Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
De visser van Ma Yuan
Ik kwam het toevallig weer eens tegen: Visser van Ma Yuan, een prachtig gedicht van Lucebert.
Het gaat zo:
Visser van Ma Yuan
Onder wolken vogels varen
onder golven vliegen vissen
maar daartussen rust de visser
Golven worden hoge wolken
wolken worden hoge golven
maar intussen rust de visser
Angler on a Wintry Lake

Ma Yuan is ėėn van de beroemdste Chinese schilders. Hij leefde van 1160 tot 1225. In 1195 schilderde hij zijn Angler on a Wintry Lake (Visser op een winters meer).
Het hangt niet in China, maar in het Tokyo National Museum Japan.
Lucebert moet erg getroffen zijn geweest, toen hij een copy van dit schilderij zag. Op Internet buigen allerlei deskundigen zich over dit gedicht.
Want wat bedoelde hij er eigenlijk mee?
Ach; kijk gewoon naar het schilderij, lees het gedicht, luister hoe Lucebert het in dat mooie ritme zelf voorleest en trek uw eigen conclusies.
Hij leest vijf gedichten, maar als u ongeduldig bent en alleen naar ‘’De Visser’’ wil luisteren ga dan naar 1’17” .
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
DENDERMONDE 1963: TUMULT IN VLAANDEREN

Het gebeurde op 3 februari 1963.
Een paar Nederlanders onder wie Robert Jasper Grootveld, Bart Huges en Johnny the Selfkicker zetten in het plaatsje Dendermonde -halverwege Gent en Brussel- een deel van Vlaanderen op zijn kop.
Dat ging op hilarische wijze, waarbij de Belgische politie totaal op het verkeerde been werd gezet. Een happening, die nog wel even nadreunde.
Wat er precies gebeurde zal ik direct uiteenzetten, maar lees eerst even dit gedicht van Johnny van Doorn, alias Johnny the Selfkicker; alias Electronic Jezus.
Dendermonde 63
Voor een Vlaams cultureel café
Waar ik een expositie zal openen,
Wordt ons Volkswagenbusje met
Minstens 25 inzittenden door
De plaatselijke Wouten tot
Staan gebracht & in de tussen-
Tijd dat er rechtsomkeert
Naar het bureau wordt gereden
Wordt de nu gevaarlijke Pot
Door alle aanwezigen snel
Verorberd of in de bilspleet
Gestopt. Triomfantelijk wordt
Met ons de hoofdverdachte (ivm 5 kilo Marihu -dat is tijm,
Stramonium, laurier etcetc)
Aan fouillering en verhoor
Onderworpen. Op de vraag hoe
Ik wel heten mag, antwoord ik
Johnny the Selfkicker &
Spijtig betreurt men dat
The Electronic Jezus (dat ben ik ook!)
Niet aanwezig is &
De oerdomme vertoning zet
Zich voort: als men mijn zakken
Beklopt roep ik schertsend Kijk
Voor De Zekerheid Eens In M’n
Tokus (plat Vlaams voor kont) &
Een deskundige uit Brussel
Wordt opgebeld om snel per taxi
Over te komen & men toont hem
Meteen bij aankomst een gevonden
Stukje kattebrood (dat hij
Gewichtig met een heetgemaakt
Zakmesje onderzoekt):
Waarbij hij verrast constateert
Mijne Heren Dit Is De Befaamde Hasjies!!
Celbeton Gentsesteenweg
Het genoemde Vlaams cultureel café was Celbeton, dat gevestigd was in een zaaltje aan de Gentsesteenweg in het kleine en katholieke Dendermonde.
Een initiatief uit 1957 van de leraar Adolf Merckx. Het gebeurde allemaal in een kleine ruimte achter het café ’Het Zaaltje. De zogenaamde ‘hut voor avantgarde kunstenaars’.
Kunstuitingen, manifestaties, vernissages, die steeds meer belangstelling kregen van schrijvers, kunstenaars en kunstliefhebbers uit ondermeer Gent, Brussel en Antwerpen.
Ook Nederlanders als Simon Vinkenoog en Remco Campert verschijnen er met zekere regelmaat. De inwoners van Dendermonde moesten er overigens niets van hebben.
Johnny the Selfkicker treedt voor ’t eerst op in Celbeton in 1962 als hij pas zeventien jaar is.
Dat was tijdens de vernissage van ’De Spelen van Hugo Claus’ waar zeker 200 toeschouwers zorgen voor een zeer luidruchtige avond. Ook Louis Paul Boon trekt grote aandacht als hij zijn ‘Boontjes‘ leest.
Het jaar daarop in februari wordt Johnny van Doorn uitgenodigd om de tentoonstelling van schilder Fred Wessels te openen. Hij en zijn maten ’waarschuwen’ anoniem de Nederlandse en Belgische politie, dat een gezelschap op weg is naar Dendermonde. Het gezelschap zou grote hoeveelheden drugs vervoeren.
Maar in plaats van marihuana, pepmiddelen, LSD etc. hebben ze ’Marihu’ bij zich.
Spullen die alleen maar een beetje op drugs lijken. Inderdaad: kattebrokjes, tijm en laurier.
Later in Amsterdam zullen zij min of meer vooruitlopend op de Provo-acties Marihu-happenings in Amsterdam houden.
Celbeton bleef overigens tot 1975 open.
Toen was het allemaal wel genoeg geweest.
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Rozen in Snellinckstraat 49a Rotterdam
In 1963 zakte ik voor mijn eindexamen HBS B. Ik had namelijk een 4 voor stereometrie. En dat ik een 9 voor Nederlands had, deed er niet meer toe. Het jaar daarop slaagde ik met een 8 voor stereometrie en een 7 voor Nederlands. Een beetje vreemd misschien, maar verklaarbaar.
Ik had bijles gekregen van de vader van mijn vriend Henk; een wiskundeleraar. Ineens begreep ik die stereometrie.
En…Op mijn literatuurlijst stond het verzameld werk van Willem Elsschot. De gecommitteerde in 1963 bij het mondeling examen vond dat nogal bijzonder en stelde alleen vragen over Elsschot.
Een jaar later was de gecommitteerde minder onder de indruk. Hij stelde geen enkele Elsschot-vraag, maar merkte op dat de schrijver een weliswaar interessant, maar klein oeuvre op zijn naam had.

Willem Elsschot was een groot schrijver. Geboren in 1882 in Antwerpen als Alfons de Ridder. Van 1908 tot in 1911 woonde hij op diverse adressen in Rotterdam. De langste tijd in de Snellinckstraat nummer 49a. Daar onthulde zijn zoon Walter in 1962 een plaquette, waarop vermeld staat dat Elsschot hier zijn debuutroman Villa des Roses schreef.
Ik ben er gisteren even gaan kijken. De huizen in die straat in het Oude Westen zijn drastisch gerenoveerd, maar de kleine plaquette is er gelukkig nog steeds. De bewoners houden het goed bij, want Elsschot wordt zorgzaam en onder mooie symboliek omringd door late rozen.

Elsschot vertrok na zijn studietijd eerst naar Parijs, waar hij woonde in een familiepension. Daarna ging hij naar Rotterdam, waar hij onder meer bij de Schiedamse scheepswerf Gusto werkte. Daar was ook Anna Christina van der Tak, een veel oudere vrouw met wie hij een vriendschappelijke relatie kreeg. Hij vertelde haar allerlei verhalen; in het bijzonder over zijn tijd in het Parijse pension.
Anna spoorde hem een aantal malen aan om die verhalen op papier te zetten. Zo ontstond zijn roman Villa des Roses. Zijn latere roman Kaas is mede geïnspireerd door zijn Rotterdamse ervaringen.
En dan is er dit schelddicht dat hij in 1934 in Antwerpen schreef. Een afrekening na 25 jaar met zijn oude baas bij de Gusto.
Van Willem Elsschot
Brief
Lamme smeerlap met je baard
dor van geest maar dicht behaard,
die ons daar stond aan te staren
of wij huursoldaten waren.
‘k Weet nog alles, luizig dier,
ook al zit je ver van hier,
teruggetrokken en stokoud
in een blokhuis vol met goud.
Dat je er Stein hebt uitgetrapt
nadat hij je had verklapt
hoe je schatten kon verdienen
met den bouw van zijn machinen.
Hoe je Berends in de stront
hebt gewreven, als een hond,
toen hij ’t boekjaar niet kon sluiten
door die fout van zeven duiten.
Hoe die halfwas, smal en bleek,
van zijn gulden in de week
vijftig centen af zag romen,
want hij was te laat gekomen.
‘k Weet het nog, zoals je ziet
maar ik snap vandaag nog niet
hoe die negen duizend koppen
dat zo lijdzaam bleven kroppen.
Had een flinke delegatie,
na ’t verwerpen van je gratie
je maar even beet gepakt
even op de vloer gesmakt,
Je dien baard eens afgeschoren,
met of zonder je twee oren
je die broek eens afgedaan
om je voor je kont te slaan.
Maar al is het niet gebeurd,
uitgesteld is niet verbeurd.
Wij staan klaar om ons te wreken
zonder je den nek te breken.
Want komt ooit de rode tijd
door je slaven lang verbeid,
vóór nog dat je met je botten
bent gedolven, om te rotten,
Dan word jij beroemd per sė
om de piesbak en de plee,
schoon te maken als het hoort
in de Beurs of Delftse Poort.
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Geen tweede Troje
Jean Pierre Rawie werd ondervraagd in het Magazine van De Volkskrant. Het ging goed met hem. In plaats van twee flessen jenever dronk hij nog maar twee flessen wijn per dag.
Ik herinnerde mij gedichten over drugs & drank.
In 1980 schreef hij bijvoorbeeld No second Troy. De titel is ontleend aan het beroemde gedicht onder diezelfde titel van de Ierse Nobelprijswinnaar William Butler Yeats (1865-1939). Dat was destijds nogal gewaagd, want het nodigde uit tot het maken van vergelijkingen.
Welaan: Kijk, lees & vergelijk
Van Jean Pierre Rawie
No second Troy
Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.
Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit klandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.
Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.
Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘’de dingen van je af kunt schrijven’’?
Van William Butler Yeats
No Second Troy
Why should I blame her that she filled my days
With misery, or that she would of late
Have taught to ignorant men most violent ways,
Or hurled the little streets upon the great,
Had they but courage equal to desire?
What could have made her peaceful with a mind
That nobleness made simple as a fire,
With beauty like a tightened bow, a kind
That is not natural in an age like this,
Being high and solitary and most stern?
Why, what could she have done, being what she is?
Was there another Troy for her to burn?
Ik heb een vertaling gevonden van A. Roland Holst
Geen tweede Troje
Hoe zou ik haar verwijten, dat ze ellende
bracht in mijn dagen, of dat zij voor kort
de onnoozlen opgezweept zou hebben en de
straten en stegen had dooreengestort,
als in hen durf verlangen evenaard had?
Waar kon zij vrede vinden met een geest
die adel simpel als een vuur bewaard had,
met schoonheid als een boog die spant, van ’t ras
dat niet meer thuis hoort in een tijd als dezen,
hoog zijnde en eenzaam en niet aan te randen?
wat moest zij met een wezen als haar wezen?
vond zij een ander Troje om te verbranden?
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Poëzie is de drempel van het gesticht
De pas overleden dichter H.H. ter Balkt was een oude bard en een volbloed poëet. Een wat knoestige man; zeer belezen en maatschappelijk betrokken. Hij won alle pretentieuze literaire prijzen, inclusief de P.C. Hooftprijs. Van hem zijn de uitspraken ‘’Dichters zijn de fossielen van onze tijd” en ‘’Iedereen schrijft; niemand leest’’.
Het volgende gedicht begrijpt u een stuk beter als u weet dat Wallace Stevens (1879-1955) een enigszins vergelijkbaar dichter in de USA was. Iemand die de Pulitzerprijs voor poëzie en de National Book Award for Poetry won.
Eén van zijn bekendste gedichten is: Poetry is a Destructive Force. De laatste strofe luidt:
The lion sleeps in the sun.
It’s nose is on the paws.
It can kill a man.
Hierop is het volgende –fenomenale- gedicht van H.H. ter Balkt gebaseerd.
Van H.H. ter Balkt
Poëzie
Poëzie is de drempel van het gesticht
is de wolf in het schaap, laat het fata
morgana zien, dompelt dan dodelijker,
dieper, je lijf in de helse woestijn.
Poëzie is een cent in Siberië
is een kraan zonder water, een hond op zee.
Niet? Achter de feiten komen de begrippen.
Achter de fielt kermt zijn stukgetrapt land.
Jaren nadat van plunderaars de stad kraakt
telt haar naam ofschoon ze dan niet langer
bestaat dan als naam. Denk aan Carthago,
denk aan jezelf en het sluimerend zout.
Poëzie is geen leeuw, is geen leeuw
Wallace Stevens, doodt geen man nee,
enkel fokt zij koudbloedig virussen
in haar heilig huis van ondermijning
van ondermijning, twijfel; zwak siersel,
verft het zout blauw op de bovenste plank
in het tochtiger wordende huis.
Je poëzie is een stuiver in Siberië , vlo
in de koningshals, goud in het pakijs.
Poëzie volgt de mens op de voet.
En poëzie is corned beef, gemalen hart-
klop en fakkel van afval, gevoelens
ingeblikt in de allesbehalve roestvrije vorm:
volksvoedsel voor het leger te velde
dat tegen abattoirs vecht als voor eeuwen
Don Quichotte tegen de windmolens.
Koud als kerstmis, doof als pasen wankelt
poëzie van slag- naar slagveld en bloedig
kruispunt, geweven leeuw in gerafelde
vlaggen, Wallace, bijna menselijk is zij; ja!
En verandert de ekster die een dief is, door
omschrijvingen, door foto’s van gedrag? Poëzie
nestelt en steelt, als de ekster, en haar
enige pretentie is: zijn je lepels
nog bij je? Is het koper of zilver wat er
schittert in je huis? Poëzie is een rover
is een uitgeschudde cent in Siberië , verft
het zout blauw in de stenen potten
is wreed en kwaadaardig lieve vriend/zoals jij.
Van Wallace Stevens
Poetry is a Destructive Force
That’s what misery is,
Nothing to have at heart.
It is to have or nothing.
It is a thing to have,
A lion, an ox in his breast,
To feel it breathing there.
Corazon, stout dog,
Young ox, bow-legged bear,
He tastes its blood, not spit.
He is like a man
In the body of a violent beast.
Its muscles are his own….
The lion sleeps in th sun.
Its nose is on the paws.
It can kill a man.
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie
Pagina 2 van 28

