Reizen (518)

 

September 2008

Lekkere mousserende wijnen

Mag je je een wijnkenner noemen als je al meer dan vijftig jaar zeer regelmatig een paar glazen drinkt?
      Waarschijnlijk niet.
Wijnkenners hebben op dit onderwerp gestudeerd. Ze ruiken bloemetjes, amandelen of andersoortige vruchten of noten, ze proeven zoetgevooisde aardbei, of abrikoos met iets vrouwelijks in de nasmaak dan wel een vleugje anijs met een toets van veenbessenfantasie. 
    
Ik heb zelfs wel eens een paar zogeheten kenners horen uitwijden over kaarsvet en een hint van benzine en staal 
       En dat was merkwaardig genoeg niet om die wijn af te serveren, maar het was bedoeld als aanbeveling. (Eten & drinken 39)
Een beetje humbug dus. Zeker als je over staal begint, want dat is een legering. Een mengsel van ijzer en koolstof.
      Dat kan van alles zijn.

Een jaar of dertig geleden dronken wij in de Franse Bourgogne een Crémant. Een lekkere mousserende wijn. Het zat in eenzelfde fles als Champagne en smaakte ook zo. Het smaakte zelfs beter, maar dat is natuurlijk een domme opmerking, omdat er zeer veel verschillende soorten Champagnes en Crémants bestaan. 


Crémant-route 

Vorige week reed ik op de N 71 vanuit Troyes in de Champagne naar Autun in de Bourgogne.
      Bij Mussy-sur-Seine verlaat je de Champagne en vrijwel onmiddellijk bij Châtillon-sur-Seine in de Bourgogne is een gemarkeerde Crémant-route. Je kunt daar overal proeven en de wijnen natuurlijk ook inslaan.
      Voor prijzen die drie tot vier maal zo laag zijn als voor champagne.

Ik koop regelmatig crémants. Zeker sinds december 2005, toen het VARA-consumenten programma Kassa in verband met de komende jaarwisseling een interessante test deed. Vijf ECHTE deskundigen moesten blind tien mousserende wijnen proeven. Er waren acht champagnes en twee ‘namaak-champagnes’.
      De deskundigen hadden het niet alleen over bloemetjes en amandelen, maar hadden ook forse kritiek. Zo was er een bubbelwijn, die leek op een Semtexbom. Andere wijnen waren kartonnerig, sponzig, te zuur, te zoet, te droog of te nat
.

 
Verbluffend  

Het verbluffende resultaat was dat de duurste champagne, een Moët & Chandon brut Impérial (30 Euro; 2005!) er het slechtst afkwam.
      Maar het meest verbluffende was, dat niet een champagne als beste uit de bus kwam, maar een crémant; een Bourgogne Blanc de Noirs voor 7.49 Euro.

In nog zeven andere regio's produceren ze in Frankrijk crémants. In Italië en Spanje maken ze trouwens ook mousserende wijnen. En de Russische ‘champagne’ bijvoorbeeld smaakt ook vaak goed.

Hieronder het volledige testresultaat van Kassa.

 

Juni 2019

Wijngaarden, akkers & verstilde dorpjes

Als je in de Franse Champagne bent, moet je champagne drinken. Zelfs als je niet zo dol bent op dat drankje moet je eraan geloven.
      En -die oude waarheid gaat altijd op- daar op je eigen terras in die glooiende heuvels onder milde temperaturen smaakt het natuurlijk uitstekend.
      Te midden van die mooie, verstilde vaak enigszins uitgewoonde en verloederde dorpjes.  

 

Coteaux de Sézannais

Je kunt champagneroutes volgen. Bijvoorbeeld te beginnen in Sézannne in het uiterste zuiden.
      Maar je kunt ook je eigen weg kiezen over smalle tussendoor wegen.  
Via Broyes, Montgivroux, Fère Champenoise, Villeseneux, Clamenges en Coligny naar Vertus en dan weer terug naar Sézanne.
      Je laat dan de grootste Champagneplaatsen Epernay en Reims aan je voorbij gaan.


Wijngaarden



Lang niet overal zie je dit soort wijngaarden.
      Er is veel meer akkerbouw: graan, aardappelen, uien. Veeteelt heb ik niet gezien.

Je kunt stoppen bij de Champagnemakers, maar dan moet je vrijwel altijd eerst een afspraak maken.
      Bovendien zie je soms afnemers, die zo’n honderd dozen tegelijk inslaan. En daar kom jij dan aan met die ene doos.

Wij leren dat de meest gebruikte druif in dit gebied de Pinot Meunier is (56%). Gevolgd door de Chardonnay (32%) en de Pinot Noir (12%).


Gemeentehuis Fère Champenoise


Hond


Vertus

 

 

Juni 2019

Petite Cité de Caractère


Place de la République

 
In het zuiden van de Franse Champagne ligt een enigszins verstild Middeleeuws stadje: Sézanne.     
Een kleine 5.000 inwoners.
      De activiteiten spelen zich vooral af op het centrale pleintje Place de la République. Hier zijn de terrassen. staan een paar markante huizen en er is natuurlijk de gotische Saint-Denis kerk.  Het stadje afficheert zich als een Petite Cité de Caractère.
      Daar valt wel iets voor te zeggen.

 

Saint-Denis


Terrassen



   
Promenades

De stad kent een paar wandelpromenades met dubbele rijen linden


La femme sans tête



En in de Rue de Broyes bevindt zich dit hotel-restaurant.
     
Waar die naam vandaan komt is niet duidelijk, maar omdat Sézanne een middeleeuws stadje is, wordt aangenomen dat er hier ooit een guillotine gebruikt is om een vrouw om wat voor reden dan ook te onthoofden.

 

 

Bukit Thima National Park

(Door Rolf Weijburg)

Groeiende bevolking, uitdijende stad en industrie die steeds meer ruimte vraagt. Singapore raakt ondanks de landwinningprojecten steeds voller. Van de eens zo weelderige natuur is afgezien van de ongeveer 3% van het Singaporese oppervlak dat is gereserveerd voor parken, plantsoenen en ander groen nog maar weinig over. De agrarische sector is op sterven na dood, er is simpelweg geen ruimte meer voor.
      Was er in 1960 nog 140 km² in agrarisch gebruik, in 2010 was dat nog maar 10 km². De bijna zes miljoen inwoners eisen nou eenmaal hun ruimte.

     Singapore is inmiddels met 7810 inwoners per km² na Monaco het dichtstbevolkte land ter wereld.

Parken

De tijgers zijn al lang geleden verdwenen, maar ook allerlei reptielen, insecten en enkele apensoorten zijn niet meer op het eiland te vinden. Of de Javaanse kantjil, een dwerghertje, nog ergens rondscharrelt is niet helemaal duidelijk. Ook de plantenweelde is danig uitgedund. De biodiversiteit heeft onder The Singapore Model zwaar geleden.
       Ingeklemd tussen een aantal autowegen en woonwijken blijft een klein gebied zich echter dapper, als ware het het dorp van Asterix tegen de imperialistische Romeinen, tegen de oprukkende urbanisatie verzetten.
       Het minder dan 2 km² grote Bukit Thima National Park ligt in het hart van Singapore rondom de heuvel van dezelfde naam waarvan het topje Singapore’s hoogste punt is. Iets meer dan 163 meter. Vanaf het dak van het Marina Bay Sands Hotel is het achter de hoge gebouwen van Singapore City goed zichtbaar.


Makaken

In 2013 is het park via een ecopassage over de Bukit Thima Expressway gelinkt met het naburige en veel grotere Central Catchment Nature Reserve waardoor er een 28 km² groot gebied is ontstaan, 4% van het totale Singaporese oppervlak, waar het primaire regenwoud nog hoogtij viert.
Alleen Bukit Thima is open voor publiek. We gingen er met de bus heen. Vlakbij de ingang zagen we al een aantal makaken over straat struinen.

Op de parkeerplaats zaten er nog meer. De brutale apen hielden er een agressieve manier van bedelen op na en sommigen waren bezig met het professioneel omvouwen van autoruitenwissers. In het Visitor Center werd in een kleine expositie een aantal dieren dat nog in het woud overleefde voorgesteld. Een grote diversiteit aan vogels maar ook een aantal kleinere zoogdieren bleken Bukit Thima nog te bewonen.
       De civetkat, het schubdier, de vliegende eekhoorn en ook de plompe lori, een halfaap.

Colugo



Maar een van de meest bizarre beesten die nog in het Singaporese oerbos overleeft is wel de Vliegende Lemuur of Colugo. Dit 35 tot 40 cm grote plantenetende halfaapje leeft ’s nachts en kan niet echt vliegen. Met het grote membraan dat tussen voor- en achterpoten en tussen achterpoten en de punt van de staart groeit kan het wel tot 200 meter lange glijvluchten maken.

 

The Summit

We liepen over een aantal keurig aangelegde verharde paden die zo schoon en netjes waren dat we het vermoeden kregen dat iemand ze iedere twee uur van bladeren ontdeed. Overal stonden bordjes met wat je allemaal niet mocht, welke kant je op moest en waar de toiletten waren.    Daardoor leek het alsof de jungle aan weerszijden van het pad weliswaar dicht, groen en vochtig was, maar ook een decor. Alsof we door de set van een avonturenfilm liepen en de regisseur ieder moment heel hard “Cut!” (Engels) zou kunnen gaan roepen.
      We liepen door tot aan de Summit, Singapore’s hoogste punt waar ook een Police Repeater Station bleek te zijn.

Via een ander pad liepen we terug naar het Visitor Center. Behalve wat vogels, hagedissen, vlinders en een enkele makaak, hadden we geen beest gezien.


Vogels

Vogels zijn er veel in Singapore, bijna vierhonderd soorten volgens sommige bronnen.
       Lange tijd waren vogels ook zeer geliefde huisdieren die vooral om hun zang werden gehouden. Iedere wijk had vroeger wel een Bird Singing Club, maar dat aantal is de afgelopen jaren flink geslonken – “The youth nowadays prefers to listen to their mobile phones!”- . hoewel er in de woonwijken nog wel aardig wat kleine zogenaamde “Bird Corners” zijn, waarbij de vogeleigenaars hun kooitjes met zangvogels op zondag bij elkaar hangen om de hele dag te genieten van de vogelzang. Hoe meer vogels hoe meer ze hun best gaan doen om beter te zingen dan de buurman.

Bird Singing

De grootste nog overlevende echte Bird Singing Club in Singapore en tegelijkertijd één van de grootste in heel zuidoost Azië, is The Kebun Baru Bird Singing Club. Hier staan talloze vlaggenmastachtige palen in het veld waaraan de kooitjes met zangvogels omhoog kunnen worden gehesen, want ook hoog boven de grond zingen de vogels beter.

Er worden echte wedstrijden gehouden, waarbij doorgewinterde juryleden een dusdanig getraind oor hebben dat ze individuele vogels naar hun zang kunnen onderscheiden en beoordelen. Over het algemeen draait het bij die wedstrijden slechts om een viertal vogels: de Chinese lijster, de roodoorbuulbuul, de witstuitshama en het meest geliefd van allemaal, het zebraduifje of merbok. Met zijn in mijn oren toch wat monotone geroekoekoek vind ik hem niet zo erg spectaculair zingen. Maar ja, ik ben geen kenner.

Zebraduifje

Kampioenen kunnen duizenden dollars opleveren. De vogels worden enorm vertroeteld, dagelijks met zorg gewassen en met speciaal geselecteerd voedsel met de hand gevoerd of in mooie voedselbakjes geserveerd.


Mynah

Maar niet alle Singaporezen houden van vogels en niet alle vogels zijn geliefd.
       Neem nou de Javaanse Mynah. Deze spreeuwensoort die oorspronkelijk op Java en Bali voorkomt is vanwege zijn zang en imitatievermogen een dikke eeuw geleden vanuit Java naar Singapore overgebracht. Daar is hij uit zijn kooitje ontsnapt en heeft zich enorm vermenigvuldigd, dusdanig zelfs dat de vogel nu door velen in Singapore als een plaag wordt gezien.

Men beweert dat de mynahs, hoewel ze oorspronkelijk in de Javaanse rijstvelden de sterren van de hemel zongen, in Singapore de geluiden van de stad zijn gaan imiteren zodat, vooral tegen het vallen van de avond, menige boom waar de beesten overnachten een luidruchtige kakofonie van krassende, schrapende en krijsende geluiden produceert.
      Tegelijkertijd wordt het er vanwege de enorme hoeveelheid uitwerpselen ook niet hygiënischer op. In een land waar alles, zelfs het klimaat, tot in de puntjes is geregeld, strak begrensd, aangepast en ontsmet, is zo’n ongebreidelde overlast natuurlijk uit den boze.

Gun clubs    

Daarom bestaan er in Singapore zogenaamde Gun Clubs waarvan de leden er al meer dan twintig jaar bijna dagelijks op uittrekken om in Singapore alle Mynah’s en alle kraaien dood te schieten. Gewapend met geweren en walkie-talkies trekken ze door de stad en schieten honderden vogels per dag af. Zelfs aan de grens met Maleisië staan ze om te verhinderen dat er nog meer van deze criminele vogels de smalle zeestraat oversteken om de  Singaporese rust en reinheid te verstoren.

      Kijk eens naar het verhaal van de Mynah in de prachtige gemaakte prijswinnende docu The Migrant (NL gesproken, Engels ondertiteld) van Anaïs López.  https://migrant.nu/en

 

Neil Young

Ik kan me voorstellen dat het voor velen van u de eerste keer is dat u van de Mynah Bird heeft gehoord. Zo niet voor Neil Young, de Canadese rockster. Young speelde al in 1967 in een bandje in Toronto dat zich … juist, The Mynah Birds noemde.

 

 Luister HIER naar It's my Time van The Mynah Birds

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen


 

 

 

Juni 2019

Een leeglopende plattelandsgemeente

Deze watertoren staat in Broyes, een dorpje in de Franse Champagne, zo’n zeventig kilometer ten zuiden van Reims.
      Het is een typisch Franse plattelandsgemeente: Mooie panden, intieme straatjes afgewisseld met leegstand, achterstallig onderhoud en leegloop.
      Een kerk, een gemeentehuis, maar geen enkele winkel meer. En geen horeca.


Rue de l’Ėglise



Ons onderkomen

Leegloop

Het dorpje heeft 362 inwoners. In 1846 waren dat er nog 892 en daarna is het gestaag achteruit gegaan, Van 747 in 1872, naar 577 in 1954, naar 436 in 1990.


Flitsverkoop



Er staan veel panden te koop. Om daar een beetje verandering in aan te brengen werd er een zogeheten Flitsverkoop gehouden. Met aantrekkelijke aanbiedingen tot wel 70% voordeel inclusief levenslange garantie.
     
Ik ben er die middag om drie uur naar toe gegaan en was voorbereid op een enorme drukte, waarbij met veel Frans melodrama luidkeels tegen elkaar zou worden opgeboden. Dat viel tegen.
      Er was een open tent opgericht, een paar tafeltjes en stoeltjes en twee mannen van het makelaarskantoor.

Verder was er niemand.
     
Toen ik een half uur later nog eens langsging veerden de mannen op. ‘’Eindelijk een klant’’.
Anderhalf uur later ging mijn echtgenote even langs. Nog steeds niemand.


Baguette

Er is zelfs geen bakker meer en dat betekent dat je het stokbrood uit een automaat moet trekken.
      Voor 1 Euro ontvang je dan een slap naar niets smakend brood.


Doorkijkje


Gemeentehuis



Het dorp heeft met z’n nog geen 400 inwoners een enorm groot gemeentehuis


Champagne

Er zitten diverse wijnboeren in het dorp. Je kunt proeven en kopen. Eerst even een afspraak maken.


Yves Jacopé

De beroemdste wijnmaker is het familiebedrijf Yves Jacopé.
      Men gaat er prat op al sinds de tiende eeuw wijn te maken.
Santé dus maar op een bijna 1.000 jaar oude familietraditie.

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh