Poëzie (358)
- Details
- Categorie: Poëzie (358)
Haarlem, zijn dichters, zijn drukker, zijn Markt
Grote Markt
In het mooie ambachtelijke gedicht hieronder van Adriaan Morriën passeert een andere dichter. Dat is Willem Bilderdijk, die zijn laatste vier jaren van 1827 tot eind 1831 in dit huis woonde. Het staat op de Grote Markt in Haarlem. Boven het zolderraam is een plaquette aangebracht om de dichter te eren.
Een ander eerbetoon op de Markt is er voor de ‘’eerste drukker’’. Dat is het grote beeld van Laurens Janszoon Coster (Lautje), de –zeggen ze in Haarlem en omstreken- uitvinder van de boekdrukkunst.
Het Kenaupark is vernoemd naar Kenau Simonsdochter Hasselaer, een verzetsvrouw die tegen de Spanjaarden vocht. Staten Bolwerk is een straat bij het stadspark De Bolwerken vlakbij het Station. De Bavoklokken zijn van de Grote Sint Bavokerk, die ook op de Grote Markt staat en de Hout is de Haarlemmerhout, een bos aan de zuidrand van de stad.
Van Adriaan Morriën
HAARLEM
Ik wilde zo graag in Haarlem wonen
In een oud rustig huis aan de Leidsevaart.
Om ’s avonds te luistren naar ’t ruisen der bomen
Waardoor de zeewind van Holland gaat.
Om voor het slapen het spel te horen
Der Bavoklokken, zo helder en zacht…
Door ’t venster zie ik nog juist de toren,
Het kerkdak reeds donker van de nacht.
Om ’s Zondags over het marktplein te wandlen
Waar Haarlems eerste drukker troont,
Het boek onveranderlijk in zijn handen,
Voor ’t huis waar later een dichter heeft gewoond.
De lente komt er zo vriendelijk binnen
Door bolwerk en Hout, langs singel en gracht;
Dan kan op een ochtend de zomer beginnen
Vol schaduw en zon en met bloemen bevracht.
De kinderen aarzelen blij op de bruggen
En zien het water dat blinkt in het licht
En horen de stad vol van zomergeruchten
En halen de hemel vlak voor hun gezicht.
In ’t najaar vallen nergens de bladen
Zo overvloedig als achter de Hout
En krakend loopt men de bedolven paden
De zon gaat er wenend onder in goud.
De zon komt er ritselend op in de morgen
Als de duif reeds boven het Kenaupark stijgt
En de stad nadromend over nachtelijke zorgen
Rondom het geluid van de melkauto zwijgt.
De winter strooit er zijn sneeuw op de daken
En vriest de singel en grachten dicht,
En oud is ’t geluid dat de stilte doet kraken,
’t Verlangen ontdooit in een vrouwengezicht.
De nacht staat van sterren en koude te tintelen,
De kerk met haar voorhoofd en schouders vol sneeuw,
Laat voordat ik inslaap har klokkenspel rinkelen
En zwijgt dan een uur of een donkere eeuw.
Plaquette
Lautje
Grote Sint Bavo
De kerk werd gebouwd tussen 1370 en 1538. Daarna volgden diverse restauraties.
Graf
De vloer van de kerk bestaat alleen uit grafzerken. Zo’n 1500. Daaronder: Frans Hals. Willem Bilderdijk was de laatste die hier begraven werd. De begrafenis werd ondermeer bijgewoond door de 17-jarige Nicolaas Beets, die later in zijn Camera Obscura ondermeer over de Haarlemmer Hout zou schrijven.
Grote Markt Stadhuis

Grote Markt Vleeshal
Grote Markt Etablissement Brinkmann

Sint Bavo Müllerorgel

Het Müllerorgel in de kerk werd bespeeld door een zeer jeugdige Mozart (10 jaar). Ook Hȁndel speelde erop.
- Details
- Categorie: Poëzie (358)
Poëzie is de drempel van het gesticht
Dichter H.H. ter Balkt (1938-2015) publiceerde ook onder het pseudoniem Habakuk II De Balker.
Hij was een oude bard en een volbloed poëet. Een wat knoestige man; zeer belezen en maatschappelijk betrokken. Hij won alle pretentieuze literaire prijzen, inclusief de P.C. Hooftprijs. Van hem zijn de uitspraken ‘’Dichters zijn de fossielen van onze tijd” en ‘’Iedereen schrijft; niemand leest’’.
Het volgende gedicht begrijpt u een stuk beter als u weet dat Wallace Stevens (1879-1955) een enigszins vergelijkbaar dichter in de USA was. Iemand die de Pulitzerprijs voor poëzie en de National Book Award for Poetry won.
Eén van zijn bekendste gedichten is: Poetry is a Destructive Force. De laatste strofe luidt:
The lion sleeps in the sun.
It’s nose is on the paws.
It can kill a man.
Hierop is het volgende –fenomenale- gedicht van H.H. ter Balkt gebaseerd.
Van H.H. ter Balkt
Poëzie
Poëzie is de drempel van het gesticht
is de wolf in het schaap, laat het fata
morgana zien, dompelt dan dodelijker,
dieper, je lijf in de helse woestijn.
Poëzie is een cent in Siberië
is een kraan zonder water, een hond op zee.
Niet? Achter de feiten komen de begrippen.
Achter de fielt kermt zijn stukgetrapt land.
Jaren nadat van plunderaars de stad kraakt
telt haar naam ofschoon ze dan niet langer
bestaat dan als naam. Denk aan Carthago,
denk aan jezelf en het sluimerend zout.
Poëzie is geen leeuw, is geen leeuw
Wallace Stevens, doodt geen man nee,
enkel fokt zij koudbloedig virussen
in haar heilig huis van ondermijning
van ondermijning, twijfel; zwak siersel,
verft het zout blauw op de bovenste plank
in het tochtiger wordende huis.
Je poëzie is een stuiver in Siberië , vlo
in de koningshals, goud in het pakijs.
Poëzie volgt de mens op de voet.
En poëzie is corned beef, gemalen hart-
klop en fakkel van afval, gevoelens
ingeblikt in de allesbehalve roestvrije vorm:
volksvoedsel voor het leger te velde
dat tegen abattoirs vecht als voor eeuwen
Don Quichotte tegen de windmolens.
Koud als kerstmis, doof als pasen wankelt
poëzie van slag- naar slagveld en bloedig
kruispunt, geweven leeuw in gerafelde
vlaggen, Wallace, bijna menselijk is zij; ja!
En verandert de ekster die een dief is, door
omschrijvingen, door foto’s van gedrag? Poëzie
nestelt en steelt, als de ekster, en haar
enige pretentie is: zijn je lepels
nog bij je? Is het koper of zilver wat er
schittert in je huis? Poëzie is een rover
is een uitgeschudde cent in Siberië , verft
het zout blauw in de stenen potten
is wreed en kwaadaardig lieve vriend/zoals jij.
Van Wallace Stevens
Poetry is a Destructive Force
That’s what misery is,
Nothing to have at heart.
It is to have or nothing.
It is a thing to have,
A lion, an ox in his breast,
To feel it breathing there.
Corazon, stout dog,
Young ox, bow-legged bear,
He tastes its blood, not spit.
He is like a man
In the body of a violent beast.
Its muscles are his own….
The lion sleeps in th sun.
Its nose is on the paws.
It can kill a man.
- Details
- Categorie: Poëzie (358)
Groeten uit Zaltbommel
Eén van de bekendste regels uit de Nederlandse poëzie is:
‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’.
Het begin van het gedicht DE MOEDER DE VROUW van Martinus Nijhoff.
Bommel is Zaltbommel een stadje in de Bommelerwaard. De brug werd in 1933 geopend en ligt over de Waal.
Ruim zestig jaar later was zij verouderd en te smal.
In 1996 werd een nieuwe brug geopend: De Martinus Nijhoffbrug.
Bi-Ba-Bommel
Eén van de bekendste regels uit een Nederlands liedje is:
In die grote stad Zaltbommel, bommel
Heerste grote watersnood.
Het refrein:
En te midden van die rommel, rommel
Dreef de torenspits van BI-Ba-Bommel
En te midden van die rommel, rommel
Dreef de torenspits in ’t rond
Stompe Toren
Het gaat om de stompe toren van de St. Maartenskerk. Een mooi bewaard bouwwerk uit de 15e eeuw.
De spits viel er niet af tijdens een watersnood , maar werd in 1538 vernietigd door blikseminslag.
Gemeentehuis
Het is een klein aangenaam vestingstadje. Zaltbommel. Alle straten leiden naar de markt, waar het gemeentehuis is.
Het winkelbestand is zeer behoorlijk, er is de nodige horeca en er zijn terrassen.
Vesting

Oude brug

Van Martinus Nijhoff
DE MOEDER DE VROUW
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd-
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God , zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
- Details
- Categorie: Poëzie (358)
Vier uitééngereten kinderen
Ben Cami (1920-2004) is een Vlaams dichter die hier vrijwel onbekend is.
In een verzamelbundel vond ik een gedicht van hem, dat mij behoorlijk trof.
Hij beschrijft een opmerkelijk incident, waarbij soldaten vier kinderen vermoordden.
Ze gooiden een handgranaat in hun schuilplaats, nadat ze de kinderen tien tellen de tijd hadden gegeven om tevoorschijn te komen.
Noem het één van de vele oorlogsimisdaden, die altijd en overal gebeuren.
Het gaat zo:

Aan de grens tussen dorp en jungle
Ontdekken de soldaten een schuilplaats
Onder de struiken gegraven
Met stokken en vingernagels
Van op veilige afstand schreeuwen ze het bevel
En tellen hun tien
Menslievende
Seconden
Eén van hen werpt de granaat
Die de aarde en de struiken openscheurt
En het vlees van de kinderen, -
Vier kinderen
Blijkbaar te dom om te leren tellen,
Gekweekt onder de vleugels van het Westen. Blanco Stem
Tekening: René van Houtven
In welke oorlog gebeurde dit?
Aanvankelijk meende ik dat dit zich afspeelde in -voormalig- Belgisch Congo.
Maar daar was ik natuurlijk niet zeker van en daarom nam ik contact op met Els van Damme van de Universiteit van Gent.
Zij is mede-samensteller van de bundel Ben Cami, gedichten
Ik kreeg dit antwoord:
Geachte heer Van den Boogaard,
Het gedicht verwijst wellicht naar de oorlog in Vietnam. Of er een
specifiek incident aan ten grondslag ligt, kan ik jammer genoeg niet
zeggen. Wel geef ik graag even mee dat de bundel waarin het gedicht
oorspronkelijk verscheen (Blanco stem, 1967), meerdere referenties
bevat aan de Vietnam-oorlog. Dat maakt het aannemelijk om ook
onderstaande versregels in dat licht te lezen.
Vriendelijke groeten,
Els Van Damme
Bittere druiven
Bij het Poëziecentrum Gent bestelde ik de in eigen beheer uitgegeven bundel Blanco Stem. (Oplage 400 exemplaren).
En inderdaad: In het onderdeel ‘Al te bittere druiven der gramschap’ is geëngageerde poëzie opgenomen.
Een aantal gedichten hekelt de Amerikaanse inmenging in Vietnam.
Over De Spaanse dictator Franco schrijft hij ondermeer:
Van het beest Amerika
Dat sigaren rookt en landen vreet
En dollars zuigt uit inboorlingen
Ben jij, mijn waarde politicus
De hoer
Om uw geheugen nog even te helpen:
De Vietnam Oorlog duurde van 1957 tot 1975.
Er vielen 2.5 miljoen Vietnamese doden. 58.226 Amerikanen sneuvelden. .
Amerika gebruikte in deze vuile oorlog het ontbladeringsmiddel onder de codenaam Agent Orange en napalm.
Bekendste films zijn The Deer Hunter en Apocalypse Now.
Op 16 maart 1968 werden in het dorpje My Lai meer dan 400 mannen, vrouwen en kinderen vermoord omdat er geruchten waren dat er Vietcong-strijders in het dorpje zouden zijn.
(Aangepaste versie)
- Details
- Categorie: Poëzie (358)
Kwattarepen van een eersterangsraté
Slauerhoff was een groot dichter. Hij was niet alleen dichter; hij was ook scheepsarts en reisde de hele wereld over.
Vrijwel nergens kwam hij tot rust.
Daar schreef hij over. Romans, novelles maar bovenal gedichten. Zelden werd hij in zijn poëzie persoonlijk.
Dus: Wat bezielde Slauerhoff toen hij zijn hekeldicht ‘Benard advies’ schreef.
En wie oh wie is eigenlijk Schotman?
Eerst het sonnet:
Van J.J. Slauerhoff
Benard advies
Gij heren der critiek, schrijft nimmer over Schotman,
‘t Is naar voor hem, voor u, voor allebei
En als ge ‘t doet, dan liever op een lei,
Zodat het uitgewist of nog kapot kan.
Maar in de kranten komt er altijd mot van;
Ik deed het toch, zodat ik nu nog lij’
Onder ‘t gevolg: er gaat geen dag voorbij
Zonder een brief, een langen brief, van Schotman
Zijn werk is zwaar, zijn briefwerk nog veel zwaarder;
‘k Woon ver van ‘t dorp, de oude brievengaarder
Torst iedren dag een onheilzwangre tas,
Omdat ik ‘t waagde eens den spot te drijven.
