Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Liefde in de brugklas
De kinderboekenweek is voorbij. Het thema was dit jaar poëzie. Op veel scholen werd daarop ingespeeld. Bijvoorbeeld op het A. Roland Holst College in Hilversum. (1500 leerlingen).
Plantage Boekhandel Voorhoeve had een wedstrijd bedacht voor de brugklassers. De jonge leerlingen maakten gedichten geïnspireerd op De Liefde. De organisatie op de school deed Bea de Boer, hoofd Mediatheek. Van haar ontving ik dit verslag.
De prijsuitreiking was in de boekhandel. Alle winnaars en deelnemers met een eervolle vermelding, kregen een boekenbon. Bart in den Bosch, die de eerste prijs won, ontving een rood polo met daarop zijn gedicht.
De bijeenkomst was heel bijzonder. Er waren -naast de leerlingen- ouders, broertjes en zusjes, vrienden en vriendinnen, docenten en andere belangstellenden. Het was erg mooi om de ontroerde ouders te zien, die vaak verbaasd waren over de in hun kinderen aangeboorde talenten.
De jury bestond uit Imme Dros, Hans en Monique Hagen en Wouter Stips.
Zonder iets te willen afdoen aan de prestaties van Bart zou ik eerlijk gezegd gekozen hebben voor Liefde van Esther Hoeboer. (R.v.d.B). Wat vindt u van deze uitgebalanceerde tegeltjeswijsheid:
‘Liefde is iets van binnen;
Iets wat je niet kan pinnen’.
1e prijs Bart in den Bosch
Ik mis iets
Ik weet niet wat het is
Van binnen of van buiten
Ik weet niet waar het is
Links of rechts
Voor of achter
Waar het is is een vraag
Maar ik weet dat het dichtbij is
Jury rapport Bart: In het winnende gedicht komt het woord liefde niet voor. Het gaat over iemand die iets mist. Hij kijkt voor en achter zich, links en rechts en weet “dat het dichtbij is”. (Hans en Monique Hagen)
2e prijs Mushirah Joemman
Waar ben je nu?
In een vreemd land
Ver van mij vandaan
Ik heb kort afscheid genomen
Ik had geen tijd meer
Jij bent familie
Ver van mij vandaan
Ik zie je minder vaak
Kom jij bij mij op vakantie
Of ik bij jou?
Ik zal je missen
Want jij bent familie
Ver van mij vandaan!
Jury rapport Mushirah: Dit gedicht gaat over iemand die ernaar verlangt om familie in een ver land terug te zien “Familie ver van mij vandaan”, deze regels worden een paar keer herhaald, dat geeft de tekst kracht. ( Hans en Monique Hagen)
Vooral om het eerste couplet. Ik heb kort afscheid genomen. Ik had geen tijd meer. Mooi ( Imme Dros)
3e prijs Amber Heijman
Opzoek
Je bent opzoek
Opzoek naar iets wat je niet vinden kan
Nog niet
Je bent opzeker eenzaam en stil,
heel alleen en onzeker
Je bent opzoek
Opzoek, naar iets.
Gewoon. Zomaar. Niet anders.
Opzoek
Jury rapport Amber: Het gedicht Opzoek van Amber vinden we grappig, omdat op en zoek aan elkaar worden geschreven. Ook staat er een onofficieel woord in: opzeker. Dat past mooi bij opzoek, dat allitereert lekker ( Hans en Monique Hagen)
Ook waren er diverse eervolle vermeldingen:
Sanne Vorrink
Jij wil zoenen,
Het liefst met mij
Maar weet je
Je maakt me niet meer blij
Het spijt me
Het ligt niet aan jou
Maar het ligt aan mij
Dennis van der Kleij
Voetbal is mijn passie
Vaak doe ik het in mijn eigen tijd
Voetbal, voetbal, voetbal zegt mijn pa
Ik vind het alleen maar leuk zei mijn ma
Verder ben ik voor Ajax de beste club
Mijn einddoel is om daar ooit te spelen
Maar ja dat willen er zo velen
Voor een wedstrijd heb ik een goed humeur
Rood en wit zijn mijn lievelingskleur
Mijn hart is daar op gericht
Daarom schrijf ik dit gedicht
Volgens de jury verreweg het geestigste gedicht en een beetje eigenzinnig. Geen zoete liefde maar Grote passie.
