Poëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Van E. du Perron
P.P.C.
Vaarwel, Clary. Ik wens u geen geluk.
Zoiets klinkt dom, bij hen reeds die het menen.
Gij hebt u goed verkocht. Maak u niet druk
over de rest: want àlle mensen wenen.
Uw huis was klein. Uw heer heeft het vergroot.
De bron van zijn fortuin heet niet te stelpen.
Uw roem wordt groot en duurt wel tot zijn dood.
Uw ziel is klein. Ik kon het niet verhelpen.
Uw lijf is goed. Gij zijt een mooie vrouw.
Gij zult uw heer veel mooie kinderen baren.
Uw hart is nauw; gij blijft hem ook wel trouw.
Gij zult hoogstaan en goed uw naam bewaren.
Vaarwel, Clary. Mij zult gij niet meer zien.
Ik zal u mijden, zelfs tot in uw dromen.
Gij waart mijn droom, voor ik u had gezien,.
Gij zijt uzelf. Ik minacht u volkomen.
Eddy du Perron is afgewezen. Clary heeft hem een beetje gebruikt, maar blijft gewoon bij haar eigen man. De dichter kan dat niet goed verkroppen en gaat op een poëtische manier om zich heen slaan.
Maar wat betekent P.P.C.?
Ik moest er even naar zoeken maar het staat voor Pour Prendre Congé. (Bij wijze van afscheid).
Du Perron gebruikte dat wel vaker. Het is ook de aanhef van een lange brief aan Soetan Sjahrir, de eerste premier van Indonesië. Dat was een persoonlijke kennis, want Du Perron (1899-1940) werd geboren in Nederlandsch Indië.
P.P.C. komt overigens veel voor. Ik trof ondermeer:
Pay Per Click
Plinten Profielen Centrale
Permanente Programma Commissie
Predictive Powertrain Control
Persoonlijke Paspoort Code
Praktijk in Psychologie & Coaching
Penitentiair Psychiatrisch Centrum
Psychologie & Psychotherapie Centrum
PolderPark Cronesteijn
Puttense Pony Club
ProsPeCt
Publiek Private Comperator
Postzegel Partijen Centrale
Pers Publiciteit & Communicatie
Pilgrim’s Pride Corporation
PPC-tabletten
PPC-Tools
PPC-Kanalen
PPC-Events
PPC-Tablets
PPC-Cars
PPC-Pallets
PPC-Campagnes
PPC-Strategies
PPC Poker Tour
Checkpoint PPC
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Droom in Tenochtitlán
Toen de Spanjaarden rond 1500 in Mexico arriveerden was Tenochtitlán de belangrijkste stad van het Aztekenrijk.
Het had zo’n 200.000 inwoners. De stad was gesticht op een eiland in het Texcocomeer.
Op deze tekening van de Nederlandse ‘zeeschilder’ Jan Karel Donatus van Beecq (1638-1722) zien we hoe de stad er ongeveer moet hebben uitgezien.
Toen was de stad overigens al vernield, want dat gebeurde rond 1520 tijdens een belegering.
Op diezelfde plek werd later Mexico-Stad gebouwd.

Huizenrijen met kanalen
Dit gedicht van de Mexicaan Homero Aridjis (1940) gaat terug naar de tijd van Tenochtitlán.
Op de tekening zie je inderdaad hoe de huizenrijen met kanalen verbonden zijn en dat het verkeer per boot moest gaan.
Dit is het gedicht in de vertaling van Judith Uyterlinde.
Van Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán
Heel de nacht
tussen witte huizen
stak ik het kanaal over
in het water doorkliefden de riemen
het stille groen van de wilgen
en beroerden de schaduwen van de tempels.
Van de overzijde van het kanaal
kwam jij in een gele boot
je gelaat rood geschilderd
en even waren onze boten langszij
onder de blauwe brug
en ik kon niet meer voort
jouw ogen die mij aankeken
troffen mijn hart
met pijlen van licht
Jouw ogen vulden de lucht
met blauwe vogels
en je lichaam liet in het voorbijgaan
stralende lichamen achter
om je heen daalde rust neer
voorbijgangers in de straten
gingen elkaar binnen
zonder zichzelf te verlaten
ik betrad jouw transparante hoofd
ik lichtte jouw ontastbare handen op
Ik dronk licht van jouw borst
ik
een zwarte haan wekte ons
Dichters in Durban
Ik vond dit gedicht in de bundel Dichters in Durban, uitgegeven door de Novib.
Dit naar aanleiding van het eerste internationale poëziefestival dat in 1997 in Durban Zuid-Afrika werd gehouden.
De organisatoren van Poetry Africa , waaronder Breyten Breytenbach, kregen bij de organisatie van dit evenement hulp van Martin Mooij van Poetry International in Rotterdam.
Remco Campert en Hugo Claus traden namens de lage landen op.
Bram Peper, toen nog burgemeester van Rotterdam verzorgde de opening. Hij deed dat samen met zijn collega uit Durban, Obed Mlaba.
De keus om juist dit gedicht in de bundel op te nemen is gedaan door Homero Aridjis zelf.
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Een witte bungalow op Capri
Het was een nacht in het voorjaar van 1952.
De Chileense dichter Pablo Neruda -in 1971 winnaar van de Nobelprijs voor literatuur- en zijn minnares Matilde Urrutia slapen voor de eerste keer in de witte bungalow op de kliffen van het Italiaanse eiland Capri.
Hij schrijft direct daarna één van zijn beroemdste gedichten: La noche en la isla met als eerste regel Toda la noche he dormido contigo.
In de vertaling van Fred de Haas, die in 1974 verscheen bij Flamboyant/P gaat het als volgt.
De nacht op het eiland
De hele nacht heb ik met jou geslapen,
bij de zee, op het eiland.
Woest en lieflijk lag je tussen lust en sluimer,
tussen vuur en water.
Wie weet, heel laat
werden onze dromen één
op de golf of in het dal,
hoog als takken bewogen door eenzelfde wind,
laag als rode wortels die elkander raken.
Misschien scheidde jouw slaap
zich van de mijne
en zocht je naar me
op de donkere zee,
als vroeger,
toen je nog niet was,
toen ik je voorbijvoer
zonder je te zien,
en zocht je blik|
at je vandaag
- aan brood, aan wijn, aan liefde en aan woede -
door mij met volle handen wordt gegeven,
omdat jij de beker bent
die op mijn levensgaven wachtte.
Ik heb de hele nacht
met je geslapen,
terwijl de duistere aarde wentelde
met doden erop en levenden,
en bij het onverwacht ontwaken,
midden in het donker,
omgreep mijn arm je middel.
Niet de nacht en niet de slaap
vermochten ons te scheiden.
Geslapen met jou heb ik, en
Bij het ontwaken
schonk je uit de slaap gekomen mond
aan mij de smaak van aarde,
van zeewater, van algen;
uit de bodem van je leven
ontving ik je kus,
nat van dageraad,
als kwam hij tot me
uit de zee
die om ons was.
Het gedicht is opgenomen in de bundel De verzen van kapitein (Los versos del capitán).
Een verzameling liefdesgedichten, vol tederheid en hartstocht maar ook met woede en jaloezie.
Pablo Neruda, die tevens diplomaat was, schreef de verzen tussen 1949 en 1952, toen hij verbannen was uit Chili.
Dat gebeurde op tal van plekken in de wereld.
Ze werden in eerste instantie anoniem uitgegeven in Napels.
Klik HIER voor alle Zoekpoezie
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
Een persoonlijke klaagzang
Maurice Gilliams is een Vlaams dichter en romancier, die in Nederland vrijwel onbekend is. Dat is jammer.
Neem nu zijn gedicht Winter te Schilde.
Prachtig!
Een gedicht met lading, met duistere strofen die beklijven, met indringende vergelijkingen en onvervulde verlangens.
Een uiterst persoonlijke klaagzang.
Van Maurice Gilliams
Winter te Schilde
Het is een vlakte waar geen moeders wonen;
het sneeuwt, en blinder zwellen de moerassen.
De stilte vriest aan ‘t warhout der gewassen,
langs donkre paden naar helle kerkhoven.
Maar wiegeliedren hoort men nergens ruisen,
geen winteravondzangen brengen vrede.
De natte honden bassen aan hun keten;
de bruine ratten dringen in de huizen.
Daar rusten, donker-weg, de ronde broden,
het karig voedsel voor de bittre dagen.
En alles wat een mensenziel kan klagen
verkropt zij in der doden zoete namen.
Prijs der Nederlandse Letteren
Maurice Gilliams (Antwerpen 1900-1982) heeft een vrij bescheiden oeuvre.
Hij ontving de Constantijn Huygensprijs en -in 1980- de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren.
Hoezo Schilde?
De auteur woonde in Antwerpen.
Maar de vraag doemt op, wat hij persoonlijk had met het plaatsje Schilde, dat overigens in de omgeving van Antwerpen ligt. Hij moest daar wel persoonlijke herinneringen aan hebben!
Ik kon het niet zo snel vinden en nam contact op met Gilliams-kenner Hans Kleiss, die ondermeer een bibliografie over hem schreef.
Hij beheert ook de site www.mauricegilliams.nl
Zijn antwoord:
Dag Ronald,
Zijn eerste vrouw woonde in Schilde, en Gilliams verbleef er dus regelmatig. Ze hebben er ook heel even een woning gehad, maar het huwelijk hield maar een paar maanden stand. Zie de roman: Gregoria of een huwelijk op Elseneur; Schilde heet dan Silversande
De “wiegeliedren” en “de vlakte waar geen moeders wonen” uit Winter te Schilde verwijzen naar de kinderloosheid van dit nauwelijks geconsumeerde huwelijk.
Met vriendelijke groet,
Hans Kleiss
- Details
- Hoofdcategorie: Poëzie (358)
- Categorie: Poëzie
EEN BEWOGEN HERBEGRAFENIS
‘Een begrafenis’ is één van de bekendste gedichten uit de beginperiode van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Het werd geschreven in 1956 en is opgenomen in de bundel Roepen naar Yeti (Wolanie do Yeti).
Grote vraag in dit gedicht is: wie werd één keer geboren en toch twee maal begraven?
Welaan: het gaat om de Hongaar László Rajk, een staatsman die in de Spaanse Burgeroorlog vocht, vooraanstaand lid werd van de Hongaarse Communistische Partij (MKP) en in de tweede wereldoorlog in Hongarije gevangen werd genomen.
Hij werd na de oorlog eerst minister van Binnenlandse Zaken en snel daarna van Buitenlandse zaken. In 1949 werd hij echter gearresteerd.
Hij zou een spion geweest zijn van de Amerikaanse en Britse geheime diensten. De ergste beschuldiging was echter dat hij een Titoïst was, een aanhanger van Tito.
László Rajk werd op 15 oktober 1949 in Boedapest opgehangen.

Toen in 1956 het tij langzaam aan het keren was, werd Rajk gerehabiliteerd. Aan de vooravond van de Hongaarse Opstand werd hij op 6 oktober in Boedapest onder vertoon van de nodige symboliek herbegraven.
Wislawa Szymborska, die in deze periode afstand nam van het Stalinisme brengt in dit gedicht een eerbetoon aan László Rajk en gaat dieper in op de Hongaarse Opstand die van 23 oktober tot 10 november 1956 plaatsvond. Sovjet-troepen maakten op bloedige wijze een eind aan die opstand. Zo’n 2500 Hongaren kwamen daarbij om het leven en het vluchtelingenaantal wordt op 100.000 geschat.
Het gedicht gaat zo:
Van Wislawa Szymborska
Een begrafenis
De schedel, uit de aarde genomen,
werd ingelegd in marmer,
de medailles werden gewiegd
op kussens van purper.
De schedel, uit de aarde genomen.
Ze lazen van een papiertje:
a) hij was een bovenstebeste
b) en nu spelen, orkesten,
c) jammer dat hem niets restte.
Dat lazen ze van een papiertje.
Natie, wees nu dankbaar
en respecteer deze buit:
hij werd één keer geboren
en toch tweemaal begraven.
Natie wees nu dankbaar.
Er was een grote parade
voor wel duizend bazuinen,
met agenten voor de menigte
en geschommel voor de klokken.
Er was een grote parade.
Hun ogen keken schichtig,
van de grond naar de hemel:
of daar duiven al kwamen,
met bommen in hun snavel.
Hun ogen keken schichtig.
Tussen hen en het volk zouden
alleen bomen zijn, heette het,
alleen waarover in hun groen
gezongen of gezwegen werd.
Tussen hen en het volk.
Maar de bruggen bleven dicht.
Er waren holle wegen,
wegen geplaveid met steen.
Tanks denderden eroverheen.
Maar de bruggen bleven dicht.
Met al zijn bloed nog stromend
ging het volk hoopvol naar huis,
het wist nog niet: het klokkentouw
kleurde van ontzetting grauw.
Met al zijn bloed nog stromend.
(Vertaling: Gerard Rasch)
Een bescheiden oeuvre
Wislawa Szymborska (Bnin 1923) won in 1996 tot verrassing van vrijwel heel de literaire wereld de Nobelprijs voor literatuur.
Zij heeft in feite een bescheiden oeuvre: niet meer dan 250 gedichten.
Het gedicht ‘Een begrafenis’ is opgenomen in de bundel Einde en begin, uitgegeven door Meulenhoff.
Ook haar dankwoord ‘De dichter en de wereld’ bij de uitreiking van de Nobelprijs staat erin: ‘Professoren in de poëzie bestaan niet‘. En: ‘Hun werk is hopeloos onfotogeniek’.
Pagina 3 van 28

