Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
1. PORTUGAL; Een Gids voor Vrienden
In 1988 verscheen het boek PORTUGALvan José Rentes de Carvalho. Een mooi boek. Degelijk en humoristisch. De ondertitel was: ‘’Een gids voor vrienden’’. José woonde na nogal wat omzwervingen in Nederland. Hij kwam met enige regelmaat in Het Gebouw van de VPRO en vertelde dan smakelijke verhalen over zijn land, zijn gebuiiken en zijn inwoners.
Ik kende hem dus vaag en was natuurlijk geen vriend. Maar ik had zijn boek met veel plezier gelezen en besloot het jaar daarop met vakantie naar Portugal te gaan. Wij kwamen terecht op een camping in de buurt van Porto en volgden de door Rentes beschreven route Villa Real-Amarante-Guimãraes-Viana do Castelo.
Daarin staat de volgende passage: ‘’Het landschap is van een verblindende schoonheid, waarna menigeen onder u verrast zal zijn wanneer hij Ermelo ziet staan. Als u belangsetlling heeft voor het ongerepte en het ongewone moet u rechtsaf slaan, de N311 op die middels een klim van 12 kilometer naar de Ato do Fojo leidt. Een miradouro vlakbij het boswachtershuis vergast ons op de Fisgas do Rio Olo, ontoegankelijke watervallen in wier rotsen de weinige nog in Portugal voorkomende adelaars nestelen’’.
Wij hebben dat allemaal gedaan en keken met het boek in ons hand naar boven op zoek naar de adelaars. En toen botsten we bijna op een ander Nederlandse stel, dat ook zo’n boek had en eveneens op zoek was naar die adelaars.
Zij noch wij zagen die vogels, maar vonden wel dat het een bijzonder boek was met goede tips.

Een paar maanden later was Rentes weer eens in Het Gebouw en ik vertelde hem dat verhaal. Maar in plats van trots te zijn reageerde hij nogal ontstemd. Hij vond het maar niets. In een boek dat jaren later verscheen kwam hij er zelfs op terug.
2. Veertig jaar Anjerrevolutie

Het begon even na middernacht. Op 25 april 1974. 00.20 uur. Op het Portugese omroepstation Rádio Renascença wordt het verboden verzetslied Grândola Vila Morena van Zeca Alfonso gedraaid. Een soort startsein voor de Anjerrevolutie morgen precies veertig jaar geleden.
Het revolutionaire leger nam de macht over en zette het dictatoriale en vaak als fascistisch en corrupt aangeduide regime van Marcello Caetano af. Na een overgangsperiode van ruim een jaar wordt Portugal een parlementaire democratie onder leiding van de ex-banneling Mario Soares.

Bijgaande foto’s ontving ik van Ernst Schade, die in Lissabon woont. Gemaakt op het Praça do Comércio, het grote plein waar het veertig jaar geleden allemaal begon.
Ernst is ook betrokken bij de totstandkoming van een documentaire over de staatsgreep.

Het zal wel feest worden hoewel het in een aantal opzichten momenteel helemaal niet zo goed gaat met Portugal. Maar meezingen met Grândola Vila Morena gebeurt massaal. HIER.
3. ONHANDIG OF GEWOON NIET GOED WIJS
Door Peter Flik (1938)
Was ik nogal dol op haar? Zeker. Maar dat ik ooit met haar op reis zou zijn had ik niet durven dromen.
Goed, er was een alibi: dit was een werkreis met de schrijver R. Hij zou ons Portugal laten zien zoals geen tourist dat land ooit zou zien.
Eenmaal in Portugal maakte hij zijn belofte waar en toonde ons een land vol verrassingen. We zaten met z'n drieën in de huurauto en kwamen door een dorp. Er stak een meisje over. R. liet het raam zakken en sprak het meisje aan. U hebt de mooiste ogen die ik ooit heb gezien. Ze straalde en we reden verder.
Maar R., begon ik. Hij: Ik weet wat jij als Hollandse kaaskop nu gaat zeggen... Dat meisje had helemaal geen mooie ogen en waarom zeg je dat dan ? Precies, antwoordde ik, dat wilde ik vragen. R.: Jullie Hollanders zullen nooit begrijpen dat het leven af en toe gelogen moet worden, dat maakt alles veel dragelijker. Dat meisje heeft nu een gelukkige dag. Een oudere man, die verder niets van haar wil, geeft haar een compliment.
We zijn dus met een Portugees en dat merken we een uur later nogal fel.

Hij kiest het Bussaco hotel in de buurt van Coimbra. Bij het benaderen door een enorme tuin zijn we diep onder de indruk.
Het is zestienhonderdvijftig, daar valt niet aan te ontkomen. Wat zeg je daar nog in die ambiance. Als R. even naar het toilet is vraag ik haar hoe de nacht door te brengen. Er zijn maar twee kamers. We besluiten samen een kamer te delen. Dan zegt zij onmiddellijk dat ik niet te veel verwachtingen moet hebben want ze is inmiddels met een nieuwslezer.
De avond moet nog beginnen en nu al dit. R. komt terug en verneemt de kamerindeling. Hij is tot het uiterste beledigd en vertrekt met een taxi. Wij nemen een fles witte wijn. Ik proost met haar op de nieuwslezer, wat zij niet echt waardeert. De stemming zit er goed in, zo mogen we dat wel zeggen.

Beledigd
De ober heeft vanaf een afstand de zaak waargenomen en stelt ons gerust.
Onze vriend is beledigd, maar dat gaat bij Portugezen gewoon weer over.
Hij zal terugkomen en doen alsof er niets aan de hand is. En zo geschiedt.
Sterker nog hij biedt ons een fles rode wijn aan en tot onze stomme verbazing wordt die met een gloeiende tang aan tafel onthoofd.
Na enige tijd vraagt de schrijver hoe deze wijn smaakt. Ik neem een slok en zegt tussendoor dat het allemaal oké is.
Weer een toestand, want wat blijkt: de schrijver heeft een wijn besteld uit het jaar 1938!
Ik ben de volgende dag jarig en dat wilde hij nu vast vieren...
De avond moet nog verder en wat de nacht zou brengen daar hadden we op dat moment nog geen idee van. R. begint opnieuw over de waarde van de leugen in de Portugese cultuur.
Zeventiende eeuw
Neem dit hotel; je waant je in de zeventiende eeuw, maar de werkelijkheid is dat het gebouwd is in 1910.
De nacht kondigt zich aan en zij gaat als eerste naar de kamer. Ik praat nog wat door met de schrijver, die ook zeer onderhoudend is.
Het licht wordt plotseling gedempt en op de tast vind ik onze kamer. Zodra ik de deur open doe zie ik iets wat ik nog nooit eerder gezien heb. Er is een grote wolk in onze kamer binnen gedreven. Ik roep haar naam, maar zij slaapt al.
Op handen en voeten sluip ik de kamer in op zoek naar het bed. Ik zie niks en voel iets later een bed. Kruip erin en tast naar haar, zonder resultaat.
Pas de volgende morgen blijkt waarom: ik lig op een aparte sofa. Zij ligt in het grote bed en heeft een blauw oog.
Ze vertelt me hoe dat toch gekomen is. Haar man (niet de nieuwslezer!) belde als zij in het buitenland was tweemaal per dag en daar kreeg ze in die dikke mist goed de ziekte over in. Woedend bracht ze in die mist de telefoon naar haar oor, maar het bleek haar oog. Dit waren de gevolgen.
We moesten nog met de schrijver ontbijten, wat zou die nu weer denken.
4. Vissers in De Taag

Deze foto kreeg ik opgestuurd van Ernst Schade.
Hij woont in Lissabon Portugal, maar is net vertrokken voor een zeiltocht naar Guadeloupe in de Caraïben.
De foto is genomen vanaf het terras van restaurant Urban Beach aan de Taag.
5.Portugees, een wereldtaal
|
Wereldwijd wordt het Portugees door 225 miljoen mensen gesproken. Een wereldtaal dus, die op de lijst van meest gesproken talen in de wereld op de zesde plaats staat.
|
- Details
- Categorie: Reizen (518)
SARS
1. De uitbraak van een mysterieuze ziekte
Het was in het voorjaar van 2003. Ik ging voor de VPRO-radio naar Hongkong om een programma te maken over Jos Ruisch. Zij was medewerkster van het programma Wereldnet, waarin Nederlanders uit allerlei plekken van de wereld verhalen vertelden over hun ervaringen. In iedere uitzending hadden we verbinding met vier van die mensen, die nieuwsontwikkelingen in die landen duidden, maar vaak ook gezamenlijke belevenissen deelden.
Jos was naar Hongkong vertrokken, omdat haar man daar werk had gevonden. Zij nam mij mee naar diverse bijzondere plekken en wij gingen ook naar ‘’het echte China’’. Ik was daar een week en het
plaatselijke nieuws ging steeds vaker over een mysterieuze ziekte, die in Hongkong was uitgebroken. Er belandden steeds meer mensen in ziekenhuizen en er waren dodelijke slachtoffers.
Na een paar dagen werd bekend dat het ging om SARS, (Severe Acute Respiratory Syndrome), een dus levensbedreigende longontsteking. Er verschenen in het straatbeeld ook steeds meer mensen met mondkapjes voor.
Ik ben ruim een week in Hongkong gebleven en ging toen naar Nieuw-Zeeland. De ontvangst daar was op zijn minst opmerkelijk. Niemand durfde bij ons in de buurt te komen, omdat inmiddels duidelijk was dat SARS zeer besmettelijk was. En wij zouden wel eens dragers van het virus kunnen zijn.
Toen ik een dag of veertien later weer op de burelen van de VPRO verscheen, was de ontvangst zo mogelijk nog afstandelijker. Mij werd te verstaan gegeven dat ik onmiddellijk weer naar huis moest vertrekken en pas weer kon terugkomen als het allemaal voorbij zou zijn. Hoewel ik geen ziekteverschijnselen vertoonde, heb ik me toen maar een dag of tien heel rustig gehouden en heb zoveel mogelijk contact met andere mensen voorkomen. Een zeer bijzondere om niet te zeggen lichtelijk krankzinnige ervaring.
2. Hooligans & Gentlemen
Er is een gevleugeld gezegde over Rugby: De spelers zien eruit als hooligans maar spelen als gentlemen.

In maart 2003 zat ik in het vliegtuig op weg van Wellington in Nieuw Zeeland naar Hong Kong in China. We maakten een tussenlanding in Auckland en daar stapte een zeer donker gezelschap keurig uniform geklede mannen in. Ze waren bijna allemaal heel groot en stevig gebouwd.
Er ging er één naast me zitten. Een prachtig atleet. Mooie man. Gebeeldhouwd gezicht. Gentleman en absoluut geen hooligan. De stewardess van New Zealand Airlines kende hem. Zij gaf hem een knipoog en een glaasje Jus d’Orange, dat hij in heel kleine teugjes op dronk.
‘Joe’, zei hij. ‘Ik ben Joe’.
Wie zij waren, vroeg ik maar eens.
Zij waren het nationale Rugbyteam van Samoa, een eilandje in de Stille Zuidzee, zo‘n 3.000 kilometer boven Nieuw Zeeland. Zij gingen via Hong Kong naar Engeland, waar ze een paar oefenwedstrijden zouden spelen ter voorbereiding op het wereldkampioenschap dat een paar maanden later in Australië zou worden gehouden.
‘SAMOA!’.
Wat wist ik van Samoa?
Eerlijk gezegd wist ik heel weinig van Samoa. Jawel een eiland in de Stille Zuidzee. En ooit had ik een recept uit Samoa gevonden voor geflambeerde vleermuizen, die ik uit Singapore mee naar huis had genomen, omdat ik dacht dat het om paddenstoelen ging. (Reizen 103)
Het leek me niet zo gepast om direct over die vleermuizen te beginnen, dus suggereerde ik dat Samoa wel een oude Engelse kolonie zou zijn, omdat zij kennelijk heel goed waren in rugby.
Joe moest daar een beetje om lachen.
‘Nee’ zei hij. ’Wij zijn in een ver verleden Duits geweest’.
‘Waarom is rugby dan zo populair?'
‘Heel eenvoudig’, zei Joe. ‘Na de eerste wereldoorlog zijn wij een tijd bezet geweest door Nieuw-Zeeland. Zij hebben die sport bij ons geïntroduceerd. En wij bleken er goed in. Zelf ging ik bijvoorbeeld al in Nieuw-Zeeland spelen toen ik twaalf jaar was. Die competitie daar is erg sterk. Maar de competitie in Engeland is nog sterker. En daar speel ik al drie jaar. Het bevalt me goed. Ik heb nu een Engelse vrouw en een dochtertje. Ook het leven in Engeland -vooral Londen- is goed en afwisselend. Ik bedoel… Nieuw-Zeeland is eh… niet zo spannend‘. Hij keek naar de stewardess, die alweer vroeg of hij iets nodig had.
Of ze een kans zouden maken daar op dat kampioenschap in Australië?
‘Nee’, zei Joe.
‘Nieuw-Zeeland gaat waarschijnlijk winnen. En weet je waarom? Er doen diverse spelers uit Samoa mee. Die hebben zich laten naturaliseren. Mij hebben ze dat ook gevraagd, maar ik heb het geweigerd. ’Andersom spelen er bij ons een paar Nieuw-Zeelanders mee, maar ja dat zijn niet de besten.’
In het vliegtuig zaten zo’n twintig passagiers met mondkapjes voor. Ruim een week eerder was de SARS-epidemie in Hong Kong uitgebroken en op dat moment was nog absoluut niet duidelijk hoe erg het zou worden. Een uur voordat we zouden landen kregen ook alle spelers en begeleiders van het rugbyteam een mondkapje uitgereikt.
‘Sorry’, zei Joe glimlachend.
‘Succes’, zei ik.
Over vleermuizen hebben we het niet meer gehad.
Hongkong City
3. Druk, nerveus, rumoerig


4. Toen wij van Rotterdam vertrokken
(Door Kok de Geus)
Ben je in Rotterdam geboren en een straatjongen van zestien jaar dan kan je niet anders dan het ruime sop kiezen. Bijna 50 jaar geleden monsterde ik aan op de SS Drente, een oude schuit van de Rotterdamse Lloyd.
Op 16 oktober 1960 werd ik door mijn moeder en mijn drie jaar oudere zus naar de Jobshaven gebracht. De datum weet ik nog ,omdat mijn zus jarig was
Toen ik over de reling hing en de trossen werden binnengehaald had ik nog nooit van het woord ketelbinkie gehoord. Ik was immers aangemonsterd als dekjongen.
Mijn moeder durfde ik niet te zoenen omdat ik dat sowieso al een tijd niet meer deed. Eénmaal los van de wal kreeg je dat vreemde gevoel in je keel en in je buik; het idee om pas na 6 maanden terug te komen zal daar wel mee te maken hebben.
Al snel brak ik het zeemansrecord van de Rotterdamse Lloyd. Varend langs het Marconiplein kreeg ik al kotsneigingen. De matrozen noemden mij ketelbinkie. Het begrip dekjongen was nieuw. Waarschijnlijk had de maatschappij de nieuwe functie nog niet gecommuniceerd met de overige varensgezellen.
Toen ik de matrozen verteld had dat ik dekjongen was en geen ketelbinkie, begrepen ze goed wat voor type ik was. In de messroom hoorde ik ze al smoezen: ‘we zullen die ketel maar eens gelijk zijn plaats wijzen‘. De rest van de reis was het dus KETEL; geen ketelbinkie en zeker geen dekjongen.
De werkzaamheden van een ketel had ik niet begrepen tijdens mijn sollicitatiegesprek bij de rederij. Met het woord dekjongen had ik mijzelf al zien staan aan dek met mijn linkerhand boven de wenkbrauw, zoals de Indianen naar de bisons staarden. Neen, het ging om eten halen voor de matrozen en de olielui en daarna de hele boel afwassen.
’s Ochtends vroeg eerst de tafels dekken, dan de mensen gaan porren, na het ontbijt afwassen, bedden opmaken, hutten dweilen, schijthuizen boenen en weer tafels dekken, afwassen en ga zo maar door. ’s Avonds na het eten tot een uur of tien drank voor de zeelui verzorgen.
Naast het kotsen moest ik er de eerste weken een nieuwe taal bij leren. Olielui was een verzamelnaam voor stokers, oliemannen, handlangers en poetsers. Aan dek werkten, matrozen, onder- de-gages en lichtmatrozen.
De onderofficieren waren een bootsman, een voorman, een timmerman en een lampenist. Je moest het maar even weten.
JAVANEN
De Rotterdamse Lloyd had veel op ‘Indië’ gevaren. De bedienden waren Javanen. Zij spraken half Nederlands en de Nederlanders zaten op hun beurt vol met Maleise uitspraken.
De dag na vertrek was een zondag en de matrozen probeerde mij al snel uit.
'Ketel, ga jij straks even bij de kapitein de bijbels ophalen'. Ik had mij voorgenomen ieder spel mee te spelen. Het duurde even voordat ik de hut van de kapitein gevonden had. Iedereen speelde onder één hoedje.
De kapitein stuurde mij naar de hofmeester. De hofmeester wist dat de kabelgast er nog een paar had liggen. De kabelgast zit altijd in het voorste gedeelte van het schip. Dus over dek naar het kabelgat. De kabelgast had geen bijbels, 'ze nemen je in de maling', zei hij. ‘Hier! neem maar alvast de boterkwastjes mee, dan ben je niet voor niets gekomen. Deel de kwastjes maar vast uit aan de matrozen‘.
Het klonk wel redelijk; de kwastjes waren voor in de tropen als de boter te zacht was om te smeren.
Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat was het dus pezen en dan ook nog eens doen of je achterlijk bent om de bemanning hun pleziertje te gunnen. Natuurlijk waren er voor mij ook grenzen. Als de zeelui een tijdje van huis waren kregen ze allerlei verlangens. Ketel was dan veel minder achterlijk. Er waren dan toch altijd wel een paar echte zeebonken die het voor je opnamen. Na 10 dagen hel begon eindelijk het avontuur zoals ik het had gehoopt.
Tien dagen slecht weer, dus veel gekotst en veel gehuild; een soort heimwee.
Hongkong
Dan is het ineens mooi weer en varen we de haven van Port Said binnen. Als je dan als straatjongen amper Rotterdam uit geweest bent en je ziet, hoort en ruikt Port Said dan is het of je droomt.
Arabieren die op kleine bootjes langszij komen om kamelenzitjes te verkopen en nog allerlei andere zaken die interessant waren. Matrozen tipten me dat je hier niets moet kopen, want in Singapore zou het veel goedkoper zijn.
Dan maar wachten. Overigens was er weinig te besteden. De gage was ƒ 92,80 per maand.Van dit bedrag ging ƒ 30,00 af omdat daar de dienstkleding van betaald moest worden. Een klein kameeltje had misschien net gekund.
Eerst nog even het Suezkanaal door. Twee keer per dag gaat dat met een konvooi dus allemaal in een lange rij door het kanaal. In het midden ligt een groot meer daar passeer je het konvooi dat van de andere kant komt. Weer een dag of zeven op volle zee naar Singapore.
Gelukkig was het spiegelend water, ook de veronderstelde heimwee was van de baan. Kortom: ik voelde me zeeman. Singapore was een nog groter verrassing dan Port Said. Het leek wel of je naar een climax vaarde. Na Singapore: Hongkong.
Daar was alles nog goedkoper, was mij al verteld. Het binnenvaren in de baai van Hongkong is iets om nooit te vergeten. Aan de ene kant wolkenkrabbers zoals ik ze tot dan toe nog niet gezien had en aan de andere kant een enorme chaos van bootjes die allemaal dwars door elkaar liggen alsof ze net getroffen waren door een wervelstorm. Als ketelbinkie kom je nauwelijks de wal op. Het werk gaat immers door.
In Hongkong mocht ik voor het eerst even de wal op. Samen met een lichtmatroos. Na ruim 3 weken eindelijk vaste grond.
Ik liep door de straten van Hongkong alsof ik net een beenmergtransplantatie achter de rug had. In vakjargon heet dat zeemansbenen. Het was alsof ik droomde in Hongkong al die mensen, de geluiden en de enorme drukte.
NAAIMEISJES
De grote jongens gingen ’s avonds de wal op. Al drie weken lang gehoord wat ze daar allemaal van plan waren. Om een uur of acht ’s avonds kwam er allemaal vrouwvolk aan boord. Eerst dacht ik dat het naaimeisjes waren. In Singapore had je die ook. Voor een paar dollar kon je dan je kleding laten verstellen. Meestal waren dat wat oudere vrouwen. In Hongkong waren dat wel heel jonge naaisters.
Eén van de matrozen vond het leuk om zo’n meisje bij mij in mijn hut op te sluiten. We zullen die ketel even rode oortjes bezorgen. Al snel kwam ik er achter dat het zeker niet om de naaister ging die ik in mijn hoofd had.
Het meisje gaf me wel wat prijzen door. Ik dacht: in Japan zal het wel weer goedkoper zijn. Trouwens daar kocht ik een servies voor mijn moeder. Zij had mij voorlichting gegeven.
'Als je dan zonodig moet, gebruik dan wat'.
'Ja, ja, dat weet ik wel, ik hoef niets'.
Ik moest er niet aan denken. Voordat we in de Oost waren, werd aan boord een voorlichtingsfilmpje gedraaid. Ze lieten zien wat de gevolgen waren van syfilis, druipers Spaanse kraag en andere enge dingen.
De druiper was goed te behandelen. Er ging een apparaatje in je kanaal; aan het eind sprongen er 4 mesjes uit het apparaat en dan trok de arts het apparaatje terug. Het resultaat was dan dat je geslachtsdeel, waar iedereen toch zuinig op is, veranderde in een lege bananenschil.
De troep werd er dan afgeschrapt en je werd weer dicht genaaid. Het klinkt misschien wel kinderachtig maar voor ketel was naaien voorlopig uit de boze. Lekker wachten tot ik groot en sterk zou zijn.
Gelukkig ging de deur al weer snel open.
'En? heeft ze je broek genaaid, ketel?'
YOKOHAMA
De andere dag moest ik de verhalen in de messroom aanhoren van de mannen die de wal op waren geweest. Ik kon het niet begrijpen. Ze hadden niet eens de moeite genomen om naar die voorlichtingsfilm te kijken.
Eindelijk Yokohama; dat moest de climax zijn want daarna begon al weer de weg terug. Het servies kostte rond de ƒ 10,00. Van vissen hield ik niet, maar ik kocht toch een schitterende werphengel met zo,n molentje.
Op de terugweg in Genua heb ik de hengel geruild voor twee van die lopende en sprekende poppen. Prachtig verpakt in een doos met aan de voorkant cellofaan.
Alsof de poppen al in hun graf lagen. Mijn neef had daar om gevraagd, hij had een tweeling.
We kwamen al weer in de buurt. Nog steeds bij een beetje wind zeeziek. Dan komt er ook nog kanaalkoorts bij. Dat wil zeggen het tegenovergestelde gevoel van heimwee. Het gevoel heeft wel dezelfde achtergrond. De spanning dat je bijna thuis bent. Spannend om na 6 maanden weer thuis te komen.
In die zes maanden had ik ƒ 32,00 bij elkaar gewerkt. Natuurlijk had ik het servies en de poppen nog, de rest van het geld is aan cola en limonade opgegaan. Bier, hield ik nog niet binnen. Dus er was nog geen sprake van een zeeman, gewoon lulletje rozenwater.
CLIMAX
Gedurende die zes maanden hebben de grote jongens mij uiteindelijk toch te pakken gehad. Vaak vervloekte ik die lui. De laatste dag nabij het Marconiplein moest ik in opdracht van de voorman, de olielui gedag gaan zeggen. Zes maanden schijthuizen schoonmaken, kots opdweilen van dronken lui en het aanhoren van de meest gore taal werd toen beloond.
De ƒ 32,00 die ik over had van mijn gage viel in het niet bij de tip die ik bij elkaar kreeg.
Hut in hut uit. Alles in de zak. Op het toilet, zo bleef het voor mij heten, heb ik het geld zitten tellen. Ruim ƒ 400,00. Ik kon mijn ogen niet geloven, dat was de climax van de reis.
Met mijn weekendtas met lijn 15 snel naar huis.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Roots Removal: Brixton Londen
1. Wereldmuziek & hasjolie

