Reizen (337)

 

BERTSDORF

(Door Peter Flik)

Dit deed zich al een paar maal voor: je loopt als het ware de geschiedenis binnen. Auschwitz was het sterkste voorbeeld. Je kunt daar niet zijn zonder terug te gaan in de tijd, zonder gevoelens te hebben of aan het heden te denken. Later huil je pas, als je allang weer thuis bent. De beelden raak je nooit meer kwijt.
      Ook liep ik een paar dagen na de val van de Berlijnse muur onder de Brandenburger Tor door naar het voormalige Oost Berlijn. Ik haalde het niet want ik werd duizelig van de geschiedenis die op me viel. Ik moest gaan zitten en zien tot rust te komen.
     

De laatste keer dat de geschiedenis me overmande was in de voormalige Deutsche Demokratische Republik in de buurt van Zwickau in de deelstaat Saksen. Ik arriveerde met een camper bij een smalspoorstation in het kleine dorpje Bertsdorf. De DDR bestond niet meer, vijfenveertig jaar terreur aan de kant gezet. Ik durfde nu wel aan de voormalige stationschef Herbert die met zijn vrouw Gertrude boven het station woonde te vragen of ik met die camper op het perron mocht staan. Dat zou in de jaren van het communisme totaal ondenkbaar zijn geweest, maar nu bleek het geen punt.
      Een week heb ik daar gestaan terwijl de stoomlocomotieven langs de camper raasden. Het was alsof de jaren de camper binnenslopen. Zelfs de lucht van desinfecterende middelen waar de DDR mee bezwangerd was keerde terug.

      Op het perron maakte ik voor de vpro-radio een opname van Angela Hübner. Zij speelt Träumerei van Robert Schumann terwijl een stoomlocomotief binnen komt. Het is ongeveer 1992.

LUISTER HIER

 

 

Voorjaar 2014

Schmalkalden & zijn Altmarkt



Schmalkalden is een klein stadje in Thüringen Oost-Duitsland. Zo’n 20.000 inwoners.
      Het is gespaard in de tweede wereldoorlog en heeft een mooie kern met vrijwel alleen vakwerkhuizen uit de zestiende tot de achttiende eeuw. Alle klinkerstraatjes leiden naar het centrale plein, de Altmarkt. Daar zijn het markante voormalige raadhuis en de Gotische Sint Joriskerk. Je passeert dan ondermeer het Lutherhuis.
      Aan de rand van de kern is het stadskasteel Schloss Wilhelmsburg, dat is ingericht als museum. Er zijn in Schmalkalden tal van tentjes met terrassen. Overal kun je Rostbratwurst eten.


Vakwerkhuis



Lutherhuis

                

Op weg naar het plein kom je langs dit huis. De protestantse theoloog Maarten Luther (In Schmalkalden: Martin) verbleef hier van 7 tot 26 februari 1537, predikte en verkondigde zijn stellingen.
      Hij was daar op uitnodiging van rentmeester Balthasar Wilhelm. Het huis werd na zijn vertrek uit Schmalkalden het Lutherhuis


Oude Raadhuis



De oude markt is onmiskenbaar het centrale punt. In wit het voormalige raadhuis, dat nu een horecabestemming heeft.


Altmarkt



Woensdag is er markt in Schmalkalden.


Sint Joriskerk


Engeltje

                                 

Schloss Wilhelmsburg



Het kasteel is vernoemd naar dezelfde rentmeester Balthasar Wilhelm.


Binnenplaats kasteel



Schmalkaldense put

 

 


 
Delap-Uliga-Darrit


De knabbelende Oceaan

(Door Rolf Weijburg)

Eén voordeel van die lintbebouwing op Majuro, een eiland van vele kilometers lang en slechts enkele tientallen meters breed,  is wel dat je de stad goed leert kennen. Je rijdt voortdurend langs dezelfde plekken heen en weer, en dan ook nog met een slakkengangetje van hooguit 30 kilometer per uur.   
      Ergens een stukje afsnijden of een andere route kiezen is er meestal niet bij: op slechts enkele plaatsen in Delap-Uliga-Darrit ofwel DUD, de hoofdstad van de Marshall Islands,  is ruimte genoeg voor een parallelle straat.

Achterbuurten

Niet dat de hoofdstraat nou zoveel moois heeft te bieden, maar in die paar parallelle straten die een beetje weggemoffeld tussen hoofdstraat en oceaan liggen  krijg je toch een beetje de indruk dat je in de achterbuurten van het stadje terecht bent gekomen. Slechte behuizing en armoede, ronddolende roedels honden en de voortdurend aan de kust knabbelende oceaan helpen natuurlijk ook niet echt.


Barretjes

Afgezien van een paar lokale barretjes en een disco die ieder weekend losbarst, is er qua vertier ook al niet zo veel in DUD.



Eén plek waar we nog niet geweest waren was de bar en het restaurant van het Marshall Islands Resort  in Delap waar de hoofdweg een heuse middenberm heeft, waarschijnlijk één van de grootste gebouwen van het land.
      Ooit als absolute luxe gebouwd was het al aardig aan het vervallen. Het zwembad was leeg en werd als een afvalbak gebruikt, maar het terras was het mooiste van Majuro –niet zo moeilijk omdat we er maar één ander terras hadden ontdekt – direct aan de lagune met een wijds uitzicht.
      Aan de bar nipte een groepje doorgewinterde expats aan hun sundowners.

Resort

We bestelden wat drankjes en een maaltijd en toen we afrekenden was het donker geworden. De avonden vallen snel en vroeg in de tropen. We moesten nog terug naar onze AirBnB aan de andere kant van het vliegveld, maar toen we rond acht uur weer buiten stonden was de eindeloze stroom auto’s en taxi’s die overdag permanent de hoofdstraat vult, als bij toverslag opgelost. Alsof er net een uur geleden een avondklok was ingegaan.
      Toch stopte er na enige tijd een taxi. In de stoel naast de chauffeur zat al een passagier en we namen plaats op de achterbank. We reden over de donkere schaarsverlichte hoofdweg westwaarts. Hier en daar zaten groepjes mensen bij de huizen, af en toe reed een tegenligger voorbij. De chauffeur en de vrouw waren in gesprek. Het onbegrijpelijke Marshallees klonk als een soort steno. Plotseling remde de chauffeur en zette de auto stil aan de kant van de weg. Hij zei wat tegen de vrouw, die uitstapte, haar bagage uit de kofferbak haalde en de klep met kracht dichtsmeet.

       De chauffeur schudde zijn hoofd.  “Strong woman”, zei hij en gaf weer gas.
Hij kon er niet over uit. “Zag je dat ze in verwachting was?” Nee, dat hadden we niet gezien.
“Ze wilde helemaal naar Laura aan het eind van het eiland, maar ze weet drommels goed dat zwangere vrouwen niet na zonsondergang naar Laura mogen!”
       Hoezo? Was dat een wet?
      “Nee, “zei de chauffeur, “het is vanwege de demonen, de kwade geesten die verderop ronddwalen. Iedereen weet dat die het ‘s nachts op zwangere vrouwen hebben gemunt.”
Zonder noemenswaardig onheil bereikten we Joe’s Place.

Een vervroegd vertrek

“Aha, daar zijn jullie! Ik kreeg een telefoontje van United Airlines. Jullie vlucht van zaterdag is vervallen. Het hele land gaat op slot vanwege de Corona-crisis en er komen geen vliegtuigen meer binnen. Ze hebben jullie al overgeboekt op de vlucht van morgenochtend, de laatste die nog binnenkomt en ook gegarandeerd weer vertrekt. Ik zal maar gaan pakken als ik jullie was!”
      En dat deden we maar. Het begon zowat onmogelijk te worden om nog rond te reizen hier met Corona op ons hielen. De volgende ochtend bracht Joe ons om acht uur naar Amata Kabua International Airport.



We checkten in en liepen in de ongenaakbare zon naar het klaarstaande vliegtuig.


Island Hopper-Lijn

Het vliegtuig was die ochtend op de in vliegtuigkringen legendarische Pacific Island Hopper-lijn vertrokken vanuit Hawaii en zou van hieruit nog vier eiland-stops maken voordat het op het Amerikaanse eiland Guam zou aankomen. Er zaten nog maar heel weinig passagiers in het vliegtuig.

Daarom konden we al twintig minuten vóór de officiële vertrektijd de lucht in.  
      Majuro Atol schoof langzaam onder ons door en verdween al gauw uit het zicht.


 

  

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 
Zeezicht aan beide zijden

 

(Door Rolf Weijburg) 

We zijn nog steeds op Majuro, hoofdeiland van de Republic of the Marshall Islands, het op zes na kleinste land ter wereld dat altijd in de top vijf staat van minst-bezochte-landen-ter-wereld-lijstjes. Ons verblijf gaat hoogstwaarschijnlijk niet erg lang duren, want hoewel dit land in een verre noord-oostelijke uithoek van de Pacific ligt, heeft Corona het toch gevonden.
      Een bezoek aan het kantoor van United Airways, één van de twee luchtvaartmaatschappijen die deze republiek aandoen, bracht aan het licht dat er blijkbaar over wordt gedacht om in de strijd met corona de hele republiek van de buitenwereld af te sluiten. Niet zo moeilijk met vier of vijf buitenlandse vluchten per week.

      Wannéér dat zou gebeuren was onduidelijk, maar we zouden er op moeten rekenen dat dat best komende maandag al zou kunnen zijn. Zaterdag was de laatste uitgaande vlucht van de week.
      We hadden dus nog een paar dagen.



Countryside

We besloten om naar het westelijk deel van Majuro te gaan, het vijfendertig kilometer lange stuk eiland dat doorgaans als Countryside wordt aangeduid.
      Vanuit Joe’s huis sloegen we linksaf en liepen richting Japanese Peace Park.

De weg, de enige weg op het eiland, is een goede tweebaans asfaltweg die licht kronkelend de hele lengte van het eiland afgaat tot aan het eindpunt bij het stadje Laura. Of je nou links of rechts kijkt, de zee is altijd vlakbij, het eiland is hier nog geen dertig meter breed.

Aan de ene kant raast de Pacific Ocean, aan de andere kant kabbelt de lagune. Echte stranden zijn er niet, de randen van het eiland worden gevormd door koraalplateaus met hier en daar wat zanderige stukken.

 

Monument

Bij Peace Park is het wat breder. Hier hebben de Japanners een monument opgericht ter nagedachtenis aan de in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Japanse soldaten. Een ingetogen monument in de schaduw van enkele grote bomen. Toch heeft, gezien de enorme slachtpartijen die de Pacific gekend hebben, de naam Peace Park wel iets wrangs.

 

Houten huizen

We liepen verder naar het westen. Het eiland wordt een paar meter breder en hier en daar staan kleurige houten huizen met golfplaten daken onder de palmen. Soms op palen, soms met veranda’s De mensen zeggen ietwat verbaasd maar vriendelijk gedag, de honden die op het warme asfalt liggen kijken nauwelijks op of om. Het is intens groen allemaal.

 

Stof
In een land waar zo weinig grond is, is grondbezit heel belangrijk. Er is in de Marshall Islands geen centimeter grond die niet aan iemand toebehoort. Altijd als er iemand is overleden worden alle stukken grond die de overledene nalaat getooid met stoffen guirlandes en bloemen. Iedere overledene zijn eigen kleur zodat de grond niet kon worden verward met de grond van een andere overledene en je bovendien goed kon zien hoe rijk de gestorvene wel niet was.

Soms hingen kilometerslange stukken land vol met dezelfde stof.


Dorpjes

Verder lopend bleek dat het allemaal hele kleine dorpjes waren waar we doorheen liepen. Ze hadden namen die op kleurrijke handgeschilderde bordjes stonden vermeld. Meestal stonden er op die bordjes ook dingen als “alcohol-tobacco-drugs free.” Alcohol is een groot probleem op de eilanden, drugs en sigaretten blijkbaar ook.


Kiosk

In ieder gehucht stond wel een winkeltje waar basics werden verkocht - ook sigaretten, maar geen alcohol -, of kleine kioskjes langs de kant van de weg waar je bananen, broodvrucht-chips of stukjes gedroogde kokos kon kopen en zelfs bloemenkransen voor in je haar. Als je geluk had kon je er ook voor de dorst een verse kokosnoot kopen, die ter plekke voor je werd onthoofd. Keurig nette witte mormonen kerkjes - bijna op het enge af zó schoon, netjes en strak in de lak –  op fanatiek kort gemaaid gras, contrasteerden met de toch wat slonzige en kleurrijke lokale huizen.


Een lift

Er stopte een auto. Dat gebeurt wel vaker hier: er stopt een auto en de chauffeur vraagt waar je heen wilt. “We willen naar Laura. “, het einde van het eiland, nog een kleine dertig kilometer verderop.
      “Stap maar in, ik rij jullie er wel heen.”
Een vrouw van in de vijftig zat achter het stuur van de pick-up, ze had een krans van bloemetjes in het haar. Haar vriendin zat naast haar. Er werden wat spullen van de achterbank in de laadbak gedumpt en we konden gaan zitten. We reden verder westwaarts, het landschap veranderde niet, palmbomen met zeezicht aan beide zijden, kleine dorpen, kinderen, honden, af en toe een flauwe bocht, maar hoofdzakelijk rechtdoor en dat alles met het lokale slakkengangetje van 30 kilometer per uur.
      “Ogenblikje, “ze draaide de auto de weg af en parkeerde naast een huis. “Even m’n nichtje ophalen, die wil vast wel mee.” Er werden wat boodschappen het huis in gedragen en even later kwam ze met een meisje terug dat bij de vriendin op schoot ging zitten.  “Hier, deze zijn voor jullie.” De vrouw rijkte een tros bananen aan - van die heerlijke kleine zoete banaantjes -, alsook twee flessen koud water. “Voor onderweg,” zei ze. Alsof we een flinke reis tegemoet gingen.
      Maar ja, met zo’n snelheid was het ook al gauw een uurtje rijden.


