Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
(Ontvangen van Theo Uittenbogaard)
Heel even, eind jaren '60, was het 'klm-koffertje' hip en graag (mee) gezien in Hilversum. Een mooi vierkant koffertje van blauw karton met twee aangenaam klikkende slotjes. Het had de ideale maat om LP's, die grote vinyl grammofoonplaten, krasvrij mee te vervoeren, en elke Ad Visser in de Randstad waande zich al snel een disc-jockey met zo'n koffertje. Ook 'een weekendje Londen' kon ermee worden gesuggereerd. Het koffertje werd zelfs eenmalig, in een foute zwart bedrukt neplederen uitvoering, gekozen als verpakking van het Omroep-Kerstpakket, en verloor pardoes zijn hipheid.
Maar toen ik de zomer daarvoor, voor het eerst met de auto naar Spanje reisde, waarbij wij de achterbank vol met klm-koffertjes met daarin onze verse vakantiekledij hadden geladen, om in Barcelona dek-kaartjes te gaan kopen voor de nachtelijke veerpont naar een obscuur eilandje in de Middellandse Zee, parkeerden we de auto voor de imposante kantoren Compañia Trasmediterránea, en constateerden na aanschaf van de tickets, terug bij de auto, dat ál onze koffertjes met álles van de achterbank gestolen waren. Omdat ik uit het 'Wat&Hoe in het Spaans' snel het zinnetje "me han robado las maletas" uit het hoofd had geleerd, vermoedde de dienstdoende politieagent dat ik vloeiend Spaans sprak en beantwoordde desgelijks. Nooit meer goed gekomen. Spraakverwarring. Geen aangifte. Geen proces verbaal. Geen dief. Geen koffertjes. Drie weken lang dezelfde kleren gedragen op Ibiza. Of helemaal niks. Dat kon toen nog
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Stop spreading the virus! Go home!
(Door Rolf Weijburg)
“You were in Singapore!”
De man wees triomfantelijk naar de stempels in het paspoort.
“You will have to go into quarantine for two weeks if you want to enter the country. Stop travelling! Go home!”
We wilden helemaal niet naar huis, we wilden het land in, maar dan niet in quarantaine natuurlijk. De douanier wilde echter van geen wijken weten. Hij was boos.
“Stop spreading the virus! Go home!”
Achter ons woei een warme bries kleine schuimkoppen over de Stille Oceaan. We stonden onder de overkapping van het kleine aankomstgebouwtje van de luchthaven van Pohnpei, één van de vier staten die tezamen de Federale Staten van Micronesië vormen, the Federated States of Micronesia.
Op een groot bord stond in de vijf hoofdtalen van het land dat we welkom waren.

Groepjes kleine eilanden
Het land was in 1986 ontstaan vanuit het door Amerika geadministreerde UN Trust Territories of the Pacific dat een aantal eilandgroepen onder UN bescherming verenigde die tot het einde van de Tweede Wereldoorlog door Japan werden bestuurd: de Marianen, Palau, Yap, Truk, Ponape, Kosrae en de Marshall Eilanden. Groepjes kleine eilanden verspreid over een gigantisch stuk oceaan.

Een onpraktische staat
De Noordelijke Marianen besloten in 1986 om een “Commonwealth in Political Union with the USA” te worden, een Amerikaans overzees gebied. De enige zuidelijke Mariaan, Guam, was al sinds 1950 een “Organized, Unincorporated Territory of the USA”. De meest oostelijk gelegen eilandengroep, de Marshall Islands, werd ook in 1986 onafhankelijk terwijl de meest westelijke eilandengroep Palau pas in 1994 onafhankelijk werd.
De overige eilandengroepen Yap, Truk (Chuuk), Ponape (Pohnpei) en Kosrae (Kosaie) kregen in 1979 zelfbestuur en werden in 1986 onafhankelijk als de Federated States of Micronesia, qua landoppervlak het op 18 na kleinste land ter wereld maar verspreid over een stuk Stille Oceaan van ruim 3000 kilometer van oost naar west. Een beetje alsof je Andorra in een paar honderd stukjes verbrokkelt en uitstrooit tussen Amsterdam en Lissabon.
Een onpraktische staat op z’n zachtst gezet.
Bestuurscentrum, zeg maar hoofdstad, van dit alles is Palikir, eigenlijk niet meer dan een cluster administratie- en overheidsgebouwen in een buitenwijk van Kolonia, dat met iets meer dan 6000 inwoners de belangrijkste plaats op het prachtige eiland Pohnpei is.

