Reizen (518)

 

 

Een couppoging in het Paradijs

 (Door Rolf Weijburg)

De toegenomen repressie in de Seychellen kon worden verklaard uit de niet geheel onterechte angst voor een staatsgreep. Het nieuwe socialistische regime van France-Albert René had zich, sinds het in 1977 zelf door een coup aan de macht was gekomen, al diverse malen geconfronteerd gezien met overigens telkens in de kiem gesmoorde countercouppogingen.
      Toen echter op 25 november 1981 de coupdreiging harde werkelijkheid werd, was het regime dusdanig verbouwereerd dat het er zelfs een boek over publiceerde.

          

Een gecharterde Fokker van Royal Swazi Air landde die dag vlak voor zonsondergang op het internationale vliegveld van Mahé. Aan boord zaten  43 rugbyers op vakantie. Ze waren allen lid van een weldadigheidsorganisatie annex bierliefhebbersclub die zich de Ancient Order of Froth Blowers (AOFB) noemde en droegen grote tassen vol speelgoed met zich mee dat ze in weeshuizen wilden uitdelen.
      De doorgang door de douane verliep zonder problemen, totdat, toen er nog slechts twee rugbyers stonden te wachten, een douanier besloot om eens wat verder in de meegesleepte tassen te kijken. In een dubbele bodem onder al het speelgoed vond hij tot zijn schrik een AK-47 machinegeweer. In paniek sloeg hij groot alarm, waarop de huurlingen, want dat waren de rugbyers, hun tassen openden en hun Kalasjnikovs begonnen leeg te schieten. Een vuurgevecht dat bijna zes uur duurde volgde.
      Het nabijgelegen militaire kamp Pointe Larue werd aangevallen maar de aanval werd afgeslagen. Het leger omsingelde het vliegveld, pantservoertuigen verschenen op de landingsbaan, de gecharterde Fokker werd onklaar geschoten. President René kondigde de noodtoestand af. De huurlingen namen ruim zeventig mensen in gijzeling, een militair en een huurling stierven, enkele gijzelaars, maar ook enkele huurlingen raakten gewond.

Kaping

Terwijl de gevechten aan de gang waren, meldde een Boeing 707 van Air India dat op weg was van Harare naar Bombay zich voor een geplande tussenlanding om brandstof te tanken. De huurlingen die zojuist de controletoren hadden bezet, gaven het toestel toestemming om te landen. Het raakte net een vrachtwagen die de militairen op de landingsbaan hadden geparkeerd, maar kwam veilig tot stilstand.
      Het vliegtuig werd gekaapt en de huurlingen dwongen de piloot naar Durban in Zuid Afrika te vliegen. Zes huurlingen, allen behorend tot een aparte groep die afzonderlijk in de dagen daarvoor naar de Seychellen was afgereisd, bleven achter en werden gearresteerd.
      De 43 huurlingen in het Air India vliegtuig werden in Durban direct na de landing opgepakt, maar een week later werd iedereen in vrijheid gesteld.
In feite waren de meeste huurlingen leden van Zuid Afrikaanse elitetroepen aangevuld met een enkele Brit en wat oud-strijders uit voormalig Rhodesië.

Mike Hoare

De coup werd geleid door Mike Hoare, alias Mad Mike, een beruchte huurling die zijn sporen had verdiend tijdens de Katanga oorlog. Opdrachtgever was de Zuid Afrikaanse Geheime Dienst, die op instigatie van invloedrijke aanhangers van de verbannen eerste president van de Seychellen James Mancham, de Seychelse vleierij met het socialisme door een coup probeerde te beëindigen.
      Na hoogoplopend internationaal protest werd de groep weer opgepakt en uiteindelijk veroordeeld. Mike Hoare kreeg tien jaar cel die hij ook daadwerkelijk uitzat, alle anderen werden na drie maanden stilletjes vrijgelaten. In de Seychellen lagen de straffen hoger: vier van de huurlingen kregen de doodstraf, één twintig en één tien jaar gevangenis.
      Uiteindelijk verleende President René mede door bemiddeling van Bisschop Desmond Tutu, iedereen, de ter dood veroordeelden incluis, na twee en een half jaar gratie en werden de mannen vrijgelaten.

  

DOCUMENTS

 


CONFISCATED MATERIAL

 


CONFISCATED WEAPONS

 


VICTIMS OF THE AGRESSION

 


INTERNATIONAL SOLIDARITY

 

 

Ik vond het boek “White Paper on Aggression of November 25th 1981 against the Republic of Seychelles” in 1986 in Victoria’s enige boekwinkel. Er lag nog een flinke stapel op de onderste plank van een stoffige kast die verder was gevuld met kinderboeken en tijdschriften.
      Het is een fascinerend document, maar slecht en inderhaast uitgegeven met grijzige foto’s en vage kopieën van immigratieformulieren en relevante paspoortpagina’s van alle betrokken. Hier en daar  is een pagina op z’n kop afgedrukt. Het boek werd nog maar nauwelijks verkocht.
      Het zou zomaar kunnen dat de boeken die Mike Hoare - die inmiddels 98 is en in Zuid Frankrijk woont - en partner in crime Aubrey Brooks - één van de ter dood veroordeelden -  schreven over de couppoging, beter hebben verkocht.

   

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 Klik HIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2004 

En dan met een brok in zijn keel: "Hij is een lieve jongen. Heel lief''..

Een bloedstollend mooie tocht

 

Geel & modderig

De monding van de Essequibo River bij Parika -ten westen van Georgetown de hoofdstad van Guyana in Zuid-Amerika- is tien kilometer breed. 
      Er liggen verspreid in die monding talloze eilandjes. Het water is geel en modderig. 
Ik zit met een zwemvest om in een soort sloep. Samen met René van Dongen, een Nederlander die hier voor Unicef werkt. 
      De piloot is een goedlachse jongeman , die -als het even kan- zijn 150 PK motor op volle toeren jaagt. 
Het is een enerverende tocht van zo’n 50 minuten voordat we bij de kust in de buurt van Spring Garden aanmeren.

 

Reservaat in het groen

We zijn op weg naar het Indianenreservaat Santa Rosa in het noordwesten van deze voormalige Nederlandse en Engelse kolonie. 
      De mensen spreken hier Engels met een tongval die verrassend goed te volgen is. 
We hebben speciale toestemming gekregen van het Ministerie van Indianenzaken om deze reis te maken. 
      René is al eens in dit gebied actief geweest en het helpt dat zijn vrouw uit Trinidad op dat Ministerie werkt.

 

Moruka River

We nemen een taxi en rijden naar het plaatsje Charity. ‘Nu begint het pas echt’, zegt René . 
      Opnieuw klimmen we in zo’n bootje met buitenboordmotor. 
Zes Indianen gaan met ons mee. Ze hebben heel veel spullen bij zich. Gekocht op de Stabroekmarkt in Georgetown.

We verlaten de Pomeroon River en gaan de Atlantische Oceaan op. Een half uurtje vaart het bootje met een snelheid van zestig kilometer per uur.
      Dan bereiken we de monding van de smalle Moruka River. De tocht wordt nu bloedstollend mooi. 
Nog zo’n drie uur varen en dan bereiken we het plaatsje Moruka, dat ’t centrum is van het Santa Rosa Reservaat.

 

Huatzin
Het water is pikzwart. 
      Mangrovebomen zijn er met luchtwortels. 
En overal krijsen de meest exotische vogels, waaronder de Huatzin, de nationale vogel van Guyana. 

Het landschap verandert langzaam in Savannen met wetlands. 
      De rivier wordt soms een moeras, waar de piloot heel langzaam en behoedzaam moet varen. 
Hij kent de rivier goed, want hij heeft deze tocht vaker gemaakt. 
      Hij rept over een Mocco-Mocco vegetatie.

 

Uitgeholde boomstammen

  Wij stoppen twee keer om een paar Indianen uit te laten. 

      De boot kan hier niet aanmeren zodat de mensen met al hun spullen door het water moeten waden. 
Soms komen we Indianen tegen in uitgeholde boomstammen. De piloot neemt dan gas terug en groet vriendelijk. 
      Alles is rustig; alles is vredig.
We bereiken het dorpje en kunnen terecht in een zeer eenvoudige lodge aan de rivier. Zo'n twee kilometer buiten het plaatsje.
      
Kleine kamertjes met kreupele bedden. 
Geen elektriciteit is hier en uit de kraan komt een klein straaltje koud water.

 

Amerindians

De volgende dag soppen we langs de rivier naar Moruka. 
      Amerindians wonen hier. WaiWai’s en Arawaks. 
      Zo’n 15.000 in het hele reservaat. In het dorpje wonen de mensen in eenvoudige huisjes. 
Ze hebben een stukje grond en zijn zelfvoorzienend.

 

Uncle Basil

Op het plaatselijke marktje zijn vooral de eerste levensbehoeftes te koop. 
      Vanuit omringende dorpen zijn de mensen met hun boomstammen over de riviertjes naar hier gekomen om spulletjes te verkopen. 
Er is een school en er is een kerk. De Katholieke Missie heeft ook in dit afgelegen gebied zijn sporen nagelaten.

De meest kleurrijke inwoner van Moruka is Uncle Basil. Een leraar, een dichter en een singer-songwriter. 
      Hij maakt teksten over de Amerindians. Over de cultuur en de tradities. Maar ook over het verloren gaan van die tradities. 
Het dorp ligt relatief dicht bij de kust en omdat steeds meer bootjes worden uitgerust met motoren komt de jeugd vaker in aanraking met andere culturen. 
      Ze gaan dat volgens Uncle Basul steeds meer kopiëren en verloochenen zo hun eigen cultuur.
Hij pakt een gitaar en gaat zingen. Mooi, enigszins gedragen. Soms met een snik in zijn stem. 
      Hij heeft een zeer zwaar gehandicapte zoon van twintig. De jongen kan niet lopen en niet praten. Hij kruipt plat op zijn buik zijn kamertje uit om naar zijn vader te luisteren. 
      ''Dat doet hij altijd'', zegt Uncle Basil. ''Hij vindt het niet alleen mooi; het lijkt wel alsof ook hij wil vechter voor het behoud van onze tradities, onze zeden en gewoonten.  Bovendien heeft hij in de gaten dat er bezoek is''.

En dan met een brok in zijn keel: "Hij is een lieve jongen. Heel lief''.    

 

 
(Eerder geplaatst 02-09-'11)

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana

 

 

Zomer 1968/ Herfst 2009

''Ik heb jullie vertroeteld alsof jullie mijn eigen kindern waren''

Jong, naïef & twee maanden zwanger

Geen tent; geen kleren;geen voedsel 

Genereus aanbod 

Omstreden vertrek 

 41 jaar later

  

(Eerder geplaatst 25-11-'09)

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische

 

 

 

 

 
Gerommel in het paradijs

(Door Rolf Weijburg)

Het paradijselijke imago van de Seychelles dat de wereld werd voorgeschoteld was slechts een dun laagje aan de buitenkant van een land dat zijn onschuld allang had verloren.


Couppogingen

Tijdens een staatsgreep in 1977, een jaar na de onafhankelijkheid, greep premier France-Albert René de macht.
      Het nieuwe regime werd herhaaldelijk geconfronteerd met couppogingen waardoor de paranoia toenam en René zich ging omringen met Tanzaniaanse militairen en Noord Koreaanse elitetroepen.
      Tegelijkertijd werd de repressie steeds groter.

Het was maart 1986.

Ik had de hele dag door het zuidelijk deel van Mahé eiland gelift en gelopen. Ik had geluncht in een klein restaurant aan de Anse aux Poules Bleues.
      De kippen liepen er los en waren blauw geverfd.
De Belgische uitbater, een persoonlijke vriend van President René, had me trots een reeks littekens laten zien die diagonaal over zijn borst liepen.
      “Mitrailleurkogels uit mijn huurlingentijd”, had hij grijnzend verkondigd.

Aan het eind van de middag was ik beland op het fraaie strand van Anse Royale waar talloze kinderen verkoeling zochten in het lauwe water.
      Ik was op zoek naar bier voor de dorst.
Seybrew heet dat hier, en omdat er buiten de hotels nauwelijks bars of cafés waren, dronken de mensen het in de winkels.

Er stond zo’n winkeltje langs de weg, ik liep er naar binnen en bestelde een biertje. Ik was de enige klant. De dame achter de toonbank schoof me een koele Seybrew toe en begon een praatje.
      Eerst voorzichtig informerend maar al gauw als een waterval.  
Of ik die groepjes Noord-Koreanen niet had gezien die alles hier in de gaten hielden.

“Beesten zijn het. Ze moeten president René in het zadel houden en in ruil daarvoor mag Noord-Korea alle vis uit onze wateren vissen. Zo blijft er voor ons niks over. En kijkt U eens naar uzelf, U staat hier te drinken omdat de regering bang is voor opstandjes als er gewone bars zouden zijn. De regering is bang en wij zijn de dupe. Om zes uur is alles gesloten en verlaten op Mahé, dan durft niemand meer op straat uit angst voor de Noord-Koreanen die je ondervragen, je slaan soms, of erger. Ik wil hier zo graag weg. Naar mijn kinderen. Naar Engeland, daar hebben we ze van ons gespaarde geld naar toe kunnen sturen. Als ze hier waren gebleven hadden ze op veertienjarige leeftijd naar Saint Anne Island moeten gaan, waar ze twee jaar lang gedrild en gehersenspoeld en tot robots van de regering zouden worden gemaakt. National Youth Service heet dat, maar onder het mom van Dienst aan de Natie is het gewoon een strafkamp. Een jeugdgevangenis. En als ze er dan na twee jaar uit waren gekomen hadden ze nog niet eens zelf een baan of beroep mogen kiezen. Dat bepaalt de regering. En de rest van de wereld denkt dat dit het paradijs is?”

Er kwam nog een klant binnen. Angstig keek de dame naar de donkere schaduw in het felle licht van de deuropening. De man bestelde een bier, ik dronk mijn flesje leeg, betaalde en wilde de deur uitlopen.

“Hey Mister”.

De nieuwe klant pakte het ingelijste portretje van president René dat hier overal verplicht aan de muur hing, en veegde het langs zijn achterste.

“Welcome to Seychelles!” 

France-Albert René (1935), zoon van plantagehouders, zogenaamde Grands Blancs, op het verre Farquhar Island, studeerde rechten in Londen en keerde in 1958 terug naar de Seychellen waar hij als advocaat aan het werk ging.
      Hij was oprichter van de SPUP, de Seychelles People’s United Party en in 1976 werd René premier onder de eerste president van een onafhankelijk Seychelles, James Mancham.

      Ontevreden met het bewind van Mancham die werd verweten een dandy te zijn die zich slechts wilde inzetten voor feesten en braspartijen voor de internationale jetset en vaker in het buitenland was dan in de Seychellen, pleegden in juni 1977 militante aanhangers van de SPUP die in het Tanzania van Julius Nyerere waren opgeleid, een coup terwijl President Mancham voor een congres in Londen was. Hoewel René altijd heeft volgehouden niet op de hoogte te zijn geweest van de op handen zijnde staatsgreep, liet hij zich gewillig tot president uitroepen.

      Binnen een jaar hadden de Seychellen een nieuwe grondwet waarin de president belangrijke bevoegdheden kreeg toebedeeld en het land officieel een eenpartijstaat werd. Onzeker van hun toekomst ontvluchtten vele, vooral rijke, Seychellers het land terwijl de rest van de bevolking te maken kreeg met avondklokken, intimidatie en repressie.

      Meerdere couppogingen volgden, ditmaal opgezet door aanhangers van Mancham die in Londen in ballingschap was gegaan, maar ze werden telkenmaal in de kiem gesmoord. Ook Amerika werd verdacht van een couppoging omdat het ''t socialistische regime een gevaar achtte voor zijn net operationeel geworden basis op Diego Garcia in  het British Indian Ocean Territory ten oosten van de Seychellen.

Kortom: het rommelde flink in het paradijs.

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 Klik HIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 1993

"Sorry!: Ik ben er niet helemaal bij. Vorige week heb ik mijn vriend begraven’’

Amsterdam-Athene-Larnaca

Wij zijn nog geen tien minuten in de lucht, de gordels zijn net los en de eerste consumptie moet nog komen. De mevrouw naast me is bleek. Ze is ook nerveus. Laat de tas vallen als ze die in het bagagedepot wil leggen. ‘’Sorry’’, zeg ze. 
      Het KLM-toestel zit vol. We zitten in het middendeel van de Economy-Class. Vijf stoelen. Zij zit aan het gangpad, ik ernaast. Collega Klaas Vos zit in het midden. We gaan naar Larnaca Cyprus, maar maken een tussenstop in Athene.

‘’Sorry’’, zegt ze nog een keer. ‘’Ik ben er niet helemaal bij. Vorige week heb ik mijn vriend begraven’’.

Zo. Dat heb ik weer. Altijd in vliegtuigen. 
       Ik kijk haar aan. Een jaar of 45/50. Vrij lang. Volslank. Verzorgd gekleed. 
‘’Ik ga naar mijn zuster’’, vervolgt ze. ‘’Zij heeft me uitgenodigd om bij te komen. Ze woont al heel lang in Athene. Ik kan goed met haar opschieten. Daar kan ik uithuilen’’.

      ‘’Ik zal me even voorstellen’’, zegt ze. ‘’Jolande. Niet Jolanda. En mijn psychiater heeft me aangeraden om er vooral niet over te zwijgen. Praat er maar over, zei hij. Als je een willig oor vindt, kan dat geen kwaad’’.

‘’Ik ben een willig oor, Jolande. Wat is er gebeurd? Hoe is het zo gekomen?’’.

      ‘’Het begon zes jaar geleden. We waren nog niet eens zo lang samen. Hevige buikpijn. Krampen. Niets meer binnen kunnen houden. En het ergste: bloed in de ontlasting’’.

Ze praat monotoon. Legt vrijwel nergens klemtonen. Kijkt mij ook nauwelijks aan, maar staart voor zich uit.

‘’De huisarts verwees hem nadat hij zijn klachten had verteld direct naar de maag-darmspecialist. Er volgde een darmonderzoek, waarbij ze weefsel wegnamen. En toen ging het snel, want hij had kanker. Dikkedarmkanker’’.

Ze wendt zich even terzijde. Neemt mij op en lijkt zich af te vragen hoe ver ze kan gaan. 

‘’Wil je iets drinken Jolande? Ik haal wel even wat’’.

“Nee’’, zegt ze. ‘’Hij moest geopereerd worden. Ze moesten de buik openen en de tumor weghalen. Lymfeklieren en bloedvaten in die buurt moesten ook weg. De specialist legde het goed uit. Ik was erbij. Dat was in zekere zin wel prettig. Maar mijn vriend had 't er moeilijk mee. Hij was zijn hele leven al een hypochonder. En nu was het echt zo ver. Eigenlijk nog in de bloei van zijn leven. 45 jaar. Hij vroeg zich direct af of hij dit allemaal zou overleven. Maar daar kon die dokter natuurlijk ook geen uitspraak over doen. We zijn er redelijk vroeg bij, zei hij. Dat scheelt. Maar nogmaals; een voorspelling kan ik niet doen’’.

‘’En?’’, vraag ik. ‘’Hoe ging die operatie?’’

‘’Goed’’, zegt ze. ‘’Heel goed. Na een tijdje ging hij weer werken en werd een beetje vrolijker. We hadden veel aandacht voor elkaar, want kinderen hebben we niet. Eigenlijk hadden we een hele mooie tijd’’.

Ze zegt het met enige reserve. En ik weet dat er meer komt. Veel meer en nog veel meer ellende.

‘’Ik ga even een drankje halen’’.

We vliegen al zo’n twee uur. Nog anderhalf uur. Zij gaat daar de tijd mee volmaken. Ach, als het haar helpt wil ik daar graag aan meewerken. Zij heeft intussen bedacht dat ze mij ook maar eens wat moet vragen dus: ‘’Je gaat naar Cyprus. Wat gaan jullie daar doen? Vakantie?’’

‘’Nee. We gaan naar Nicosia en gaan ook naar Noord-Cyprus. Een radioprogramma maken over de laatste Muur in Europa’’.

Maar ze luistert nauwelijks en gaat direct weer door. Dreunend. Repeterend. Alsof ze in een soort trance is.

      ’Na twee jaar kreeg hij weer klachten. Het was teruggekeerd. Hij werd opnieuw geopereerd. Maar nu waren er complicaties. Een stoma. En die moest blijven. Verder kon hij nauwelijks eten. En toen kreeg hij na een tijdje ook nog een longontsteking. Het was vreselijk allemaal. Hij zag het niet meer. Wilde het liefst dat er maar een eind aan kwam. En ja. Wat moet je dan?’’

      ‘’En?’’, zeg ik. ‘’Wat moest je?’’

‘’We gingen weer naar die specialist. Om te informeren of er nog iets te redden viel. Hij zei dat chemotherapie nog een mogelijkheid was. Niet om te genezen, maar om het hele proces te verlichten. Een soort palliatieve behandeling. Maar dat zou ook bijwerkingen kunnen geven”.

Ze kijkt naar buiten. Merkt dat het toestel aan het dalen is. En zegt

‘’Enfin. Hij heeft dat laten doen. Maar er waren bijwerkingen. Veel bijwerkingen. Geen kwaliteit van leven meer. En zo hebben we er op ’t laatst een eind aan laten maken. Iedereen zegt altijd dat zoiets wel mooi is. Nou, Ik vond er geen moer aan. Geen rooie rotmoer’’.

     

    Uit: Stranger than paradise

 (Eerder geplaatst 26-02-'17)


Ontmoetingen in de lucht:
 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan


 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh