Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
September 2014
Badplaats met curieuze architectuur

Le Touquet-Paris-Plage is een mondaine badplaats in het noordwesten van Frankrijk. Het ligt aan de zogeheten Opaalkust, tussen Calais en Normandië. Er wonen iets meer dan 5.000 mensen, maar er komen in de zomer zo'n 250.000 toeristen. Badgasten, golvers, surfers en zeilers, die in dure hotels terecht kunnen of verblijven in studio's of appartementen. Vaak met uitzicht op zee. Op de Boulevard Docteur Jules Pouget komt men elkaar tegen. Zien en gezien worden is het hier in het seizoen.
Louis Quetelart
Aan de Boulevard staan rijen flats met appartementen, die tot negen hoog reiken. De flats worden afgewisseld door huizen waar architecten zich heerlijk op hebben kunnen uitleven. Er is zelfs een naam voor de stijl: Louis Quetelart vernoemd naar de lokaal beroemde architect.
Strand bij eb
Het is DE badplaats voor de beter gesitueerden uit Parijs, hoewel ook veel Britten de Kanaaltunnel nemen om even in Le Touquet bij te komen. Bij eb is het strand zo'n honderd meter breed. Zwinnetjes trekken grillige patronen in het zand.
Strand bij vloed

Bij vloed komt het water tot aan de Boulevard.
Strandzeilen
Het strandzeilen is een veel boefende activiteit. Op het zuidstrand is er een school voor, waar dagelijks tientallen mensen de lessen volgen en kunnen oefenen. Wel wachten natuurlijk tot het eb is.
Badhuisjes

Badhuisjes staan in het gelid, vaak met opvallende kleuren.
Stratenpatroon

Potje Vlees
Het stratenpatroon is simpel. Een paar boulevards die parallel met het strand lopen en straten die loodrecht van de buitenwijk, via het centrum altijd naar het strand gaan. Een mooi winkelbestand met veel viszaken. Bakkers & slagers. Regionale producten, waaronder Pot'je Vlees, want Frans Flandre is niet ver weg. 
- Details
- Categorie: Reizen (518)
De ‘’Little Red Dot”

Logo
(Door Rolf Weijburg)
In 1998 refereerde de toenmalige Indonesische president Habibie in een toespraak aan Singapore, het op negentien na kleinste land ter wereld, als de “Little Red Dot”.
Dat werd hem in Singapore in eerste instantie niet in dank afgenomen, het zou een kleinerende en vernederende uitspraak zijn geweest, maar de voormalige president wrong zich later in alle bochten om maar duidelijk te maken dat hij juist het tegendeel bedoelde. Singapore was, ondanks dat het op een wereldkaart niet meer was dan een Little Red Dot was, een bewonderenswaardige en belangrijke buur met een grote economie.
De Singaporezen omarmden de benaming uiteindelijk en de Red Dot werd bij de viering van het vijftigjarig jubileum van de onafhankelijkheid in 2015 zelfs het officiële logo.
Klein als het is, Singapore was al vanaf de 19e eeuw een zeer drukke en kosmopolitische havenplaats waar vele etnische groepen naast elkaar leefden. Letterlijk naast elkaar, maar zelden mét elkaar. Singapore bestond uit getto’s. Chinezen, Maleisiërs, Indiërs en allerlei andere bevolkingsgroepen leefden dicht op elkaar in duidelijk afgebakende etnische wijken. Er was nauwelijks sprake van enige etnische vermenging en ten tijde van de onafhankelijkheid in 1965, waren de verschillen tussen al die bevolkingsgroepen dusdanig groot dat etnische onlusten er aan de orde van de dag waren.
Een van de prioriteiten van het onafhankelijke Singapore lag dan ook in de integratie van de bevolking. De verschillen per bevolkingsgroep moesten vervagen, men moest zich niet meer in eerste instantie Chinees, Indisch of Maleis voelen, maar Singaporees.
20 gesproken Talen
Het gelijkstellen van een aantal van de twintig gesproken talen en dialecten in het land - er werd naast Engels, Maleis, Mandarijn-Chinees en Tamil ook Arabisch, een aantal Chinese en Maleise dialecten, een Chinees-Maleis creool en zelfs een Portugees creool gesproken - was een eerste stap. Was onder het Britse bestuur het Engels de lingua franca en de officiële taal van het land, na de onafhankelijkheid werden ook Mandarijn, Maleis en Tamil tot officiële talen verheven.

