Poëzie

 

Weerbarstig & Vrolijk 

Ik loop liever door brandnetels dan dat ik poëzie lees/laat staan schrijf.

 

H.H. ter Balkt (Usselo 1938) is een knorrige, weerbarstige, opstandige en vrolijke dichter. Een oude bard; een volbloed poëet.
      Hij won o.a. de P.C.Hooftprijs, de Herman Gorterprijs, de Henriëtte Roland Holstprijs en de Constantijn Huygensprijs.

Image

 

Audio (11):

Interview met H.H. ter Balkt.

‘Poëzie is een vlaggetje dat wappert boven de woede’.


http://www.vpro.nl/programma/madiwodo/afleveringen/12409758/

Het is nu drie uur na plaatsing en ik heb al een paar reacties, dat er iets mis gaat. Het interview loopt na ruim 21 minuten vast. Alsof er een 'pit in de plaat' zit. Ik zal het aan de VPRO doorgeven. Laat u er niet van weerhouden om naar de eerste twintig tamelijk hilarische minuten te luisteren.  

 

 

Loki toch!

Gisteren schreef ik over vrijdag de dertiende en legde uit dat deze ongeluksdag waarschijnlijk uit de Noordse mythologie komt en werd veroorzaakt door Loki de God van het kwaad. Ik heb er nog even de Edda bijgehaald in de prachtige Nederlandse vertaling van Marcel Otten. Hij deed dat rechtstreeks vanuit het Oud-IJslands.
       ‘Toen ik dan eindelijk in maart 1993 het kostbare manuscript in handen had, had ik het gevoel alsof de Mona Lisa uit haar kluis was gehaald; als één van de weinigen mocht ik er stiekem even naar kijken‘.
      In de Edda wordt een wereld geschetst van goden en helden uit een heroïsche voortijd. Poëzie van zo’n duizend jaar oud. Belangrijkste versvorm van de Edda is in het IJslands de fornyrdislag, te vergelijken met het Oud-Germaanse alliteratievers.
      Eén van de hoofdstukken is Lokasenna , Loki’s scheldpartij. Het gaat er tijdens een massaal drinkgelag hard aan toe. Ik zal een paar verzen citeren.

 

Edda uit het Oud-IJslands vertaald door Marcel Otten.

Ambo/Baarn

ISBN 90 236 1240 7

 

Le Mur



Bij G.M (11) over de Ronde Van Vlaanderen.
      De van oorsprong Moldavische wielrenner Andrei Tsjmil -in 2.000 winnaar van Vlaanderens Mooiste- sprak in een interview over de Muur van Geraardsbergen en kwam tot het volgende gedicht:

 

                                                    Le Mur?
                                            Aaaaahhh…Le Mur
                                                   C’est dur
                                                    Le Mur
                                                   …………
                                                   C’est sûr

 

Een dichter van verlangen

J.J. Slauerhoff was een romanschrijver en scheepsarts. Maar vooral was hij dichter. Een dichter van verlangen.
      Hij schreef de mooiste gedichten, waarschijnlijk omdat hij steeds bleef verlangen.
Hij vond nergens rust. Hoewel: op Vlieland enigszins. Zijn moeder kwam er vandaan.
      Hij had er familie en kennissen.
In diverse gedichten komt dit waddeneiland voor. In 2003 heb ik zijn gedicht 'Dorp aan Zee' op Vlieland regel voor regel letterlijk en figuurlijk nagelopen.
      Het gaat zo:

Dorp aan zee (Waddeneilanden)     

Ik volg de straat waarlangs de huizen slapen.
Het raadhuis staat apart. Daar hangt het wapen
Dat de gemeente in oude dagen had,
't Visschersgehucht was eenmaal Hansa-stad):
Een koggeschip op blauwe golvenfranje,
Verguldsel opgelegd om de kampanje.
Het wordt tien uur, de trage tijd ontwaakt
En knarst tien slagen, 't klokkenhuisje kraakt
In zijn gebinten, het is verfloos kaal,
De cijferplaat verweerd en zonder wijzer.
Achter smal grintveld ligt het schoollokaal.
De grijze schedel van den onderwijzer
- Op 't raam, half grijsgeschilderd, gehalveerd -
Knikt naar zijn stokgestamp; de klas psalmeert
Van frissche waterstroomen, zaalge oogsten
't Veelverzig loflied tot den Allerhoogste.
Het armhuis ligt terzijde en achteraf.
Met mos begroeid als een vergeten graf
Zijn de gedeukte daken en de muren.
De eenge die daar zijn dagen uit moet duren
- Een bultenaar, een burgemeesterszoon -
Draagt steeds een groene pandjas: schaamle hoon
Aan hen die hem eens achtten, maar zijn lot
Sinds overlieten aan de almachtige God.
Slechts een wrak hek staat tusschen de armhuistuin
En 't smalle kerkhof, hellend tegen 't duin.
't Is slechts een schrede tusschen slaap en waken.
Als wegwijzers staan witte walvischkaken,
Waaraan het vee zich schuurt de zeere zijden
Op weg van stal naar schrale duingrasweiden.
'
t Verleden zelf is in verlaten kerke
Te rust gegaan onder de blauwe zerken.
De gevel draagt in roestige ijzren cijfers
Niets dan het jaartal 1607.
Alleen op de gebarsten zonnewijzer
Staat nog, half uitgewischt, een naam geschreven.
Wie het geweest is komt er niet op aan:
Bestaan is niets, er heerscht alleen vergaan.
Deze oude zomer zoo vol ondervinding
In t bloeien leidt alleen tot verdre ontbinding.
Maar in zijn nachten ruischt de zee een lied,
Een mild vermanen om het leven niet
Op zich te nemen als een zware last,
De liefde in plichten, in een diepe kast
't Zuurverdiende geld te bergen, niet te jammren
Wanneer vischvangst mislukt, hooioogst bederft,
Het schip vergaat, het vee in stuipen sterft;
Argloos te leven als zeehonden, lammren
Die op de strandwei soms elkaar ontmoeten,
Elkaar besnuffelen met arglooze snoeten.



Audio (6)

Radioprogramma: Een ode aan Vlieland 


      Het gedicht 'Dorp aan zee' regel per regel letterlijk en figuurlijk nagelopen.

 

 

 

Kalevala

Tot diep in de negentiende eeuw waren er in de afgelegen streken in Karelië -het Oosten en Zuidoosten van Finland zangers, die zich bij gebrek aan alfabetisering hadden bekwaamd in het zingen van oude mythische liederen en spreuken. Liederen, die van geslacht op geslacht mondeling waren overgeleverd. De arts Elias Lönnrot reisde in die eeuw het land door op zoek naar die zangers. Hij verzamelde de teksten en zag er overeenkomst en verbanden in en maakte er een episch werk van dat in 1835 voor het eerst verscheen onder de naam Kalevala.
      Het is een uiterst curieuze mengeling van magische en mystieke handelingen, van tovenarijen en metafysica, maar ook van zeer aardse gewoonten en leefwijzen in een cultuur, die heden ten dage tot op zekere hoogte nog steeds in Karelië aanwezig is.
      Luister maar eens naar de wereldberoemde meidengroep Värttinä of ga voor 15 april naar het Groninger Museum.waar een expositie is van de schilder Akseli Gallen-Kallela. Beluister anders nog eens de Karelische suite van Jean Sibelius, die zoals de overlevering dat wil, zijn piano op de hoogste berg van Karelië liet slepen om dit stuk te componeren..

In de wereldliteratuur wordt het heldenepos van de Finnen vergeleken met de Ilias & Odyssee van Homerus met in het verlengde de Omeros van Nobelprijswinnaar Derek Walcott, de IJslandse Edda , het Nibelungenlied of het Chanson de Roland.
      De versvorm van de Kalevala is een viervoetige trocheus. Een strak metrum met de klemtoon altijd op de eerste, derde, vijfde en zevende lettergreep. Heel vaak volgen twee versregels, die elkaar qua inhoud -deels- herhalen.

      Zwáár van kómmer zwélt het hárt mij
      Zwáre lást drukt óp mijn schóuders

Of

      Áldus sprák zij tót haar dóchter
      Sprák de móeder tót het méisje

Kinderen in Finland groeien op met de Kalevala. Nog altijd wordt er op school veel aandacht aan besteed en zijn er Finnen, die grote delen uit hun hoofd kennen en die ‘t zelfs kunnen zingen. Sommige kinderen vereenzelvigen zich met de grote helden uit dit Epos, de zanger Väinämöinen of de smid Ilmarinen, die fantastische avonturen beleven in hun zoektocht naar de zogeheten Sampo.
      Hoe die Sampo er uit ziet, blijft overigens een raadsel . Kunstenaars in Finland leven anno 2007 nog steeds hun creativiteit uit in fantasievolle creaties, die de Sampo moeten symboliseren of verbeelden. In het plaatsje Kuhmo in het Oosten van Finland is een Kalevala-dorp ingericht met een permanente expositie van die werken.       
      Naast het metrum kent de Kalevala een sterk doorgevoerd stafrijm en is er voortdurend sprake van alliteratie. Het Fins leent zich daar volgens kenners beter voor dan het Nederlands en het is dus een hels karwei om dit boek te vertalen.
      Toch is dat gebeurd. In 1985 verscheen de vertaling van Mies le Nobel, die is uitgegeven door Vrij Geestesleven in Zeist. (ISBN 90 6038 212 9)

Ik zal een klein stukje uit deze vertaling citeren en dat moet u dan eens hardop beklemtoond lezen. Dan kun je je enigszins voorstellen dat het lezen van dit boek een licht hallucinerende werking heeft. (Let ook even op de politieke lading want Finland was tot 1917 een soort speelbal in de Zweeds-Russische oorlogen. Karjala is Karelië en Suomi is Finland)

 

      IJverig zoekt men naar een slager
            die de stier zou kunnen slachten
            in het mooie land Karjala
            in het wijde land Suomi
            in het slechte land der Russen
            in het moedig land der Zweden
            aan der Lappen wijde grenzen
            in het toverland van Turja
            zoekt hem zelfs in dodenrijken
            in het lage land Manala.
      Zocht wel naarstig, kon niets vinden
            zocht heel lang, maar tevergeefs toch
      IJverig zocht men naar een slager
            zocht naar iemand die kon slachten
            op de rug der klare golven
            op de uitgestrekte stromen.
      Steeg een man op uit het water
            steeg een held op uit de stromen
            uit der klare wateren diepte
            uit de open watervlakte.