Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)

Monument op de Evenaar

(Door Rolf Weijburg)
Carlos Viegas Gago Coutinho was een Portugese marineofficier, navigator en cartograaf. Aan het begin van de vorige eeuw had hij de leiding over talrijke geodetische missies om de grenzen vast te leggen en de oppervlakten te berekenen van Portugese koloniën zoals Oost Timor, Angola, Mozambique en São Tomé en Príncipe.
Gago Coutinho was ook vliegenier en ontwikkelde nieuwe navigatie-instrumenten voor de luchtvaart. Samen met Sacadura Cabral was hij in 1922 de eerste die een vliegtuig de Atlantische Oceaan over vloog, van Lissabon naar Rio de Janeiro.
Wereld beroemd werd hij daarmee en een Portugese held.
Sindsdien sierde zijn portret menig postzegel, verscheen hij op bankbiljetten en werden straten naar hem vernoemd.



Tortelduif
Ook een eiland kreeg zijn naam: het derde bewoonde eiland van het op 24 na kleinste land ter wereld - de Afrikaanse republiek São Tomé e Príncipe - dat voorheen Ilhéu das Rolas (Tortelduif eilandje) heette, werd omgedoopt tot Ilhéu Gago Coutinho.
Ilhéu das Rolas

De nieuwe naam heeft echter nooit zo beklijfd en toen we het eilandje in 2016 vanaf São Tomé aan de overkant van het water zagen liggen noemde iedereen het gewoon weer Ilhéu das Rolas.
In een klein bootje met buitenboordmotor staken we de smalle zeestraat over en legden aan bij de kade van het eilandje.

Evenaar
Het was niet zo raar dat nou juist dít eiland de naam van Gago Coutinho had gekregen. Tussen 1915 en 1918 leidde Gago Coutinho de geodetische missie op São Tomé.
Na ontelbare berekeningen en astronomische observaties kon uiteindelijk de exacte positie van onder andere de evenaar bepaald worden. En die evenaar bleek precies over het eilandje Rolas te lopen.

Pestana Hotel
We stapten aan wal. Schuin tegenover de steiger bevond zich het mooi gerestaureerde hoofdgebouw van een oude roça. Het gebouw deed nu onder andere dienst als receptie van het Pestana Equador hotel, een luxe resort waar hoofdzakelijk blanke Portugezen, enkele Fransen en wat Italianen in de ligstoelen hingen.
Het hotel had zich sinds 2000 op het eilandje gevestigd en aanvankelijk stonden de 300 inwoners van het enige dorp op het eiland, São Francisco, redelijk positief tegenover de komst van Pestana. Misschien bracht het wel werkgelegenheid. Maar dat viel tegen. Het hotel zag het dorp liever juist zo snel mogelijk verdwijnen zodat het hele 3 km2 grote eilandje met zijn mooie stranden, het exclusieve domein van het hotel zou worden.
Er werd compensatie voor verhuizing aangeboden, maar de dorpelingen vonden het te weinig en weigerden. Het hotel verzorgt tegenwoordig weliswaar de elektriciteitsvoorziening van het dorp maar slechts heel weinig dorpelingen kregen er ooit een betrekking. De Santomese overheid, die misschien wel belangen heeft in de Pestana hotelketen, heeft inmiddels het lagere schooltje van het dorp gesloten. De kinderen moeten nu naar school in Porto Alegre, aan de overkant van het water, op São Tomé eiland.
Toen we vanaf de kust over een pad van rode modderige klei het binnenland inliepen filterde de dichter wordende jungle het licht tot schemerniveau. Op een richel aan de heuvel vlak achter en boven het hotel stonden de armoedige houten huisjes van São Francisco. Het was er een beetje een trieste bedoening en een schril contrast met de luxe van het hotel onder ons.
Er was een klein cafeetje en een winkeltje waar je lokaal gemaakte souvenirs kon kopen, poppetjes, houten schalen, geweven rieten manden, dat soort spul. De dorpelingen boden zich aan als gids, maar zelden maakte iemand daar gebruik van. Het eiland was klein, er liepen overal paden en er stonden zelfs houten wegwijzerbordjes naar de mooiste stranden. Verdwalen leek uitgesloten.
We liepen verder de heuvel op. Enkele varkens uit het dorp liepen mee.
Varkentjes

Bij een afslag sloegen we rechts af naar een ander, deels overgroeid pad dat in een grote bocht langs de flank van een veel steilere heuvel omhoog draaide.
Pad

