Beelden

  

Het schilderij van een dode vriend

Geen discussie

Het was in de herfst van 1979.
      Onze vriend, de kunstenaar Ben Admiraal kwam voorrijden. Met zijn collega Marius Roos.
      En met een aanhangwagen, waarin zich dit schilderij bevond. 2.60 meter bij 2.10 meter.
In het kader van de Beeldend Kunstenaars Regeling (BKR) had hij de collage voor een smak geld verkocht aan een instantie van de gemeente Rotterdam.
      Maar omdat er daar na een paar jaar in de burelen geen plaats meer voor was, werd hij in de gelegenheid gesteld om het terug te kopen voor ‘t symbolische bedrag van
Fl 1,--.
      Ben vond dat het werk bij ons goed tot zijn recht zou komen. Daar was verder eigenlijk geen discussie over mogelijk.
Hij schroefde een paar pluggen in de muur en hing het op.

Wij raakten in de jaren daarna erg gehecht aan het werk.
      Die vogels in de lucht; dat afgeschermde vuurtorenlicht; die ruimtereis naar een oneindige einder; de mysterieuze witte vlek rechtsonder.
      Maar er waren ook momenten dat wij eraan dachten om het een andere plaats te geven.
Tot 1995. Ben ging dood. Hij was nog maar 53. 
      Vanaf die tijd hebben wij natuurlijk nooit meer overwogen om het weg te halen.

 


Spaghetti hollanase donderslag

Het is een collage. Schraal geschilderd. Ondermeer met verfrollers. Acryl op linnen.
      Het ‘hekwerk’ bestaat uit gefiguurzaagde plankjes, die zwart geverfd zijn.
Bij de ready-made stickers die schuin over het werk ‘lopen’ staan de volgende teksten:
     
                                                         spaghetti au bon patriot français,
                                              spaghetti hollanase donderslag en
                                                         carattiera italiana.

                                    

Eerbetoon op Noordereiland

Ben Admiraal had -zoals vrij veel kunstenaars in Rotterdam- zijn atelier op het Noordereiland.
      Een paar jaar na zijn dood namen zijn vrienden en vriendinnen het initiatief voor een eerbetoon.
Ben werkte zijn laatste jaren ondermeer met ‘kleirozen’.
      Daar was er nog een aantal van over.
Met steun van de bewonersvereniging Noordereiland, de stichting Volkswoningen en het CBKR (Centrum Beeldende Kunst Rotterdam) werd het mogelijk gemaakt om met die rozen een kunstwerk te maken in een ornamentenlijst. 
        Dat werk hangt sinds 22 oktober 1999 op het Burgemeester Hoffmanplein.

              

Gertrude Stein

‘Een roos is een roos is een roos’ is een vertaling van de dichtregel ‘Rose is a rose is a rose’ uit Sacred Emily van de Amerikaanse schrijfster  Gertrude Stein.
      Het lidwoord 'a' voor de eerste roos heeft zij er later zelf aan toegevoegd.

  

 

 

De Karelische Suite 

Meewarig & Mysterieus

Bakermat van Finse cultuur

 

Een fout postzegeltje

(of: Een sullig eerbetoon aan een groot schrijver)

 

Eigenlijk was het geen discussie. Mijn gesprekspartner had Nederlands gestudeerd en was er zeker van.
      Het gedicht is van Joost van den Vondel en luidt:

                                                                 De wereld is een speeltoneel

                                                 Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.

Dus niet wat u & ik dachten: schouwtoneel.
     
Beide woorden staan overigens in de dikke Van Dale en de dichtregels worden in beide gevallen toegeschreven aan Joost van den Vondel.
      Als je wat op Internet zoekt krijg je de bevestiging dat mijn gesprekspartner gelijk had. 
Joost van den Vondel schreef het in 1637 ter gelegenheid van de opening van de nieuwe Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht 384. Een ontwerp van Jacob van Campen. 

      Boven de voorpoort ‘in ‘t voorhoofd des Schouwburghs uitgehouwen’ stond inderdaad speeltoneel.
De schouwburg brandde af in 1772. De poort bleef behouden, maar werd gerestaureerd.
      De spreuk verdween, maar is inmiddels weer teruggekeerd.

 

 

 

 

                                                                De weereld is een speeltooneel

                                               Elck speelt zyn rol en kryght zyn deel.


Postzegel

In 1979 werd er ter gelegenheid van de 300ste sterfdag van Joost van den Vondel een postzegel uitgegeven met daarop de poort van de voormalige schouwburg.
     

 

                                       


                                      


 Fout op fout

Je zou denken dat de ontwerper van die postzegel zich heeft gebaseerd op goede bronnen.
      Hij heeft er een soort zeventiende-eeuws Nederlands van gemaakt. Zyn en krygt. Tooneel. Speeld.

Tja. Kijk en vergelijk:
      Maar liefst vier fouten.

                                                          Weereld werd wereld.

                                                          Elck werd elk.

                                                          Kryght werd krygt.

                                                          En de ergste: Speelt werd speeld.

Is er niemand die zoiets controleert? Het gaat hier toch om een eerbetoon aan één van onze grootste schrijvers?
      Geen commissie? Geen correctoren? Geen eindredacteur? Geen chef protocol?
Kortom: Hoe komt zo’n postzegel eigenlijk tot stand?

Ik benaderde het online magazine Postzegelblog en kreeg contact met Lia Vieveen en Cees Janssen.
      Zij reageerden snel en uitvoerig.

Het antwoord:

‘’Hoe komt een postzegel tot stand? Dan gaan we toch terug naar 1979 omdat de situatie van nu geheel anders is dan die van toen.

Jaarlijks werd een postzegeluitgifte programma samengesteld aan de hand van suggesties van bijv. stichtingen, verenigingen, instellingen, overheidsinstanties en particulieren. Aan de hand van selectiecriteria werd dan een keuze gemaakt van onderwerpen.
      Die criteria waren maatgevend: van minimaal nationaal belang zo mogelijk ook internationaal belang, niet controversieel, uit te beelden, niet eerder op een postzegel uitgebeeld dan wel zeer lang geleden, enzovoorts. De keuzes werden dan voorgelegd aan de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, waaronder het toenmalige Staatsbedrijf der PTT ressorteerde.
      Na akkoord ging het vastgestelde uitgifteprogramma naar de voormalige afdeling DEV (Dienst Esthetische Vormgeving), nadat de gewenste frankeerwaarden en eventuele waarden van de bijslag waren toegevoegd. Aan de hand van de brieven, behorende bij de suggesties, werd dan door DEV een of meer ontwerpers benaderd.
      Men had veelal ontwerpers op het oog die ´opvielen´ en waarvan men aannam, dat hij of zij de suggestie goed kon uitbeelden op postzegelformaat. Na een briefing voor de ontwerper (waarin bijv. details over de te gebruiken druktechniek, meestal offset) ging de ontwerper aan de slag. De ontwerper legde regelmatig de ontwerpen voor aan de afd. DEV. Na eventuele aanpassingen van het ontwerp werd door de ontwerper een definitief ontwerp voorgelegd.
      De drukker, Joh. Enschedé, kon met dit ontwerp een proefdruk (één zegel!) maken, die werd voorgelegd aan de ontwerper, DEV en DZF (voormalige Directie Zegelwaarden en Filatelie). Naar de proefdruk werd kritisch gekeken naar kleurstelling, duidelijkheid van de waarde en de landsnaam, voldoende wit ten behoeve van de fosforbalk, en dat soort zaken. Bij goedkeuring van de proefdruk ging deze ook nog door naar de hoofddirecteur Post en de Directeur Generaal van het Staatsbedrijf..
      Als allen voor akkoord hadden getekend, ging de proefdruk terug naar Joh. Enschedé waarna een drukproef (vel van 100 stuks) werd gedrukt op de drukpers waarop de productie moest plaatsvinden. De drukproef werd aan de pers gecontroleerd door de ontwerper, DEV en DZF.
      Na goedkeuring werd de bestelde oplage gedrukt. Na aflevering aan de Dienst Zegelwaarden werden de vellen ingepakt en naar de ambtenaren Grootzegelverkoop van de Postdistricten gezonden, die de vellen verdeelde over de postvestigingen. Daarna kon de verkoop op een vastgestelde datum beginnen‘’.

 Hoe serieus hebben deze instanties, diensten, esthetische vormgevers, commissies, directies , de staatssecretaris, de drukker en al die anderen deze procedure genomen?

      Niet of nauwelijks dus.
Nationaal belang? Internationaal belang? Mwah.
Cultuurbarbarij is het.
     
Te vergelijken met de fout, die een paar jaar eerder gemaakt werd bij de uitgave van het bankbiljet van Fl. 250,-- (De Vuurtoren).
Toen werd een verkeerde titel boven een gedicht van J.J. Slauerhoff gezet. ( Poëzie 14: De golven slaan in woesten dans)

Peperbus

 

 Trouwens. Kijk eens naar deze foto van de Schouwburgpoort.

      Waarom is daar rechtvoor zo'n grote Peperbus gezet?

Ontwerper 

De ontwerper van de postzegel was Jan Houwe Kuiper, in die dagen een vermaard kunstenaar.
      Wellicht heeft hij die tekst gewoon aangereikt gekregen.
Hijzelf nam het allemaal zeer serieus getuige dit kattebelletje, dat ik ook ontving van Postzegelblog.
  

 

Gysbrecht van Amstel 

 Joost van den Vondel schreef zijn beroemdste toneelstuk Gysbrecht van Amstel speciaal ter gelegenheid van die opening.

      Ook dat woord ‘schouwburg’ heeft hij toen verzonnen.
Verder werd men verzocht geen lastige kinderen mee te nemen, niet te drinken en niet te snoepen.

 

 

Schouwtoneel                                                                                        Speeltoneel

De Brand van 1772

 

 

 

 

 

 

Aris & Alie   (of)


De matroos van de Kilima Hawaiians 

          

Vraagteken

Dit verwachtingsvolle kaartje kreeg ik van mijn vriend en oud-collega Marten Minkema (Media 46 ).
     
Op het eerste gezicht is er niet zoveel aan de hand.
Een matroos groet een voorbijlopend meisje. Misschien wil hij haar wel versieren.
     
Maar op het tweede gezicht is er veel meer aan de hand.
Op het klutje van de matroos is geschreven: Aris.
     
En met een kleurpotlood is een vraagteken aangebracht op 't meerpaaltje.
Ook op het hoedje van het meisje staat een naam. Als je er een loep bijhaalt staat daar: Alie  
      De kaart is natuurlijk door haar verstuurd.
Zij vraagt zich enigszins wanhopig af of het nog wel wat wordt tussen matroos Aris en haar.

 

Alie

Dit is de keerzijde van de kaart. We worden al wat wijzer.
      De kaart is inderdaad geschreven door Alie vanuit het Zeehospitium in Katwijk aan Zee. 
De heer A.J. Buijsman woont in Rotterdam, maar het kan bijna niet anders of hij is een zeeman.
      De Geervlietstraat ligt op Rotterdam-Zuid in de wijk Charlois (Sjaarloos). Daar woonden veel zeelieden.
Hij is natuurlijk verpleegd in dat zeehospitium. 

     
In ieder geval hebben A.J. en Alie mooie enigszins verwarrende tijden beleefd.

 

Brooklyn Bridge

Op zijn reizen heeft hij New York aangedaan. 
   

We meet again

Hij krijgt de groeten van Arie Mast en Danny Bilt. ‘’Till we meet again’’ uit Hoboken New Yersey. 
      Ze gaan er dus vanuit dat meneer Buijsman nog eens terugkomt.
De kaart is verstuurd op 9 oktober 1927

 

 

Aris

Wie is deze A.J. Buijsman?
     
Kijk eens naar de kaart hierboven.
De A staat voor Aris. En dat stond weer op het petje van de matroos.
     
De kaart is van ‘’de kampeerders‘’. Een kazemat op een vakantielokatie. 
Plantsoen hoort bij Lage Zwaluwe, een dorp vlakbij de Biesbosch in Noord-Brabant.
      Het zou kunnen dat Aris met de kampeerders in een boot heeft rondgevaren.

 

Aris-Jereke wordt Bill

Een beetje speuren leert dat A.J. staat voor Aris-Jereke.
     
Aris-Jereke Buijsman (1907-1991). Inderdaad een zeeman; een steward.
Op één van zijn reizen doet hij Vancouver (Canada) aan, waar hij in een bioscoop de film White shadows of the South Sea ziet.
      Daarin treden drie muzikanten uit Hawaii op.
Aris komt zeer onder de indruk en richt in 1934 in Nederland de Kilima Hawaiians op.
      Daarin zit ook zijn vrouw Mary. Aris-Jereke noemt zich nu Bill.   
De groep wordt na de oorlog zeer populair. Nederhawaiian wordt het genoemd.
Aris en Mary zingen in het Nederlands, in het Duits en soms ook in het Afrikaans.
      Hun hoogtepunt bereiken ze tussen 1945 en 1960.

Kilima Hawaiians

Luister eens naar de Kilima Hawaiians.

Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur 

Steel guitar rag

Hei hei meisjelief

Maui girl

Es hängt ein Pferdehalfter an der Wand

Vaarwel Hawaii 

 

Aris & Arie

Tussen Aris en Alie is het dus nooit wat geworden.
     
Maar er wordt gefluisterd dat zij in het Zeehospitium te Katwijk aan Zee een mooie verhouding heeft gekregen met Arie v/d Lee.
Die kwam uit Maassluis en dat is toch dicht bij Charlois Rotterdam.
      De voorkant van deze kaart plaatste ik al eens. (Voorstraten 13 ; Maassluis).
Mooi handschrift overigens.

 

 

 

 

Levende Klederdracht

Vanavond op Nederland 2 tussen 20.55 en 22.00 uur de documentaire Levende Klederdracht van Niek Koppen. Daarin worden twaalf Nederlandse vrouwen gevolgd die nog altijd in klederdracht lopen. Geen archiefmateriaal in deze film. 
      De documentaire ging afgelopen donderdag in premiè
re op het IDFA.
In maart 2010 was ik in Spakenburg en schreef dit stukje.

EEN HARD GESTEVEN KRAPLAP


Ik kwam deze dames afgelopen woensdag zomaar tegen tegen in Spakenburg. Ze wilden best op de foto.
      Spakenburg, ooit een machtig vissersdorp aan de Zuiderzee en nu nog steeds een dorp waar een aantal botters in de oude haven ligt, telt nog zo’n 250 vrouwen in klederdracht. 
      ‘Maar’, aldus de dames,‘het worden er steeds minder en er zijn geen draagsters meer onder de zestig jaar’.

Het is namelijk gedoe. Vooral de katoenen kraplap , die over de schouders gedragen wordt vergt dagelijks veel tijd.
      Iedere dag moet de lap hard gestreken worden.  
     ‘Dat is zeker een uur werk’, aldus de dames, ‘want we moeten er ook nog de glans op zetten’.
Verder moeten de gehaakte muts en de rokken in orde worden gemaakt en ook het haar moet zorgvuldig worden opgestoken. 
     ‘Jongere vrouwen hebben dat er allemaal niet meer voor over’.

Veelkleurige bloemmotieven

De kraplap heeft vaak veelkleurige bloemmotieven.

Draagster in rouw

Als de draagster in de rouw is wordt zwart, paars of donkerblauw gedragen.

Uitstervend 'ras' 

Een uitstervend ‘ras’ dus. Volgens de dames meer een traditie dan een godsdienstig ‘statement’.
      Dit neemt niet weg, dat het geloof in de gemeente Bunschoten-Spakenburg (20.000 inwoners) niet belangrijk zou zijn.
Integendeel:
      De Gereformeerde kerk Vrijgemaakt heeft vijf kerkgebouwen, de Gereformeerde kerk twee, de Christelijk Gereformeerde kerk twee, de Nederlands Gereformeerde gemeente één, de Nederlands Hervormde gemeente één, de Oud gereformeerde gemeente in Nederland één, de Rooms Katholieke gemeenschap één, de Evangelische gemeente één en de Samen op Weg gemeente één.

Toch zal over 10 of hooguit 20 jaar de klederdracht in Spakenburg geheel uit het dorpsbeeld verdwenen zijn.

Het is overigens opvallend hoeveel jonge vrouwen en meisjes in dit dorp op uiterst hoge hakken lopen.
      Een soort compensatie wellicht?