Black Star Liner
In 1978 toen ik nog maar net bij de VPRO werkte kreeg Dave van Dijk zijn eerste eigen programma: De Black Star Liner. Volgens mij het eerste minderhedenprogramma in Nederland. Het ging vooral over Surinamers en Antillianen.
Een vrolijk programma waarbij muziek de boventoon voerde. De platenkeus werd aldus omschreven:
'Van heinde en verre, ongehoord en onbekend, sociaal relevant en toch swingend'.
In datzelfde jaar nam hij het spraakmakende concert van Bob Marley in Ahoy op.
Ook in 1978 huurde de VPRO-radio voor drie maanden een appartement in Kensington Londen. Een aantal programmamakers verscheen daar in een soort estafette om programma’s over Engeland te maken.
Dave & ik hebben daar samen een week of drie gezeten. Iedere dag draaide hij keihard Bob Marley. Daarbij rookte hij heel veel stickies, waarbij hij sterke hasjolie gebruikte. Hij raakte dan in trance en kon prachtige verhalen vertellen over zijn favoriete muziek.
Wij maakten ondermeer programma’s over minderheden in Londen. Dave vond dat wij vooral met Jamaicanen moesten praten. Het liefst met muzikanten.
‘Maar’ zei Dave, ‘ze praten alleen maar als we ze hasj geven’.
Nu was hasj -geloof het of niet- in die tijd in Londen heel moeilijk te vinden. De wetgeving was erg streng en er stonden behoorlijk zware straffen op als je dat in je bezit had.
Maar Dave wist een adres: Roots removal in de toen verschrikkelijk criminele wijk Brixton aan de ‘andere’ kant van de rivier.
Wij gingen er met de metro heen. Met dure bandrecorders en prachtige fotocamera’s.
Roots Removal was zo’n 500 meter verwijderd van het metrostation. We gingen lopen. Dat liep goed af: We hadden geluk gehad, want Roots Removal bleek een ontvangstcentrum voor gestolen spullen. Aan de lopende band werden televisietoestellen, autoradio’s , fototoestellen, brommers, fietsen en andere goederen naar binnen gebracht. Die werden daar geheeld.
Op de televisie was de voetbalwedstrijd Nederland-Schotland in de eerste ronde van het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië .
Schotland moest met drie doelpunten verschil winnen om door te gaan. Vlak voor de wedstrijd was een BBC-interview uitgezonden met onze doelman Jan Jongbloed, die de prachtige volzin liet klinken: ‘I can’t remember that I got three goals behind me’.
Alle aanwezigen waren voor Nederland, toen ze hoorden dat wij uit dat land kwamen.
‘Wij’ verloren met 3-2 en zouden later in de finale in de verlenging van Argentienië verliezen.
Wij kochten onze hasj en toen wilde Dave weer teruglopen.
Daar heb ik hem van kunnen weerhouden.
Gammele auto
Bij Roots Removal bleek een taxi-chauffeur te horen met een gammele auto. Hij bracht ons terug naar Kensington. Wij moesten hem uitleggen hoe hij moest rijden, want het was de eerste keer in zijn leven dat hij via één van de bruggen naar die andere kant van de rivier ging.
De Jamaicanen waren heel blij met hun hasj en vertelden toen de meest verschrikkelijke verhalen over hun positie en hun behandeling in Londen.
Een dag later waren er in de wijk Spitalfield rellen met Indiërs.
Zij protesteerden tegen een aantal wantoestanden en werden hardhandig door de politie aangepakt.
Dave vond dat ik daar in mijn eentje naar toe moest.
Zelf had hij nog een herhalingsafspraak met de Jamaicanen.
2. De geschiedenis van een fysieke navelstreng
(OF: 300.000 kilometer telegrafiekabels)

Porthcurno Landsend
Dit mooie enigszins merkwaardige attribuut is een stukje kabel. Om precies te zijn: telegrafiekabel.
Mijn vriend en collega Marten Minkema nam het een aantal jaren geleden mee uit het gehucht Porthcurno in Landsend, het uiterste zuidwesten van Engeland.
Meer dan honderd jaar lang -globaal tussen 1850 en 1970- gingen hier de telegrafiekabels de zee in naar alle uithoeken van het empire.
Een fysieke navelstreng werd het wel eens genoemd. Een intercontinentaal telegrafiesysteem met op zijn hoogtepunt wereldwijd zo’n 300.000 kilometer kabel.

Een ongehoorde historie
Het is een bewogen historie. Marten maakte er voor het bijzondere VPRO-radioprogramma Ongehoord een programma over.
Een radiovertelling.
Over dat gehuchtje Porthcurno, de stranden, de kliffen, de afwezigheid van een haven, het museum daar en natuurlijk over de geschiedenis van dit opmerkelijke telegrafiesysteem.
Over de tegenslagen en de moeilijkheden die overwonnen moesten worden.
Over het materiaal dat gebruikt werd, de eerste verbindingen en het systeem dat steeds meer verbeterd werd.

