Beelden (1169)
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
Een veelbesproken Markthal

Ik heb meer dan een jaar gewacht om naar de Rotterdamse Markthal te gaan. Dat had een triviale reden. De Zeppelin ook wel Broodtrommel werd namelijk ontworpen door het architectenbureau MVRDV. Dat had ook het ontwerp gemaakt van Villa VPRO in het Hilversumse Mediapark. Daar heb ik vele jaren in gewerkt. Een bijzonder gebouw; jawel.
Maar ook teveel beton, te lawaaiig, regelmatig verstopte toiletten en niet functioneel. Teveel vorm; te weinig inhoud.

Mij bereikten veel positieve verhalen over die Markthal. Lyrische verhalen zelfs.
Maar ook kritiek. De hal was veel te warm. Het was er te druk, de schilderingen te bombastisch en de spullen te duur.

Welaan.

Ik ben er geweest. Het was niet bijzonder druk; het was niet warm; het aanbod was zeer groot en de spullen waren natuurlijk duurder dan op een straatmarkt, maar het was betaalbaar.
De sfeer was goed en de schilderingen vond ik niet bombastisch.

De hal lijkt overigens op de vijf hallen die in de Letse hoofdstad Riga staan. Dat zijn de voormalige hangars van de Zeppelins. Ook daar is het aanbod bijzonder groot en liggen de prijzen hoger dan in de stalletjes op de omringende straten.
Ik schreef daar al eens een stukje over.
De Markt in Riga
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
How many years can a mountain exist

Before it's washed to the sea

The answer my friend

Is blowing in the wind

The answer is blowing in the wind

- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
ALBANIË (2)
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)
In de jaren tachtig. We zijn in Tirana met een toeristengroep. Het was één van de strengste communistische landen ter aarde. Toeristen werden mondjesmaat toegelaten. Uit Europa met een vliegtuig naar het toenmalige Titograd, nu Podgorica (Montenegro). Met de bus tot de Joegoslavische grens. Dan lopen met zijn dertigen naar de grens met Albanië. Daar strenge controles op dat wat zij zagen als onwenselijk: baarden, sigaren, half of heel ontklede dames. Vervolgens veertien dagen rondreizen met de bus door het land. Twee Albanese gidsen aan boord die behalve het vertonen van bezienswaardigheden ook les gaven in de communistische leer.
Een eis van de Albanezen was dat we als groep bij elkaar bleven en niet individueel op stap zouden gaan. Nou en dat met een Nederlandse groep…
Na enkele dagen landbouwcoöperaties, musea en opgravingen hield ik het niet meer en sloop in Tirana in de late avond het hotel uit. Op het grote stille Skanderbegplein was eigenlijk niemand meer behalve een kleine bedelares met één been. We gingen naast elkaar zitten op de trappen van het Nationale Theater. Ze was misschien acht jaar. En dat is het leuke van praten met sommige kinderen: ieder zijn eigen taal. En we begrepen alles van elkaar. Over het treinongeluk dat haar was overkomen waardoor ze dat been moest missen. Maar dat dit toch weer geld op bracht. Over haar ouders die in een krottenwijk woonden, gescheiden maar met zijn nieuwe vriendin toch nog in hetzelfde krot. Over mijn haar. Over alles.

Midden in dat gesprek kwamen uit allerlei gaten en spleten honderden kevers op ons af. A, de geheime dienst is ook hier, zei ik. Ze lachte voluit. Ik gaf haar geld en vroeg haar naam. Mysean.
In de jaren die volgden zag ik haar nog wel eens op straat, maar echt contact zoals die avond zou er niet meer van komen. Ook het leven voor haar was harder geworden. Een poging van mij om haar Engelse les te laten geven faalde. Mijn gids Artan had me er al voor gewaarschuwd; die lerares zou het geld wel aannemen, maar lesgeven daar zou het toch niet van komen.
Sinds die eerste ontmoeting in laten we zeggen 1987 verlopen er achtentwintig jaar. Ik ben opnieuw in dat land en kijk als we in Tirana zijn goed om mij heen. Eigenlijk zoek ik Mysean.
Het verkeer is inmiddels massaal geworden en midden op een vierbaans boulevard zie ik een vrouw in een rolstoel tussen de auto’s. We stoppen bij haar en doen het raam open. HELLO PETER FLIKU brengt zij uit. We gaan naar de kant en zitten bij een parkje.

Het weerzien is voor ons beiden emotioneel. Ze bedelt dus nog steeds en de opbrengsten vallen niet tegen. Ze moet er ook nog twee van haar kinderen van onderhouden. Het waren er ooit drie maar de jongen is dood. Onze gids van nu is arts en biedt haar een kunstbeen aan. Mysean aarzelt want dat halve been geeft haar inkomsten.
Ach, zegt de gids, voor de namiddagen dan.
Klik HIER voor alle Photosophieën
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
Het oude vrouwtje en de mooie nimf

Ze zat aan de Zuid-Cypriotische kust dicht bij het plaatsje Paphos. Oud en teer. Dun wit haar.
Voor haar op een tafeltje lagen de attributen. Uitgezaagde kleistukjes. Die werden door haar beschilderd. En dan werden de onderdelen met lijm op het houten paneeltje bevestigd: Aphrodite natuurlijk, de rotsen, de meeuwen, de wolken, scheepjes, vissers en keien. En het eiland. Cyprus. Ongedeeld, want in het Griekse deel van dit eiland wordt de Turkse bezetting van het noorden illegaal beschouwd.
Het was zomer 1997. Ik was in het Turkse deel geweest. Begeleid door leden van de geheime dienst.
Daarna terug die grens over bij Nicosia. De laatste muur van Europa. Er waren nog een paar dagen over. In een huurauto ging ik naar het meer toeristische deel. Naar Paphos dus. En daar zat dat vrouwtje. Met die melancholieke blik, Ik moest wel zo’n schilderijtje kopen.

Noem het een mythe; een legende, een fabel wellicht. Aphrodite, de godin van schoonheid, liefde & seksualiteit is een geliefd karakter in de
Griekse mythologie. Volgens Homerus is zij de dochter van Zeus en Dione, maar Grieken en Grieks-Cyprioten weten dat de golven van de zee werden bevrucht door neervallende bloeddruppels van godenkoning Urbanus. En daaruit werd de mooie Aphrodite geboren, die op deze plek aan zee uit het water verrees.
(Vele jaren later zou naar haar voorbeeld een andere nimf uit het zeewater opstaan. Ursula Andress in de eerste Bond-Film Dr. No.
In 1981 speelde ze Aphrodite in Clash of the Titans)
Ik was op Cyprus voor het VPRO-programma Ongehoord. En nam dit schilderijtje mee, want eindredacteur Ton van der Graaf eiste dat een ieder die voor dit programma op stap ging, een souvenir meenam.
Het tafereel wordt bijgezet in het Museum Ongehoord.
Museum Ongehoord

Ga HIER naar toe voor alle museumstukken
Museum Ongehoord dependance

- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
ALBANIË (1)
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)
We moesten er naar toe. Albanië.
Hij was dood. Mijn vriend was dood. Daar hielp geen moedertje lief meer aan. Al begraven ook, want zo is de traditie in dat land. Met de auto, dat leek nog de beste oplossing voor nu. Rechtstreekse vluchten vanuit Budapest naar Tirana zijn er sinds de teloorgang van de Malev niet meer. Men moet eerst naar Wenen vliegen, driehonderd kilometer de verkeerde kant op en dan hoppa weer naar het oosten. Dit soort dingen doe ik gewoon niet, dan maar de auto.
Kan ik dit nog? Die vraag kwam wel op; het is op de heenweg bijna duizend kilometer....Door de bergen van Bosnië Herzegowina en Montenegro. Kaarten van het gebied zijn nogal verwarrend; dus moest er maar vertrouwd worden op het navigatiesysteem van de auto. Verder dan Skhoder in het noorden van Albanië wilde ik niet rijden. Uit ervaring van vorige reizen wist ik dat het autorijden in dat land een soort Russische roulette is. Op een bevolking van 3 miljoen zijn er ieder jaar 2900 doden op de weg. Tirana spant de kroon op verkeersgedrag. Rotondes links om nemen als het daar minder druk is. Voetgangers die schuin oversteken, bedelaars midden op de weg, kinderen, rondrazende SUV’s, bussen, honden, lawaai.
Navigatiesysteem ingesteld op de stad van de eerste overnachting: Doboj (Kroatië). Nou ja, ingesteld, door mij ingesteld. Gevolg: We waren al honderdvijftig kilometer voorbij het hotel tot we op de kaart merkten dat we te ver waren. Dan maar door rijden naar Sarajevo, eerste wereldoorlog of niet.
Stad van de kerkhoven.

Duizenden en duizenden Moslims liggen daar begraven door de laatste oorlog in de jaren negentig. Vriendelijke mensen en supermooie jonge vrouwen. Tenminste in de binnenstad. In de buitenwijken begint gewoon weer het zeulen met de boodschappen en het wachten op de half kapotte trams. Vooral afgematte vrouwen.

De volgende dag begint de tocht door de bergen van Montenegro. Vijftig spaarzaam verlichte tunnels. Ongelofelijke uitzichten, hard rijdende medeweggebruikers. Veel politiecontrole. Pas tegen het einde van de middag, het begin van de avond aankomst in Shkodër, Albanië.
De schok voor mij is enorm.
Wanneer was ik daar voor het laatst? Ik denk in 1985. Met een toeristengroep. Er reden bijna geen auto’s; de dictatuur had bepaald dat privé autobezit niet werd toegestaan; als we boven de stad een kasteel bezoeken kon men de mensen in de stad horen praten. Zachte zoete Albanese muziek uit de bergen.
En nu: duizenden auto’s die naar het lijkt zonder verkeersregels maar iets doen wat het beste lijkt. Voetgangers zijn wild dat nog moet worden aangeschoten. Praten op straat is bijna onmogelijk. Men communiceert nu via mobiele telefoons. MTV-herrie alom.
Welk een changement binnen een paar generaties.
De volgende dag worden we opgehaald door een nicht van de overleden vriend. Snelweg naar Tirana. Wel snel, maar ook soms koeien op de weg. Bij ieder benzinestation veel bedelaars. We overnachten op die zaterdag in een ons bekend hotel aan een markt met fruit, groente en kippen. Bij aankomst wordt ons meegedeeld dat we wel kunnen overnachten tot maandag maar dat het hotel op zondag gesloten is. We zijn christenen, begrijpt U. Dat later op die zondag bleek dat ook de WIFI aan zondagsrust deed, begrepen we toch weer niet.
Aan het einde van de middag gaan we een condoleancebezoek brengen aan de ouders van de vriend. Ze wonen op de vijfde etage van een nog niet uitgewoonde flat in het centrum van de stad. De laatste jaren zijn ze eigenlijk niet meer naar buiten geweest vanwege de enorme luchtvervuiling. Als de voordeur open gaat stroomt het verdriet naar buiten. In alle kamers is verdriet. Het wordt een plechtige bijeenkomst, waarbij de negenentachtig jarige vader de leiding neemt. Mij bedankt voor de liefdevolle vriendschap met zijn zoon. Raki en zakdoeken worden zwijgend ingezet. Nicht Vera vertaalt simultaan zoals vriend Artan dat zou hebben gedaan. Maar hij is er niet meer en het gemis is onmetelijk. Zijn woorden van de laatste jaren komen wel terug. HOLLAND IS TO ME A SAD PARADISE. ALBANIA A JOYFUL HELL.
Klik HIER voor alle Photosophieën
Subcategorieën
Beelden Aantal artikelen: 408
Pagina 123 van 169