De Brum familie

Onderweg vertelde ze dat ze Nica heette en advocaat was. De meeste zaken die ze behandelde hadden met geschillen over landeigendom te maken.
Nica was een telg uit de de Brum familie, een beroemde familie in de Marshalls. Advocaten, rechters, maar ook plantagehouders en onlangs nog de minister van buitenlandse zaken was een de Brum. Allemaal afstammelingen van José Anton de Brum een Portugees uit Pico in de Azoren die zich eind negentiende eeuw in de Marshall Eilanden vestigde. Hij trouwde een Marshallese uit Maloelap Atol en kreeg veel kinderen die, vanwege het feit dat in de Marshalls afstamming via de matriarchale lijn verloopt als 100 procent Marshallees werden gezien.
      Mede daardoor kon de Brum later Likiep Atol kopen dat tot dan eigendom was van de Chief van Maloelap. Samen met de Duitse handelaar Adolph Capelle (de Marshall Eilanden waren toen nog Duits gebied) startte de Brum een handelsonderneming op Likiep gebaseerd op de verkoop van kopra die uitgroeide tot een van de meest succesvolle ondernemingen in de Marshalls. Er werden vele huizen gebouwd op het hoofdeiland van Likiep atol waarin ook tegenwoordig nog wordt gewoond en het grote plantage huis is gerestaureerd en uitgeroepen tot nationaal erfgoed van de Marshall Islands.

“Ik ga er af en toe nog heen, het is nog steeds familiebezit,“ zei Nica.
      Voor ons splitste de weg zich, iets wat we nog niet eerder hadden gezien. We waren in Laura – door Amerikaanse militairen in de tweede wereldoorlog als een soort codenaam vernoemd naar de actrice Lauren Bacall- aangekomen, het meest westelijke stukje Majuro dat misschien wel 500 meter breed was.
      “Hier moet je kiezen welke route je neemt,” zei Nica een beetje trots alsof het een plek was waar belangrijke beslissingen werden genomen. We hielden links aan en opeens was de zee nog maar aan één kant zichtbaar. Nog een kilometer verder en we hielden stil bij een houten hek waar in de schaduw van een enorme boom een oudere vrouw op een boomstam zat. Achter het hek lag Laura Beach, het enige echte strand op het 57 kilometer lange eiland.

“Je moet die mevrouw een dollar entree betalen, dan mag je naar het strand zo lang je wilt. Er zijn picknicktafels en toiletten en er is ook een klein winkeltje. Veel plezier!”
”Waar gaan jullie nu heen?” vroegen we.
“Oh, wij rijden weer terug. Ik woon niet zover van het Peace Park.”

  

 

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 2007 

Thüringer Rostbratwurst


Holzhausen

Het bekendste product uit de deelstaat Thüringen in Oost-Duitsland is de braadworst. (Thüringer Rostbratwurst). Sinds 1 januari 2004 een door de E.U. beschermd regionaal product.
      Als je alles wil weten van deze voortreffelijke worst moet je naar het dorpje Holzhausen gaan. Daar is namelijk het eerste Duitse braadworstmuseum gevestigd.
      Dat kan je lopend doen vanuit de Stadtbrauerei in Arnstadt; een route (Vom Bier zur Bratwurst), die onder meer over de Weinberg en de Kalkberg leidt. Als je een rondje loopt is dat zo'n acht kilometer.

 

Museum

      


Geheim recept


Slager Tatzel

Slager Herbert Tatzel uit Arnstadt is één van de weinigen, die er niet geheimzinnig over doet.
      Voor twintig worstjes gebruikt hij twee kilo varkensvlees (1 kilo buik en 1 kilo schouder). Vier eieren en melk en bloem naar behoefte om het goed te binden. Naast peper en zout gebruikt hij komijn, majoraan en wat knoflook.
      Het vlees gaat de molen in. (Gaatjes van drie millimeter doorsnee). Eieren en kruiden erbij en deze substantie goed kneden. Binden met melk en bloem en blijven kneden tot 't aanvoelt alsof je in watten knijpt. Het vlees gaat daarna een machine in die de worstjes in natuurdarm perst.
     

De worst moet 't liefst op houtskool geroosterd worden. Grillen mag ook.
In ieder restaurant in Thüringen kun je de braadworst krijgen. Het lekkerst at ik het in het zeer Duitse café-restaurant Das urige Wirtshaus in Suhl.
      Een paar worstjes, aardappelpuree, sterk gekruide zuurkool, donker brood en een dotje mosterd.
Daarbij moet je Arnstädter bier drinken.

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh