Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Hoop op Iwosyg
Een fris gewassen doedelzak en een lammertjesleerboek
Eén van de mooiste gedichten uit de Nederlandse literatuur vind ik Hoop op Iwosyg van Lucebert.
Mystiek is het. Mysterieus. Magisch. Metafysisch.
Op het eerste gezicht is er geen touw aan vast te knopen.
Op het eerste gehoor wel.
Ritmische klankassociaties zijn het. Een gedicht met zicht op de toekomst. Droevig en vrolijk. Inderdaad.
Maar wat is eigenlijk een Iwosyg?
Dat vroeg ik mij al op de middelbare school af.
Vandaag probeer ik daar een antwoord op te geven, maar lees eerst het gedicht.
Van Lucebert
HOOP OP IWOSYG.
daar zit de kleine iwosyg
een giftige walgvogel
in zijn fris gewassen doedelzak
is hij droevig en vrolijk
is hij dromend en wroetend
in zijn geliefkoosde bloemen
is hij wroetend of vrolijk
hij heeft een raaf gegeten
en een kwakende koptelefoon
in een lammertjesleerboek
heeft hij gelezen
het is hem ernst als een rasp
die een gebogen mussenveertje bijvijlt
met zijn beide handen
denken zijn ogen en oren
over hoeveel jaren nadato nadaden
zal hij een onzelieveheersbaasje
een zindelijk sieraad zijn in de wereld?
Iwosyg naar een
tekening van Lucebert
nu nog zit hier iwosyg
met zijn spruitjes strottehoofd
hoog opgestoken uit
zijn nestharen stem en zegt:
tut tut (i.e.
welterusten)
Verhelderend essay
Heel veel is er niet te vinden over dit gedicht.
Maar er is gelukkig een essay van de Nederlandse letterkundige Rudy Cornets de Groot.
‘Iwosyg is’, schrijft hij. ‘niet mooi, niet lelijk, niet onvolmaakt. Het is net als een symfonie van Schubert en de Venus van Milo: onvoltooid. Het onvoltooide heeft zijn eigen schoonheid’.
Cornets de Groot wijst erop dat Lucebert bij zijn gedichten vaak woordenboeken raadpleegde. Vooral de Van Dale.
Hij zoekt in diverse drukken woorden op.
Woorden die beginnen met IW, doedelzak, nadaden, tut en lammertjesleerboek en stuit dan bijvoorbeeld op woorden als Iwriet , nadagen, lammertjespap en huttentut.
Over de Walgvogel schreef ik al eens eerder: Reizen (19): Mahébourg Mauritius
Hij wordt op het goede spoor gezet door Aldert Walrecht. Een letterkundige die bevriend was met Lucebert.
(In 2000 verscheen Lucebert, acht brieven; Brieven aan Aldert Walrecht).
Volgens Walrecht is het gedicht geschreven in 1952 en was het gemaakt op het vierjarige zoontje van Bert Schierbeek.
Dat was dus in de beginperiode van de Vijftigers, een beweging van experimentele dichters waarvan Lucebert en Schierbeek prominente vertegenwoordigers waren.
Op verzoek van Cornets de Groot geeft Frieda -de moeder van het kind- antwoord op vragen, die worden overgebracht door Walrecht.
Dat wordt verwerkt in het essay.
‘Allereerst zijn daar’, schrijft de Groot ‘de doedelzak en de bloemen: het zijn de beelden voor de ballonbroek, waar het kind in rond liep, en op de stof waarvan bloemmotieven waren gedrukt. Voor de raaf wist Frieda geen oplossing, maar de koptelefoon was een stuk speelgoed, en het lammertjesleerboek een kleurenprentenboek met dieren, lammetjes o.a. Lucebert slaagt erin een objectieve observatie zo weer te geven, dat zij bij de feiten blijft, en toch een opening maakt naar een ruimte, ver van de werkelijkheid vandaan.’
En later:
‘Associaties die zich aandienen drukken een visie uit, en niet (de oplossing van) één of ander probleem. Zij stralen het eigen innerlijk leven uit, en zij doen dit met te groter kracht, naarmate de werkelijkheid meer en meer terug treedt’.
Dan komt Cornets de Groot met zijn verbluffende oplossing:
‘Natuurlijk wordt een gedicht op iwosyg dan een zelfportret. De experimentele dichtkunst is immers een tijdgenoot van dat jongetje, en de experimentele dichter, vol jazz en data, zingt zoals hij gebekt is. Dat strottenhoofd met zijn nestharen stem is ook de stem van deze dichters. Hun taal borrelt niet op uit geest of ziel: het is op en top lichamelijke taal’.
Het is overigens wel aardig om te weten dat Lucebert in 1949 al een verhouding had met Frieda Koch, de echtgenote van Bert Schierbeek.
Beide dichters schreven elkaar daar brieven over, waaruit zowel ergernis als bewondering spreekt.
Deze reeks prozadialogen werd in 1978 gebundeld in het boek Chambre-Antichambre.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer
Voor de klei-ne-ren
Bommen
Meisjes van dertien
Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden
ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)
Droom in Tenochtitlán
's Morgens
ZoekPoëzie 20; Slauerhoff versus Schotman
Benard advies
Een witte bungalow op Capri
Empathy for Dave Winfield
ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde
ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant
ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Vader is een lul
Op 2 oktober 1965 ging in het Nieuwe de la Mar Theater in Amsterdam de musical ‘Heerlijk duurt het langst’ in première.
Met teksten van Annie M.G. Schmidt en muziek van Harry Bannink.
Het bekendste lied werd Op een mooie Pinksterdag, een duet van twee bezorgde vaders, gezongen door Leen Jongewaard & André van den Heuvel.
Dit lied zorgde voor behoorlijk wat stampij.
Niet zozeer omdat vader vergeleken wordt met Onze Lieve Heer (hoewel!) en ook niet om de suggestie dat dochtertje wel eens zwanger geraakt zou kunnen zijn door ‘iemand uit Den Haag’. (Hoewel)
Nee: het gaat vooral om de regel ‘Vader is een lul’.
Dit mocht niet voor de radio.
Pas toen er een aanpassing werd gemaakt en de regel werd veranderd in ‘Vader is een nul’, mocht het gedraaid worden.
Anno 2011 tref je op Internet nog talloze malen de verkeerde tekst aan.
Luister hier naar de oorspronkelijke versie.
Dit optreden was in 1970 bij de uitreiking van de Televizier-ring.
Het publiek reageert blij en verrast als beide 'vaders' de juiste tekst zingen.
Van Annie M.G. Schmidt
Op een mooie Pinksterdag
Op een mooie Pinksterdag
Als het even kon
Liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie
te kuieren in de zon
Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren
Eindeloos
‘Kijk nou toch, je jurk wordt nat, je handjes vuil
En papa boos’
Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer
En Sinterklaas
‘Ben je bang voor ‘t hondje, hondje bijt niet
Papa zegt dat hij niet bijt’
Op een mooie Pinksterdag
Met de kleine meid
Als het kindje groter wordt
Roossie in de knop
Zou je tegen alle grote jongens willen zeggen: ‘Handen thuis
En lazer op’
‘Hebbu dat nou ook meneer? Jawel meneer
Precies als iedereen’
Op een mooie Pinksterdag
Laat ze je alleen
Morgen kan ze zwanger zijn
‘t Kan ook nog vandaag
‘t Kan van de behanger zijn
Of van een Franse zanger zijn
Of iemand uit Den Haag
Vader kan gaan smeken en gaan preken
Tot hij purper ziet
Vader zegt: ‘Pas op m’n kind, dat hondje bijt’
Ze luistert niet
Vader is een hypocriet
Vader is een lul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
En de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog één keer met m’n dochter
Aan het handje lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon
Vader en dochter 2: F. Harmsen van Beek
Moeder of vader
Vader en dochter 1: Eva Gerlach
Een heer in een ver land
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van A. Marja
De moeder
Ik zie haar steeds zoals zij, licht gebogen,
voor jou en mij de boterhammen sneed,
de lamp bescheen het tafelkleed,
en een lok haar beschaduwde haar ogen.
Als jij dan thuiskwam stond het brood gereed,
je kuste haar en streek die lok naar boven,
ik had mijn stoel inmiddels bijgeschoven,
zij zei: was eerst je handen, voor je eet
Zo zie ik het: of wij nog samen waren,
want zelfs de eenzaamheid van alle jaren
heeft nooit het helder beeld in mij verstoord.
Jij koestert hoop, ik heb herinneringen,
maar in de kleine huiselijke dingen
leeft zij voor mij, als in jouw hemel, voort.
A.Marja is het peseudoniem voor Arend Mooij (1917- 1964).
Het is de voornaam van zijn moeder.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Trauma’s & relaties
Voordat u dit gedicht leest, zijn er een paar dingen die helpen.
--- Saul van Messel is een pseudoniem voor Jaap Meijer (1912-1993)
--- Jaap Meijer was getrouwd met Liesje Voet en hun oudste zoon heet Ischa
--- Jaap, Liesje en Ischa werden in februari 1944 van Westerbork overgebracht naar concentratiekamp Bergen-Belsen in Duitsland
--- De moeder van Jaap werd in Sobibor Polen vergast
--- De vader van Liesje, Ies, werd in Sobibor Polen vergast
--- Polen was tot eind 1974 een café -restaurant in Amsterdam. Het hotel erboven brandde tot de grond toe af in mei 1977
--- Jaap en Liesje waren door de oorlogservaringen zwaar getraumatiseerd
--- De verhouding tussen Jaap en Ischa was zeer problematisch
--- De jongste zoon heet Job
Van Saul van Messel
restaurant
wij eten
bij polen
mijn jongste zoon
en ik
mijn moeder bleef
in polen
haar jongste zoon
ben ik
ik weet
niet wat
ik eet
en of ik
slik of
stik
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Heen & Weer
Voor de klei-ne-ren
Bommen
Meisjes van dertien
Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden
ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)
Droom in Tenochtitlán
's Morgens
ZoekPoëzie 20; Slauerhoff versus Schotman
Benard advies
Een witte bungalow op Capri
Empathy for Dave Winfield
ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Hiëronymus van Alphen
(1746 - 1803)
De pruimeboom
Ene vertelling
Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voort ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het lopen tegen,
voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.
[ Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen , 1779 ]
Vader & Zoon
3. Alain Teister: Correspondentie
5. Rutger Kopland: (Zonder titel)
6. Willem Hussem: (Zonder titel)
7. Eddy van Vliet: (Zonder titel)
8. Bob Dylan: A Hard Rain's A-Gonna Fall
9. Cees Buddingh': Soms, 's avonds
10. J.B. Charles: Ik ben mijn eigen vader
12. Simon Vestdijk: De overlevende
14. Jan Arends: (Zonder titel)
15. Boudewijn de Groot: Hoe sterk is de eenzame fietser
17. Simon Carmiggelt: Mijn zoontje
18. Johan de Molenaar: Ik vroeg....
Pagina 12 van 28

