Reizen (380)

 

Maart 1994

Het inferno boven de grot

Op de Palestijnse Westbank heerst permanente onrust. Ik ben er in het verleden vier keer geweest en altijd was er die onrust.
      Kijk eens naar deze foto, die ik in maart 1994 maakte in het centrum van Hebron.

  


Machpéla

De man met het keppeltje heeft een geweer bij zich. Hij is op weg naar de Joodse Synagoge, die zich bevindt in de grot van Machpéla, ook wel de grot der Patriarchen.
      De twee Israëlische soldaten hebben hem doorgelaten. Ze waren niet zo blij, dat ik daar foto’s maakte.
  
   

 

Joodje & Palestijntje     

Op de achtergrond spelen kindertjes het spelletje dat ze overal op de Westbank spelen: Joodje & Palestijntje. Eén kind was de Jood (in zwart). Hij zit dat andere kind op de trap achterna (de Palestijn). Het derde kind (links naast het bord) was de verslaggever die het allemaal moest filmen.

In zekere zin was het nog een rustig tafereel. Hebron stond die dagen letterlijk en figuurlijk in brand.
       Op 25 februari had de Israëlische arts Baruch Goldstein een bloedbad aangericht in de Ibrahimi moskee, die zich ook in de grot bevindt. Hij schoot 29 biddende moslims dood en verwondde nog eens 150 anderen. Goldstein werd daarna ook gedood en er verspreidde zich grote onrust in de stad. Maar ook in Oost-Jeruzalem en in andere plaatsen op de Westoever.

 
Brandende autobanden

Stan van Houcke en ik gingen er heen voor de VPRO-Radio. Met een satelliettelefoon van honderd kilo om rechtstreekse uitzendingen te kunnen verzorgen. Wij belandden in hevige gevechten te Oost-Jeruzalem, maar wilden natuurlijk naar Hebron. Dat was niet simpel. Wij werden bij controles door het leger diverse malen tegengehouden en teruggestuurd.
     
Tot wij een taxichauffeur vonden, die niet alleen heel goed de weg wist, maar ook al beschikte (1994!) over een mobiele telefoon, waarmee hij in verbinding stond met collega’s. Zo kon hij patrouilles en controles vermijden en geraakten wij via allerlei landweggetjes in Hebron.
      In het centrum van die stad woonden zo’n 400 extreem orthodoxe Joden. Een aantal van hen had de daad van Goldstein bewierookt. Met name tegen hen richtte de Palestijnse volkswoede zich. Er werd geschoten, met stenen gegooid en overal werden barriėres opgeworpen met autobanden die in brand waren gestoken. Het centrum van Hebron was verworden tot een waar inferno.

      


 

Dagtrip naar een Resort Eiland

(Door Rolf Weijburg)

Na ruim twee weken in de Malediven, het op acht na kleinste land ter wereld, wilden we toch nog wel even kijken hoe het is op zo’n luxe resort-eiland. Het fenomeen resort-eiland is immers waar een groot deel van de Maldivische economie op drijft.
      We hadden onze intrek weer genomen in het inderdaad relaxte Relax Hotel tegenover de ferryhaven op Male’ en vonden wat verder westwaarts een aanlegplaats voor luxe speedboten. Al informerend begrepen we dat een paar van die resorts ook zogenaamde dagkaarten verkocht  waarmee je per speedboot naar zo’n eiland werd overgebracht.
      Dan kreeg je daar een handdoek en wat vouchers voor lunch, wat drankjes en een snorkelset. Eén van die hotels had een kantoortje vlakbij aan de waterkant en we kochten er een dagkaart voor Bandos, één van de oudste resort-eilanden in de Malediven, op slechts een half uurtje varen van Male’.

      Kost een lieve honderdvijftig US Dollar per persoon, maar dan héb je ook wat!

 

Ontvangst

De volgende dag stipt om acht uur ‘s ochtends vertrokken we. Bij aankomst werden we door twee keurige Maledivische jongens ontvangen en naar de receptie begeleid. We kregen onze vouchers, een plattegrond en wat reclamefolders en mochten verder het eiland op.

            

 

Het eiland was van alle gemakken voorzien. Restaurants, een paar bars, enkele boutiques, vergaderruimtes, een kids club, duikschool, kliniek en spa. Twee zwembaden en twee tenniscourts en natuurlijk een moskee. Er liep een weggetje dwars over het eiland waar ook nog wat vakantieappartementen stonden.

