Reizen (316)

 

Zomer 1996

BLESSED BE THE TRUE JUDGE

Een grof internationaal schandaal

In de zomer van 1996 reed ik in een huurautootje zomaar wat over het eiland Mauritius in de Indische Oceaan. In de buurt van het plaatsje Beau Bassin zag ik ineens dit bord: -1940 Blessed be the true judge 1945-. Met een Davidster erop. Een Joods begraafplaatsje.
      Merkwaardig!
Ik ging het terrein op en daar bevonden zich 127 graven. Mensen met Duitse en Poolse namen. Ze waren allemaal -op één na- gestorven in de tweede wereldoorlog.
      Nog merkwaardiger!
Bij mijn weten was Mauritius nauwelijks betrokken geweest bij die oorlog, woonden er geen Joden met Europese namen en waren er natuurlijk geen vernietigingskampen. Een groot ongeluk of een scheepsramp kon het ook niet zijn, want alle mensen waren op verschillende data overleden.

WAAROM?

South African Jewish Board  

Bij de ingang was een jongeman, die er iets van wist. Hij was een soort beheerder. Hij kwam niet uit Mauritius maar uit Zuid-Afrika.
      Het opschrift was een vertaling uit het Hebreeuws. En de Joden waren in het begin van de oorlog naar Mauritius verscheept.

Waarom?
      Hij wist het niet. Althans: niet precies. Maar het had te maken met de Engelsen, die geweigerd hadden om de Joden in 1940 toe te laten  tot hun mandaatgebied Palestina. Maar waarom ze dan in Mauritius waren aangekomen wist hij niet.
      Het kerkhofje was overigens mooi onderhouden en werd -zoals ergens op een bordje stond- beheerd door de South African Jewish Board.
Terug in Nederland nam ik contact op met die Board en zo kwam ik -Internet was in 1996 immers nog onderontwikkeld- achter de feiten van deze opmerkelijke geschiedenis, die een grof schandaal bleek.

ATLANTIC & PATRIA  

Keurige rijtjes  

De vluchtelingen worden niet bepaald vriendelijk ontvangen. Ze worden ondergebracht in gevangenissen en kampen en zullen er onder miserabele omstandigheden blijven tot eind augustus 1945.
      In die tussenliggende tijd zijn er 126 overleden, die dus in keurige rijtjes op dat begraafplaatsje liggen. De overlevenden kunnen terugkeren naar Europa, maar worden ook in de gelegenheid gesteld om zich in Palestina te vestigen.
      Eén vluchteling blijft op Mauritius achter.
Hij overlijdt in 1980 en ligt er ook begraven.

Verklaring

Aan Anne Frid de Vries, een Nederlander die in Israël woont heb ik gevraagd wat het opschrift ’Blessed be the true judge’ nu eigenlijk precies betekent.

Zijn antwoord.

Lokaal Kerkhof  

Het begraafplaatsje ligt direct naast een lokaal kerkhof.
      Dat ziet er dan zo uit.

 

     

 

 

Voorjaar 1994  

Een triomfantelijke demonstratie

 OOR DIE SPOOR  

De Aar is een stadje van circa 40.000 mensen. Globaal een derde van de bevolking is blank, een derde is kleurling; een derde is zwart. De blanken woonden in hun eigen wijk.
      Op kaarten in de plaatselijke bibliotheek stond alleen dit deel, hoewel aan de andere kant van het spoor ‘Oor die Spoor’ veel meer mensen woonden.
      Er waren ook twee squattercamps ‘oor die spoor’. Krottenwijken voor ontheemden, zwervers en vluchtelingen.

In De Aar mocht gestemd worden door 8.433 ‘bruinmense’, 6.643 ‘swartmense’ en 5.190 ’blankmense’.
In
iedere wijk was één stemlocatie. Op woensdag 27 april 1994 ‘s middags om één uur stonden vrijwel alle kleurlingen en zwarten demonstratief voor het gemeentehuis -de Municipaliteit- in de blanke wijk.
      Geduldig, gedisciplineerd, trots en vaak met een vlaggetje in de hand van het ANC (African National Congress); de partij van Nelson Mandela, die toen zijn triomfantelijkste overwinning zou behalen.

