Reizen

 

Zomer 1999

Het centrum van Europa



Ik vraag het wel eens aan iemand:
      ‘Waar is het geografisch middelpunt van Europa?’
Veel mensen vinden dit wel een aardige vraag, maar moeten het antwoord toch echt schuldig blijven. Oostenrijk, Tsjechië , Berlijn, Liechtenstein; dat soort antwoorden. Eerlijk gezegd wist ik het ook niet. Tot ik een radioprogramma ging maken over de Via Baltica, een weg die de hoofdsteden van Litouwen, Letland en Estland verbindt.
      Een weg met een romantische naam waar op 23 augustus 1989 twee miljoen mensen hand in hand stonden om te protesteren tegen het vijftig jaar eerder gesloten Molotov/Von Ribbentrop-pact, waarbij de onafhankelijkheid van de Baltische landen verkwanseld werd.

Ik was tien jaar later op bezoek bij Wim Brauns, een Nederlander die naar Litouwen was gehaald als bondscoach van de nationale wielerploeg. Hij woonde met zijn Litouwse vrouw Irena op een prachtige zeer verlaten plek in een bos zo’n 25 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Vilnius.
      Bij mijn voorbereiding had ik gelezen dat ergens in die buurt het geografisch middelpunt van Europa lag. Overigens een weetje, dat ik niet helemaal begreep; vooral niet nadat ik de kaart van Europa nog eens goed bekeken had.
      Maar ja.
Wim wist het ook en zei dat er zelfs een Europapark bestond, wat daaraan herinnerde.
      Wij gingen erheen.

Somber & aangeharkt 

Wim vond het park somber.
      ‘Te veel beton; te veel aangeharkt, geen bloemen’.
      ‘Litouwen is een bloemenland, Ronald’, zei Wim. Een land van vrijheid en ruimte. Een afwisselend landschap van bossen, meren, akkers en bloemenvelden. Met verstilde dorpjes waar de tijd heeft stilgestaan. Met vossen, wolven en een enkele beer in de bossen. Een groot contrast met de serene rust in.. en de esthetische vormgeving van het park, dat was ontworpen door de Litouwse kunstenaar Gintaras Karosas.

Het was die ochtend heel stil in het park. Ook daar had Wim een verklaring voor. We moesten ongeveer tien gulden neerleggen voor een toegangskaartje en dat kunnen de mensen in Litouwen niet betalen. ‘Ongelooflijk’, zulke prijzen’, zei Wim. ‘Schandalig’.
      Toen ik thuis was, heb ik het allemaal nog eens uitgezocht. Er bleken natuurlijk diverse middelpunten van Europa, maar de bekendste was inderdaad die plek in Litouwen. Dat was namelijk berekend door Jean-Georges Affholder, een geograaf van het vermaarde Institut Géografique National (IGN) in Parijs. Hij had niet het geografische middelpunt berekend maar het zwaartepunt. Het punt dus, waaromheen zich in alle richtingen eenzelfde gewicht aan land bevindt.
      Europa strekt zich bij deze berekening uit van de meest westelijke punt van de Portugese Azoren in de Atlantische Oceean tot de Oeral in Rusland, van Spitsbergen halverwege de top van Noorwegen en de Noordpool, tot aan de Kaukasus en het uiterste zuiden van Spanje.
     
Als u nu toch op de kaart van Europa gaat kijken kan het bijvoorbeeld ook nog opvallen, dat het meest Noordoostelijke punt van Noorwegen oostelijker ligt dan Istanbul in Turkije. Of dat Kreta zuidelijker ligt dan Algiers en Tunis.


  

 

Border pillar na pillar na pillar......

Achtervolging  

 

ImageImageImage

 

Zomer 1996

POMMES d'AMOUR

Als je het vliegveld van Mahébourg verlaat ruik je de geuren van het eiland. Specerijen, kruiden, hibiscus, aromatische bougainville. Dit is Mauritius in de Indische oceaan, een klein eiland zo’n 800 kilometer ten oosten van Madagascar. Het koestert zich in de wellustige vorm van een oester en dobbert weldadig in die turquoise oceaan.
     
Pure exotiek is het. Met exclusieve planten en dieren. Een eiland met onwaarachtig witte stranden, wuivende palmen en grote suikerrietplantages, die de Nederlanders daar in de 17e eeuw hebben aangelegd.

God had Mauritius als model, toen hij de hemel moest ontwerpen, schreef Mark Twain en Charles Baudelaire liet hier de gloed van de tropen van de palmen regenen.
      Eiland van liefde, want pasgetrouwden, die het zich kunnen permitteren brengen hier hun wittebroodsweken door. De plaatselijke luchtvaartmaatschappij Air Mauritius speelt daar slim op in, want zij hebben een Spouse-tarief in de aanbieding. Als je je trouwboekje laat zien, krijg je honderden Euro’s korting.