Doorsnede
Kijk eens naar deze doorsnede van de kabel, die waarschijnlijk dateert uit het eind van de negentiende eeuw.
(Ik heb ’t uitvergroot; de ware doorsnee van deze kabaal is ongeveer drie centimeter).
De kern bestaat uit in elkaar gevlochten koperdraad.
Daaromheen bevindt zich staaldraad. Vervolgens een laag guttapercha , een hard soort rubber dat isolerend werkt. Dan draden van zacht ijzer en een soort touw, bestaande uit met teer bewerkte hennep. Dit vooral om de kabel waterdichtheid en stevigheid te geven.

Morsetekens
De eerste kabel werd in 1854 gelegd tussen Dover en Calais. Daarna ontstond het plan om met een kabel van zo’n 10.000 km lengte vanuit Porthcurno de Atlantische Oceaan over te steken.
Na veel tegenslagen -vooral kabelbreuken- lukte het in 1858 om een eerste telegram van Londen naar Washington te versturen.
Dat ging in morsetekens.
Het eerste bericht telde 98 woorden. Het duurde in totaal 16 uur voordat dit bericht in zijn geheel verzonden was. Zo’n tien minuten per woord.

Grondstations
De ontwikkeling hierna ging heel snel (Van Engeland naar India en Australië bijvoorbeeld) , waarbij men lange tijd gebruik bleef maken van grondstations: bijvoorbeeld op de Azoren,
Madeira, Gibraltar, Malta en Cyprus.
Het telegrafiesysteem was definitief voorbij in 1984 toen in de Middellandse Zee de eerste
glasveze kabel werd gelegd.
3. Britten die niet in de E.U. zitten
---Misschien denkt u wel dat Groot-Brittannië hetzelfde is als het Verenigd Koninkrijk.
---Misschien denkt u wel dat alle Britten, die in Europa wonen in de Europese Unie zitten.
Twee maal onjuist.
Kijk even naar dit kaartje

Great Britain is Engeland + Wales + Schotland.
Een eiland dus.
Maar het is meer: Een eiland + diverse eilandgroepen waaronder de Hebriden, de Orkneys en de Shetlands.
United Kingdom is Great Britain + Noord-Ierland.
Maar waarom worden de Kanaal Eilanden en The Isle of Man apart vermeld?
Wel!
Ze behoren noch tot Great Britain noch tot het United Kingdom.
Het zijn autonome bezittingen van de Britse Kroon.
Ze zijn geen lid van de Europese Unie en behoren zelfs niet tot het Britse Gemenebest.
Typisch Brits dus.
Tegendraads, eigenzinnig, onnavolgbaar, verwarrend, mal om niet te zeggen idioot.
Hoewel!
De Kanaal Eilanden maken hun eigen wetten en die zijn voor internationale Multinationals hoogst interessant. Jersey (100.000 inwoners) en Guernsey (63.000 inwoners) zijn pure belastingparadijzen.
Niet zozeer voor de inwoners zelf, maar voor het internationale grootkapitaal.
The Isle of Man (bijna 85.000 Inwoners) is zeer aantrekkelijk voor trusthouders omdat het geen vermogensbelasting, successierechten en schenkingsrechten kent. Als bovendien geen van de trustleden inwoner van het eiland is en geen inkomen van het eiland komt, is ook geen inkomstenbelasting verschuldigd.
4. SPOOKSTAD WORDT PELGRIMSOORD
Als je in Lancashire in het noorden van Engeland de boemeltrein neemt van Liverpool richting Preston moet je bij Ormskirk uitstappen. Vandaar is het nog een kwartiertje lopen naar Argleton. Steeds meer mensen doen dat want Argleton is een hype.
Maar ja. Niemand komt aan want Argleton bestaat niet. Het komt alleen maar voor op Google-mappen.
Hoe dat zo gekomen is, is niet geheel duidelijk, maar Argleton scoort op Internet inmiddels meer dan 250.000 hits. Omdat Google aangekondigd heeft om de naam te verwijderen is er zelfs een actiegroep ontstaan voor het behoud van de naam.
De kwestie werd voorzover ik heb kunnen nagaan het eerst beschreven in september 2008 door blogger Mike Nolan, een medewerker van de nabij gelegen Edge Hill University. Zijn collega Roy Bayfield maakte in februari vorig jaar een wandeling naar het spookgebied en legde dat in een humoristisch stuk met veel foto’s vast.
De lokale media gingen erover schrijven en in november vorig jaar verschenen verhalen over Argleton in de landelijke en zelfs internationale media. Ook de BBC besteedde er uitvoerig aandacht aan.
Internationale aandacht

Dialect of anagram?
Er werd veel gespeculeerd over de herkomst van de naam. De meest eenvoudige verklaring is de nabijheid van het stadje Aughton. Dat zou in het plaatselijk dialect worden uitgesproken als Ar-gh-ton. Een medewerker van Google zou dat verbasterd hebben tot Argleton.
Andere mensen menen dat er opzet in het spel is. Een grapje. De naam zou een anagram zijn voor not real G (Google). Not large is een ander anagram.
Prof. Danny Dorling , president van de Society of Cartographers ziet er overigens de humor niet van in en houdt het op een onschuldig foutje.

Dat foutje zou dan gemaakt moeten zijn door het Nederlandse bedrijf Tele Atlas , dat de leverancier is van de Google mappen.
Dit bedrijf heeft diverse malen verklaard niet te weten waar de fout gemaakt is en zou hebben aangekondigd dat de naam Argleton verwijderd zal worden.
Dat is overigens nog niet gebeurd.
Tot plezier van allerlei ondernemers en zakenlieden in de buurt, die wel blij zijn met dit nieuwe pelgrimsoord dat het komend voorjaar veel bezoekers verwacht.
5. Von Cap bis Couch Behar
Zo’n twintig jaar geleden was ik in de regio Cooch Behar in het uiterste noorden van India. Ik was daar met Henk Weltevreden, die cassettebandjes bij zich had met muziek uit de Driestuiversopera -3Groschenoper- van Bertolt Brecht (tekst) en Kurt Weill (muziek). Het ging dan vooral om de Kanonensong, waarin de beroemde regels voorkomen:
Soldaten wohnen, auf den Kanonen
Von Cap bis Couch Behar
(Het gaat hier om Engelse soldaten, die in India leven om te vechten. Van de Kaap in het zuiden tot aan Cooch Behar.)
Geheel volgens de regels van het lied regende het voortdurend en dat zorgde voor overlast.
En het leidde tot een nogal omstreden tekst.
Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse,
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar
Omdat ook de elektriciteit het grootste deel van de dag uitviel draaiden we dat bandje erg vaak, want de recorder liep op batterijen.
Zo vaak, dat ik de tekst na een week uit het hoofd kende. Net als trouwens een paar andere bekende songs uit deze opera: Mackie Messer en Seerȁuber Jenny

De Driestuiversopera is in 1928 geschreven. Het is gebaseerd op het Engelse werk De Beggars’s Opera, dat 200 jaar eerder verscheen. Het speelt zich af in de onderwereld van het Londense Soho.
Hoofdpersoon is Macheath (Mackie Messer) die een verhouding heeft met Polly. Zeer tegen de zin van haar vader de bedelaarskoning Peachum, die probeert Macheath veroordeeld te krijgen tot de strop. Dat lukt na veel verwikkelingen niet. Mackie Messer krijgt gratie van de koningin en wordt zelfs in de adelstand verheven. In de pubs halen ''de mannen'' levendige en bizarre herinneringen op aan hun diensttijd in India, toen nog een kolonie van Engeland.
Luister HIER naar de uitvoering van Harald Paulsen van de Kanonensong.
En HIER naar Die Moritat von Mackie Messer, gezongen door Lotte Lenya.
Vooral dit laatste lied is in zeer veel talen gezongen.
Het meest bekend is wellicht de vertolking van Louis Armstrong.
Of misschien wel: Marianne Faithfull
Luister HIER naar Seerȁuber Jenny door Hildegard Knef
Kanonensong
John war darunter und Jimm war dabei
Und George ist Sergeant geworden
Doch die Armee, sie fragt keinen,
wer er sei und marschierte hinauf nach dem Norden.
Soldaten wohnen auf den Kanonen,
Von Cap bis Couch Behar
Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar
Johnny war der Whisky zu warm
Und Jimmy hatte ni genug Decken
Aber Georgie nahm beide beim Arm uns sagte
‘’Die Armee kann mich verrecken’’
Soldaten wohnen auf den Kanonen,
Von Cap bis Couch Behar
Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar
John ist gestorben und Jimmy ist tot
und George ist vermisst und verdorben.
Aber Blut ist immer noch rot,
für die Armee wird jetzt wieder geworben!
Soldaten wohnen auf den Kanonen,
Von Cap bis Couch Behar
Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar
6. Verloopstukken & funderingspijlers

Enfin. We lopen langs de Oosterschelde. Ongeveer ter hoogte waar ooit het autoveer Anna Jacobapolder-Zijpe was.
En dan is daar in de verte een geel gevaarte op het water. Het beweegt en komt onze richting op.
Een minuut of tien later passeren we elkaar en zien dit beeld.

Wat zijn dat voor objecten? En waar gaan ze heen?
Op het transportschip staat Muller Dordrecht.
Ik benader dat bedrijf met het vriendelijk verzoek of ze er iets over kunnen vertellen. Maar ik krijg geen antwoord.
Gewoon een nieuwsgierige particulier, die commercieel niet interessant is.
Dan maar eens kijken of ik zelf iets kan vinden, want ik had wel een idee in welke richting ik zou moeten zoeken.
Op de site van het bedrijf stond bovendien, dat het transport ging van Hoboken Antwerpen naar de Maasvlakte.
En kijk dan eens naar deze foto, die ik vond op de site van SIF-Offshore.

Het bedrijf heeft vorig jaar een nieuwe terminal geopend op de Maasvlakte. Daar worden onder meer monopiles gemaakt, funderingspijlers voor windmolens, die in zee worden geplaatst.
En daar zien we het gele object, dat op de Oosterschelde werd vervoerd.
Een verloopstuk (Transition piece) dus tussen de funderingspaal en de windmolenmast.
Ze zijn gemaakt bij Smulders Projects, dat gevestigd is in Hoboken Antwerpen.

Het is allemaal bestemd voor de Galloper Offshore Windfarm, die momenteel wordt aangelegd in de Noordzee, 27 kilometer ten oosten van Suffolk Engeland.
Een park met 56 windmolens op een plek waar de zee zo’n 30 meter diep is.
Het werk, dat op 1.5 miljard pond is begroot, moet volgend jaar maart operationeel zijn.

7. It’s so good tot be back home
Het verschijnsel bestaat nu ruim 10 jaar: Flashmob. Je zou dat kunnen vertalen in flitsmeute of flitsmassa. Plotseling verschijnt iemand in een drukke menigte, die iets aparts gaat doen. Vaak verschijnen er andere mensen, die dan hetzelfde gaan doen. Het publiek is verbaasd of soms verbijsterd.
Maar soms gaat datzelfde publiek ook meedoen en dan ontstaat een soort happening met een groot saamhorigheidsgevoel. Het begon in 2003 in New York. Uitvinder is Bill Wasik, redacteur van Harper’s Magazine.
Flashmobs vinden heden ten dage in de hele wereld plaats. Vaak komt er muziek aan te pas en gaan de mensen dansen. De sociale media spelen een grote rol. Mensen worden via die media opgeroepen om mee te doen. Spontaan gaan ‘’onbekenden’’ dan ook vaak meedoen, hoewel de mob regelmatig ook beperkt blijft tot een optreden van de initiatiefnemer(s). Het event duurt nooit lang en eindigt vaak net zo abrupt als het begonnen is.
Ik zal af en toe een link plaatsen naar een Flashmob.

We gaan naar de aankomsthal van Heathrow Airport Londen. Mensen die terugkeren worden tot hun verrassing en eigenlijk ook wel tot hun genoegen verwelkomd door zingende mensen met fake-instrumenten. It’s so good to be back home.
Kijk HIER
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 1985: Genève
1. De Omroepstaking en De Afspraak
Het was woensdag 17 april 1985. De afspraak was al weken tevoren gemaakt. Ik zou naar Genève vliegen om Jan Pronk te interviewen voor de VPRO-Radio. Hij was toen adjunct secretaris-generaal van de Unctad, de United Nations Conference on Trade and Development.
Een organisatie van de Verenigde Naties ter bevordering van handel en economische ontwikkeling. Pronk was daar in 1980 begonnen. Hij zou er in 1986 weer vertrekken.
Maar er ontstond een dilemma. Er was die dag een omroepstaking. Onvrede bij omroepmedewerkers, die werd gesteund door de bonden.
Ik had van mijn leven nog nooit gestaakt, maar besloot om me te laten registreren als staker. En dat terwijl ik in feite gewoon moest werken.
Maar ja.
Ga je dan die afspraak voor dat interview afzeggen?
Ge je die vlucht cancelen?
Ik deed dat niet. Ging ’s ochtends nog even naar een bijeenkomst op het Mediapark, die werd verstoord door Jan van Veen. Een omroepmedewerker, die een programma had onder de naam Candlelight.
Hij las op de late avond gedichtjes voor, gemaakt door luisteraars. Amateur poëzie, die vrijwel altijd over liefde en liefdesverdriet ging.
Meestal erbarmelijk slechte en genante versjes, die op een zalvende manier door deze Van Veen werden voorgedragen.
Hij was volledig overstuur, ging geweldig tekeer en begon de verzamelde groep stakers op een grove manier uit te schelden. Het was potsierlijk en bizar.
’s Middags arriveerde ik in Genève en kreeg de volgende dag ondermeer een rondleiding per auto van Jan Pronk. Er bleek zelfs een wijkje te zijn, waar een paar huizen waren gekraakt.
’s Avonds maakte ik een wandelingetje langs het meer en zag plotseling een paar ratten wegduiken.
Het interview was plezierig en werd vrijdag nog uitgezonden in het programma Het Gebouw.
De staking was toen al weer voorbij.
Zomer 1986: Een Zwitsers uitzicht
2. Van Jakarta naar Yogyakarta
Terug naar de zomer van 1986.
Wij zijn op Java en zitten in de trein op weg van Jakarta naar Yogyakarta.
Een prachtige tocht.
Desa’s, kampongs, dorpen en steden.
Rijstvelden, heuvels, af en toe tropisch regenwoud.
Bananen, palmen, vulkanen, teakbossen, suikerriet, tabak, thee- en rubberplantages.
Het is druk in de trein. De mensen hebben veel goederen bij zich.
Pakken en dozen, zakken en manden.
Dieren zijn er ook. Veel kinderen.
Bij ons in de coupé zit een Nederlandse student.
Hij is wat verlegen en probeert af en toe een praatje te maken.
Hij geeft ook hoog op van het landschap en zegt dan ineens:
‘HET DOET ME STERK AAN ZWITSERLAND DENKEN’.
Een bedreigde taal
3. Het zwarte eiland
Dit is een bijzonder Kuifje-exemplaar.
L’insla naira
Dat duidt op een Romaanse taal. Maar welke?
Geen Frans: L’ile noire
Geen Italiaans: L’isola nera
Geen Spaans: La isla negra
Geen Portugees: A ilha negra
Tja.
Geen Roemeens: Insala neagra
Geen Latijn: De insula nigra
Tja
Geen Esperanto: La nigra insulo
DE EERSTE PAGINA
Kijk eens naar het begin van dit stripboek, dat overigens in het Nederlands is verschenen onder de titel: ''De zwarte rotsen''..
Misschien heeft u daar iets aan.
EEN BEDREIGDE TAAL
Ik zal het maar verklappen.
Het is Rhaeto-Romaans. Sinds 1996 officieel de vierde taal in Zwitserland.
Het wordt nog door ongeveer 40.000 mensen gesproken, voornamelijk in afgelegen dorpjes in de Alpen.
Een taal, die behoorlijk onder druk staat en daarom vind ik het wel leuk, dat deze strip in die taal is uitgegeven.
Een nader onderzoekje leert overigens, dat Kuifje in maar liefst 110 talen en dialecten is verschenen.
Veruit de meeste vertalingen houden de oorspronkelijke naam Tintin aan.
Dat klinkt natuurlijk ook veel beter dan Kuifje.
Daarin zijn wij weer eens stronteigenwijs.
Dat was die Tintin trouwens ook.
Kuifje dus.
In het Papiamento (toch veel meer een Portugese dan een Nederlandse taal) heet ’ie ook Kuifje.
In het Afrikaans is het Kuifie.
In het Brussels-Vlaams is het weer gewoon Tintin maar in het Oostends is het: Kuiftsje.
In het Fries komen we uit op Túfke en in het Twents wordt het Tuufke.
Klik naar hier voor alles over Tintin en zijn schepper Hergé .
De Zwitser drs. P.
4. VOOR DE KLEI-NE-REN
In ZoekPoezië 12 schreef ik een stukje over het vers De Veerpont van drs. P en merkte op dat hij in Zwitserland geboren is en altijd die nationaliteit heeft behouden.
Van Linda O. kreeg ik een bijzondere reactie.
‘Die nationaliteit is hem in de tweede wereldoorlog goed van pas gekomen’, schrijft zij.
‘Drs. P werd in 1942 tot vier maanden gevangenisstraf veroordeeld voor een soort studentikoze verzetsdaad.
Nadat hij werd vrijgelaten kon hij vrij eenvoudig uitwijken naar Zwitserland’.
Wat blijkt.
Drs. P begon in 1939 een studie aan de Economische Hogeschool in Rotterdam.
In 1942 schreef hij (22 jaar oud) voor het studentenblad een versje, waarin hij de draak steekt met Adolf Hitler en Benito Mussolini.
Linda vroeg mij of ik het vers kon opzoeken.
Dat viel nog niet eens mee.
Uiteindelijk trof ik het aan in het boekje Gewraakte Passages, samengesteld door Jana Beranová en Peter Smit.
Dat gebeurde ter gelegenheid van Het bal der Geweigerden in maart 2005 in Paradiso Amsterdam.
Het gaat zo:
VOOR DE KLEI-NE-REN
Dolf en Ben wa-ren dik-ke vriend-jes.
Zij haal-den sa-men heel wat kat-te-kwaad uit.
De an-de-re kin-de-ren wil-den niet met hen spe-len,
want zij maak-ten al-tijd ru-zie en wa-ren heel stout.
De ben-gels gin-gen zo maar in de tui-nen van ie-der-een
en a-ten al-les op.
Maar toen werd Oom Sam, de veld-wach-ter, heel boos.
Hij nam een dik-ke knup-pel en ging daar-mee naar het dorp.
En wie kre-gen toen een pak voor de broek?
Dat kun-nen jul-lie wel ra-den!
De vol-gen-de keer een an-der ver-haal-tje.
Da-a-ag!
Tan-te Pol-lie
Oranjehotel Scheveningen

Drs. P heet officieel Heinz Polzer (vandaar die tante Pollie)
Hij kwam terecht in de strafgevangenis van Scheveningen, die nogal eufemistisch Oranjehotel werd genoemd.
Tijdens zijn detentie kreeg hij nog een strafverzwaring van twee maanden, omdat hij een kaartspel in elkaar had geflanst met Dolf en Ben als jokers.
Hij werd overigens niet alleen tot vier maanden veroordeeld, maar werd ook nog krankzinnig verklaard.
In Zwitserland moest hij in 1943-‘44 vanwege zijn nationaliteit dienen bij de geneeskundige troepen van het neutrale lager.
De Zwitserse verzamelaar
5. Een klavertje vijf