-Maar kwam ooit een er toe zijn lof te schrijven,
Hulppostbesteller werd heel ‘t mensenras.
Afrekening
Zo!
Vanwaar deze persoonlijke afrekening?
Johan W. Schotman was een arts die van 1921 tot 1927 in China werkte.
Hij schreef daar verhalen over; onder meer de trilogie Het vermolmde Boeddhabeeld, Het pulverend land der eeuwen en Dans der demonen. Omdat Slauerhoff als scheepsarts diverse malen in China was geweest en daar uitvoerig over had geschreven, voelden de beide medici-schrijvers een soort lotsverbondenheid.
Zij ontmoetten elkaar voor ‘t eerst in Santpoort, waar Schotman werkte bij een Provinciaal Ziekenhuis.
Bij die gelegenheid maakte Schotman een paar kritische kanttekeningen over Slauerhoff’’s bundel vrije en bewerkte Chinese gedichten.
Schotman vond ze ’onregelmatig en stroef’ en er zat volgens hem ’iets stotends en amechtigs ’ in.
Schotman zou later verklaren dat hier al een soort tweespalt ontstond, omdat Slauerhoff volgens hem geprikkeld raakte.
Die eerste jaren was er overigens van tweespalt geen sprake.
Beide artsen ontmoetten elkaar regelmatig en hadden een levendige correspondentie.
Iets later verleende Slauerhoff volgens zijn biograaf Wim Hazeu een dienst aan Schotman.
Hij stelde Cloisonné samen, een bloemlezing van Schotmans Chinese gedichten. Maar toen Slauerhoff voorstelde om een inleiding te schrijven, wees Schotman dat merkwaardig genoeg van de hand.
Toen de bundel uitkwam, verscheen een kritiek van Slauerhoff in de Nieuwe Arnhemsche Courant. Geen malse kritiek.
Slauerhoff repte ondermeer over:
‘strophen als buikige vazen’ en over kwatrijnen, die hij vergeleek met Kwatta-repen.
‘Niet alleen om den naam. Maar ook om het formaat, de hardheid en de goedkoopte’.
Boos
Johan W. Schotman werd woedend en schreef een brief aan de directie van de krant.
Slauerhoff werd hiervan op de hoogte gesteld, adviseerde om de reactie van Schotman te publiceren en merkte op dat vriendschap in vijandschap verandert als er geen prijzende kritieken geschreven worden.
Hierna kwam het niet meer goed. Schotman bleef zijn verbittering uitdragen.
Dit ergerde Slauerhoff kennelijk zo, dat hij in 1931 in Forum zijn spotdicht ‘Benard advies’ publiceerde.
Ook dit was weer aanleiding voor Schotman om te reageren en Slauerhoff van repliek te dienen.
Dit maal in de Nederlandsche Bibliographie.
Forum
Slauerhoff kreeg steun van Eddy du Perron , die in een volgende aflevering van Forum de vloer aanveegde met Schotman.
‘Het spijt me voor hem, wanneer Slauerhoff zijn verzen niet meesterlijk vindt, ik wil mij zelfs over mijn slechte smaak verontschuldigen wanneer ik hieraan toevoeg, dat Slauerhoff’s oordeel mij buitengewoon zacht voorkomt’.
En:
‘Wij blijven de knollen, en de puil-ogen van de verkoper die er zoveel op lijken, versmaden; que voulez-vous, cher docteur?; het is een geval van konstituele afkeer’.
‘Toch wil ik één ding betreuren voor wij als goede vrienden scheiden: dat een tijdschrift waarin u ’de uwen’ groeperen kunt, niet wat sneller tot stand komt.
Het zou het karakter van uw aanvallen althans kunnen veredelen en er niet de ernst aan geven, die de wrok kenmerkt van de diep-misdeelden. U noemt mij in uw stuk , zij ’t met het adjectief ’handig’ ervoor, een allesdurver.
Er zijn dingen die ik inderdaad zo handig zou zijn niet te durven. De armzaligheid bijvoorbeeld zich in een explosie van machteloze woede, van een vierderangs-lettré uit te kleden tot een eersterangsraté ’.
Subcategorieën
Poëzie Aantal artikelen: 139
Twee maal de helft en een geel strikje
Pagina 8 van 45

