Zomer 1999

Pepperspray in een verdeelde stad

 

Piia is een mooie aantrekkelijke vrouw. Midden twintig. Zij is een Estische. ’Honderd procent Estisch’, zegt ze zelf.
      Dat is zeer uitzonderlijk hier in Narva, want meer dan 95% van de bevolking is Russisch. Of beter: Russischtalig.
Piia is een soort sociaal-cultureel jongerenwerkster.
      Zij werkt veel met jonge mannen, die haar nog wel eens ‘per ongeluk’ aanraken. Daarom heeft ze pepperspray bij zich.
Ze heeft het al twee maal gebruikt. Sinds die tijd wordt ze redelijk met rust gelaten.
      Zelfs door de jonge heren, die zich steevast iedere dag lam zuipen met goedkope Russische wodka.
Soms beginnen ze -zegt Piia- al om tien uur
‘s ochtends.

 

 

Grensconflict

Narva is een verdeelde stad, die in het uiterste noordoosten van Estland ligt bij de grens met Rusland. De rivier de Narva deelt de stad in tweeën. 
      Aan de andere kant ligt Ivangorod. Tussen 1918 -na de onafhankelijkheid van Estland- en 1944, toen de Sovjet Unie het inlijfde, lag de grens zo’n vijftien kilometer verderop en was Ivangorod Estisch. Het is nog steeds een betwiste grens.
      De Esten vinden dat ze er eigenlijk aanspraak op moeten maken, maar in de praktijk gebeurt dat niet.

‘We zitten er niet op te wachten om hier nog meer kansarme Russen te krijgen’, zegt Piia.

 

 

Sovjetstijl

Het is geen mooie stad; Narva.
      Het werd in 1944 vrijwel volledig verwoest en na de tweede wereldoorlog opgebouwd in ‘klassieke’ Sovjetstijl.
Veel brede wegen, veel saaie flatgebouwen en een paar protserige optrekjes.
       Bij de grensovergang ligt aan beide zijden van de rivier een fort. Daar tussen ligt de zogeheten Vriendschapsbrug.
En er is ook een voetgangersbrug.

 

                     

 

Goedkoop

Ik loop op die brug met Piet Boerefijn, een Nederlander, die al lang in Estland woont en die moeilijke aan Fins verwante taal vloeiend spreekt.
      Het bevalt hem wel in Estland.
Hij heeft een klein flatje in de hoofdstad Tallinn en een soort weekendhuis met sauna vlak aan de Oostzee in het Lahemaa Nationaal Park.

Wij zijn de 210 kilometer van Tallinn naar Narva over een uiterst rustige weg gereden.
      Op de brug worden we begeleid door een geüniformeerd persoon. We mogen tot halverwege.

De Russen in Narva hebben vergunning om iedere dag één maal de grens over te gaan.
     
Ze doen dat massaal, want alles in Rusland is inmiddels tien maal goedkoper dan in Estland.
In 1993 sprak een zeer grote meerderheid van de inwoners van Narva zich in een referendum uit voor aansluiting bij Rusland.
      Nu is dat volgens Piet Boerefijn geheel anders. De meeste inwoners werken in de plaatselijke textielfabriek.
Ze zien dagelijks de enorme welvaartsverschillen tussen Estland en Rusland.

 

 

Examen

Bijna de helft van de inwoners heeft inmiddels de Estische nationaliteit. Daarvoor moeten ze slagen voor een taalexamen.
      De Russen, die dit niet doen mogen niet meestemmen bij landelijke verkiezingen.
Een deel van de bevolking heeft een grijs paspoort, wat aangeeft dat ze in feite statenloos zijn.

Piia vindt het wel goed, dat de Russen examen moeten doen .
       ’Ze willen hier wonen en werken, ze profiteren van de vooruitgang; dan moeten ze er ook maar wat voor doen. Ik moest vroeger toch ook Russisch leren’, zegt ze.

En voordat we in een plaatselijk café nog wat gaan drinken, stift ze haar lippen.
      
Ze weet heel goed dat ze er mooi uitziet en in het café weer de nodige aandacht zal krijgen.