Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Sterilisaties & Voetenpercussie
In januari 1994 was het erg heet in Maputo, de hoofdstad van Mozambique in het zuiden van Afrika. Ik logeerde bij Rob Pannekoek, een Nederlander die daar via een soort uitwisselingsprogramma terecht was gekomen.
Er was geen airco in dat huis, dus ik kocht de tweede dag een ventilator, die een uur later prompt uit de auto werd gejat.
Rob Pannekoek was gegrepen door het land, zijn cultuur, zijn mensen en vooral zijn muziek. Omdat de temperaturen overdag opliepen tot meer dan veertig graden, stonden wij ’s ochtends om vier uur op. Rob was in Nederland zanger geweest bij de Rockgroep The TitBits en zette dan muziek op van lokale groepen.
“Man, man, die kunnen er wat van”.
Hij was verliefd geworden op een Mozambikaanse en scheidde van zijn Nederlandse vrouw. Om te kunnen trouwen met zijn nieuwe geliefde had hij zijn sterilisatie ongedaan laten maken, want dat eiste de familie. Het waren dat soort problemen, die hij heel openlijk en humoristisch bij een drankje besprak.
Er waren trouwens nog veel meer problemen, want ik moest proberen vanuit Maputo een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur te verzorgen. Daarvoor had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me inclusief een modem om het telefoongeluid te kunnen digitaliseren. De elektriciteit in Maputo viel regelmatig uit en als dat tijdens de uitzending zou gebeuren, zouden we uit de lucht zijn. Om dit op te lossen had ik voor noodgevallen een grote generator geregeld, die met de hand aan een touw moest worden opgestart.
Wij sliepen overdag van twaalf tot vier, werkten weer door tot een uur of tien en dronken dan een paar glaasjes whisky. Dat had ik op zijn verzoek meegenomen. Zijn vrouw keek ondertussen naar Braziliaanse soaps, want dat kunnen ze daar in die voormalige Portugese kolonie goed verstaan.
's Avonds konden we er niet met de auto op uit. In de straten van Maputo lagen namelijk roosters, waardoor regenwater werd afgevoerd. Maar veel van die roosters waren gestolen door mensen, die ze gebruikten om er vleesjes op te roosteren. Gevolg: Er zaten in alle wegen enorme gaten, die je 's avonds niet meer zag.
Er zou in die uitzending ook live muziek gemaakt worden. Rob had in Mozambique Nambu-Producties opgericht, een instituut dat bedoeld was om de cultuur van het land uit te dragen. Hij kende veel muzikanten, maar vond dat ik een Makwayela Dance moest laten horen. Daarin zingen mannen a capella en begeleiden zichzelf met voeten-percussie. Instrumenten komen er verder niet aan te pas. Op een zondagmiddag gingen we naar een
lokaaltje waar een groep van zo’n tien mannen aan het repeteren was. Ik vond het fascinerend en legde de groep vast.
Hoe ik dat allemaal met een paar simpele microfoons en eenvoudige apparatuur moest registreren wist ik toen eigenlijk ook niet. Ik was immers programmamaker en geen radiotechnicus. Maar ook hier was in voorzien, want ik had een cassettebandje met die muziek klaarliggen als het allemaal niet om aan te horen zou zijn.
Het lukte echter wonderwel en twee jaar later kwam de Grupo cultural de dança tradicional Moçambique naar het Nederlands Wereldmuziekfestival. Het werd een groot succes.Rob was natuurlijk ook meegekomen en daar hebben we herinneringen opgehaald aan die hete zomer.
Rob Pannekoek is inmiddels al weer meer dan vijftien jaar dood.
Laten we op hem een whisky drinken en luisteren naar de Makwayela Dance.
Of luister naar hemzelf met The TitBits in River

- Details
- Categorie: Reizen (518)

Winter 1994
Mijnen & Hollandse honden
Het is dringen voor het Antonov vrachtvliegtuig, dat al staat te ronken op het vliegveld van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Veel militairen en nog veel meer hulpverleners uit de hele wereld die allemaal naar Beira willen, een stad aan de oceaan in het centrum van het land. Ik ben met Mozambikaanse Angela en kom alleen maar het vliegtuig in, omdat zij een bloedmooie doortastende vrouw is voor wie al die drukdoende mannen wel móeten bezwijken. Uiteindelijk worden er zo’n honderd mensen in de raamloze holte gepropt. Liggend op zakken en leunend tegen kratten en kisten proberen wij ons tijdens de vlucht in evenwicht te houden.
Beira blijkt totaal in puin te liggen. Volledig vernield door de onafhankelijkheidsoorlog tegen het Portugese leger en later door de burgeroorlog, die zich na de onafhankelijkheid in 1975 afspeelde tussen het Marxistisch-Leninistische bevrijdingsfront Frelimo en de andere bevrijdingsbeweging Renamo, die werd gesteund door het apartheidsregime van Zuid Afrika.
Ik ben op weg naar een klein contingent Nederlandse militairen, dat onderdeel vormt van UNOMOZ, de United Nations Operation in Mozambique. Zij zijn uitgestuurd om Mozambikanen zelf te leren mijnen te vinden en op te ruimen. Want er liggen in Mozambique door die oorlogen naar schatting twee miljoen mijnen.
In hotel Miramar direct aan de oceaan, is luitenant-kolonel Van der Veen een beetje gefrustreerd. In augustus 1993 arriveerde hij in Mozambique, maar nu is het februari 1994 en is er nog niets van de grond gekomen
Hij en zijn tien andere Nederlandse militairen stuiten voortdurend op bureaucratische verordeningen en procedures, waardoor er geen schot zit in de oprichting van de mijnontruimingsschool.
Toch blijft hij goede hoop houden, dat de missie zal lukken. Het is de bedoeling dat in totaal 1200 Mozambikanen worden opgeleid tot mijnontruimers. Daarbij maken de Nederlanders gebruik van mijndetectoren.
Vlak bij hen zit het Amerikaanse mijnontruimingsbedrijf Ronco. Deze particuliere organisatie werkt met Nederlandse mijnontruimingshonden. En dat leidt -vertelt de overste- tot vermakelijke taferelen.
De honden hebben namelijk Nederlandse commando’s geleerd als ’ZIT’, ’BLIJF’ of ’ZOEK’.
De Amerikanen hebben zich die kreten in het Nederlands eigen gemaakt en moeten dat nu weer aan de Mozambikanen leren. Gevolg: de honden worden geconfronteerd met zeer merkwaardige ‘dialecten’.
Maar ja.
Het alternatief zou zijn, dat de honden Portugees moesten leren.
Waarom de Nederlanders dan niet gewoon met deze Nederlandse honden werkten wist de luitenant-kolonel eigenlijk ook niet. ’We zijn er nu eenmaal niet voor opgeleid’.
P.S.
Navraag leert, dat de missie later toch nog redelijk succesvol is verlopen. Uiteindelijk volgden 570 Mozambikanen de opleiding tot mijnontruimer. En een paar jaar geleden is in Mozambique een Belgisch experiment begonnen waarbij gewerkt wordt met Afrikaanse hamsterratten.
Deze beesten hebben een sterk ontwikkelde reukzin en kunnen moeiteloos TNT opsporen. Ze zijn overal te vinden en dus goedkoop. Bovendien zijn ze zo licht, dat een mijn niet tot ontploffing komt als ze ermee in contact komen.
Wereldwijd liggen er overigens nog naar schatting tussen de 60 en 110 miljoen mijnen, die per jaar 15 tot 20.000 slachtoffers (doden en gewonden) maken. Een kwart van die slachtoffers is kinderen.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Winter 1994
''Geef me 100 Dollar. Maar het liefst twee briefjes van vijftig''
Uw bloghouder doet mee aan corruptie
Hij noemt zichzelf Salomon, want dat vindt ‘ie een mooie naam. Lang, mager en goedlachs. Een jaar of 25 schat hijzelf, want een geboortepapiertje heeft hij nooit gezien. Z’n vader vocht voor het Mozambikaanse bevrijdingsfront Frelimo en sneuvelde toen hij nog een baby was.
Z’n moeder overleed niet lang daarna aan ’één of andere ziekte‘.
Hij kent iedereen en iedereen kent hem. Voor twintig Amerikaanse dollars per dag heeft hij mij veertien dagen lang begeleid en intussen een modaal Mozambikaans jaarsalaris verdiend. Salomon is een beroepsregelaar. Die vind je veel in de derde wereld. Toen ik aankwam op ‘t vliegveld in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, loodste hij mij snel door de douane.
Hij had voor die veertien dagen een auto bemachtigd, bracht mij in contact met de mensen die ik nodig had, versierde een plek in een Antonov-vrachtvliegtuig om naar Beira te gaan, wist de weg naar de militairen van de Verenigde Naties, bracht mij in contact met de mensen van de plaatselijke radio en zorgde tijdens de rechtstreekse VPRO-uitzending voor een zang- en dansgroep van veertig mensen, die a capella zongen en zichzelf met een soort voeten-percussie begeleidden.

Om die uitzending live te kunnen verzorgen had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me. Het apparaat was één meter bij zestig centimeter en woog zo’n zestig kilo. De antenne was nog groter en woog zeker tien kilo. Er was een modem bij van nog eens 25 kilo. Voeg daarbij alle kabels, microfoons en snoeren en u begrijpt dat er voor de vlucht van Amsterdam naar Maputo veel extra geld voor overgewicht betaald moest worden. Om precies te zijn. Fl 3.026,95 .
Salomon vond ‘t krankzinnig om voor de terugvlucht nog eens zo‘n bedrag uit te geven. ‘Ik regel dit wel‘, zei hij. ‘Geef me 100 US $ en het komt voor elkaar. Maar geen biljet van 100 ,want dat accepteren ze hier niet’.
Ik gaf hem twee briefjes van vijftig. Hij stapte op een grondstewardess af, maakte wat grapjes en wees op mij en m’n apparatuur.
Even later gaf hij haar één briefje van 50 US $.
Hij lachte weer en maakte een gebaar met z’n arm, dat ik gewoon door kon lopen. Zelf ontfermde hij zich over de apparatuur, die hij moeiteloos aan boord van het vliegtuig wist te krijgen.
Zo!.
Dat was vlot en knap geregeld.
Had ik toch mooi zo’n Fl. 3.000,-- voor de VPRO verdiend.
In het vliegtuig dacht ik er nog eens over na. Dit was dus kleine corruptie. Daar had ik gewoon aan meegedaan. Sterker nog: ik was er uiterst tevreden over.
Maar ja.
Wat had ik er zelf aan?
Op mijn loonstrookje zou ik er niets van terugvinden. En voor die 100 US $ had ik natuurlijk geen kwitantie, dus die moest ik ook nog proberen terug te krijgen.
Op de declaratie vulde ik in:
Smeergeld om grondstewardess om te kopen: 125 US $.
Chef declaraties Jan Jongepier moest er wel om lachen.
Voor die 25 $ heb ik een fles whisky gekocht.
‘Op Salomon‘.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Emoties, dreigementen, lof en kritiek

Een stroom van publiciteit
Roel van Broekhoven en ik maakten in 1979 voor de VPRO-Radio een serie radioprogramma’s over de positie van de Palestijnen in het Midden-Oosten. Roel ging met correspondent Gerard Jacobs naar Libanon en ik bezocht Israëli’s en Palestijnen in Israël, op de Westbank en in Gaza. De programma's werden uitgezonden op 3, 10 en 17 oktober.
Na de eerste uitzending, waarin ondermeer Palestijnen aan het woord kwamen die verklaringen aflegden over martelingen in Israëlische gevangenissen, kwam een stroom van publiciteit los.
Tijdens de tweede uitzending drongen drie mannen de radiovilla van de VPRO binnen.
Twee mannen vernielden in de registratiekamer met een schaar de uitzendband; een derde man hield ’de wacht’ bij de telefooncentrale. Een man kwam de studio in met een hand in zijn binenzak alsof hij een wapen bij zich had. Later op de dag werd de verantwoordelijkheid opgeëist door de Joodse Defensie Liga ‘Nooit Meer’.
De gebouwen van de VPRO moesten ontruimd worden vanwege bommeldingen.
Luister HIER naar het moment van de inval en de eerste reacties. Het begint op 1.32'48"
De publiciteitsstroom werd hierdoor nog veel meer versterkt. De telefoons stonden dagenlang roodgloeiend. In kranten en voor radio en T.V. verschenen commentaren en luisteraarsreacties. Discussies liepen hoog op.
Televisie-debat
De VPRO ontving een overweldigende hoeveelheid brieven.
Dat werd nog eens versterkt, nadat de VPRO-televisie besloot om zondags na de inval een rechtstreeks debat uit te zenden, waarbij de emoties hoog opliepen.
Dit debat stond onder leiding van Joop van Tijn. Andere deelnemers waren rabbijn Abraham Soetendorp van de Liberaal Joodse Gemeente, VPRO-commentator en publicist Anton Constandse, Ronnie Naftaniel van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israel, Hans Knoop, public relations adviseur en ‘geestelijk vader‘van de Joodse Defensie Liga en Bert Vuijsje van de redactieraad van de Haagse Post.
Ik deed ook mee. (Morgen meer hierover)
Scala aan meningen
De dagen daarna ontving ik nog meer post. Instemmende brieven, opbeurend; kritisch, soms antisemitisch, beschuldigend, dreigend, uitnodigend, cynisch, genuanceerd, wild, anoniem, vol lof en waardering; Kortom een uiterst uiteenlopend scala aan meningen en ideeën.
Nederland & de wereld
Ik heb de stellige indruk, dat de emoties in Nederland hoger oplopen dan bijvoorbeeld in andere Europese landen. Waarom dat zo is weet ik niet. Wel is het duidelijk, dat -getuige allerlei peilingen en onderzoeken- de sympathie in dit land voor Israël vergeleken met 1979 enorm is afgenomen.
Toen reden ‘we’ nog rond met stickers: ‘Wij staan achter Israël’.

- Details
- Categorie: Reizen (518)

Armoede en verzetshaarden
In de zomer van 1979 reed ik een paar dagen zomaar wat rond op de Palestijnse Westbank. Van Jeruzalem via Bethlehem, Hebron, Jericho, Nablus, Jenin, Tulkarm en Ramallah terug naar Oost-Jeruzalem, waar ik logeerde in het American Colony Hotel..
Ik had in Tel Aviv een auto gehuurd en reed dus rond met een geel Israëlisch nummerbord. Dat kon toen nog zonder dat er stenen naar de auto werden gegooid of -erger- dat de auto in brand werd gestoken als je hem onbeheerd geparkeerd had.
De sfeer was redelijk ontspannen. In ieder geval veel minder gespannen dan tijdens de eerste Intifadah in 1987 en ‘88. Toen werd ik in een auto met een blauw Palestijns nummerbord op het traject Ramallah-Jeruzalem achttien! keer aangehouden.
Verzetshaarden waren er al wel. Die waren vooral geconcentreerd op de Bir Zeit Universiteit.
Die was toen op last van de Israëlische overheid gesloten.

Armoede was overal op de Westoever aanwezig.
Ik had een simpele zwart-wit camera bij me. Een impressie.







Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 33 van 106