Het gros van de verblijven stond echter aan de stranden waar vooral de bungalows nogal dicht op elkaar stonden.. In totaal telde het eilandje ruim 100 kamers of appartementen en bijna honderd bungalows.
      Het ronde eiland was 500 meter in doorsnee, je liep er in een half uurtje omheen. Het was er niet druk, enkele toeristen lagen op strandstoelen op de mooie strandjes die het eiland omringden.

Geen nudisme


Geen topless

Nudisme of topless was uiteraard bij wet verboden. Buiten de resort-eilanden was overigens het dragen van een bikini ook verboden.

Geen Bikini

We vonden een plek aan een mooi stukje strand. Snorkelen en luieren in de zon. Later een prima lunch met een lekker biertje erbij, helemaal niet verkeerd allemaal. Maar je zou hier maar dágen achter elkaar moeten doorbrengen …
      Het was goed toen we aan het eind van de middag weer soepeltjes teruggewhisked werden naar de hoofdstad.


Hang-Out

We konden nog net de zonsondergang meepikken op het terras van het Sea View Café, de populairste hang-out van tout Male’ in die tijd, waar je van de heerlijkste vruchtensappen en koffies,  maar ook van een lokale maaltijd, kon genieten onder het genot van een fantastisch uitzicht. Een biertje of glaasje wijn was er niet bij echter.


Geen alcohol

Alcohol is in heel Maldives verboden. Hoewel het vaak op allerlei menukaarten vermeld stond, was zelfs alcoholvrij bier nergens te krijgen. Er zou zomaar tóch nog een procentje alcohol in kunnen zitten, werd ons vaak verteld. Zware straffen staan er op het gebruik of bezit van alcohol. Maar niet op de resort-eilanden. Daar kan je je iedere dag een stuk in de kraag drinken.

      Onderwijl is er, vooral in de hoofdstad Male’, een enorm drugsprobleem. Het aantal heroïne en cocaïne verslaafden is er in de afgelopen jaren schrikbarend gegroeid. Die ambivalente houding ten opzichte van alcohol - verbieden maar niet als er veel geld mee kan worden verdiend - is tekenend voor de schizofrenie van de Maledivische samenleving.

      Enerzijds de wens om de nationale islamitische waarden te behouden, anderzijds de drang om te vernieuwen, economisch te ontwikkelen en via het door velen als decadent beschouwde toerisme 's lands mogelijkheden te vergroten. Sinds de eerste resort-eilanden werden geopend begin jaren zeventig, zijn dit de twee immer terugkerende maatschappelijke en politieke tegenpolen die de Malediven bij tijd en wijle verlammen en voor onrust en zelfs diverse staatsgrepen hebben gezorgd.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Een cadeautje voor de koning

Het was 25 mei 1988. Onfhankelijksdag in Jordanië. Dat werd groots gevierd.  
     
Ik was toen in de hoofdstad Amman en logeerde bij een Palestijnse juwelier, meneer Y. 

      Koning Hoessein was nog aan het bewind en zou die dag tal van gasten ontvangen. Meneer Y ging vroeg op pad met in zijn tas een collier van zo’n 10.000 US$. Een cadeautje dat de koning op zijn beurt weer kon schenken aan zijn vierde echtgenote Lisa Halaby, een mooie Amerikaanse mevrouw, die de bijnaam koningin Noor had.

Nodig voor de humus:

Weken & koken  

De kikkererwten een nacht laten weken in een ruime hoeveelheid water. Natriumbicarbonaat (zuiveringszout) erbij, want daar worden ze zachter van.
      De volgende dag de kikkererwten afspoelen in koud water en in ruim water twee uur zacht laten koken. De erwten afgieten, maar het kookwater bewaren. Goed laten afkoelen.
      Om een optimaal resultaat te bereiken moeten de bonen worden 'uitgeknepen'.  Velletjes weggooien. 
Dit is niet moeilijk, maar het kost wel even tijd.
(Als u kleine kinderen hebt , kunnen ze leuk meehelpen. Vooral als u zegt dat de kale erwtjes op kikkerbilletjes lijken)
     
Intussen maakt u de sesampasta. 

      De zaadjes in een hete koekenpan laten dansen.
Dan gaan ze in een vijzel en wordt een smeuïge pasta gemaakt door er sesamolie bij te doen. Goed en langdurig stampen. (Als het allemal te veel werk is, kunt u ook een keukenmachine gebruiken)
      
De pasta gaat door het kikkererwtenmengsel. Citroensap, komijn, karwij en knoflook erdoor heen roeren. Een beetje kookwater erbij. In een blender tot een mooie puree malen. Eventueel nog iets meer water erbij.

De humus is lekker bij lamsvlees en bij worstjes. Gewoon op brood kan ook.
      Bij de humus op de foto heb ik er een paar zongedroogde tomaatjes, olijven en peterselie bij gedaan. Geroosterde pijnboompitten doen het ook goed.

Koning op kistje

 

 

‘’Komt u maar even langs’’

In 1988 deed ik diverse pogingen om een visum voor Jordanië te verkrijgen. Dat was over het algemeen een formaliteit. Maar dat was het in mijn geval niet, omdat ik via Israël en de Westbank naar dat land wilde. Dat was verdacht.
      Ik moest uitvoerig uitleggen waarom ik dat wilde.

Het leek allemaal bijzonder moeilijk te worden tot de consul-generaal Mahmoud Rabbani persoonlijk belde. Hij was een Palestijn, die in Haifa was geboren, toen dat nog tot Brits mandaatgebied behoorde.
       Hij had informaties ingewonnen en bleek te weten dat ik al eerder programma’s had gemaakt over de positie van de Palestijnen. Na een vrij kort gesprek zei hij: ‘’Komt u maar even langs. En neem uw paspoort mee''.
       Twee dagen later ging ik naar het consulaat, waar ik uitermate vriendelijk werd ontvangen. Na een  kopje  thee en een heel zoet bakseltje stempelde meneer Rabbani persoonlijk dit visum in mijn paspoort.                                         

 

Ongeldig

Kijk even naar de tekst links

          

Daar staat dat het visum ongeldig is als er in het paspoort een verwijzing naar Israël staat. Dat zou dus problemen kunnen opleveren, maar uit eerdere bezoeken wist ik dat Israël geen stempels zet in paspoorten. Juist vanwege dit soort regels.
 
De boodschap is enigszins te vergelijken met de niet-Joodverklaring, die een aantal Arabische landen in de jaren zeventig en tachtig vooral van zakenmensen verlangde.

      Mahmoud Rabbani was overigens in die jaren een man die nogal vaak in het nieuws was. In 1973 tijdens de oliecrisis was hij honorair consul van Koeweit. Het satirische programma Farce Majeure  had toen voor de televisie het lied Kiele Kiele Koeweit laten horen.  Daar waren ze in de oliestaat niet zo blij mee. 
      Rabbanai moest dat overbrengen, maar het liep allemaal goed af toen de medewerkers van Farce Majeure hem persoonlijk het eerste exemplaar van de single overhandigden.

     Luister HIER naar Kiele Kiele Koeweit

 

 

Zomer 1988

Allenby bridge: Intimidatie & vernedering

(En: Hoe neem je cash 38.172,43 US$ over die lastige grens mee?)


Het is juni 1988. De eerste Intifadah op de bezette Palestijnse gebieden Westbank en Gaza is een half jaar bezig.
      Bij de wachtpost voor de Allenby Bridge, de enige grensovergang tussen de Westoever en Jordanië is het waanzinnig druk.
Er staat aan de kant van de Westbank een rij van zeker een kilometer voor de poort, waar de Palestijnen doorheen moeten.
      Het was hier altijd gedoe met veel intimidatie en vernedering. Maar die Intifadah heeft het allemaal versterkt.
Later die dag zal de poort rücksichtslos gesloten worden.
      ‘Morgen terugkomen’, is het motto.
En dat voor mensen die vele uren lang in de bloedhitte hebben staan wachten.

 

 
Bezoek uit Amman

Radja Sj’hade schreef er al over in zijn boek De derde weg als hij bezoek krijgt van een neef uit Amman, de hoofdstad van Jordanië.
      Nog voordat de Intifadah was uitgebroken
‘De eerste twee dagen deed hij niets anders dan mij uitschelden en de schuld geven wat hem overkomen was toen hij vanuit Jordanië de Allenby Bridge overstak. Het gegil van kinderen die uitgekleed en gefouilleerd werden; een lijk dat, op weg naar het graf op de Westelijke Jordaanoever uit de kist gehaald werd om onderzocht te worden; de stank van de voeten van reizigers die al uren zaten te wachten tot hun schoenen van de röntgencontrole terug zouden komen; het hartverscheurende gejank van een moeder wier veertienjarige zoon voor verhoor was meegenomen en nog niet terug was ’.


Ik ben dus op alles voorbereid als ik met een taxi naar de controlepost word gebracht. Maar buitenlanders hebben een eigen doorgang.
      Een ‘gewone’ Israëlische controle wordt het voor mij.
En dat betekent dat je zorgvuldig en uitgebreid gefouilleerd wordt; dat alle spullen uit de tassen worden gehaald en dat je veel vragen moet beantwoorden.
      Waarom je naar Jordanië gaat, wat je er gaat doen, wie je gaat bezoeken en wanneer je weer terugkomt.
Binnen een uur ben ik er doorheen en neem plaats in een busje dat de brug zal oversteken.

Door al die activiteiten -het busje wordt in die paar kilometer nog twee keer tegengehouden voor allerlei controles- denk je dat de Allenby Bridge een grote brug is over een machtige rivier. Maar niets is minder waar.
      Een smal bruggetje is het over een rivier die ter plekke niet meer dan tien meter breed is. 
De controle daarna door de douane van de Jordaniërs stelt niets voor.

 

 
Machtiging

In mijn zak heb ik een machtiging van advocaat V., een vooraanstaand Palestijn die in Ramallah woont.
      Hij is op de achtergrond actief voor de PLO van Yasser Arafat, die in 1988 nog almachtig was.
Het hoofdkantoor is dan al verhuisd van
Beiroet in Libanon naar Tunis, waar de Israëlische geheime dienst in april PLO-leider Abu Jihad vermoordde.

Advocaat V. heeft tien jaar geleden in Amman gewerkt en daar geld verdiend dat op een plaatselijke bank staat.
      Hij weet niet hoeveel het is, maar vermoedt dat het enkele duizenden Amerikaanse dollars zijn.
Zelf kan hij het niet ophalen. Hij kan het land wel uit, maar weet zeker dat hij er dan niet meer inkomt.
     
Als ik een paar dagen in Amman ben, stap ik naar de bewuste bank. Dan word ik uitgenodigd om bij de directeur te komen.
Hij wil de machtiging nog eens zien, vraagt om mijn paspoort en naar mijn relatie met advocaat V.

      ‘Het is veel geld‘’, zegt hij. ‘Heel veel’.

En dan komt het: 38.172,43 US$.

Tja. Wat te doen?
       Ik moet weer terug naar Ramallah over die Allenby Bridge.

Bellen met V. gaat niet, want er is geen telefoonverkeer tussen de Westbank en Jordanië .
      Op mijn eigen rekening laten storten en dan overmaken gaat volgens de directeur niet.
Ik moet het geld contant opnemen. En dan maar zien hoe ik dat de grens overkrijg.
      En op de één of andere manier aantonen dat dit niet bestemd is voor de strijd van de PLO.

David Grossman , een Israëlische schrijver die in zijn prachtige boek uit 1987 ‘Over de grens’ de bewoners van de Westelijke Jordaanoever uitvoerig portretteert schreef ook over de Allenby Bridge.

‘De soldaat haalt je koffer op de toonbank leeg, raakt elk artikel aan, neemt alles waar tekst op staat in beslag, verbiedt het invoeren van elektrische apparaten, houten voorwerpen en cosmetica, kortom: elk artikel waar explosieven in verborgen zouden kunnen worden, omdat het al eerder gebruikt is om detonators in te smokkelen. Daarom hoor je hier en daar ook vaak het bittere gehuil van kleine kinderen. Na de bagagecontrole worden je schoenen voor röntgencontrole meegenomen en word je zelf naar een kleine cel verwezen, waar je gefouilleerd wordt. Vrouwen en kinderen worden door vrouwelijke soldaten gefouilleerd. Baby’s worden tot en met hun papieren luiers uitgekleed’’.

 
Een verlossende fax

Ik ben in Israël, Palestina en Jordanië om voor de VPRO een paar radioprogramma’s te maken en besluit om te bellen met Roelof Kiers, die toen de leiding had bij de VPRO-televisie.
      Als ik hem de situatie heb uitgelegd, gaat hij volmondig akkoord met het voorstel om mij een uitvoerige fax te sturen (1988!), waarin hij verklaart dat ik ondermeer op de Westbank ben om een productiebezoek te brengen voor een T.V.documentaire.
      Maar omdat de situatie bijzonder explosief is, verklaart hij dat ik cash geld bij me heb om -in noodgevallen- een plaatselijk T.V.-team in te huren om opnames te maken.

Als ik behoorlijk gespannen uiteindelijk weer bij de Israëlische grenspost kom, vindt men natuurlijk snel dat enorme bedrag.
      Maar de fax maakt indruk. Waar die film precies over gaat en waar gefilmd wordt en ''laat uw spullen nergens onbeheerd achter''.
Dat soort dingen.
     
‘Veel succes meneer’, krijg ik ook nog te horen.

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh