Beelden (1169)
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
Een paard met een vissenstaart
Ik moest even in Kolhorn zijn. Dat ligt in de kop van Noord-Holland. Op de weg terug door de West-Friese polders zag ik in de verte dit opvallende kerkje. Het lag in het dorpje Winkel.
Het is de protestantse Lucaskerk, maar staat bekend als het witte kerkje. Het werd in 1845 in gebruik genomen.

Ooit lag Winkel (Oudnederlands voor hoek) aan de rand van de Zuiderzee en stond er op deze plek een klein kerkje. Maar dat werd al eeuwen geleden afgebroken.

Als je even goed kijkt zie je dat op de torenspits een opmerkelijke windvaan staat. Het is een paard met een vissenstaart.
Een hybridisch symbooldier, dat je in het noorden van ons land wel vaker op torenspitsen aantreft.
Volgens dominee Jaap Jonkmans zou dit wel eens een teken kunnen zijn dat ‘’alles in Gods hand’’ ligt.
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
ZWART GEVOEL
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)
Die mensen langs de Autobahn van Budapest naar Wenen
Soms met kinderen op de arm.
Driehonderd kilometer
Het regent niet
Maar dat kon wel
Die moeten eten
Die moeten slapen
Die zijn op weg naar wat
Naar een onzekere toekomst
Die worden moe
Die zijn soms nooit welkom
Driehonderd kilometer
Op de tv gaan de spelletjes door
Alles gaat door
En zij lopen
Het is ooit eerder gebeurd
Ook toen werd er weggekeken
Nu door mij
Klik HIER voor alle Photosophieën
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
Carnavaleske taferelen te Roosendaal

We zien hier uw bloghouder sjouwen met een WC-pot. Het is februari 1971. Locatie: De Molenstraat in Roosendaal Noord-Brabant. Ik werkte toen als plaatselijk verslaggever bij het Dagblad De Stem en kreeg de foto opgestuurd van Jan Hein van der Bruggen, die actief is als vrijwilliger bij het fotoarchief van inmiddels BN/De Stem. De foto is gemaakt door mijn toenmalige collega Ben Steffen.
Waarom loop ik met een WC-Pot op de Molenstraat te Roosendaal?
Per slot van rekening was ik toen al 26 jaar en vader van twee kindertjes.
Eerlijk gezegd wist ik het niet meer en ik vroeg Jan Hein of er nog meer foto’s in het archief zaten. Foto’s die licht in de Brabantse duisternis konden brengen.
Ik kreeg toen-zij het met enige reserve- onderstaande foto opgestuurd. Jan Hein dacht dat ik me daar misschien voor zou generen.

Tja. Na wat mailen heen en weer ging er een lichtje branden.
Dagblad De Stem kwam in die dagen ieder jaar met een carnavalsbijlage. En het leek mij toen een aardig idee om in die foto het hoofd van Carnavalsprins Ward I te monteren. Het liefst met een Prinsenkroon op het hoofd. Zo zou je dat carnaval een beetje kunnen relativeren. Je verzint wel eens wat nietwaar?
Ik hield namelijk niet zo van Carnaval. Mensen, die je anders nauwelijks groetten, gingen ineens met een kegel van bier om je heen hangen. En vrouwen moesten erg oppassen om tijdens het gehos later op de avond niet voortdurend betast te worden.
Tuintje
De foto is gemaakt in ons tuintje aan de Gezellelaan in Roosendaal. Het betrof hier een rijtjeshuis in een omgeving waar een zekere discipline heerste. De bewoners vonden bijvoorbeeld dat de voortuinen afgeschermd moesten worden door een hekje aan de straatkant en door coniferen om de tuintjes van elkaar te scheiden.
Let wel: identieke hekjes en identieke coniferen. Als je daar niet aan meedeed werd je beschouwd als een dissident, die gemeden moest worden.
Om ons enigszins tegen die tucht af te zetten, plaatsten we de pot in de voortuin, deden er potgrond in en lieten er bloemetjes uit groeien. Dat vonden de buren ook niet zo leuk, maar daar trokken we ons niet zoveel van aan.
Een half jaar later vertrok ik uit Roosendaal, want ik ging tot mijn grote genoegen naar De Volkskrant in Amsterdam. De pot ging mee.
In 1971 werd er nog niet gefotoshopt. Het moest allemaal gebeuren met schaar en lijmpot.
Naar de bewuste foto wordt nog gezocht en daarom hier een paar ‘gewone’ fotootjes van Prins Ward 1 (Edward Goderie), ook gemaakt door Ben Steffen.

- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
Van Uitvlucht naar Kasteel
Voorstraten vind je vooral in dorpen en stadjes op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Maar ze zijn er ook in andere provincies.
In België zijn er een paar net als in Zuid-Afrika. En er is er één op Sint Maarten in de Caraïben.
De Voorstraat, die vaak van de haven -of de dijk- naar het centrum gaat, is vrijwel altijd de belangrijkste straat.
De mooiste panden, de beste winkels, het -voormalige- raadhuis en ook een kerk.
Aan de hand van oude ansichtkaarten en recente foto’s portretteer ik een aantal van die Voorstraten.
Hoe was het en hoe ziet het er nu uit.
Nederhorst den Berg Vechtstreek
Dit is de Voorstraat in Nederhorst den Berg in de Vechtstreek van Noord-Holland. De situatie in 1953. Het tweede pand van links is het voormalig gemeentehuis.
Langs beide oevers van de Reevaart staan mooie herenhuizen en in het centrum bij de Vechtse ophaalbrug is een vrij divers winkelbestand. De vaart van twee kilometer lengte werd in 1629 aangelegd als bochtafscheiding van de kronkelende Vecht.
Gedempt & veranderd

De situatie nu is geheel veranderd. Het noordelijk deel werd in 1969 gedempt en in het begin van de jaren tachtig volgde het zuidelijk deel. Door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaaal was de vaart overbodig geworden. Bovendien was het stilstaand water.
Mijn oud VPRO-collega Tessel Blok, die in Nederhorst geboren werd en er nog steeds woont, herinnert zich dat het water goor was en dat er regelmatig ratten aan de oevers te vinden waren. Het gemeentehuis doet geen dienst meer, want Nederhorst den Berg ging in 2002 op in de nieuwe gemeente Wijdemeren.
Vechtbrug

De Voorstraat in 1910 met de karakteristieke Vechtbrug, die natuurlijk ook verdwenen is. Het hoge pand links is een nog ouder gemeentehuis dan het raadhuis op de bovenste foto. Het pand ernaast op de hoek van de Brugstraat was de burgemeesterswoning.
Muziektent
Op de plaats van de brug is nu een muziektent.
Er zijn nog wel een paar winkels in dit centrum van de Voorstraat en er is horeca met terrassen.
Centrum

Her en der zijn auto’s geparkeerd. Het maakt allemaal een wat rommelige indruk.
In het dorp is een stichting opgericht, die -een deel van- de Vecht terug wil in het dorp.
Hier wordt nogal divers op gereageerd door de inwoners.
Willibrordkerk

Eén van de meest karakteristieke bouwsels is de Willibrordkerk; in de twaalfde eeuw gebouwd als een R.K.Kerk, maar nu behorend bij de Protestantse Gemeente.
De kerk is op een zandheuvel gebouwd en dat is de berg in de plaatsnaam.
Uitvlucht
De Voorstraat telt een vrij groot aantal rijksmonumenten.
Bijvoorbeeld de voormalige dokterswoning, die De Uitvlucht heet.
Die naam zou gegeven zijn omdat er vanaf dit pand een ondergrondse gang zou lopen naar het Kasteel Nederhorst, een paar honderd meter verderop.
Maar autochtone Nederhorsters weten dat dit een Broodje Aap-verhaal is.
Kasteel Nederhorst

Even buiten het dorp staat het kastel Nederhorst. Keurig achter een druk gietijzeren hekwerk.
Het kasteel stamt uit de dertiende eeuw. Het brandde geheel uit in januari 1971. Na een restauratie volgde ruim twee jaar later de heropening. Een fors deel van het kasteel is vrij lange tijd verhuurd geweest aan Toonder Studio’s en daarom wordt het kasteel ook wel Bommelstein genoemd.
Klik HIER voor alle Voorstraten; incl. de mooiste, kortste en langste
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden
- Categorie: Beelden (1169)
W A L B R Z Y C H
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Dertig jaar geleden met gisteren samen gevallen. Uit het niks. Dit moet worden uitgelegd.
Ik hoef toch niet meer te vermelden dat ik bij de radio werkte, dat lijkt me wel duidelijk. Het gaat eigenlijk over mijn favoriete manier van werken. Bijna geen collega’s deden het zo als ik het graag wilde. Ze bereidden zich goed voor, lazen zich in (wat een vreselijke uitdrukking), en gingen goed beslagen het ijs op. Vooral met betrekking tot de buitenlandse verslaggeving had ik andere opvattingen. Atlas op een willekeurige bladzijde openslaan, blind prikken en een stip aanbrengen. Daar gaan we dan gewoon een weekje heen en komen met iets prachtigs terug. Die stijl.
Omdat bijna niemand van mijn collega’s in deze benadering iets zag, kwam het er vaak niet van, maar eerlijk is eerlijk, soms gaven ze toe. Vooral collega K.A. kon nogal moeilijk doen. Ze kwam altijd met bezwaren, wachtte een paar weken en diende hetzelfde voorstel onder een andere naam in. Alsof ze het zelf bedacht had. Om die reden begon ik een hekel aan Kwakkie te krijgen, terwijl het een heel aardige vrouw was. Ondanks dit alles ontstond de documentaire reeks DE BARD VAN KRAKAU. Estafetteploegen radiomakers trokken Europa in en moesten gaan zoeken naar muzikale talenten die nog niet door de muziekindustrie waren gevonden en verpest. Muziekgenre deed er niet toe. En al zoekende zouden we van alles tegen komen. De reeks die rechtstreeks vanaf de één of andere locatie werd uitgezonden was een groot succes. Vond ik. Vind ik.
Zo kwamen we een keer op zondag aan in een middelgrote stad in Polen. De ploeg bestond uit vijf of zes radiomakers en deze keer deed ik ter plekke de eindredactie. De eerste moeilijkheden deden zich al snel voor. We konden met geen mogelijkheid de naam van het stadje uitspreken. Walbrzych. Het kon alleen als je met twee handen in je wangen kneep en tegelijkertijd een knikker in je mond nam…
Ook het luisteren naar Polen die de uitspraak voor deden bracht geen uitkomst; ze hadden een accent, waren dronken of misten te veel tanden. De andere moeilijkheid was het gebrek aan belangstelling en de lusteloosheid bij de Polen die we aanvankelijk tegen kwamen. Niemand leek het allemaal iets te kunnen schelen. Of het eten nu te koud was of te vet, dat niemand een telefoonnummer wilde opzoeken, het ontbreken van een stadsplattegrond, overstromingen in de badkamer. Het was nu eenmaal zo en het zou ook allemaal zo blijven. Ik besloot een toespraak tot de groep te houden.
Kijk, Polen is een beladen land. Het heeft een treurige geschiedenis, begon ik aan mijn verhaal. Maar het mismoedige aan alles is, dat het steeds weer verteld wordt en we al zoveel weten. IK nodig jullie uit om nu eens met wat anders te komen, laten we gaan zoeken naar het vrolijke Polen. Als jij ook meezoekt was hun reactie. Het was zondagavond, vrijdag moest de uitzending er komen, op maandag zou ik ook gaan zoeken.
Het geluk is vaak bij me en er deed zich iets merkwaardigs voor. In mijn camper was een raamkozijn kapot gegaan en de regen zou veel kunnen verpesten. Een dit keer behulpzame Pool gaf me een adres in die stad, ook weer een adres dat niet kon worden uitgesproken. Briefje aan taxichauffeur. De kozijnenman was een aardige en sympathieke veertiger die het in een uur kon fixen. Dat zei hij tenminste en je moet proberen iets met vertrouwen tegemoet te zien. Hij had ook belangstelling voor de reden van mijn bezoek aan Polen. Gibt es in Holland keine schöne Frauen, dat soort vragen. Ik vertelde hem dat we er waren om een radio-uitzending over dit deel van Polen te maken. Hij veerde op en deelde mee dat hij wel voor een zeer exclusieve excursie kon zorgen: hunderd D-mark. Wilde niet zeggen waarheen, hij zou morgen met een busje naar ons toe komen. Had ook nog een nicht die goed kon zingen. Bard wellicht geregeld, dacht ik.

De dinsdag breekt aan, de kozijnenman repareerde het raam en nodigde ons uit om met hem mee te gaan. Ongeveer vier kilometer rijden en hij stopt voor een bergwand. We zien een kleine ijzeren deur, die hij met een sleutel opent. Dan volgt er een afdaling van zeker vijftig meter. Een gigantische fabriekshal. Honderd bij honderd zeker. Er zijn ook zijgangen, maar die zijn dichtgemetseld. De kozijnenman vertelt. Adolf Hitler liet hier in '41 of '42 door tienduizenden krijgsgevangenen een ondergrondse fabriek bouwen, waar vliegtuigen werden geassembleerd. Honderden arbeiders verloren hier hun leven. Toen de oorlog door hem verloren werd viel het complex in handen van de Polen. Die besloten om alles grondig af te sluiten, min of meer te verbergen om geen toeristen en pottenkijkers naar Walbrzych te lokken. Het complex lag er zo al veertig jaar verlaten bij. Hij gaf toestemming om dit verhaal op de Nederlandse radio te brengen, maar we moesten beloven dat we nooit zouden zeggen waar in Polen deze fabriek onder grond zich bevond. Walbrzych had al genoeg aan zichzelf.
Dit was dus zo’n dertig jaar geleden.
Eergisternacht. Tegen twaalven gaat de telefoon. Zoon Valentijn. Kan niet slapen want hij heeft rare berichten gelezen. Waar vraag ik hem. Later, antwoordt hij. Misschien moeten we vannacht nog weg. In het algemeen spreekt hij met vaste stem, maar nu hoor ik toch iets van opwinding. Praat maar Valentijn.
Laat ik hier beginnen, zegt hij. Jaren geleden hebben jij en ik een uitje gemaakt naar Peenemünde in Noord Duitsland aan de Oostzee. Dat was de raketbasis waar Werner von Braun zijn proeven deed met de V1 en V2, raketten die later door Hitler werden gebruikt om in de tweede wereldoorlog Engeland mee te bestoken. We zijn daar met een auto naar toe gereden en bezichtigden de expositieruimte. Wij voelden allebei op onze klompen aan, dat men ons maar een mouw aannaaide, hier was helemaal geen ruimte voor lanceringen etc. We verlieten de toeristengroep en verplaatsten ons drie kilometer in noordelijke richting. Slagbomen negeerden we gewoon. UREN hebben we toen doorgebracht tussen oude lanceerplatforms, honderden legervoertuigen, zendapparatuur. Toezicht was er niet en we wisten : dit was de speeltuin van Werner von Braun.
Toen we in de namiddag met allerlei historische spullen het terrein af reden en werden tegengehouden door een paar militairen, zei ik alleen maar Wir mussen durch, mein Vater ist Archeolog. We mochten weg.
Pa, ik heb je daar beter leren kennen en heb er voor altijd het gevoel aan over gehouden dat geen zee ons te hoog gaat. Het is ook daarom dat ik je nu bel. Ik heb via via te horen gekregen dat Adolf Hitler een complete trein met kunstschatten in de grond ergens in Polen heeft laten verdwijnen. Twee bodemonderzoekers zeggen te weten waar die trein zich bevindt en onderhandelen met de Poolse regering over hun vindloon. Ze willen niet zeggen waar exact de ondergrondse opslagplaats is, maar noemen wel steeds de naam van een stad.
WALBRZYCH, Peter, WALBRZYCH. Daar was jij toch ooit?
Klik HIER voor alle Photosophieën
Subcategorieën
Beelden Aantal artikelen: 408
Pagina 124 van 169

