Reizen (323)

 

Najaar 2007 

Cultuur, politiek & vertier



Neem Weimar. Een mooie stad in Oost-Duitsland. Het is Unesco Werelderfgoed. Het ademt cultuur, architectuur en politiek. Een stad met mooie & bijzondere gebouwen, met kastelen en parken, met tal van musea.
      Maar ook een stad vol vertier. Met café’s , nachtclubs, restaurants, terrassen en straatmuzikanten. Met lommerrijke straten.
De stad van Goethe, van Schiller, Liszt en Nietzsche. De stad waar in 1919 de eerste Duitse Grondwet (Weimarer Reichsverfassung) werd aangenomen.  Naamgever van de Weimarrepubliek van 1919 tot 1933, toen Hitler aan de macht kwam.

Raadhuis



Je kunt de stad het best te voet verkennen. Het centrum is niet zo groot. Je komt alles bijna vanzelf tegen.
      Je kunt het best beginnen bij het Stadtmuseum in het noorden van het centrum. Daar zijn diverse (on)-overdekte parkeerplaatsen. Daarnaast is het Congrescentrum. Je komt op het Goetheplein met het markante standbeeld van Goethe en Schiller, je ziet hun woonhuizen, je komt bij het Liszthaus, het Nietzsche Archief, bij het Weimarhaus, de Stadskerk St. Peter en Paul en bij het karakteristieke Raadhuis.
      Even verderop liggen de kastelen Belverdere en Tiefurt en je kunt een ‘uitstapje’ maken naar voormalig concentratiekamp Buchenwald, zo’n acht kilometer buiten de stad.


Stadtmuseum



Postkantoor



Bauhaus museum



Goethe (links), Schiller & de medemens



Weimarhaus



Goethehuis



Schillerhuis



Markt



Eindelijk rust

 

 

 

Met Pierre Courbois in de DDR

Het was vrijdag 16 maart 1990. Het VPRO-Programma Het Gebouw had zijn Gebouw verplaatst naar een Grand-Café vlakbij Checkpoint Charlie in Berlijn.
      Twee dagen later zouden er namelijk voor ’t eerst en ’t laatst vrije verkiezingen zijn voor de Volkskammer van de Deutsche Demokratische Republik, de DDR. Dat waren merkwaardige verkiezingen, want de hele wereld was ervan overtuigd dat beide Duitslanden weer één zouden worden.
      En inderdaad; Ruim een half jaar later op 3 oktober was het zover.

De uitzending ging rechtstreek van ’s ochtends zeven uur tot één uur in de middag. Er kwamen tal van gasten langs, er was live muziek en er waren reportages, die eerder die week waren opgenomen. Eén van die reportages had ik gemaakt met drummer Pierre Courbois, een groot muzikant en samen met Willem Breuker de grondlegger van de Free Jazz, de geïmproviseerde muziek in Nederland.
      Pierre had in het verleden al diverse zogenaamde muziekreizen in de DDR gemaakt met Peter Flik en Walter Slosse. Hij kende de muziekscene in dat land goed, had er diverse malen opgetreden en was bevriend met lokale musici.
      Bovendien kocht hij zijn brushes altijd in dat land, Die waren niet alleen veel goedkoper maar volgens hem ook van een betere kwaliteit dan in Nederland. Hij kocht altijd honderden stelletjes tegelijk want het materiaal was slijtagegevoelig.

Wij reisden door het land, bereikten de Poolse grens en op veel plekken haalde Pierre mooi vertelde herinneringen op. Wij gingen ook bij mensen op bezoek. Onder meer bij pianist Hannes Zerbe, die met zijn vrouw in een groot huis net over de grens in Oost-Berlijn woonde.
      Het echtpaar was niet zo positief over komende ontwikkelingen. Hannes had in de DDR als bekend musicus een soort vrije status. Hij mocht ook naar het buitenland reizen.