Tegenwoordig gebruiken veel mensen de vier officiële talen gewoon door elkaar heen en is er een nieuwe taalvariant ontstaan, het Singlish, dat het Engels als lingua franca op veel plekken al heeft verdreven. Hoewel de regering het gebruik ervan afkeurt lijkt mij het Singlish toch ook een symbool van een althans in de gesproken taal geslaagde integratie.
Singlish

Het echte integratie succes vindt zijn basis echter in Singapore’s ambitieuze sociale woningbouwbeleid. Het idee was duidelijk: de vele etnische wijken die als enclaves over Singapore verspreid lagen en waar concentraties van lokaal etnische en culturele sentimenten een groter Singaporees nationaal bewustzijn in de weg stonden, moesten worden gebroken. Mensen moesten worden verplaatst, geherhuisvest in nieuwe steden waar een strikt vestigingsbeleid via etniciteitsquota er voor moest zorgen dat er nergens een te grote meerderheid van een bepaalde bevolkingsgroep kon ontstaan.
Woonwijken
Om dat te bewerkstelligen werden vanaf de jaren zestig in razend tempo nieuwe woonwijken uit de grond gestampt. Met compensatieregelingen en aantrekkelijke aankoopfinancieringen werden bewoners overgehaald hun oude wijken te verlaten en de nieuwe comfortabele en goed ontworpen woningen die bovendien energiezuinig waren en voorzien van de laatste technologische snufjes (een geïntegreerd alarm systeem voor ouderen bijvoorbeeld) te betrekken. De subsidies en aankoopregelingen maakten de woningen voor velen betaalbaar.

Modern
Omdat de nieuwe woonsteden ook nog eens volgens de modernste planologische inzichten zijn gebouwd en voorzien van mooie parken, winkel- sport- en cultuurcentra en uitstekende MRT en busverbindingen, gingen de meeste aspirant verhuizers snel overstag. Het Housing Development Board, een overheidsinstelling, heeft inmiddels meer dan een miljoen huizen gebouwd, ruim 75% van het totale woningbestand van Singapore.
De woonsteden bestaan bijna uitsluitend uit flatgebouwen en voor zo’n flatgebouw of voor een groepje flatgebouwen bij elkaar bestaan quota voor de hoeveelheid etnische huishoudens. Afhankelijk van de geografische locatie wordt gekeken naar maximale bewoningspercentages per bevolkingsgroep. Ben je Indiër bijvoorbeeld en zijn er in de door jou gewenste flat al te veel Indiërs, dan wordt de woning je, op enkele uitzonderingen na, niet toegewezen.

Quota
Door de bouw van al die nieuwe woonwijken enerzijds en door de quota anderzijds is Singapore er in geslaagd om de etnische verdeling op zijn grondgebied drastisch te veranderen en de etnische gettovorming te doorbreken, een vorm van nation building eigenlijk, waardoor de etnische onlusten uit de jaren zestig verleden tijd zijn geworden en Singapore nu op de Global Peace Index op de 20ste plaats van meest vredelievende landen ter wereld is, net boven Nederland. Tegelijkertijd is het erin geslaagd om het hele westelijk deel van het eiland vrij te maken van bewoning waardoor in dit gebied ruimte is gecreëerd voor grootscheepse industrie, werven en havens.
Chinatown

Hoewel er nog wel degelijk Chinezen en Indiërs wonen in de oude etnische wijken Chinatown en Little India, zijn grote delen ervan verdwenen of na grondige restauratie toeristische attracties geworden.

Little India

Food
De multi-etnische Singaporese samenleving vertaalt zich ook culinair in de talloze Food of Hawker Centers die je overal in Singapore vindt. Het zijn pleinen of overdekte ruimtes die helemaal vol staan met tafels en stoelen. Eromheen staan kleine stalletjes waarin uitbaters uit verschillende bevolkingsgroepen (de hawkers) allemaal hun eigen specialiteiten klaarmaken.
Je kiest wat en waar je wilt, rekent af bij je gekozen uitbater en gaat ergens zitten om je maaltijd te nuttigen. De tafels en stoelen zijn gemeenschappelijk of gemeentelijk eigendom, ieder stalletje betaalt huur en stopt de inkomsten in eigen zak. Het zijn de populairste eetgelegenheden in Singapore, waar het de hele dag door druk is en je je in een lekker ongedwongen sfeer te goed kunt doen aan de heerlijkste gerechten, vers bereid vanuit een veelvoud aan kleine etnische keukens.
“Singapore: Eating out”

(“Singapore: Eating out”, kleurets van Rolf Weijburg 2005, 50x53 cm)
Michelin ster
Er is zelfs een hawker-stalletje, Hawker Chan in het Chinatown Food Complex, dat het geschopt heeft tot een Michelin-ster. Chan’s Chicken & Rice is met 5 Singapore Dollar (ongeveer 3 Euro) de goedkoopste Michelin bekroonde maaltijd ter wereld.
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
September 2014
Wallen, klinkers en Les Misérables
Place Charles de Gaulle
Er is een groot plein en een paar kleinere pleinen. Klinkerstraten alom. Er zijn wallen en muren. Abdijen en kerken. Hotels, restaurants en terrassen. Mooie herenhuizen, twee museums, een theater en beeldhouwwerken.
En toch heeft het slechts 2.000 inwoners. Montreuil-sur-Mer. Maar het is een bekend en gezocht plaatsje. Victor Hugo was er op 4 september 1837 een halve dag, raakte geinspireerd en situeerde hier zijn Les Misérables.
Vrijwel dagelijks komen hier groepjes mensen om zijn korte spoor te volgen en zich voor te stellen waar hoofdpersoon Jean Valjean - een ontsnapte gevangenisboef, die burgemeester van Montreuil werd- zoal verbleef.
Wallen & muren

Montreuil-sur-Mer is oud. De eerste wallen werden al in de negende eeuw gebouwd. Aanvankelijk ter verdediging tegen aanvallen uit zee. Van die wallen is inmiddels niets meer over, maar er kwamen anderen voor in de plaats.
Montreuil ligt niet meer aan zee, maar zo'n vijftien kilometer het land in. De plaats werd tijdens de honderdjarige oorlog vrijwel volledig verwoest door de Engelsen. Maar de restauratie werd later ter hand genomen en zo werd Montreuil een aardig en aantrekkelijk plaatsje.
Bar Victor Hugo
Literatuurliefhebbers
Zicht vanaf de wallen

Monument ter herinnering aan WO1

Tot slot
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Thank You for your visit

Een Woud van Torenflats
(Door Rolf Weijburg)
We namen onze intrek in een klein hotelletje vlak achter Orchard Road. Dat was nog niet zo eenvoudig geweest, kleine betaalbare hotelletjes in het centrum waren moeilijk te vinden, maar deze was helemaal goed. De kamer was ok en om de hoek van het hotel was een simpele uitspanning “Bez Ot Taste Seafood” waarvandaan je op een onpretentieus terrasje onder het genot van een koele Tiger Beer of een perfecte noodle soup het straatleven kon gadeslaan.
Woonwjken
In de buurt bevonden zich aangename woonwijken met kleinschalige appartementencomplexen en condominiums.

Orchard Road
Nog geen halve kilometer verderop lag Orchard Road, vanouds dé winkelstraat van Singapore. De brede avenue met de constante stroom auto’s en winkelend publiek onder grote tropische bomen, staat vol Shopping Malls, de ene nog sjieker dan de ander, die hoofdzakelijk kleding- en lifestylewinkels huisvesten. Alle bekende merken zijn er vertegenwoordigd. De Singaporezen krijgen er geen genoeg van.
Hier en daar hingen gigantische videoschermen aan de gebouwen waarop reclamefilmpjes probeerden het koopgedrag van de shoppers te beïnvloeden. Bij de zebrapaden stonden steevast voetgangerslichten die niet alleen aangaven hoeveel tijd er nog restte voor het op groen sprong, maar ook hoe lang het nog duurde voordat het weer rood werd. Iedereen gehoorzaamde gedwee, men wachtte als het rood was en liep als het groen was. Nooit zag ik iemand bij roodlicht oversteken. Camera’s hielden de boel in de gaten en naar verluid liepen er ook nogal wat informanten rond en politie in burger die je aanspraken als je je burgerlijke verantwoordelijkheid verzaakte. En mocht je ooit zo’n hoge nood hebben dat je in een van de publieke liften je behoefte moest doen, dan zorgden geurdetectors er automatisch voor dat de deuren gesloten bleven tot de politie je kwam bevrijden.
Alles was schoon. Alles was modern, strak en glimmend. Nergens graffiti. Alles werkte.
Metro

