de al dan niet gevleugelde mollige blote jongetjes.

 


Klederdracht

Vaticaanstad is een land waar volwassen mannen vergaderen over wonderen, de voeten van de leider met enige regelmaat worden gekust en iedereen in klederdracht loopt.

 

Politie

Een land met het kleinste leger ter wereld. De 200 man van de Zwitserse Garde en de politie samen vormen bijna 25% van de totale bevolking. Daarmee staat Vaticaanstad na Noord Korea (30% ) op de tweede plek van de lijst van meest gemilitariseerde landen ter wereld.
      Gelukkig ziet het er allemaal vrij onschuldig uit.

 

Biljet

Heel merkwaardig allemaal. Vooral ook als je bedenkt dat Vaticaanstad verstrengeld is in rituelen, gehuld in wierook en besprenkeld met wijwater, terwijl het wordt gerund als een mengeling van een charitatieve instelling en een bank.

   


 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

1. De eerste Liechtensteiner

        


(Door Rolf Weijburg)


Van veraf kon ik ze al aan zien komen. Twee grijze bussen, ieder met een vette zwarte rookpluim achter zich aan. Ze kwamen trillend in de hitte dichterbij en rolden ronkend de rotonde op. Diep doorzakkend in de bocht dreigde de chaotische hoeveelheid bagage op het dak de bussen bijna te doen kantelen. Ik deed een stapje terug. De wielen zetten zich schrap, de banden bolden in de bocht. Linksaf richting Mekka. Ze hadden haast dacht ik, maar in plaats van vol gas richting de einder te verdwijnen, reden ze de berm in en kwamen in een gigantische stofwolk tot stilstand.
      Het waren Syrische bussen. Had ik een lift? Ik pakte mijn tas en rende naar de overvolle gevaartes die in de berm stonden na te puffen. De chauffeur keek me verbaasd aan. Ik had het echt verkeerd begrepen. De bussen hielden slechts een religieuze stop. “Autostop no!
      De uitsluitend vrouwelijke passagiers waren op pelgrimstocht naar Mekka. Ze stapten allemaal uit, liepen in hun zwarte gewaden een eindje de geeloranje zandvlakte in, bogen richting Mekka en knielden op de grond waar ze als bij toverslag in innige religieuze contemplatie opgingen. De zwarte gewaden wapperden terwijl de wind stof over de vlakte woei. De horizon trilde.
      De devotie werd abrupt verbroken door het schorre geluid van een claxon. De vrouwen stonden op en klommen de bus weer in. Het gaspedaal werd even ingetrapt, een zwarte rookwolk rochelde de uitlaat uit, de versnellingsbak vond ratelend zijn één en even later losten beide bussen op in de trillende fata morgana aan de oostelijke horizon.

 

Het was 1978. Ik was op weg naar Jemen en stond langs de Desert Highway, een tweebaansweg dwars door Jordanië die Amman met Aqaba verbond. Hier, net boven Ma’an was de afslag richting Saoedi-Arabië. Op een bord stond in het Turks en in het Arabisch: Mekka 1398 km. Medina 958 km.
      Ik probeerde te liften maar er was nauwelijks verkeer.
Het leek wel of er een eeuwigheid was verstreken toen er eindelijk een vrachtwagen naderde. Hij sloeg af richting Mekka, kwam mijn kant op, remde af en kwam wat verderop tot stilstand. Ik rende verwachtingsvol naar de wagen toe en zag, terwijl het opgewaaide zand neerdaalde, dat het gevaarte een Liechtensteins kenteken had. (Fürstentum Liechtenstein)

      De chauffeur opende zijn raampje.

 "Saoedi-Arabië?" vroeg ik hoopvol.

"Ja, stap maar in."

Ik klom de hoge cabine in, deed de deur dicht en werd onmiddellijk omarmd door de koelte van de airconditioning. Er klonk muziek uit de speakers. Het leek wel een Weens walsje.
      “Goh,” zei ik, “dat is geen alledaagse verschijning, een Liechtensteinse vrachtwagen in de woestijn. Wat vervoert u?”
      "Chocolaatjes." zei de man, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Een uur later bereikten we de Jordaanse grenspost Al-Muddawarah. Weinig problemen hier. Een paar stempeltjes en de zaak was gepiept.
      De moeilijkheden kwamen pas in Saoedi-Arabië, een kilometer verderop bij de grenspost Halat ‘Ammar.
We reden langs een bord “Welcome to Saudi Arabia” en precies ter hoogte van dat bord zat een richel in het wegdek: vanaf hier gleed een perfect egaal zwart wegdek de woestijn in.

