Poëzie

 

Van Natasha Lako

De vier heldinnen van Mirdita

(Vertaling Ad van Rijsewijk met hulp van een Albanese vriend)

Kacinar in Mirdita 

De verklaring 

Dit is wat Artan schrijft:


Het gedicht is opgenomen in de bundel ‘Ik heb tien benen‘, in 1990 verschenen bij uitgeverij De Geus in Breda. ISBN: 90 5226 010 9

 

 

 

Dédain, onbenul en botte desinteresse

VERGEEFS 

Ik vroeg het daar in Nieuw-Haamstede aan diverse mensen. Vergeefs.
      Maar ineens wist ik het.
De toren stond model voor het mooie bankbiljet van fl. 250,-- naar een ontwerp van Ootje Oxenaar. Eerder hadden we al De Snip van Fl. 100,-- en later De Zonnebloem van fl. 50,
     
Prachtige bankbiljetten, die overal in de wereld bewondering oogstten, maar af en toe ook tot verbazing leidden.

Iedereen kende het bankbiljet nog, maar daar ’was verder toch niets mis mee’.
      Het biljet werd overigens nauwelijks gebruikt. Kennelijk een incourant bedrag fl 250,-- Enigszins te vergelijken met de Eurobiljetten van 200,-- en 500,-- Hoewel dat wettige betaalmiddelen zijn, worden ze door veel bedrijven en winkelketens niet geaccepteerd.

      Trouwens; het groene biljet van 100 Euro is ook nauwelijks in omloop.
Terug naar de vuurtoren. Ik moest lang in mijn 'archief' (gestapelde zakken & dozen) zoeken hoe het ook weer in elkaar stak. Maar toen kwamen de botheid, de desinteresse, het dédain en het onbenul weer helemaal boven.

EEN EERLIJK ZEEMANSGRAF  

Kustland verscheen oorspronkelijk in de bundel Een Eerlijk Zeemansgraf. Het werd opgenomen in de Verzamelde Gedichten en verscheen op een linkerpagina.
      Het titelloze gedicht verscheen op de rechterpagina. De Mensen van de bank meenden dat het allemaal bij elkaar hoorde. Ze waren al lang blij, dat ze ergens het woord vuurtoren hadden aangetroffen.
      De grote Slauerhoff-kenner Kees Lekkerkerker maakte zich destijds terecht nogal druk over al deze ’slordigheden’. Vooral toen bleek dat de dichtregels alleen maar op het biljet waren aangebracht als één van de vele maatregelen om te voorkomen dat het biljet kon worden nagemaakt.
      De letters zijn zo klein (0.2 mm) dat ze met het blote oog niet eens te zien zijn. Met een heel goede loep zijn ze te lezen, hoewel het dan ook nog moeilijk is vanwege het geringe contrast. Het betreft hier namelijk paarse letters op een paarse achtergrond, die het voor eventuele namakers extra moeilijk maken om te reproduceren.

Hier is het complete gedicht:


 

 

Poëzie is de drempel van het gesticht

 

In 1969 verscheen de opmerkelijke bundel: Boerengedichten.
     
De poëet was: Habakuk II de Balker.

Wie was Habakuk II de Balker?

De kleine kring mensen in Nederland, die geïnteresseerd was in poëzie vroeg zich dit af.
     
Habakuk! Dat was een Oud-testamentische heilsprofeet of een boeteprofeet.

Maar wat had dit van doen met het boerenleven? En wie opende een dichtbundel met de opmerkelijke zin:
     
‘Ik loop liever door brandnetels dan dat ik poëzie lees/laat staan schrijf’’


Als dit persiflage was dan was het zeer goed geschreven persiflage.
     
Hugo Claus werd genoemd. Lucebert. Johnny van Doorn.
Twee jaar later maakte de auteur zichzelf bekend.
     
Het was H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt. Geboren in 1938 te Usseloo gemeente Enschede.
Een man, die al op 11-jarige leeftijd zijn eerste gedichten schreef.
Een man, die in de jaren daarna een groot aantal dichtbundels liet verschijnen.
     
Hij oogstte bewondering, kreeg grote waardering maar werd nauwelijks gelezen..

Ontving eerst de Herman Gorterprijs.

Daarna volgden de Henriëtte Roland Holstprijs en de Constantijn Huygensprijs.
     
In 2003 ontving hij de P.C.Hooftprijs en behoorde hij zonder dat ooit geambieerd te hebben tot het establishment.

De laatste jaren publiceert hij nauwelijks meer. Hij leeft tegenwoordig teruggetrokken in een woning te Nijmegen.


In 2003 heb ik hem een uur lang voor de VPRO-microfoon geïnterviewd.
     
Ter voorbereiding had ik ondermeer een paar typeringen opgeschreven:

Een knorrige, boerse, weerbarstige, opstandige, vrolijke dichter.
Een merkwaardige persoonlijkheid, belezen, maatschappelijk betrokken, een milieuprofeet, een oude bard, een volbloed poëet.

Over poëzie deed hij soms opmerkelijke, soms provocerende uitspraken.
     
Ik heb er een paar op een rijtje gezet:

--- Poëzie is een vlaggetje dat wappert boven de woede

--- Dichters zijn de fossielen van onze tijd

--- Geen douane aan de grenzen van de poëzie

--- Iedereen schrijft; niemand leest

--- Poëzie is de drempel van het gesticht

---  Poëzie is corned beef, gemalen hart-klop en fakkel van afval

 
Van H.H. ter Balkt


Poëzie

 

Poëzie is de drempel van het gesticht

is de wolf in het schaap, laat het fata

morgana zien, dompelt dan dodelijker,

dieper, je lijf in de helse woestijn.

Poëzie is een cent in Siberië

is een kraan zonder water, een hond op zee.


Niet? Achter de feiten komen de begrippen.

Achter de fielt kermt zijn stukgetrapt land.

Jaren nadat van plunderaars de stad kraakt

telt haar naam ofschoon ze dan niet langer

bestaat dan als naam. Denk aan Carthago,

denk aan jezelf en het sluimerend zout.


Poëzie is geen leeuw, is geen leeuw

Wallace Stevens, doodt geen man nee,

enkel fokt zij koudbloedig virussen

in haar heilig huis van ondermijning

van ondermijning, twijfel; zwak siersel,

verft het zout blauw op de bovenste plank

in het tochtiger wordende huis.

Je poëzie is een stuiver in Siberië , vlo

in de koningshals, goud in het pakijs.

Poëzie volgt de mens op de voet.

En poëzie is corned beef, gemalen hart-

klop en fakkel van afval, gevoelens

ingeblikt in de allesbehalve roestvrije vorm:

volksvoedsel voor het leger te velde

dat tegen abattoirs vecht als voor eeuwen

Don Quichotte tegen de windmolens.

Koud als kerstmis, doof als pasen wankelt

poëzie van slag- naar slagveld en bloedig

kruispunt, geweven leeuw in gerafelde

vlaggen, Wallace, bijna menselijk is zij; ja!

En verandert de ekster die een dief is, door

omschrijvingen, door foto’s van gedrag? Poëzie

nestelt en steelt, als de ekster, en haar

enige pretentie is: zijn je lepels

nog bij je? Is het koper of zilver wat er

schittert in je huis? Poëzie is een rover

is een uitgeschudde cent in Siberië , verft

het zout blauw in de stenen potten

is wreed en kwaadaardig lieve vriend/zoals jij.

 

 

Bij de zoute gong

Dof, inwisselbaar, bedaard, kil, onverkwikkelijk
vilein, twistziek, gekromd, mistig, grofbesnaard,
sleepte geklauwd, berekenend, boosaardig, listig,
eeuwenlang leven zich voort naast de zoute gong


Ingekeerd, angstig, stoomden ijzer en bronstijd
zeer op hun hoede, rauw, en somber, ongezouten
wetten in de ruwwandige kookpotten aan de zee…;
dommelend reden voerlui aan op slapende wegen;


mist, dichte regens, dempten de stemmen, dempten
de harten; moede, laagstaande zon bescheen zwak
rood, geluidswallen van riet en druppelend lover


Grauw de wielen van de wagens op de bodem van lege
wegen; ’koude kleren draagt ’t land’, zong ’t lied
van de zwepen; hier, bij de zoute gong van de zee

Je moet eigenlijk naar de dichter zelf luisteren
     
Dat kan!
Luister dan HIER naar het interview dat ik in 2003 met hem had.

 

                                     

 

                                      Uw bloghouder (links) in gesprek met H.H. ter Balkt.

 

 

 

 (Bij de dood van Gerrit Kouwenaar) 

LANGGELEDEN & VANDAAG

Hugo Claus was het meest bekend als romancier. Zijn Verdriet van België is ongeëvenaard. Maar ook als dichter heeft hij een prachtig oeuvre achter gelaten. De Sporen verscheen in 1993 en direct het jaar daarop kreeg hij daarvoor de eerste VSB Poëzieprijs.
      In deze bundel heeft hij een gedicht opgedragen aan Gerrit Kouwenaar.
Het gaat zo:


Gelukkig dat zij jou als zoon had, je moeder
En gelukkig dat je er bent
Ratelend remmend op de
Racefiets van je vers
In dat gedicht van langgeleden en vandaag
Tussen tantes met hun gloeiend water en de
Koeken door je ooms gesneden.-
Omdat je er bent
Uitermate dichter in een
Wereld die elke dag
Eerder dichterbij dan toen ruikt
Naar de brandgeur in de jas van je vader.-
Achter je radeloze fonemen
Aan redelijke rafels geschreven
Raad ik het: je kunt het ,Gerrit, stenen verzachten

Ode of niet?

Is dit nu een ode of niet? Claus schreef het in 1983 toen Gerrit Kouwenaar 60 jaar werd. Het is opgenomen in een huldeboek onder de titel Het is zo vandaag als altijd.
Kouwenaar las het bovendien op de televisie voor, toen Hugo Claus in 2008 overleed. 
Maar waar komen die radeloze fonemen vandaan en hoe redelijk zijn die geschreven rafels?
     
We kunnen er dan natuurlijk het best het betreffende gedicht van ‘langgeleden en vandaag’ bij halen. De tantes met hun gloeiend water en de ooms met de gesneden koeken.

Ik heb het voor u gevonden.

De dag

Op de dag dat ik er was stonden de klokken zeven
de buren praatten op de balkons over vrede
mijn vader schreef een stuk over een brand
mijn moeder was gelukkig dat zij een zoon had

de ooms sneden koek ik lag geheel gesloten
de wereld gaf prompt antwoord met sportmanifestaties
de avond was vol auto's met supporters
de tantes liepen geruisloos met gloeiend water

de krantenman op zijn racefiets groette de dokter
de ogen der stad stonden wijd open in avondzon
omdat ik er was in een kom van asfalt
omdat ik er was speelde het orgel gedempt in de verte

in de nacht kwam mijn vader met een jas vol brandgeur
hij liep op gummi bottines de trap op en af
hij heeft op het balkon een cigarillo gerookt
hij dronk een glas wijn en dacht ik kan zweven.

Twee handen vol vierkante woorden
brood en vruchten voor brood en vruchten
wind is er veel langzame stekende adem
er is één lange gapende letter

prijs de aviateur met een mechanisme
prijs de visser met het lui sleepnet
de tongstem der druiven als een oud kerklied
zinloos en onverstaanbaar en lieflijk

het brood is veel waard wit in de nachtwind
ik lig krom als een mens in lachkramp
ik ben geheel een mens op blote sandalen
tellend mijn vingers tellend mijn vingers.

Zou het lachen zwart zijn liefste
zou er altijd een moeder teveel zijn geboren
zouden de wanden naar mij toebuigen
zouden er metalen stangen door de stilte gaan

ik was de jongen die de brief moest brengen
jij was het meisje dat de brief niet ontving
wachten was vrijwel onmooglijk
wij zijn jong geworden binnen elkaar

de tranen zouden één keer droog zijn geweest
de vader zou één keer levend worden begraven
de vriendschap een bloedend standbeeld
en de pleinen vol bladeren om te vergeten.

 

Op 5 april 1989 werd Hugo Claus op zijn beurt 60 jaar en schreef  Kouwenaar een nieuw gedicht De Dag.

Is dat een ode? Oordeel zelf. Het gaat zo:

De Dag


De wand is dun, men hoort zijn vader
de tijd opwinden, de heel fijne dove
steeds vleziger ademhaling van een machine
wiens dagen sinds jaren geteld zijn

een voorjaar is het maar voorgoed november
een slachtmaand mak als brood
de opgeheven zwaarte van een hamer

het is alsof het handschrift aarzelt
de pagina berouwt, zich afvraagt wat het moet
met al die klinkers scherven zekerheden

het licht droogt op in inkt, het raam
ziet enkel in, verhelend dat de straat
zich inslaapt in een kiek, de uitgang dicht -

 


Invloedrijk dichter

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam 1923) was een invloedrijk dichter. Ook hij won voornoemde VSB Poëzieprijs (1997), maar al eerder in 1970 de P.C.Hooftprijs en in 1989 de prijs der Nederlandse letteren. Kouwenaar was vooral bekend als een soort voorman van de Vijftigers.

Zijn bloemlezing Vijf 5tigers kreeg opmerkelijk veel aandacht. Hierin is werk opgenomen van Remco Campert, Lucebert, Bert Schierbeek, Jan Elburg en van hemzelf.

Grote afwezigen zijn Simon Vinkenoog en … Hugo Claus.


ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao 


ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita


ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen

 

Van Katja Schuurman tor Catherine Keyl

 

Een kort gedicht is géén spreekwoord, géén tegeltjeswijsheid, géén gezegde, géén frase, géén spreuk.
     
Een kort gedicht consumeer je als opmaat tot pure poëzie.
Een kort gedicht verhoudt zich tot een spreuk als Katja Schuurman tot Catherine Keyl

 

 

Van Multatuli

 

Uit: Grafschriften op Thorbecke (1872)

 

Liberaal

Als ’n aal

 

 

Korte gedichten 

 

1. Hans Sleutelaar: Gedicht  

(Van Coquilles St. Jacques tot Fricandellen)

2. Joost van den Vondel: Grafschrift op zichzelf

(Van Lionel Messi tot Jan van Halst)