Over de metrolijnen van de MRT, Mass Rapid Transit, reden lange bijna steriel schone treinen waarvan aan de binnenkant nog nauwelijks zichtbaar was dat ze uit meerdere wagons bestonden. Ze reden snel, frequent, stipt op tijd en voor lage tarieven. Mijn vrouw, geboren en getogen in Parijs, bleef zich maar afvragen hoe een Singaporees zich toch moest voelen als die zich ooit in de stinkende, rammelende en groezelige Parijse metro zou moest laten afdalen.
De MRT moet bijdragen aan de ecologische plannen van de overheid die door het verregaand moderniseren en uitbreiden van het publieke transportsysteem en bijvoorbeeld torenhoge accijnzen op de aankoop van auto’s (tel voor een nieuw Golfje maar gerust een kleine ton neer), het gebruik van het openbaar vervoer wil stimuleren en de uitstoot van CO2 wil beperken.
Op de vloeren van de perrons stond precies aangegeven waar je moest staan wachten en als de trein stopte was daar dan ook precies een deur. We stapten in en lieten ons comfortabel rond zoeven door de kleine republiek.

Torenflats

Subsidies
Zo bezochten we in het noordoosten en oosten de uitgestrekte woonsteden waar complete wouden van torenflats, allemaal fris in de verf, werden omringd door mooi aangelegde parken en plantsoenen vol rain trees en andere grote tropische bomen. De meeste flats in deze woonsteden zijn koopwoningen die dankzij hoge subsidies voor de meeste Singaporezen betaalbaar zijn.
Bankbiljetten
Singapore was er trots op, getuige de illustratie op een van de bankbiljetten.

Etnische wijken
Dichterbij gingen we lopend of met de bus naar de diverse etnische wijken Little India, Chinatown, Arab Street. Uiteraard bezochten we het Raffles Hotel, maakten een boottochtje over de Singapore River en slenterden we langs het oude cricketveld waar het fraaie monumentale gebouw van de Singapore Cricket Club indrukwekkend tegen de futuristische skyline van het Central Business District afstak.

Overdekt
In dat zakendistrict werd gewerkt aan een aantal overdekte routes waar je niet meer geteisterd hoefde te worden door de zware tropische hitte of een plotselinge heftige regenbui, maar in een aangename airconditioned omgeving droog en fris van zakenafspraak naar corporate vergadering kon struinen.
In het Central Business District lijken de tropen eindelijk getemd.
Kabelbaan

Een kabelbaan zweefde ons naar Sentosa Island, The State of Fun.
Sentosa, net ten zuiden van Singapore zelf, is nu, nadat door inpoldering enkele kleinere eilanden zijn toegevoegd, het op vier na grootste eiland van de republiek.
Sentosa heette vroeger Pulau Blakang Mati, “Eiland van de dood van achteren”. Die naam wordt vaak geassocieerd met het feit dat in de Tweede Wereldoorlog de Britten op het eiland belangrijke verdedigingswerken hadden gebouwd die gericht waren op het zuiden. Daarvandaan verwachtte men een Japanse invasie, maar de Japanners vielen uiteindelijk vanuit het noorden aan en overrompelden de Britten compleet. De dood van achteren dus. Maar die naam was in 1830 ook al bekend en refereerde toen waarschijnlijk aan de bloedige piratenaanvallen die met grote regelmaat vanuit het eiland op de langsvarende scheepvaart werden uitgevoerd.
In 1970, toen de eerste plannen werden gepresenteerd om het eiland tot een fun-eiland om te toveren, vond men de naam om begrijpelijke redenen niet erg representief en werd er een prijsvraag uitgeschreven om een nieuwe naam te bedenken. Dat werd Sentosa, wat in het Maleis zoveel als vrede of rust betekent.
Ticket

State of Fun
Nu afficheert het eiland zich als The State of Fun en dat is wat het eigenlijk ook is.
Jarenlang zijn er vele miljoenen gepompt in de ontwikkeling van Sentosa als de ultieme Holiday Experience en vandaag de dag is het eiland één groot attractiepark waar je kunt golfen en gokken, surfen op kunstmatig ontwikkelde golven, aan touwen door de jungleboomtoppen zweven en luieren op prachtige stranden. Je kunt er historie snuiven in Fort Siloso, de oude Britse verdedigingswerken, of gewoon in het maritiem museum. Je kunt er logeren in luxe resorts of, als je maar genoeg geld neertelt, wonen in luxe villa’s.
Er zijn restaurants te over en er is een Universal Studio’s themapark met tientallen achtbanen en rollercoasters. Er is een vlinderpark, een insectenpark, een vogelpark en een Coralarium, een koraalriffenpark. ’s Werelds grootste Oceanarium - een gigantisch aquarium- ligt er en er is een complete mini-stad, KidZania waar kinderen het grote mensen leven op schaal kunnen naspelen.
De ZoukOut Break Dance Party, een van Azië’s grootste muziek festivals, trekt jaarlijks vele tienduizenden jongeren en iedere avond is er vuurwerk. Sentosa is het Singaporese antwoord op Disneyland, maar minder braaf en net even wat spectaculairder. Tegen de 20 miljoen bezoekers trekt het eiland nu jaarlijks.
Trump & Kim
Het voorspelde weinig goeds toen in 2018 Donald Trump en zijn Noord-Koreaanse gelegenheidsvriendje Kim Jung-un dit enorme pretpark, deze kunstmatige sprookjeswereld uitkozen om er hun vredesoverleg te houden.
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
De APP’s en Q.R.codes van Hugo
Ik moest even nadenken, toen Hugo de Jonge zei dat het niet nodig was om een Corona-stempeltje te zetten in het Gele Boekje (Inentingspaspoort). Het was teveel werk, zei hij. En bovendien was dat boekje volgens hem niet geldig.
Hugo de jonge is van de APP’s en de Q.R.codes. In Europa komt er waarschijnlijk zo’n APP als de pandemie voorbij is.
Ik hoorde dat niet alle GGD’s meewerken en soms weigeren om zo’n stempeltje te zetten. De GGD Zuid-Holland Zuid doet niet zo flauw. Inmiddels heb ik mijn tweede prik gehad en staan er gewoon twee stempeltjes in mijn paspoort. De mevrouw van de GGD zag mijn gele boekje en vroeg heel vriendelijk zelf of ze er een aantekening in moest maken. Het was zo gebeurd.

Wat is hier nou eigenlijk aan de hand en waarom doet Hugo de Jonge zo vervelend?
Ik zou het bij god niet weten.
Het gele vaccinatieboekje is een officieel registratiesysteem van het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Het wordt uitgegeven door de SDU (Staatsdrukkerij en Uitgeverij). Een aantal landen in Europa -waaronder Oostenrijk, Duitsland en IJsland- erkent inmiddels het coronastempel in het gele boekje. Ik voorspel dat er nog veel landen zullen volgen.
Maar mij gaat het niet om Europa. Daar zal zo’n APP met Q.R.-code wel werken. Maar hoe zit het met de Tweede en Derde Wereld. Mijn gele boekje heb ik in het verleden gebruikt in veel ontwikkelingslanden. Op vliegvelden werd er regelmatig naar geïnformeerd. Ik neem aan dat ze daar in de toekomst ook wel de APP zullen (h)erkennen. Maar geldt dat ook voor grensovergangen op land.
Ik geloof er niets van.
In het verleden ben ik diverse nogal bijzondere grenzen over land gepasseerd.
Ik noem Oezbekistan-Kirgizië-Tadjikistan, India-Bangladesh, Egypte-Soedan, Turkije-Irak-Koeweit, Ziimbabwe-Botswana-Namibië, Botswana- Zambia-Zimbabwe, Zuid-Afrika-Lesotho.
Vaak toestanden. Chaos. Gedrang.
Mijn gele boekje -in drie talen- kwam altijd goed van pas. Ik zou in al die landen niet graag alleen maar van een De Jonge-APP afhankelijk zijn.

Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 31 van 106