“Al Muddawarah”, 1985, Rolf Weijburg, pen-/potloodtekening, 18x12 cm,

Eenmaal bij de Saoedische grenspost parkeerde de Liechtensteiner de wagen. “Eens kijken hoelang we hier vast gaan zitten” zei hij. Het inklaren van al die chocolaatjes zou zo maar een paar dagen kunnen gaan duren.
      Ik pakte mijn bagage en samen liepen we het kantoortje van de paspoortcontrole binnen. Het Liechtensteiner paspoort werd aandachtig bekeken. De douanier richtte zich tot de chauffeur en vroeg: "Wat is dit voor een paspoort? Uit welk land komt u?"
      "Dat staat er toch?" zei de Liechtensteiner. “Ik kom uit het Prinsdom Liechtenstein".

Er werd een andere douanier bij geroepen en samen namen ze het paspoort nog eens door. Toen moest er in een lijst worden gezocht, en ja, Liechtenstein, het op vijf na kleinste land ter wereld, stond er gelukkig op. De Liechtensteiner kreeg een stempel in zijn paspoort en mocht de vrachtwagen het terrein oprijden waar de lading moest worden ingeklaard. Ik wenste hem succes en bedankte hem voor de lift.
      Het was de eerste Liechtensteiner die ik ooit ontmoette en hoewel ik op weg was naar Jemen, nam ik me voor toch ook eens naar Liechtenstein te gaan.

 

 


2. VORSTELIJKE HEERSERS

(Door Rolf Weijburg)

Liechtenstein is met zijn 160 km2 het op vijf na kleinste land ter wereld. Het Prinsdom bestaat uit een flinke berg met een stukje vlak land op de rechteroever van de nog jonge Rijn. Ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk is het er vooral schoon, goed geregeld en welvarend.

Het ontstaan van deze kleine staat vindt zijn oorsprong in de aankoop in 1699 van de Heerlijkheid Schellenberg door de Oostenrijker Johann Adam I von Liechtenstein. Later werd daar het Graafschap Vaduz aan toegevoegd. Op 23 januari 1719 werden op gezag van keizer Karel VI deze twee gebieden samen een soeverein vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk en kreeg het de naam van de eigenaren: Liechtenstein.

Liechtenstein is één van de drie landen ter wereld die zijn genoemd naar hun machthebbers. Saoedi-Arabië en Swaziland zijn de andere twee.

 De Liechtensteiner Prinsen die het soevereine territoir eigenlijk alleen ambieerden om meer politieke macht binnen het Heilige Roomse Rijk te verkrijgen, bleven echter, ook na 1719 gewoon in het familiekasteel “Liechtenstein” nabij Wenen in Oostenrijk wonen.
      Het duurde nog tot 1938 voordat Franz Joseph II de eerste Prins werd die niet in Oostenrijk maar in Liechtenstein ging wonen. Oostenrijk was toen net door Nazi-Duisland geannexeerd en de Prins, die fel antinazi was, besloot zijn biezen te pakken en zich in zijn eigen Prinsdom te vestigen. Met die verhuizing veranderde de officiële naam van de familie van “von Liechtenstein” naar “von und zu Liechtenstein”.

Liechtenstein is het enige land ter wereld dat ruim 200 jaar heeft bestaan terwijl zijn  machthebbers in een ander land woonden.

De familie bezat vele eigendommen in Oostenrijk, Polen en Tsjechoslowakije (kastelen en landgoederen met een oppervlak van bijna 10 keer het oppervalk van Liechtenstein zelf) en de bezittingen in Tsjechoslowakije werden na de Tweede Wereldoorlog als bezittingen van het verslagen Duitsland door de socialistische staat geconfisqueerd.
      Als reactie weigerde de Prins diplomatieke banden met het land aan te gaan en voor inwoners van Liechtenstein was het tijdens de Koude Oorlog zelfs verboden om Tsjechoslowakije te bezoeken. 
      Pas in 2009, toen Liechtenstein officieel af zag van zijn claims op de verloren landgoederen, werd de boycot opgeheven.

Daarmee was Liechtenstein het laatste land dat de republieken Tsjechië en Slowakije officieel erkende.

      

Liechtenstein is één van de drie Prinsdommen in de wereld.

(Monaco en Andorra -dat zelfs een co-prinsdom is- zijn de andere twee.) De Prins, maar ook het Volk, hebben er, zoals vastgelegd in de Grondwet, de absolute macht. Dat lijkt een paradox, maar in Liechtenstein kan het.

Het land is ’s werelds enige democratische dictatuur.

De huidige Prins Alois von und zu Liechtenstein heeft een enorm pakket aan bevoegdheden. Zo kan hij de regering naar huis sturen of het parlement ontbinden, de keuze van nieuwe rechters beïnvloeden en een rechtsvoorstel met zijn veto blokkeren. Zijn macht schurkt tegen dictatoriaal aan, maar omdat Liechtensteiners zich via vele referenda mogen uitspreken over talloze zaken zowel op regionaal als op nationaal niveau, zijn het de Liechtensteiners zelf die de vorst op direct democratische wijze van die macht hebben voorzien.
      Als het volk de Prins niet meer zou willen, kan ook daarvoor een referendum worden uitgeschreven.
Maar van het volk mag hij blijven. Het vorstenhuis is geliefd en zolang de Liechtensteiners vrij en voortvarend blijven is er weinig reden de familie aan de kant te zetten.

