Beelden (1169)

 

Endemische vogels op Mauritius

Mijn oud VPRO-collega Guido Spring was met zijn zoontje in Naturalis Leiden. Daar exposeren ze onder meer Dodo-botten, want ze doen al ruim tien jaar onderzoek naar die beesten.
      Hij herinnerde zich dat ik ooit op mijn blog een stukje over die dodo had geschreven (Reizen 19, Mahébourg Mauritius)

Naturalis

  

De dodo leefde op het geïsoleerde eiland Mauritius in de Indische Oceaan, zo’n 800 kilometer ten oosten van Madagascar. De vogel stierf uit in de achttiende eeuw, toen Nederland de scepter zwaaide op Mauritius. ‘Wij’ importeerden via onze schepen varkentjes, katten en ratten en die aten de eieren op van de weerloze vogels, die niet meer konden vliegen.
      De dodo spreekt tot de verbeelding, ook al omdat hij voorkomt in Alice in Wonderland. Daar staan ook tekeningen in, zodat wij een -vooringenomen- beeld hebben hoe dat beest eruit heeft gezien. Op Mauritius kom je overal afbeeldingen tegen. Bijvoorbeeld in het scheepvaartmuseum in Mahébourg. Daar zijn ook dagboeken in te zien van Nederlandse zeevaarders, die beschrijven dat de dodo niet om te vreten was. ‘Eene ware walghvogel’, schrijft admiraal Jacob Corneliszoon van Neck bijvoorbeeld.
      Alleen die naam al was voor jan Wolkers aanleiding om één van zijn beste romans zo te noemen.

Walgvogel

  
Toen ik in dat museum was (1996), vertelde de directeur dat er meer endemische vogelsoorten op Mauritius zijn, die met uitsterven bedreigd worden. Ik kocht daar toen twee prenten. Van de Mauritius torenvalk (Falco punctatus) en de Mauritiaanse roze duif (Neseonas mayeri).

Torenvalk

      
De torenvalk -op Mauritius: Mangeur de Poules- was in 1970 vrijwel uitgestorven. Er waren toen nog maar vier paar op het eiland. Met internationale hulp werd een programma gestart om de vogel te behouden. Toen ik er was, schatte men het aantal op ruim 200. Nu zouden er nog zo’n 300 zijn.

Roze duif

  

In 1996 leefden er nog maar vier van deze duiven -op Mauritius: Pigeon des Mares- in het wild. In de dierentuin van de hoofdstad Port Louis waren er meer. Wij zijn daar toen naartoe geweest. Later zijn die beesten uitgezet en via een intensief beschermingsprogramma zijn er nu weer zo’n 400 roze duiven op het eiland.

 

 

 

MENU, EN WEL NU


(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Vroeger was er niets mis mee. Was er een menu dan wist je wat je kon gaan eten. KLAAR UIT.
      Nu heeft alles een menu. De koffiemachine, de vaatwasser, de keukenmachine, de wasmachine, de droger, de televisie, de Apple Macbook, de Iphone, het digitale fototoestel en ga zo nog maar een tijdje door. Al die menu’s hebben één ding gemeen: je kunt er niet om heen. Je moet het onthouden dan wel opschrijven. En ook dan ben je er nog niet, want eens in de zoveel tijd volgen er nieuwere modellen met weer nieuwere menu’s.
      Laat ik maar eens de dag van gisteren bekijken. Het menu van de Iphone kon wel overweg met de her en der aanwezige WIFI’S, maar viel dood als er geen WIFI was. Het menu vroeg om een wachtwoord en ondanks de omstandigheid dat ik wel een lijst van veertig wachtwoorden heb (!), dit wachtwoord stond er niet op. Op naar de
Voudafoune. Een nogal kleine winkel in het centrum van de provinciestad. Twee helpdesken en een viertal stoelen voor hen die nog niet aan de beurt zijn. Helpdesk 2 verwijst mij naar het meisje van desk 1, want zij spreekt Engels. Desk 2 gaat even buiten een sigaretje roken.
      Ik heb nu vol uitzicht op een krankzinnig dik echtpaar bij het meisje. Er zijn twee krukjes voor hen, maar de vrouw die links zit heeft geen vetrollen, maar een soort gezwellen aan beide zijden. De man op het krukje er naast moet die gezwellen opzij drukken om ook te kunnen zitten. Ik volg het gesprek. Het is duidelijk dat ze een mobiel willen kopen. De vrouw benadrukt dit door een denkbeeldige telefoon tegen haar oor te drukken. Een lel zit in de weg.
      Het helpmeisje legt uit dat die mobiel nog veel meer kan. Foto’s maken en verzenden, muziek downloaden, weerberichten bekijken bijvoorbeeld. De vrouw wordt helemaal rood en zegt dat ze dat allemaal niet wil, terwijl de man tekenen van vermoeidheid vertoont.
      Helpmannetje van desk 2 ziet dat het meisje nog niet af is van die twee puddingen en nodigt mij uit bij zijn gedoe. In het Hongaars moet ik uitleggen dat mijn menu ergens een wachtwoord vraagt. Wat is in Jezusnaam menu in hun taal. Vooral niet over eten beginnen, zoveel is me wel duidelijk. Hij neemt mijn toestel over en zet die in de Hongaarse taal. Af en toe laat hij me iets zien dat ik natuurlijk helemaal niet begrijp. Na drie kwartier staat de winkel vol met zeventienjarigen die ook de IT-wereld in willen. Helpmannetje lost het niet op en zegt dat hij het ook niet weet.

  

Thuisgekomen zit ik met een Iphonemenu dat nu met mij in het Hongaars wil communiceren. Kom daar maar eens van af…
      Natuurlijk zijn er oplossingen. Drastische. Stekkers er uit en terug naar de postduif. Heeft geen menu.

  
Klik HIER voor alle Photosophieën

 

 

WAT ALLEMAAL NIET TE DOEN.


(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Ja daar houd ik me de laatste weken mee bezig. Ik ben wel niet echt christelijk, maar enige rekenschap af en toe afleggen kan geen kwaad.
      Om te beginnen las ik nog maar eens de tien geboden die Mozes vanaf een berg naar beneden droeg. Zou dit duidelijkheid verschaffen?
Nee dus. Wat een wartaal. Gij zult geen gesneden beeld noch enige gelijkenis maken van wat boven in de hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

  1. Er is geen water onder de aarde.
  2. Hoe moet het dan met mijn smartphone?

Het zijn ook geen tien geboden, het zijn er zeventien. Het laatste gebod is wel het meest curieuze. Gij zult niet begeren uws naasten huis, uws naasten vrouw.
     
Wat is er toch tegen begeren, ik begeer van alles. Ook wel eens vrouwen die ik in een winkelcentrum tegen kom. Het is maar eens hoe men daarmee omgaat. Toch?
      Dus legde ik Mozes zijn werkje terzijde en begon aan een eigen DON’T DO THIS.
Er is onderscheid tussen laten we zeggen het GROTE WERK en de kleine alledaagsheden. In de laatste categorie zijn er nogal veel NOT to do’s. Ik kom daar zo op. Het GROTE WERK eerst. Zeker omvangrijk; voor de duidelijkheid vat ik het samen, dan weet iedereen wat ik bedoel.

NIET ZINLOOS MOORDEN

NIET STELEN

NIET IN ASSEN GAAN WONEN.

Het kleine werk. Vaak in aangegane verhoudingen en ook veel op de werkvloer.

Niet naar bed gaan met de secretaresse van de chef.

Niet met een mooie vriendin van je vrouw de stad in gaan en dronken thuis komen.

Geen kleren kopen die je jonger maken.

Botox uit den boze.

Niet in gezelschap van voetballiefhebbers iets ten nadele van het Nederlands elftal zeggen.
(Ooit bij zo’n gelegenheid in de tuin gezet vanwege één kritische opmerking).

En: de laatste keer!

Op je achtenzeventigste verjaardag even een grill uit een bouwpakket in elkaar zetten. Om tien uur begonnen met het oog op de BBQ om zes uur. Zestig moeren en bouten, twintig onderdelen. Moet in juiste volgorde. Toch weer verkeerd. Alles weer los en opnieuw.

Om vier uur viel het commentaar. We nemen geen kindje meer. Het eerste jaar komt het bedje niet af.
     
Gelukkig kwam er om vijf uur onweer. Het redde me.

  

 

 Klik HIER voor alle Photosophieën

 

 

Een paar Mozambikaanse reproducties

Ik schreef gisteren een stukje over Mozambique. Ik was daar in januari 1994. De burgeroorlog tussen het voormalige Marxistische guerillaleger Frelimo en de door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregiem gesteunde Renamo was voorbij. Soldaten werden ontwapend en vooral uit de westerse wereld kwamen ontwikkelingswerkers, die het land er weer bovenop zouden helpen. Later dat jaar zouden er verkiezingen plaatsvinden, de mensenrechten zouden verbeteren, de economie zou aantrekken, corruptie bestreden en criminaliteit ingedamd. Kortom: Mozambique zou een vrij, democratisch en modern land worden. Het is voor een deel nog uitgekomen ook, hoewel er anno 2016 sprake is van een groot corruptieschandaal waarbij ook de regering betrokken is.
      De mensen geloofden erin. Mozambique was arm in die tijd; heel arm. Ik logeerde bij een Nederlander die zich definitief in dat land gevestigd had. Hij woonde aan de rand van een verschrikkelijke krottenwijk in de hoofdstad Maputo. Een wijk, die met gemak de vergelijking aankon met diverse andere derdewereldlanden, waar ik ook heb rondgekeken.
     
Toch was de sfeer in die wijken eigenlijk wel goed. De mensen waren over het algemeen vrolijk en hadden vertrouwen in de toekomst.
‘’This is Africa man. Hallelujah’’. Jawel.

Over muziek schreef ik gisteren. Maar ook beeldende kunst nam in die samenleving een belangrijke plaats in. Ik bezocht een grote galerie en kwam onder de indruk. Daar kocht ik drie reproducties van schilderijen. Gemaakt tijdens de burgeroorlog.
      Strijd, wanhoop, onderdrukking, saamhorigheid, verzet en ellende. Alles zit erin.


Grito de Paz van Naguib. (Schreeuw om vrede)

  

Abdula Naguib Elias (1955) komt uit Tete in het uiterste noorden van het land. Hij studeerde eerst in de hoofdstad Maputo (toen nog Lourenço Marques) en deed een voortgezette studie in Lissabon. Werk van hem bevindt zich in musea in een aantal Europese landen, in de Verenigde Staten en in Portugal, Brazilië en Angola. Grito de Paz is olieverf op linnen.


Mafalala van Bertina

  

Bertina Lopes (1926-2012) werd geboren in Lourenço Marques. Ook zij verliet op vrij jonge leeftijd het land om in Lissabon te gaan studeren. Nadat zij voor korte tijd naar Mozambique terugkeerde, vertrok zij naar Italië. Daar zou zij blijven. Mafalala is olieverf op linnen.


Preludio II van Malangatana

  

Malangatana Ngwenya (1936-2011) werd geboren in het dorp Matalana in het zuiden van het land. Vertrok naar de hoofdstad, waar hij als autodidact ging werken. Hij sloot zich in 1964 bij de guerillabeweging Fremilo aan. Werd opgepakt door de Portugese geheime dienst en zat 18 maanden gevangen. Daarna was het geruime tijd verboden om zijn werk in Mozambique te exposeren. Preludio is eveneens olieverf op linnen.

 


Beschermd stadsgezicht

  

Een molen, een kerk en een kikkerplas. Hollandser kan het eigenlijk niet. En ook die Citroën DS hoort er in zekere zin wel bij.
      Dit is Geervliet op het Zuid-Hollandse eiland Voorne-Putten.
Een heus stadje van nog geen 2.000 inwoners aan de rand van het Rotterdamse haven- en industriegebied.


Oud Stadhuis

          

Dit is het oude stadhuis.
      Geervliet was tot 1980 een zelfstandige gemeente. Nu is het onderdeel van Nissewaard.


Klinkerstraatje

  

In 1381 kreeg Geervliet stadsrechten, maar het werd al in de twaalfde eeuw gesticht. De oude kern met een aantal markante huizen en mooie boerderijen is beschermd stadsgezicht.


Boerderij Landswerf

  


Zwartgeteerde schuur

  


Geervlietse Vaart

  


Beschermd stadsgezicht

  

 

 

Subcategorieën