Hier en daar stonden lage, groen uitgeslagen en scheefgezakte vierkante zuilen langs het pad. De jungle was al begonnen ze aan het zicht te onttrekken. Het leek alsof we over een eens gewichtige, majestueuze maar nu door de natuur opgeëiste en vergeten allee liepen. Een allee die tien minuten verderop uitkwam op een open plaats waar we opeens in het felle zonlicht stonden.
We waren aangekomen op de plek waar Gago Coutinho de evenaar had gevonden.
Mozaïek
Het ovaalvormige plateau was belegd met een prachtig mozaïek dat de wereldkaart uitbeeldde. Op de plek waar São Tomé ligt was een kleine stenen kolom met een wereldbol geplaatst. “Ao Almirante Gago Coutinho homenagem da colonia de S. Tomé e Príncipe” stond er op.

Tegen de heuvelflank stond een soort tribune waarvan het afdak in elkaar was gezakt. Onkruid had zich op verschillende plekken door het mozaïek geduwd en hier en daar waren delen van het mozaïek verdwenen.


Een schitterend uitzicht over zee en de grillige contouren van São Tomé omlijstte het noordelijk halfrond.

Grote vleermuizen rommelden in de bomen. Gele wevervogeltjes hadden hun nesten aan de uiteinden van de palmbladeren gehangen en varkens scharrelden langs de afgebrokkelde randen van de wereldkaart. Het was een magische plek.
We voelden ons een beetje alsof we iets hadden ontdekt van lang geleden, een in vergetelheid geraakt bedevaartsoord waar ooit de evenaar werd vereerd.
Later, toen we alweer goed en wel in Utrecht waren teruggekeerd ontving ik van kennissen die in de jaren negentig op São Tomé hadden gewerkt en er in 2009 voor vakantie waren teruggekeerd, deze foto.

Het monumentje stond er toen wel, maar van het mozaïek geen spoor, dus zó oud kon het allemaal niet geweest zijn …
Na wat zoeken op internet vond ik onder andere deze foto. Jaartallen kon ik zo gauw niet vinden maar de foto is waarschijnlijk niet lang na de oplevering, dus in ieder geval ná 2009, gemaakt.
Wat later werden de eerste tekenen van verval zichtbaar.

Zonde wel, maar toch ook wel weer mooi.
Een paar jaartjes van onoplettendheid en hup, de natuur pikt alles weer terug.
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Zomer 1994
Karelië terug; desnoods fles voor fles
Lappeenranta is de grootste stad van Karelië, het zuidoostelijk deel van Finland. Er is daar in een straat die Ratimiehenkatu heet, een kantoor van Karjala-Lehti, een organisatie, die de Karelische cultuur op allerlei manieren uitdraagt. Ik word daar ontvangen door Jussi. Een jaar of dertig. Hij heeft zijn haar in een staartje en draagt een broek, die wij vroeger een drollenvanger noemden.
Karjala Lehti is ook een politieke organisatie, omdat het strijdt voor de teruggave van Karelisch land, dat in 1944 door de Sovjet-Unie werd geannexeerd. Net als delen van Finland ten oosten van Salla bij de Poolcirkel en een gebied in het uiterste noordoosten bij Petsamo.
Jussi geeft mij een copy van een kaart van Finland uit 1925, waar die delen nog gewoon op staan als Fins grondgebied.
En komt bevlogen pratend met nog meer kaarten aanzetten. Ik mag ze allemaal meenemen.

Bezet Karelië

In rood op deze kaart delen van voormalig Fins Karelië, die nu bij Rusland horen.
Vyborg -op zijn Fins Viipuri- is de grootste stad met zo’n 70.000 inwoners. Een stad met een prachtig historisch centrum. Er wonen geen Kareliërs meer, want die zijn in 1944 naar Finland gevlucht.
Vyborg of Viipuri
Petsamo & Salla
Op deze Finse kaart zijn de van oorsprong Finse gebieden aangebracht.
Onder Karelië (Karjala) met Viipuri. Pietari is Sint-Petersburg.
De gemeente Salla was ooit twee maal zo groot.
Petsamo is in zijn geheel door Rusland ingelijfd.

De landjepik geschiedenis in dit deel van Europa gaat terug naar het laatste deel van 1939 toen de Russen in de zogeheten Winteroorlog Finland binnenvielen. Aanvankelijk met weinig succes, omdat de Finnen veel beter bestand waren tegen de barre omstandigheden.
Zij verplaatsten zich op ski’s, deden witte camouflagekleren aan en bouwden achter de linies sauna’s om in conditie te blijven. Er vielen tienduizenden Russische slachtoffers. Maar later werden tanks en vliegtuigen ingezet en werd een deel van Finland toch bezet.
De Finnen sloten zich in 1941 bij Duitsland aan en begonnen de zogeheten vervolgoorlog. Het gebied werd door die hulp heroverd. Maar bij de vrede van Moskou werden als een soort sanctie bovenstaande Finse gebieden bij de Sovjet-Unie gevoegd.
Hoe groot en hoe sterk is de Vrijheidsbeweging van Karjala-Lehti? Is het een militante beweging?
Jussi zegt dat zijn organisatie groot en sterk is, maar dat het woord militant niet op zijn plaats is.
Het betreft volgens hem wel degelijk een illegale bezetting, maar de mensen willen er alleen geen strijd voor voeren. Als je in Karelië met mensen praat wordt dat bevestigd. In feite vindt vrijwel iedereen dat Karelië weer zijn oude grenzen zou moeten krijgen, maar het zou te veel praktische problemen opleveren.
Finland zou een gebied terugkrijgen waar verschrikkelijk veel in geïnvesteerd zou moeten worden om het enigszins op Fins niveau te krijgen. Er is namelijk veel armoede in Russisch Karelië . En wat zou er moeten gebeuren met die ongeveer 200.000 Russen, die geen Fins spreken en niets van de Finse cultuur weten?
Zwaard contra sabel

Toch verspreidt Karjala-Lehti deze militante stickers. We zien een zwaard (rechts) dat door een Finse hand wordt omkneld. Strijdend tegen een geharnast Russisch sabel .
Een wapenschild dat ook terugkomt op het etiket van dit Karelisch bier, dat voor de tweede wereldoorlog werd geproduceerd in de brouwerij van Sortavala, een plaats die nu in Russisch Karelië ligt. Ook via dit merk wordt een protest gevoerd onder het motto: ‘Karjala takaisin, vaikka pullo kerrallan’. Karelië terug, desnoods fles voor fles.
(Het bier met dit etiket wordt tegenwoordig in Helsinki gebrouwen.)
Klik HIER voor alle Ontmoetingen
- Details
- Categorie: Reizen (518)

Prachtig & ietwat slonzig

(Door Rolf Weijburg)
Niet dat ik er nou nachten van wakker heb gelegen, maar het feit dat ik in 1981 het “probably most remarkable island in the world”, zoals de Africa Pilot uit 1963 het eiland Príncipe beschreef, niet had kunnen bezoeken, zat me toch wel dwars.
De kleine Afrikaanse eilandrepubliek São Tomé e Príncipe bleek met haar 1001 km2 de hekkensluiter van de 25 kleinste landen ter wereld te zijn en voor mijn etsproject Atlas of the World’s 25 Smallest Countries wilde ik er dolgraag terug en dan vooral om Príncipe te bezoeken. Príncipe is het tweede eiland en ook nog eens gedeeltelijke naamgever van het land. Genoeg redenen om er een grote ets over te maken.
Daarvoor moest ik er wel eerst heen.
Prospektor
In 2015 kwam het kleine Amsterdamse journalistieke productiebureau Prospektor met een voorstel om een film te maken over mijn werk en reizen. De film zou de vervaardiging van een ets op de voet gaan volgen. Van de reis en de inspiratie, via het ambacht in mijn atelier tot aan de voltooiing en het drukken van de kleurets en de uiteindelijke presentatie tijdens een expositie.
De keuze voor de te bezoeken en te filmen plek waarover ik de ets zou maken was snel gemaakt: São Tomé e Príncipe. We zouden gaan rondreizen op São Tomé, veel beeld schieten en uiteindelijk oversteken naar Príncipe, want dat kon tegenwoordig. Het geld werd onder andere bijeengebracht via een zeer succesvolle crowdfunding campagne en in februari 2016 konden we op weg.
We vlogen naar Lissabon, bleven enkele dagen om in Portugese sferen te komen en vlogen toen via Accra door naar São Tomé.

Visum
In tegenstelling tot 1981 was het in 2016 geen enkel probleem geweest om een dertigdaags visum te krijgen op de Santomese ambassade die inmiddels in Brussel was geopend en op het nieuwe moderne vliegveld van São Tomé werden we zonder problemen het land binnen gelaten. Zelfs de grote koffers met filmmateriaal konden probleemloos mee. Het land had sinds 1990 het marxisme afgezworen, dat hielp.
De hoofdstad was groter geworden natuurlijk. En drukker. Het was nog steeds kleinschalig, maar het gemoedelijke dorp uit 1981 was het echt niet meer.
Het oude Portugese centrum was nog intact maar slonziger dan in mijn herinnering, Er waren nu wel enkele hotels en restaurants in de stad. De Clube Náutico was verdwenen maar het skelet van het zwembad stak nog half vergaan uit de branding. De kathedraal stond er ook nog uiteraard, evenals het paleis er tegenover en de grote koloniale overheidsgebouwen.


Telefoonaanbieder
De bussen en de busroutes waren verdwenen en vervangen door een enorme hoeveelheid gele taxi’s en minibusjes die pas vertrokken als ze vol zaten. Van het postkantoor kon ik me eigenlijk niet herinneren of dit hetzelfde gebouw was als dat waar Izidro Machado Pereira had gewerkt. Een postbeambte vertelde me dat hij inmiddels was overleden.

Naast het postkantoor stond een gigantisch billboard met een reclame voor CST, Compahia Santomense de Telecomunicaçãoes, de lokale telefoonaanbieder. Mobiele telefonie was groot in het land en op elke hoek van de straat zat een, meestal in slaap gevallen, dame met een klein standje waar je beltegoed kon kopen.

Interviews
We reden gedurende enkele dagen het hele eiland over. We filmden overal. Uren film hebben we geschoten. Tig keer liep ik datzelfde weggetje af of maakte ik met iemand een praatje, telkens gefilmd vanuit een andere hoek.
Het was allemaal wel wat ongemakkelijk, zo lopend door een derdewereldland met een cameraman die om je heen drentelt en vaak ook nog een geluidsman die een hengel met een microfoon boven je hoofd houdt.

Maar het eiland was nog net zo prachtig als het in al die jaren in mijn hoofd was achtergebleven.
Sommige plekken waar ik in 1981 ook was zagen er nog grotendeels hetzelfde uit.
De kleine nederzetting met de vervallen pier bij Neves bijvoorbeeld.

Of het kerkje van Pantufo

Cão Grande
En ook de ruim zevenhonderd meter hoge basaltrots Cão Grande stond er nog natuurlijk. De omgeving was wel danig veranderd: een Belgisch bedrijf had de omringende heuvels kaalgeschoren en beplant met eindeloze rijen oliepalmen. Een controversieel project, waar veel lokale weerstand tegen was.
Door het regenwoud te laten kappen wordt de unieke biodiversiteit van São Tomé in ruil voor een paar ton palmolie permanent verwoest, zo wordt de overheid, die het bedrijf de concessies verleende, verweten. Het bedrijf is door de rechter inmiddels aan banden gelegd, maar blijft de bulldozers paraat houden.

We reden over kronkelende bergweggetjes door de jungle en bezochten oude vervallen roças, koffie- en cacaoplantages uit de tijd dat het Portugese São Tomé wereldleider op de koffiemarkt was. De monumentale koloniale hoofdgebouwen waren veelal gedeeltelijk ingestort en door jungle overwoekerd terwijl de bijgebouwen vaak nog bewoond waren. Sommige produceerden, zij het kleinschalig, nog steeds koffie en cacao.

Pousadas
Maar een paar roças waren ook opgeknapt en omgedoopt tot pousadas, hotels. Eén ervan bevond zich in het zuidoostelijke kustplaatsje São João dos Angolares. Hier had João Carlos Silva in het prachtige houten hoofdgebouw van de roça een hotel-restaurant geopend.
João is een beroemde Santomese chef-kok die populaire kookprogramma’s verzorgt en vooral in Portugal en Brazilië een tv-persoonlijkheid is. In het restaurant dat hij hier heeft opgezet worden ook lokale aspirant koks opgeleid.
Op de grote houten veranda genoten we een prachtige lunch van tien met uitsluitend lokale ingrediënten bereidde gangen. Eerlijk en smaakvol. Niet sjiek of duur, maar prettig informeel en uiterst sympathiek.
Bent u in de buurt? Ga er vooral eens tafelen, ik kan het u ten zeerste aanbevelen.

De volgende dag reden we door een gigantische regenbui naar Praia Inhame op het zuidelijkste puntje van São Tomé.
Daar, aan de overkant van een smalle zeestraat, lag het eilandje Rolas precies op de evenaar.

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Zomer 2005
Muggen, rendieren & andere geneugten

Voordat we in Helsinki op de autotrein stappen naar Rovaniemi op de poolcirkel in Finland gaan we nog even naar een drogist, want we hebben natuurlijk Nooit meer Slapen van Willem Frederik Hermans gelezen.
‘We zoeken het beste middel tegen muggen’.
De mevrouw kijkt ons meewarig aan. ‘Ach, u gaat naar Lapland. Dan moet u DEET hebben. Vijftig procent. Het sterkste wat er is’.
Ze wenst ons veel plezier en ook nog doorzettingsvermogen.
De eerste mens, die wij de volgende ochtend zien in Lapland heeft een hoed op en een netje voor het gezicht. En er zullen d’r nog velen volgen.
Kennelijk helpt DEET toch niet zo goed. Dat blijkt inderdaad de eerste dag als we naar het nog veel noordelijker gelegen plaatsje Ylläs rijden.
De muggen, die in grote zwermen om je heen tollen, mijden de ingesmeerde plekken, maar bijten door sokken en t-shirts en vinden door je haren de hoofdhuid.
Rendieren alom

Op de rit door het hoge noorden doet zich een ander probleempje voor. We komen de eerste rendieren tegen. Dat is eigenlijk wel leuk. Maar ze lopen midden op de weg en steken over zonder eerst even naar links en dan naar rechts te kijken.
Het is warm en in het bos is weinig wind. De dieren zoeken de weg op.
Meer wind, minder muggen. Koeler. Ook hier zijn we voor gewaarschuwd.
‘Rij geen rendier aan, want je komt in grote problemen. Ieder dier is eigendom van iemand’.

Rokus ons rendier

Bij ons appartement hebben we ons eigen rendier. Hij ligt in de tuin of tegen de muur en zal zelfs pogingen doen om naar binnen te gaan.
We noemen hem Rokus.
Soms komt een vrouwtje langs.
Punkki & Mäkära
Salla in het oosten van Lapland -vlakbij de Rusische grens- is een vrij klein dorp in een hele grote gemeente. De plaatselijke drogist beveelt een ander middel tegen de muggen aan. Punkki & Mäkära.
We kopen op zijn advies drie flesjes als hij hoort dat we hier een tijdje blijven.
‘Goed uw handen wassen na het inwrijven’, adviseert hij. ‘En nooit inslikken. Nooit’.
Na een paar dagen gaat het wennen en weet je hoe en waar je moet smeren om het een beetje draaglijk te maken.
En hoe je andere delen kunt beschermen.
Leukere dingen
Er komen leukere dingen voor in de plaats.
De omgeving is mooi. Vlak, sereen en open met daartussen dichte naaldbossen, meren, wild stromende riviertjes. De lucht is schoon en fris. De wegen zijn leeg en goed; de houten huisjes zitten over het algemeen goed in de verf.
En… het wordt in juni en juli nooit echt donker.
Ballenbijters
Er wonen in de gemeente Salla - zo leren we in het plaatselijke café - Finnen, Lappen en Samen.
De Samen zijn de rendiernomaden. Van de Europese Unie komt nog steeds subsidie om hun cultuur in stand te houden en uit te dragen. Toch kankeren ook zij op die Europese Unie, want sinds 1995 toen Finland aansluiting vond, zijn de regels enorm aangescherpt.
Zij castreerden de beesten voorheen zelf op een simpele maar doeltreffende manier door met hun eigen tanden de balzak eraf te bijten. Dat mag niet meer van Europa. En zij doodden de beesten altijd zelf. Eén kogel was genoeg. Nu moeten de rendieren geslacht worden in abattoirs, die vaak tientallen kilometers verder liggen.
Dat vervoer zorgt voor veel onnodige stress bij deze half-wilde dieren.
In het café hoor je na een paar borrels overigens dat de praktijken van weleer nog lang niet uitgeroeid zijn.
De Finnen worden in het land vrijwel overal getypeerd als de geïndustrialiseerde en mobiele Nokia-mens uit Helsinki. Modern, goed gekleed en arrogant. Zij noemen de Samen soms ballenbijters. Vooral hier in Lapland worden ze vereenzelvigd met al wat Europa is en uitstraalt.
En dan zijn er nog de Lappen. Ze zitten er tussen in. Voor hen is er echter geen subsidie en geen status. Uitschot is misschien een groot woord, maar als Lap hoor je er niet echt helemaal bij.
Oulanka national park

Je kunt hier mooie voettochten maken. Bijvoorbeeld in het Oulanka National park dat een stukje ten zuiden van Salla ligt. Voor
de gevorderden is er de grote berenroute van tachtig kilometer, maar er is een lichtere versie van 9 kilometer. Je kunt er ook kanovaren. Maar dan moet je als onervaren peddelaar een route uitkiezen waar je nauwelijks stroomversnellingen tegenkomt.
Het is dus zaak om -zie foto hierboven- op tijd te stoppen. Dat gebeurt trouwens vanzelf, want er vaart een gids voor je uit. Samen met hem ga je dan koffie -of iets sterkers- drinken in de trekkershut.
Waar je een dik Nederlands jongetje van een jaar of veertien treft, die iedere mug op zijn blote arm langzaam met zijn duim dood drukt. En er dan zijn scherpe nagel inzet, waarna het bloed in de rondte spuit.
Hij schept daar een soort satanisch genoegen in en kijkt triomfantelijk naar zijn ouders, die hem dit allemaal hebben aangedaan.
Winteroorlog
De gemeente Salla was overigens voor de tweede wereldoorlog bijna twee maal zo groot. Tijdens de winteroorlog in 1939 veroverden de Russen na de Slag van Salla het hele gebied.
Net als bijvoorbeeld Karelië in het zuiden.
In de vervolgoorlog toen de Finnen zich bij de Duitsers voegden werd dit gebied heroverd, maar na afloop van de oorlog werd een groot deel toch Russisch.
De Finnen uit dit gebied vestigden zich in nieuwe dorpen rond Salla en in Oud-Salla gingen Russen wonen.
In dorpen met namen als bijvoorbeeld Kuolajärvi, Kurtti en Sallansuu. Die situatie is anno 2018 nog steeds zo.
Klik HIER voor alle Ontmoetingen
- Details
- Categorie: Reizen (518)


Het onbereikbare eiland

(Door Rolf Weijburg)
São Tomé was een werkelijk prachtig eiland, maar zustereiland Príncipe zou zo mogelijk nog spectaculairder zijn. Ik had een oude Africa Pilot uit 1963 in mijn boekenkast, een fascinerend boek voor zeevarenden vol beschrijvingen, kaarten en tekeningen van de Afrikaanse kusten, waarin ook het eiland Príncipe stond beschreven. De tekst intrigeerde me al jaren:
> Ilha do Príncipe is a Portuguese possession, and is, in its physical features and aspect, one of the most remarkable islands in the world. <

Ik wilde er dolgraag heen, maar in het kantoortje van de nationale vliegtuigmaatschappij LASTP (Linhas Aéreas de São Tomé e Príncipe) vertelde men dat alle vluchten naar Príncipe voor onbepaalde tijd waren gecanceld. Ook de ferry die op onregelmatige tijden tussen beide eilanden voer, bleek voorlopig niet uit te varen.
Er waren problemen op Príncipe. Er was een opstand geweest omdat de eilanders er zich achtergesteld en gediscrimineerd voelden en de nationale overheid verweten de aanvoer van goederen en levensmiddelen vanuit São Tomé stelselmatig te frustreren. De opstand zou hardhandig zijn neergeslagen en het eiland was voor straf van de buitenwereld afgesloten. Príncipe was onbereikbaar.
Na ruim een week op São Tomé moesten we toch weer eens aan ons vertrek gaan denken.
Uitreisvisum
São Tomé verlaten bleek echter minstens zo moeilijk als São Tomé binnenkomen. Niet alleen was een uitreisvisum vereist dat je op het ministerie van immigratie moest aanvragen, maar om dat te kunnen krijgen moest je ook nog een soort Bewijs van Goed Gedrag kunnen overleggen, een formulier dat je op het politiekantoor moest halen. Een soort vergunning dus eigenlijk om een vertrekvergunning te kunnen verkrijgen. Jaime de Menezes reed ons in zijn voorruitloze rode kevertje naar de diverse instanties en na twee dagen hadden we de papieren, stempels en handtekeningen bij elkaar gesprokkeld. We waren klaar om te vertrekken.
Alleen een vliegtuig ontbrak nog.
De enige reguliere vlucht die het eiland aan deed, een tussenstop tijdens de wekelijkse verbinding tussen Portugal en Angola, was niet wat we zochten. We wilden naar een land in de buurt, naar Gabon of Kameroen. Naar Nigeria misschien. Of naar Equatoriaal-Guinee als het echt niet anders kon. Het waren alleen privévliegtuigjes die deze bestemmingen wel eens aandeden, en informatie daarover was moeilijk te krijgen.
Geruchten alom
Op een dag vertelde iemand dat er een vliegtuigje met Wereldbank medewerkers uit Gabon onderweg was. Na een paar uur wachten op het vliegveld meldde zich echter een groepje Roemeense diplomaten dat alle stoelen in het vliegtuig op de terugweg naar Gabon had gereserveerd. Een paar dagen later was er opnieuw een gerucht over een aankomend vliegtuig, maar toen we eenmaal op weg naar het vliegveld waren zagen we het vliegtuig alweer de lucht in trekken en aan de einder verdwijnen. Te laat.
Gelukkig had Hans altijd de radio aan staan in zijn appartement. Zo hoorden we op een ochtend een officiële aankondiging op de nationale radiozender: het enige vliegtuig van de nationale luchtvaartmaatschappij LASTP zou over een paar dagen naar buurland Equatoriaal-Guinee vliegen. De minister van Buitenlandse Zaken zat er na een officieel bezoek vast in de hoofdstad Malabo en wilde graag terug naar huis. Omdat er geen reguliere vliegverbinding bestond tussen beide buurlanden, moest de minister met het eigen nationale vliegtuig worden opgehaald.
Dat kostte geld en daarom zocht men betalende passagiers.
Ticket
We kochten een ticket naar Malabo in het kantoor van de LASTP.
“Als er voldoende passagiers zijn vertrekken we morgen,” werd ons een beetje optimistisch te kennen gegeven, maar het zou nog twee dagen duren voordat we uit Hans’ radio vernamen dat de vlucht die middag zou vertrekken.
Op het vliegveld zat een dertigtal passagiers. Alle bagage werd gewogen, alle passagiers ook. Er werden lijsten ingevuld, labels aan koffers gehangen, boarding passen uitgedeeld. Er heerste een opgewonden drukte die na enige tijd kalmeerde, daarna overging in berusting om vervolgens helemaal stil te vallen in het Grote Wachten. Twee, drie, vier uur later, ik weet het niet meer, begon de luidspreker te kraken.
“Senhoras e senhores, helaas moeten wij u mededelen dat de ingelaste vlucht van LASTP naar Malabo vandaag niet door kan gaan.”
Het Grote Wachten was door het Grote Mopperen wakker geschud, maar na enige tijd was er toch weer die berusting en begon iedereen de bagage bij elkaar te pakken. Toen kraakte er opnieuw een bericht uit de luidsprekers.
“Senhoras e senhores. De ingelaste vlucht van LASTP naar Malabo zal vandaag wél doorgaan. Er is echter een probleem met de verkeerstoren, dus wij vragen nog even uw geduld, por favor.”
Weer wat later zou dan toch alles in orde zijn. De bagage kon op de handkarren worden geplaatst en werd naar het klaarstaande vliegtuig getrokken.
Alleen was de piloot zoek.
Na nog een uurtje wachten kwam er plots een prachtige rood-witte Amerikaanse cabriolet het vliegveld op rijden. De slee hield vlak voor de terminal bij het vliegtuig stil en een in pilotenuniform gestoken man stapte soepeltjes uit. Hij zwaaide even naar de verbaasde passagiers, rende op een drafje de vliegtuigtrap op en nam plaats in de cockpit.
We konden vertrekken.

“Ilha do Príncipe”, 1990, kleurets Rolf Weijburg
Het vliegtuig trok de lucht in en maakte een grote bocht. Onder ons zagen we het mooie hoofdstadje dat zich weer in zijn zelfopgelegde vergetelheid terugtrok. Stil lag het daar, de rode daken, de kathedraal, de boulevard, de lege haven. Alles werd opgeslokt door het omringende groen en daarna de zee.
Drie kwartier later zagen we tussen dikke wolken door nog even een oerwoud begroeide glimp van het onbereikbare eiland Príncipe.
Ooit moest ik er toch eens heen …
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 73 van 106


