Algemeen (571)

 

 Verward, verdrietig, komisch


De moeder van Marga de Graaf  is 93 jaar en dement. Sinds kort woont ze in het zorgcentrumen Parkheem te Stadskanaal. Dat leidt tot verwarrende , verdrietige en soms komische situaties. 
   
      Marga houdt het allemaal bij en schrijft erover  

 

Een Wereld vol Schimmen

Vandaag woont moeder drie weken in het Woonzorgcentrum Parkheem. Ze doet heel goed haar best om te aarden in haar nieuwe leefomgeving. De liefdevolle en aandachtige aanwezigheid van het verzorgende personeel helpt haar zeker mee. Ze zijn elkaar wederzijds aan het ontdekken. Wie is mijn moeder - de 93-jarige dame in kamer 3 met een heel leven achter zich - het leven dat haar gevormd heeft tot de vrouw die ze nu is. Wie zijn de mensen die haar met zorg omringen.

      De dagelijkse activiteiten geven moeder een fijne afleiding om de dagen door te komen. Bewegen op muziek, meelopen met de wandelclub, koffie drinken bij peuters die op bezoek komen, boodschappen doen in het inpandige winkeltje, bloemschikken, hand- en spandiensten verrichten in de gezamenlijke huiskamer, sjoelen, schilderen, de bingo, een groepsgesprek met geestelijk verzorger Dorus, weekafsluiting en op zondag filmmiddag. Het activiteitenteam organiseert veel voor de bewoners. Mam doet overal aan mee en vindt alles leuk. Totdat….

      Haar zoon belt vanuit zijn residentie in Spanje. ‘Dag mam, hoe gaat het met je?’ ‘Mwah…ik zit de hele dag in de gezamenlijke huiskamer,’ zegt ze. ‘In mijn eigen kamer ben ik zo alleen.’ Als ik die avond met Spanje bel vertel ik hoe actief mam aan het integreren is en echt niet de hele dag in de grote huiskamer zit. ‘Oh, gelukkig.’ zegt Spanje, ‘blij dit te horen.’ Maak je maar niet ongerust levensgenieter, er wordt heel goed voor mam gezorgd.

      Ik heb de verbinding amper verbroken of mijn telefoon rinkelt. ‘Mam,’ zegt de computerstem. Oh mai - ik weet wat ze gaat zeggen, kan me er amper tegen wapenen omdat ik zo moe ben. Manlief kijkt me aan, gaat het wel goed met je - je moeder belt, zou je niet opnemen? Ja natuurlijk. Mam: ‘zeg, is mijn huis al weer bewoond? Ja? Nou, zet ze er dan maar weer uit want, ik ga er weer in!’ Ik schiet in de lach om haar persistente houding. Weet je nog mam dat we het hier vanmiddag over hadden toen ik bij je was. ‘Ben jij vanmiddag bij me geweest? Je bent niet lekker!’


Een beetje moe

Ik ben een beetje moe van alles en ook verdrietig - niet zielig - gewoon verdrietig om het afscheid van onze mantelzorgperiode naast mijn moeder. Tegelijkertijd ben ik ook wel weer toe aan mijn eigen leven, opladen en mezelf toestaan te genieten van.… ja, van wat eigenlijk.

      Voorlopig ben ik druk aan het opruimen in het appartement van mijn moeder. De huur is opgezegd, dus de woning moet leeggehaald worden. Een hele klus. Er komt een 65-jarig huwelijk voorbij in spullen, liefdesbrieven van mijn vader aan mijn moeder, bewaarde hilarische sinterklaasgedichten, oude foto’s, 35 paar schoenen, 20 handtassen en nog zo veel meer. Ik moet keuzes maken, wat kan weg en wat wil ik bewaren. Overleggen met moeder kan niet meer, ze is alle herinneringen kwijt - weg - niks meer over van een dierbaar leven.

      Ik neem opnieuw afscheid van mijn vader al is hij vier jaar geleden overleden - en neem ook al een beetje afscheid van mijn moeder terwijl ze nog leeft. Emotioneel valt het me zwaar. Gelukkig heb ik een man die de benijdenswaardige eigenschap bezit om op de meest moeilijke momenten welkome lucht in de zaak te blazen. Dan schieten we samen in een bevrijdende lach. Ook hierom hou ik zo van hem.

      Achter de vitrinekast vind ik een oude foto van mijn ouders - ze zijn samen aan het behangen. Ze hebben de slappe lach - zo zag ik ze graag.


Administratie

De administratie van mijn ouders verzorg ik al vijftien jaar. Die houdt met moeders verhuizing niet op. Vandaag is mijn eerste gang naar het gemeentehuis om haar nieuwe adres door te geven. Onder mijn arm een zwarte map waarin een door mij ingevuld verhuisformulier, moeders ID en die van mij.
      Ik meld me bij de afdeling Burgerzaken. Leg de situatie uit, moeder dementerend - woont nu in Parkheem - ik ben haar dochter en vanuit die hoedanigheid regel ik alle nodige zaken voor haar en nu dus de verhuizing. De dame achter glas, hoort mij aan, werpt een bedenkelijke blik op de papieren, staat op van haar rode bureaustoel en verdwijnt met de privacy-gevoelige formulieren achter een deur. ‘Even wat kopieën maken, ben zo terug,’ zegt ze nog op de drempel. Ik wacht. Duurt lang. Wachten duurt altijd lang. Ik wip van mijn ene been op mijn andere.

      Als ik het niet meer verwacht zwaait de deur open waarachter de vrouw was verdwenen met mijn belangrijke A-viertjes. Op haar hoge voorhoofd verschijnt een diepe rimpel, ze kijkt me streng aan over haar randloze bril en spreekt de woorden:’ ik mag deze verhuizing niet invoeren in ons systeem, uw moeder moet eerst een handtekening zetten op het verhuisformulier. Ja hoor, daar gaan we weer - die verdraaide AVG wet. Moeilijker kunnen we het niet maken voor goedwillende burgers.

      Op het puntje van mijn tong liggen hele onvriendelijke woorden klaar om uit te spuwen. ‘Weet u wel hoe druk ik het heb? Heeft u wel eens een dementerende ontmoet? Ik slik ze in, dat is beter zegt mijn brein.

      Gefrustreerd vervolg ik mijn weg naar mam. Goedemorgen! Haar kamerdeur zit op slot. Ik vind haar in de gezamenlijke huiskamer. Als ze me in haar vizier krijgt fleurt haar gezicht vrolijk op. Hé, jij daar? Dat is gezellig! Iemand die blij is dat ze me ziet, daar was ik echt aan toe. We gaan naar haar kamer, ik pak het verhuisformulier - leg uit wat de bedoeling is en vraag haar deze te tekenen. Per omgaande schiet ze in haar wantrouwen en zegt:’ ik teken niets, waarvoor is dat, ik ga niet verhuizen, ik zet geen handtekening op dit papier!’

      Tja, deze reactie zag ik in het gemeentehuis al aankomen. Na een half uur afleiden, nog eens proberen, opnieuw afleiden en nog eens een poging wagen - zet moeder uiteindelijk het zo gewenste onderschrift op het kleinood. Bedankt lieve mam, nu kan ik weer verder dingen voor je in orde maken. Ze begrijpt niet waarom ik weer wegga - maar 24 uur in een dag mam - ik heb nog zoveel te doen mam - dikke kus en tot de volgende keer. 

     Gaat lekker vandaag. Ik zet nog even door. Bel met Menzis, moeders zorgverzekering dient gewijzigd te worden. Bij de klantenservice tref ik een begripvolle vlotte tante - ik ga u helpen, ik weet dat niet al mijn collega’s dit doen, maar ik weet hoe het is om voor een dementerende moeder te zorgen en word zelf ook helemaal gestoord van die AVG-wet. Klaar en bedankt mevrouw. Ik beproef mijn geluk, bel met de klantenservice van de VARA gids - u wilt het correspondentieadres wijzigen? Ga ik voor u doen hoor mevrouw. Ook klaar. Nog eentje dan, de instantie die maandelijks een klein partner-pensioentje aan mijn moeder uitkeert. Daar gaat het mis. Deze dame heeft veel testosteron, te veel mijns inziens - ze wil niet meewerken en gaat geen adreswijziging doorvoeren. Huh?

Gek genoeg zit er nogal verschil in mensen. Of is dat niet gek.

Ik geef het geregel op - voorlopig.

       Anno en ik buffelen door - samen. Lift in - lift uit.

           Al weer een kar leeg.

                Zo samen.

 

Mijn moeder en ik 1: Mantelzorger

Mijn moeder en ik 2: Een Tringetje

Mijn moeder en ik 3: De Naaidoos

Mijn moeder en ik 4: ......Bla, bla, bla, bla, bla....

Mijn moeder en ik 5: Van Vleugelnoot tot Beukenhaag

Mijn moeder en ik 6: Een spoor van bloed

Mijn moeder en ik 7: Voorspelbare telefoontjes

Mijn moeder en ik 8: De vlam in de pan

Mijn moeder en ik 9: De Week van Zorg en dwang

Mijn moeder en ik 10: Een nieuwe plek

Mijn moeder en ik 11:Ben jij  het?

Mijn moeder en ik 12: Weerstand

 

 

 Verward, verdrietig, komisch


De moeder van Marga de Graaf  is 93 jaar en dement. Sinds kort woont ze in het zorgcentrumen Parkheem te Stadskanaal. Dat leidt tot verwarrende , verdrietige en soms komische situaties. 
   
      Marga houdt het allemaal bij en schrijft erover  

 

Moeder en haar ‘’medeslachtoffers”

Negen dagen op rij tuf ik in mijn grijze Peugeot naar verzorgingscentrum Parkheem. In de kofferbak ligt vandaag vers gewassen kleding, twee paar schoenen, een Zeeuws meisje - de pop in klederdracht, Dorus Rijkers op een Delfts blauw wandbord en jodekoeken in de oude vertrouwde bus met paars deksel.

      Moeder is opgegroeid met de naam Dorus Rijkers - hij leefde ook in Den Helder net als zij. Moeder woont in Den Helder van 1930 tot en met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940. Haar vader werkt bij de Koninklijke Marine. In 1938 zwaait ze hem uit vanaf de kade, hier vertrekt hij naar Nederlands-Indië om nooit meer terug te keren. Dat hij gesneuveld is als krijgsgevangene aan boord van het Japanse schip de Junyo Maru hoort ze pas in 1945.

      Deze foto van zijn geliefde dochter zat in zijn scheepskist.

Mijn opa heb ik dus nooit gekend. Van Dorus Rijkers wist ik ook niets. Over mijn opa maakte ik een fotoboek aangevuld met zijn levensverhaal. Over Dorus zocht ik naar verhalen op het Internet.

     

Op https://www.denhelder.online/cultuur/water-en-havenstad-den-helder/de-bekende-zeeheld-dorus-rijkers las ik - de man schreef geschiedenis, avontuurlijk type en een beetje ondeugend.

Op https://nl.wikipedia.org/wiki/Dorus_Rijkers meer achtergrondinformatie - voor de liefhebber.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Moeder ontvangt me iedere keer als ik haar bezoek met een stevige omhelzing om me vervolgens een rondleiding te geven in haar kamer. Hierna moet ik mee naar de gezamenlijke huiskamer waar ze me opnieuw voorstelt aan haar ‘medeslachtoffers.’ Medeslachtoffers is de benaming die ze zelf bedacht heeft, dit tot grote hilariteit van haar nieuwe vriendinnen…. en het verzorgend personeel. Deze term is niet zo maar omhoog geborreld uit haar beschadigde brein, ik ben gewaarschuwd.

      Donderdag - de traditionele bingomiddag - verloopt een beetje anders dan ik verwachtte. Ik open de deur van moeders kamer, haar stem klinkt uit de badkamer: ‘wie is daar?’ Moeder zit op de wc met de deur op een kier. Hai mam, ik ben het. ‘Oh, ben jij het, dan is het goed - wat gezellig dat je ook eens komt.’ Er staan theekopjes op het aanrecht, ik was af - moeder droogt af.

STADSKANAAL VERSUS SPANJE

‘Wat gaan we doen?’ We gaan zo naar de bingo. ‘Oh, ga jij mee? ‘Ga eerst effe zitten, ik heb eens nagedacht.’ Ik plof op de stoel, moeder neemt plaats tegenover me op de bank. Ze trekt een serieus gezicht en steekt van wal. Ik zet me schrap. Daar komt ie: ‘ik dacht zo, ik kan wel bij jou komen wonen - dan kunnen we de kosten delen, hoe vind je dat.’ Deze zag ik niet aankomen. Ik heb wel begrepen dat je in dit soort situaties het beste duidelijk kunt zijn. Diep ademhalen Mar, korte boodschap. Als ik antwoord dat dit echt niet kan gooit moeder haar plan B op tafel. ‘Nou, ik dacht het eerst aan jou te vragen, maar als jij dit niet wilt dan ga ik aan je broer vragen of ik bij hem in Spanje mag komen wonen.’ Is goed mam, nu gaan we naar de bingo - ga je mee?

      Ondertussen denk ik, doe ik dit wel goed, moet ik er niet wat serieuzer aandacht aan schenken - dit is wel een teken dat moeder haar verhuizing niet echt accepteert. Ik vind het moeilijk en neem me voor om het gesprek straks te delen met het personeel. Zij willen misschien wel weten waarom moeder momenteel niet lekker in haar oude velletje zit. Als ze al het laat zien, ik vermoed dat ik de enige ben waartegen ze zegt hoe ze zich werkelijk voelt.

      Ondersteund door de wandelstok aan de ene kant, mijn arm aan de andere kant hobbelen we op een slakkengangetje naar de bingo. Een welkome afleiding. Nel schuift aan, ze is wat verdrietig. Traantjes, ik troost, ‘jij bent zo lief.’ Ja Nel, ik doe mijn best, maar je moest eens weten wat ik net te horen kreeg van mijn moeder, denk ik. Ik ben ook van streek.

NEL EN SJAAN

Dan wint Nel een prijsje - bananenschuimpjes gehuld in chocolade.

Ze trakteert haar tafelgenoten en in no time is het pakje lekkernijen leeggesnoept. ‘Sjaan, lekker hè.’ ‘Ja', zegt Sjaan, ‘ik had zo’n honger.’ ‘Mam, heb je niet geluncht?’ ‘Ik weet het niet meer, maar ik heb wel honger.’ Nel is zacht van aard, gevoelig en geniet van delen. Dan zegt een vrijwilliger tegen mij, dit prijsje mag niet nu al hier aan deze tafel opgegeten worden - tenzij deze zoetigheid gedeeld kan worden met alle deelnemers aan de andere tafels. Nel hoort het, kijkt naar mij, trekt ondeugend haar linker wenkbrauw op, ik doe hetzelfde, ze schiet in de lach - dit is nou typisch een middag waarop uitzonderingen gelden, geef mij maar de schuld. Ik vind het nodig om verdrietige dames lekker te laten snoepen, alle beetjes helpen.

      Na de bingo gaan alle bewoners weer naar hun kamer. Nel gaat naar de Lindelaan - beneden - en mam naar de Buxuslaan - boven. Ik neem me voor om deze twee lieverds met elkaar in contact te brengen, kunnen ze elkaar opzoeken - als ze willen én de weg weten naar elkaar toe. Als je je eenzaam en verdrietig voelt is het fijn dit met iemand te delen - zeker als je dementerend bent. Zielsverwanten zijn dan belangrijker dan ooit tevoren in je leven. Wees eerlijk. Wie weet waar Vlissingen ligt. Ik ken er twee. Nel heeft in Vlissingen haar geliefde man ontmoet en mijn moeder is er geboren. Ze treffen elkaar in een Woonzorgcentrum in Stadskanaal. Dat verzin je toch niet. Samenbrengen die twee. Ze hebben een aanknopingspunt, bovendien vermoed ik dat ze allebei even ondeugend zijn. En heel lief. Verloren, dat ook. Vooral overlevers. Ik gun ze nog zoveel plezier - zolang het kan.

      Mam zit inmiddels aan de grote tafel, ze ziet er moe uit. Ze heeft pijn in haar knie. Haar mooie grijze krullen hangen troosteloos op haar hoofd. Ik hoop dat ze morgen terugdenkt aan de leuke dingen van vandaag - mocht ze zich überhaupt nog iets herinneren. Tot de volgende keer mam, blijf maar lekker zitten - knuffels. Toch staat ze op om een eindje met me mee te lopen. Op de drempel van de huiskamer begint ze te huilen - ‘ga maar gauw,’zegt ze. Ik pak haar nog even stevig vast. Linkervoet voor rechtervoet naar de lift, snel - weg - naar buiten. Als ik omhoog kijk zie ik mam voor het raam staan, arm in arm met Grietje - goede naam. Gelukkig, mam is niet alleen. Grietje zag haar verdriet.

Ik heb me voorgenomen - ik word niet dement.

 

Mijn moeder en ik 1: Mantelzorger

Mijn moeder en ik 2: Een Tringetje

Mijn moeder en ik 3: De Naaidoos

Mijn moeder en ik 4: ......Bla, bla, bla, bla, bla....

Mijn moeder en ik 5: Van Vleugelnoot tot Beukenhaag

Mijn moeder en ik 6: Een spoor van bloed

Mijn moeder en ik 7: Voorspelbare telefoontjes

Mijn moeder en ik 8: De vlam in de pan

Mijn moeder en ik 9: De Week van Zorg en dwang

Mijn moeder en ik 10: Een nieuwe plek

Mijn moeder en ik 11:Ben jij het?

 

        

Nieuws zonder Leestips

(Door Martine van Bree-Jonink)

Zonder leestips en ja, u leest het goed. Ik zal u uitleggen waarom.
      In april 2006 ben ik als vrijwilliger begonnen bij de bibliotheek in Bellingw. Ik kamp ik al jaren met een chronische rug aandoening, die mij steeds meer belemmert in het vrij rondlopen of lang staan. Helaas is nu het moment gekomen dat zelfs de twee uurtjes op de vrijdagmiddag fysiek te belastend worden en daarom ben ik per 5 januari gestopt bij de bieb. Dat is jammer maar het is niet anders. Ik zal het zeker missen.

      Ik had gehoopt het vol te kunnen houden tot mei 2024 omdat ik dan precies 10 jaar de leestips voor De Bellingwedder zou hebben gemaakt. In die bijna 10 jaar heb ik u meer dan 500 leestips gegeven van de meest recent verschenen nieuwe boeken die ik zelf had gelezen en echt de moeite waard vond. Ik heb dit met veel plezier gedaan en ik hoop dat u er veel aan hebt gehad.

      In mijn eerste leestips van juni 2014 heb ik u de serie van Irma Joubert, die begint met het deel Kind van de rivier, aangeraden. Ze staan mij vanuit mijn boekenkast al lang toe te roepen: kom op, herlees mij eens! En ja, op dit moment ben ik ze inderdaad met veel genoegen aan het herlezen. Daar heb ik alle tijd voor, nu ik niet meer mijn aandacht op de nieuwste boeken hoef te richten. Ook wel eens lekker rustig!

      Uiteraard blijf ik lezen en lezen, want dat is mijn lust en mijn leven. Ook zal ik nog regelmatig in de bieb zijn om gereserveerde boeken op te halen, maar ook om even gezellig bij te praten met mijn collega’s, want dat contact is voor mij heel waardevol.

Ik zal “onze bieb” altijd een warm hart blijven toedragen en tegen u zeg ik: Het ga u goed!

Een laatste tip: als u via Google de naam van een auteur intypt kunt u de boekbeschrijvingen lezen van alle uitgegeven titels van de betreffende schrijver/schrijfster.

                        Veel leesgroeten van Martine van Bree-Jonink.


 

 

 

Geplaatst in januari

 

 

31 januari: Mijn moeder en ik (11) ; De Verhuizing

30 januari: Gehoorde frasen 505; Arme gemeentes

29 januari: Poëzie 355: Wislawa Szymborska

28 januari: Groeten uit de Wereld 56; Een Breed Scala

27 januari: Groeten uit Portugal; Alle Verhalen

26 januari: Gehoorde frasen 504; DNA-Verklaring

25 januari: Vindsels 199 Winterweer

24 januari: Mijn moeder en ik (10); Vijf in de klok

23 januari: Poëzie 354: Jan Engelman

22 januari: Gehoorde frasen 503; Weerbaarder

21 januari: Groeten uit de Wereld 55; Een breed Scala

20 januari: Groeten uit Hongkong; Allr Verhalen

19 januari: Poëzie 353: Saul van Messel

18 januari: Gehoorde frasen 502; Een Dijsselbloempje

16 januari: Mijn moder en ik 9; De Week van Zorg en Dwang

15 januari: Home From Abroad 274; The Big House or the White House

14 januari: Groeten uit de Wereld 54; Een Breed Scala

13 januari: Groeten uit Engeland; Alle Verhalen

12 januari: Gehoorde frasen 501; Een Dingetje

11 januari: Vindsels 198; Finse Markt

10 januari: Goedemorgen 1127; De Generatiekloof

9 januari: Poëzie 352: Jac. van Hattum

8 januari: Groeten uit de Wereld 53; Breed Scala

7 januari: Groeten uit Zwitserland; Alle Verhalen

6 januari: Gehoorde frasen 500; Dubbelspel

5 januari: Mijn moeder en ik (8): Waar is papa eigenlijk?

4 januari: Gehoorde frasen 499; Vloeibaar onderzoek

3 januari: Familie 192; Keet is elf

2 januari: Gehoorde frasen 498; Verdragen

1 januari: Algemeen 562; Blijf Gezond

 

 

 Verward, verdrietig, komisch


Marga de Graaf woont in een appartement te Stadskanaal. Naast haar 93-jarige moeder, die ernstig aan het dementeren is. Mantelzorg noemen mensen dat.
      Moeder stond een tijdje op de wachtlijst van woonzorgcentrum .Parkheem...

Maar nu is het zover. Er is plaats en zij gaat verhuizen. Een hele onderneming.

Marga houdt het allemaal bij en schrijft erover  

 

Een Stressie Verhuisdag

Vandaag -woensdag 24 januari- is een spannende dag voor ons. Een spannende dag voor iedereen die de afgelopen jaren liefdevolle zorg heeft verleend aan mijn moeder.

      Ze heeft namelijk in de gaten dat het moment nadert waarop ze haar appartement vaarwel moet zeggen. Wanneer weet ze niet, maar ze roept tegen iedereen die bij haar over de vloer komt ‘ik wil mijn huis niet uit, ik ga niet verhuizen.’

      Door moeders weerstand en om haar niet onnodig van streek te maken kan ik beter geen verhuis-voorbereidingen treffen in haar huis. Daar zou ze alleen maar onrustiger van worden. Ik voorzie een stressie-verhuisdag want, haar appartement staat tjokvol met tot de nok toe gevulde kasten, tafeltjes, lampen, boeken en overig meubilair. Slechts een ieniemienie versie kan er meeverhuizen naar Parkheem, dus er moet op de dag zelf veel uitgezocht worden.

      Om moeder niet meer in verwarring te brengen dan nodig is kiezen we er voor de verhuizing in één dag te regelen. We besluiten haar ’s morgens liefdevol uit beeld te brengen - buitenshuis iets leuks met haar te doen of zoiets - zodat daarna de verhuizers in haar huis de benodigde inboedel kunnen verzamelen en over brengen naar de nieuwe woonplek. Samen met vrienden kan ik daar vervolgens haar nieuwe kamer gezellig inrichten.

       Ja, mooi bedacht - maar hoe dan?

De ‘meisjes’ van de Buurtzorg - zo noemt moeder de Thuiszorgmedewerkers sinds ze hun namen niet meer weet - vinden de verhuisdag ook een lastig moment. Net als wij. Net als onze vrienden. Kortom, we zien met z’n allen beren op de weg omdat we weten hoe stellig moeder haar hakjes in het zand kan zetten wanneer ze iets niet wil. Ook weten we hoe gevoelig, gastvrij en geinig ze kan zijn. Maar nu is ze kwetsbaar. We piekeren ons allemaal suf hoe we moeder - met zachte hand over kunnen brengen naar haar kamer in het Woonzorgcentrum. Een pasklare oplossing waarbij we ons senang voelen vinden we niet, niet echt.

      Dinsdagochtend - de dag voor de verhuizing - doe ik nog een poging om tot mijn moeder door te dringen. Tien uur ’s ochtends, ze ligt op de bank te dutten. ‘Hai mam.’ Hé, ben jij het?’ Ik ga op de grond zitten - onze hoofden op gelijke hoogte. Ik leg mijn hand in de hare, ze knijpt haar vingers zacht om de mijne. Doordringend kijkt ze me aan en zegt: ‘ik wil hier niet weg hoor Mar, ik kan nog prima voor mezelf zorgen, ik doe alles nog zelf, toch? Ik besluit er niet op in te gaan. Ik gooi het over een andere boeg, ‘mam je bent sterk - je kunt het, ik help je, geef je maar over, alles komt goed. Misschien voer ik dit gesprek nog wel meer om m’n eigen gemoed gerust te stellen, ik weet het niet. Ik hoop dat er toch iets beklijft bij mijn moeder waardoor ze de komende tijd aan kan. We huilen een beetje samen, toch nog. ’s Avonds weet ze niks meer van ons ochtendgesprek. Kwijt. Weg. Niks meer van over.

      Dinsdagavond - de avond voor de ‘grote oversteek’ voer ik een telefoongesprek met mijn dochter - zij is goed in het bedenken van oplossingen voor de meest ingewikkelde problemen. Ik vraag: ‘hoe kunnen we oma morgen zo goed mogelijk begeleiden - heb jij een idee?’ Ze zegt: ’Is de dierentuin Wildlands in Emmen een idee?’ Eureka! We kauwen nog wat op deze optie, wie gaat deze taak dan op zich nemen? Volgens ons is er maar één die dit goed kan - mijn man Anno. Mijn moeder is dol op Anno, ze grappen en grollen er vaak op los samen - deze twee hebben de Ram als sterrenbeeld, zal dat hun verbinding zijn? En nog een beetje meer.

      Ik overleg met Anno, zie jij dit zitten? Een dag met je schoonmoeder op stap? En haar aan het einde van dit uitstapje niet naar haar appartement brengen, maar naar haar kamer in Parkheem? ‘Ja hoor, geen punt,’ zegt manlief. ‘Ik red me wel met ‘de Freule’ - gezellig!’

En zo beginnen we aan de woensdag. Helma en Luc onze vrienden, Bé en Henk de verhuizers en wij.

9.45u - De verhuisploeg zit bij ons aan de koffie

9.50u - Anno troont moeder mee naar Hans Anders voor reparatie aan haar gehoorapparaat. Dit is stap één en het werkt, ze gaat mee.

10.00u - Anno appt mij: ‘Mama has left de building.’

Teken voor ons dat we als de wiedeweerga kunnen gaan inpakken.

10.20u Anno appt: ‘we zijn op weg naar Emmen, ze geniet van de autorit - ‘ik ben hier nog nooit geweest!’

Wij achterblijvers slaken een zucht van verlichting. Geen seconde te verliezen, we hebben veel te doen in korte tijd.

      Ik label de huisraad die mee moet. Driezitsbank, twee stoelen, twee tafeltjes, een Friese staartklok, een loeizware eiken salontafel, twee kasten, vijf schemerlampen, tv-kast plus tv, schilderijen, planten en nog wat snuisterijen. De verhuizers Bé en Henk kunnen los. Inladen maar - lift in - lift uit - taludje op - taludje af. Vijf minuten rijden - uitladen - lift in - lift uit. Duurt lang voordat ze terugkomen. Waarom. Het antwoord is duidelijk - ze konden Parkheem niet uit omdat ze de code van de buitendeur niet wisten. Haha, ja, van weglopen is in het verzorgingshuis geen sprake…..

      Luc - de man van Helma - haalt in het appartement de gordijnen van de rails en brengt deze alvast over om ze op te hangen in moeders nieuwe kamer. Ze zijn veel te lang, verkorten doen we later. Nu geen tijd voor. Helma en ik zoeken kleding uit, stoppen het in dozen en ontdoen ondertussen de kasten die mee gaan van hun overbodige inhoud. Kerstkaarten uit 2010 - leuk, maar wat moet je er nog mee. Weg. We screenen als Razende Roeland. Om 12.30u krijg ik de kriebels - een onderbuikgevoel. Het is tijd om naar Parkheem te gaan en daar de kamer in te richten, exact zoals het was in moeders appartement. Hoofdpijn. We nemen nog snel een kop koffie met paracetamol bij mij thuis en dan gaan we naar het verzorgingshuis. Vroemmmm.

12.30u Anno stuurt een foto uit de dierentuin

13.30u - Anno appt: Mam is het zat en wil weer naar huis. Nee! We zijn nog niet klaar, verzin een list - een kringloopwinkel of een Aldi, koop toetjes.

14.30u - De kamer is klaar. Luc heeft de tv aan de praat gekregen - zeer belangrijk. De klok hangt aan de muur. Moeders kamerinrichting is identiek aan die in haar appartement.

Wij zijn tevreden.

Ik app Anno - kom maar - we zijn er klaar voor, de kamer ook. Vijf uur later, pffff.

      Om 15.00u staan de vrolijke goedlachse Iris - verzorgende, Helma en ik in de hal te wachten op Anno en mijn moeder. Hoe gaat ze reageren? Dan zien we mam aan de arm van Anno over de parkeerplaats naar de ingang schuifelen. Uitgeput van een vermoeiende dag zet ze dapper voetje voor voetje richting de schuifdeur. ‘Ach, wat een schatje,’ smelt Iris. De beveiligde deur opent zich, sluit zich, de tweede deur gaat open - nu is er geen weg meer terug. Ik slik, tranen lopen zachtjes over mijn wangen. Ik kijk Anno aan, daar zie ik hetzelfde. Ik kijk opzij naar Helma, ook zo. Dit is het zwaarste moment van deze dag.

      Maar…. We hebben een redder in onze nood, Iris!. Ze ontvangt mijn moeder met vrolijk gebabbel, ‘we gaan net thee drinken, wilt u ook een kopje?’ Babbeldebabbel. Moeder: ‘Mag ik eerst naar de wc? Ik moet zo nodig plassen, dat moest ik al bij de Aldi waar we toetjes hebben gekocht!  ‘ Babbeldebabbel. Iris loopt voorop en opent de kamerdeur van moeder, ‘gaat u maar naar binnen.’ Moeder loopt voorop met haar vertrouwde wandelstok als steun. Staat plots stil als ze de inrichting herkent. Ze is verbouwereerd, weet niet hoe ze het heeft. Wij houden onze adem in. Dan zegt mam: ‘ mag ik nu naar de wc?’ Als ze na vijf minuten met een opgelucht gezicht uit haar aangrenzende badkamer de woonkamer inloopt gaat ze zitten op haar drie-zitsbank. Kijkt wat rond en zegt tegen Helma en mij: ‘hebben jullie dit gedaan? Wat een werk! Dus, nu woon ik hier?’ Ja, mam - nu woon je hier. ‘Wat is hier nog meer, vraagt ze oprecht nieuwsgierig. Dat wil ik wel eens zien.’

      Iris neemt bij ons de spanning weg met haar olijke gezicht en troont moeder mee naar de gezamenlijke huiskamer. Mam stelt zich daar vijf keer voor aan dezelfde mensen. Maar wat neemt ze alles goed op. Ze accepteert de situatie. Verbeeld ik het me of zie ik haar genieten van alle aandacht die ze krijgt. Ze ontspant totaal.

Voor ons is het tijd om gedag te zeggen en moeder over te geven aan de goede zorgen van het verzorgende personeel van Parkheem. Buiten nemen we een diepe teug frisse lucht en kijken naar de eerste etage. Daar staat mam aan de arm van verzorgende Ina achter het raam naar ons te zwaaien. Ze werpt handkusjes. Wij kussen wuivend terug en gaan. Naar huis. Moeilijk.

      Donderdag breng ik een bijzettafeltje voor haar lidcactus en een paar trotse zoenen.

Moeder heeft tot 9.00u geslapen en is zeer goed te pas. Tijdens het bloemschikken heeft ze een mooi stukje gemaakt. De Welzijnsmedewerker zegt dat ze zich door het huis beweegt alsof ze hier al jaren woont. Ik ben stomverbaasd. Maar zo opgelucht. Moeder is weer blij.

      Voorlopig gaan Anno en ik alle dagen naar mam toe.

Als we op zondagmiddag een kopje thee komen drinken zegt ze tegen me: ‘ik dacht vanmorgen nog, Mar is nog helemaal niet bij me geweest - zal ze vandaag misschien komen?’

Kwijt. Weg. Niks meer van over.
Als ze maar gelukkig is. Mijn lieve oude moedertje.

 

Mijn moeder en ik 1: Mantelzorger

Mijn moeder en ik 2: Een Tringetje

Mijn moeder en ik 3: De Naaidoos

Mijn moeder en ik 4: ......Bla, bla, bla, bla, bla....

Mijn moeder en ik 5: Van Vleugelnoot tot Beukenhaag

Mijn moeder en ik 6: Een spoor van bloed

Mijn moeder en ik 7: Voorspelbare telefoontjes

Mijn moeder en ik 8: De vlam in de pan

Mijn moeder en ik 9: De Week van Zorg en dwang

Mijn moeder en ik 10: Een nieuwe plek

 

Subcategorieën