Reizen (518)

 

Een politiek beladen label


(MADE IN THE ISRAELI OCCUPIED WESTBANK)

 

Dit zijden broekje heb ik in 1988 gekocht in Ramallah op de Palestijnse Westbank.

      Cadeautje (-tongue-in-cheek) - voor mijn echtgenote.

Het was tijdens de eerste Intifadah. Toen werd op diverse manieren actie gevoerd.

Er waren ondermeer stakingen.

      Hier en daar werden spullen op straat verkocht.

Daar vond ik het ‘niemendalletje’ met dit politiek beladen en door Israël verboden label.

MADE IN THE ISRAELI OCCUPIED WESTBANK

 

Het etiket is nog steeds actueel.

      In 2013 kondigde toenmalig P.v.d.A.-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans ferm aan dat producten die vervaardigd of geoogst worden op de bezette gebieden Westbank, Golan Hoogvlakte en Oost-Jeruzalem niet meer het label ‘MADE IN ISRAEL’ mochten hebben.
      ‘Want’’, zei Timmermans ‘dit klopt gewoon niet en is bovendien in strijd met het internationaal recht’.

Natuurlijk kwam er kritiek. Uit Israël en van Israël-lobbyisten. Van Israël-getrouwe politieke partijen als SGP, (toen) GPV en PVV, maar ook van coalitiepartner VVD.

      Natuurlijk zwichtte Timmermans -en zijn P.v.d.A.- weer. Hij zou zijn argumenten ‘te enthousiast’ hebben uitgedragen.

De maatregel werd niet uitgevoerd. De VVD wil de kwestie namelijk aan de markt overlaten.

 

Hartelijk dank VVD.

      Ik ben op 1 januari 1945 in Haarlem Nederland geboren. Dat was toen bezet door Duitsland.

Volgens de VVD mag ik -kwestie van vrije markt- dus zeggen dat ik in Duitsland geboren ben.


 

 

Zomer 1988

Do you want a cold beer?

INTIFADAH 

De eerste Intifadah in Gaza en op de Westbank was toen op een hoogtepunt. Israël had verordonneerd dat het hoofdkantoor van de PLO van Libanon naar Tunis moest verhuizen. Daar werd in april in zijn huis één van de hoogste Palestijnse leiders Abu Jihad vermoord door leden van de Israëlische geheime dienst.
      Wij arriveerden ruimschoots op tijd bij het zwaar bewaakte kantoor, werden uitvoerig gefouilleerd en daarna ontvangen door Bassam Abu Sharif. Hij was een kleine man, liep mank, miste een arm en had enorme littekens in zijn gezicht. 

      Hij had op het verkeerde moment een bombrief geopend.

MENEER ARAFAT 

‘Do you want a cold beer?’, vroeg Bassam. 
Die vraag zou hij de komende drie uur nog diverse malen herhalen, want al wie er kwam: niet Yasser Arafat. 
      De woordvoerder verontschuldigde zich met een glimlach om zijn lippen. Het ging namelijk wel vaker zo met meneer Arafat. Hij was immers een drukbezet man. Bovendien moest van tevoren niet duidelijk zijn waar hij was, want dan liep hij grote risico’s.
We moesten de volgende dag maar even bellen. Dan konden we een nieuwe afspraak maken.
      Gerard Jacobs, die jarenlang in het Midden Oosten als correspondent voor De Volkskrant had gewerkt, beaamde dat het wel vaker zo ging. Volgens hem zou het allemaal wel in orde komen.
Terug in het hotel bleek het trouwens niet in orde met zijn kamer. Er stond zeker een paar milimeter water, want het bad in de kamer een verdieping hoger was overgelopen en het water was door het plafond gelekt.Toen Gerard een andere kamer vroeg stelde de receptionist in eerste instantie voor om een paar klossen onder het bed te zetten. Dan zou hij het toch ook droog houden.

VLIEGTICKETS

DE HEILIGE DAG


TACTISCH & STRATEGISCH  

Arafat had tevoren zo’n zestig landen bezocht onder andere om na te gaan of hij steun kon verwerven voor zijn staat. Al dat gereis had hem geleerd, dat hij het nog beter even kon uitstellen. Nog een jaartje onderhandelen met Israël leek hem in alle opzichten vooral tactisch en strategisch beter.
      Bovendien was het een slimme politieke beslissing. Op 17 mei in datzelfde jaar waren er verkiezingen in Israël.
De rechtse premierkandidaat Netanjahoe had zich opnieuw populair kunnen maken met dreigementen tegen de eenzijdig uitgeroepen Palestijnse staat. Nu moest hij het afleggen tegen Ehud Barak, de leider van de Arbeiderspartij, tevens de partij die de Oslo-accoorden tot stand bracht.

Een strateeg dus die Arafat. 
      Palestina mist hem nog steeds.

EERVOLLE AFGANG

En gelukkig hoorden we later dat we bepaald niet de enige journalisten waren, die vergeefs op hem hebben gewacht. Eigenlijk waren we in die roerige dagen een soort bliksemafleiders geweest.
      Laten we het maar op een eervolle afgang houden.

 

 

Lijden tijdens de intifadah

In juli 2010 werd het wereldkampioenschap voetbal gespeeld in Zuid-Afrika. Nederland bereikte de finale en moest spelen tegen Spanje.
       Dag in Dag uit van De Volkskrant besteedde daar aandacht aan onder de kop:  ‘Waar was jij?’

Lezers , die een wat bijzondere herinnering hebben aan een ‘Nederlandse’ voetbalfinale van 1974, 1978 of 1988 werd gevraagd om een beknopte bijdrage te leveren.
      Ik had ze in antwoord op die vraag het volgende stukje gemaild:

 
In Ramallah op de Westbank. De eerste intifadah.
      Een groep van ongeveer dertig hevig geëmotioneerde vrouwen is door het Israëlische leger hardhandig uit hun Centrum gezet. Ik praat met een vrouw, die harde klappen heeft opgelopen.
      In een hoek van het opvanghuis staat een zwart-wit tv.
Ik zie Ruud Gullit de eerste goal scoren, zie de blauwe plekken van de vrouw niet meer en blijf naar de t.v. kijken.

Het toestel wordt demonstratief uitgezet. Ik mis de fantastische goal van Marco van Basten.

(Ronald van den Boogaard, 43 jaar in 1988)

 

 



 

Zomer 1988

Een feestje in Ramallah

 

 
Houten drijver

Deze houten kamelendrijver kreeg ik spontaan van Saeb, een Palestijn in Ramallah op de Westbank.
      Dat gebeurde tijdens een uitbundig feest, dat was georganiseerd door advocaat V. Ik had voor hem een groot geldbedrag meegenomen uit Amman, de hoofdstad van Jordanië.
      Zelf kon hij dat niet opnemen.


 

 
Ach; toeristen

De houtsnijder verdiende zijn geld ondermeer door toeristen rond te leiden.
      Hij beschikte zelf over een paar kamelen en deed goede zaken.
Het grootste plezier had hij als westerse toeristen zich in Jeruzalem lieten fotograferen op een kameel , waarop hij een kleed had gelegd in de kleuren van de Palestijnse vlag.

 

                         

 

 

Maart 1994

Het inferno boven de grot

Op de Palestijnse Westbank heerst permanente onrust. Ik ben er in het verleden vier keer geweest en altijd was er die onrust.
      Kijk eens naar deze foto, die ik in maart 1994 maakte in het centrum van Hebron.

  


Machpéla

De man met het keppeltje heeft een geweer bij zich. Hij is op weg naar de Joodse Synagoge, die zich bevindt in de grot van Machpéla, ook wel de grot der Patriarchen.
      De twee Israëlische soldaten hebben hem doorgelaten. Ze waren niet zo blij, dat ik daar foto’s maakte.
  
   

 

Joodje & Palestijntje     

Op de achtergrond spelen kindertjes het spelletje dat ze overal op de Westbank spelen: Joodje & Palestijntje. Eén kind was de Jood (in zwart). Hij zit dat andere kind op de trap achterna (de Palestijn). Het derde kind (links naast het bord) was de verslaggever die het allemaal moest filmen.

In zekere zin was het nog een rustig tafereel. Hebron stond die dagen letterlijk en figuurlijk in brand.
       Op 25 februari had de Israëlische arts Baruch Goldstein een bloedbad aangericht in de Ibrahimi moskee, die zich ook in de grot bevindt. Hij schoot 29 biddende moslims dood en verwondde nog eens 150 anderen. Goldstein werd daarna ook gedood en er verspreidde zich grote onrust in de stad. Maar ook in Oost-Jeruzalem en in andere plaatsen op de Westoever.

 
Brandende autobanden

Stan van Houcke en ik gingen er heen voor de VPRO-Radio. Met een satelliettelefoon van honderd kilo om rechtstreekse uitzendingen te kunnen verzorgen. Wij belandden in hevige gevechten te Oost-Jeruzalem, maar wilden natuurlijk naar Hebron. Dat was niet simpel. Wij werden bij controles door het leger diverse malen tegengehouden en teruggestuurd.
     
Tot wij een taxichauffeur vonden, die niet alleen heel goed de weg wist, maar ook al beschikte (1994!) over een mobiele telefoon, waarmee hij in verbinding stond met collega’s. Zo kon hij patrouilles en controles vermijden en geraakten wij via allerlei landweggetjes in Hebron.
      In het centrum van die stad woonden zo’n 400 extreem orthodoxe Joden. Een aantal van hen had de daad van Goldstein bewierookt. Met name tegen hen richtte de Palestijnse volkswoede zich. Er werd geschoten, met stenen gegooid en overal werden barriėres opgeworpen met autobanden die in brand waren gestoken. Het centrum van Hebron was verworden tot een waar inferno.

      


Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh