Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Lionel Messi tot Jan van Halst
Een kort gedicht is géén spreekwoord, géén tegeltjeswijsheid, géén gezegde, géén frase, géén spreuk.
Een kort gedicht consumeer je als opmaat tot pure poëzie.
Een kort gedicht verhoudt zich tot een spreuk als Lionel Messi tot Jan van Halst
2. Van Joost van den Vondel
Grafschrift op zichzelf
*
Hier leit Vondel, zonder rouw,
Hy is gestorven van de kouw
1. Van Hans Sleutelaar: Gedicht
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Coquilles tot Frikandellen
Een kort gedicht is géén spreekwoord, géén tegeltjeswijsheid, géén gezegde, géén frase, géén spreuk.
Een kort gedicht consumeer je als opmaat tot pure poëzie.
Een kort gedicht verhoudt zich tot een spreuk als een coquille Saint Jacques tot een frikandel.
1. Van Hans Sleutelaar
Gedicht
Wollt Ihr die totale Poesie?
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Zwart & wit & rood en groot
Er zat een specht in mijn tuin. Een grote bonte specht.
Dat weet ik, want de specht zit er wel vaker en ik heb het opgezocht. Zwart & wit & rood en groot. Groter dan de middelste bonte specht en zeker groter dan de kleine bonte specht. Het was geen groene specht , geen zwarte specht en zeker geen draaihals.
Ineens herinnerde ik mij ooit een gedicht over een specht te hebben gelezen van C. Buddingh’. Maar over wat voor specht ging dat?
Op internet kon ik het gedicht niet zo snel vinden; ook al omdat C. Buddingh’ een bijna onwaarschijnlijk groot oeuvre bij elkaar heeft geschreven.
Maar hij was ook samensteller van diverse verzamelbundels. Zou het kunnen zijn, dat ik het bewuste gedicht in één van die bundels was tegengekomen?
Jawel!
In ’Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten; deel 2’ , mede verzameld door Eddy van Vliet, staat het gedicht onder het hoofdstukje Plant & Dier.
Maar ja; mij wordt niet duidelijk om wat voor specht het hier gaat. Ik hou me aanbevolen als u het weet.
Van C. Buddingh’
De specht.

De timmerman van het bos; ook wel de tamboer
uit het vogelorkest met zijn beitelvormige snavel
roffelt hij meer dan honderd keer per minuut
op de schors van een boom, liefst een half vergane,
hakkend naar gangen vol malse larven,
die hij opsmikkelt met zijn hengeltong
Je leest er vaak over, maar ziet hem slechts zelden: zo’n jaar
of vijftien terug, op een ochtend -ik stond me te scheren-
weerklonk in de tuin van het ziekenhuis eensklaps een fel
geratel, ik liep naar het raam, en daar
zat er zowaar één, als vastgekit
aan de stam van een gammele populier.
Het werd een vertrouwd, maar toch steeds weer verrassend geluid;
we stonden vaak: mijn moeder, mijn vrouw en ik,
naar hem te kijken; soms waren er twee zelfs of drie,
driftig bikkend en beukend, terwijl
nog geen twintig meter van hem vandaan
de auto’s over de klinkers gleden.
Waar ze nestelden hebben we nooit geweten; ze moeten
gezellig en hartelijk zijn in gevangenschap,
gauw korzelig alleen, wanneer ze hun zin niet krijgen;
maar toch: ’Een haast ideaal huisdier’, zei
een Amerikaan, ’als hij niet zoveel tijd
had besteed aan ’t versplinteren van onze meubels’.
Het is allemaal lang geleden; dit jaar gaat
mijn oudste zoon naar de middelbare school,
mijn vrouw is zwaar ziek geweest maar gelukkig weer helemaal
opgeknapt, mijn haar wordt wat grijs,
de bomen zijn weg, de spechten zijn weg,
maar ik zie en hoor ze nog dikwijls hameren.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis
ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer
ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren
Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen
Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien
Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden
ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)
ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán
ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens
ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies
ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri
ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield
ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde
ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant
ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan
ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg
ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose
ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt
ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk
ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw
ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe
ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)
ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's
ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen
ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen
ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux
ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp
ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur
ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen
ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten
Zoekpoëzie 41: Hans van de Waarsenburg
Berlin -1900- zoveel
ZoekPoëzie 42: Menno Wigman & J.J.Slauerhoff (4)
Kaspar Hauser
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Kaspar Hauser;
's werelds beroemdste vondeling
De kat van Menno Wigman, stadsdichter te Amsterdam, heet Kaspar.
Hij zei dat zondagavond aan het slot van een Slauerhoff-gala in Utrecht. En hij las daar ook zijn mooie ambachtelijke gedicht Kaspar Hauser voor. Geschreven omdat hij ondermeer geïnspireerd was door J.J. Slauerhoff, die ook een gedicht onder de titel Kaspar Hauser heeft geschreven. Net als trouwens Georg Trakl, Hans Arp en Paul Verlaine.
Kaspar Hauser was een fenomeen. De beroemdste vondeling uit de wereldgeschiedenis. Hij dook ineens op in Neurenberg op 26 mei 1828.
Ongeveer zestien jaar oud, verwaarloosd en gehuld in lompen. Hij kon nauwelijks spreken en wist niet hoe hij moest lopen. Hij stamelde voortdurend het zinnetje: ’’Ik wil een ruiter zijn , zoals mijn vader’’.
Toen hij later een beetje leerde spreken, werd duidelijk dat hij al die jaren opgesloten was geweest in een donkere cel van twee meter bij 1.20 meter. Er was een bed van stro en een houten schommelpaard. Hij was grootgebracht door ‘een persoon’, die hem alleen water en brood gaf. In het celletje was een gat in de grond waar hij zijn behoeften deed.
Hij woonde in het plaatsje Ansbach. Een jaar nadat hij was opgedoken werd een moordaanslag op hem gepleegd. In 1833 werd hij in een park neergestoken. Hij overleed een dag later.
Die mysterieuze omstandigheden en die twee moordaanslagen hebben geleid tot allerlei speculaties over zijn achtergrond. Niet alleen dichters hebben zich met hem beziggehouden, maar ook medici, filosofen en andere wetenschappers. Hij zou van adellijke afkomst zijn, hij zou het allemaal verzonnen hebben, hij zou niet vermoord zijn, maar zelfmoord gepleegd hebben.
Kortom: geweldig voer voor ’normale’ mensen.
Van Menno Wigman
KASPAR HAUSER
Hier geen Natureingang.
Geen beek van zilver, gouden zonlicht, zeikgedicht.
Hij gaf niet om de zon.
Maar hoorde hij een klank, zag hij een vlam, dan greep
hij witheet met zijn hand.
Soms stond hij heilig met een schilderij te praten
of plantte hij bezorgd
een snijbloem in de aarde. Een kind van zeventien
met kelders in zijn ogen.
Afkomst verduisterd. Mensen die hem willen doden.
Zijn onbemande mond
die hulpeloos herhaalt wat hem was ingesproken:
`Ik wil een ruiter worden.'
Meer wist hij niet. En wij, wij leerden Kaspar kijken,
wilden zijn hoofd met Duits
verrijken, steenhard Duits dat al zijn schrik verdreef.
Maar het verklaarde niets.
En bastaardprins of niet, gelukkig werd hij nooit.
En nu is Kaspar dood.
En wij, wij leefden hem, beschreven hem in gloedvol
Duits dat niets doorzag.
- Breek alle pennen stuk. Tuig elke letter af.
Er is geen taal die troost,
geen woord dat bloost bij Kaspar en zijn hondendood.
Van J.J. Slauerhoff
Kaspar Hauser
In het halfdonker een kleine kluis
Bij den dood, daar ben ik thuis.
Daaruit ben ik weggenomen,
Hoe weet ik niet verdwaald gekomen,
Waar geen duistre stille wanden
Bestonden in ruimten en harde branden
Van beweging, geluid en lichten,
Waarin bewogen gedaanten, gezichten
Die alle kwamen om mij heen
Ik, eerst altijd alleen, alleen,
Wilde vluchten in den steen;
Door den muur kon ik niet heen.
Zij grepen, brachten mij ergens in,
Bij mannen met haren om hoofd en kin,
Bij vrouwen die zachte huiden dragen,
Mij met harden spot aanzagen.
Bij twee ben ik ingekeerd,
Heb het leven gejaagd geleerd.
Dag en nacht getallen, woorden,
Hoorde van geboorten en moorden.
Maar niets was van hen en mij samen,
Ik gaf het wel dezelfde namen,
Die kwamen enkel uit mijn mond;
Mijn hoofd waarin het niet bestond
Toen ik alleen in donker was
Zonder bloemen, zon en gras,
Was licht en droeg alleen mijn haar.
Nu is er vol angst een wereld zwaar.
Ik wil liever daar weer heen,
Zitten op den hollen steen,
Met het stille paardje spelen,
Met hem dood en duister delen.
Hij wil niet van water en brood,
Meer dan ik is hij toch dood.
Met hem dood en duister delen
En zijn stugge manen strelen.
In het halfdonker een kleine kluis
Bij den dood wil ik, naar huis
Van Paul Verlaine
Gaspar Hauser chante :
|
Je suis venu, calme orphelin A vingt ans un trouble nouveau, Bien que sans patrie et sans roi Suis-je né trop tôt ou trop tard ? |
|
Van Georg Trakl
Kaspar Hauser Lied
Fuer Bessie Loos
Er wahrlich liebte die Sonne, die purpurn den Huegel hinabstieg,
Die Wege des Walds, den singenden Schwarzvogel
Und die Freude des Gruens.
Ernsthaft war sein Wohnen im Schatten des Baums
Und rein sein Antlitz.
Gott sprach eine sanfte Flamme (Verlaine) zu seinem Herzen:
O Mensch!
Stille fand sein Schritt die Stadt am Abend;
Die dunkle Klage seines Munds:
Ich will ein Reiter werden.
Ihm aber folgte Busch und Tier,
Haus und Daemmergarten weisser Menschen
Und sein Moerder suchte nach ihm.
Fruehling und Sommer und schoen der Herbst
Des Gerechten, sein leiser Schritt
An den dunklen Zimmern Traeumender hin.
Nachts blieb er mit seinem Stern allein;
Sah, dass Schnee fiel in kahles Gezweig
Und im daemmernden Hausflur den Schatten des Moerders.
Silbern sank des Ungebornen Haupt hin.
Van Hans Arp
kaspar ist tot
eh unser guter kaspar ist tot
wer trägt nun die brennende fahne im wolkenzopf verborgen täglich zum schwarzen schnippchen schlagen
wer dreht nun die kaffeemühle im urfass
wer lockt nun das idyllische reh aus der versteinerten tüte
wer verwirrt nun auf dem meere die schiffe mit der anrede parapluie und die winde mit dem zuruf bienenvater ozonspindel euer hochwohlgeboren
weh weh weh unser guter kaspar ist tot. heiliger bimbam kaspar ist tot.
die heufische klappern herzzerreissend vor leid in den glockenscheunen wenn man seinen vornamen ausspricht. darum seufze ich weiter seinen familiennamen kaspar kaspar kaspar.
warum hast du uns verlassen. in welche gestalt ist nun deine schöne grosse seele gewandert. bis du ein stern geworden oder eine kette aus wasser an einem heissen wirbelwind oder ein euter aus schwarzem licht oder ein durchsichtiger ziegel an der stöhnenden trommel des felsigen wesens.
jetzt vertrocknen unsere scheitel und sohlen und die feen liegen halbverkohlt auf dem scheiterhaufen.
jetzt donnert hinter der sonne die schwarze kegelbahn und keiner zieht mehr die kompasse und die räder der schiebkarren auf.
wer isst nun mit der phosphoreszierenden ratte am einsamen barfüssigen tisch.
wer verjagt nun den sirokkoko teufel wenn er die pferde verführen will.
wer erklärt uns die monogramme in den sternen
seine büste wird die kamine aller wahrhaft edlen menschen zieren doch das ist kein trost und schnupftabak für einen totenkopf.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Berlin -1900- zoveel
Hans van de Waarsenburg (Helmond 1943) is een geëngageerd dichter. Neem ‘Berlin -1900- zoveel’.
Is daar een exacte datum op te plakken?
Ik geloof het niet. Het speelt zich globaal af tussen 1911 en 1940.
Berlin in het gedicht -en niet Berlijn- was in die periode een cultureel rijke en enerverende stad. Een stad in verwarring ook.
Een stad van kunstenaars en een voorhoede van avant-gardisten.
Maar ook een stad in oorlog en een stad waar de opkomst van nazisme overal aanwezig was met bijvoorbeeld boekverbrandingen op 10 mei 1933 op de Bebelplatz.
Het gedicht begint zo: (Jaap Harten is een collega dichter)
Berlin -1900- zoveel
voor Jaap Harten
Een bloedhete dag op de
Kurfürstendamm;
Berlin 1900 -zoveel.
Dames & Heren van goede stand
pellen een lila Pumpernickel
& daar onder de Brandenburgertor
in een huid van rode zijde
loopt Lodeizen jong en blond
gearmd met Thomas Mann
over steeds bruiner wordend asfalt
Het schellenraam van een voorbijtrekkend
en wohltemporiertes Marschkorps
verblindt hen
Hans Lodeizen was een Nederlands dichter die kort leefde: 1924-1950.
Hij stierf aan leukemie. Thomas Mann leefde van 1875 tot 1955.
Zij zouden dus inderdaad arm in arm gelopen kunnen hebben. Hoewel….Leden van de SA (Sturmabteilung) werden bruinhemden genoemd.
In de periode tussen 1930 en 1940 waren zij in het Berlijnse stadsbeeld steeds prominenter aanwezig en ook de Marschkorpsen namen in omvang toe.
De jonge blonde Lodeizen zou toen dus jonger dan zestien jaar geweest moeten zijn.
Het gedicht gaat verder met:
Wanneer ze met knipperende oogleden
stil blijven staan
horen ze het huilen van Rosa Luxemburg
Het slopen van Cabaret Voltaire &
Het gelal van Kloos
In een doorzichtige long vliegt
Klee voorbij
gebaren makend en hoestend
Rosa Luxemburg was een van origine Poolse filosofe en communiste. Zij stierf in Berlijn in 1919 op 47-jarige leeftijd.
Kloos was één van de Tachtigers (1859-1938), inderdaad een man met een drankprobleem en Paul Klee (1879-1940) was een schilder van wie de Nazi’s in 1937 120 kunstwerken in beslag namen.
Cabaret Voltaire was een groep avant-gardistische kunstenaars. Opgericht in Zürich begin 1916.
Een jaar later werd het in Berlijn voortgezet als de meer gepolitiseerde Dada-beweging.
In 1920 werd daar de eerste en laatste internationale Dada-fair gehouden.
Het gedicht eindigt met:
Blauwe ruiters, haastig de paarden gezadeld,
rukken voor de laatste keer op.
Geheel of gedeeltelijk levend worden zij
boven een vuur van boeken gecremeerd.
Een bloedhete dag op de
Kurfürstendamm:
Berlin 1900- zoveel:
Ik veeg met een rode zakdoek
het zweet van mijn voorhoofd.
De Blauwe Ruiters (Der Blaue reiter) was eveneens een groep expressionistische kunstenaars waaronder Paul Klee en Wassily Kandinsky.
Opgericht in 1911. De beweging werd opgeheven bij het begin van de eerste wereldoorlog.
In het boekje Schrijven of Schieten van Fernard Auwera is een interview uit 1969 opgenomen met Hans van de Waarsenburg.
De interviewer begint over dit gedicht en informeert naar het engagement van de poëet over deze vooroorlogse periode.
Hij zegt:
‘Ik heb verdomme nog zoveel te zeggen, vooral over die naoorlogse situatie, maar kan dat allemaal in een nutshell?
Man, denk eens even aan Korea, Algerije, Kongo, Loemoemba, Vietnam enz.
Deze trieste rij van slachtingen groeit met de dag aan, terwijl welvaart en geluk met de gang van een verminkte slak voortgaan’.
Als je daar voor in de plaats Kongo, Syrië ,Assad, Afghanistan, Israël, Palestina en Iran zet en er de economische recessie bijhaalt, beland je vanzelf in 2012.
Brandenburger Tor Berlijn 1920

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis
ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer
ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren
Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen
Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien
Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden
ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)
ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán
ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens
ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies
ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri
ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield
ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde
ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant
ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan
ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg
ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose
ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt
ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk
ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw
ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe
ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)
ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's
ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen
ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen
ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux
ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp
ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur
ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen
ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten
Pagina 7 van 28

