Poëzie

 

Van Gerrit Achterberg

 

Moeder

Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen:
zij moet de kamer doen; stof beeft;
dan dweilen, voor het eten zorgen,
zien wat van gisteren overbleef.

Ik ben in haar liefde geborgen,
die elk  verraad der wereld overleeft:
wie ik ook werd, wij eten overmorgen
de koek die zij gebakken heeft.

Wanneer de zondagmorgen is ontloken
staat heel haar wezen in de blijde bloei
waarin  mijn wezen moet zijn aangebroken,

omdat ik dan niet meer gevoel
hoe door de dood is aangestoken,
wat bij een andere vrouw begon.

 

 

 

Bloedbanden

 

Joan Hambidge (Aliwal-Noord 1956) is een Zuid-Afrikaans dichter.
      Zij is ook hoogleraar aan de faculteit Afrikaans & Neerlandistiek van de Universiteit van Kaapstad.


Van Joan Hambidge

Bloedband


Hoe beperk begrip en deernis soms

jy wat skryf en bel

om kontakt te behou

Ma

 

en Pa

tydsaam onversteurd

-dog my flambojansie plus humeur juis geërf van hom-

soms woedend oor sy wil nie geld

 

ek wou’n vers à la Eybers maak

ook graag konstateer

‘my vader was die dominee

my moeder vlees en bloed’

 

Helaas -tyd en afstand ten spyt

moeilijk selfs onmoontlik

om man en vrou

te skei in my

 

Elisabeth Eybers

 

Elisabeth Eybers (1915-2007) is een Zuid-Afrikaans dichter, die in 1961 naar Nederland vertrok en bij ons furore maakte.
      Zij ontving de P.C. Hooftprijs.
De enige auteur van werk in een andere taal, die deze prestigieuze prijs kreeg.

 

Van Elisabeth Eybers

Jong seun


Why were we crucified into sex?
Why were we not left rounded off,
and finished in ourselves?

                              D.H. LAWRENCE

 

Die seun klim druipend uit die bad,

sy hele lyf is gaaf en glad

 

en heel tot in die holte van

sy nael waaroor ´n seepbel span.

 

Strak ledemate, ribbekas 

hoekig en hard soos ´n kuras,

 

handdoek in hand staan hy bereid,

gerig en toegerus tot stryd.

 

Tog, onvolkome afgerond,

hoe sal die lewe hom nog wond:

 

in sy Achilleskern vind

hy geen beskutting -man of kind:

 

geheg aan die benedebuik

waar blink haarrankies reeds ontluik,

 

deuraar, teer soos ’n ooglid, sag

soos murg, hang weerloos die geslag.

 

 

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao 


ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita


ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen


ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar

 

ZoekPoëzie 5; Jan Engelman

En Rade

 

ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker

Dendermonde 63 

 

ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade

De liefde, natuurlijk

 

ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin

Silver nights in Rochester

 

ZoekPoëzie 9; Simon de Geus

Jeugdherinnering

 

ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema 

De Dijk

 

 ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska

Een bewogen herbegrafenis 


ZoekPoëzie 12; Drs.P

Heen & Weer

 

ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie

Voor de klei-ne-ren

 

Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko

Bommen

 

Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet

Meisjes van dertien

 

 

 

 

Van Wislawa Szymborska

Lofdicht op mijn zuster


Mijn zuster schrijft geen gedichten
en ik denk niet dat ze er nu nog mee zal beginnen.
Dat heeft ze van moeder, die geen gedichten schreef,
en van vader, die evenmin gedichten schreef.
Onder mijn zusters dak voel ik me veilig:
mijn zusters man zou voor geen goud gedichten schrijven.
En hoewel dit klinkt als een werk van Adam Macedonski:
niemand in mijn familie houdt zich bezig met het schrijven
van gedichten.

In de bureauladen van mijn zuster liggen geen oude,
in haar tasje geen pas geschreven gedichten.
En wanneer mijn zuster me te eten vraagt, dan weet ik
dat ze niet van plan is mij gedichten voor te lezen.
Haar soepen zijn heerlijk zonder achterliggende gedachten
en als ze koffie morst, dan nooit op manuscripten.

Veel families hebben niemand die gedichten schrijft,
maar als het eenmaal zo is- blijft het zelden bij één persoon.
Soms klatert de poëzie als een waterval van geslacht op geslacht,
wat gevaarlijke draaikolken schept in de wederzijdse gevoelens.

Mijn zuster is aardig bedreven in het gesproken proza,
maar haar schrijverschap omvat slechts kaartjes van vakantie
met een tekst die ieder jaar hetzelfde luidt: dat ze als ze thuis is
alles
echt alles
alles zal vertellen.

Vertaling: Gerard Rasch

 

 

 

 

 

Meisjes van dertien & de merels 

 

Ik heb een paar leuke reacties gehad op de liedjes, die ik de laatste tijd geplaatst heb.
      O.a. De Veerpont van drs. P en Mijn wiegie was een stijfselkissie, gezongen door Zwarte Riek.

'Weet je bijvoorbeeld', schrijft Anja de Regt, 'wat Paul van Vliet bedoelt met de merels in het lied Meisjes van dertien'?

Tja..
      Dat wist ik niet. Nooit over nagedacht ook.
Maar het is waar.
      In dit lied komt de volgende nogal mysterieuze regel voor:
'Te groot voor de poppen, te groot voor de merels'.

Het is een mooie tekst over ongelukkige meisjes van dertien jaar oud.
      Volgens mij nog hoogst actueel. Zij het dat ze tegenwoordig vooral doen aan Cyberpesten.
Luister er hier eerst eens naar:


Van Paul van Vliet

Meisjes van dertien

 

Hebben van die wapperende voeten

Lopen altijd overal tegenop

Weten helemaal niet wat ze moeten

Kauwen dus de hele dag maar drop

Moeten oude jurken van hun grote zusjes aan

Die hun moeders hen nu juist zo enig vinden staan

Houden niet van zomerkampen; moeten daar toch heen

En zijn daar met z’n honderden verschrikkelijk alleen

 

Meisjes van dertien, niet zo gelukkig

Meisjes van dertien, er net tussenin

Te groot voor de poppen, te groot voor de merels

Te klein voor de liefde, te klein voor de kerels

Met een glimmende neus

En met knokige knietjes

En in hun dagboek

Staan de kleine verdrietjes

 

Meisjes van dertien, vlak voor ‘t begin

Meisjes van dertien, er net tussenin

Hebben van die dromerige koppies

Hebben van dat dunne steile haar

Willen niet meer samen met de jongens

Willen nou alleen nog met elkaar

Giechelen bij de naam van ‘t onbereikbare idool

Giechelen om hun vader en de leraren op school

Giechelen van ongemak en giechelen van spijt

Giechelen zich een weggetje naar een betere tijd

 

Meisjes van dertien, niet zo gelukkig

Meisjes van dertien, er net tussenin

Te groot voor de poppen, te groot voor de merels

Te klein voor de liefde, te klein voor de kerels

Nog nergens een vrouw, ja van boven voorzichtig

Maar verder nog nergens, nog te dun en te spichtig

Meisjes van dertien, droom er maar van

Meisjes van dertien, giechel maar an

 

Meisjeskoor; Radiokoor 

 

 

 

De Merels was in de jaren zestig en zeventig een meisjeskoor, dat regelmatig optrad voor de radio.
      Als de meisjes dertien werden, moesten ze eruit.
Er werd in die tijd nog veel naar de radio geluisterd, zodat Paul van Vliet er vanuit ging dat iedereen wist wat ermee bedoeld werd.
      Dit is het koor, dat onder leiding stond van Leo v. d. Werf.

 

 

 

Van Kees Manders

 

M'n wiegie was een stijfselkissie

 

De ooievaar kwam aangevlogen

Me moeder keek angstig omhoog

Ze was bezig koppies te drogen

Toen íe bij ons binnenvloog

 

Refrein:

Me wiegie was een stijfselkissie

Me deken was een baaien rok

Het kissie was versierd met strikkies

Me warreme kruik zat in een ouwe sok.

 

Me  moeder, ze leefde heel sober

Ik kwam in een moeilijke tijd

't Was op de achtste oktober

De ooievaar, die moest me kwijt


(refrein)

 

Veel mensen die willen niet weten

Waar of toch hun wieg heeft gestaan

Maar ik ben 't echt niet vergeten

De mijne stond in de Jordaan

 

(refrein 2x)

 

Kees Manders schreef dit lied in 1956 voor zijn vrouw Rika Jansen.
      Zij zong het onder haar bijnaam Zwarte Riek.

Luister er naar en let op dat ''het (versierde) kissie'' in het refrein in deze versie is vervangen door 'me (versierde) wiegie''

 

Het was een kleine wereld in de Jordaan toen.

Kees Manders was een broer van Tom Manders, beter bekend als de cabaretier Dorus (Twee motten).

Zwarte Riek was een zus van de zangeres , die optrad onder de naam Maria Zamora (Mama, el Bayon).

Johnny Jordaan (Jordaanwals, Bij ons in de Jordaan, een Pikketanussie) was op het hoogtepunt van zijn roem en zijn neef Willy Alberti (De glimlach van een kind) zou zo mogelijk nog groter worden.

Ook Tante Leen (Oh Johnny) en (Aan de Amsterdamse grachten) maakte in die tijd furore.