Zij woonden in een prachtig huurpand en wat zou er gebeuren als Berlijn weer één stad zou worden. Zouden die huurprijzen dan niet direct omhoogvliegen en zouden zij dat dan nog wel kunnen betalen? Het waren geluiden die je in de eenwordingseuforie niet zo vaak hoorde.

 

Maar het was een gezellig bezoek. Wij dronken bier en er waren nootjes.
      En aan het eind kreeg ik deze L.P. cadeau.

  


           Duo
Unkrodt . Zerbe.
     
Improvisatiejazz van Hannes Zerbe op piano en synthesizer en Dietrich Unkrodt op tuba. Een -laten we wel wezen- nogal ongewone combinatie.
      Luister HIER naar het nummer Kanon.


 

‘’Französische Scheisse”

Het was in het najaar van 1981. Wij gingen met onze kinderen Babette & Rutger, die toen 12 en 11 jaar waren een paar dagen naar Berlijn in mijn Citroën CX Prestige. Het was natuurlijk nog voor de val van De Muur;
      Je moest dan via de transitroute A2 (Hannover-Berlijn) een groot deel door de DDR (Deutsche Demokratische Republik) rijden. Bij de grensovergang Checkpoint Alpha (Helmstedt-Marienborn) kreeg je een stempeltje en als je West-Berlijn verliet kreeg je opnieuw een stempeltje bij checkpoint Bravo (Drewitz-Dreilinden).  
     
Het was streng verboden om die weg te verlaten. Daar werd scherp op toegezien.
Maar de auto ging kuren vertonen; de temperatuur liep op en toen had ik ineens een kokende motor. Ik stuurde de auto de vluchtstrook op. Vrijwel onmiddellijk verscheen er politie, die mij aanmaande om door te rijden. Toen duidelijk werd dat dit niet ging werd een soort Oost-Duitse ANWB gebeld. De monteur arriveerde, ging mokkend aan de slag, moest moeilijke toeren uithalen en riep toen -gewend aan Lada en Trabant- naar de politieman: ‘’Französische Scheisse”.
      De wagen moest naar een garage. Maar dat mocht zomaar niet. Er werd gebeld met iemand van het Ministerie van Staatsveiligheid. Die patrouilleerden -zo leerde ik- daar op de weg.
      De monteur takelde mijn auto omhoog en reed naar de dichtstbijzijnde garage. Gevolgd door de politieman en de inmiddels gearriveerde staatsveiligheidsambtenaar. Onder het toeziend oog van beide heren ging hij aan de slag waarbij hij nog diverse keren Französische Scheisse liet horen.         
      Maar het euvel werd verholpen en daarna werden we weer onder begeleiding van de Staatsveiligheidsdienst naar de autoweg geholpen.
Het bezoek aan West- en trouwens ook Oost-Berlijn verliep daarna uitermate plezierig.

Hoewel!
Wij logeerden in het Petit Hotel aan de Kurfürstendamm. Het was niet zo simpel om in die buurt te parkeren. 
      Maar... ik had een goede plaats gevonden. Dacht ik.
Wij deden alles per metro. Gingen ook naar Alexanderplatz in Oost-Berlijn. 
Na een paar dagen wilde ik iets uit de auto halen.
      Helaas! De auto was verdwenen.  

Wij gingen naar het politiebureau vlakbij de Zoo. Daar leerden we dat de auto niet was gestolen, maar weggesleept, 
      Als we de boete contant zouden betalen, kregen we een briefje waar de auto was neergezet. 
Het was in een verre buitenwijk. We gingen met de metro en moesten toen nog een behoorlijk eind lopen.
      Verder was het een fijne en leerzame reis.
De terugtocht verliep zowaar zonder problemen.. . 

 
    

 

 

Voorjaar 2003

Hooligans & Gentlemen uit Samoa

Er is een gevleugeld gezegde over Rugby: De spelers zien eruit als hooligans maar spelen als gentlemen.

 In maart 2003 zat ik in het vliegtuig op weg van Wellington in Nieuw Zeeland naar Hong Kong in China. We maakten een tussenlanding in Auckland en daar stapte een zeer donker gezelschap keurig uniform geklede mannen in. Ze waren bijna allemaal heel groot en stevig gebouwd.
      Er ging er één naast me zitten. Een prachtig atleet. Mooie man. Gebeeldhouwd gezicht. Gentleman en absoluut geen hooligan. De stewardess van New Zealand Airlines kende hem. Zij gaf hem een knipoog en een glaasje Jus d’Orange, dat hij in heel kleine teugjes op dronk.

      ‘Joe’, zei hij. ‘Ik ben Joe’.
      Wie zij waren, vroeg ik maar eens.

Zij waren het nationale Rugbyteam van Samoa, een eilandje in de Stille Zuidzee, zo‘n 3.000 kilometer boven Nieuw Zeeland. Zij gingen via Hong Kong naar Engeland, waar ze een paar oefenwedstrijden zouden spelen ter voorbereiding op het wereldkampioenschap dat een paar maanden later in Australië zou worden gehouden.

‘SAMOA!’.
      Wat wist ik van Samoa?
Eerlijk gezegd wist ik heel weinig van Samoa. Jawel een eiland in de Stille Zuidzee. En ooit had ik een recept uit Samoa gevonden voor geflambeerde vleermuizen, die ik uit Singapore mee naar huis had genomen, omdat ik dacht dat het om paddenstoelen ging.
REIZEN 103

Het leek me niet zo gepast om direct over die vleermuizen te beginnen, dus suggereerde ik dat Samoa wel een oude Engelse kolonie zou zijn, omdat zij kennelijk heel goed waren in rugby.

      Joe moest daar een beetje om lachen.
      ‘Nee’ zei hij. ’Wij zijn in een ver verleden Duits geweest’.

      ‘Waarom is rugby dan zo populair?'
      ‘Heel eenvoudig’, zei Joe. ‘Na de eerste wereldoorlog zijn wij een tijd bezet geweest door Nieuw-Zeeland. Zij hebben die sport bij ons geïntroduceerd. En wij bleken er goed in. Zelf ging ik bijvoorbeeld al in Nieuw-Zeeland spelen toen ik twaalf jaar was. Die competitie daar is erg sterk. Maar de competitie in Engeland is nog sterker. En daar speel ik al drie jaar. Het bevalt me goed. Ik heb nu een Engelse vrouw en een dochtertje. Ook het leven in Engeland -vooral Londen- is goed en afwisselend. Ik bedoel… Nieuw-Zeeland is eh… niet zo spannend‘. Hij keek naar de stewardess, die alweer vroeg of hij iets nodig had.

Of ze een kans zouden maken daar op dat kampioenschap in Australië?
      ‘Nee’, zei Joe.
      ‘Nieuw-Zeeland gaat waarschijnlijk winnen. En weet je waarom? Er doen diverse spelers uit Samoa mee. Die hebben zich voor een behoorlijk bedrag laten naturaliseren. Mij hebben ze dat ook gevraagd, maar ik heb het geweigerd. ’Andersom spelen er bij ons een paar Nieuw-Zeelanders mee, maar ja dat zijn niet de besten.’

In het vliegtuig zaten zo’n twintig passagiers met mondkapjes voor. Ruim een week eerder was de SARS-epidemie in Hong Kong uitgebroken en op dat moment was nog absoluut niet duidelijk hoe erg het zou worden. Een uur voordat we zouden landen kregen ook alle spelers en begeleiders van het rugbyteam een mondkapje uitgereikt.

      ‘Sorry’, zei Joe glimlachend.
      ‘Succes’, zei ik.
Over vleermuizen hebben we het niet meer gehad.


P.S.

Samoa eindigde in 2003 op het wereldkampioenschap als derde in zijn poule en werd daarmee in de eerste ronde uitgeschakeld. Het verloor toen van Engeland en Zuid- Afrika en won van Uruquay en Georgië .
      Nieuw-Zeeland werd derde en Engeland wereldkampioen.

 

 

TaalsTaaltjes voor de radio


 

UKKEL & Z'N UKKELAARS
Een inwoner van Zeeland heet een Zeeuw. Een inwoner van Nieuw-Zeeland daarentegen een Nieuw-Zeelander. Maar hoe heet een inwoner van Bangkok: is dat misschien een Bangkokker? Bangkokkaan? Of zelfs een Bangekok?
      Zoals elke taal heeft het Nederlands een heel systeem om de inwoners te noemen naar de plaatsen waar ze wonen. Dat doet het Nederlands met achtervoegsels. En achtervoegsels zijn woorddelen die op zich geen enkele betekenis hebben maar die de betekenis ervan veranderen van het woord waar ze achter staan. Zo duidt het achtervoegsel -aan vaak de bewoner van een plaats aan.
      Iemand die in Amerika woont is een Amerik-aan, net zoals een inwoner van Bolivia een Bolivi-aan is. En op dezelfde manier kennen we Arubanen, Afrikanen, Bahamanen, Corsicanen, Costaricanen, Cubanen, Gambianen, Javanen, Jamaicanen, Kenianen, Koreanen, Liberianen, Nicaraguanen, Samoanen, Srilankanen, Tonganen, en Zambianen.
      Krijgen inwoners van plaatsen die op een -a eindigen in het Nederlands dus altijd het achtervoegsel -aan? Hoho, dan onderschat u de taal toch wel een beetje. Want in taal is niets automatisch of logisch.
      Het is namelijk ook heel gewoon om de inwoners van een plaats die eindigt op -a aan te duiden met het achtervoegsel -ees. In Canada wonen Canadezen, in China Chinezen en op Malta vinden we heel wat Maltezen. Die zijn in het taalkundige gezelschap van Andorrezen, Guyanezen, Havanezen, Luandezen, Oegandezen en Panamezen.

LIMENEN & ANKARIOTEN

Soms gebruiken we geen -aan of -ees, maar dan verlengen we de plaats op -a met het achtervoegsel -er, zoals in Limaër, Accraër, Sint-Helener of Eritreeër. Of we schrappen de hele uitgang -a en vervangen we die door -er: zo leven er in India Indiërs (en geen Indiaërs of Indianen) en in Attica zelfs Attiërs. In Lima wonen Limenen en in Ankara zelfs Ankarioten. En waarom wonen er in Europa geen Europanen en wel Europeanen, die we ook Europeeërs mogen noemen?
      Er komen niet alleen lettergrepen bij, soms verdwijnen ze spoorloos. Een bewoner van Antarctica heet geen Antarcticaan maar een Antarctiër, en een bewoner van Botswana heet een Botswaan en geen Botswanaan, zoals we zouden mogen hopen. En als u niet wist hoe een een inwoner van Guatemala heette, zou u dan op het correcte Guatemalteek gekomen zijn?
      Wist u dat een inwoner van Addis Abeba mag kiezen tussen Addis Abebaër en een verrassende Addis Abebiet?

De verwarring is mooi zichtbaar bij een inwoner van Breda die volgens de Nederlandse Spraakkunst aanspraak mag maken op niet minder dan drie correcte aanduidingen: Bredanaar, Bredaënaar, en Bredaër. Volgens bovenstaande voorbeelden had hij ook kunnen heten: Bredaan, Bredees, Bredeen, Breteek, Brediet en zelfs Bredioot.


AQUITANEN & SPANJOLEN  

Gaat het u intussen ook al duizelen? Nou, de Nederlanders kennelijk ook want bij een flink aantal minder gebruikelijke namen op -a hebben ze de moed volledig opgegeven. Bij inwoners van Bermuda, Suva en Dhaka bijvoorbeeld staat aangegeven: omschrijving. Daar is dus geen officieel woord voor een bewoner en die moeten we noodgedwongen aanduiden met bijvoorbeeld bewoner van Suva of inwoner van Bermuda.
      Waarom heet een inwoner van Australië een Australiër en waarom noemen we een inwoner van Aquitanië een Aquitaan? En waarom heet iemand uit Arabië dan geen Arabiër of Araab maar een Arabier? En waarom wonen er in Spanje naast Spanjaarden ook Spanjolen?

Wat ik altijd prachtig vind zijn de drie- of vierletter-namen, die erop duiden dat de naam van het land is afgeleid van de bevolking en niet andersom. In Jutland, Rusland, Denemarken en Noorwegen wonen dus geen Jutlanders, Ruslanders, Denemarkers en Noorwegenaars, maar Jutten, Russen, Denen en Noren.
      Griekenland herbergt veel Grieken. En consequent zijn we allerminst. Zo wonen in Oostenrijk Oostenrijkers maar in Frankrijk Fransen. En de allermooiste korte vorm tref je aan in Groot Brittannië, waar geen Groot-Brittanniërs wonen maar gewoon Britten.

Zulke dingen vind ik nou leuk. De Nederlandse taal produceert uitgangen waar je nooit op zou komen en die doordat ze in de Algemene Nederlandse Spraakkunst vermeld staan ineens een heleboel onlogische vormen in onze toch al zo rijke taal binnenhalen.
      Laten we eens een klein testje doen en kijken hoe goed uw kennis van die woordenrijkdom is. Ik noem eerst de plaats op en u raadt wat het officiële woord is. Laten we met het buitenland beginnen.
      Op de Abruzzen wonen Abruzzezen, in Aden vind je Adenieten en een inwoner van Algiers is een Algierser. Had u alle drie goed? Nou, dat is dan knap want ikzelf wist geen enkele bewoner correct te benoemen.
      Hier komen nog een paar mooie: In de Andes wonen Andijnen, in Azerbeidzjan wonen behalve Azerbeidzjanen Azeri, de Balearen worden bewoond door, jawel... Balearen.
      Caracas huisvest voornamelijk Caracenen, en in Ivoorkust wonen Ivorianen. En door wie wordt Curaçao bewoond? Door Curaçaoërs en zelfs Curaçaoënaars!
In Kaapstad verblijven vooral Kaapstatters en Kapenaren, terwijl Cyprus en Cairo bevolkt worden door respectievelijk Cyprioten en Caïroten. La Paz herbergt natuurlijk Lapacenen, en Madrid Madrilenen. Monaco barst van de Monegasken, terwijl Sofia de voornaamste vindplaats is van alle Sofioten.

BEVERAREN & GELDROPPERS

Okee, zegt u misschien, die buitenlanden, daar weet ik niet zoveel van.
      Maar ook in de Lage Landen staan we vaak voor verrassingen. Zo wonen in Assen behalve Assenaren ook Assers, terwijl in Geldrop vooral Geldroppenaren en Geldroppers wonen. En wie wonen er in Lelystad? Lelystedelingen. In Hoedekenskerke wonen geen Hoedekenskerkgangers maar Hoedekenskerkenaren. Natuurlijk wordt Beveren niet bevolkt door Bevers maar door Beveraren, Knokke telt wel een paar knokkers maar er wonen allemaal Knokkenaren, Moeskroen telt veel Moeskroenenaren, en geloof het of niet maar Ukkel wordt bewoond door echte Ukkelaars.

Zeg eens eerlijk, hoeveel had u er goed? Misschien wel meer dan ik. Wat een schitterende verwarring en wat een rijkdom aan onverwachte vondsten.
Misschien wel de allermooiste vind ik de inwoners van Bergen. Zowel in het Noord-Hollandse Bergen als in het Belgische Bergen (ook bekend als Mons) wonen natuurlijk Bergenaren.
      Maar wat te denken van het Limburgse Bergen, waarvan de spraakkunst vermeldt dat de inwoners niet Bergenaren heten maar dat die omschreven moeten worden als bijvoorbeeld ‘inwoners van Bergen’. Geweldig zoiets!
 
Het is een voorrecht en een bijna culinair gevoel om als Nederlander te mogen leven tussen de Bangkokkers, de Addis Abebieten en de Caïroten!
Arme Ukkelaars!



Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh