Reizen (316)

 

Voorjaar 2001 

Langste autotunnel ter wereld

De langste autotunnel ter wereld ligt tussen Aurland en Lærdal in Noorwegen.      
      De tunnel is 24.51 km en is daarmee ruim zeven kilometer langer dan de St. Gotthard in Zwitserland.

 

De aanpak van een fobie

Nog geen half jaar na de opening in november 2000 ben ik er doorheen gereden. Samen met collega & vriendin Lida Iburg, die tot die tijd een tunnelfobie had.

      We maakten er voor de VPRO-radio een programma van dat een beetje klinkt als een radiohoorspel uit vervlogen tijden.
      Lærdal ligt iets ten noorden van de lijn Bergen-Oslo. Je kunt de tunnel het best bereiken vanuit Bergen dat aan de kust ligt. Het is 200 kilometer over de E39 en de E16. 
      Ruim 70 km van die afstand gaat door tunnels. Om precies te zijn: 46. 
Niet zo'n heel plezierig vooruitzicht voor mensen met een tunnelfobie.


Een gat in de tunnel
 

 


Aanpassingen

Om het die mensen iets makkelijker te maken, zijn er in de Laerdaltunnel aanpassingen gemaakt. Dat is gebeurd na langdurig onderzoek.
      De bruine en zwarte wanden, die in de Noorse tunnels voor enigszins spookachtige taferelen zorgen, zijn vervangen door lichtere tinten.
De gele of oranje T.L.lichten hebben plaats gemaakt voor fel wit licht.
      Om de zes kilometer is het plafond van de tunnel verhoogd.
Daar is een soort blauwe hemel geschilderd met witte kristallen, die de indruk van sterren geven,
      Alsof je weer even in de buitenlucht bent.

Om de 250 meter is een parkeerhaven met een telefoon, waarbij een SOS-Bord staat.
      Er zijn diverse punten w
aar men rechtsomkeerd kan maken.
De radio en de mobiele telefoon blijven in de tunnel werken.
      Wij maakten het programma als onderdeel van een serie over allerlei soorten angst.

Bij het voorbereiden van die programma’s hadden wij geleerd dat mensen die worden blootgesteld aan het onderwerp van hun angst -vliegtuig, lift, plein, tunnel etc- vaak minder last van hun fobie krijgen omdat gewenning optreedt.
     
Voor wij naar Noorwegen afreisden ging Lida naar een therapeut, die gespecialiseerd was in fobieën.
Hij raadde haar aan vooral te gaan, maar dan moest ze zich wel een paar dingen realiseren en een paar trucjes toepassen.
     
Ze moest uit haar hoofd zetten, dat ze om de één of andere reden de tunnel niet zou uitkunnen, waarna zij zou doodgaan.
Die kans was volgens de therapeut bijzonder gering.
      Daarnaast was het goed om de tunnels na afloop een ’angstcijfer’ te geven (tussen 0 en 100) en moest zij zich voorhouden, dat iedere volgende tunnel minder erg zou zijn.
      Verder moest zij vertrouwen hebben in de chauffeur -ik dus- en zou het ook geen kwaad kunnen als die chauffeur haar zou afleiden met mooie verhalen.
     
Wij vertrokken ’s ochtends vroeg uit Bergen en nog voor we die stad uit waren was er een eerste tunnel van 4 kilometer lang.
Lida kreeg het inderdaad bijzonder benauwd, maakte knoopjes los, deed de veiligheidsgordel af, ging zweten en begon te trillen.
     
(Ondanks mijn leuke verhalen)
Dat herhaalde zich nog diverse keren, maar allengs ging het beter, ook al omdat de tunnels vaak niet langer dan een kilometer waren.
      Dan was er altijd weer snel een gat in de tunnel.

     

                                                 

                                                  Lida Iburg voor de één na laatste tunnel  (Gudvangen-Flåm)


De ergste

Tot de op één na laatste tunnel. Die was 11.4 kilometer lang.
      Tweebaans, donkerbruin en gele T.L. lampen.
De angstscore was echter 70, terwijl wij al eerder door kortere tunnels waren gereden, waar de score 80 of zelfs 90 was.
      Toen wij uiteindelijk de Lærdaltunnel door gingen bleken de aanpassingen heel goed te werken.

