Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van J.G.Elburg:
Zomer
Met twee linkerhanden boetseert de zon
de aarde. Alles gaat scheef door het lachen
der lichamen. Ik ben veel te blauw
van binnen. Mijn ingewand zamelt te veel
liefde en luide kreten.
O, de snaakse waardigheid van de dagen.
O, de aardigheden van het aambeeld water.
Wij moeten wel jongen, van grote liefde
een huis werpen uit schelpen en zand,
een naakt klateren.
Nu dommelt de grote blonde vrouw nog met garnalenvuur.
Nu zondert het hevergroen gras zich nog af
in de zomer.
Wij zouden wonen kunnen in stokrozen, in onze stem:
gewone boomrovers, loverkielen
met een rood lachend hoofd er boven.
Elke struik een tuin.
Wij willen buiten muiten,
uit zijn,
met aarde de witte wolken betalen.
Er is een getij als een glimlachend Afrika
over dalen en glasdaken van warmte.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Chris J. van Geel
Zomer
Snaren zijn langs het huis gespannen
Rode wingerdbladen liggen als de wangen
van wie hobo speelt -terwijl hij blies gebarsten.
Op zo’n hoge toon kan niemand leven. Vliegen
zoenen tegen glas. Nachtuilen wachten op de nacht.
Echte vlinders bezetten een breed blauw bed,
eten terwijl zij haar vleugels openen en sluiten;
vluchten, betrapt op langer leven dan een dag.
Voor hen zijn er bloemen die hen wegen.
De zee beweegt haast niet. De zon schijnt er op niets.
Liefste langs de pier, zij vist de allerkleinste zeester,
het oog groen groen als ze uit haar ooghoek kijkt-
er is een steentje van regen in verborgen, water van
hagel, haren van sneeuw, witte handen, witte honden,
plekken sneeuw,
witte nachtjapon van witte pauwen, nachtpauwogen,
bloesemend grint.
Het blijft niet, het wordt herfst, de lucht hangt vol bewegen,
molentjes van eikenblaren. Overal ligt het smeulend geel
uit het binnenste vuur van de aarde.
Goudvisjes die zich donkerder schamen
zijn de wingerdbladen.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Dorp aan zee
Op Vlieland is de as verstrooid van de oude heer De Boer. Bij die gelegenheid is driftig geciteerd uit het werk van Slauerhoff.
Dat weet ik omdat ik in Poëzie 2 een stukje geschreven heb over Jan Jacob Slauerhoff, die in 1936 zijn beroemde gedicht Dorp aan zee schreef. Dat is een ode aan Vlieland, hoewel de naam van het eiland niet in het gedicht voorkomt. In het bewuste stukje merkte ik ook op dat Slauerhoff vaker over Vlieland geschreven heeft.
Ik kreeg van zoon Itse de Boer de volgende reactie.
Beste Ronald van den Boogaard
In uw stukje over Slauerhoff en Vlieland schrijft u dat Vlieland in diverse van zijn gedichten voorkomt. Ondanks veel googelen kom ik niet verder dan 'Dorp aan zee' en het vierregelige (? , klopt dat?) ''Verleden'. Is er meer?
Ivm met mijn vaders asuitstrooiing a.s. zaterdag op zijn geliefde Vlieland, zou ik u zeer erkentelijk zijn als u mij aan meer materiaal zou kunnen helpen.
Ik hoop dat dit dan nog lukt voor morgenmiddag 4 uur
Bij voorbaat hartelijk dank voor uw reactie! Met vriendelijke groet
Itse de Boer
Ik schreef terug:
Itse goedendag
'Het Verleden' is een langer gedicht. De beginstrofe gaat over Vlieland. Inderdaad vier regels.
Ik denk aan 't eiland waar 'k niet meer zal komen:
-'t Is bijna niet uit zee te zien, zoo smal;
Het kleine dorp dat ik niet noemen zal
Ligt diep achter den dijk onder zijn boomen-
Voorts komt het voor in de slotstrofe van De Gouvernante. Ook vier regels.
Onder veege sterren, walmende lantarens
Hangt de landingssteiger over 't wad;
Voor het einde ligt de veerboot - en de stad
Aan de overkant na een paar uur varens.
Dan zijn er Slauerhoff-kenners, die zijn onvoltooide verhaal 'Het gelukzalige eiland' op Vlieland situeren.
Slauerhoff laat de lezer raden waar dit gelukzalige eiland ligt. De journalist Peter Sierksma bezocht met Slauerhoff-biograaf Wim Hazeu het eiland en schreef daarover: 'Als er al een eiland bestaat waar de gelukzaligheid het dichtst benaderd wordt, dan moet dat Vlieland zijn'.
In een artikel van Rene Zwaap in de Groene Amsterdammer (1990) 'De eilanden van Slauerhoff' wordt Vlieland Slauerhoff's 'ultieme metafoor' genoemd.
Ik wens u sterkte zaterdag bij de asuitstrooiing. Het is een mooie locatie.
Vriendelijk groetend
Ronald van den Boogaard
Het antwoord:
Beste Ronald van den Boogaard
Bijzonder hartelijk dank voor uw snelle reactie!
Waardeer ik zeer.
Lekker weer eens even uitwaaien op Vlieland. En de wel zeer stoffige resten van ons vader, echtgenoot, schoonvader, opa, fijn in de wind laten blowen.
Hartelijke groet,
Itse
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Martinus Nijhoff
Het Tuinfeest
De Juni-avond opent een hoog licht
Boven den vijver, maar rondom de helle
Lamp-lichte tafel in het grasveld zwellen
De bomen langzaam hun groen donker dicht.
Wij, aan 't dessert, eenzelvige rebellen,
Ontveinzen 't in ons mijmerend gedicht,
Om niet, nu 't uur eind'lijk naar weemoed zwicht,
Elkanders kort geluk teleur te stellen.
Ginds, aan de overkant, gaan reeds gitaren,
En lampions, en zacht-plassende riemen,
Langzaam over verdronken sterren varen -
Zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen,
Geenszins om liefde, maar om de sublieme
Momenten en het sentiment daartusschen.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Remco Campert
Tegen de zomer
Niets is vernielender dan de warmte.
De kou houdt in stand, is statisch;
de warmte beweegt met de vernieling mee
en wekt valse schijn
van zon, gezondheid, zinvolle zonde.
De warmte vleit, paait, belooft,
maakt stofgoud van stof,
liefde van begeerte,
poëzie van leugens.
Ik hou niet van warmte,
broedplaats van muggen en maden,
poel van limonade en andere slopende dranken.
Schenk mij liever klare
kou en koffie;
destructie bevroren, duidelijk zichtbaar
en aanvaardbaar:
wie in de kou zit schept geen illusies,
maar schept sneeuw, vrij ongenaakbaar,
in de menselijke,
soms bovenmenselijke winter.
Pagina 24 van 28