Ik kreeg deze foto opgestuurd van Edwin van Malkenhorst. Een klavertje vijf. Gevonden op de hondenuitlaatplaats aan de Hoflaan in Vlaardingen.
Edwin is bioloog en let altijd goed op de flora als de hond wordt uitgelaten.
Klavertjes vier zijn al gelukbrengers; er moet Edwin dus zeer veel geluk toevallen. Zijn vrouw Babette-tevens mijn dochter- trouwens ook, want die vond daar ooit een klavertje zes.
De witte klaver hoort drie blaadjes te hebben. Als het er meer of minder zijn, hebben we te maken met mutanten. Vaak veroorzaakt door bodemvervuiling; dus het is niet zo gek dat dit klavertje vijf juist op een hondenuitlaatplaats gevonden is. Bovendien was diezelfde plek ooit een gemeentewerf met een tankstation voor gemeentevoertuigen en er was een vuilstortplaats.
De kans op een klavertje vier is overigens 0.1 tot 0.01%. De kans op een klavertje vijf nog veel kleiner.
In Zwitserland woont Ramon Mayer, de bekendste klaverbladverzamelaar van deze aarde.
Hij bezit één exemplaar van de éénbladige klaver. Vijf van de tweebladige, 869 vierbladigen, 147 vijfbladigen, vier zesbladigen en één zevenbladige.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 1995: Moskou
1. Een origineel Russisch etiket
Málaja Gruzinskaja
In maart 1995 liep ik zo maar wat door het centrum van Moskou. Er lag nog sneeuw en het was koud.
Ik maakte daar een radioprogramma en werd vergezeld door Svetlana, een tolk. Zij was een doortastende, zelfverzekerde vrouw.
Ik kwam overal in en werd voorgesteld aan een ieder die zij voor mij belangrijk vond.
Het was in de Málaja Gruzinskaja , een rustige lommerrijke straat aan de rand van het centrum. Ik stopte bij één van die talloze stalletjes, die je overal in Moskou tegenkomt.
Ik wilde een fles Wodka kopen en wees het etiket Stolichnaya aan. Want dat kende ik natuurlijk.
Svetlana greep in. ‘Niet doen’, zei zij. ‘Niet doen’.
‘Oh’ antwoordde ik. ‘Waarom niet?’
‘Omdat je nooit weet wat er in die fles zit. De mensen stoken hier allemaal hun eigen alcohol. Soms is dat goed, maar het is vaak ook rotzooi. Gevaarlijke rotzooi. Ze doen dat in zo’n fles en plakken er een etiket op. Dit hier (foto rechts) iis een etiket in Latijnse letters.
Russen zullen dat nooit kopen. Dat doen alleen buitenlanders als jij’.
Tja.
Svetlana zei dat ik naar zo’n staatswinkel kon gaan. Maar dat was duur.
En daarom zou ze me wel helpen.
Bij een volgend tentje zag ze de fles boven op de foto. Etiket in het Russisch en zegeltjes aan de bovenkant.
Ze praatte even met de verkoper en wist het zeker.
‘Dit is originele Stolichnaya’, zei ze. ‘Dat zie je zo, you know: toeristen kopen dit niet want ze herkennen de tekens niet. En dat weten die standhouders ook.’
Etiket
Stolichnaya wodka bestaat sinds 1939 of 1941. Dat is niet helemaal zeker.
Althans dat lees ik in Davaj!, De Russen en hun wodka.
Een leuk & onderhoudend boek van Edwin Trommelen met tal van citaten en anekdotes over wodka van Russische schrijvers, waaronder Tsjechov, Gogol, Dostojevski, Tolstoj, Solzjenitsyn en Poesjkin.
Voor Stolichnaya wordt ondermeer graan en zuiver bronwater gebruikt.
Het etiket zit er al sinds 1953 op. Het gebouw is het voormalige Moskva hotel op het Rode Plein. Dit hotel werd begin deze eeuw afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw. Maar het etiket is gebleven.
Het merk beleefde -alweer volgens Edwin Trommelen- in 1975 zijn ruimtedoop:
"Om de gemeenschappelijke vlucht Apollo/Sojoez te vieren had kosmonaut Aleksej Leonov een tube bij zich met een Stolichnaya etiket erop. Dat de tube geen wodka bevatte maar borsjtsj, mocht de pret niet drukken''.
2a. Op bedevaart naar Moskou
In het voorjaar van 1995 gingen wij op een soort bedevaart naar Moskou.
Bestemming was het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum.
Daar ligt Ruslands grootse volksheld begraven: Vladimir Vyssotski. Zanger, songwriter, acteur.
Bewierookt in Rusland; vrijwel onbekend in West-Europa en de rest van de wereld.
Wij hadden een appartement gehuurd in de Malaya Gruzinskaya, een straat waar Vyssotski jarenlang woonde.
En wij draaiden cassettebandjes.
En er was Stolichnaya Wodka.
Voorjaar 1995
2. Vladimir Vyssotski; Volksheld
Als u nog nooit van Vladimir Vyssotski heeft gehoord, luister dan eerst eens naar hem: HIER
Die dynamiek, dat temperament, die geteisterde hartverscheurende stem!
Toen ik dat voor ’t eerst hoorde voelde ik het tot diep in mijn ruggenmerg.
Met die man moest iets aan de hand zijn! Dit was dus het fenomeen Vladimir Vyssotski, gevierd acteur maar een nog groter zanger en tekstdichter.
Ruslands grootste volksheld, die onder het benauwde en totalitaire Breznjev-regime in de Sovjet-Unie dissidente teksten maakte, maar nooit werd vervolgd omdat hij te populair was.
Drank- en drugsgebruik
Hij overleed op 25 juli 1980.
Hartstilstand.
Veroorzaakt door overmatig drank- en drugsgebruik.
Hij was pas 42.
Vladimir Vyssotski -ook wel liefkozend Volodia genoemd- werd tegen alle regels in begraven op het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum van Moskou. Er was naar schatting een half miljoen mensen.
Nu is zijn graf een bedevaartsplek waar Russen uit alle delen van de voormalige Sovjet-Unie in alle rust vooral op zondag bijeenkomen.
Vyssotski maakte zo’n 700 songteksten. Daarvan werden er in de Sovjet-Unie maar vijf op een 45-toeren plaatje geproduceerd. Zijn overige teksten werden verboden.
Hij mocht officieel ook niet optreden als zanger. Als hij onder het publiek kwam ging dat onder de noemer ’ontmoeting met de acteur Vyssotski’. Maar natuurlijk zong hij in die onnavolgbare stijl zijn liederen, waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidde.
Mensen maakten illegaal opnames. Cassettebandjes werden keer op keer gekopieerd en zo ontstond er een enorm reservoir aan bandjes, waarin druk gehandeld werd.
Bij de ingang van het kerkhof is een stalletje waar je die bandjes voor een paar roebel nog steeds kunt kopen.
De Wolvenjacht
Zijn bekendste lied is De Wolvenjacht. Dit lied werd namelijk niet verboden. Het gaat over jagers, die een gebied met rode vlaggen hebben uitgezet om te verhinderen dat de wolven zullen ontsnappen.
Maar de leider van de roedel breekt uit, waarna alle wolven volgen en de jagers het nakijken hebben.
Hoewel de symboliek duidelijk is, meenden de communistische leiders zichzelf in de ontsnapte wolf te herkennen, zodat ze het lied niet verboden.
Luister HIER naar de Wolvenjacht
Marina Vlady
Vyssotski was al twee keer getrouwd geweest, toen hij in 1967 de Franse actrice met Russische roots Marina Vlady ontmoette.
Zij kregen een diepe, rauwe hartverscheurende relatie, die Marina Vlady uitvoerig beschrijft in haar boek Vladimir, of de onderbroken vlucht.
Anekdotisch, intiem en realistisch vertelt zij over hun verhouding, zijn populariteit onder het volk, maar ook zijn drankgebruik, zijn agressieve buien, zijn gedrevenheid en zijn verbazing over het leven buiten de Sovjet-Unie als hij eenmaal toestemming krijgt om het land tijdelijk te mogen verlaten.
Taganka-theater
Marina Vlady maakt een optreden van Vyssotski mee in het Taganka-theater in Moskou en zal DAARNA aan hem voorgesteld worden.
Zij schrijft:
‘Vanuit een ooghoek zie ik een jonge man aankomen. Hij is klein en slecht gekleed. Alleen de heldergrijze ogen trekken mijn aandacht. Zonder een woord te zeggen neemt hij mijn hand , drukt hem langdurig en dan, na hem gekust te hebben, gaat hij recht tegenover mij zitten en begint me aan te staren.
Zijn zwijgzaamheid stoort me niet, wij kijken elkaar aan, zoekend naar herkenningspunten. Ik weet dat je Vyssotski bent. Je lijkt in niets op de beestachtig brullende reus uit het toneelstuk, maar de intensiteit van je blik doet me de eerder gevoelde emoties herbeleven.
Hij zegt:
‘Eindelijk ontmoet ik u dan”.
Buitensporig lelijk monument
Op een zondagmiddag in maart 1995 ga ik naar het Vagankovo kerkhof.
Met de metro naar station Belorusskaya en dan nog een stukje lopen. Het is er druk.
Op het graf is een lelijk monument geplaatst van zo’n twee meter hoog.
Er zijn twee paardenhoofden en Vyssotski is gewikkeld in een vlag en een gitaar.
Zijn familie wilde dat zo.
Vlady noemt het monument walgelijk, buitensporig lelijk en volmaakt belachelijk
Ik spreek via mijn tolk Svetlana een aantal mensen. Ze komen overal vandaan.
Vyssotski is hun held.
Thuis hebben ze cassettebandjes. Ze kennen tal van teksten.
Een vrouw zegt dat ze erbij was toen hij begraven werd. Maar ze kon niet dichtbij komen want er stond een rij mensen van een paar kilometer.
‘Het was immens’, zegt ze. ’Imponerend. Iedereen was stil en ingetogen. Veel mensen huilden. Hij was mijn held‘.
En dat hij een alcoholist was, die zichzelf te gronde richtte, maakte hem volgens haar alleen maar populairder.
Zeven flessen wodka per dag
Marina Vlady zal na hun eerste kennismaking regelmatig naar Moskou komen. Het was vaak moeilijk en lastig.
’Die zes of zeven flessen wodka per dag verwoesten je leven’, schrijft ze.
En dan volgt er in het boek een scène, waarin Vyssotski neervalt op straat.
‘Ik smeek de mensen om een ambulance te bellen. Je hebt al bijna geen pols meer en ik raak in paniek.
Als de twee ambulancebroeders en een speciaal opgeleide ziekenbroeder je onderzoeken is hun conclusie kort en meedogenloos.
Te laat: het risico is te groot en je kunt niet meer worden vervoerd. Ze willen geen lijken in hun auto; dat is slecht voor de statistieken.
En verder:
‘Eindelijk begrijpen ze dat het Vyssotski is, die ze hier dood laten gaan en die schreeuwende en krijsende vrouw zijn vriendin, de Franse actrice.
Na een kort onderonsje nemen ze je vloekend mee en gewikkeld in een deken word je als een levenloze heen en weer slingerende pop de trappen afgedragen en in de ambulance geschoven‘.
Fabelachtig! Ongelooflijk!
Vyssotski overleeft, maar blijft problemen met drank houden. Ondanks middeltjes en implantaten, die bij gebruik van alcohol een giftige reactie geven.
Toch zijn er ook hoogtepunten in hun relatie. Vooral als Vyssotski het land uitmag en zich verbaast over de rijkdom.
Eerst in Polen dan in Frankrijk en later in de Verenigde Staten.
In Hollywood mag hij optreden voor een zaal vol met beroemdheden. Rock Hudson is er. Paul Newman, Gregory Peck.
Vlady schrijft:
‘Als de heer des huizes om een moment stilte vraagt vertelt Mick wie je bent: een Russisch acteur, dichter, een zanger met een uitzonderlijk stemgeluid en ik voel je naast me groeien. Bijna aan je voeten gezeten glimlacht de zojuist binnengekomen Liza Minella naar je.
Je kruipt weg in haar blik en stort je in het eerste lied.
Het effect is verbijsterend, al die beleefd geïnteresseerde gezichten verstarren.
Je vlijmscherpe stem bezorgt ze kippenvel.
Ze begrijpen de teksten niet, maar de maskers zijn afgevallen.
Na je laatste lied is het lang stil.
Ongelovig kijken ze naar elkaar, ingepakt door dat kleine mannetje.
Robert de Nero doorbreekt de spanning:
’Fabelachtig. Ongelooflijk’.
Terug bij het graf
Op de begraafplaats blijven die middag mensen komen.
Alle bedevaartgangers leggen bloemen op het graf. Een mevrouw is voortdurend bezig om verlepte bloemen weg te halen. Van de verse bloemen knipt ze de stelen af.
‘Dat doet ze’, fluistert Svetlana, ‘om er voor te zorgen dat de bloemen niet gestolen en opnieuw verkocht kunnen worden‘.
Vladimir Vyssotski woonde tussen 1975 en 1980 in de Málaja Gruzínskaja, een rustige lommerrijke straat aan de noordelijke rand van het centrum; vrij dicht bij het Vagankovo kerkhof. Hij woonde acht hoog recht tegenover een monumentale basiliek.
De kerk was in die tijd ingericht als een warenhuis annex supermarkt.
Vyssotski ergerde zich daar enorm aan en ging altijd demonstratief met zijn rug naar het raam zitten.
Sommige teksten zijn in het Nederlands vertaald.
Dat is gedaan door Judith Starreveld.
Luister naar : Hij keerde niet terug van het slagveld
Eerst lees ik de Nederlandse vertaling.(4’20”)
Luister HIER naar mijn radioprogramma uit de VPRO-Serie Ongehoord. Wel de moeite waard!
3. A million dollar trooper
Het verschijnsel bestaat nu ruim 15 jaar: Flashmob. Je zou dat kunnen vertalen in flitsmeute of flitsmassa. Plotseling verschijnt iemand in een drukke menigte, die iets aparts gaat doen. Vaak verschijnen er andere mensen, die dan hetzelfde gaan doen. Het publiek is verbaasd of soms verbijsterd.
Maar soms gaat datzelfde publiek ook meedoen en dan ontstaat een soort happening met een groot saamhorigheidsgevoel. Het begon in 2003 in New York. Uitvinder is Bill Wasik, redacteur van Harper’s Magazine.
Flashmobs vinden heden ten dage in de hele wereld plaats. Vaak komt er muziek aan te pas en gaan de mensen dansen. De sociale media spelen een grote rol. Mensen worden via die media opgeroepen. Spontaan gaan ‘’onbekenden’’ dan ook vaak meedoen. Het event duurt nooit lang en eindigt vaak net zo abrupt als het begonnen is.

