Een bizar sprookje

De primeur stond op 17 april 1999 prominent op de voorpagina van de Kuensel, de enige krant in Bhutan. Het bericht werd overgenomen door vrijwel alle media in de hele wereld. Het luidde:

BHUTAN KRIJGT TELEVISIE

Dertig jaar was erover gesproken, maar op 2 juni zou het zover zijn. De experimentele uitzending zou gaan in de nationale taal, het Dzongka, en voor een deel ook in het Engels.

Bhutan ligt hier ver vandaan als een soort arendsnest ingeklemd tussen India en China met in het noorden de hoge pieken van de Himalaya en in het zuiden een ontoegankelijke jungle.
      Vanuit Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, moet je links in het vliegtuigje van de nationale Bhutaanse luchtvaartmaatschappij Druk Air gaan zitten. Dan maak je gegarandeerd de mooiste vlucht van je leven. Je vliegt boven de wolken, hebt een meer dan fantastisch uitzicht en kunt de toppen van de hoge bergen -inclusief de Mount Everest- bijna aanraken. 
      Tot 1974 was het land vrijwel geïsoleerd. Daarna werden er met mondjesmaat buitenlanders toegelaten.
      De datum 2 juni was niet zomaar gekozen. Op die dag was het namelijk precies 25 jaar geleden dat koning Jigme Singye Wangchuck werd gekroond. De koning zelf had toestemming gegeven voor die eerste televisie-uitzending, want zo gaat dat nu eenmaal in Bhutan.

                                                                                                 ALMACHTIG AUTOCRAAT

De koning is nog een pure autocraat. Hij is getrouwd met vier vrouwen –vier zusters- heeft vijf zonen en vijf dochters en zijn portret hangt in ieder winkeltje, in ieder restaurant, in ieder kantoor en in elk klooster. Hij is ondanks zijn almacht uitermate populair. Hij is niet alleen koning; hij is ook hoofd van de regering en –nog steeds bij gebrek aan een grondwet- hoofd van de rechterlijke macht.
      Een gevleugelde uitdrukking in Bhutan luidt dan ook: de uitspraken van de koning wegen zwaarder dan de bergen en zijn kostbaarder dan goud.

Ooit was er in de belangrijkste straat van de hoofdstad Thimphu een stoplicht. Dat was niet echt nodig, want er is niet zoveel verkeer in Thimphu. Hoofdredacteur Kinley Dorji van de Kuensel schreef er dan ook een vlammend hoofdartikel over.
      Toen de koning een paar dagen later voor het stoplicht moest wachten, gaf hij opdracht om het weer weg te halen. Nu staat er in Thimphu weer een prachtig aangeklede agent met witte handschoenen op een druk beschilderde carrousel met sierlijke gebaren het verkeer te regelen.

                                                                                                        VERBORGEN VALLEI

Bhutan is een sprookje. Geen twijfel mogelijk. Het is het Shangri La, dat zo mooi beschreven wordt in James Hilton’s Lost Horizon.
      Een verborgen vallei, waar mensen nog leven volgens hun eigen cultureel gebonden tradities, een verborgen vallei waar de invloeden van buiten worden tegen gehouden, een verborgen vallei waar negentig procent van de mensen nog geheel voor zichzelf zorgt door groenten en fruit te verbouwen, een verborgen vallei waar milieu en duurzaamheid geen loze kreten zijn, waar nog echt schone lucht is en waar men zich alleen maar zorgen maakt over de zich almaar uitbreidende bossen, omdat de wolven en beren dan ook steeds dichter bij de dorpen komen.
      Een land waar –en ook dat is een uitspraak van de koning- het bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto nationaal product.

                                                                                                   STAATSGODSDIENST  

                                                                                                    DONDERDRAAK                  

De mensen in Thimphu kleden zich inderdaad uniform. Want als ze dat niet doen, kunnen ze hoge boetes krijgen of zelfs voor een week te werk worden gesteld in een kamp.


Het zijn vragen, die wat meewarig worden aangehoord.

      Ach: u komt uit Nederland. Dat is toch dat land met al die vervuiling, met al die files, met varkenspest, met de gekke koeienziekte, dat land waar de mensen hun ouders vaak ver van huis opbergen in tehuizen.

      Nee; onderdanig zijn de mensen hier niet en van een minderwaardigheidscomplex hebben ze ook geen last.
Bhutan of Druk Yul, het land van de donderdraak, is nooit gekoloniseerd geweest, denk ik dan. Dat zal het wel zijn.

  

                                                                                        
VERVOLGD & GEVANGEN

Maar toch. Het sprookje kan natuurlijk ook te mooi worden. In het zuiden van het land woont –en woonde- een Nepalese minderheid. Bhutanezen, die daar al vaak vier generaties lang woonden, maar nog steeds Nepalees spreken. Zij hebben weinig behoefte aan kledingvoorschiften, spreken het Dzongka niet en zijn vaak Hindoes in plaats van Boeddhisten.
      Zij moesten ten tijde van de nieuwe voorschriften aantonen, dat zij al voor 1959 in het land woonden. Natuurlijk konden velen dat bij gebrek aan een behoorlijke administratie niet. Gevolg: mensen werden vervolgd, gevangen gezet en gemarteld. En veel mensen sloegen op de vlucht. Nu zijn er in Oost Nepal nog steeds veel vluchtelingen, die in treurige kampen onder erbarmelijke omstandigheden wachten tot ze mogen terugkeren.
      Hoeveel het er zijn wordt me niet helemaal duidelijk, maar de schattingen lopen uiteen van 80.000 tot 120.000. En dat is nogal wat op een bevolking van 600.000.
      Over die vluchtelingen wordt in Thimpu niet zoveel gesproken.
In de Kuensel lees je er ook niets over, terwijl er in Nepal regelmatig betogingen en handtekeningenacties zijn van deze Bhutanese vluchtelingen.

                                                                                                                  SIMPEL ETEN  

                                                                                                           BIZAR SPROOKJE  

Bhutan is een opwindend maar bizar sprookje. Een land met 20.000 monniken en een leger van 6.000 man. Een land, dat zich bedreigd voelt en zijn tradities in ere houdt ondermeer om de sympathie van de wereld te verwerven. Want –en veel Bhutanezen wijzen je daarop – het land ligt tussen China en India.
      China heeft het aangrenzende Tibet bezet en India heeft van de voormalige koninkrijken en buurlanden Sikkim en Assam deelstaten gemaakt. In Thimphu hangen naast de portretten van de koning dan ook vaak portretten van de Dalai Lama en in het zuiden van het land zitten –met toestemming van de koning- guerilla’s uit Sikkim en Assam.

                                                                                                           LAMA TSULTRIM 

“Ik hoop, dat u een beetje begrip voor ons en voor onze cultuur heeft gekregen”.
      Dat zegt 
Lama Tsultrim tegen me op de laatste dag. Hij is 46 jaar oud en al vanaf zijn zesde jaar monnik. Hij heeft inmiddels zes jaar, zes maanden en zes dagen gemediteerd.
      Volkomen zwijgzaam en levend op wat fruit en zwarte thee.
Eerdaags wil hij weer drie jaar, drie maanden en drie dagen achter elkaar mediteren. Hij zoekt sponsors, want mediteren is duur. Er moet namelijk veel geofferd worden.

P.S.

De koning over wie in dit stukje wordt gesproken  is anno 2007 vervangen door zijn 27-jarige zoon Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Ook zijn er volgend jaar maart voor 't eerst verkiezingen, die op den duur ertoe moeten leiden dat het land een parlementaire democratie wordt.

Je zou het bijna jammer vinden!