Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
‘’Französische Scheisse”
Het was in het najaar van 1981. Wij gingen met onze kinderen Babette & Rutger, die toen 12 en 11 jaar waren een paar dagen naar Berlijn in mijn Citroën CX Prestige. Het was natuurlijk nog voor de val van De Muur;
Je moest dan via de transitroute A2 (Hannover-Berlijn) een groot deel door de DDR (Deutsche Demokratische Republik) rijden. Bij de grensovergang Checkpoint Alpha (Helmstedt-Marienborn) kreeg je een stempeltje en als je West-Berlijn verliet kreeg je opnieuw een stempeltje bij checkpoint Bravo (Drewitz-Dreilinden).
Het was streng verboden om die weg te verlaten. Daar werd scherp op toegezien.
Maar de auto ging kuren vertonen; de temperatuur liep op en toen had ik ineens een kokende motor. Ik stuurde de auto de vluchtstrook op. Vrijwel onmiddellijk verscheen er politie, die mij aanmaande om door te rijden. Toen duidelijk werd dat dit niet ging werd een soort Oost-Duitse ANWB gebeld. De monteur arriveerde, ging mokkend aan de slag, moest moeilijke toeren uithalen en riep toen -gewend aan Lada en Trabant- naar de politieman: ‘’Französische Scheisse”.
De wagen moest naar een garage. Maar dat mocht zomaar niet. Er werd gebeld met iemand van het Ministerie van Staatsveiligheid. Die patrouilleerden -zo leerde ik- daar op de weg.
De monteur takelde mijn auto omhoog en reed naar de dichtstbijzijnde garage. Gevolgd door de politieman en de inmiddels gearriveerde staatsveiligheidsambtenaar. Onder het toeziend oog van beide heren ging hij aan de slag waarbij hij nog diverse keren Französische Scheisse liet horen.
Maar het euvel werd verholpen en daarna werden we weer onder begeleiding van de Staatsveiligheidsdienst naar de autoweg geholpen.
Het bezoek aan West- en trouwens ook Oost-Berlijn verliep daarna uitermate plezierig.
Hoewel!
Wij logeerden in het Petit Hotel aan de Kurfürstendamm. Het was niet zo simpel om in die buurt te parkeren.
Maar... ik had een goede plaats gevonden. Dacht ik.
Wij deden alles per metro. Gingen ook naar Alexanderplatz in Oost-Berlijn.
Na een paar dagen wilde ik iets uit de auto halen.
Helaas! De auto was verdwenen.
Wij gingen naar het politiebureau vlakbij de Zoo. Daar leerden we dat de auto niet was gestolen, maar weggesleept,
Als we de boete contant zouden betalen, kregen we een briefje waar de auto was neergezet.
Het was in een verre buitenwijk. We gingen met de metro en moesten toen nog een behoorlijk eind lopen.
Verder was het een fijne en leerzame reis.
De terugtocht verliep zowaar zonder problemen.. .

- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 2003
Hooligans & Gentlemen uit Samoa
Er is een gevleugeld gezegde over Rugby: De spelers zien eruit als hooligans maar spelen als gentlemen.

In maart 2003 zat ik in het vliegtuig op weg van Wellington in Nieuw Zeeland naar Hong Kong in China. We maakten een tussenlanding in Auckland en daar stapte een zeer donker gezelschap keurig uniform geklede mannen in. Ze waren bijna allemaal heel groot en stevig gebouwd.
Er ging er één naast me zitten. Een prachtig atleet. Mooie man. Gebeeldhouwd gezicht. Gentleman en absoluut geen hooligan. De stewardess van New Zealand Airlines kende hem. Zij gaf hem een knipoog en een glaasje Jus d’Orange, dat hij in heel kleine teugjes op dronk.
‘Joe’, zei hij. ‘Ik ben Joe’.
Wie zij waren, vroeg ik maar eens.
Zij waren het nationale Rugbyteam van Samoa, een eilandje in de Stille Zuidzee, zo‘n 3.000 kilometer boven Nieuw Zeeland. Zij gingen via Hong Kong naar Engeland, waar ze een paar oefenwedstrijden zouden spelen ter voorbereiding op het wereldkampioenschap dat een paar maanden later in Australië zou worden gehouden.
‘SAMOA!’.
Wat wist ik van Samoa?
Eerlijk gezegd wist ik heel weinig van Samoa. Jawel een eiland in de Stille Zuidzee. En ooit had ik een recept uit Samoa gevonden voor geflambeerde vleermuizen, die ik uit Singapore mee naar huis had genomen, omdat ik dacht dat het om paddenstoelen ging. REIZEN 103
Het leek me niet zo gepast om direct over die vleermuizen te beginnen, dus suggereerde ik dat Samoa wel een oude Engelse kolonie zou zijn, omdat zij kennelijk heel goed waren in rugby.
Joe moest daar een beetje om lachen.
‘Nee’ zei hij. ’Wij zijn in een ver verleden Duits geweest’.
‘Waarom is rugby dan zo populair?'
‘Heel eenvoudig’, zei Joe. ‘Na de eerste wereldoorlog zijn wij een tijd bezet geweest door Nieuw-Zeeland. Zij hebben die sport bij ons geïntroduceerd. En wij bleken er goed in. Zelf ging ik bijvoorbeeld al in Nieuw-Zeeland spelen toen ik twaalf jaar was. Die competitie daar is erg sterk. Maar de competitie in Engeland is nog sterker. En daar speel ik al drie jaar. Het bevalt me goed. Ik heb nu een Engelse vrouw en een dochtertje. Ook het leven in Engeland -vooral Londen- is goed en afwisselend. Ik bedoel… Nieuw-Zeeland is eh… niet zo spannend‘. Hij keek naar de stewardess, die alweer vroeg of hij iets nodig had.
Of ze een kans zouden maken daar op dat kampioenschap in Australië?
‘Nee’, zei Joe.
‘Nieuw-Zeeland gaat waarschijnlijk winnen. En weet je waarom? Er doen diverse spelers uit Samoa mee. Die hebben zich voor een behoorlijk bedrag laten naturaliseren. Mij hebben ze dat ook gevraagd, maar ik heb het geweigerd. ’Andersom spelen er bij ons een paar Nieuw-Zeelanders mee, maar ja dat zijn niet de besten.’
In het vliegtuig zaten zo’n twintig passagiers met mondkapjes voor. Ruim een week eerder was de SARS-epidemie in Hong Kong uitgebroken en op dat moment was nog absoluut niet duidelijk hoe erg het zou worden. Een uur voordat we zouden landen kregen ook alle spelers en begeleiders van het rugbyteam een mondkapje uitgereikt.
‘Sorry’, zei Joe glimlachend.
‘Succes’, zei ik.
Over vleermuizen hebben we het niet meer gehad.
P.S.
Samoa eindigde in 2003 op het wereldkampioenschap als derde in zijn poule en werd daarmee in de eerste ronde uitgeschakeld. Het verloor toen van Engeland en Zuid- Afrika en won van Uruquay en Georgië .
Nieuw-Zeeland werd derde en Engeland wereldkampioen.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
TaalsTaaltjes voor de radio

Frans Hertoghs was ‘een leven lang’ in Nederland leraar Nederlands. In 1995 -toen hij al drie grote kinderen had- gaf hij een opmerkelijke draai aan zijn leven.
Met zijn nieuwe veel jongere vrouw Maud vertrok hij naar Nieuw-Zeeland en vestigde zich op een wonderbaarlijk mooie plek in de Marlborough Sounds aan de noordzijde van het Zuidereiland.
Daar werden nog eens drie kinderen geboren.
Hij schrijft proza en poëzie en heeft voor SBS Dutch In Australië en Nieuw-Zeeland een column onder de titel TaalsTaaltjes.
Hij heeft hij er inmiddels meer dan 1.000 voorgelezen. Dat hij zijn Nederlands bepaald niet verleerd is, blijkt uit deze bijdrage.
UKKEL & Z'N UKKELAARS
Een inwoner van Zeeland heet een Zeeuw. Een inwoner van Nieuw-Zeeland daarentegen een Nieuw-Zeelander. Maar hoe heet een inwoner van Bangkok: is dat misschien een Bangkokker? Bangkokkaan? Of zelfs een Bangekok?
Zoals elke taal heeft het Nederlands een heel systeem om de inwoners te noemen naar de plaatsen waar ze wonen. Dat doet het Nederlands met achtervoegsels. En achtervoegsels zijn woorddelen die op zich geen enkele betekenis hebben maar die de betekenis ervan veranderen van het woord waar ze achter staan. Zo duidt het achtervoegsel -aan vaak de bewoner van een plaats aan.
Iemand die in Amerika woont is een Amerik-aan, net zoals een inwoner van Bolivia een Bolivi-aan is. En op dezelfde manier kennen we Arubanen, Afrikanen, Bahamanen, Corsicanen, Costaricanen, Cubanen, Gambianen, Javanen, Jamaicanen, Kenianen, Koreanen, Liberianen, Nicaraguanen, Samoanen, Srilankanen, Tonganen, en Zambianen.
Krijgen inwoners van plaatsen die op een -a eindigen in het Nederlands dus altijd het achtervoegsel -aan? Hoho, dan onderschat u de taal toch wel een beetje. Want in taal is niets automatisch of logisch.
Het is namelijk ook heel gewoon om de inwoners van een plaats die eindigt op -a aan te duiden met het achtervoegsel -ees. In Canada wonen Canadezen, in China Chinezen en op Malta vinden we heel wat Maltezen. Die zijn in het taalkundige gezelschap van Andorrezen, Guyanezen, Havanezen, Luandezen, Oegandezen en Panamezen.
LIMENEN & ANKARIOTEN
Soms gebruiken we geen -aan of -ees, maar dan verlengen we de plaats op -a met het achtervoegsel -er, zoals in Limaër, Accraër, Sint-Helener of Eritreeër. Of we schrappen de hele uitgang -a en vervangen we die door -er: zo leven er in India Indiërs (en geen Indiaërs of Indianen) en in Attica zelfs Attiërs. In Lima wonen Limenen en in Ankara zelfs Ankarioten. En waarom wonen er in Europa geen Europanen en wel Europeanen, die we ook Europeeërs mogen noemen?
Er komen niet alleen lettergrepen bij, soms verdwijnen ze spoorloos. Een bewoner van Antarctica heet geen Antarcticaan maar een Antarctiër, en een bewoner van Botswana heet een Botswaan en geen Botswanaan, zoals we zouden mogen hopen. En als u niet wist hoe een een inwoner van Guatemala heette, zou u dan op het correcte Guatemalteek gekomen zijn?
Wist u dat een inwoner van Addis Abeba mag kiezen tussen Addis Abebaër en een verrassende Addis Abebiet?
De verwarring is mooi zichtbaar bij een inwoner van Breda die volgens de Nederlandse Spraakkunst aanspraak mag maken op niet minder dan drie correcte aanduidingen: Bredanaar, Bredaënaar, en Bredaër. Volgens bovenstaande voorbeelden had hij ook kunnen heten: Bredaan, Bredees, Bredeen, Breteek, Brediet en zelfs Bredioot.
AQUITANEN & SPANJOLEN
Gaat het u intussen ook al duizelen? Nou, de Nederlanders kennelijk ook want bij een flink aantal minder gebruikelijke namen op -a hebben ze de moed volledig opgegeven. Bij inwoners van Bermuda, Suva en Dhaka bijvoorbeeld staat aangegeven: omschrijving. Daar is dus geen officieel woord voor een bewoner en die moeten we noodgedwongen aanduiden met bijvoorbeeld bewoner van Suva of inwoner van Bermuda.
Waarom heet een inwoner van Australië een Australiër en waarom noemen we een inwoner van Aquitanië een Aquitaan? En waarom heet iemand uit Arabië dan geen Arabiër of Araab maar een Arabier? En waarom wonen er in Spanje naast Spanjaarden ook Spanjolen?
Wat ik altijd prachtig vind zijn de drie- of vierletter-namen, die erop duiden dat de naam van het land is afgeleid van de bevolking en niet andersom. In Jutland, Rusland, Denemarken en Noorwegen wonen dus geen Jutlanders, Ruslanders, Denemarkers en Noorwegenaars, maar Jutten, Russen, Denen en Noren.
Griekenland herbergt veel Grieken. En consequent zijn we allerminst. Zo wonen in Oostenrijk Oostenrijkers maar in Frankrijk Fransen. En de allermooiste korte vorm tref je aan in Groot Brittannië, waar geen Groot-Brittanniërs wonen maar gewoon Britten.
Zulke dingen vind ik nou leuk. De Nederlandse taal produceert uitgangen waar je nooit op zou komen en die doordat ze in de Algemene Nederlandse Spraakkunst vermeld staan ineens een heleboel onlogische vormen in onze toch al zo rijke taal binnenhalen.
Laten we eens een klein testje doen en kijken hoe goed uw kennis van die woordenrijkdom is. Ik noem eerst de plaats op en u raadt wat het officiële woord is. Laten we met het buitenland beginnen.
Op de Abruzzen wonen Abruzzezen, in Aden vind je Adenieten en een inwoner van Algiers is een Algierser. Had u alle drie goed? Nou, dat is dan knap want ikzelf wist geen enkele bewoner correct te benoemen.
Hier komen nog een paar mooie: In de Andes wonen Andijnen, in Azerbeidzjan wonen behalve Azerbeidzjanen Azeri, de Balearen worden bewoond door, jawel... Balearen.
Caracas huisvest voornamelijk Caracenen, en in Ivoorkust wonen Ivorianen. En door wie wordt Curaçao bewoond? Door Curaçaoërs en zelfs Curaçaoënaars!
In Kaapstad verblijven vooral Kaapstatters en Kapenaren, terwijl Cyprus en Cairo bevolkt worden door respectievelijk Cyprioten en Caïroten. La Paz herbergt natuurlijk Lapacenen, en Madrid Madrilenen. Monaco barst van de Monegasken, terwijl Sofia de voornaamste vindplaats is van alle Sofioten.
BEVERAREN & GELDROPPERS
Okee, zegt u misschien, die buitenlanden, daar weet ik niet zoveel van.
Maar ook in de Lage Landen staan we vaak voor verrassingen. Zo wonen in Assen behalve Assenaren ook Assers, terwijl in Geldrop vooral Geldroppenaren en Geldroppers wonen. En wie wonen er in Lelystad? Lelystedelingen. In Hoedekenskerke wonen geen Hoedekenskerkgangers maar Hoedekenskerkenaren. Natuurlijk wordt Beveren niet bevolkt door Bevers maar door Beveraren, Knokke telt wel een paar knokkers maar er wonen allemaal Knokkenaren, Moeskroen telt veel Moeskroenenaren, en geloof het of niet maar Ukkel wordt bewoond door echte Ukkelaars.
Zeg eens eerlijk, hoeveel had u er goed? Misschien wel meer dan ik. Wat een schitterende verwarring en wat een rijkdom aan onverwachte vondsten.
Misschien wel de allermooiste vind ik de inwoners van Bergen. Zowel in het Noord-Hollandse Bergen als in het Belgische Bergen (ook bekend als Mons) wonen natuurlijk Bergenaren.
Maar wat te denken van het Limburgse Bergen, waarvan de spraakkunst vermeldt dat de inwoners niet Bergenaren heten maar dat die omschreven moeten worden als bijvoorbeeld ‘inwoners van Bergen’. Geweldig zoiets!
Het is een voorrecht en een bijna culinair gevoel om als Nederlander te mogen leven tussen de Bangkokkers, de Addis Abebieten en de Caïroten!
Arme Ukkelaars!
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Koninklijk ''neuke'' met Maori-krijger

(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)
Hoe zich zaken kunnen omdraaien. Toen ik pas bij de VPRO-radio kwam werken, begin jaren zestig van de vorige eeuw, aten wij wel eens in de kantine van de VARA. Daar zaten de coryfeeën: Koos Postema, Wim Bosboom, Sonja Barend en nog vele anderen. Wij, de jongens en de meisjes van de VPRO, werden met de nek aangekeken of totaal genegeerd. Van een omroep die niets voorstelt en die bijna geen zendtijd had. Maar de geschiedenis zou zich spoedig daarna over ons ontfermen. Onze omroep groeide en uiteindelijk werden we even groot als die hele VARA. Ook de manier waarop er met ons werd omgegaan werd vriendelijker. Het imago verbeterde.
Het zal in het begin jaren negentig zijn geweest dat Arie Kleywegt, directeur televisie van de VPRO en afkomstig van de VARA, mij suggereerde maar eens mee te gaan met koningin Beatrix op staatsbezoek. Niet vreemd doen, zei hij er wel bij. Hare majesteit zou binnenkort op bezoek gaan naar Nieuw Zeeland. Ik wendde mij tot de Rijks Voorlichtings Dienst. Daar was het nieuwe imago nog allerminst doorgedrongen. Ze keken bij mijn verzoek of ergens water was gaan branden en het zag er niet hoopvol uit. Mijn dossier was zeker ergens gelicht en ik moest twee vragen beantwoorden.
"Waarom bent U een jaar geleden midden in de nacht de legerplaats Woensdrecht binnen gedrongen door het hek door te knippen?"
Ik antwoordde dat ik de indruk had dat daar zeer waarschijnlijk kernwapens waren opgeslagen en dat het toch wel heel slordig is dat we daar met de radio zeker een uur konden rondlopen zonder opgemerkt te worden. De tweede vraag was hoe ik tegen de monarchie aan keek, men had de indruk dat de VPRO nogal republikeins was. Ik bevestigde dat niet al zei ik er wel bij dat er bij ons zeker een aantal mensen werkte dat meer voor de republiek was. Zelf neem ik het standpunt in dat een monarchie als staatsvorm een achterhaald concept is, maar dat ik diep respect heb voor de wijze waarop onze koningin dit systeem uitvoert.
Ik slaagde voor dit examen en mocht mee naar Nieuw Zeeland. Het is 19 maart 1992. In een van Transavia gehuurde Boeing vliegen we in zo'n dertig uur naar Wellington. "We" zijn hare majesteit met haar hofhouding, voorlichters, minister Hans van den Broek en zo'n twintig jounalisten. Het werd nogal een hele klus om één en ander voor de radio tot een goed resultaat te krijgen. De majesteit mag overal gefotografeerd worden maar haar een vraag stellen is uitgesloten.
Op een bepaalde vrijdag gaat iets goed mis. Er staat een ontmoeting met een Maori-krijger op het programma. Die krijger zal op de koningin afkomen en dan was het de bedoeling dat Beatrix hem een "hongi"geeft, een neuszoen. Als het moment daar is wil zij dat ook doen, maar de man denkt dat het vast niet goed gaat en trekt zich terug. De meegereisde fotografen in alle staten, want plaat voor de zaterdagkrant verpest.
De fotografen vragen mij mogelijk te regelen dat bij een latere ontmoeting die zoen opnieuw kan worden gedaan. Heb een goed imago inmiddels.
Het lukt, de volgende ontmoeting is bij een rivier, de krijgers zullen al zingend bij de koningin aankomen.
Het moment komt. De koningin, haar gevolg en de journalisten staan aan de kant van de rivier. Die boot komt, de radiomicrofoon staat open, en dan zingen zij in de Maori-taal: LEKKER NEUKE, LEKKER NEUKE, LEKKER NEUKE. Wij allen durven elkaar niet meer aan te kijken. De koningin zal dit zeker gehoord hebben, maar vertrekt geen spier. De zoen wordt gegeven.
- Details
- Categorie: Reizen (518)

Het curieuze Oecusse
Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie over de kleinste landen van de wereld, bezoekt op dit moment de twee laatste bestemmingen om zijn atlas van die landen te kunnen afmaken. Dat zijn Micronesië en de Marshall Eilanden in de Stille Oceaan.
Hij maakt er echter een hele rondreis van en deed onder meer Singapore, Papua Nieuw-Guinea en Darwin Australië aan.
Ook het deels onafhankelijke eiland Timor, waar hij de curieuze enclave (of beter: exclave) Oecusse vond.

Een leeg internationaal vliegveld
(Door Rolf Weijburg)
Natuurlijk kwam er een moment dat we Oecusse, de Oost-Timorese exclave in Indonesisch Timor, moesten verlaten. We wilden naar Dili, de Oost-Timorese hoofdstad. Om er te komen kon je over land, maar dan zou je eerst door Indonesië moeten reizen wat vanwege de grensformaliteiten nogal wat oponthoud zou geven. Bovendien verkeerde de weg vooral in het Oost-Timorese deel van de route in slechte staat en trok door bergachtig gebied waardoor het zo maar eens tien uur kon duren voordat we Dili bereikten.
Wegennet

Maar doordat Oecusse net als het eiland Ataúro vijf jaar geleden een Economische Speciale Zone was geworden was er veel geld beschikbaar gekomen om niet alleen het wegennet in de exclave geheel te renoveren tot onnodige over-the-top proporties, maar ook om de kleine landingsstrip uit te breiden tot een heus Internationaal Vliegveld waar dikke Boeings konden landen en tot 500 passagiers per uur “verwerkt” konden worden. Het nieuwe vliegveld werd vorig jaar geopend.
Verlaten

Internationaal

Terminal
Tot nog toe is er nooit een international vlucht geland of vertrokken, maar bijna iedere dag was er een vlucht naar en van Dili, zo zei men. Tickets kon je kopen in het kantoor van STAT - Servicos Transportes Aéreos de Timor Leste- op het vliegveld.
We namen de fiets en fietsten over de bijna lege snelweg westwaarts tot aan een grote rotonde waar een afslag naar het enorme terminalgebouw
voerde. Een slagboom stond omhoog, ernaast dutte een wacht in een hokje. Toen we langsfietsten en “Boa tarde!” riepen, werd hij even wakker. “Huh, fietsers? Blanken?” Dát heb ik gedroomd, moet hij gedacht hebben en viel direct weer in slaap. We reden verder tot vóór de grote hoge, open vertrek- en aankomsthal. Er waren geen passagiers, geen ophalers of wegbrengers, geen officials. Buiten stonden geen bussen en geen taxi’s en het enorme parkeerterrein dat met gemak alle auto’s van de hele exclave kon herbergen, was helemaal leeg.
We fietsten de vertrekhal in en plotseling klonk het schrille geluid van een politiefluitje. Een bewaker verscheen die ons heftig gebarend duidelijk maakte dat dat echt niet de bedoeling was, fietsend de vertrekhal in, en dat we onze fietsen moesten parkeren op het parkeerterrein. Plek zat inderdaad.
Het kantoortje van STAT bevond zich achter een klein deurtje in een hele grote dichte wand, waarop met plakband een A4-tje was geplakt met in dikke geprinte letters STAT. Het bleek het complete tegenovergestelde van de overweldigende grootsheid die alles in de vliegveld uitstraalde. In een minuscule ruimte zonder ramen zaten drie heren achter drie bureaus zo ongeveer met de ruggen tegen een wand vol kasten. Enkele tafelventilatoren draaiden verwoed heen en weer. Vóór de bureaus was net ruimte genoeg voor twee stoelen. We namen plaats.

“Er is morgen een vlucht naar Dili inderdaad, maar het is niet zeker of die doorgaat.”
“Waar hangt dat vanaf?”
“Of er meer passagiers komen. U bent vooralsnog de enigen. Als dat zo blijft gaan we niet vliegen. U kunt uw gegevens hier achterlaten. Als de vlucht door gaat maak ik uw tickets in orde, die kunt u dan vóór vertrek hier ophalen. Ik bel u morgenochtend.”
Hij belde inderdaad. En de vlucht zou inderdaad vertrekken. De tickets lagen klaar.
Scherm

Op de schermen stond de vlucht naar Dili keurig netjes als enige die dag aangekondigd.
Maar het vliegveld was nog steeds verlaten. Nergens een passagier, geen auto’s op de parkeerplaats. Alleen bij één van incheckbalies, de enige in een rij
van twaalf die niet in plastic was verpakt, zat een vriendelijke dame.
Boardingcard
We kregen een boardingcard en onze tassen gleden op een geruisloos lopende band de ingewanden van het vliegveld in.
We liepen de trap op naar de vertrek afdeling, onze handbagage werd gescand, een official begeleidde ons persoonlijk naar een van de vier departure gate lounges waar alle stoelen in plastic waren verpakt, televisies aan stonden en net als in de rest van het vliegveld de airco continu werkte om de temperatuur aangenaam te houden. Er waren twee andere passagiers, een non en een Chinese zakenman.
Plastic

Een zachtgevooisde Portugese stem klonk door de luidsprekers. Alle passagiers voor de vlucht naar Dili werd verzocht zich naar gate 3 te bewegen, maar niemand voegde zich bij ons en ook bij de drie andere gates bleef het stil.
Gates

Vliegtuigje

Stil
Het vliegtuig arriveerde uit Dili. Vijf mensen stapten uit.
Iemand ging ons voor door een deur en dan een trap af tot op het hete asfalt van het vliegveld. De vier zware slurven van de gates waren nog nooit gebruikt en bleven ook nu ongebruikt. Het vliegtuigje was veel te klein voor de slurven, zoals heel Oecusse veel te klein was voor dit vliegveld.
Met vier van de 19 stoelen bezet trokken we de lucht in en vlogen langs de spectaculaire kust naar Dili.
Uitzicht

Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 48 van 106

