Media (480)

 

Kerst, een tijd voor Sterren

(Door Els Smit, journalist te Rotterdam)

 Monseigneur Ronald Philippe Bär was van 1982 tot 1993 bisschop van Rotterdam.
      Ik sprak hem vlak na zijn benoeming in december in zijn werkkamer in het bisdom. Veel planten, een grootmoeders-tafel met stoelen bij wijze van bureau, Een adventskroon, één van de vier kaarsen aan.

      Het ging over veel. Over roeping, over het Jappenkamp, over vroeger thuis, over Händel en Mendelssohn. Het ging ook over Kerst. ‘Ik herinner me dat mijn Amerikaanse biechtvader tegen me zei: ‘Vergeet in de Gezegende Nacht, Kerstnacht dus, ook háár niet te gedenken die de Heer handen en voeten heeft gegeven, zodat hij onze broeder kon zijn’. Ik heb het inderdaad nooit meer vergeten.’

       Het was een mooi gesprek met een mooie onorthodoxe Benedictijn. In 2010 werd hij gevraagd of hij het internationale festival Film International in Rotterdam wilde inzegenen. En? Hij deed het!


Mgr. Bär


 

       Video Report: Mgr. Bar blesses the IFFR (in Dutch)

       Bisschop Bär zegent het IFFR.

        https://www.youtube.com/watch?v=Kg5H2O103a4

 

 

 

 


Cliff Richard

Cliff Richard had, in 1997, ook een memorabele kerstgedachte. Cliff is, althans voor mij één van de aardigste, en één van de meest professionele mensen in de showbizz, die ik ooit heb ontmoet.
      Alle tijd. En: ‘Ik heb het goed nu, natuurlijk. Maar laatst was ik weer eens met m’n zussen samen. Toen hadden we het erover dat er vroeger thuis geen geld was voor iedere dag vlees. Dat wisten wij als kinderen niet. Woensdag was Beschuitdag. Daar keek je naar uit. Moet je zien hoe we tegenwoordig eten.’

      Laat staan met Kerst.

 
     Sleigh Ride

     Provided to YouTube by RhinoSleigh Ride Cliff RichardSleigh Ride℗ Under exclusive licence to Warner        
     Music UK Limited, ℗ 2022 Vox Rock LimitedBackground Vo...

       https://www.youtube.com/watch?v=KWIc4l1m-dw

 

 


Imca Marina

Imca Marina was ook niet mis. Die bezocht ik, half november eind jaren negentig. Ze zat in een volledig ingericht kersthuis.
      Maar ja, de dennentakken begonnen al door te zakken, de grond bezaaid met naalden, engelen op half zeven, troebel water rond de drijfkaarsen.
      ‘Sorry’, zei ze maar steeds, ‘sorry.’ En even later: ‘Het blad Privé had gehoord dat ik altijd zo'n enig kersthuis maak en dat is ook zo. Ze wilden graag hier komen. Alleen, die bladen hebben een voorproductietijd van zes weken. Dan moet ik dus eind september beginnen met optuigen.’ En wham, daar viel weer een barokke kerstbal in diggels. ‘Ik doe het nóóit meer’, zei ze.

 

 
      Imca Marina - Christmas, Let Us Stay Together ( Official Lyric Video )

      CHRISTMAS, LET US STAY TOGETHERtekst: I. Marinamuziek: K. SteketeeOpname, november    

      2021:Mark Music Productions, EeldeProduktie, Arrangementen & Mix:Mark Pep...

          https://www.youtube.com/watch?v=VCvZ6OVUE60

 

 

 

 

 

      Meer van Els: HIER

 

 

 

 

 

In die eerste deelseconden valt de beslissing

(Door Els Smit, journalist te Rotterdam)

‘Ik ken u wel’, zei koningin Juliana tegen Toon Hermans tijdens een receptie, ‘van de televisie.’ ‘Ik ken u ook’, zei Toon, ‘van de postzegel.’

En dat is echt waar, want Toon (17 december 1916 – 22 april 2000) heeft het me zelf verteld. Ook prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven bewonderden hem. Maar toen ze hem in de jaren zeventig na een voorstelling uitnodigden om verder te praten, zei hij: ‘Nee, dank u, erg aardig, maar ik ga naar huis.’ Hij had zichzelf een flink glas rode wijn beloofd. En hij had niet veel met status.‘Ze vroegen me laatst of ik bij een prijsuitreiking aanwezig wilde zijn. Want Mies Bouwman kwam ook.’

      Meteen die blauwe ogen met lampjes erin.
‘Jij bent leuk,’ zei hij daar bom bovenop. ’Jouw glimlach bevriest niet.’
      Later vertelden ze me dat hij aura’s kon lezen.

Ik interviewde hem in oktober 1996 in zijn huis in Bosch en Duin, enkele jaren na het overlijden van zijn echtgenote Rietje. Hij was bijna 80 jaar, had een prachtige cd gemaakt met ‘Liedjes’.


‘’We weten onbewust dat we niets weten’’

Er staat een hometrainer op de stoep en er staat een hometrainer in de tuin.

‘Nou ja, hometrainer. Het zijn ouwe beestjes. Ik zit al dertig jaar elk dag een tijdje op die dingen. Toen ik ermee begon, was het nog geen rage. Nú is bewegen je van het, het is fanatisme. Ik vind al heel lang dat mensen fitter moeten zijn dan ze zijn, maar je moet er geen cultus van maken. ’t Is allemaal onzekerheid.

Met mate dingen doen, de dingen die je bevallen een plaats geven in je leven. Dat is moeilijk. Ik denk dat we allemaal onbewust weten dat we niets weten. Van de essentiële dingen dan. Ik realiseer me steeds meer dat de essentiële dingen in je leven je overkómen.

Wie had kunnen weten dat toen ik drieënveertig jaar geleden bij de Ferdinand Bol de hoek omging ik iemand zou ontmoeten met wie ik mijn leven verder zou delen? En het overkomt ons allemaal, hoor: de één op het strand, de ander op de wc, weer een ander ergens anders. Overal zit het leven vol kleine wondertjes. Maar we hebben vijfenveertig soorten jam, dat is een hele houvast.

Zo zing ik het ook in het liedje “Jam” op die nieuwe cd. Ik begrijp alleen niet dat er zo veel over die cd wordt geschreven. Ik begrijp ook al die interviews niet. Ik maak niet iets om het dan ook nog te moeten verkopen. Ik ben geen standwerker. Maar ja, het moet van de dames en de meneren met de portemonnee bij de platenmaatschappij. Ik hou niet van reclame. Nee, ik hou er niet van. Ik vind een affiche voor een show al veel.

Ik ben een maker. En als het af is, is het klaar. Ik luister nooit dingen van mezelf terug. Dus ook deze cd niet. We zijn trouwens al met een tweede bezig, Gé Reinders en ik. Hij is met het idee gekomen om een studio-cd te maken. De samenwerking verloopt goed. Hij is ook een Limburger, maar of dat er iets mee te maken heeft, weet ik niet. Het gaat toch altijd in de eerste plaats om de kwaliteiten van degene met wie je werkt.

Ik was onder de indruk van Gé’s cd ‘Truuk Nao Aaf’, puur op vakmanschap afgaand. Hij heeft nu prachtige arrangementen geschreven bij mijn liedjes. Dat klinkt weer zo ikkerig, hè. Daarom heb ik nou zo’n hekel aan interviews. Het is altijd: Ik héb, Ik bén. Wat bèn je nou? Ik ben niet eens een kunstenaar. Ik durf mezelf althans niet zo te noemen. Ik ben misschien kunstzinnig, in de zin dat ik zin heb voor kunst. Maar kunstenaar. Wat is dat? Als je je zo noemt, dan ben je het nog niet. En steeds meer mensen noemen zich kunstenaar, kijk maar om je heen.

Artiest? Ik ontdek ook hoe langer hoe meer dat ik nooit artiest ben geweest. Die showbiz … ik heb me er nooit deel van gevoeld, heb er maar een paar vrienden. Dat hele vak wordt overschat. Als het leven een bord soep is, en mijn moeder zei vroeger dat het leven een bord soep is, dan is het theater maar een heel klein lepeltje.

Ze zeggen: “André van Duin heeft charisma”. Dan denk ik: André van Duin? Als ze het nou over Gandhi hadden. Als ze Van Duin een goede vakman zouden noemen, zou het genoeg moeten zijn. Want het is gewoon een vak en misschien is het dat niet eens. Akkoord, misschien dat ik onderhand van mezelf voorzichtig kan zeggen dat ik een aantal technieken beheers, dat ik de stemming van een zaal kan peilen. Maar ja, als je maar vaak genoeg vrijt, word je ook een expert op vrijgebied.

Vroeger, eigenlijk tot een paar jaar geleden, liep ik voor een voorstelling maar om zo’n theater heen en dan dacht ik: waar begin ik aan? Hoe kom ik deze avond nou weer door? Maar, en dat is ook waar, als ik eenmaal op moest, viel dat allemaal weg. Je raakt in een roes. Mensen die me goed kennen, zien de verandering in me. Er komt iets over je dat ik tot nu toe nog niet heb kunnen verklaren. Het heeft in feite veel elementen van mystiek in zich. Alleen al de ontmoeting van jezelf en een zaal. Het zijn als het ware twee persoonlijkheden. Voor de zaal ben jij de ene partij en de zaal is voor jou de andere, want al die mensen lossen op tot één geheel, ik zeg dat met respect voor ieder individu in die zaal.

Je jut elkaar ook op. Of het klikt niet, dat kan ook. In die eerste deelseconden, als het doek net op is, valt de beslissing. Beide partijen voelen iets en dat kan goed of verkeerd uitpakken. Toch is er bij de huidige show iets veranderd. Ik geniet er zelf meer van dan ooit. Voor mij is het ook een avondje uit. Ik denk dat ik volgende keer maar een kaartje koop!

Ik realiseer me dat in deze fase van mijn leven de rolverdeling anders is: vader vertelt. Ik merk het aan de verwachtingen van de zaal. Wat ook een rol speelt is natuurlijk: ‘Wat goed dat die ouwe lul er nog is, anders had ik deze avond gemist’. En: ‘Wie weet of ik er nog ben op mijn 79ste en als ik er nog ben of ik dan nog zo bezig kan zijn’. Het is hetzelfde mechanisme dat ten grondslag ligt aan het kijken naar een baby. Zet een wieg in een kamer en iedereen gaat in die wieg kijken en raakt vertederd.

Weet je waarom dat is? Iedereen is nieuwsgierig naar een levensfase die hij niet bewust heeft meegemaakt. Dat inzicht is niet van mij, hoor, dat is van de kerkvader Augustinus. Omgekeerd gaat dat ook op voor de interesse in oude mensen. Mits ze bij de tijd zijn en nog volop in het leven staan. Want in oude mensen die de pech hebben dat ze verzorging behoeven, hebben we niet zo veel interesse.

Ik was altijd al beschouwend, maar sinds de dood van Rietje heeft die eigenschap zich verdiept. Je kan het ook horen aan de muziek die ik schrijf. ‘Méditerranee’ was aardig, maar ik merk dat er meer nuance in mijn composities komt. Af en toe hoor ik iets waarvan ik denk: dat gaat naar het chanson toe. Verdriet rijpt je en dat heeft z’n weerslag op je werk.

Als je leert dàt je te realiseren, sterkt het je. Dan merk je dat je breder bent geworden in je mogelijkheden. Een groot deel van mijn show bestaat nu uit improviseren. Dat ik me dat kan permitteren en dat ik er op durf te vertrouwen, beschouw ik als een geluk. Het helpt je ook als je hoort wat ze over je schrijven. Ik zou op een zolderkamertje wonen. De laatste mare is dat ik wegens gezondheidsredenen de ene na de andere voorstelling afzeg. Ik denk dat dit land onderhand beter over mij is geïnformeerd dan ik over mezelf.’

GPD, 12 oktober 1996

 

Luister HIER naar JAM. :

 

 

De ”Teddy Bears Picnic’’

(Door Els Smit, journalist te Rotterdam)

Koningin Camilla van het Verenigd Koninkrijk gaat komende donderdag (24 november) een ‘teddy bears picnic’ houden. Na het overlijden van The Queen (Elizabeth 1926-2022) in september lieten veel mensen die bij de koninklijke paleizen kwamen rouwen veel Beertjes Paddington achter. Camilla gaat nu deze en andere knuffels doorgeven aan kinderen die weinig knuffels krijgen.

https://www.youtube.com/watch?v=JpwAbvYoyw0

 Inspiratiebron voor dit Paddington eerbetoon aan the late Queen was het recente en meteen  wereldwijd miljoenen malen bekeken filmpje bij Elizabeth’s 70-jarig regeringsjubileum van een high tea van beer en queen.

https://www.youtube.com/watch?v=7UfiCa244XE

In Nederland worden goedbedoelde gaven van volk aan vorstenhuis gemeenlijk regelrecht ‘achter de rhododendrons gesodemiederd’. Dat diepgewortelde besef hebben we te danken aan de conference van Wim Sonneveld uit 1973 op tekst van Michel van der Plas over de opperstalmeester van koningin Juliana. 

https://www.youtube.com/watch?v=9p1n4OPwAqY     

Het Britse koningshuis springt anders om met medelevens van de andere mensen in hun land and beyond. In ieder geval nu. Met Style. En ontroerend.
Misschien is het alleen voor de bühne. Maar een koningshuis moet het ook van de bühne hebben.
      Alle bloemen die bij alle koninklijke paleizen in Engeland, Schotland wherever na de dood van Elizabeth zijn achtergelaten zijn gecomposteerd en dienen nu als mest voor nieuwe bloei. Ook daar heeft het Britse hof een you tube filmpje van gemaakt.

https://www.youtube.com/watch?v=PHTNcM3IU5s

Inmiddels heeft de nieuwe koning zijn zusje Anne en zijn broer Edward, mogelijk bij ontstentenis van zijn zoon Harry, nadrukkelijk onder de wapenen geroepen om hem als Charles III te vertegenwoordigen, voor het behoud van de monarchie.
      Alles en iedereen, geheel in de geest van de nieuwe koning in the recycling.
Nu Queen Elizabeth zelf nog.
      Maar ook daar wordt, zeker voor wie in reïncarnatie gelooft, aan gewerkt.

 
Meer van Els: HIER

 

 

Radio 4 wordt NPO Klasssiek

Een Hilversums dingetje. Die term heb ik vaak gebruikt, toen ik van 1977 tot 2006 bij de VPRO werkte. Ik was vrijwel altijd eindredacteur en moest  nog wel eens naar ‘’gezamenlijkheidsvergaderingen’’. Daar kwamen vertegenwoordigers van alle omroepen. Niet alleen om lopende zaken te bespreken, maar soms ook om nieuwe dingen aan te kaarten. Dingen die vaak door andere medewerkers waren verzonnen, maar door de bonzen werden gebracht of zij het zelf allemaal bedacht hadden.
       Soms leidde het gepraat tot een besluit. Ik was er bijvoorbeeld bij, toen men ertoe overging om Radio 5 de naam Radio 747AM te geven. Die zender was destijds namelijk alleen op de middengolf te beluisteren en men meende dat de luisteraars het beter konden vinden als AM in de naam stond. Natuurlijk gebeurde dat niet en een tijdje later werd het weer gewoon Radio 5. De luisteraars dachten bij 747AM vooral aan een Boeing 747 en dat leidde niet tot meer luistergenot.

Platforms

Iets dergelijks is nu weer aan de hand. Radio 4 wordt volgend jaar NPO Klassiek. Zendermanager Simone Meijer legde in de Volkskrant uit waarom.

Citaaat:

‘Het is iets wat ik al een tijd wilde, maar waar Hilversum nog niet klaar voor was. We werken er hard aan om nieuw publiek te bereiken, maar het kost moeite de term Radio 4 te laden bij mensen die ons niet al kennen. De naam was een drempel, terwijl wij juist een ijsbreker moeten zijn voor klassieke muziek. De tweede reden is dat we veel meer maken dan radio: met beeldregistraties en podcasts bereiken we ook mensen die niet vanzelfsprekend naar de radio luisteren. We bouwen aan één platform om die muzikale schatkist te ontsluiten.’

Dit is uit het hoofd geleerde apekool. 
      Radio 4 is al sinds 1975 in de lucht. Als het na bijna vijftig jaar tijd nog moeite kost om voldoende luisteraars te vinden, lukt dat natuurlijk ook niet als je het NPO Klassiek noemt.
       Ik luister vrij veel naar Radio 4. Maar ook naar ClassicNL. Dat is een zender, die alleen maar muziek uitzendt. Geen aan- en afkondigingen. Wel nieuwsuitzendingen. En als je wilt weten welke muziek er gedraaid is, kun je dat simpel opzoeken.

Op Radio 4 zijn wel aan- en afkondigingen. Ik vind dat niet onplezierig. Maar er zijn ook veel interviews met muzikanten, componisten en dirigenten. Daar zit ik nou weer niet op te wachten, maar ik kan me van de andere kant ook wel voorstellen dat je zoiets als presentator wilt. Anders ben je niets meer of minder dan een ordinaire  D.J.  En die horen elders thuis.

      Verder begint Simone ook nog over jazz op Radio 4. Een heet en trouwens ook oud hangijzer.
Citaat: ‘’ Als we jazz draaien, zet de helft van de luisteraars ons uit’’.
Hoe weet ze dat? Is daar onderzoek naar geweest? Heeft men dat in een representatieve steekproef gevraagd?
‘’Bent u voor of tegen jazz op Radio 4.?”
En: ‘’Zou u de radio uitzetten als er jazz gedraaid wordt op Radio 4?”
       Natuurlijk niet.
Simone was op een verjaardagspartijtje en daar waren een paar Radio 4 luisteraars aanwezig.
Iemand zei altijd de radio uit te zetten als er jazz op was. Een tweede beaamde dat. Twee andere aanwezigen deden dat niet en zo kwam Simone aan haar helft.

      Zij is dus zendermanager. Vroeger heette dat zendercoördinator. Ook die naam werd veranderd na een Hilversumse brainstorm.
Peter Flik maakte ooit een tekst voor Arie Kleywegt in Het Gebouw, een vermaard VPRO radioprogramma. Die ging als volgt:

’Enfin. Je bent uitgeluld in die vergaderingen en komt midden in de nacht thuis. Je gaat op je vrouw liggen en je zegt: Schat, ik ben zendercoördinator geworden’’.

 

 

Elizabeth

(Door Els Smit, journalist te Rotterdam)

Er zijn van die zinnetjes.

 ‘It takes something of a king to recognise a king.’

Ik leerde dat in een interview met de acteur John Lanting begin jaren tachtig. Hij is nog het meest beroemd geworden met zijn ‘Theater van de Lach’, een schier oneindige reeks kluchten (toneel met veel deuren). Hij had hiervoor gekozen nadat zijn briljante solovoorstelling van “De Aap’ van Franz Kafka hem meer had gekost dan opgeleverd.

     Sinds woensdagmiddag 14 september trekken myriaden mensen langs de baar van koningin Elizabeth II in Westminster Hall in Londen.

Een Theater van Traantjes.

Maar behalve dat oprechte verdriet is er onmiskenbaar een feest der herkenning.
In de zin van: ‘It takes something van een mens om een mens te herkennen’.

      Koning en mens. Het is een magische mix die maar weinig koningen bezitten. Weinig mensen ook trouwens.
Maar Elizabeth was een meester in die kunst.


      Ik heb sinds vorige week donderdag toen Elizabeth overleed aan de BBC gelijmd gezeten. Ook daar Britain op z’n best. Dankzij de presentatoren, de regisseurs, de cameramensen..Er waren veel getuigenissen, van de aartsbisschop van Canterbury en the men, the women en alle kindjes in the street.
      Er waren ook heel veel archiefbeelden.
  Al die reizen, al die werkbezoeken in eigen land. Met onveranderlijk een zenuwachtig ontvangstcomité.

      Ik herinnerde me een ander zinnetje:  
  ‘Een God moet zijn verschijningsvormen doseren. Dat houdt de mythe in stand''.

  Her Majesty arriveerde wherever onveranderlijk met een frozen face.
      Maar dan was daar voor iedereen onverwacht die Glimlach.

‘  And that twinkle in her eye.’

  ‘You know She was one of us.’

  Als bij toverslag.


Meer van Els: HIER 


Subcategorieën