Eén van die mensen was Lisa. Zij was schoonmaakster in hotel De Aar, waar ik drie weken heb doorgebracht. Zij begon ‘s ochtends om zes uur en had dan al een uur gelopen. Ze moest werken tot er niets meer te doen was. Dat was nooit vóór tien uur ‘s avonds. Ze moest dan weer een uur terug lopen. Ze werkte zeven dagen per week.

Haar inkomsten: 80 Euro per maand.

OPNAMES

 

Voorjaar 2000

Mira: 'Hij kan nog geen ei bakken. Nog geen ei!' 

Ze is voor ’t eerst van haar leven in het buitenland geweest. Zes weken lang. Een conferentie in Los Angeles, een bezoek aan New York, een symposium in Parijs en nog even uitblazen in Amsterdam. Het was haar goed bevallen. Heel goed.
      Mira is orthodontist. Ze zit naast me in het vliegtuig. Ze gaat naar huis. Johannesburg Zuid-Afrika. 

We zijn nog geen uur onderweg, hebben wat over ditjes en datjes gepraat en dan zegt ze zomaar: ’’Weet je dat ik helemaal geen zin heb om naar huis te gaan’’.

Zo!

Ze is getrouwd. Twee jonge kinderen. Een jaar of 35. Stralend gebit. Daar zijn waarschijnlijk kundige collega’s aan te pas gekomen.

‘’Hoezo?” zeg ik.

‘’Amerika is me heel goed bevallen’’, zegt ze. ‘’En bij jullie vind ik 't ook heel prettig’. Veel prettiger dan in Zuid-Afrika. Weet je, die apartheid is dan wel officieel afgeschaft maar er is nog veel racisme en discriminatie. Mensen leven langs elkaar heen. De tolerantie is laag. Tenminste vergeleken met wat ik de laatste weken gezien heb’’.

Ik ga voor de tweede keer van mijn leven naar Zuid-Afrika. 
      Ditmaal niet naar Johannesburg of Kaapstad, maar naar Kwazulu-Natal.

‘’Ben je daar weleens geweest Mira?’’
‘’Nee’’ zegt ze. ‘’Maar wat ik ervan weet is het daar helemaal verschrikkelijk’’.
      
‘’Maar wat ga je daar eigenlijk doen.”

‘’Ik ga op bezoek bij een Nederlander, die daar al een aantal jaren woont. In Howick, dichtbij Pietermaritzburg. Daar schijnt één van de grootse watervallen van jullie land te zijn. Hij werkt met de lokale bevolking om erosie te bestrijden. Ik ga daar een radioprogramma maken. En daarna ga ik door naar Lesotho. Ook al om een programma te maken’’.

‘’Naar Lesotho’’, zegt ze geschrokken.
      ‘’Daar hoor ik alleen maar afgrijselijke verhalen over. Ons leger is daar een jaar of zo geleden binnengevallen om orde op zaken te stellen. Het schijnt daar echt bar en boos te zijn’’.

‘’Juist’’, zeg ik. ‘’Daarom ga ik er ook naar toe’’.

Ze wordt stil. Ik besluit om iets anders aan te snijden

Ze spreekt namelijk Engels, maar had verteld dat ze is opgegroeid in ’t Afrikaans. 
‘’Kon je de mensen in Amsterdam eigenlijk verstaan?’’, vraag ik in het Nederlands.

‘’Nee. Niet echt, Af en toe een woordje. Maar -weet je- ik hou ook niet van die taal. 

Thuis moet ik Afrikaans praten. Mijn man wil dat. Vindt ook dat mijn kinderen in die taal moeten worden grootgebracht. Daar heb ik vaak ruzie met hem over. Die kinderen zijn er namelijk volgens mij veel meer bij gebaat om goed Engels te leren”.

En dan.

‘’Mijn man is nou eenmaal heel traditioneel. Hij vindt het eigenlijk maar zozo, dat ik werk. En weet je wat: Hij kan nog geen ei bakken; nog geen ei’’.

We worden stil. Zij heeft kennelijk een wat vastgelopen huwelijk. 
Moet ik daar dan dieper op ingaan. We zitten inmiddels ergens boven Noord-Afrika. Het wordt donker.

Tijd om maar eens te proberen wat te gaan slapen.
Maar dan gaat ze weer door. 
      ‘’Ik heb ’t me allemaal niet zo gerealiseerd. Maar op die conferenties heb ik met veel vrouwelijke collega’s gesproken. Die schrokken ook van mijn verhaal. Weet je, misschien ga ik het thuis allemaal heel anders doen. Heel anders’’. 

      Tja. 
Moet ik hier iets van vinden? Relativeren? Stoken in een vastgelopen huwelijk.
       Wat is dat toch met die vliegtuigen. Ik kom wel vaker terecht in merkwaardige gesprekken. Kennelijk zijn er omstandigheden die daar aanleiding toe geven. Vluchtige ontmoetingen, die eenvoudig kunnen leiden tot uiterst persoonlijke ontboezemingen.

      ‘’Misschien moet je het hem voorzichtig proberen uit te leggen’’, zeg ik. ‘’Daar zal íe toch wel gevoelig voor zijn’’.

      ‘’Oh, nee’’ zegt ze. ‘’Daar is ‘ie helemaal niet gevoelig voor. Die man zit vast in patronen. Daar kan ik nooit doorheen breken, nooit’’.

      ‘’En therapie’’, suggereer ik. ’Heb je daar weleens aan gedacht?’’
       
      ‘’Ach ‘’, zegt ze, ‘’dat wil hij waarschijnlijk ook niet. Hij is tevreden zo. Wil helemaal geen veranderingen. Hij komt thuis, doet zijn pantoffels aan, gaat zitten met z’n voeten op een bank en kijkt naar de televisie. Het liefst naar cricket of rugby. En weet je wat. Hij vindt het eigenlijk maar niks, dat er tegenwoordig ook zwarten en kleurlingen in die teams zitten".

    Als wij aankomen in Johannesburg kijkt zij mij een beetje vertwijfeld aan. 
   Ik moet overstappen want ik vlieg door naar Durban. Als wij de hal inkomen ziet ze verderop achter het glas haar man en kinderen staan. Zij trekt mij een andere kant op en zegt: 
      ‘’Ik loop even met je mee. Ik heb nog geen trek in ze ‘’.

 

 

Een achthoekige grenskronkel

Ik schreef gisteren een stukje over de Åland Eilanden, die in de Oostzee liggen halverwege Zweden en Finland. Die eilanden waren ooit Zweeds, later Russisch en zijn sinds 1921 Fins.

      Maar vlak voor die Alands ligt Märket Reef, een onbewoond eilandje van 3 ha.  Daar loopt een wel heel grillige grens tussen Zweden en Finland.
Ik kreeg die informatie van Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie op mijn blog over de 25 kleinste landen in de wereld.
      Hij schrijft:


MÄRKET REEF


Vuurtoren

We zoomen in op de maritieme grens bij de ingang van de Botnische Golf. Hier loopt de grens in een rechte lijn tussen het Zweedse vaste land en de Finse - maar Zweeds sprekende - Åland Eilanden door en snijdt op een wel erg ingewikkelde manier een drie hectare groot onbewoond eilandje doormidden. Märket Reef.

      Het is het kleinste eiland ter wereld dat door een internationale grens wordt verdeeld.

In 1885 bouwden de Finnen er een vuurtoren. Misschien was de geografische positie van het eiland in die tijd nog niet exact op de kaart gezet en wisten de vuurtorenbouwers helemaal niet dat er een grens over het eiland liep, maar die grens liep wel degelijk in een rechte lijn dwars over het eiland en wat bleek? De Finnen hadden hun vuurtoren op Zweeds grondgebied gebouwd. Daar is men zich pas jaren later aan gaan ergeren. Er moest iets gebeuren. De vuurtoren afbreken en meer naar het oosten herbouwen was niet echt een optie.

In 1985 besloot men de grens daarom op ingenieuze wijze te verleggen. De grens heeft nu weliswaar een merkwaardige kronkel gekregen, maar de vuurtoren staat hierdoor in ieder geval op Fins grondgebied zónder dat de Zweden óf de Finnen territoriumverlies hebben geleden. Slim gedaan.

 

 

 

Zomer 2007  

Een groene archipel in de Oostzee

 

Toerisme voor leeftijdgevorderden

De Zweed voor mij in de rij, doet nog even de grote kofferbak van zijn Volvo open. En daar zie ik een gigantische hoeveelheid drank. Wodka, Whisky, wijn, bier en zelfs de lokaal gestookte appeljenever, die ze met een treurig gebrek aan fantasie Alvados gedoopt hebben. We wachten op de veerboot, die ons terug zal brengen van Eckerö, één van de Åland eilanden, naar het plaatsje Grisslehamn in Zweden. Een aangename tocht van nog geen twee uur.
      Die Åland eilanden -spreek uit Olland- zijn een geografisch en politiek fenomeen. Een belastingparadijs bovendien voor Zweden & Finnen. Het zijn in totaal zo’n 6.500 eilanden, waarvan er tachtig bewoond zijn. Ze liggen halverwege Zweden en Finland, behoren staatkundig bij Finland, maar de officiële taal is Zweeds.
      De eilanden zijn optimaal autonoom, hebben hun eigen regering, eigen vlag, eigen kentekens en eigen postzegels. De grootste stad Mariehamn, vernoemd naar echtgenote Maria Alexandrovna van Tsaar Alexander de tweede, noemt zich met gepaste trots de kleinste hoofdstad van Scandinavië .


Er wonen 26.200 mensen, waarvan 11.000 in Mariehamn. Het klimaat is mild vanwege de warme Golfstroom. Er zijn loof- en dennenbossen, visrijke meren, haffen en fjorden, je ziet er uitbundige wilde orchideeën; er zijn ondermeer elanden, herten, vossen en otters en veel vogels, waaronder vis- en zeearenden, ooievaars en purperreigers.
      

                                                                                                VEEL ZWEDEN

Er komen veel toeristen naar de eilanden. Vooral Zweden. Minder Finnen. Een paar Duitsers heb ik er ook gezien en een enkele Nederlander.
      Die tocht van Grisslehamn naar Eckerö v.v. is de goedkoopste manier om er te komen. Je kunt ook vanuit Stockholm of Kapelskär met zo’n negen verdiepingen tellend hotelschip annex drijvend casino, dat een tussenstop maakt in Mariehamn op weg naar Turku of Helsinki in Finland. Vliegen kan ook. Zelfs met de plaatselijke maatschappij Åland Air vanuit Stockholm of Helsinki.

ImageEen eerste indruk bevestigt het vermoeden, dat hier vooral oudere toeristen komen. Ze zoeken rust en ruimte. Willen wandelen, fietsen, vissen, roeien of kanovaren. Er zijn diverse kleine Museums.

En voor een verzetje ga je naar Mariehamn, waar een overdekt winkelcentrum is, aardige restaurants, terrasjes waar je zelfs cappuccino kunt krijgen en het nachtleven, ach het nachtleven schijnt er ook te zijn. Maar ik koester bij voorbaat vooroordelen aan het Scandinavisch nachtleven, dat zich toch vooral uit in teveel drankgebruik, Vikinggebral, lomp gehos en vechtpartijen.

 

Volkenbond

Eeuwenlang hoorde Åland bij Zweden, maar na de Napoleontische oorlogen werd het Russisch. Finland riep in 1917 de onafhankelijkheid uit en wilde Åland inlijven. De eilanders zelf wilden bij Zweden horen, maar de nieuwe Volkenbond besliste in 1921 anders en wees de archipel toe aan Finland. Maar dus met grote autonomie en behoud van de tax free handel. In de supermarkten tref je overigens veel Finse producten aan en de voetbalclub IFK Mariehamn staat op één na laatste in de Finse Hoofdklasse.

Ik geloof niet dat er veel gebeurt op die eilanden. De plaatselijke kranten Nya Åland en Åland schrijven gewoon over lokale dingen, over festiviteiten die her en der voor toeristen worden georganiseerd, over een brandje of een vals brandalarm, over grote vissen die gevangen worden en men portretteert toeristen, die mogen vertellen hoe mooi en aantrekkelijk het hier is. Zweden, Afghanistan, Rusland en Japan trof ik in vier kleine éénkolommertjes aan op linkerpagina acht.

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh