Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Haarlem, zijn dichters, zijn drukker, zijn Markt
In het mooie ambachtelijke gedicht hieronder van Adriaan Morriën passeert een andere dichter. Dat is Willem Bilderdijk, die zijn laatste vier jaren van 1827 tot eind 1831 in dit huis woonde. Het staat op de Grote Markt in Haarlem. Boven het zolderraam is een plaquette aangebracht om de dichter te eren.
Een ander eerbetoon is er voor de ‘’eerste drukker’’. Dat is het grote beeld van Laurens Janszoon Coster (Lautje), de –zeggen ze in Haarlem en omstreken- uitvinder van de boekdrukkunst. Het Kenaupark is vernoemd naar Kenau Simonsdochter Hasselaer, een verzetsvrouw die tegen de Spanjaarden vocht. De Bavoklokken zijn van de Grote Sint Bavokerk, die ook op de Grote Markt staat en de Hout is de Haarlemmerhout, een bos aan de zuidrand van de stad.
Van Adriaan Morriën
HAARLEM
Ik wilde zo graag in Haarlem wonen
In een oud rustig huis aan de Leidsevaart.
Om ’s avonds te luistren naar ’t ruisen der bomen
Waardoor de zeewind van Holland gaat.
Om voor het slapen het spel te horen
Der Bavoklokken, zo helder en zacht…
Door ’t venster zie ik nog juist de toren,
Het kerkdak reeds donker van de nacht.
Om ’s Zondags over het marktplein te wandlen
Waar Haarlems eerste drukker troont,
Het boek onveranderlijk in zijn handen,
Voor ’t huis waar later een dichter heeft gewoond.
De lente komt er zo vriendelijk binnen
Door bolwerk en Hout, langs singel en gracht;
Dan kan op een ochtend de zomer beginnen
Vol schaduw en zon en met bloemen bevracht.
De kinderen aarzelen blij op de bruggen
En zien het water dat blinkt in het licht
En horen de stad vol van zomergeruchten
En halen de hemel vlak voor hun gezicht.
In ’t najaar vallen nergens de bladen
Zo overvloedig als achter de Hout
En krakend loopt men de bedolven paden
De zon gaat er wenend onder in goud.
De zon komt er ritselend op in de morgen
Als de duif reeds boven het Kenaupark stijgt
En de stad nadromend over nachtelijke zorgen
Rondom het geluid van de melkauto zwijgt.
De winter strooit er zijn sneeuw op de daken
En vriest de singel en grachten dicht,
En oud is ’t geluid dat de stilte doet kraken,
’t Verlangen ontdooit in een vrouwengezicht.
De nacht staat van sterren en koude te tintelen,
De kerk met haar voorhoofd en schouders vol sneeuw,
Laat voordat ik inslaap har klokkenspel rinkelen
En zwijgt dan een uur of een donkere eeuw.
Plaquette
Lautje

Grote Sint Bavo

De kerk werd gebouwd tussen 1370 en 1538. Daarna volgden diverse restauraties.
Graf

De vloer van de kerk bestaat alleen uit grafzerken. Zo’n 1500. Daaronder: Frans Hals. Willem Bilderdijk was de laatste die hier begraven werd. De begrafenis werd ondermeer bijgewoond door de 17-jarige Nicolaas Beets, die later in zijn Camera Obscura ondermeer over de Haarlemmer Hout zou schrijven.
Grote Markt Stadhuis

Grote Markt Vleeshal

Grote Markt Etablissement Brinkmann

Sint Bavo Müllerorgel

Het Müllerorgel in de kerk werd bespeeld door een zeer jeugdige Mozart (10 jaar). Ook Hȁndel speelde erop.
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
(Bij de dood van Gerrit Kouwenaar)
LANGGELEDEN & VANDAAG
Hugo Claus was het meest bekend als romancier. Zijn Verdriet van België is ongeëvenaard. Maar ook als dichter heeft hij een prachtig oeuvre achter gelaten. De Sporen verscheen in 1993 en direct het jaar daarop kreeg hij daarvoor de eerste VSB Poëzieprijs.
In deze bundel heeft hij een gedicht opgedragen aan Gerrit Kouwenaar.
Het gaat zo:
Gelukkig dat zij jou als zoon had, je moeder
En gelukkig dat je er bent
Ratelend remmend op de
Racefiets van je vers
In dat gedicht van langgeleden en vandaag
Tussen tantes met hun gloeiend water en de
Koeken door je ooms gesneden.-
Omdat je er bent
Uitermate dichter in een
Wereld die elke dag
Eerder dichterbij dan toen ruikt
Naar de brandgeur in de jas van je vader.-
Achter je radeloze fonemen
Aan redelijke rafels geschreven
Raad ik het: je kunt het ,Gerrit, stenen verzachten
Ode of niet?
Is dit nu een ode of niet? Claus schreef het in 1983 toen Gerrit Kouwenaar 60 jaar werd. Het is opgenomen in een huldeboek onder de titel Het is zo vandaag als altijd.
Kouwenaar las het bovendien op de televisie voor, toen Hugo Claus in 2008 overleed.
Maar waar komen die radeloze fonemen vandaan en hoe redelijk zijn die geschreven rafels?
We kunnen er dan natuurlijk het best het betreffende gedicht van ‘langgeleden en vandaag’ bij halen. De tantes met hun gloeiend water en de ooms met de gesneden koeken.
Ik heb het voor u gevonden.
De dag
Op de dag dat ik er was stonden de klokken zeven
de buren praatten op de balkons over vrede
mijn vader schreef een stuk over een brand
mijn moeder was gelukkig dat zij een zoon had
de ooms sneden koek ik lag geheel gesloten
de wereld gaf prompt antwoord met sportmanifestaties
de avond was vol auto's met supporters
de tantes liepen geruisloos met gloeiend water
de krantenman op zijn racefiets groette de dokter
de ogen der stad stonden wijd open in avondzon
omdat ik er was in een kom van asfalt
omdat ik er was speelde het orgel gedempt in de verte
in de nacht kwam mijn vader met een jas vol brandgeur
hij liep op gummi bottines de trap op en af
hij heeft op het balkon een cigarillo gerookt
hij dronk een glas wijn en dacht ik kan zweven.
Twee handen vol vierkante woorden
brood en vruchten voor brood en vruchten
wind is er veel langzame stekende adem
er is één lange gapende letter
prijs de aviateur met een mechanisme
prijs de visser met het lui sleepnet
de tongstem der druiven als een oud kerklied
zinloos en onverstaanbaar en lieflijk
het brood is veel waard wit in de nachtwind
ik lig krom als een mens in lachkramp
ik ben geheel een mens op blote sandalen
tellend mijn vingers tellend mijn vingers.
Zou het lachen zwart zijn liefste
zou er altijd een moeder teveel zijn geboren
zouden de wanden naar mij toebuigen
zouden er metalen stangen door de stilte gaan
ik was de jongen die de brief moest brengen
jij was het meisje dat de brief niet ontving
wachten was vrijwel onmooglijk
wij zijn jong geworden binnen elkaar
de tranen zouden één keer droog zijn geweest
de vader zou één keer levend worden begraven
de vriendschap een bloedend standbeeld
en de pleinen vol bladeren om te vergeten.
Op 5 april 1989 werd Hugo Claus op zijn beurt 60 jaar en schreef Kouwenaar een nieuw gedicht De Dag.
Is dat een ode? Oordeel zelf. Het gaat zo:
De Dag
De wand is dun, men hoort zijn vader
de tijd opwinden, de heel fijne dove
steeds vleziger ademhaling van een machine
wiens dagen sinds jaren geteld zijn
een voorjaar is het maar voorgoed november
een slachtmaand mak als brood
de opgeheven zwaarte van een hamer
het is alsof het handschrift aarzelt
de pagina berouwt, zich afvraagt wat het moet
met al die klinkers scherven zekerheden
het licht droogt op in inkt, het raam
ziet enkel in, verhelend dat de straat
zich inslaapt in een kiek, de uitgang dicht -
Invloedrijk dichter
Gerrit Kouwenaar (Amsterdam 1923) was een invloedrijk dichter. Ook hij won voornoemde VSB Poëzieprijs (1997), maar al eerder in 1970 de P.C.Hooftprijs en in 1989 de prijs der Nederlandse letteren. Kouwenaar was vooral bekend als een soort voorman van de Vijftigers.
Zijn bloemlezing Vijf 5tigers kreeg opmerkelijk veel aandacht. Hierin is werk opgenomen van Remco Campert, Lucebert, Bert Schierbeek, Jan Elburg en van hemzelf.
Grote afwezigen zijn Simon Vinkenoog en … Hugo Claus.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Slauerhoff, Leeuwarden & Friesland
Leeuwarden is een typische provinciehoofdstad. Sfeervol, rommelig. Kleinschalig. Grachten en monumentale panden.
Er is cultuur volop. Niet alleen het verbouwde Fries Museum is zeer de moeite waard, maar ook het Keramiekmuseum. Leeuwarden is in 2018 dan ook culturele hoofdstad van Europa.

Je kunt de stad verkennen door een poëzieroute te volgen. Er is werk van 41 dichters. Vaak zijn de gedichten op de straat aangebracht en kun je er over heen lopen; soms zijn er plaquettes op huizen.
Bijvoorbeeld op Voorstreek 26, waar Frieslands grootste dichter Jan Jacob Slauerhoff zijn jonge jaren sleet. Op een plaquette zijn vier regels te vinden uit één van zijn bekendste gedichten: Woninglooze.
Waarom maar vier regels?
Ik zou het bij god niet weten. Je neemt het aardige initiatief om een poëzieroute te maken en dan vermink je het gedicht door maar een paar regels over te nemen.
Tenzij men dat expres gedaan heeft, omdat Slauerhoff in zijn werk nou niet bepaald een warme band met Leeuwarden had. Want één van de eerste regels uit Woninglooze luidt: ’Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak’.
Het complete gedicht gaat zo:
Woninglooze
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen.
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.
Zoolang ik weet dat ik in wildernis,
In steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.
Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
Waarmee ’k weleer kon bouwen, en de aarde
Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.
Geboortehuis Slauerhoff

J.J. Slauerhoff werd in 1898 geboren in dit pand. Voorstreek 33. In 1906 verhuisde het gezin naar de overkant van de straat.
Had Slauerhoff inderdaad geen warme band met Friesland?
Gerrit Jan Zwier heeft daar onderzoek naar gedaan.
Hij schreef het boekje ‘Alleen voor Friesland heb ik nog een zwak’.
Ook in de mooie vuistdikke biografie van Wim Hazeu komt Friesland veelvuldig voor. Maar dan toch vooral als plaats van handeling en niet omdat Slauerhoff er in zijn werk veel aandacht aan besteedde.
Over Vlieland schreef hij overigens wel een paar mooie gedichten. Daar kwam hij vaak en had het eigenlijk wel naar zijn zin.
Hij schreef niet in het Fries. Was te groot voor Friesland en ook te groot voor Nederland:
‘De Friesche aard is benepen en uit zich niet groot, weegt en wikt’.
En:
‘In Nederland wil ik niet sterven, en in de natte grond bederven’.
En toch was er ook nog die regel die de titel werd van Zwier’s boekje: ’Alleen voor Friesland heb ik nog een zwak’.
Dat werd tot vreugde van de hele Friese literatuurgemeenschap na zijn dood aangetroffen in een onvoltooid gedicht.
Dat gaat zo:
Ik kan niet zeggen hoe ik Holland haat
Ik kan niet zeggen hoe ik Holland haat
Bij ’t woord alleen grijpt walging mij de keel
‘k Zag ’t liefst veranderd in een grote Peel,
Waarin ’t wegzakken kon met al zijn kwaad.
Neen, ‘t is waar gróót kwaad wordt er niet bedreven
Maar wel veel valsch ge…?…….. in het geniep
Hij die er langer dan zes nachten sliep,
Heeft, weer op zee, het land voor al zijn leven.
Af zweer ik grijsgroen, melkwit, waterblauw,
Mijn kleuren zijn voortaan hardgeel, bloedrood.
Ik stierf nog liever picadorendood
Dan naar Zorg-vlied te gaan met statierouw.
Alleen voor Friesland heb ik nog een zwak,
Al is dat ……………?……………………..
…………………… ?……………………..
Maar ook in het mooiste ijs is wel een wak.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis
ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer
ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren
Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen
Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien
Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden
ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)
ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán
ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens
ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies
ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri
ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield
ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde
ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant
ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan
ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg
ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose
ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt
ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk
ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw
ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe
ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)
ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's
ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen
ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen
ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux
ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp
ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur
ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen
ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten
ZoekPoëzie 41: Hans van de Waarsenburg
Berlin -1900- zoveel
ZoekPoëzie 42: Menno Wigman & J.J. Slauerhoff (4)
Kaspar Hauser
ZoekPoëzie 43; C.Buddingh'
De Specht
ZoekPoëzie 44; Constant & Gerrit Kouwenaar
Een essaytje in dichtvorm
ZoekPoëzie 45: Rutger Kopland
De Drentse A
ZoekPoëzie 46: Judith Kazantzis & Anna Achmatova
Muze
ZoekPoëzie 47: J.B.Charles
De kinderen van Marcinelle
ZoekPoëzie 48: Henk Kooijman
Dorpsbewoner
ZoekPoëzie 49: Garmt Stuiveling
Landarbeidersstaking
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
De kinderen van Marcinelle
Het gebeurde op 8 augustus 1956. In de kolenmijn Le Bois du Cazier. Bij het plaatsje Marcinelle in Wallonië breekt brand uit. Er komen 262 mijnwerkers om het leven. Daaronder waren 136 Italianen.
Maar er waren ook veel jonge slachtoffers. Mijnwerkers, die niet ouder waren dan 14 en 15 jaar. Vooral dit laatste schokte de dichter J.B. Charles zo erg, dat hij een geëngageerd gedicht -een kort essay bijna- schreef.
Dat gaat zo:
Marcinelle, feather foundation
De kinderen zijn gestikt met de paarden,
de blinde mijnpaarden van Marcinelle,
dwz. Wij hopen dat zij diep onder de aarde
niet krankzinnig van angst en dorst zijn gestorven.
Een ogenblik. De gehelmde gendarmes van orde
moeten de ijzeren hekken openmaken.
om een grote cadillac door te laten
van een bezorgde zorgvuldig verzorgde meneer.
De ijzeren hekken, overgroeid en behangen
met trossen versteende berookte gezichten
van vrouwen van mannen en moeders van kinderen.
Ach, die kinderen, nietwaar?
Honderden meters onder de grond en
niet ouder dan veertien of vijftien jaar.
Een ogenblik: denk aan je eigen jongen,
of hij een goed rapport had of een slecht,
met vakantie aan zee was of bij zijn tante
in Ermelo, of zijn hart nog uitging naar vliegers
of al naar het dutch swing college, éven
een minuut stilte voor je eigen jongen
van veertien, Zie hem daar onder de grond
steenkool moeten delven voor de fluid make up
van maîtressen van heren in cadillacs.
De hekken van orde zijn van solied ijzer,
nietwaar, maar de schacht van de mijn
was bekleed met vergaan hout en een cadillac
1956 heeft poederdoosjes van zilver.
Goedgekleed heer rijdt bedroefd door de hekken, jawel,
jawel, het is met één van zijn mijnen gedaan.
Italianen zullen nog wel zijn te krijgen,
want armoe is er gelukkig genoeg,
maar, dat moet ons toch wel verdrieten,
nietwaar, één mijn is nu wel voorgoed naar de hel.
een ogenblik, laten we jouw jongen niet vergeten,
dacht hij aan zijn tante in Ermelo, toen het zijn tijd was?
Dat kan men niet aannemen. Aan zijn vlieger?
Aan de socialistische regering van België ?
Schei uit, dit is het ogenblik niet voor grapjes,
hij heeft met zweet op zijn zwarte kindergezicht,
maar niemand kon het zien, want het was
een hartstikke helse nacht daar beneden,
om zijn moeder geschreeuwd en zijn jongensvuisten
stukgeslagen tegen de muren van het zwarte goud
voor de groene gazons en de roze badkamers
en de dure kostscholen van een beter soort jongens
en de feather foundation van de vriendinnen
van welverzorgde maar nu toch bezorgde meneren.
Vrede zijn hun. Die kinderen dan.
J.B. Charles is het pseudoniem van Willem Nagel (1910-1983) . Hij was criminoloog en hoogleraar in Leiden. Maar daarnaast was hij schrijver en dichter van een omvangrijk oeuvre.
Overigens bleek direct na het ongeluk in Marcinelle dat de mijn zeer veel gebreken vertoonde. Eén van de eerste maatregelen die werd genomen was het verhogen van de minimum leeftijd van mijnwerkers in België naar zestien jaar.
ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao
ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita
ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen
ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar
ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade
ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63
ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk
ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester
ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering
ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk
ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis
ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer
ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren
Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen
Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien
Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden
ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)
ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán
ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens
ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies
ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri
ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield
ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde
ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant
ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan
ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg
ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose
ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt
ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk
ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw
ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe
ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)
ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's
ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen
ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen
ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux
ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp
ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur
ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen
ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten
ZoekPoëzie 41: Hans van de Waarsenburg
Berlin -1900- zoveel
ZoekPoëzie 42: Menno Wigman & J.J. Slauerhoff (4)
Kaspar Hauser
ZoekPoëzie 43; C.Buddingh'
De Specht
ZoekPoëzie 44; Constant & Gerrit Kouwenaar
Een essaytje in dichtvorm
ZoekPoëzie 45: Rutger Kopland
De Drentse A
ZoekPoëzie 46: Judith Kazantzis & Anna Achmatova
Muze
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van Katja Schuurman tor Catherine Keyl
Een kort gedicht is géén spreekwoord, géén tegeltjeswijsheid, géén gezegde, géén frase, géén spreuk.
Een kort gedicht consumeer je als opmaat tot pure poëzie.
Een kort gedicht verhoudt zich tot een spreuk als Katja Schuurman tot Catherine Keyl
Van Multatuli
Uit: Grafschriften op Thorbecke (1872)
Liberaal
Als ’n aal
Korte gedichten
(Van Coquilles St. Jacques tot Fricandellen)
2. Joost van den Vondel: Grafschrift op zichzelf
(Van Lionel Messi tot Jan van Halst)
Pagina 6 van 28