      Eigenlijk was hier niets aan de hand. We stopten zelfs bij een parkeerplaats om even rustig om ons heen te kijken.
De terugweg was in zekere zin een makkie en in Nederland reed Lida Iburg voortaan zelf door de Maastunnel, iets wat ze tientallen jaren niet gedurfd had.
      De balans van dit reisje:

De angstfobie was voor een belangrijk deel opgelost; we hadden een leuk programma gemaakt en ik had een mooie carrière als angsttherapeut gemist.

 


Spectaculair

Lærdal is overigens een leuk plaatsje dat in een spectaculaire omgeving ligt.
      Bergen, fjorden, watervallen, snel stromende beekjes en onwaarschijnlijk frisse lucht.
Hier kun je op wilde zalm vissen, fantastische wandelingen maken, musea bezoeken, gestoofd elandvlees eten met cranberry-saus of prachtige boottochten maken.

 

 

Zomer 1973

Koffie & ammoniak

We zijn met de auto op weg van Göteborg in Zweden naar het Noorse Kongsberg. Nog voor elf uur op maandagochtend bereiken we Oslo. Er staat een stevige wind en het regent. Alle winkels zijn gesloten. Vrijwel geen mens op straat. We besluiten naar het beroemde Norsk Folkemuseum te gaan. Dicht.
      Tja..
Dan maar ergens een kopje koffie. Liefst een dubbele espresso. En misschien wel een cognagje erbij, omdat we doorweekt zijn en het behoorlijk koud hebben.
      Maar dat valt op die natte maandagochtend in juli nog niet mee. Uiteindelijk belanden we in een donker etablissement, waar -behalve een mevrouw met een schortje voor- niemand is. De tafeltjes zijn bedekt met zeiltjes in een ruitjesmotief. Er staan vaasjes met namaakbloemen op. De houten vloer is net geboend en ruikt een beetje naar ammoniak. Aan de wand hangt een onbestemd landschapsschilderij.
      De mevrouw met het schort spreekt nauwelijks Engels. Maar wij hebben een woordenboekje Nederlands-Noors en proberen espresso‘s te bestellen. 
       Dat is er niet. En cognac? Geen sprake van.
Gewone koffie wel.
En of er ook iets te eten is?
      Ja, dat is er.
De mevrouw verdwijnt en komt pas na een kwartier weer terug.  Met vier koffie en vier harde koekjes.
      Als we willen betalen, maakt ze ons duidelijk dat ze er niets voor wil hebben.
Pas bij het verlaten van de tent zien we dat achter het etablissement een kerkhof ligt.

     We hebben in de rouwkamer gezeten.

 

 

Zoeken naar T-shirtjes en kaarten

 Meestal is het heel eenvoudig. Je gaat naar een boekwinkeltje of een sigarenhandelaar. Daar zijn altijd ansichtkaarten.
      Maar niet in Georgetown, hoofdstad van Guyana in Zuid-Amerika. En dat is knap lastig als je je kleinkinderen beloofd hebt om een kaartje te sturen.
      Het was april 2004. De stand van zaken toen was: vier kleinzoontjes, waarvan er twee nog te klein waren om te gaan zeuren. Maar ja: die andere twee. En jawel, ik had ze ook nog t-shirts beloofd.

Ik liep door de straten en vond niets. Ik ging naar de grote Stabroek-markt; vergeefs.
     
Ik vroeg het aan mensen, die alleen maar raar gingen kijken. Ze hadden andere zorgen.
Guyana is het meest westelijke land van de drie Guyana’s in Zuid-Amerika. En niet Latijns Amerika want in Guyana spreken ze Engels, in Suriname Nederlands en in oostelijk Guyana Frans.
      Voormalig Engels Guyana is arm, crimineel en onderontwikkeld. Na Haïti is ‘t het armste land van het zogeheten westelijk halfrond.

Per jaar komen er niet meer dan 2600 toeristen. Die hebben allemaal hun eigen fototoestel; dus waarom zou je ansichtkaarten produceren?

Guyana Stores

 

 Maar ineens was daar dit blauw-witte gebouw. Guyana Stores dat ooit bij Bookers hoorde.
      En ergens in een hoekje waren de kaarten. En in een andere hoek de T-shirts.
Het gebouw zelf stond er prominent op en gaf bovendien de bevestiging dat deze stad in dit land veel meer bij de Caraïben hoort dan bij Zuid-Amerika. Het cricketteam van Guyana bijvoorbeeld maakt onderdeel uit van de West-Indies.


Georgetown

 

                     

37 Reservaten

Kijk eens goed naar deze serie. Misschien wilt u er wel eens naar toe. Goed voorbereiden, een gids nemen en je hebt een prachtige tijd. Verlaat Georgetown, regel vervoer (vooral vliegtuigjes en bootjes) en ga het land in.
     
Een prachtige natuur; jungles, bossen, bergen, valleien, wilde rivieren met kleurrijke vissen, watervallen, de meest exotische vogels, jaguars, kaaimannen en 37 Indianenreservaten.
      Kusten met mooie stranden, reuzenschildpadden en de rum is de beste van de wereld.

 
Pakaraima Mountains

                             

 
Linden

 

 
Cipo Mountain

 

 
De T-shirts

Sam (toen 2) en Luc (toen 4)  in hun nieuwe T-shirts.

 

                        

 

Voorjaar 2004 

Een bloedstollend mooie tocht

 

Geel & modderig

De monding van de Essequibo River bij Parika -ten westen van Georgetown de hoofdstad van Guyana in Zuid-Amerika- is tien kilometer breed.
      Er liggen verspreid in die monding talloze eilandjes. Het water is geel en modderig.
Ik zit met een zwemvest om in een soort sloep. Samen met René van Dongen, een Nederlander die hier voor Unicef werkt.
      De piloot is een goedlachse jongeman , die -als het even kan- zijn 150 PK motor op volle toeren jaagt.
Het is een enerverende tocht van zo’n 50 minuten voordat we bij de kust in de buurt van Spring Garden aanmeren.

 

Reservaat in het groen

We zijn op weg naar het Indianenreservaat Santa Rosa in het noordwesten van deze voormalige Nederlandse en Engelse kolonie.
      De mensen spreken hier Engels met een tongval die verrassend goed te volgen is.
We hebben speciale toestemming gekregen van het Ministerie van Indianenzaken om deze reis te maken.
      René is al eens in dit gebied actief geweest en het helpt dat zijn vrouw uit Trinidad op het Ministerie werkt.

 

Moruka River

We nemen een taxi en rijden naar het plaatsje Charity. ‘Nu begint het pas echt’, zegt René .
      Opnieuw klimmen we in zo’n bootje met buitenboordmotor.
Zes Indianen gaan met ons mee. Ze hebben heel veel spullen bij zich. Gekocht op de Stabroekmarkt in Georgetown.

We verlaten de Pomeroon River en gaan de Atlantische Oceaan op. Een half uurtje vaart het bootje met een snelheid van zestig kilometer per uur.
      Dan bereiken we de monding van de smalle Moruka River. De tocht wordt nu bloedstollend mooi.
Nog zo’n drie uur varen en dan bereiken we het plaatsje Moruka, dat ’t centrum is van het Santa Rosa Reservaat.

 

Huatzin
Het water is pikzwart.
      Mangrovebomen zijn er met luchtwortels.
En overal krijsen de meest exotische vogels, waaronder de Huatzin, de nationale vogel van Guyana.

Het landschap verandert langzaam in Savannen met wetlands.
      De rivier wordt soms een moeras, waar de piloot heel langzaam en behoedzaam moet varen.
Hij kent de rivier goed, want hij heeft deze tocht vaker gemaakt.
      Hij rept over een Mocco-Mocco vegetatie.

 

Uitgeholde boomstammen

  Wij stoppen twee keer om een paar Indianen uit te laten. 

      De boot kan hier niet aanmeren zodat de mensen met al hun spullen door het water moeten waden.
Soms komen we Indianen tegen in uitgeholde boomstammen. De piloot neemt dan gas terug en groet vriendelijk.
      Alles is rustig; alles is vredig.
We bereiken het dorpje en kunnen terecht in een zeer eenvoudige lodge aan de rivier. Zo'n twee kilometer buiten het plaatsje.
     
Kleine kamertjes met kreupele bedden.
Geen elektriciteit is hier en uit de kraan komt een klein straaltje koud water.

 

Amerindians

De volgende dag soppen we langs de rivier naar Moruka.
      Amerindians wonen hier. WaiWai’s en Arawaks.
      Zo’n 15.000 in het hele reservaat. In het dorpje wonen de mensen in eenvoudige huisjes.
Ze hebben een stukje grond en zijn zelfvoorzienend.

 

Uncle Basil

Op het plaatselijke marktje zijn vooral de eerste levensbehoeftes te koop.
      Vanuit omringende dorpen zijn de mensen met hun boomstammen over de riviertjes naar hier gekomen om spulletjes te verkopen. 
Er is een school en er is een kerk. De Katholieke Missie heeft ook in dit afgelegen gebied zijn sporen nagelaten.

De meest kleurrijke inwoner van Moruka is Uncle Basil. Een leraar, een dichter en een singer-songwriter.
      Hij maakt teksten over de Amerindians. Over de cultuur en de tradities. Maar ook over het verloren gaan van die tradities.
Het dorp ligt relatief dicht bij de kust en omdat steeds meer bootjes worden uitgerust met motoren komt de jeugd vaker in aanraking met andere culturen.
      Ze gaan dat volgens Uncle Basul steeds meer kopiëren en verloochenen zo hun eigen cultuur.
Hij pakt een gitaar en gaat zingen. Mooi, enigszins gedragen. Soms met een snik in zijn stem.
      Hij heeft een zeer zwaar gehandicapte zoon van twintig. De jongen kan niet lopen en niet praten. Hij kruipt zijn kamertje uit om naar zijn vader te luisteren.
      ''Dat doet hij altijd'', zegt Uncle Basil. ''Hij vindt het niet alleen mooi; het lijkt wel alsof ook hij wil vechter voor het behoud van onze tradities, onze zeden en gewoonten.  Bovendien heeft hij in de gaten dat er bezoek is''.

En dan met een brok in zijn keel: "Hij is een lieve jongen. Heel lief''.    

 

 

 

 

Whole day I drinking

In het voorjaar van 2004 was het warm, loom en vochtig in de straten van Georgetown, de hoofdstad van Guyana in Zuid Amerika. Ik was luchtig gekleed en had niet meer dan wat los geld bij me. Ik werd begeleid door twee lokale mannen. Onder mijn voet in een Nike-loopschoen zat een copy van mijn paspoort.
      Ik had namelijk een politierapport ingezien met criminaliteitscijfers. Schrikbarend. Het aantal moorden per inwoner bijvoorbeeld is drie maal zo hoog als in de USA, het aantal roofovervallen behoort tot het hoogste van Zuid-Amerika en huiselijk geweld lijkt meer regel dan uitzondering. En die cijfers waren volgens mijn zegsman nog geflatteerd. De politie was namelijk niet voldoende bemand. Volgens andere bronnen waren er ook politiemensen, die een aangifte voor wat geld lieten verdwijnen. Omdat het aantal toeristen laag is, zijn blanke voorbijgangers een gewild doelwit.
      Georgetown ligt dan wel in Zuid-Amerika, maar het heeft er verder niets mee te maken. Men spreekt er een basaal soort Engels, de bebouwing is Engels en Nederlands koloniaal, het land maakt onderdeel uit van het cricketteam van de West-Indies en men drinkt rum. Veel rum. En de muziek is Caraïbisch en niet Latijns-Amerikaans.
   

              

Om een uur of elf die ochtend belanden wij in een groot Rumhuis. Alleen toegankelijk voor mannen. Alles -inclusief de vloer en het plafond- is blauw in dit huis. Veel mannen zijn aangeschoten om niet te zeggen ladderzat. Ze zijn luidruchtig. Er wordt harde muziek gedraaid. Rummuziek, zoals ze mij duidelijk maken. Als je namelijk rum drinkt, moet je naar rummuziek luisteren.
      Een man stapt op mij af en zegt: ‘Hey man. Take a drink b’fore I kill ye‘
.

  

De rum is er in vele soorten. De beste is El Dorado. Een merk dat vrijwel ieder jaar wordt uitgeroepen tot de beste rum ter wereld. Het is er van 3, 5, 8, 12, 15, en 21 jaar oud.

En dan is er de muziek. Bijvoorbeeld:

Whole day I drinking

Rum drinkers

Rum is meh lover

Bring me the rum & Rum in the morning

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh