Germaine Groenier is dood. Ze was 64 jaar. Veel te jong. Ik leerde haar kennen in mei 1977 toen ik bij de VPRO-radio in dienst kwam als eindredacteur van het programma Embargo. Dat werd op vrijdagavond uitgezonden van kwart voor zes tot acht uur op Hilversum II. Direct daarna begon op Hilversum III een drie uur durend drieluik, dat werd gepresenteerd door Germaine Groenier. Eerst waren er de Hoogwerkers Peter Flik en Cor Galis. Om negen uur volgde de J.J.A. Goeverneurstraat , een door haar bedacht programma waarbij de inwoners van deze straat in Dordrecht een jaar lang werden gevolgd door Katrien de Klein, Kees Slager en Roel van Broekhoven. Dan volgde de relatierubriek van Germaine, waarop half Nederland wachtte. Daarover schreef ze later een boek onder de titel: Germaine sans gêne.
Panel van deskundigen
Zij besprak seksuele onderwerpen rechtstreeks met luisteraars, die van tevoren door een panel van deskundigen -een enkele arts en medewerkers van de stichting Correlatie- waren geselecteerd. Germaine deed dat heel direct, recht voor zijn raap en volgens mij geheel op intuïtie. Zij had geen enkele opleiding op dit gebied genoten, maar kende inderdaad geen gêne en sprak heel helder, open en duidelijk over seksuele problemen van de meest uiteenlopende soort.
De eerste oproep deed zij direct na acht uur en vanaf dat moment was de telefooncentrale van de VPRO steevast overbezet. Zo’n zes deskundigen zaten op ’mijn’ kamer op de eerste verdieping van de radiostudio aan de ’s Gravelandseweg. Zij beantwoordden soms de meest bizarre vragen en bleven in mijn herinnering ook maar doorvragen. Mijn favoriete medewerkster was een mevrouw van middelbare leeftijd, die iedere week wel één keer de volgende volzin uitsprak: ’Probeer het ook eens met het mondje’.
Mijn eerste uitzending ging over de tweede treinkaping in Beilen. Er was toen ook een schoolklas gegijzeld. Wij -Paul Aalbers en ik- hadden opnames gemaakt in Beilen en omgeving en in Capelle aan den IJssel, waar militante Molukkers het gijzelen van schoolkindertjes rechtvaardigden. In de studio hadden we een keur van prominente gasten. Deskundigen op het gebied van gijzelingen, Molukkers en een hoogleraar. VPRO-nestor en commentator Anton Constandse was voor deze gelegenheid vanuit Scheveningen ook naar de studio gekomen.
Het werd een uitermate roerig gesprek waarbij de emoties zeer hoog opliepen. Anton Constandse, een over het algemeen zeer rustige, genuanceerde, wijze en innemende man begon de aanwezige Molukkers voor tuig en terroristen uit te maken en toen waren de rapen gaar. Paul Aalbers en ik, die nog nooit voor een microfoon had gezeten, hadden het volgens mij totaal niet meer in de hand, maar de studio werd steeds voller met enthousiaste medewerkers.
‘THIS WAS RADIO MAN!’
Germaine Groenier was er ook en zij gaf mij een broodje, schonk koffie in een plastic bekertje en kneep even in mijn schouder. Na afloop van de uitzending kregen wij veel lof. Boven op de eerste etage waren alle lijnen bezet. Ik nam ook maar eens de telefoon op en kreeg een man aan de lijn, die zei fantasieën te hebben over seks met kleine kinderen.
Het was natuurlijk een tijd van vrije seksuele moraal.
Open huwelijk: Goedzo! Partnerruil: Moet kunnen! Trioseks: Heerlijk! Groepsseks: Geweldig! Seks met dieren: Weer eens wat anders! Pedofilie: Bespreekbaar maken!
De problemen in de uitzending werden steeds ingewikkelder. Sommige mensen wisten ook hoe ze door de selectie moesten komen en begonnen -één maal rechtstreeks in de uitzending- te hijgen of bekenden dat ze zich aan het aftrekken waren. Germaine kreeg daar steeds meer genoeg van. Zij beweerde ook, dat seks voor haarzelf nauwelijks iets betekende. Eén maal belde er weer een man, die zoveel problemen opbiechtte, dat Germaine het gesprek afrondde met een welgemeend:
‘MAN HAK 'M ERAF!'
In het radioarchief van de VPRO (hieronder) kunt u fragmenten beluisteren
In media (11) heb ik uitvoerig bericht over het totstandkomen van het fenomeen Marathoninterviews in het radioprogramma Het Gebouw. Ik wees toen ook op de site, waarop de oude interviews uit 1986 waren verschenen.
De site is opnieuw uitgebreid en ook mijn MARATHON-INTERVIEWmet Ina Muller van Ast uit 1989 is verschenen.
Ina Muller van Ast was in haar actieve politieke loopbaan een markant en oprecht politica. Zij was kansarm geboren. Haar vader was werkloos, haar moeder werkster. Zij was de oudste van 'vijf meiden' en volgde in de tweede wereldoorlog de drie-jarige Mulo. Tot het marathoninterview praatte ze eigenlijk met niemand over dat verleden. Bijgaande informatie heb ik overgenomen van de VPRO-site.
Ina van Ast komt op 12 september 1927 in Den Haag ter wereld in een gezin dat het niet breed had, om het eufemistisch te zeggen. Omdat haar vader werkloos was, kreeg hij een gat in zijn rijwielplaatje, zodat dat gegeven voor iedereen duidelijk was. Als kind moest ze met haar zusjes - Ina was de oudste - in de rij staan voor het brood dat retour ging naar de bakker, dat overgebleven was van de dag ervoor. Twee keer per jaar kreeg ze kleding van de bedeling. Dat de kleren afdankertjes waren, was ook for all to see. Dat nooit meer. Net als haar vader, voor wie gerechtigheid het grootste goed was en die lid was geweest van de Sociaal Democratische Arbeiderpartij (SDAP), koos Ina van Ast voor de sociaal-democratie, voor de Partij van de Arbeid, omdat het onrecht uit de wereld moest. " 't Zit scheef, 't mot anders, 't mot beter." Na de m.u.l.o. in Den Haag te hebben afgerond, werkte ze bij het Centrale Onderlinge Gemeentelijke Administratiekantoor. Haar politieke carrière begon echter niet in het centrum van de macht, maar in Oss. Ze verhuisde ernaartoe met haar man Freek Muller - over het al dan niet gebruik van de umlaut bij de achternaam van haar man bestaat grote verwarring, zelf vertelde Ina Muller-van Ast dat de umlaut weggelaten moest worden, omdat haar man uit de vrijstaat Hannover kwam - en het echtpaar kreeg een zoon, Jeroen. Muller-van Ast maakte in 1966 haar opwachting in de gemeenteraad van de Brabantse gemeente. In 1973 werd ze lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant en in 1977 trad ze toe tot de volksvertegenwoordiging. De gemeenteraad van Oss en de Provinciale Staten van Noord-Brabant verliet ze een jaar later. In het Haagse viel Muller-van Ast al snel op door haar onomwonden en onconventionele (voor parlementaire kringen) manier van praten. Daarbij kwam een onvergetelijke stem: laag, hees en bij vlagen erg hard. Niemand kon om haar heen. Ze werd woordvoerder voor Volksgezondheid van de PvdA-fractie. Muller-van Ast maakte zich onsterfelijk door in 1978 te ontploffen in de Tweede Kamer over het gedrag van staatssecretaris van Volksgezondheid, Els Veder-Smit. Twee amendementen van Muller-van Ast op de begroting van Volksgezondheid werden niet door Veder-Smit in behandeling genomen, maar ze gebruikte haar spreektijd voor het bespreken van ondergeschikte thema's. Muller-van Ast: "Ik ben bijzonder boos en bijzonder teleurgesteld. Ik heb voor het eerst mee mogen doen aan een begrotingsbehandeling, maar ik vind dit geen manier van werken. Een schandalige zaak en dat van een staatssecretaris die zelf tien jaar Kamerlid is geweest. Ik vind het schandelijk en niet anders." Ze kon zich er elf jaar later, tijdens het marathoninterview met Ronald van den Boogard, nog kwaad om maken. Misschien zijn we inmiddels wat meer gewend aan dit soort uitbarstingen van Kamerleden, maar in 1978 was dit een nieuw geluid. En dat nieuwe geluid kwam van een dame die keurig gekleed ging, waardoor ze soms het 'verwijt' kreeg er als een VVD-ster uit te zien. Ze vond het belangrijk er netjes en verzorg uit te zien en ze hield ervan zich "op te tutten". Wellicht had het feit dat ze vroeger in afdankertjes van rijkere kinderen moest rondlopen daar iets mee te maken. Op 14 juli 1989, toen Muller-van Ast te gast was in het marathoninterview, rondde ze haar werk in de Tweede Kamer, tot haar eigen grote spijt en frustratie, af. Ze leed aan discopathie, afslijting van de tussenwervelschijven, een ernstige rugkwaal. Ze baalde er ontzettend van. Vooral omdat haar werk nog niet af was en zo graag mee wilde maken hoe haar plannen misschien in de toekomst - als de PvdA na de verkiezingen van dat jaar in de regering zou komen - toch werkelijkheid zouden worden. Want al die "rotmaatregelen" van Lubbers en zijn kornuiten moesten toch grotendeels worden teruggedraaid. Sinds haar gedwongen afscheid van de Tweede Kamer leidt Ina Muller-van Ast een teruggetrokken bestaan.
Ik werd gebeld door Anne-Will Fisser van de VPRO. Zij beheert de radio-site van de Marathon-interviews en informeerde wat voor herinneringen ik had aan het vijf uur durende interview, dat ik in 1986 had met Jan Wolkers. Een golf van nostalgische herinneringen spoelde door mijn gemoed. 1986! Het roemruchte radioprogramma Het Gebouw was begonnen in september 1984 en was in die tijd uitermate populair. Een totaal-programma met een experimentele opzet. Geen studio’s meer, maar microfoons op bijna alle bureaus, verdeeld over drie verdiepingen in een oud wat aftands gebouw aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. ‘s Ochtends om zeven uur op vrijdag begon het en het eindigde pas ‘s middags om half vijf. Reportages, discussies, interviews, live muziek, woordgrappen uitgesproken door Arie Kleywegt en memo’s voorgedragen dor Cor Galis, commentaren, columns; het ging maar door.
Ik was in die tijd eindredacteur van dat programma en had er steevast een weekend voor nodig om een beetje bij te komen; ook al omdat we van donderdag op vrijdag met veel mensen de nacht doorbrachten in een hotel. Niet iedereen ging vroeg naar bed en er werd redelijk veel gedronken. Voor de zomers werd een speciaal programma ontwikkeld. In 1985 hadden we met z’n allen een twaalf weken lange dolle tocht gemaakt met een zeilboot over de Middellandse Zee. Begonnen in Tunis en via Sicilië , Griekenland, Cyprus ,Turkije en Israël naar Egypte. Voor 1986 werd iets totaal anders bedacht. MARATHON-INTERVIEWS!
We zoeken goede interviewers en interessante mensen en gaan daar urenlang mee praten. Roel van Broekhoven kwam met het idee en vond dat wij van de bazen in Hilversum toestemming moesten vragen om voor deze speciale gelegenheid 24 uur aaneengesloten zendtijd aan te vragen. Een etmaal lang iemand interviewen.
H ALLELUJA!.
De meeste medewerkers vonden dit iets te ver gaan, maar waren wel enthousiast over het idee. Na behoorlijk veel overleg, waarbij de emoties soms hoog opliepen, werd besloten om interviews van vijf uur te houden. Van acht uur s‘morgens tot één uur in de middag.
Zou dit werken? Was er wel genoeg te bespreken? En wat als de betrokkenen het niet met elkaar zouden kunnen vinden? Wat moest er gebeuren als er stiltes zouden vallen? Moest er muziek gedraaid worden? Kortom: Het leek een riskante onderneming , waarmee we ook wel eens behoorlijk de mist in zouden kunnen gaan..
Het eerste interview was op 4 juli. John Jansen van Galen in gesprek met W.F.de Gaay Fortman. Ieder uur na het nieuws werd een korte samenvatting gemaakt, die live werd voorgedragen door Cor Galis. Al tijdens het interview wisten we het. De toon was gezet.
DIT WAS EEN GOUDEN FORMULE.!
Dat bleek ook snel uit de reacties daarna van pers en luisteraars. Er zouden in die zomer nog 7 interviews volgen en in december nog eens twee. En nog steeds kunt u iedere zomer in De Ochtenden naar marathon-interviews luisteren. Jammer genoeg nog maar drie uur .
Op 19 december was ik aan de beurt. Vijf uur lang in gesprek met Jan Wolkers.
U kunt HIER naar drie uur luisteren, waarna Wim Brands in gesprek gaat met Onno Blom, de biograaf van Jan Wolkers.
Lof van ‘Anne is a man’
Mijn vaste briefschrijfster Anja de Regt maakte mij attent op de volgende site.
Geestelijk eigendom van Anne Frid de Vries, een Nederlander die in Israël woont. Hij volgt daar op zijn i-Pod de Nederlandse radio nog erg goed. Vooral de marathon-interviews en Martin Simek hebben zijn aandacht.
Hieronder de vleiende woorden, die hij schreef over mijn interview met Jan Wolkers.
Anne is overigens een Friese jongensnaam. Buiten Friesland denken ze vaak dat Anne een vrouw is. Vandaar zijn sitenaam.
Marathon-interview Jan Wolkers
Vroeger duurde het marathoninterview 5 uur. Deze zomer was het 'slechts' 3 uur. Het is de vraag of dat zo'n achteruitgang is. Ik heb behoorlijk genoten van de interviews deze zomer en ik kan ze vergelijken met een aantal oude, doordat de VPRO ze eveneens als podcast on line is gaan zetten. Zodoende kwam ik Freek de Jonge tegen, waar ik eerder over schreef. Ondanks een lichte teleurstelling begon ik vol goede moed aan de anderen. In de interviews met Kees Fens en Johnny van Doorn is men kennelijk op voorhand al moe van de lange zit en is lamlendigheid troef in het eerste uur, zodat ik het vervolg maar meteen heb opgegeven.
Ik begon al bijna te denken dat 5 uur, in alle gevallen teveel van het goede is, maar toen begon ik aan het interview dat Ronald van den Boogaard in 1986 had met Jan Wolkers. Dat begint niet alleen goed, dat wordt ook steeds beter. Zo onvoorstelbaar goed zelfs, dat Cor Galis bij de aankondiging van een volgend uur de heren vraagt of het niet wat minder kan. Waarom zo'n oproep, dat snap ik niet helemaal, maar het is, hoe krom ook, wel een sterke indicatie hoe dit sprankelende radio is, die je aan je oordopjes gekluisterd houdt.
Wat mij geweldig bekoort in het interview is het onverstoorbare zelfbewustzijn van Wolkers. Hij stelt dat hij zich niet voorbereid heeft en zo komt het ook over. En zo gedraagt hij zich impromptu en zo vers van de lever is hij geweldig authentiek en authentiek geweldig. Voeg daarbij dat de interviewer zich uitstekend ingelezen heeft en Wolkers waardeert, zonder te vervallen in ademloze bewondering en de twee heren gaan geanimeerd op pad en laten elkaar niet meer los. Op zeker moment laten ook de radiopauzes (nieuws op het hele uur een een kleine storing) de heren niet meer van hun a propos brengen. Je zit er als stille deelnemer aan het intieme gesprek bij. Wat een delicaat genoegen.
Ik werd gebeld door Anne-Will Fisser van de VPRO. Zij beheert de radio-site van de Marathon-interviews en informeerde wat voor herinneringen ik had aan het vijf uur durende interview, dat ik in 1986 had met Jan Wolkers.
Een golf van nostalgische herinneringen spoelde door mijn gemoed. 1986! Het roemruchte radioprogramma Het Gebouw was begonnen in september 1984 en was in die tijd uitermate populair. Een totaal-programma met een experimentele opzet. Geen studio’s meer, maar microfoons op bijna alle bureaus, verdeeld over drie verdiepingen in een oud wat aftands gebouw aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. ‘s Ochtends om zeven uur op vrijdag begon het en het eindigde pas ‘s middags om half vijf. Reportages, discussies, interviews, live muziek, woordgrappen uitgesproken door Arie Kleywegt en memo’s voorgedragen dor Cor Galis, commentaren, columns; het ging maar door.
Ik was in die tijd eindredacteur van dat programma en had er steevast een weekend voor nodig om een beetje bij te komen; ook al omdat we van donderdag op vrijdag met veel mensen de nacht doorbrachten in een hotel. Niet iedereen ging vroeg naar bed en er werd redelijk veel gedronken. Voor de zomers werd een speciaal programma ontwikkeld. In 1985 hadden we met z’n allen een twaalf weken lange dolle tocht gemaakt met een zeilboot over de Middellandse Zee. Begonnen in Tunis en via Sicilië , Griekenland, Cyprus ,Turkije en Israël naar Egypte. Voor 1986 werd iets totaal anders bedacht.
MARATHON-INTERVIEWS!
We zoeken goede interviewers en interessante mensen en gaan daar urenlang mee praten. Roel van Broekhoven kwam met het idee en vond dat wij van de bazen in Hilversum toestemming moesten vragen om voor deze speciale gelegenheid 24 uur aaneengesloten zendtijd aan te vragen. Een etmaal lang iemand interviewen.
HALLELUJA!.
De meeste medewerkers vonden dit iets te ver gaan, maar waren wel enthousiast over het idee. Na behoorlijk veel overleg, waarbij de emoties soms hoog opliepen, werd besloten om interviews van vijf uur te houden. Van acht uur s‘morgens tot één uur in de middag.
Zou dit werken? Was er wel genoeg te bespreken? En wat als de betrokkenen het niet met elkaar zouden kunnen vinden? Wat moest er gebeuren als er stiltes zouden vallen? Moest er muziek gedraaid worden? Kortom: Het leek een riskante onderneming , waarmee we ook wel eens behoorlijk de mist in zouden kunnen gaan..
Het eerste interview was op 4 juli. John Jansen van Galen in gesprek met W.F.de Gaay Fortman. Ieder uur na het nieuws werd een korte samenvatting gemaakt, die live werd voorgedragen door Cor Galis. Al tijdens het interview wisten we het. De toon was gezet.
DIT WAS EEN GOUDEN FORMULE.!
Dat bleek ook snel uit de reacties daarna van pers en luisteraars. Er zouden in die zomer nog 7 interviews volgen en in december nog eens twee. En nog steeds kunt u iedere zomer in De Ochtenden naar marathon-interviews luisteren. Jammer genoeg nog maar drie uur .
Op 19 december was ik aan de beurt. Vijf uur lang in gesprek met Jan Wolkers.
De reacties toen waren behoorlijk lovend. En zo'n twintig jaar later in 2007 verscheen deze recensie op de blog van Anne Frid de Vries, een Nederlander die in Israël woont en een groot liefbhebber is van podcastst.
Vroeger duurde het marathoninterview vijf uur. Deze zomer was het ‘slechts’ drie uur.
Het is de vraag of dat zo’n achteruitgang is. Ik heb behoorlijk genoten van de interviews deze zomer en ik kan ze vergelijken met een aantal oude, doordat de VPRO ze eveneens ook als podcast on-line is gaan zetten. Zodoende kwam ik Freek de Jonge tegen, waar ik eerder over schreef. Ondanks een lichte teleurstelling begon ik vol goede moed aan de anderen. In de interviews met Kees Fens en Johnny van Doorn is men kennelijk op voorhand al moe van de lange zit en is lamlendigheid troef in het eerste uur, zodat ik het vervolg maar meteen heb opgegeven.
Ik begon al meteen te denken dat vijf uur in alle gevallen teveel van het goed is, maar toen begon ik aan het interview dat Ronald van den Boogaard in 1986 had met Jan Wolkers. Dat begint niet alleen goed, dat wordt ook steeds beter. Zo onvoorstelbaar goed zelfs, dat Cor Galis bij de aankondiging van een volgend uur de heren vraagt of het niet wat minder kan. Waarom zo’n oproep, dat begrijp ik niet helemaal, maar het is -hoe krom ook- wel een sterke indicatie hoe dit sprankelende radio dit is, die je aan je oordopjes gekluisterd houdt.
Wat mij geweldig bekoort in het interview is het onverstoorbare zelfbewustzijn van Wolkers. Hij stelt dat hij zich niet voorbereid heeft, en zo komt het ook over. En zo gedraagt hij zich impromptu en zo vers van de lever is hij geweldig authentiek en authentiek geweldig. Voeg daarbij dat de interviewer zich uitstekend ingelezen heeft en Wolkers waardeert zonder te vervallen in ademloze bewondering en de twee heren gaan geanimeerd op pad en laten elkaar niet meer los.
Op zeker moment laten ook de radiopauzes (nieuws op het hele uur en een kleine storing) de heren niet van hun a propos brengen. Je zit er als stille deelnemer aan het intieme gesprek bij. Wat een delicaat genoegen.
De o.k.-zegger treft men aan onder geïnterviewden en interviewers. Men hoort hem of haar trouwens ook in café, tropisch zwembad, schouwburg, snookerclub, viswinkel of gevangenis. De interviewer gebruikt het bijvoorbeeld als stopwoord om even op z’n vragenlijstje te kijken. Hij/zij zegt dan niet o.k. maar ókay.
Erger wordt het als de geïnterviewde te lang naar de zin van de ondervrager aan het woord is. Het betoog moet dan worden afgebroken en dat gebeurt met een kort oké .
De geïnterviewde gebruikt het vaak in vragende zin. Het antwoord is gegeven en er volgt een enigszins angstig: o.k? Vaak weer gevolgd door een fors okéé .
Ik stop voorlopig met deze serie. Je kunt ook te veel naar mensen luisteren alleen maar om het luisteren naar stoplapjes etc. Sinds ik er in februari mee begonnen ben, is er trouwens niets veranderd.
Te pas en te onpas:
Zometeen in… Tot zometeen.
We gaan het hebben over; Voor we het zometeen gaan hebben over…