Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Bloedbanden
Joan Hambidge (Aliwal-Noord 1956) is een Zuid-Afrikaans dichter.
Zij is ook hoogleraar aan de faculteit Afrikaans & Neerlandistiek van de Universiteit van Kaapstad.
Van Joan Hambidge
Bloedband
Hoe beperk begrip en deernis soms
jy wat skryf en bel
om kontakt te behou
Ma
en Pa
tydsaam onversteurd
-dog my flambojansie plus humeur juis geërf van hom-
soms woedend oor sy wil nie geld
ek wou’n vers à la Eybers maak
ook graag konstateer
‘my vader was die dominee
my moeder vlees en bloed’
Helaas -tyd en afstand ten spyt
moeilijk selfs onmoontlik
om man en vrou
te skei in my
Elisabeth Eybers
Elisabeth Eybers (1915-2007) is een Zuid-Afrikaans dichter, die in 1961 naar Nederland vertrok en bij ons furore maakte.
Zij ontving de P.C. Hooftprijs.
De enige auteur van werk in een andere taal, die deze prestigieuze prijs kreeg.
Van Elisabeth Eybers
Jong seun
Why were we crucified into sex?
Why were we not left rounded off,
and finished in ourselves?
D.H. LAWRENCE
Die seun klim druipend uit die bad,
sy hele lyf is gaaf en glad
en heel tot in die holte van
sy nael waaroor ´n seepbel span.
Strak ledemate, ribbekas
hoekig en hard soos ´n kuras,
handdoek in hand staan hy bereid,
gerig en toegerus tot stryd.
Tog, onvolkome afgerond,
hoe sal die lewe hom nog wond:
in sy Achilleskern vind
hy geen beskutting -man of kind:
geheg aan die benedebuik
waar blink haarrankies reeds ontluik,
deuraar, teer soos ’n ooglid, sag
soos murg, hang weerloos die geslag.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Heen & Weer
Voor de klei-ne-ren
Bommen
Meisjes van dertien
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Wislawa Szymborska
Lofdicht op mijn zuster
Mijn zuster schrijft geen gedichten
en ik denk niet dat ze er nu nog mee zal beginnen.
Dat heeft ze van moeder, die geen gedichten schreef,
en van vader, die evenmin gedichten schreef.
Onder mijn zusters dak voel ik me veilig:
mijn zusters man zou voor geen goud gedichten schrijven.
En hoewel dit klinkt als een werk van Adam Macedonski:
niemand in mijn familie houdt zich bezig met het schrijven
van gedichten.
In de bureauladen van mijn zuster liggen geen oude,
in haar tasje geen pas geschreven gedichten.
En wanneer mijn zuster me te eten vraagt, dan weet ik
dat ze niet van plan is mij gedichten voor te lezen.
Haar soepen zijn heerlijk zonder achterliggende gedachten
en als ze koffie morst, dan nooit op manuscripten.
Veel families hebben niemand die gedichten schrijft,
maar als het eenmaal zo is- blijft het zelden bij één persoon.
Soms klatert de poëzie als een waterval van geslacht op geslacht,
wat gevaarlijke draaikolken schept in de wederzijdse gevoelens.
Mijn zuster is aardig bedreven in het gesproken proza,
maar haar schrijverschap omvat slechts kaartjes van vakantie
met een tekst die ieder jaar hetzelfde luidt: dat ze als ze thuis is
alles
echt alles
alles zal vertellen.
Vertaling: Gerard Rasch
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Meisjes van dertien & de merels
Ik heb een paar leuke reacties gehad op de liedjes, die ik de laatste tijd geplaatst heb.
O.a. De Veerpont van drs. P en Mijn wiegie was een stijfselkissie, gezongen door Zwarte Riek.
'Weet je bijvoorbeeld', schrijft Anja de Regt, 'wat Paul van Vliet bedoelt met de merels in het lied Meisjes van dertien'?
Tja..
Dat wist ik niet. Nooit over nagedacht ook.
Maar het is waar.
In dit lied komt de volgende nogal mysterieuze regel voor:
'Te groot voor de poppen, te groot voor de merels'.
Het is een mooie tekst over ongelukkige meisjes van dertien jaar oud.
Volgens mij nog hoogst actueel. Zij het dat ze tegenwoordig vooral doen aan Cyberpesten.
Luister er hier eerst eens naar:
Van Paul van Vliet
Meisjes van dertien
Hebben van die wapperende voeten
Lopen altijd overal tegenop
Weten helemaal niet wat ze moeten
Kauwen dus de hele dag maar drop
Moeten oude jurken van hun grote zusjes aan
Die hun moeders hen nu juist zo enig vinden staan
Houden niet van zomerkampen; moeten daar toch heen
En zijn daar met z’n honderden verschrikkelijk alleen
Meisjes van dertien, niet zo gelukkig
Meisjes van dertien, er net tussenin
Te groot voor de poppen, te groot voor de merels
Te klein voor de liefde, te klein voor de kerels
Met een glimmende neus
En met knokige knietjes
En in hun dagboek
Staan de kleine verdrietjes
Meisjes van dertien, vlak voor ‘t begin
Meisjes van dertien, er net tussenin
Hebben van die dromerige koppies
Hebben van dat dunne steile haar
Willen niet meer samen met de jongens
Willen nou alleen nog met elkaar
Giechelen bij de naam van ‘t onbereikbare idool
Giechelen om hun vader en de leraren op school
Giechelen van ongemak en giechelen van spijt
Giechelen zich een weggetje naar een betere tijd
Meisjes van dertien, niet zo gelukkig
Meisjes van dertien, er net tussenin
Te groot voor de poppen, te groot voor de merels
Te klein voor de liefde, te klein voor de kerels
Nog nergens een vrouw, ja van boven voorzichtig
Maar verder nog nergens, nog te dun en te spichtig
Meisjes van dertien, droom er maar van
Meisjes van dertien, giechel maar an
Meisjeskoor; Radiokoor
De Merels was in de jaren zestig en zeventig een meisjeskoor, dat regelmatig optrad voor de radio.
Als de meisjes dertien werden, moesten ze eruit.
Er werd in die tijd nog veel naar de radio geluisterd, zodat Paul van Vliet er vanuit ging dat iedereen wist wat ermee bedoeld werd.
Dit is het koor, dat onder leiding stond van Leo v. d. Werf.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Kees Manders
M'n wiegie was een stijfselkissie
De ooievaar kwam aangevlogen
Me moeder keek angstig omhoog
Ze was bezig koppies te drogen
Toen íe bij ons binnenvloog
Refrein:
Me wiegie was een stijfselkissie
Me deken was een baaien rok
Het kissie was versierd met strikkies
Me warreme kruik zat in een ouwe sok.
Me moeder, ze leefde heel sober
Ik kwam in een moeilijke tijd
't Was op de achtste oktober
De ooievaar, die moest me kwijt
(refrein)
Veel mensen die willen niet weten
Waar of toch hun wieg heeft gestaan
Maar ik ben 't echt niet vergeten
De mijne stond in de Jordaan
(refrein 2x)
Kees Manders schreef dit lied in 1956 voor zijn vrouw Rika Jansen.
Zij zong het onder haar bijnaam Zwarte Riek.
Luister er naar en let op dat ''het (versierde) kissie'' in het refrein in deze versie is vervangen door 'me (versierde) wiegie''
Het was een kleine wereld in de Jordaan toen.
Kees Manders was een broer van Tom Manders, beter bekend als de cabaretier Dorus (Twee motten).
Zwarte Riek was een zus van de zangeres , die optrad onder de naam Maria Zamora (Mama, el Bayon).
Johnny Jordaan (Jordaanwals, Bij ons in de Jordaan, een Pikketanussie) was op het hoogtepunt van zijn roem en zijn neef Willy Alberti (De glimlach van een kind) zou zo mogelijk nog groter worden.
Ook Tante Leen (Oh Johnny) en (Aan de Amsterdamse grachten) maakte in die tijd furore.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
VOOR DE KLEI-NE-REN
In ZoekPoezië 12 schreef ik een stukje over het vers De Veerpont van drs. P en merkte op dat hij in Zwitserland geboren is en altijd die nationaliteit heeft behouden.
Van Linda O. kreeg ik een bijzondere reactie.
‘Die nationaliteit is hem in de tweede wereldoorlog goed van pas gekomen’, schrijft zij.
‘Drs. P werd in 1942 tot vier maanden gevangenisstraf veroordeeld voor een soort studentikoze verzetsdaad.
Nadat hij werd vrijgelaten kon hij vrij eenvoudig uitwijken naar Zwitserland’.
Wat blijkt.
Drs. P begon in 1939 een studie aan de Economische Hogeschool in Rotterdam.
In 1942 schreef hij (22 jaar oud) voor het studentenblad een versje, waarin hij de draak steekt met Adolf Hitler en Benito Mussolini.
Linda vroeg mij of ik het vers kon opzoeken.
Dat viel nog niet eens mee.
Uiteindelijk trof ik het aan in het boekje Gewraakte Passages, samengesteld door Jana Beranová en Peter Smit.
Dat gebeurde ter gelegenheid van Het bal der Geweigerden in maart 2005 in Paradiso Amsterdam.
Het gaat zo:
VOOR DE KLEI-NE-REN
Dolf en Ben wa-ren dik-ke vriend-jes.
Zij haal-den sa-men heel wat kat-te-kwaad uit.
De an-de-re kin-de-ren wil-den niet met hen spe-len,
want zij maak-ten al-tijd ru-zie en wa-ren heel stout.
De ben-gels gin-gen zo maar in de tui-nen van ie-der-een
en a-ten al-les op.
Maar toen werd Oom Sam, de veld-wach-ter, heel boos.
Hij nam een dik-ke knup-pel en ging daar-mee naar het dorp.
En wie kre-gen toen een pak voor de broek?
Dat kun-nen jul-lie wel ra-den!
De vol-gen-de keer een an-der ver-haal-tje.
Da-a-ag!
Tan-te Pol-lie
Oranjehotel Scheveningen

Drs. P heet officieel Heinz Polzer (vandaar die tante Pollie)
Hij kwam terecht in de strafgevangenis van Scheveningen, die nogal eufemistisch Oranjehotel werd genoemd.
Tijdens zijn detentie kreeg hij nog een strafverzwaring van twee maanden, omdat hij een kaartspel in elkaar had geflanst met Dolf en Ben als jokers.
Hij werd overigens niet alleen tot vier maanden veroordeeld, maar werd ook nog krankzinnig verklaard.
In Zwitserland moest hij in 1943-‘44 vanwege zijn nationaliteit dienen bij de geneeskundige troepen van het neutrale lager.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Heen & Weer
Pagina 16 van 28