We gaan naar een plein aan de rand van het centrum van Moskou. Hartje winter. Een jongeman zet zijn portable C.D.-speler neer en gaat dansen op het nummer Istanbul (Not Constantinople). Snel volgen er meer jonge mensen. Er komt acrobatiek bij, een veegploeg en een groep mannen gehuld in Russische legerpakken. En dan blijkt alles te draaien om een huldeblijk aan een bruidspaar, dat wordt voorgereden in een rode limousine. ‘’Dressed up like a million dollar trooper; tryin’ hard to look like Gary Cooper’’.
Ga HIER naar de flashmob. En uit de commentaren van sommige Amerikanen blijkt weer eens dat men daar vaak verbaasd is als blijkt dat Rusland bepaald geen derdewereld land is.
4. De Spasski-toren van het Rode Plein

Dit is speelgoed. Je schuift de onderdelen op de stok en je eindigt met de groene spits. Dan krijg je een toren.
Het is van hout, eenvoudig in uitvoering en je kunt het bijna eindeloos variëren. En na afloop kun je proberen de toren omver te stoten, wat overigens nog niet meevalt.
Ideaal speelgoed voor peuters en kleuters van zo'n twee tot zes jaar.
Mijn kleinkinderen hebben er leuk mee gespeeld.

Ik kocht dit speelgoed in 1995 in Moskou.
Kijk eens naar de foto hierboven van het Rode Plein.
Links-midden de Pokrov Kathedraal en rechts het Kremlin, het mausoleum van Lenin en de Spasski-toren.
Om die toren gaat het.

5. Евгений Онегин in het Bolshoi Theater
Het was eind maart 1995.
Rusland was zich aan het vrijmaken van de Sovjet-tijd. Wij sliepen niet in zo’n treurig staatshotel, maar hadden een appartement gehuurd aan de rand van het centrum. Iedere ochtend kwam de eigenaresse een ontbijtmandje brengen. Verse broodjes, worstjes, vleeswaren, kazen, een soort yoghurt, een kan koffie en steevast een klein flesje Stolychnaya wodka.
Wij wilden onder meer naar het Bolshoi theater, ’s werelds meest beroemde cultuurtempel. Wat immers is een bezoek aan Moskou waard als je niet in het Bolshoi geweest bent?
Wij gingen met de metro naar het Sverdlov Plein. Daar is het witte theater met de pilaren.
Wij hadden geluk, want die weken werd de opera Jevgeni Onegin opgevoerd. Een opera van Pjotr Tsjaikowski naar de gelijknamige roman van Aleksandr Poesjkin. Uitgevoerd door het Bolshoi Theatre Orkest onder leiding van Alexander Lazarev. Russischer kon het allemaal niet.
Het was nog redelijk vroeg en op een bordje stond dat de kassa die middag tussen twee en vijf uur open zou zijn. Telefonisch reserveren ging niet en on-line bestellen bestond natuurlijk nog niet.
Toen wij ‘s middags terugkeerden stond er een gigantische rij.
Tja. Aansluiten dan maar…
Er kwam een man op ons af. Waar we vandaan kwamen en wanneer we de voorstelling wilden bijwonen? Wij kwamen uit Holland en wilden diezelfde avond naar het theater.
‘’Dat kan’’, zei de man. ‘’U geeft mij 25.000 Roebel en dan ga ik voor u in de rij staan. Als u over drie uur terugkomt treft u mij op dezelfde plaats met kaartjes’’.

Hij haalde een foto tevoorschijn van het rood-gouden interieur en wees aan dat wij het beste op het balkon konden plaatsnemen; tweede ring van onderen.
Ieder ticket zou 75.000 Roebel kosten en hij schreef de koers op die hij hanteerde: 1US$ is 4.500 Roebel.
Rode Plein
Moet je nu acherdochtig worden? De man was vriendelijk, sprak behoorlijk goed Engels en maakte een verzorgde indruk. En ach.... hij wilde dat doen voor een in onze ogen bescheiden bedrag. Wij aarzelden niet en gaven hem zijn (wacht)-geld.
En vertrokken naar het Rode Plein, want wat immers is een bezoek aan Moskou waard als je niet op het Rode Plein geweest bent? En passant deden wij er ook het Mausoleum van Lenin bij en dronken een borreltje in de Slavanska Bar aan de Oelitsa 25 Oktjabrja.
Toen wij terugkwamen stond de man breed grijnzend te zwaaien. Hij had de kaartjes en had ook nog een beschrijving van de inhoud van de opera.
De Cast
’s Avonds waren wij keurig op tijd. Maar een suppoost begeleidde ons niet naar de tweede ring van onderen maar naar de tweede ring van boven. Waren wij nu toch een beetje opgelicht of was er sprake van een communicatiefout?
Heel erg was het niet, want de akoestiek in het theater is op alle plaatsen uitstekend en ook het zicht op de operavloer was perfect.
Thuis in Nederland kochten wij een CD met de opera. In nostalgische buien luisteren we ernaar en drinken daar Stolychnaya wodka bij.
Luister HIER naar de slotscene van Jevgeni Onegin in Moskou op het Rode Plein uitgevoerd door Anna Netrebko en Dmitri Hvorostovsky.
6. Humor in een exclave

Kijk eens naar deze Flashmob Het speelt zich af in een supermarkt in het Russische Kaliningrad.
We zien argeloze mensen die boodschappen doen en dan begint iemand het bekende volksliedje Kalinka te zingen.
Wat er daarna gebeurt vertel ik niet.
Maar het is vertederend, verrassend en humoristisch.

Russische exclave: Kaliningrad
Kaliningrad dus. Eén van de -in geografisch opzicht- merkwaardigste plekken in Europa.
Het is de hoofdstad van de gelijknamige Russische exclave, die ligt aan de Oostzee tussen Polen en Litouwen. Een bestuurlijke eenheid (Oblast), die niet alleen geheel buiten Rusland ligt, maar volgens diverse mensen die er geweest zijn, ook nogal afwijkt van het Russische vaderland.
Ik ben er een keer bijna geweest. We kwamen toen uit Estland en gingen via Letland naar Klaipeda in het westen van Litouwen. Daar zouden we de boot nemen naar Kiel in Duitsland.
Het was achttien jaar geleden toen de Baltische landen nog geen lid waren van de Europese Unie.
Het reizen was nog enigszins ongewis en bij de grenzen stonden soms lange rijen. Maar alles ging voorspoedig, zodat we nog twee dagen in Klaipeda hadden.
En wat ligt er dan voor de hand? Juist. Een bezoek aan het toch nog enigszins mysterieuze Kaliningrad.
Over de landtong Curonian Spit (de Koerse Schoorwal) was het niet meer dan ruim honderd kilometer.

Maar helaas.
Wij reden naar het grensplaatsje Nida maar daar viel op korte termijn (binnen een dag) geen visum te regelen.
Kaliningrad heette ooit Königsberg en was tot 1945 een Duitse stad in Oost-Pruisen. De Duitsers werden verdreven en het gebied werd onderdeel van de Sovjet-Unie en bevolkt door Russische ‘’kolonisten’’. Toen de S.U. in 1991 uiteenviel werd het gebied een exclave. Tegenwoordig komen er nogal wat Duitsers, die aan Heimat-toerisme doen.
Werchojansk Siberië
7. Koudste stad van de wereld

Kijk eens naar het noordoosten van Siberië .
Dat kringetje.
Hier is het in januari gemiddeld vijftig graden C. onder nul.
Op de rand ligt Werchojansk. Een heus stadje met ruim 1400 inwoners.
De winter duurt hier acht maanden. Van 10 december tot 15 januari is het 24 uur pikkedonker.
Waarom toch?
Jakoeten en bannelingen
Het stadje -het kleinste van Rusland- ligt in de autonome republiek Jakoetië aan de rivier de Jana; bijna 700 kilometer boven Jakoetsk. Net even boven de Poolcirkel.
Er woont een klein aantal ’autochtonen’. Dat zijn Jakoeten. Jagers en Pelshandelaren.
Daarnaast bestaat de bevolking uit nazaten van bannelingen.
In 1892 werd hier een temperatuur van -67.8 graden C. geregistreerd.
Omdat er in de zomer wel eens temperaturen hoger dan twintig graden voorkomen is er dus een verschil in temperatuur mogelijk van bijna 100 graden.
Heel erg veel over het leven daar heb ik eerlijk gezegd niet kunnen vinden. Het meest recent is een uitvoerig artikel van Johannes Voswinkel in Die Zeit van augustus 2006.
Hij was er in de zomer, maar vraagt aan sommige inwoners ook hoe het daar in de winter is.
In oktober als de rivier een halve meter bevroren is snijden de mensen brokken uit het ijs. Die worden op koele plekken in het huis gelegd en vormen zo de watervoorraad.
De politie patrouilleert door het dorp om dronken mensen -dat zijn er veel- op te pakken.
‘Iemand die bij 50 graden onder nul op straat ligt, geldt als lijk’, schrijft Voswinkel.
IJsvrij
De kinderen van de basisschool krijgen ijsvrij bij 49 graden onder nul. Oudere kinderen krijgen dat pas bij -57 graden.
Bij dat soort temperaturen ontstaat het verschijnsel Sterrenfluisteren.
De adem die uitgeblazen wordt verdwijnt direct in een soort kristalwolk.
Je kunt er vanuit Jakoetsk naartoe met een vliegtuigje naar het plaatsje Batagaj.
Of dat in de winter ook kan, weet ik niet. Als dat wel mogelijk is, moet je met een auto naar Werchojansk. Twee uur rijden in de zomer.
Maar ja. In de winter?
Diesel bevriest al snel en ook benzine houdt het niet bij dit soort temperaturen.
Kerosine waaruit veel water is onttrokken bevriest overigens pas bij -60 graden.
Een artikel uit 1994 in de New York Times van Michael Specter leert dat de mensen in Werchojansk in de winter vooral thuis blijven. Men stookt op hout. Ieder gezin verstookt volgens hem per winter de inhoud van zeven vrachtauto’s.
Ook hij interviewt inwoners.
Gennadi A. Tobakov, die er sinds 1949 woont en heeft gewerkt voor het leger als radar-deskundige zegt:
’Iedereen hier heeft het over vertrekken.
Maar ja: waar moet ik heen?
We hebben een mooi huis, het is hier heel rustig, men respecteert elkaar en laat elkaar met rust.
Als je eenmaal weet hoe je je hier moet gedragen, valt het allemaal best mee.’
Zelfmoord
Dat vond Pavel T.Shvetsov overigens niet. Hij pleegde in 1801 zelfmoord en liet een briefje achter, dat te bewonderen is in het plaatselijke museumpje.
‘Ik ben zonder gedachten, zonder hoop, zonder werk; alleen in het donker van de nacht.
De sneeuw zal mijn voetstappen bedekken’.
Ga hier naar toe voor het actuele weerbericht in Werchojansk Siberië .
De naam wordt overigens ook geschreven als Verchojansk, Verkhoyansk, Verhojansk etc.
Grensgeschillen Finland/Rusland
Zomer 1994,
8. Karelië terug; desnoods fles voor fles
Lappeenranta is de grootste stad van Karelië, het zuidoostelijk deel van Finland. Er is daar in een straat die Ratimiehenkatu heet, een kantoor van Karjala-Lehti, een organisatie die de Karelische cultuur op allerlei manieren uitdraagt. Maar het is ook een politieke organisatie, omdat het strijdt voor de teruggave van Karelisch land, dat in 1944 door de Sovjet-Unie werd geannexeerd. Net als delen van Finland ten oosten van Salla bij de Poolcirkel en een gebied in het uiterste noordoosten bij Petsamo.
Hieronder een kaart van Finland, die ik daar kreeg, toen ik voor de VPRO-Radio een paar programma’s over deze kwestie maakte.
Een kaart uit 1925 , waar die delen natuurlijk nog gewoon op staan.

Bezet Karelië

In rood op deze kaart delen van voormalig Fins Karelië, die nu bij Rusland horen.
Vyborg -op zijn Fins Viipuri- is de grootste stad met zo’n 70.000 inwoners. Een stad met een prachtig historisch centrum.
Er wonen geen Kareliërs meer, want die zijn in 1944 naar Finland gevlucht.
Vyborg of Viipuri

Petsamo & Salla
Op deze Finse kaart zijn de van oorsprong Finse gebieden aangebracht.
Onder Karelië (Karjala) met Viipuri. Pietari is Sint-Petersburg.
De gemeente Salla op de Poolcirkel was ooit twee maal zo groot. Petsamo in het uiterste noorden is in zijn geheel door Rusland ingelijfd.

De landjepik geschiedenis in dit deel van Europa gaat terug naar het laatste deel van 1939 toen de Russen in de zogeheten Winteroorlog Finland binnenvielen. Aanvankelijk met weinig succes, omdat de Finnen veel beter bestand waren tegen de barre omstandigheden.
Zij verplaatsten zich op ski’s, deden witte camouflagekleren aan en bouwden achter de linies sauna’s om in conditie te blijven. Er vielen tienduizenden Russische slachtoffers. Maar later werden tanks en vliegtuigen ingezet en werd een deel van Finland toch bezet.
De Finnen sloten zich in 1941 bij Duitsland aan en begonnen de zogeheten vervolgoorlog. Het gebied werd door die hulp heroverd. Maar bij de vrede van Moskou werden als een soort sanctie bovenstaande Finse gebieden bij de Sovjet-Unie gevoegd.
Hoe groot en hoe sterk is die bevrijdingsbeweging Karjala-Lehti?
Groot volgens een woordvoerder. Het betreft hier namelijk volgens hem een illegale bezetting. De mensen willen er alleen geen strijd voor voeren. Als je in Karelië met mensen praat wordt dat bevestigd. In feite vindt vrijwel iedereen dat Karelië weer zijn oude grenzen zou moeten krijgen, maar het zou te veel praktische problemen opleveren.
Finland zou een gebied terugkrijgen waar verschrikkelijk veel in geïnvesteerd zou moeten worden om het enigszins op Fins niveau te krijgen. Er is namelijk veel armoede in Russisch Karelië . En wat zou er moeten gebeuren met die ongeveer 200.000 Russen, die geen Fins spreken en niets van de Finse cultuur weten?
Zwaard contra sabel

Toch verspreidt Karjala-Lehti deze militante stickers. We zien een zwaard (rechts) dat door een Finse hand wordt omkneld. Strijdend tegen een geharnast Russisch sabel .
Een wapenschild dat ook terugkomt op het etiket van dit Karelisch bier, dat voor de tweede wereldoorlog werd geproduceerd in de brouwerij van Sortavala, een plaats die nu in Russisch Karelië ligt. Ook via dit merk wordt een protest gevoerd onder het motto: ‘Karjala takaisin, vaikka pullo kerrallan’.
Karelië terug, desnoods fles voor fles. (Het bier met dit etiket wordt tegenwoordig in Helsinki gebrouwen.)
Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 2 van 106




