Tuinbonen & broodjes knakworst
Ik sta in de rij voor de kassa van de supermarkt.
Een mevrouw van gevorderde leeftijd kijkt in mijn bakje en zegt:
‘Tuinbonen! Hè Bah‘.
‘Ach. U houdt niet van tuinbonen? U weet niet wat u mist’.
‘Dat weet ik heel goed. Maar ik vind ze vies. De enige groenten die ik niet eet’.
Ik kijk in haar bakje en zeg:
‘U heeft wel veel broodjes’.
‘Ja‘ zegt ze. ‘Ik krijg vanmiddag kleinkinderen op bezoek. Die willen patat, appelmoes en een broodje knakworst.
Ik heb er vier.Allemaal meiden’.
‘Dat treft’, zeg ik. ‘Ik heb er zes. Allemaal jongens’.
Antwoord: ‘Als je meiden hebt komen de jongens vanzelf, zeg ik altijd maar’.
En dan:
‘Er zitten twee hele mooie meiden bij’.
‘Ach‘, zeg ik. ‘En die andere twee dan?’
‘Minder, minder‘.
Ze kijkt me aan en besluit dan met:
’ Weet je waarom die twee zo mooi zijn?’
‘Nou’
‘Ze hebben een Franse vader’.
Goedemorgen!