Niet onbelangrijk is waarschijnlijk het feit dat het vorstenhuis de Liechtensteiner helemaal niets kost. Het vorstenhuis bedruipt zichzelf. De familie von und zu Liechtenstein behoort tot de oudste, én de rijkste families in Europa. Behalve een miljardenvermogen bezit de familie grote stukken grond in Oostenrijk en is het eigenaar van de LGT (Liechtenstein Global Trust)-bank. Deze bank, die wereldwijd filialen heeft, richt zich op de grote, (lees) zeer vermogende, jongens en beheert ook het vermogen van de familie.
      Daarnaast bezit de familie een enorme kunstcollectie, één van de waardevolste privécollecties ter wereld, waarvan een deel in het Kunstmuseum van de Liechtensteinse hoofdstad Vaduz is te vinden.
      Geld zat dus.


VOLKSLIED

Op 15 augustus, de nationale feestdag van Liechtenstein, houdt de Prins open dag. De tuinen rondom en een deel van het prinselijk kasteel dat op een rots pal boven Vaduz is gebouwd, worden dan voor de bevolking opengesteld. Je hebt daar een feodaal overzicht hebt over de hoofdstad en een groot deel van het Prinsdom. Iedereen is welkom. Er kan worden gegeten en gedronken en de Prins en zijn gezin mengen zich met het Volk.
      Die dag wordt in de kasteeltuin ook het Liechtensteiner volkslied “Oben am jungen Rhein” gespeeld en gezongen. Het is een fier romantisch lied in 1850 door de Zwitser Jakob Josef Jauch geschreven.

Oben am jungen Rhein

Lehnet sich Liechtenstein

An Alpenhöh’n.

Dies liebe Heimatland.

Das teuere Vaterland,

Hat Gottes weiser Hand

Für uns ersh’n.

Hoch lebe Liechtenstein,

Blühend am jungen Rhein,

Glücklich und treu.

Hoch leb’der Fürst vom Land,

Hoch unser Vaterland,

Durch Bruderliebe-Band

Vereint und frei.

Maar luister eens naar de melodie:

https://www.youtube.com/watch?v=60RJEKhDjHM

U hoort het, het is de tune van “God Save the Queen”, het Britse volkslied.

Liechtenstein is bijna het enige land ter wereld met een volkslied waarvan de melodie die van het volkslied van een ander land is.

Bijna, want het Finse en het Estse volkslied hebben ook dezelfde melodie en zelfs bijna dezelfde tekst. Maar die landen zijn buren en de liederen hebben een gezamenlijke oorsprong.
      Maar Liechtenstein en het Verenigd Koninkrijk? Waarom? Ik heb geen idee.
Een gebrek aan muzikale creativiteit misschien? Ergens las ik dat er, relatief gezien, in Liechtenstein twee keer zoveel mensen muziekles hebben als in Zwitserland, en zelfs vijf keer zoveel als in Duitsland. Dat heeft er echter niet toe geleid dat Liechtenstein muzikaal hoge ogen is gaan gooien. Sterker nog:

Liechtenstein is één van de twee Europese landen (de ander is Kosovo) dat nog nooit heeft meegedaan aan het Eurovisie Songfestival.

 


Will Glahé

                      

Eén muzikaal hoogstandje kunnen we het kleine Prinsdom niet ontzeggen.
      In 1957 bracht het lied "Liechtensteiner Polka" het in de Amerikaanse hitlijst Billboard Hot 100 tot nummer 16

. https://www.youtube.com/watch?v=3ymmlyzAEmA
  

Het opgewekte lied (Ja, das ist die Liechtensteiner Polka mein Schatz! Da bleibt doch kein Liechtensteiner auf seinem Platz!) zette het Prinsdom eventjes op de wereldkaart en deze polka werd een soort onofficieel Liechtensteins volkslied.
      De Liechtensteiner Polka is door vele orkesten gecoverd maar de man die het lied groot maakte was de accordeonist en bandleider Will Glahé, een Duitser …

Liechtenstein is een land van tegenstellingen. Een land met een sprookjesuitstraling waar de vorstelijke familie vanaf hun middeleeuws kasteel over uitziet maar dat wordt gerund als een goed geolied hightech bedrijf. Een land waar de democratie diep verankerd ligt, maar waar de dictatuur niet ver weg is.

Een land dat sinds 1798 geen doodstraf meer voltrok en waar het leger al in 1868 werd afgeschaft maar waar het kiesrecht voor vrouwen pas in 1984 wettelijk werd vastgelegd.

 

Herfst 2009

3. Belastingparadijzen & auto's

Uitgestorven centrum

Vorstendom 


Paar toeristen
 


Kunstmuseum
 

4. Prinsenkroontjes van chocolade

 Wat voor souvenir neem je mee als je uit Liechtenstein komt?
     
Tja.
Hooguit een bundeltje vers witgewassen geld, dat je van je geheime bankrekening hebt geplukt.
      Liechtenstein (FL), een klein vorstendom dat tussen Oostenrijk en Zwitserland ligt, is het rijkste land ter wereld.
Een eigen industrie is er nauwelijks.

 

 

Hazelnotencrème

Maar… men laat in Zwitserland bonbons maken volgens een Liechtensteiner recept.
      Melkchocolade met een vulling van hazelnotencrème. Er zit geen alcohol in.
De bonbons heten Liechtensteiner Fürstenhütchen en zijn gemaakt in de vorm van de Prinsenkroon.

 

 

Droog bewaren

In de doos boven zitten 28 hütchen. Ik betaalde er in 2009 32 Zwitserse francs voor.
      Als je ze droog bewaart bij een temperatuur van 16 tot 18 graden, blijven ze vrij lang goed.

 

 

Troppau & Jägerndorf

De naam is ontleend aan de kroon van Prins Karl I, die vanaf 1614 heerste over de hertogdommen Troppau en Jägerndorf.
      Geschonken door keizer Ferdinand II, nadat Karl hem had gesteund tijdens de Boheemse Opstand.
Karl liet daarna een kroon ontwerpen door juwelier Daniel de Bres in Frankfurt am Main.
      De kroon waarin diamanten, parels en robijnen waren verwerkt, ging echter verloren.
Een namaakexemplaar bevindt zich in het Nationaal Museum in de hoofdstad Vaduz.

 

 

Die Heimat

Het paleis van de Vorst ligt hoog in de bergen. De weg ernaar toe is niet toegankelijk voor gewone mensen.
      Even verderop is de Triesenberg met het plaatsje Malbun.
Daar ben ik eens in oktober ingesneeuwd..
      In het hotel kreeg je na het diner zo’n bonbonnetje bij een kop koffie.
Met een boekje vol wetenswaardigheden over ‘Die Heimat des Liechtensteiner Fürstenhütchens’.

 

 

5. Meest geïndustrialiseerde land ter wereld

     

(Door Rolf Weijburg)

 Liechtenstein behoort samen met Qatar en Luxemburg per capita tot de drie rijkste landen ter wereld.

Dat Liechtenstein rijk is zal niemand echt verbazen. Ach ja, een belastingparadijs, zult u denken.
      Natuurlijk is Liechtenstein een belastingparadijs. Het kleine land is er groot mee geworden. Met zijn lage belastingtarieven werd het Prinsdom in de jaren tachtig en negentig zelfs “de Rolls Royce” onder de belastingparadijzen genoemd.

      
     
      Vermogende buitenlanders sluisden in die tijd miljoenen aan onbelast kapitaal door naar in het Prinsdom opgerichte stichtingen, waardoor het geld op naam van de stichting kwam te staan en de identiteit van de eigenlijke eigenaar verborgen kon blijven. Op die manier kon geld dat om wat voor reden dan ook privacy behoefde eenvoudig tussen de Alpenweiden worden veiliggesteld. Je kon in Liechtenstein bij wijze van spreken gewoon met een koffer geld een bank binnen lopen zonder dat er iemand vroeg waar dat geld vandaan kwam of er wel belasting over betaald was en op een goed moment telde Liechtenstein meer stichtingen dan inwoners.

Bankmedewerkers waren immers geen belastinginspecteurs.

Dollars

Tegenwoordig echter heeft ook Liechtenstein onder grote druk van vooral Amerika en de EU zijn bankzaken transparanter moeten maken en het staatje heeft zich inmiddels gedistantieerd van het niet te traceren geld waarmee ooit enorme rijkdom is vergaard.
      Vragen vanuit het buitenland omtrent in Liechtenstein geparkeerd buitenlands kapitaal waarvan vermoed wordt dat het om crimineel geld gaat, worden serieus behandeld en de diverse belastingdiensten krijgen in die gevallen alle Liechtensteinse medewerking.
      Anders is het als een buitenlandse belastingdienst vragen heeft omdat het belastingontduiking vermoedt bij in Liechtenstein geparkeerd geld. Dan krijgt het in Liechtenstein nul op het rekest: belastingontduiking in het buitenland is in Liechtenstein geen strafbaar feit.
      Vandaar ook dat er wel zo’n 35000 (evenveel als er Liechtensteiners zijn) zogenaamde brievenbusfirma’s in het prinsdom geregistreerd staan die in eigen land belastingplichtig zouden zijn maar in Liechtenstein profiteren van de veel lagere tarieven. Het lijkt net Nederland.

        

De inkomsten uit al dat gescharrel en geschuif met geld zijn nog immer substantieel, maar het gros van de overheidsinkomsten van Liechtenstein is afkomstig uit de industrie. Sterker nog:

Liechtenstein is per hoofd van de bevolking het meest geïndustrialiseerde land ter wereld.

Er is daar één bedrijf op iedere negen inwoners. 44,9 % van de bevolking werkt in de industrie. Ter vergelijking: 24,8 % van de Zwitsers, 30 % van de Oostenrijkers en 33,5% van de Duitsers is werkzaam in de industrie. Niet gek voor een land zonder grondstoffen.
      Veel bedrijven zijn uiteraard naar Liechtenstein gekomen vanwege de fiscale en administratieve voordelen, niet vanwege de kleine binnenlandse afzetmarkt. De industrie is dan ook hoofdzakelijk gericht op de export.

De netto-export per hoofd van de Liechtensteinse bevolking is de hoogste ter wereld.

Het is allemaal schone industrie, je zult in Liechtenstein geen groezelige fabriekscomplexen met rokende schoorstenen tegenkomen. Vooral kleine en middelgrote high-tech bedrijven produceren in het prinsdom. Maar ook boormachinemaker Forst- Hilti (de grootste werkgever in Liechtenstein met zelfs een eigen treinstation), auto-onderdelenmaker Krupp Presta, juwelen en horlogebedrijf Swarovski en wereldmarktleider in kunsttanden Ivoclar Vivadent .

           
Met zestig miljoen tanden per jaar zorgt dit bedrijf er voor dat

Liechtenstein ‘s werelds grootste producent van kunsttanden is.

Al die bedrijven hebben uiteraard werknemers in dienst. Veel meer zelfs dan het land zelf kan leveren. Per gevolg forenzen dagelijks 13000 Zwitsers (Zwitserse gastarbeiders, dat lijkt bijna een contradictio in terminis), Oostenrijkers en Duitsers het prinsdom in en uit en ontstaan er iedere werkdag flinke files tijdens de spitsuren.

Afgezien van al die werknemers trekken de bedrijven natuurlijk ook aardig wat internationale zakenlui aan. Maar waar elders in de wereld vliegvelden businessclass reizende zakenlui, of privéjets kunnen ontvangen, is

Liechtenstein samen met Vaticaanstad, Andorra en Monaco het enige land ter wereld zonder vliegveld.

 

Heliport

Er is bij Balzers in het zuiden, wel een heliport, maar dat biedt geen reguliere vluchten. De dichtstbijzijnde luchthaven is Kloten bij Zürich en vandaaruit heeft de zakenman op weg naar Liechtenstein vier keuzes: met een gecharterde helikopter in een klein half uurtje naar Balzers heliport, of per huurauto in anderhalf uur naar Vaduz.
      De derde optie, in ruim twee uur met de Zwitserse Postbus, vereist wat meer tijd terwijl keuze vier, afhankelijk van de aansluitingen, ongeveer net zo lang kan duren als met de auto of met de bus: met de trein.

Bahnhof

Neem de RailJet van Zürich naar het Oostenrijkse Innsbruck die weliswaar dwars door Liechtenstein rijdt maar er niet stopt. In Buchs, vlak voor de grens met het prinsdom moet je dus uitstappen en overstappen op het boemeltje van de Oostenrijkse Federale Spoorwegen dat negen keer per dag naar Feldkirch in Oostenrijk rijdt.

Dan gaat het snel: de trein rijdt vanuit Buchs over 9,5 kilometer in tien minuten tijd dwars door Liechtenstein heen en stopt in die tien minuten ook nog eens op drie stations (Schaan-Vaduz, Forst-Hilti, Nendeln , - het laatste station Schaanwald, is onlangs gesloten -).

Niet slecht.

Na Monaco, Laos en Lesotho heeft Liechtenstein de kortste passagierstreinlijn ter wereld.

 

(Najaar 2009)

6. Ingesneeuwd in oktober

 
Helling


Kindertjes
 

Veertig centimeter 


Vervelende situaties 


Solidariteit

Spekgladde wegen 


Ruim een uur


Man met hoed

 Oktober 2009

8. UNDER THE VERANDAH

 

9. Een dubbel landlocked country

(Door Rolf Weijburg)

Liechtenstein is een klein onafhankelijk Prinsdom aan de rechteroever van de nog jonge Rijn, ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk. Het is in vele opzichten een uniek land en je kunt een hele reeks lijstjes verzinnen waarin het Prinsdom Liechtenstein hoog scoort.
      Laten we maar eens kijken wat dat zoal oplevert.


GROOTTE

Om te beginnen de oppervlakte van het land.
      Liechtenstein meet maximaal 24,6 kilometer noord-zuid en 12,4 kilometer oost-west en heeft een totale oppervlakte van 160 km2. Leg het over Nederland met het noordelijkste puntje op de Utrechtse Dom, dan heb je ter hoogte van knooppunt Deil het Prinsdom alweer verlaten.
       260 Liechtensteins passen er in Nederland.

Liechtenstein is daarmee het op drie na kleinste onafhankelijke land in Europa en het op vijf na kleinste land ter wereld. Alleen Vaticaanstad, Monaco en San Marino zijn in Europa kleiner en op wereldniveau komen daar nog Nauru en Tuvalu bij. De Marshall Islands zijn met 181 km2 net iets groter.

 

LIGGING

Van alle 25 kleinste landen ter wereld ligt Liechtenstein het meest noordelijk, op 47 graden, 8 minuten noorderbreedte om precies te zijn.
      Opmerkelijk is overigens dat op de zes kleine Europese staten en Bahrein (nét) na, alle overige landen uit de lijst van 25 kleinste landen ter wereld tussen de twee keerkringen liggen.

 

HOOGTE

Na de Pic de Coma Pedrosa in Andorra die 2946 meter hoog is, is de Grauspitz in Liechtenstein, op de grens met Zwitserland ten zuiden van Malbun, met haar 2599 meter het hoogste punt in de 25 kleinste landen ter wereld. Vanaf Malbun (ook een record, Liechtenstein is het enige Alpenland met slechts één skioord: Malbun), kan je met een kabelbaan naar boven, naar de Sareiser Joch op 2000 meter.
      Vandaar heb je een prachtig zicht op de Malbunvallei met daarachter de grillige bergketen waar Liechtensteins hoogste punt ligt.
Mits het niet in wolken gehuld is uiteraard.


KUSTLOOS

Het Prinsdom Liechtenstein is een landlocked country. Een land zonder kustlijn. Dat is niet zo bijzonder, alleen in Europa liggen al vijftien van die kustloze staten.
      Maar Liechtenstein heeft een stapje voor.
Het prinsdom is, samen met Oezbekistan, het enige land ter wereld dat double landlocked is. Dat wil zeggen: de directe buren van Liechtenstein, Zwitserland en Oostenrijk, zijn ook kustloos en een Liechtensteiner moet dus, net als een Oezbeek, minstens twee internationale grenzen oversteken om ergens een echte zeehaven te bereiken.


GRENZEN

Liechtenstein is overigens het enige land ter wereld waarvan de grenzen worden bewaakt door buitenlanders.
      Omdat het Prinsdom in een monetair- en douaneverdrag met Zwitserland leeft, wordt er met de Zwitserse Franc betaald en worden de grenzen bewaakt door Zwitsers.

Schweizerisches Zollamt im Fürstentum Liechtenstein staat er dan ook breeduit op de overkapping van de grenspost Schaanwald als je vanaf het Oostenrijkse Feldkirch het land binnenrijdt. Zwitserse grensbewakers laten er de auto’s het prinsdom binnensijpelen. Dat is eigenlijk wel vreemd, een onafhankelijk land dat zijn grenzen door een ander land laat bewaken.
      In Vaticaanstad gebeurt, met de Zwitserse Gardisten aan de poorten, iets dergelijks, maar daar hebben de Zwitsers voor de gelegenheid de Vaticaanse nationaliteit gekregen. Hier aan de Liechtensteinse grens met Oostenrijk staan échte Zwitsers de grens te bewaken. Ik geloof niet dat dat elders voorkomt, in ieder geval niet zo opzichtig.

Vanwege dat zelfde douaneverdrag zijn de grensovergangen met Zwitserland onbewaakt en slechts gemarkeerd met simpele bordjes, soms vergezeld door de Liechtensteinse nationale en vaak ook de prinselijke vlag.
      Overal kan je gewoon, zonder controles, het Prinsdom binnenlopen of – rijden.

Bijna alle grensovergangen met Zwitserland liggen op de acht auto- en voetgangersbruggen en de spoorbrug over de Rijn.

Helemaal in het zuiden bij Balzers ligt in het zicht van Kasteel Gutenberg de enige grensovergang met Zwitserland over land.
      Hier staat ook nog een oude 18e eeuwse grenssteen.


Stempel

 Nergens aan de grens, of het nu met Zwitserland of met Oostenrijk is, krijg je een stempel, maar als je toch wilt kunnen aantonen dat je in Liechtenstein bent geweest, kan je met je paspoort naar het toeristenbureau in Vaduz.
      Daar zet iemand dan voor vijf Zwitserse Franc een tweekleurig stempel in je paspoort.

      Dat is ook niet echt courant: een land waar je moet betalen voor een entreestempeltje in je paspoort dat je alleen kan krijgen als je al goed en wel het land binnen bent.

 

 

 

 

Een dubbel landlocked country

(Door Rolf Weijburg)

Liechtenstein is een klein onafhankelijk Prinsdom aan de rechteroever van de nog jonge Rijn, ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk. Het is in vele opzichten een uniek land en je kunt een hele reeks lijstjes verzinnen waarin het Prinsdom Liechtenstein hoog scoort.
      Laten we maar eens kijken wat dat zoal oplevert.


GROOTTE

Om te beginnen de oppervlakte van het land.
      Liechtenstein meet maximaal 24,6 kilometer noord-zuid en 12,4 kilometer oost-west en heeft een totale oppervlakte van 160 km2. Leg het over Nederland met het noordelijkste puntje op de Utrechtse Dom, dan heb je ter hoogte van knooppunt Deil het Prinsdom alweer verlaten.
       260 Liechtensteins passen er in Nederland.

Liechtenstein is daarmee het op drie na kleinste onafhankelijke land in Europa en het op vijf na kleinste land ter wereld. Alleen Vaticaanstad, Monaco en San Marino zijn in Europa kleiner en op wereldniveau komen daar nog Nauru en Tuvalu bij. De Marshall Islands zijn met 181 km2 net iets groter.

 

LIGGING

Van alle 25 kleinste landen ter wereld ligt Liechtenstein het meest noordelijk, op 47 graden, 8 minuten noorderbreedte om precies te zijn.
      Opmerkelijk is overigens dat op de zes kleine Europese staten en Bahrein (nét) na, alle overige landen uit de lijst van 25 kleinste landen ter wereld tussen de twee keerkringen liggen.

 

HOOGTE

Na de Pic de Coma Pedrosa in Andorra die 2946 meter hoog is, is de Grauspitz in Liechtenstein, op de grens met Zwitserland ten zuiden van Malbun, met haar 2599 meter het hoogste punt in de 25 kleinste landen ter wereld. Vanaf Malbun (ook een record, Liechtenstein is het enige Alpenland met slechts één skioord: Malbun), kan je met een kabelbaan naar boven, naar de Sareiser Joch op 2000 meter.
      Vandaar heb je een prachtig zicht op de Malbunvallei met daarachter de grillige bergketen waar Liechtensteins hoogste punt ligt.
Mits het niet in wolken gehuld is uiteraard.


KUSTLOOS

Het Prinsdom Liechtenstein is een landlocked country. Een land zonder kustlijn. Dat is niet zo bijzonder, alleen in Europa liggen al vijftien van die kustloze staten.
      Maar Liechtenstein heeft een stapje voor.
Het prinsdom is, samen met Oezbekistan, het enige land ter wereld dat double landlocked is. Dat wil zeggen: de directe buren van Liechtenstein, Zwitserland en Oostenrijk, zijn ook kustloos en een Liechtensteiner moet dus, net als een Oezbeek, minstens twee internationale grenzen oversteken om ergens een echte zeehaven te bereiken.


GRENZEN

Liechtenstein is overigens het enige land ter wereld waarvan de grenzen worden bewaakt door buitenlanders.
      Omdat het Prinsdom in een monetair- en douaneverdrag met Zwitserland leeft, wordt er met de Zwitserse Franc betaald en worden de grenzen bewaakt door Zwitsers.

Schweizerisches Zollamt im Fürstentum Liechtenstein staat er dan ook breeduit op de overkapping van de grenspost Schaanwald als je vanaf het Oostenrijkse Feldkirch het land binnenrijdt. Zwitserse grensbewakers laten er de auto’s het prinsdom binnensijpelen. Dat is eigenlijk wel vreemd, een onafhankelijk land dat zijn grenzen door een ander land laat bewaken.
      In Vaticaanstad gebeurt, met de Zwitserse Gardisten aan de poorten, iets dergelijks, maar daar hebben de Zwitsers voor de gelegenheid de Vaticaanse nationaliteit gekregen. Hier aan de Liechtensteinse grens met Oostenrijk staan échte Zwitsers de grens te bewaken. Ik geloof niet dat dat elders voorkomt, in ieder geval niet zo opzichtig.

Vanwege dat zelfde douaneverdrag zijn de grensovergangen met Zwitserland onbewaakt en slechts gemarkeerd met simpele bordjes, soms vergezeld door de Liechtensteinse nationale en vaak ook de prinselijke vlag.
      Overal kan je gewoon, zonder controles, het Prinsdom binnenlopen of – rijden.

Bijna alle grensovergangen met Zwitserland liggen op de acht auto- en voetgangersbruggen en de spoorbrug over de Rijn.

Helemaal in het zuiden bij Balzers ligt in het zicht van Kasteel Gutenberg de enige grensovergang met Zwitserland over land.
      Hier staat ook nog een oude 18e eeuwse grenssteen.


Stempel

 Nergens aan de grens, of het nu met Zwitserland of met Oostenrijk is, krijg je een stempel, maar als je toch wilt kunnen aantonen dat je in Liechtenstein bent geweest, kan je met je paspoort naar het toeristenbureau in Vaduz.
      Daar zet iemand dan voor vijf Zwitserse Franc een tweekleurig stempel in je paspoort.

      Dat is ook niet echt courant: een land waar je moet betalen voor een entreestempeltje in je paspoort dat je alleen kan krijgen als je al goed en wel het land binnen bent.

 

 

 

Grootse evenementen

 


(Door Rolf Weijburg)

Met het casino als grote booster ging het in de twintigste eeuw steeds beter met Monaco, het op één na kleinste land ter wereld. Al in de jaren dertig had het prinsdom een wereldwijde faam als luxe-oord waar de allerrijksten aan de casinotafels aanschoven en zich de meest prestigieuze appartementen toe-eigenden of lieten bouwen. Het feit dat er al sinds 1870 geen inkomstenbelasting meer geheven wordt in het land heeft natuurlijk erg geholpen.

Door Monaco’s neutraliteit in de oorlog kon het prinsdom zich anders dan de meeste andere Europese landen gewoon blijven bevoorraden en waren veel (luxe)goederen goed verkrijgbaar.
      Eind 1942 viel Italië het Prinsdom binnen en een jaar later, na de val van Mussolini, werd Duitsland de bezetter van het kleine staatje aan de Middellandse Zee. De Duitsers confisqueerden het Hotel de Paris om er hun hoofdkwartier te vestigen en het naastgelegen casino bleef meestentijds gewoon open.


Duitse bezetting


Tijdens de Duitse bezetting gebruikte Hitler Monaco’s financiële netwerk voor velerlei duistere internationale transacties. Er werden ook, zonder veel tegenstand van de toenmalig heersende Prins Louis II, joden gedeporteerd, een grove smet op het Monegaskisch blazoen waarvoor Prins Albert II pas in 2015 excuses aanbood.
      Het casino blijft ook na de Tweede Wereldoorlog zeer in trek, maar de inkomsten zijn inmiddels al jaren niet meer de belangrijkste in het Prinsdom. Toerisme en de financiële sector brengen nu het meeste geld in het laatje.
      Naast het casino waren de prachtige mediterrane setting, de stranden en het zachte klimaat van oudsher al grote toeristische trekkers.

 
Grand Prix

 Om het fraaie plaatje verder in te vullen begon het Prinsdom met de organisatie van grootse internationale evenementen. Jaarlijkse trekkers, zoals de Grand Prix (sinds 1929), uniek met zijn bochtige circuit dwars door de stad, en de ATP tennistoernooien die Monaco organiseert in de sjieke, prachtig gelegen tennisclub Monte-Carlo Country Club – overigens niet in Monte-Carlo en zelfs niet in Monaco gelegen, maar net over de Franse grens in Roquebrune –  leveren veel geld op.


Résident Permanent

 

Het gunstige belastingklimaat heeft uiteraard ook zo zijn aantrekkingskracht.
      Vermogende mensen willen zich maar wat graag in het Prinsdom vestigen. Daarvoor moeten ze Permanent Ingezetene (Résident Permanent) worden. Dat kan als je minstens een miljoen euro meeneemt dat je deels op een Monegaskische bank moet wegzetten en je daarnaast nog wat tonnen investeert in Monegaskisch vastgoed. Uiteraard moet je kunnen aantonen dat je genoeg geld bezit om geen last voor de overheid te worden en dat je geen foute dingen hebt gedaan. Privégesprekken met ambtenaren moeten deze er tenslotte van overtuigen dat het Prinsdom alleen maar baat heeft bij acceptatie van jou als nieuwe Résident.

 
Paspoort

 Ben je eenmaal Résident Permanent, dan kan je profiteren van het gunstige belastingklimaat en mag je wonen en werken in het land en er ook je bedrijf officieel vestigen met alle fiscale voordelen van dien. De Monegaskische nationaliteit kan je pas aanvragen na tien jaar Résident te zijn geweest en in die tien jaar elk jaar minstens 6 maanden aantoonbaar in het land te hebben doorgebracht. Dat kost je dan wel je oorspronkelijke nationaliteit, dubbele nationaliteit is in Monaco verboden. 
      75% van de bijna 40.000 inwoners van Monaco heeft een andere nationaliteit - allemaal mensen dus die Résident Permanent zijn maar de Monegaskische nationaliteit niet kunnen of willen aanvragen – en ruim 30%, één op de drie, van die 40.000 inwoners is miljonair…
      Al dat geld en al die rijkdom trokken alleen maar méér geld aan. Geld groeit. Banken en verzekeraars en allerlei andere financiële instellingen vestigden zich in het Prinsdom en de financiële sector groeide uit tot ’s lands grootste inkomstenbron.

 

Politie

Maar al dat geld en al die rijkdom trekken natuurlijk ook mensen van ander allooi aan. Veelvuldig wordt er voor zakkenrollers gewaarschuwd, zowat op iedere straathoek hangt een camera en in de publieke liften die je langs de steile Monegaskische hellingen omhoog brengen zit een knop voor direct contact met de politie. Met 1 politie agent per 100 inwoners heeft Monaco bijna de hoogste politiedichtheid ter wereld. Misschien niet helemaal evenredig aan dat getal, maar Monaco is daarmee toch best wel erg veilig te noemen.
      Alleen in Vaticaanstad en in Belarus is er meer politie per inwoner. De cijfers voor Vaticaanstad geven vanwege het zeer geringe inwonertal echter een vertekend beeld, terwijl de grote politiedichtheid in Belarus waarschijnlijk juist betekent dat het er ónveilig is.


Dodge
  Monaco

 Ik heb ernaar gezocht, maar de enorme politiedichtheid in Monaco heeft helaas niets te maken met het feit dat in 1968 de Amerikaanse autofabrikant Dodge op de markt kwam met de Dodge Monaco. Een typische Amerikaanse slee die bijna overal in het land werd ingezet als … politieauto.

  

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh