Media (480)

 

Het Begin

(Door Els Smit, journalist te Rotterdam)

De buitenlandredactie van de deftige Nieuwe Rotterdamsche Courant in het monumentale pand aan de Witte de Withstraat in Rotterdam had in 1969 de wereld verdeeld. Ze waren met z’n vijven. Ieder kon zo een werelddeel voor zijn rekening nemen. Geen wonder dat er een probleem ontstond toen, eind juli, de eerste maanlanding zich aankondigde.

      De hoofdredacteur meldde zich, met zwart pak en vlinderstrikje én een pak papieren onder zijn arm, wat bedremmeld aan het bureau van de chef buitenland. Ik was negentien, zat in mijn tweede jaar van de School voor de Journalistiek in Utrecht en had het onmetelijke voorrecht om stage te mogen lopen in het Mekka van de Nederlandse dagbladen en dan nog wel op de als subliem te boek staande redactie buitenland. Mijn taak bestond uit het schrijven van de ‘kortjes’: drieregelige berichten zonder kop over een bloedbad in Somalië of een ongeluk met een veerboot in Bangladesh, die soms in de krant verschenen en die mijn moeder dan uitknipte.

      Die ochtend in juli boog de hoofdredacteur zich naar de chef buitenland en begon op gedempte toon te praten. Op zich was dit niets bijzonders. Vertoon van emoties was in deze chique ambiance uit den boze. Ik schrok dus even op toen de chef met enige stemverheffing zei: ‘Wij doen het níet.’

Het leek wel of de hoofdredacteur enigszins terugdeinsde en zag ik daar teleurstelling?

Het ging over de maanreis, zoveel had ik wel opgevangen.

‘We hebben toch een redacteur wetenschappen’, zei ik.

‘Ja’, zei de hoofdredacteur, ‘maar dat is geloof ik net het probleem. Hij wil niet.’

Ik geloofde er niets van. ‘Zal ik het hem eens vragen?’, vroeg ik.

‘Je kan het proberen’, zei de hoofdredacteur, ‘maar ik geef je weinig kans.’

      In de gang trof ik de redacteur wetenschappen, ijsberend, boord los en met een rood aangelopen hoofd aan. ‘Waarom doe jij die maanreis nou niet?’ vroeg ik. We hadden elkaar nog nooit ontmoet. Het scheen hem niet te deren. Het hoge woord moest er uit.

      ‘Ach’, zei hij, ‘het is allemaal propaganda van de NASA. Daar moet een krant als deze niet aan meedoen, we zijn geen boulevardblad. Maar niemand hier wil me geloven.’

‘Maar er gaan straks wel miljoenen mensen naar kijken’, zei ik.

      ‘Nou én?’ beet hij me toe.

Terug in de kamer van de buitenlandredactie moest ik melden: ‘Hij doet het niet.’
      ‘En wij doen het óók niet', zei de chef buitenland met een grijns.

De hoofdredacteur had een probleem, dat zag ik. En, o leve de jeugd en de zalige onwetendheid over onderhuidse spanningen en competentiestrijden. Ik vond het alleen maar zielig voor die ontredderde hoofdredacteur. Dus zei ik: ‘Ík wil het wel doen.’

      ‘Zou je dat willen doen?’ vroeg hij.

En zo kwam het dat een 19-jarige met drie maanden praktijkervaring in duivenberichten, de waterstanden en tien kortjes drie dagen lang de voorpagina van de Kwaliteitskrant vol schreef  over één van de grootste gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid.

      Sindsdien heb ik nooit meer opgekeken tegen instituties, hoge functies, grote namen.

Het berooft je van illusies. Maar wat een prachtige start in de journalistiek. 

 

(Openingsverhaal van ''Altijd Verwonderd'', het nieuwste boek van Els Smit)

 

 

 

''Het leven is een bord soep''

‘’Altijd verwonderd’’ is de sprekende titel van een nieuw boek van Els Smit. Vaste lezers van mijn blog kennen haar omdat ze met enige regelmaat bijdrages levert. Verhalen, overpeinzingen, invallen, gebeurtenissen.
       Al die elementen komen in haar boek bijeen. De titel is ontleend aan een uitspraak van Herman Wigbold, haar toenmalige hoofdredacteur van Het Vrije Volk: ‘’Jouw stijl werkt vooral als er een element van verwondering in zit’’.

      Els is ruim vijftig jaar actief in de journalistiek. Werkte bij Dagblad De Stem, Het Vrije Volk, NRC-Handelsblad en het Algemeen Dagblad en maakte zo’n dertig jaar lang radioprogramma’s onder meer de AVRO Nachtdienst. Het boek is een (summiere) selectie van dat journalistieke werk. Er staan persoonlijke anekdotes in, een enkel reisverhaal, korte reportages, maar vooral interviews met inmiddels (vaak) overleden, maar nog niet vergeten mensen.

Els schrijft vaardig en beeldend. Stelt in interviews de juiste vragen, wordt gedreven door nieuwsgierigheid, doet rake observaties en bereidt zich -zoals dat hoort maar lang niet altijd gebeurt- terdege voor.
       Het is een groot genoegen om het boek te lezen, ook al omdat het bij tijd en wijle behoorlijk humoristisch is.

Een paar citaten:

Interview Johan Cruijff (1982):

‘’Destijds had je die varkensfokkerij. Heb je ooit een varken van jou gezien?’’
‘’Jawel, jawel. Maar van varkens had ik dus totaal geen verstand. Daar zijn we goed de mist mee ingegaan’’.


Interview John Denver (1995):

‘’Ik ben moe en heb last van mijn stem. Bovendien maak je, zoal ik constateer, geen aantekeningen.
Je denkt toch niet dat dit soort journalistiek mijn niveau is?’’
‘’Het mijne ook niet. Maar ja, dan maar geen interview dus’”


Interview Ramses Shaffy (1983):

‘’M’n dronkenschappen zijn altijd en publique. Ik weet het, het gejammer is niet van de lucht. Wat jammer van die jongen, wat jammer van z’n talent. God allemachtig, mag ik? Ik maak toch ook platen. Ik geef toch voorstellingen. Ik treed toch ook op. Wat is dat nou?”


Interview dr. Zeldenrust, patholoog-anatoom (1996):

‘’Heeft u enig idee wat u als vak had gekozen als u dit niet had gedaan?”
‘’Nou postzegelverzamelaar misschien’’
‘’Verzamelt u postzegels?’’
‘’Ja’’
‘’Maar dat kan je niet als vak doen’’’.
‘’Nee da’s waar. Nou, postzegelhandelaar dan, maar ach, ik ben niet geschikt voor de handel’’.


Koningin Emma (2017)

Over de trouwjurk van koningin Emma, die met de veel oudere koning Willem III in het huwelijk trad:

''En dan de japon zelf. Een kunstwerk in couture van een zware off white zijde bestikt met mirte en bloemen van zilverdraad en parels. Het was een creatie van de Parijse firma A. Courbay, het meest exclusieve modehuis van die tijd, dat kleding maakte voor koninginnen, keizerinnen en tsarina’s",

 

Knijpdokter Mezger (2016)

Over de knijp- en wrijfdokter Johann Georg Mezger, die vooral beroemd was in Domburg, waar een buste van hem staat.
      ''Koning, keizer admiraal, dokter Mezger kenden ze allemaal. De Oostenrijkse keizerin Sisi, de Franse keizerin Eugénie, de Zweedse koningin Sophia, de Nederlandse koningin Sophie, de excentrieke Roemeense koningin Elisabeth, alias Carmen Sylva, de hele doorluchtige familie Van Wied, de lijst is echt eindeloos''.

 

Interview Toon Hermans (1996)                                                                                                                                             
’Artiest?  Ik ontdek ook hoe langer hoe meer dat ik nooit artiest ben geweest. Die showbiz…. Ik heb me er nooit deel van gevoeld, heb er maar een paar vrienden. Dat hele vak wordt overschat. Als het leven een bord soep is, en mijn moeder zei vroeger dat het leven een bord soep is, dan is het theater maar een heel klein lepeltje’’.

 

Het boek is voor € 16,95 te bestellen bij:

https://www.vanbrugboeken.nl/nl/product/altijd-verwonderd---els-smit/


Dinsdag krijgt u van mij het openingsverhaaltje onder de kop : ’’Het begin’’.

 

 

Mijn weblog online bij de Kon. Bibliotheek

In december 2016 hoorde ik dat mijn weblog was uitgeroepen tot Digitaal Erfgoed en via een modern programma voor volgende generaties zou worden gearchiveerd door de Koninklijke Bibliotheek. Er zou jaarlijks een update worden gemaakt.   
       Ik was aangenaam verrast en er volgde een korte correspondentie met de initiatiefnemers.  

Zo leerde ik bijvoorbeeld dat mijn blog voorlopig alleen kon worden ingezien bij het archief van de bibliotheek in Den Haag.
      Je moest dan eerst lid worden.    
Omslachtig allemaal, maar men zou zijn best doen om de uitverkoren websites online te zetten. Dat is inmiddels gebeurd.  
      Als u wilt weten hoe dat eruit ziet  ga dan naar mijn pagina in het Nationaal Register Webarchieven.  

            HIER

En dit zijn de stukjes die ik eerder hierover schreef.

Media 49

Media 53

 

 

Improvisatievermogen & interviewtechniek

Op dinsdag 29 augustus 2000 was ik ’s ochtends behoorlijk nerveus. Ik ging namelijk van negen uur in de ochtend tot vier in de middag geheel alleen non-stop een zeer bijzonder radioprogramma presenteren. Het was zomer en bij de VPRO werd dan een zomerprogrammering verzonnen. Dit keer waren dat verrassingsdagen. Eén presentator ontving zeven uur lang gasten. Maar het was niet bekend wie die gasten zouden zijn. Improviseren dus en gebruik maken van je kennis, je presentatietalent, interviewtechnieken, observatievermogen en zomaar wat invallen.

Het was voor mij een bijzondere ervaring, want ik bereidde me voor uitzendingen altijd goed voor. Nu kon ik dat niet doen, maar moest erop vertrouwen dat de redactie een aantal mensen zou uitnodigen met wie ik tenminste een goed gesprek zou kunnen voeren. Natuurlijk probeerde ik me van tevoren in te denken wie ze zouden vragen, maar daar hield ik op een gegeven moment maar mee op. Ik zou het allemaal wel zien en ervaren. Maar stel nou eens dat er mensen binnenkwamen, die ik niet kende. Van wie ik niets wist. Met wie ik niets had. Zou dat ook kunnen? Zou ik dan gewoon stiltes laten vallen? Een muziekje draaien? Maar ja, dan zou ik het programma verkloten en daar hadden de luisteraars ook niets aan. Een geruststelling was overigens, dat ik voortdurend in contact zou staan met regisseur van dienst Ton van der Graaf, niet alleen een gewaardeerd collega maar ook een goede vriend. Plaats van handeling was Studio Amstel in Amsterdam.

Foto's: Lida Iburg

Robert Eenhoorn

  

De eerste gast, die binnenkwam was Robert Eenhoorn. Hij was op dat moment coach van het Nederlands honkbalteam en had een profcarrière als honkballer in de USA achter de rug. Eén van de weinige Nederlanders, die de Major League haalde. Hij speelde als kortestop wedstrijden voor de New York Yankees en de California Angels. Dat wist ik allemaal, want ik had zelf in Haarlem in mijn jonge jaren op zeer behoorlijk niveau gespeeld en was jarenlang coach geweest van diverse jeugdteams. Als jongetje droomde ik ervan om prof in Amerika te worden. 
      En hier zat mijn eerste gast, die deze droom wél had waar gemaakt. In New York had ik hem bijna zien spelen. Ik was daar namelijk toen hij net een week tevoren tijdelijk was teruggezet naar een lager team. Triple A in Columbus. Gespreksstof genoeg dus en bovendien een geruststelling, want ik wist nu zeker dat men goed had nagedacht over de gasten. Op dat moment wist ik ook dat het een mooie dag zou worden. De volgende gasten zou ik als een soort cadeautje uitpellen en in grote harmonie ontvangen.


Bettine Vriesekoop

  

Bijvoorbeeld Bettine Vriesekoop, die daarna kwam aanschuiven. Zij was een paar maal Europees kampioene tafeltennis en sportvrouw van het jaar. Ik kende haar niet persoonlijk, maar wel haar man Hans van Wissen, die het jaar daarvoor plotseling was overleden aan een hartaanval. Bettine was toen drie maanden zwanger.
      Zij studeerde sinologie en zou later correspondent in China worden van NRC-Handelsblad. Met Hans van Wissen werkte ik samen bij De Volkskrant. Samen met hem deelde ik een grote belangstelling voor de Russische bard Vladimir Vyssotski. Hans was een bijzondere sportverslaggever. Hij benaderde die sport het liefst op een wat filosofische manier en wist ook goed te relativeren.


Solveig Thorbergsdottir

  

Solveig Thorbergsdottir was een IJslandse vriendin van mij. Kunstenares. Zij woonde tien jaar in Nederland en had tien jaar heimwee. Inmiddels was zij weer met haar twee kinderen terug naar IJsland gegaan. Ik ben in de jaren negentig twee maal naar IJsland geweest om daar programma’s te maken.
      Solveig hielp me daarmee als tolk en gids. Zij vond het altijd leuk om te praten over IJslandse sages en legendes, kende passages uit de Edda uit haar hoofd en zei met een glimlach te willen geloven in trollen, geesten en Noordse goden. Zij vond het volkomen begrijpelijk dat op IJsland wegen werden verlegd om die goden en trollen niet te verontrusten. Zij was voor deze gelegenheid speciaal overgevlogen.        


F.J. Ormeling en J.Romein

  

De cartografen F.J.Ormeling en J.Romein maakten daarna hun opwachting. Het gesprek kon natuurlijk niet meer stuk, toen ik vertelde dat ik thuis twee meter en 57 centimeter Atlas had staan. Waaronder veel edities van de Bosatlas. De heren waren zelf betrokken bij de totstandkoming van latere edities. Sterker; Meneer Ormeling zei: ''Ik ben niet alleen betrokken bij de Bosatlas; ik ben de Bosatlas''.
      We spraken over de voortdurende natuurlijke en staatkundige veranderingen in de wereld, fouten in atlassen, spookplaatsen, grenzen die voortdurend verlegd worden, de verschillende soorten atlassen en digitale atlassen van de toekomst. En over die gedeelde passie voor landkaarten en reizen.

  


Jan Wolkers

  

Toen Jan Wolkers daarna met zijn vrouw Karina Studio Amstel binnen kwam, werd het in die studio ook steeds drukker. Met Jan Wolkers had ik in 1986 een vijf uur durend Marathon-interview gehouden. Hij had daar goede herinneringen aan en wilde daarom voor deze gelegenheid wel van zijn eiland afkomen. ‘’Jongen, we hielden nooit meer op’’, zei hij toen hij aanschoof.
      Toen hij overigens de P.C. Hooftprijs weigerde, was mijn VPRO-collega Steven Albers de enige journalist die hij te woord stond. En dat vooral vanwege dat marathon-interview, ‘’hoewel’’ zei hij toen ‘’die Van den Boogaard had mij beloofd bandjes op te sturen, maar die heb ik nooit gekregen’’. Na afloop van het gesprek bleef Jan Wolkers nog urenlang in de Studio. Hij vermaakte zich bijvoorbeeld erg met mijn kleinzoon Luc, die toen negen maanden oud was.  

  


Theo van Boven

  

Theo van Boven was daarna een aangename en interessante gast. Hoogleraar Internationaal Recht. Een man die zich uitdrukkelijk keerde tegen de dictaturen in Chili en Spanje en vanwege die uitgesproken opvattingen werd ontslagen als VN-directeur Mensenrechten.
      Wij spraken over het Joegoslavië-Tribunaal, over de Nederlandse betrokkenheid bij Srebrenica, over het uiteenvallen van de Sovjet Unie en de burgeroorlogen in voormalig Joegeslavië.

  


Annelies Penning

  

En toen verscheen daar ineens Annelies Penning. Oud kinderrechter en nu oprichtster van een relatiebemiddelingsbureau, dat nogal aandacht trok.
      Zij had een flesje Eau de Toilette van Dolce & Gabbana meegenomen.

Aan bod kwamen de praktijk van relatiebemiddeling, haar analyse van de persoonlijkheid van haar klandizie en de redenen waarom een relatie allemaal kan mislukken. Natuurlijk vraag ik dan ook naar haar eigen relatie en haar eigen tekortkomingen en teleurstellingen. Daar praat ze heel openhartig over, waarna ik natuurlijk ook weer door haar wordt uitgenodigd om mijn eigen kwetsbare kanten te tonen. Een moment na een uurtje of zes, waarop ik me realiseerde dat zo’n verrassingsdag voor misschien wel te veel verrassingen kan gaan zorgen.

  


Bas Kolbach

           

Maar daarop kwam Bas Kolbach binnen. Burgemeester van Korendijk, een gemeente waar ik woon. Bas had voor een herindeling een voor Nederland zeer bijzondere functie bekleed, want hij was burgemeester van drie gemeentes tegelijk: Nieuw-Beijerland, Piershil en Goudswaard.
      Bas had een voorliefde voor motorrijden en deed dat ook nogal eens op zondag. En dat werd hem vanwege zondagsrust niet altijd in dank afgenomen, want de SGP is de grootste politieke partij in Korendijk. Bas maakte een soort droom waar door op een Harley-Davidson Route 66 te rijden. Hij kwam ten val, brak het één en ander en kwam met gips en al aan in Los Angeles. Toen hij enigszins hersteld was, ging hij in de oceaan zwemmen en botste op een pijlstaartrog, die zijn giftige staart in hem zette. Hij zweefde in het ziekenhuis enige tijd tussen hemel en aarde, maar kwam er goed doorheen. De ervaring van zijn leven.


Abdellah Afiri

     

Het was inmiddels druk geworden in Studio Amstel. Eén van de belangstellenden was Abdellah Afiri, programmamaker bij de NMO, Nederlandse Moslim Omroep. Hij wordt ook naar mijn tafel gestuurd, waarna een gesprek volgt dat anno 2016 nog volkomen actueel zou zijn. Aan bod komen het slechte imago van moslims, succesvolle allochtonen en criminele Marokkaanse jongeren.

Ton van der Graaf

   

 

Familie

  

V.l.n.r:. Zoon Rutger, uw bloghouder met Luc, dochter Babette, echtgenote Heleen, schoondochter Danielle


Studio Amstel
;

  

Michal Citroen, Johnny van Doorn, Tessel Blok, Maarten Biesheuvel

 

 

 

Shi

(Door Els Smit, journalist te Rotterdam)

Dinsdag (1 februari) is het Chinees Nieuwjaar. Dan begint het jaar van de Tijger. Ik kijk er naar uit, ik ben zelf een Tijger, een Chinese dan. Mijn westerse sterrenbeeld is Kreeft en dat leidt volgens deskundigen tot het fenomeen ‘Een Tijger op Pantoffels.’ Een watje dus. Maar dat moet ik toch echt ontkennen. Alleen mag ik wat dat betreft blij zijn dat ik in Nederland woon, want in China is glashard ‘Nee’ zeggen uit den boze. Althans, die indruk heb ik overgehouden aan een interview dat ik voor Het Vrije Volk had met vier uiterst beminnelijke Chinese topkoks.

 Li, Gang, Zheng en Yang    

Ze heetten Li, Gang, Zheng en Yang. En ze waren in 1986 door de eigenaar van het gerenommeerde restaurant Shanghai City in Rotterdam naar Nederland gehaald om masterclasses in Chinees koken te geven. Het waren tovenaars, ze schilderden met ingrediënten en zo maakten ze van eendenvlees en zeekomkommer een tafereel op je bord van broedende kraanvogels in de schaduw van een Penjing-boom.            

                                                                                                                                    (Foto A.Savin)
Koetjes en kalfjes     

Ze waren aardig, zeer glimlachend, zonder onderbreken. Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, zoiets. Naar goed Nederlands gebruik wilde ik toch maar een koetjes-en kalfjesvraag stellen om het ijs te breken. Hadden ze altijd kok willen worden?
Paniek. Verbijstering. Gedelibereer en tenslotte een Stilte, gevolgd door een verpletterende mededeling van Gang: 

     ‘Shi.’
Dat is Ja in het Chinees.  

 

Ik geloofde het half, maar misschien moest ik het meer over hun vak hebben. Daarom de vraag of het in de Chinese keuken geen mysterieuze tegenstelling was: aan de ene kant het eindeloze voorbereiden, het marineren en aan de andere kant de zo korte bereidingstijd, soms maar van een paar minuten? Paniek. Verbijstering. Gedelibereer zoals je alleen hoort als je een bandrecorder achterstevoren spoelt. Weer een Stilte en weer Gang met het verlossende woord:

     
'Shi!'        
                                                                                                            Tijger

 

Yuan                                                                   

Het was op dat moment dat de yuan bij mij viel. Ik moest geen ‘gesloten vragen’ stellen, dus dat alleen als antwoord ja of nee mogelijk is. Want als ja als antwoord niet kan, rest nee, maar in China is nee zeggen, zo had ik geloof ik wel eens gehoord, gezichtsverlies en dat is daar het ergste wat je kan overkomen, vraag het maar aan de slachtoffers van Mao.

      Ik moest dus open vragen stellen, met Hoe of Waarom aan het begin. Zoals je bij kinderen doet, want dan gaan ze meestal praten.
Zo werd het: hoe is het nu met de smaak van de Chinezen zelf? En kijk nou eens: Zheng nam het woord, een lang betoog zelfs met aan het eind een grap waarom ik in het Chinees al moest lachen.
      Het kwam neer op: ‘Op het platteland eten de mensen nog steeds drie keer per dag warm, de man werkt op het land, de vrouw brengt heel veel tijd door in de keuken. Maar in de grote stad, hoe gaat dat? De man werkt buitenshuis, de vrouw werkt buitenshuis en wat eet men dan … een broodje kaas.’

      Nog maar net met z’n allen uitgelachen ging ik toch weer in de fout: ‘Ja maar het feit blijft dat in China heel veel voor het Westen eigenaardige dingen worden gegeten: honden, hersens van aapjes die nog niet helemaal dood zijn, slangen. Serveren jullie ook slang? Het was een gesloten vraag. Maar zie, met een beetje goede wil kunnen Oost en West elkaar best begrijpen. Want Zheng, met nu een oprecht brede smile en zonder paniekerig overleg: ‘Ook wij zeggen: laat slangen maar zitten.’

      Op 29 januari 2025 begint trouwens het jaar van de Slang.

 

 

 

       Meer van Els: HIER

 

 

 

 

Subcategorieën