Esther Hoeboer
Liefde
Liefde dat is iets wat je niet kan verkopen.
Iets waar je niet overheen kan lopen.
Nee, het is iets van binnen.
Iets wat je niet kan pinnen.
Niets wat je in de winkel in een mandje kan gooien.
Nee, je moet er niet mee klooien.
Je moet er voorzichtig mee zijn.
Dus daarom moet je liefde niet achterlaten in de Albert Heijn.
Jury: Een luchtig gedicht dat een verrassende kijk op de liefde geeft. Kort gezegd staat er dat je het niet in een winkelmandje kunt gooien. En dat je het ook niet moet achterlaten bij Albert Heijn. ( Hans en Monique Hagen).
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Jan van Nijlen
Oktober
Er waart een mist van duisternis en dood
door ‘t stille woud waar bonte spechten kerven;
oktober heerst; nu zijn de blaren rood
met nog wat groen in hun verzwakte nerven.
De lijsterbes verliest de oranje trossen.
kastanjes vallen met een zacht gebons,
en zwammen sieren, tussen gras en mossen,
de vochtige aarde met hun giftig brons.
En als vervuld is wat de dag voorspelde:
een blonde straal, een laatste bloem die geurt,
als aanruist over mistbezwaarde velden
de klacht des jachthoorns die romantisch treurt;
dan lokt de rosse, donkre gloed der steden,
die rustig aan de verre kimmen blaakt,
met de beloften zijner zaligheden
den zwerver die zich arm gevoelt en naakt.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Zinnenverzinzin
Morgen begint de Kinderboekenweek. Het thema is poëzie onder het motto ZINNENVERZINZIN. Dit is de titel van een gedicht dat Joke van Leeuwen speciaal voor deze Kinderboekenweek heeft geschreven.
ZINNENVERZINZIN
Soms kun je zinnenverzinzin hebben:
zin om de zinnen die zingen van binnen
naar buiten te spinnen als spinnen hun webben.
Zodra je begint is er al een begin,
een zinnenvanbinnenverzinzinzin.
Ontegenzeggelijk vindingrijk. Maar ook gezocht.
Spreekt het kinderen aan?
Ik heb het laten lezen aan mijn oudste kleinzoon Luc, die in november negen wordt. Hij begreep het een beetje, maar is duidelijk nog te jong voor dit soort gedichten.
Op mijn vraag of hij een zin ging verzinnen met een binnenverzinzin, antwoordde hij behoorlijk gevat:
’Nee, geen zin in’.
Het volgende versje kan hij bijvoorbeeld wel heel snel opzeggen:
'Frans', zegt Frans in het Frans tegen Frans:
'Is Frans in het Frans ook Frans?'
'Nee Frans', zegt Frans tegen Frans in het Frans.
'Frans in het Frans is François.
NIET ZEUREN
Maar laat ik niet zeuren. Ik vind het leuk dat ze poëzie hebben gekozen en hoop dat het de wat oudere kinderen wel aanspreekt.
Zelf kende ik toen ik zo oud was het versje Spleen van Godfried Bomans uit het hoofd.
Ik dacht toen overigens dat het ‘Spelen’ heette. (Zie ook Foei 4 en Foei 5!)
Dat ging zo:
Ik zit mij voor het vensterglas,
onnoemelijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was
dan kon ik samenspelen.
Toen ik wat ging speuren bleek dat Godfried Bomans dit niet zelf verzonnen heeft. Michel van der Plas schreef het in zijn bloemlezing Ongerijmde rijmen ten onrechte aan hem toe. Het gedicht is oorspronkelijk van Friedrich Torberg en vormt het slot van de Ballade der groszen Müdigkeit (1938).
Ich machte alles , was ich fühl nicht fühlen
und ganz allein sein.
Nein, nicht ganz allein:
Ich möchte gern zwei kleine Hunde sein
und mit einander spielen.
De Kinderboekenweek loopt tot en met zaterdag 11 oktober 2008. Hans Hagen schreef het Kinderboekenweekgeschenk 2008 Vlammen. Het Prentenboekje van de Kinderboekenweek is van Penseelwinnares Charlotte Dematons en heeft als titel Fiets.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van H.W. Auden: All I have is a voice
SEPTEMBER 1, 1939 |
||
|
|
I sit in one of the dives
On Fifty-second Street Uncertain and afraid As the clever hopes expire Of a low dishonest decade: Waves of anger and fear Circulate over the bright And darkened lands of the earth, Obsessing our private lives; The unmentionable odour of death Offends the September night. Accurate scholarship can Unearth the whole offence From Luther until now That has driven a culture mad, Find what occurred at Linz, What huge imago made A psychopathic god: I and the public know What all schoolchildren learn, Those to whom evil is done Do evil in return. Exiled Thucydides knew All that a speech can say About Democracy, And what dictators do, The elderly rubbish they talk To an apathetic grave; Analysed all in his book, The enlightenment driven away, The habit-forming pain, Mismanagement and grief: We must suffer them all again. Into this neutral air Where blind skyscrapers use Their full height to proclaim The strength of Collective Man, Each language pours its vain Competitive excuse: But who can live for long In an euphoric dream; Out of the mirror they stare, Imperialism's face And the international wrong. Faces along the bar Cling to their average day: The lights must never go out, The music must always play, All the conventions conspire To make this fort assume The furniture of home; Lest we should see where we are, Lost in a haunted wood, Children afraid of the night Who have never been happy or good. The windiest militant trash Important Persons shout Is not so crude as our wish: What mad Nijinsky wrote About Diaghilev Is true of the normal heart; For the error bred in the bone Of each woman and each man Craves what it cannot have, Not universal love But to be loved alone. From the conservative dark Into the ethical life The dense commuters come, Repeating their morning vow; 'I will be true to the wife, I'll concentrate more on my work,' And helpless governors wake To resume their compulsory game: Who can release them now, Who can reach the dead, Who can speak for the dumb? All I have is a voice To undo the folded lie, The romantic lie in the brain Of the sensual man-in-the-street And the lie of Authority Whose buildings grope the sky: There is no such thing as the State And no one exists alone; Hunger allows no choice To the citizen or the police; We must love one another or die. Defenseless under the night Our world in stupor lies; Yet, dotted everywhere, Ironic points of light Flash out wherever the Just Exchange their messages: May I, composed like them Of Eros and of dust, Beleaguered by the same Negation and despair, Show an affirming flame. |
|
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Het Roode Paert van Enkhuizen
Als je wat door het voormalige VOC-stadje Enkhuizen slentert, kom je op de pui van het stadhuis zomaar dit klinkdicht (sonnet) tegen van J.v.Vondel.
Navraag leert dat J.v.Vondel inderdaad Joost van den Vondel is.
Het klinkdicht gaat over het kanon met de naam het Roode Paert, dat bij een zeeslag in 1622 tegen een Duinkerker kaper werd buitgemaakt door de Enkhuizer kapitein Volkaert Kanonijx. (Of hij werkelijk zo heette of dat men achteraf deze naam voor hem verzonnen heeft, is mij niet duidelijk).

Met hulp van Neerlandici en bronnen van de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren heb ik de tekst geprobeerd te achterhalen en te verklaren.
Daar gaat ‘ie.
Byschriften Aen de edele mogende zeeraeden t’Enckhuisen
Op het Roode Paert met zijn metaelen Kanon, uit den overwonnen Duinkercker, onder den zeestrijt, in hopman Volkaert Kanonijx oorlogsschip Oorloghsschip overgesprongen, in den jaere 1622, den 3 in Wijnmaent.
Aantekeningen.
Het Roode Paert is een kanon. Bij een zeeslag tegen de Duinkerkers werd een vijandelijk schip opgeblazen. Daarbij werd het kanon in de lucht geslingerd, waarna het terecht kwam op een Enkhuizer schip onder aanvoering van Volkaert Kanonijx. Dat gebeurde op 3 oktober 1622.
Dan komt het klinkdicht onder het motto:
Fatalis Equs Saltu Super Ardua Venit
Dit is ontleend aan Aeneïs VI, 515 en betekent: Het noodlottige paard komt met een sprong over de stelten heen.
Dan volgt het klinkdicht (Klinckdicht).
Wat heeft de stoffery der ouden ons vervaert (1)
Met Perseus, en Pegaes die, over zee gevlogen (2)
De werelt sloegh voor ’t hooft met een gedichte logen (3)
Een logen, in’t gestarnt gesteigert hemelwaert (4)
Het brave Enckhuizen draeft, vol moedts, op ’t Roode Paert (5),
Met zijnen kopren mont, dat gloê nde blixems braeckte, (6)
En donderklooten, daer Noortzee en lucht af kraeckte, (7)
Een paert, op ‘t Prinsenhof in Eeuwigheid bewaert. (8)
Het quam , toen Volckaert dien Duinkercker hadt gedrongen, (9)
Uit ‘s meesters zeekasteel, in’t Hollantsch slot gesprongen. (10)
De Zeehelt greep het by den zeetoom zonder last. (11)
Het opent met zijn hoef een Bronaêr voor den Zanger.(12)
Wij drincken op Parnas noch Helikon niet langer. (13)
Dit is ons paerdebron, hier is geen droom aen vast. (14)
Aantekeningen:
1. Stoffery: grootspraak
Vervaert: schrik aangejaagd
2. Perseus: Argriviese held, die met behulp van gevleugelde schoenen door de lucht vloog
Pegaes: Pegasus, het bekende gevleugelde paard, dat op de Helicon door zijn hoefslag een bron deed ontspringen; de zogeheten Peerdebron of Hengstebron vs. 14)
3. Sloegh voor ‘t hooft: ontsteld deed staan
Gedichte: verdichte
4. Zowel Perseus als Pegasus werden onder de sterrenbeelden opgenomen
5. Brave: dappere
Draeft op is een woordspeling want het betekent ook : beijvert zich of wedijvert.
7. Daer: waardoor
8. ‘t Princenhof: Admiraliteitshuis van Enkhuizen
9. Gedrongen: in ‘t nauw gebracht
10: Slot: synoniem met zeekasteel: schip
11. Zonder last: zonder bevel gekregen te hebben
12. Bronaer: Verwijzing naar Pegasus en de Paerdebron: bron waaruit de dichters bezieling putten
13. Wij drincken: wij (dichters) zoeken geen inspiratie.
14. Hier is geen droom aan vast: dit berust op werkelijkheid en niet op fantasie, zoals de mythologische voorstellingen.
SLOT
Het Roode Paert spreekt.
Ick holp op zee Duinkercken oorelogen (1)
Maer Volkaert leerde ons Hollantsch schutmuzijk (2)
Mijn meester quam ten hemel opgevlogen. (3)
Toen koos ick ’t schip des vyants tot een wijck (4)
Laet Grieken met Pegazen elck verguizen (5)
Het Roode Paert, dat heldendichters teelt (6)
Verweckt een bron in’t wijdt befaemde Enckhuizen (7)
Daer bloeit Parnas: out Grieken zit misdeelt. (8)
Aantekeningen
1. Holp: hielp
2. Schutmuzijck: geluid van het geschut
4. Wijck: toevlucht
5. Griecken: Griekenland
Verguizen:beschaamd maken of beter: trachten te overbluffen
6. Heldendichters teelt: vergelijk het klinkdicht vs. 12-14
8. Zit misdeelt: trekt aan het kortste eind.
Pagina 23 van 28

