Poëzie

 

Een witte bungalow op Capri

Het was een nacht in het voorjaar van 1952.
      De Chileense dichter Pablo Neruda -in 1971 winnaar van de Nobelprijs voor literatuur- en zijn minnares Matilde Urrutia slapen voor de eerste keer in de witte bungalow op de kliffen van het Italiaanse eiland Capri.
      Hij schrijft direct daarna één van zijn beroemdste gedichten: La noche en la isla met als eerste regel Toda la noche he dormido contigo.
In de vertaling van Fred de Haas, die in 1974 verscheen bij Flamboyant/P gaat het als volgt.

De nacht op het eiland

De hele nacht heb ik met jou geslapen,
bij de zee, op het eiland.
Woest en lieflijk lag je tussen lust en sluimer,
tussen vuur en water.

Wie weet, heel laat
werden onze dromen één
op de golf of in het dal,
hoog als takken bewogen door eenzelfde wind,
laag als rode wortels die elkander raken.

Misschien scheidde jouw slaap
zich van de mijne
en zocht je naar me
op de donkere zee,
als vroeger,

toen je nog niet was,
toen ik je voorbijvoer
zonder je te zien,
|en zocht je blik|
at je vandaag
- aan brood, aan wijn, aan liefde en aan woede -
door mij met volle handen wordt gegeven,
omdat jij de beker bent
die op mijn levensgaven wachtte.

Ik heb de hele nacht
met je geslapen,
terwijl de duistere aarde wentelde
met doden erop en levenden,
en bij het onverwacht ontwaken,
midden in het donker,
omgreep mijn arm je middel.
Niet de nacht en niet de slaap
vermochten ons te scheiden.

Geslapen met jou heb ik, en
Bij het ontwaken
schonk je uit de slaap gekomen mond
aan mij de smaak van aarde,
van zeewater, van algen;

uit de bodem van je leven
ontving ik je kus,
nat van dageraad,
als kwam hij tot me
uit de zee
die om ons was.

Het gedicht is opgenomen in de bundel De verzen van kapitein (Los versos del capitán).
       Een verzameling liefdesgedichten, vol tederheid en hartstocht maar ook met woede en jaloezie.
Pablo Neruda, die tevens diplomaat was, schreef de verzen tussen 1949 en 1952, toen hij verbannen was uit Chili.
      Dat gebeurde op tal van plekken in de wereld.
Ze werden in eerste instantie anoniem uitgegeven in Napels.


Klik HIER voor alle Zoekpoezie 

 

 

 

Een persoonlijke klaagzang

Maurice Gilliams is een Vlaams dichter en romancier, die in Nederland vrijwel onbekend is. Dat is jammer.
      Neem nu zijn gedicht Winter te Schilde.
Prachtig!
      Een gedicht met lading, met duistere strofen die beklijven, met indringende vergelijkingen en onvervulde verlangens.
Een uiterst persoonlijke klaagzang.

 
Van Maurice Gilliams

Winter te Schilde

Het is een vlakte waar geen moeders wonen;
het sneeuwt, en blinder zwellen de moerassen.
De stilte vriest aan ‘t warhout der gewassen,
langs donkre paden naar helle kerkhoven.

Maar wiegeliedren hoort men nergens ruisen,
geen winteravondzangen brengen vrede.
De natte honden bassen aan hun keten;
de bruine ratten dringen in de huizen.

Daar rusten, donker-weg, de ronde broden,
het karig voedsel voor de bittre dagen.
En alles wat een mensenziel kan klagen
verkropt zij in der doden zoete namen.

Prijs der Nederlandse Letteren

Maurice Gilliams (Antwerpen 1900-1982) heeft een vrij bescheiden oeuvre.
      Hij ontving de Constantijn Huygensprijs en -in 1980- de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren.

Hoezo Schilde?

De auteur woonde in Antwerpen.
     Maar de vraag doemt op, wat hij persoonlijk had met het plaatsje Schilde, dat overigens in de omgeving van Antwerpen ligt. Hij moest daar wel persoonlijke herinneringen aan hebben!
      Ik kon het niet zo snel vinden en nam contact op met Gilliams-kenner Hans Kleiss, die ondermeer een bibliografie over hem schreef.
      Hij beheert ook de site www.mauricegilliams.nl


Zijn antwoord:


Dag Ronald,

Zijn eerste vrouw woonde in Schilde, en Gilliams verbleef er dus regelmatig. Ze hebben er ook heel even een woning gehad, maar het huwelijk hield maar een paar maanden stand. Zie de roman: Gregoria of een huwelijk op Elseneur; Schilde heet dan Silversande

De “wiegeliedren” en “de vlakte waar geen moeders wonen” uit Winter te Schilde verwijzen naar de kinderloosheid van dit nauwelijks geconsumeerde huwelijk.

Met vriendelijke groet,

Hans Kleiss

 

 

EEN BEWOGEN HERBEGRAFENIS

‘Een begrafenis’ is één van de bekendste gedichten uit de beginperiode van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Het werd geschreven in 1956 en is opgenomen in de bundel Roepen naar Yeti (Wolanie do Yeti).
     
Grote vraag in dit gedicht is: wie werd één keer geboren en toch twee maal begraven?
Wel
aan: het gaat om de Hongaar László Rajk, een staatsman die in de Spaanse Burgeroorlog vocht, vooraanstaand lid werd van de Hongaarse Communistische Partij (MKP) en in de tweede wereldoorlog in Hongarije gevangen werd genomen.
     
Hij werd na de oorlog eerst minister van Binnenlandse Zaken en snel daarna van Buitenlandse zaken. In 1949 werd hij echter gearresteerd.
Hij zou een spion geweest zijn van de Amerikaanse en Britse geheime diensten. De ergste beschuldiging was echter dat hij een Titoïst was, een aanhanger van Tito.
     
László Rajk werd op 15 oktober 1949 in Boedapest opgehangen.

  

Toen in 1956 het tij langzaam aan het keren was, werd Rajk gerehabiliteerd.
Aan de vooravond van de Hongaarse Opstand werd hij op 6 oktober in Boedapest onder vertoon van de nodige symboliek herbegraven.
     
Wislawa Szymborska, die in deze periode afstand nam van het Stalinisme brengt in dit gedicht een eerbetoon aan László Rajk en gaat dieper in op de Hongaarse Opstand die van 23 oktober tot 10 november 1956 plaatsvond. Sovjet-troepen maakten op bloedige wijze een eind aan die opstand. Zo’n 2500 Hongaren kwamen daarbij om het leven en het vluchtelingenaantal wordt op 100.000 geschat.

Het gedicht gaat zo:

Van Wislawa Szymborska

Een begrafenis

De schedel, uit de aarde genomen,
werd ingelegd in marmer,
de medailles werden gewiegd
op kussens van purper.
De schedel, uit de aarde genomen.

Ze lazen van een papiertje:
a) hij was een bovenstebeste
b) en nu spelen, orkesten,
c) jammer dat hem niets restte.
Dat lazen ze van een papiertje.

Natie, wees nu dankbaar
en respecteer deze buit:
hij werd één keer geboren
en toch tweemaal begraven.
Natie wees nu dankbaar.

Er was een grote parade
voor wel duizend bazuinen,
met agenten voor de menigte
en geschommel voor de klokken.
Er was een grote parade.

Hun ogen keken schichtig,
van de grond naar de hemel:
of daar duiven al kwamen,
met bommen in hun snavel.
Hun ogen keken schichtig.

Tussen hen en het volk zouden
alleen bomen zijn, heette het,
alleen waarover in hun groen
gezongen of gezwegen werd.
Tussen hen en het volk.

Maar de bruggen bleven dicht.
Er waren holle wegen,
wegen geplaveid met steen.
Tanks denderden eroverheen.
Maar de bruggen bleven dicht.

Met al zijn bloed nog stromend
ging het volk hoopvol naar huis,
het wist nog niet: het klokkentouw
kleurde van ontzetting grauw.
Met al zijn bloed nog stromend.

(Vertaling: Gerard Rasch)


Een bescheiden oeuvre

Wislawa Szymborska (Bnin 1923) won in 1996 tot verrassing van vrijwel heel de literaire wereld de Nobelprijs voor literatuur.
      Zij heeft in feite een bescheiden oeuvre: niet meer dan 250 gedichten.
Het gedicht ‘Een begrafenis’ is opgenomen in de bundel Einde en begin, uitgegeven door Meulenhoff.

      Ook haar dankwoord ‘De dichter en de wereld’ bij de uitreiking van de Nobelprijs staat erin: ‘Professoren in de poëzie bestaan niet‘. En: ‘Hun werk is hopeloos onfotogeniek’.

  

 

 

EN RADE: EEN VERSJE VOOR EEN REGISSEUR

 Jan Engelman is een vrijwel vergeten dichter. Dat is jammer, want hij heeft bijzondere gedichten geschreven. Het meest bekend is Vera Janacopoulos -een ode aan een Braziliaanse zangeres- met de beroemde eerste strofe:


                                     Ambrosia, wat vloeit mij aan?
                                     uw schedelveld is koeler maan
                                     en alle appels blozen

Liefdesverhaal

Bijna zo bekend is zijn gedicht En Rade. Het is een zoals hij dat zelf noemt vocalise -een klankrijm- opgedragen aan de Braziliaanse filmregisseur Alberto Cavalcanti. Die maakte in 1927 de film En Rade (Aan de ree).
      Een larmoyant liefdesverhaal in Marseille. Ik ga er direct dieper op in, maar lees eerst dit bijzondere vers.

                                      En rade

                                               Groen is de gong
                                               groen is de watergong
                                               waterwee, watergong
                                               groen is de gong van de zee

                                               Sulina, Braila,
                                               Sulina, Brest
                                               Sulina, Singapore
                                               achter de vest

                                               stem die mijn slaap doorzong
                                               waterdroom, watertong
                                               koperen long van de zee

                                               Sulina, Braila,
                                               Sulina, Brest
                                               Sulina, Senegal
                                               wijd van het nest

                                               hang die mijn ziel doordrong
                                               waterdroom, watersprong
                                               loeiende gong neem mij mee

                                               Sulina, Braila,
                                               Sulina, Brest
                                               Sulina, Zanzibar
                                               buiten is best

                                               Groen is de gong
                                               groen is de watergong
                                               waterwee, watergong
                                               groen is de gong van de zee

Zakken voor Sulina en Braila

Kijk even naar deze foto. We zien hier hoofdrolspeelster Catherine Hessling, die een barmeid is in Marseille. Zij poseert voor de lading van een schip dat naar Roemenië gaat. De zakken zijn bestemd voor Sulina, een kleine havenstad aan de Zwarte Zee.
      Sulina ligt aan het eind van de Donaudelta en is anno 2010 nog steeds niet over land bereikbaar. Honderdvijftig kilometer stroomopwaarts ligt in Roemenië het stadje Braila, dat in 1927 nog voor zeeschepen bereikbaar was. Constanta -ook op de foto- is veruit de belangrijkste havenplaats van Roemenië, maar dat kon Jan Engelman in zijn vers niet gebruiken. Daarom verzint hij de allitererende namen Brest, Singapore, Senegal en Zanzibar.

De film En Rade gaat over de verhouding tussen het barmeisje -Catherine Hessling- en een zeeman (George Charlia). Hij laat haar in de steek en zij blijft vol liefdesverdriet achter.
       De film werd in Nederland voor ‘t eerst vertoond in 1927 tijdens een filmavond van de Nederlandse Filmliga. Alberto Cavalcanti hield bij die gelegenheid een lezing.
      Het is aannemelijk dat Jan Engelman daar ook bij was en daarna zijn vers schreef.

Welvarend

Sulina was overigens tot ongeveer 1930 een welvarende stad. De poort naar Europa, die door alle schepen werd aangedaan. Pakhuizen, monumentale gebouwen, mooie kantoren, nachtclubs, restaurants , hotels , winkels en een zeer internationale bevolking. Daarna trad het verval in en toen de communisten de macht overnamen bleef er helemaal niets van over. Het ligt zeer geïsoleerd. Bezoekers over land kunnen tot op 70 kilometer van de stad komen. Daarna moeten ze in Tulcea een boot nemen.

Het einde van Europa

Irene van der Linde en Nicole Segers beschrijven de stad in hun mooie boek Het einde van Europa.

‘De bewoners van Sulina voelen zich niet zo vrij: zij zitten gevangen tussen de zee en de delta‘.

Zij citeren een locale vrouw:

‘In Europa hebben mensen de mogelijkheid om zelf keuzes te maken en dingen te doen in hun leven. Hier niet. We hebben geen geld. Niemand ziet ons, niemand kan het iets schelen. De politici zitten ergens daarboven, wij diep daaronder. Ze zouden ons liever vermoorden, dan hebben ze minder zorgen’.

 
 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

VERBAZING, ANGST & INGEHOUDEN WOEDE

 
Van Ursula Krechel (vertaling Hannie Groen)

Boetedagen

Nadat we snel
onze brieven verbrand hebben
en onze notitieboeken
van 1970, 1971, 1972
dit lieve, aanhankelijke papier,
overleggen wij, wat wij nog
allemaal vergeten moeten.

Duitsland in verwarring 

Linkse sympathieën 

Rote Armee Fraktion 

Adoptie 

NS-Justiz 

Nach Mainz 

(Het gedicht Boetedagen heb ik gevonden in de bundel ’”Ik heb tien benen” die in 1990 is verschenen bij uitgeverij De Geus in Breda. ISBN: 90 5226 0109)