Op de tweebaansweg van Mahébourg naar de hoofdstad Port Louis in de huurauto, merk je trouwens maar weinig van al die sprookjestaferelen. Dit eiland meet slechts 60 bij 50 kilometer, maar er woont 1 miljoen inwoners. Dat betekent dat het heel druk is op de weinige wegen. Men rijdt hard en iedereen haalt in. Na twintig kilometer heb ik de auto al drie keer de berm in moeten sturen. Dat is niets bijzonders, want dat doen ze bijna allemaal.
      Ook in de hoofdstad is het rumoerig. Dat wil zeggen tot een uur of zes ’s avonds. Daarna wordt het verschrikkelijk stil en zijn alle winkels dicht. Ook de restaurants sluiten, want men wordt geacht hier tussen de middag te dineren.

Het land heeft een opmerkelijke koloniale geschiedenis. In de vijftiende eeuw waren de Portugezen er de baas en heette het Isla do Cerne. De Hollanders namen het in 1598 over en doopten het Mauritius naar prins Maurits. Daarna kwamen de Fransen, die de naam Ile de France bedachten en na het tijdperk Napoleon werd het overgenomen door de Engelsen.
      Gevolg: een uiterst kleurrijke mengeling van rassen, talen en godsdiensten. Er wonen Afrikanen, Indiërs, Tamils, Chinezen en nog wat Europeanen. Engels is de officiële taal, maar veruit de meeste mensen spreken Creools, een taal die afgeleid is van het Frans.
      ‘Hoe gaat het’ is: ’Ki manière’, ‘Ik begrijp je niet: ’Mo pas comprend’ en ‘Ik heb dorst’: ‘Mo soif‘.

Voor z’n dertig Euro kun je een hotelkamer in Port Louis nemen. Inclusief kakkerlakken. Als je in één van de prestigieuze hotels aan de Bounty-stranden een kamer wil, kun je beneden de 500 dollar per nacht nauwelijks terecht.
      En het Royal Palm Beach hotel in Grand Baie, waar onder veel anderen Nelson Mandela, Boris Becker en Robert de Niro vaste gasten zijn -of waren-, begint anno 2007 bij 1.050 Euro per nacht. De presidentssuite kost 3.405 Euro.
     
Je kunt op het terras van dat hotel wel erg lekker en nog redelijk betaalbaar eten.  Als je de ingevlogen tarbot, zwezerik, truffel en kaviaar tenminste overslaat
      Er zijn ook plaatselijke gerechten.
      Curry de Mouton à la Mauricienne bijvoorbeeld. 
Een langdurig gemarineerd gerecht van gestoofde lamsbout, waarvan de chef-kok mij desgevraagd het recept gaf. 
      Hierbij horen diverse chutneys.

Toen ik het gerecht thuis wilde klaarmaken stuitte ik op chutney de Pommes d’Amour.
      Wat waren dat eigenlijk Pommes d’Amour?
Het woordenboek gaf geen uitkomst en ook na en paar telefoontjes kwam ik er niet achter.
      Maar opeens wist ik het. Op de markt in Port Louis had ik ze in vrij grote hoeveelheden zien liggen: het waren natuurlijk passievruchten.
      De chutney was goed, maar smaakte toch heel anders dan toen in dat Palm Beach hotel.
Ook niet zo vreemd, want één van mijn vrienden wist het:
     
      Pommes d'Amour zijn gewoon tomaten!

 

 

Winter 1994

Mijnen & Hollandse honden

 Het is dringen voor het Antonov vrachtvliegtuig, dat al staat te ronken op het vliegveld van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Veel militairen en nog veel meer hulpverleners uit de hele wereld die allemaal naar Beira willen, een stad aan de oceaan in het centrum van het land.  Ik ben met Mozambikaanse Angela en kom alleen maar het vliegtuig in, omdat zij een bloedmooie brutale vrouw is voor wie al die drukdoende mannen wel móeten bezwijken. Uiteindelijk worden er zo’n honderd mensen in de raamloze holte gepropt. Liggend op zakken en leunend tegen kratten en kisten proberen wij ons tijdens de vlucht in evenwicht te houden.

      Beira blijkt totaal in puin te liggen. Volledig vernield door de onafhankelijkheidsoorlog tegen het Portugese leger en later door de burgeroorlog, die zich na de onafhankelijkheid in 1975 afspeelde tussen het Marxistisch-Leninistische bevrijdingsfront Frelimo en de andere bevrijdingsbeweging Renamo, die werd gesteund door het apartheidsregime van Zuid Afrika.

      Ik ben op weg naar een klein contingent Nederlandse militairen, dat onderdeel vormt van UNOMOZ, de United Nations Operation in Mozambique. Zij zijn uitgestuurd om Mozambikanen zelf te leren mijnen te vinden en op te ruimen. Want er liggen in Mozambique door die oorlogen naar schatting twee miljoen mijnen.

In hotel Miramar direct aan de oceaan, is luitenant-kolonel Van der Veen een beetje gefrustreerd. In augustus 1993 arriveerde hij in Mozambique, maar nu is het februari 1994 en is er nog niets van de grond gekomen
      Hij en zijn tien andere Nederlandse militairen stuiten voortdurend op bureaucratische verordeningen en procedures, waardoor er geen schot zit in de oprichting van de mijnontruimingsschool.
      Toch blijft hij goede hoop houden, dat de missie zal lukken. Het is de bedoeling dat in totaal 1200 Mozambikanen worden opgeleid tot mijnontruimers. Daarbij maken de Nederlanders gebruik van mijndetectoren.

Vlak bij hen zit het Amerikaanse mijnontruimingsbedrijf Ronco. Deze particuliere organisatie werkt met Nederlandse mijnontruimingshonden. En dat leidt -vertelt de overste- tot vermakelijke taferelen.
      De honden hebben namelijk Nederlandse commando’s geleerd als ’ZIT’, ’BLIJF’ of ’ZOEK’.

De Amerikanen hebben zich die kreten in het Nederlands eigen gemaakt en moeten dat nu weer aan de Mozambikanen leren. Gevolg: de honden worden geconfronteerd met zeer merkwaardige ‘dialecten’.
      Maar ja.
Het alternatief zou zijn, dat de honden Portugees moesten leren.

Waarom de Nederlanders dan niet gewoon met deze Nederlandse honden werkten wist de luitenant-kolonel eigenlijk ook niet. ’We zijn er nu eenmaal niet voor opgeleid’.

 

 

Winter 1995

Een surrealistische lagoon


UITKLAPBARE SLEDEN  

Rond het middaguur gebeurde het. De zon verdween, de wind stak op en werd een storm. Hevige sneeuwval afgewisseld met zware hagelbuien. Het zicht was nog geen twee meter. Ineens begrepen wij waarom er twee chauffeurs waren en waarom achter in de auto extra kleren, scheppen, ladders, gereedschap, blikvoer, jerrycans met water, uitklapbare sleden en andere ‘overlevingsspullen’ zaten.

We stopten ergens. Zelfs met de GPS was de weg niet meer te vinden.
      ’Wachten’, zei Sigurd, ’wachten, dat is het enige wat we kunnen doen'.
Toen ik vroeg waar we waren, keek hij mij langdurig aan, maakte een fronsend gebaar en zei:
      ’ We zitten goed. Vlak bij de kust. Reykjavik is een kilometer of vijftig, maar hier ergens in de buurt ligt Grindavik. Een vissersplaatsje’.

Na ongeveer anderhalf uur werd het iets lichter, hoewel de sneeuw nog steeds in dikke pakken naar beneden viel. Sigurd startte de wagen en heel langzaam gleden wij naar Grindavik. Ook in het dorpje was het zicht minimaal. Op de wegen lag zeker een halve meter sneeuw. Toch vonden we een café, waar we -omgerekend- voor ruim 100 Euro vier koffie en vier cognac bestelden.

 

BLUE LAGOON  

Gunnar belde wat en kwam terug met de mededeling dat het die dag vrijwel zeker niet meer zou opklaren. ’We kunnen hier blijven wachten, maar we kunnen ook naar de Blue Lagoon’.
      Die keus was niet zo moeilijk. We wilden Grindavik zo snel mogelijk verlaten want het stonk er enorm. Stank, die werd verspreid door een grote visfabriek.
Bovendien: De Blue Lagoon was immers IJslands toeristische attractie nummer één. Een heilzaam warmwaterbad waar je zelfs in deze temperaturen gewoon buiten in het water kon zitten.

Het water bleek echter lekker; 39 graden stond ergens op een bordje. Soms kwamen er van onderen hete stoten.
      Zeewater dat op 2.000 meter diepte op een natuurlijke wijze verhit wordt en omhoog wordt gestuwd. Daar vermengt het zich met het afvalwater van de centrale. Wij zijn er uren gebleven en waren vrijwel de enige bezoekers.
      Sigurd en Gunnar gingen het water niet in, maar bleven in de bar.

Als je het in deze tijd van het jaar doet is het in ieder geval rustig in de Lagoon, want in de zomer moet je daar wegblijven.
      Te druk en teveel mensen met een slechte huid.