Poëzie

 

EN RADE: EEN VERSJE VOOR EEN REGISSEUR

 Jan Engelman is een vrijwel vergeten dichter. Dat is jammer, want hij heeft bijzondere gedichten geschreven. Het meest bekend is Vera Janacopoulos -een ode aan een Braziliaanse zangeres- met de beroemde eerste strofe:


                                     Ambrosia, wat vloeit mij aan?
                                     uw schedelveld is koeler maan
                                     en alle appels blozen

Liefdesverhaal

Bijna zo bekend is zijn gedicht En Rade. Het is een zoals hij dat zelf noemt vocalise -een klankrijm- opgedragen aan de Braziliaanse filmregisseur Alberto Cavalcanti. Die maakte in 1927 de film En Rade (Aan de ree).
      Een larmoyant liefdesverhaal in Marseille. Ik ga er direct dieper op in, maar lees eerst dit bijzondere vers.

                                      En rade

                                               Groen is de gong
                                               groen is de watergong
                                               waterwee, watergong
                                               groen is de gong van de zee

                                               Sulina, Braila,
                                               Sulina, Brest
                                               Sulina, Singapore
                                               achter de vest

                                               stem die mijn slaap doorzong
                                               waterdroom, watertong
                                               koperen long van de zee

                                               Sulina, Braila,
                                               Sulina, Brest
                                               Sulina, Senegal
                                               wijd van het nest

                                               hang die mijn ziel doordrong
                                               waterdroom, watersprong
                                               loeiende gong neem mij mee

                                               Sulina, Braila,
                                               Sulina, Brest
                                               Sulina, Zanzibar
                                               buiten is best

                                               Groen is de gong
                                               groen is de watergong
                                               waterwee, watergong
                                               groen is de gong van de zee

Zakken voor Sulina en Braila

Kijk even naar deze foto. We zien hier hoofdrolspeelster Catherine Hessling, die een barmeid is in Marseille. Zij poseert voor de lading van een schip dat naar Roemenië gaat. De zakken zijn bestemd voor Sulina, een kleine havenstad aan de Zwarte Zee.
      Sulina ligt aan het eind van de Donaudelta en is anno 2010 nog steeds niet over land bereikbaar. Honderdvijftig kilometer stroomopwaarts ligt in Roemenië het stadje Braila, dat in 1927 nog voor zeeschepen bereikbaar was. Constanta -ook op de foto- is veruit de belangrijkste havenplaats van Roemenië, maar dat kon Jan Engelman in zijn vers niet gebruiken. Daarom verzint hij de allitererende namen Brest, Singapore, Senegal en Zanzibar.

De film En Rade gaat over de verhouding tussen het barmeisje -Catherine Hessling- en een zeeman (George Charlia). Hij laat haar in de steek en zij blijft vol liefdesverdriet achter.
       De film werd in Nederland voor ‘t eerst vertoond in 1927 tijdens een filmavond van de Nederlandse Filmliga. Alberto Cavalcanti hield bij die gelegenheid een lezing.
      Het is aannemelijk dat Jan Engelman daar ook bij was en daarna zijn vers schreef.

Welvarend

Sulina was overigens tot ongeveer 1930 een welvarende stad. De poort naar Europa, die door alle schepen werd aangedaan. Pakhuizen, monumentale gebouwen, mooie kantoren, nachtclubs, restaurants , hotels , winkels en een zeer internationale bevolking. Daarna trad het verval in en toen de communisten de macht overnamen bleef er helemaal niets van over. Het ligt zeer geïsoleerd. Bezoekers over land kunnen tot op 70 kilometer van de stad komen. Daarna moeten ze in Tulcea een boot nemen.

Het einde van Europa

Irene van der Linde en Nicole Segers beschrijven de stad in hun mooie boek Het einde van Europa.

‘De bewoners van Sulina voelen zich niet zo vrij: zij zitten gevangen tussen de zee en de delta‘.

Zij citeren een locale vrouw:

‘In Europa hebben mensen de mogelijkheid om zelf keuzes te maken en dingen te doen in hun leven. Hier niet. We hebben geen geld. Niemand ziet ons, niemand kan het iets schelen. De politici zitten ergens daarboven, wij diep daaronder. Ze zouden ons liever vermoorden, dan hebben ze minder zorgen’.

 
 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

VERBAZING, ANGST & INGEHOUDEN WOEDE

 

 

 

Van Ursula Krechel (vertaling Hannie Groen)

Boetedagen

Nadat we snel
onze brieven verbrand hebben
en onze notitieboeken
van 1970, 1971, 1972
dit lieve, aanhankelijke papier,
overleggen wij, wat wij nog
allemaal vergeten moeten.

Duitsland in verwarring 

Linkse sympathieën 

Rote Armee Fraktion 

Adoptie 

NS-Justiz 

Nach Mainz 

(Het gedicht Boetedagen heb ik gevonden in de bundel ’”Ik heb tien benen” die in 1990 is verschenen bij uitgeverij De Geus in Breda. ISBN: 90 5226 0109)

 

 

 

 

Van Natasha Lako

De vier heldinnen van Mirdita

(Vertaling Ad van Rijsewijk met hulp van een Albanese vriend)

Kacinar in Mirdita 

De verklaring 

Dit is wat Artan schrijft:

 

Ik benaderde Artan in 2009. Hij is inmidddels overleden.

Het gedicht is opgenomen in de bundel ‘Ik heb tien benen‘, in 1990 verschenen bij uitgeverij De Geus in Breda. ISBN: 90 5226 010 9

 

 

 

Ballade van de ter dood veroordeelden

  


Dit gedenkraam werd in 1947 geplaatst in de Sint Jan’s kerk in Gouda. Het is het zogenaamde Bevrijdingsglas, ter herinnering aan bezetting en bevrijding, naar een ontwerp van Charles Eyck.
      In het midden Nederlandse vlaggen die weer vrij in de wind wapperen. Maar omlijst door ondermeer vliegtuigen in duikvlucht, afgebrande kerktorens, ruïnes en vernielde gebouwen, uitgehongerde mensen in vernietigingskampen en een Duitse soldaat die een document laat zien met daarop ‘’Befehl’’.
     
Maar mij gaat het in dit geval vooral om de regels onderaan het paneel.
Daar staat:
Gedenken hen die, toen het volk verslagen
en machtloos scheen,
de vaan der vrijheid hoog hebben gedragen,
door alles heen

   


Het is een strofe uit een gedicht van Yge Foppema (1901-1993). Het heet Ongenoemde Doden met als ondertitel 13 maart 1941. Dit heeft betrekking op de eerste massaexecutie in Nederland, waar op de Waalsdorper vlakte achttien mensen werden geëxecuteerd door een Duits vuurpeloton. Het was ’t eerste gedicht dat Foppema in zijn leven schreef. Het gaat zo:

Van Yge Foppema

Ongenoemde doden
13 maart 1941

Zij traden aan bij ’t eerste morgenklaren,
zonder een woord.
Zo hebben hen de knechten der barbaren
haastig vermoord:

achttien der onzen, zwijgend aangetreden
op ’t laatst bevel.
Het salvo viel. Hun strijd was uitgestreden.
God hield appėl.

Geen krans, geen vlag dekte de ruwe baren,
Geen doodsbericht
verkondt den volke wie de achttien waren
van dit gericht.

Het licht glijdt aan over de lage landen
van wad tot ven,
en wij, gebukt onder het juk der schande,
gedenken hen.

Gedenken hen die, toen het volk verslagen
en machtloos scheen
de vaan der vrijheid hoog hebben gedragen,
door alles heen,

die ’t fiere wachtwoord hebben doorgegeven
van mond tot mond:
dat eens de tirannie zal zijn verdreven
die ’t hert doorwondt.

Iedere morgen, als de zon komt rijzen
op Hollands wei,
en elke avond als het licht gaat grijzen,
gedenken wij.

Maar ’t licht in onze ogen wordt niet doffer,
noch zwak de hand,
wanneer wij denken aan hun bloedig offer
voor ’t vaderland.

Tegen de tirannie di zij bestreden,
vechten ook wij.
Naar ’t ene doel richten zich onze schreden.
Wij zweren trouw de leus die zij beleden:
Nederland vrij!

Na dit debuut bleef Yge Foppema verzetspoëzie schrijven. Hij werd opgepakt en kwam terecht in de strafgevangenis van Scheveningen, die eufemistisch Oranjehotel werd genoemd. Hij zat daar in cel 595 samen met de Haarlemmer Jan Verhagen. Hij schreef in 1943 na een lang nachtelijk gesprek met zijn celgenoot zijn beroemdste gedicht: Ballade van de ter dood veroordeelden. Het werk is opgedragen aan Jan Verhagen, die beschreven wordt In de tweede strofe .

Van Yge Foppema

Ballade van de ter dood veroordeelden

‘’God help mijn vrouw en kinderen. Ik kom wel terecht’’.
Opschrift, haastig met potlood gekrabbeld op de binnenkant van een celdeur in het Haagse Binnenhof.

Voor Jan

Een zware hand legde zich op zijn schouder
en onderbrak zijn dagelijkse gang.
Heel even ging zijn adem wat benauwder,
toen ging hij rustig mee. Hij was niet bang.
Dat dit eens komen moest , wist hij lang.
Wie die de strijd aanbindt, schuwt de gevaren?
Menig soldaat sterft in zijn jonge jaren,
maar het land riep en hij volgde die drang.
Op ’t Binnenhof heeft hij heel zacht gezegd:
Heer, help de mijnen! Ik kom wel terecht.

Er zat een jonge man in Scheveningen,
die had gesaboteerd en opgeruid,
wapens gesmokkeld en nog andre dingen,
tot hij verraden werd. Toen was het uit.
een paar cellen verder zat zijn bruid.
Zij waren altijd in elkaars gedachten,
ze wisten beiden wat hun stond te wachten:
een vonnis, en zes kogels tot besluit.
Iedere avond hebben zij gezegd:
Heer, help de ander! Ik kom wel terecht.

En in de cel daarnaast een jonge jongen
die steeds de vreugde van zijn ouders was.
Toen hij thuis was, had hij altijd gezongen,
zijn ogen waren klaar als helder glas.
Hij nam zijn leven toen hij nog maar pas
begon en lei het in de schaal der vrijheid.
Hij offerde het met dezelfde blijheid
waarmee hij door zijn jeugd gedarteld was.
Steeds heeft hij dit gebed door God gelegd:
Heer, help mijn ouders! Ik kom wel terecht.

Allen, allen: de man met grijze haren
die elke avond psalmzingt in zijn cel,
de jeugdigen, en die op rijper jaren
gehoorzamen het innerlijk bevel,
Zij stonden op hun post en wisten wel:
wij zijn gering in aantal, weinig krachtig,
de vijand is barbaars en overmachtig
en als hij toeslaat, treft zijn wraak ons fel
en het vergaat ons en de onzen slecht….
God sta hen bij! Wij komen wel terecht.

Prinsesse van Oranje, hoog verheven,
die het symbool van ons verlangen zijt,
wij weten wel: dit kost ons straks het leven,
wij zien het licht nog mar een korte tijd.
Maar als wij aanstonds vallen in de strijd
en eenzaam sterven op de hei in Haaren,
dan willen wij een laatste zucht bewaren
voor dit gebed op weg naar de eeuwigheid:
Heer, Uw soldaat, die sneuvelt in ’t gevecht,
smeekt U: Help Holland! Ik kom wel terecht.

(Haaren was een executieplaats bij Vught)

Volgens de dbnl, de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, is de tekst van dit gedicht in de tweede wereldoorlog enigszins verminkt. De zevende regel in de tweede strofe: ‘’ze wisten beiden wat hun stond te wachten’’ zou moeten zijn : ’’terwijl zij samen op het einde wachtten’’.
     
Hoe betrouwbaar dit is weet ik niet, want de dbnl meldt ten onrechte dat de tekst op het Bevrijdingsraam in Gouda uit de Ballade van de ter dood veroordeelden komt. En dat het ook hier zou gaan om een verminkte tekst. En aangezien de dbnl een instituut is met een keurige reputatie hebben veel andere instanties en bloggers dit overgenomen.
     
Ik zou dat waarschijnlijk ook gedaan hebben als ik niet zelf naar die kerk in Gouda was gegaan om een foto te maken.

 

Dezelfde regels uit het gedicht Ongenoemde doden staan overigens ook op het verzetsmonument Rustenburg in Amersfoort.
      Yge Foppema bundelde zijn gedichten uit de oorlog in Spijkerschrift, mei 1940-mei 1945.
      Hij kreeg er de Verzetsprijs voor letterkundigen voor.
Na het eind van de oorlog heeft hij geen gedicht meer geschreven.


Klik HIER voor alle Zoekpoëzie

 

 

Sjin Nam Po of Tsjennampo of Chin Nampo

Het werk Sjin Nam Po van J.J. Slauerhoff lijkt meer op een dagboekaantekening dan op een gedicht.
     
Ik vond het in een verzamelbundel. Het gaat zo:

Van J.J. Slauerhoff

Sjin Nam Po

Op een landtong staat de witte tank der Standard Oil,
Een dikke zwarte pier draagt haar vuurtoren als een neushoorn
Daartussen de haven, waar jonken meren en sampans kruisen,
De Yaniga Maru van slechts 900 ton lost aan de lege kade
Vannacht vertrekt zij naar Chefu, een missionaris en zijn zoon als passagier.

Havenstad in het oosten

Waar ligt Sjin Nam Po? Dat moest een havenstad zijn in het verre oosten. China leek mij het meest voor de hand liggend.
     
Ik raadpleegde een aantal atlassen. Niets. Nada.
Ik zocht op Internet. Maar daar verscheen alleen het gedicht.
Hoewel…. Het gedicht bleek uit de bundel Oost-Azië (1928) te komen. Daar staat het onder het hoofdstuk Korea.
     
Ik zocht onder Korea in de vuistdikke Slauerhoff-biografie van Wim Hazeu.
Daar wordt de poëtische impressie opgevoerd en heet de havenstad Tsjennampo.
     
Ik raadpleegde opnieuw een aantal atlassen. Niets. Nada.


Noord-Korea


          

Ik zocht op Internet naar kaarten van Korea.
En jawel: We moeten zijn in het huidige Noord-Korea.
     
Daar ligt aan een baai de havenstad Nampo en daartegenover Chin Nampo. Zo’n 50 kilometer ten zuid-westen van de hoofdstad Pyongyang.

Vuurtoren

Een vuurtoren heb ik ook gevonden. Geen zwarte pier overigens en of dit lichthuis lijkt op een neushoorn moet u zelf maar uitmaken.
In de baai ligt overigens inmiddels een soort Deltadam, die de twee havensteden met elkaar verbindt. Dit is de Nampo-dam met daarin 34 sluizen; 8 kilometer lang. Geopend in 1986.
      Het lijkt veel op de Haringvlietdam. Ondermeer aangelegd om te voorkomen dat er zout water in de Taedang rivier komt. Kosten: 5 miljard US$. Gemiddeld inkomen van een Noord-Koreaan anno 2015: 47 US$ per maand.


Afsluitdam

Chefu of Cheju

De Yaniga Maru was overigens een Japanse kustvaarder. Chefu kon ik ook niet vinden. Ik denk dat het schip naar het eiland Cheju ging, ten zuiden van Zuid-Korea richting Japan

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie