Vlinders in de wolken



Ze is inmiddels 51. Josefien.
      Lang, mager, onzeker.

Opmerkelijke passie voor vlinders.
      Woont met haar oude moeder aan de rand van Haarlem-Noord.

 

Sinds vorig jaar zomer heeft ze een burnout.

Maar het gaat weer wat beter omdat ze voor ‘t eerst in die moeilijke periode een brief heeft ontvangen.
       Een lieve brief, die ze dagelijks leest en herleest.
      Ze krijgt er vlinders van in haar buik.

 


Burnout wordt burnin

 

Ze weet het niet meer. Josefien. Een week lang was ze in de wolken geweest.
      Ze had een brief gehad van Sigurd, de dikke Noor die ze vorige zomer ontmoet had tijdens een cruise op de middellandse Zee.
Hij was verliefd op haar.
      Jawel. Op haar!.
En hij wilde naar haar toe komen.
      Naar haar!
Ze had hem teruggeschreven. En hem meteen maar uitgenodigd.

Nou ja.
      Wat een commentaar ze daar op gehad.

Eerst haar moeder.

‘Een Noor’, had ze geroepen. ‘Een Noor. Wat moet jij nou met een Noor?
      Die zijn altijd dronken. En dan gaan ze vechten.
Kun je niet gewoon een Hollandse man vinden? En waar moet hij slapen?
      Toch niet bij jou op de kamer zeker? Nee hoor. Komt niets van in.
Hij gaat maar in een hotel of zo. Een Noor. Mijn god. Hoe verzin je het?’

 

Buurvrouw

Ze was naar haar mooie buurvrouw Laila Hensen gegaan. En had haar de brief voorgelezen.
      Laila had al eerder gezegd dat ze verliefd moest worden.
‘Een burnout wordt dan meteen weer een burnin’, had Laila haar gevat toegevoegd.
     
Maar haar buurvrouw was niet tevreden over die brief. En ze was nog meer ontevreden toen ze Laila het antwoord had voorgelezen.
Dat moet je heel anders aanpakken’, had Laila gezegd.
      ’ Niet te gretig doen. Mijn god. Moet ik je dan alles leren? Nu denkt hij dat het meteen voor elkaar is.
En je weet toch wat mannen dan doen? Ze willen alleen maar aan hun gerief komen en dan gaan ze er weer vandoor.
      Je moet het ze veel moeilijker maken. Het spel spelen.
Bindingsangst hebben ze. Altijd bindingsangst’.

 

Therapeute

Maar haar therapeute Rina van Schagen was nog ‘t meest negatief geweest.
      ’Ik volg met jou een eclectisch traject, Josefien. Dat wil zeggen dat ik het beste voor je uitzoek.
Daarmee stel ik mezelf ook kwetsbaar op.
      En dan…dan ga jij zonder mij daarover te informeren zo’n Noor uitnodigen. Zomaar.
Dat doorbreekt onze therapie. Josefien. Zo gaan we niet met elkaar om.
      Ons behandeltraject is gebaseerd op volledig wederzijds vertrouwen. Volledig.
Ons traject is nu onderbroken. Gefrustreerd. Vernietigd.
      Twaalf sessies hebben we afgesproken. En voor die tijd ga jij geen relatie aan met wat voor man dan ook.
Je zegt hem maar af.’

 

Josefien zit voor het raam van haar woninkje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord.
      Ze kijkt naar de koeien en zucht. ’Wat was er nou zo erg?'
Voor ’t eerst in een jaar had ze zich weer een beetje gelukkig gevoeld. Er was een last van haar afgevallen.
      Ze wilde Sigurd ontmoeten. Met hem praten; misschien wel met hem vrijen ook ja. Wat was daar nou op tegen?
Waarom waren al die vrouwen toch zo negatief. Gunden ze het haar niet?

Of… -ze rilde even Josefien- … of zouden ze jaloers zijn?
      Natuurlijk! Dat was het. Ze waren hartstikke jaloers.

 

Laila was zo‘n mooie donkere vrouw. En ze kleedde zich altijd zo chique, zo smaakvol en gepast.
      Ook Rina was een zeer aantrekkelijke vrouw. Iets jonger dan zij, maar ze leek veel jonger. Prachtig figuur.
Die vrouwen konden altijd en overal mannen vinden.
      En nu Josefien eens wat had, gingen ze daarover zeuren.


Lærdal & Peer Gynt Suite

Niets zou ze zich ervan aantrekken. Niets
      Ze zou gewoon naar het meeting-point op Schiphol vlinderen.
Ze had alles over zijn woonplaats L
ærdal opgezocht. Ze had Henrik Ibsen gelezen. Naar muziek van Grieg geluisterd. De Peer Gynt suite.
      Ze wist zelfs dat die engerd, die Geert Wilders muziek van Grieg had gebruikt voor zijn filmpje Fitna.
En Johann Olaf Koss had ze in Heerenveen nog in levende lijve zien schaatsen.
      Als het een beetje meezat konden ze samen naar de Elfstedentocht.

Daar kon ze allemaal over vertellen. Josefien. In het Engels. Dat had ze al gerepeteerd.
      Nee. Ze zouden zich niet vervelen.
En al die kutwijven moesten het verder maar zelf uitzoeken.