Magisch,mytisch, metafisisch
Ik was even in Bergen op de Algemene Begraafplaats (Poëzie 36: Adriaan Roland Holst)
Het plaatsje in Noord-Holland doet zijn naam als kunstenaarsdorp eer aan, want naast Roland Holst liggen hier ook begraven Eddy du Perron, Jan Toorop en Lucebert.
Het graf van Lucebert valt het meest op, omdat er een zelf door hem gemaakt beeld staat.

Lucebert (luce is licht en bert is helder) was dichter en beeldend kunstenaar.
Zijn ware naam was Lubertus Jacobus Swaanswijk.
Over Lucebert is veel geschreven.
Hij was een zeer bijzonder dichter.
Keizer der Vijftigers.
Zijn werk is moeilijk te doorgronden. Als je er de Verzamelde Gedichten op naslaat is het vaak volkomen onbegrijpelijk.
En toch doet het van alles met je. Het is magisch, mytisch en metafysisch.
Enorm muzikaal.
Dat merk je vooral als je de dichter zelf aan het woord hoort.
OH OOR O HOOR
Eind vorige eeuw verscheen een dubbel-CD met de titel ‘oh oor o hoor‘, waarop Lucebert zelf 38 van zijn gedichten voorleest.
Hij doet dat op een meeslepende manier. Als je wat langer luistert is het bijna hallucinerend.
Erik Voermans, muziekredacteur van Het Parool vond dat ook. Hij liet zich inspireren door die gelezen teksten en maakte er op een elektrische gitaar en een effectapparaat muziek bij.
Volgens mij is dat uitstekend gelukt, want ‘deze polyfone dialoog’ zoals Voermans dat noemt, maakt het werk van Lucebert nog beeldender en nog sprekender:
‘Daarbij liet ik me, in een trance van concentratie en overgave, gewillig gidsen door de cadans, het timbre en de sferen van zijn zingende voorleesstem’.

Als u hiernaar toe gaat kunt u een stukje horen en meteen de CD ‘De hemelse wanklank’ bestellen.
In deze aflevering van het VPRO-programma De Buis van Eustachius uit 2004 kunt u nog meer fragmenten van de CD beluisteren. Erik Voermans en producer Gert-Jan Blom komen uitvoerig aan het woord.
BERGEN
Had Lucebert iets met Bergen? In het boekje 'Hier scheen 't geluk bereikbaar', dat in 2001 verscheen bij uitgeverij Conserve probeert Mischa de Vreede daarop een antwoord te vinden.
Zij bezoekt daarvoor Tony Swaanswijk, die 42 jaar de levensgezellin van Lucebert was. Noch in zijn gedichten noch in zijn schilderijen en tekeningen is daarvan iets terug te vinden. Toch had Lucebert het in Bergen naar zijn zin.
Tony Swaanswijk:
'Hij ligt hier begraven. Dat wilde hij absoluut. Als hij ergens anders gestorven was, dan had ik hem naar Bergen laten brengen -zo'n wereldburger was hij nou ook weer niet. Hij ligt hier heel erg mooi'.
Voor mensen, die het werk van Lucebert niet (goed) kennen volgt hier:
Lied tegen het licht te bekijken
het is een rustige rustige
het is een heldere snaar
een mens in de ruimte
onder melangolieke gebaren
geschaduwd door de geuren
van de gotiese blijdschap
is het een lakken pijn
of een kortharen pomp
waarmee hij zo eenzaam leeft?
in zijn kamer een kwade straal van de maan
en dat is zijn dame
boven een baard van ijzige tranen
schreit de beschaafde lelie
nee nee het is een lang lang land
met de deur zonder huis
lichtkost op de lippen
de gekonfijte schacht der spieren
gebouwd op muzikale naalden
zo is hij eenzaam
wat licht er ook dichter bij
het licht dan het licht van de ogen
dit licht van de ogen
is een sobere hand voor de wereld
zomer is zijn wapen
winter zijn liefkozing en
dood de getemde deur
leven de wilde loper
zo een heldere snaar
een mens in de ruimte
verbrand en geboren
lichtschikkend en zingend