Corona
Corona was vanuit China al aan een onvermijdelijke wereldopmars begonnen maar de eilandstaten in de Pacific had het nog niet bereikt. De angst voor besmetting wel: de kleine, kwetsbare en geïsoleerde eilanden werden zenuwachtig en begonnen binnenkomende schepen en vliegtuigen te weren. Het ene na het andere land ging op slot en in de Marshall eilanden werd ons op het hart gedrukt toch vooral zo snel mogelijk te vertrekken voordat ook daar de luchthavens dicht gingen.
Zo geraakten we in buurland de Federated States of Micronesia, zeg maar FSM, en hier leek de corona-angst ons dan toch te hebben ingehaald.
Na Singapore waren we in Indonesië geweest, in Oost Timor en Australië, Papoea Nieuw Guinea, Fiji en de Marshall Islands en in geen van die landen was ook maar één geval van corona bekend.
In Singapore wel, dat was inmiddels een soort corona-hotspot geworden.
“Maar daar waren we twéé maanden geleden, meneer. Als we daar corona zouden hebben opgelopen, waren we allang ziek geweest!”
“Quarantine! Two weeks!” De man leek onvermurwbaar.
We moesten opschrijven waar we allemaal waren geweest de afgelopen twee maanden. De paspoorten werden erop nagekeken. Andere officials begonnen zich ermee te bemoeien. Er werd druk gediscussieerd. Getelefoneerd, overlegd.
“OK”, klonk het na een half uurtje. “Over twee dagen is er een vlucht naar Guam. U kunt tot dan in Pohnpei blijven, dan moet u vertrekken, het is misschien nog de laatste mogelijkheid.”
Resoluut stempelde hij de paspoorten en schreef er de vertrekdatum in. Twee dagen inderdaad.
No plane, no taxi
Het vliegveld was inmiddels verlaten - zó veel vliegtuigen komen hier niet – en de man die de wacht hield bij onze tassen die eenzaam in de aankomstruimte stonden, vroeg wat er toch was gebeurd dat het zo lang moest duren.
Het was warm. Buiten was er geen bus of taxi te bekennen. Er stond slechts één oude Datsun in de schaduw van het afdak. De portieren stonden wijd open en een soort country & western muziek galmde naar buiten. Op de achterbank hingen vier kinderen en voorin zaten twee vrouwen gebiologeerd naar de schermpjes van hun mobieltjes te kijken.
“Hallo, weet u misschien hoe we de stad in kunnen komen?”
De vrouw achter het stuur keek nauwelijks op of om toen ze zei: “No plane, no taxi.”

Iemand anders was gelukkig bereid om een taxi te bellen en na enige tijd reden we dan eindelijk de dijk over die het vliegveld verbond met het vaste land.

We hobbelden met een slakkengangetje achter andere auto’s aan door de paar straten van het niet bijster mooie stadje Kolonia en stopten bij een hotel aan een prachtige baai tussen diepgroene heuvels.
Hotel

Toen we de receptie binnenliepen zei de vrouw achter de balie:
“Ah, you must be the last tourists!”
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Najaar 2014
Vissershaventje aan de Somme
Eindpunt
Ik hou van geografische eindpunten. Tot hier en niet verder.
Zo kwam ik laatst in Le Crotoy, een vissersplaatsje in het noordwesten van Frankrijk.
Het ligt in Picardië bij de brede monding van de Somme. Aan de overkant begint Normandië.
Naar het westen ligt een breed strand waarachter Het Kanaal zo langzamerhand overgaat in de Atlantische oceaan.
Het verschil tussen eb en vloed kan hier oplopen tot tien meter.
Centrum
Je kunt hier mooie wandelingen maken, een beetje slenteren in de straatjes en op tijd een visje eten op een terras.
De grotere vissersboten liggen in verband met aanslibbing in Le Tréport, maar dagelijks wordt verse vis aangevoerd. En veel mensen in Le Crotoy hebben werk in de (paal)-mosselkwekerijen.
Jules Verne had hier een huis. Net als Toulouse-Lautrec. Jeanne d'Arc zat er gevangen.
Huis Toulouse-Lautrec
Gemeentehuis
Einder
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Winkels in de jungle

(Door Rolf Weijburg)
Singapore is een eiland, een stad en het op 19 na kleinste land ter wereld. Een eilandstadstaat.
Er aankomen betekent veelal landen op Changi International Airport, of voor vluchten vanuit de omringende landen soms ook op het veel kleinere Seletar Airport.
Maar je kunt ook over land.
Er zijn twee vaste verbindingen met Maleisië: de oudste, de Johor – Singapore Causeway, een dijk in het noorden en de Tuas Second Link, een bijna twee kilometer lange brug in het westen die in 1998 werd geopend.
Malakka Ticket

We namen de bus vanuit Malakka (Melaka) die ons in een paar uur naar Singapore zou rijden. Een tocht in air conditioned comfort en luxe fauteuils met televisieschermen als entertainment en een stewardess die flesjes water en warme vochtige opgerolde handdoekjes uitdeelde. De route liep over een zacht glooiende autoweg. Bij het Sultan Iskandar Complex in Johor Bahru stopte de bus. Alle passagiers moesten uitstappen en met de bagage door het douanecheckpoint.
Exit
Daarna reed de bus de Johor-Singapore causeway op.
De dijk was voorzien van rijbanen voor personenauto’s, vrachtwagens en bussen en voor scooters en motoren.
Er liep ook een spoorlijn overheen en langs de oostkant lagen grote buizen waardoor Singapore bijna de helft van zijn waterbehoefte ongezuiverd vanuit Maleisië invoerde en een deel weer gezuiverd exporteerde. Hoewel er hier en daar wel enkele stukken trottoir lagen, stonden er verboden-voor-voetgangers-borden.
Woodlands

Eenmaal in Singapore voerde de weg het Woodlands Checkpoint in. Via een aparte busbaan werden we met talloze andere bussen naar een wat hoger gelegen plateau geleid waar iedereen weer moest uitstappen, bagage mee, enkele trappen op naar een volgende verdieping.
Daar zat een hele rits beambten in controlehokjes die de papieren controleerden en even verderop werd steekproefsgewijs de bagage gecontroleerd.
Dan weer een paar trappen af naar het parkeerdeck waar de bus weer op ons stond te wachten. Hoewel het er heel druk was, was het hele proces toch in n half uurtje gepiept.
Entry
Eind negentiende eeuw, toen er nog geen dijk was, moest je de smalle zeestraat tussen beide landen per ferry oversteken. Het verkeer tussen Maleisië en Singapore werd allengs drukker, er kwamen steeds meer ferry’s die steeds vaker voeren, vanaf 1911 zelfs 24 uur per dag.
De Maleisische ex- en import groeide en de Singaporese haven kreeg een steeds belangrijkere doorvoerfunctie.
Vrachtferry’s voeren af en aan en toen de spoorweg van Singapore naar Kuala Lumpur klaar was, kwamen er speciale ferry’s over de zeestraat die tot 6 treinwagons per keer konden overvaren.
Ferry

Causeway
Het bleef maar drukker worden in de Straat van Johor.
In 1919 tekenden de toen nog onder Brits bestuur staande “landen” een contract voor de constructie van een bijna anderhalve kilometer lange dijk. Omdat de zeebodem te diep en niet stabiel genoeg was, moest met de technische mogelijkheden van die tijd de bouw van een brug worden uitgesloten. Om toch nog enige oost-west scheepvaart te behouden, werd er aan de Maleisische kant een kanaal met sluizen aangelegd.

De Johor-Singapore Causeway werd in 1923 opgeleverd, er was bijna vijf jaar aan gewerkt.

Het passagekanaal met de sluizen is gedempt waardoor er al heel lang geen oost-west doorgaande scheepvaart meer mogelijk is in de Straat van Johor. Maleisië heeft inmiddels nieuwe havens en containerterminals gebouwd aan zijn kant van de Straat en opnieuw wordt de fragiele verhouding tussen de twee landen op de proef gesteld.
Al jaren heeft Maleisië vergevorderde plannen om het Maleisische deel van de dijk af te breken en te vervangen door een brug (de zogenaamde Crooked Bridge). Met de bereikbaarheid van de nieuwe havens in het achterhoofd zijn de plannen voor die brug die oost-west scheepvaart in de Straat van Johor immers weer mogelijk maakt, opnieuw orde van de dag. Singapore ziet het belang van zijn eigen havens door de toenemende Maleisische concurrentie slinken en is tegen de bouw van die brug. Ruzie dus.
Druk

Files
De Johor-Singapore causeway is tegenwoordig met gemiddeld 350.000 personen die hier dagelijks de grens oversteken, één van de drukste internationale grenspassages ter wereld.
Voor een groot deel zijn dat Maleisiërs die werken of studeren in Singapore vanwege de grotere arbeidsmogelijkheden en de veel hogere koers van de Singapore dollar ten opzichte van de Maleisische ringgit enerzijds en het betere Singaporese onderwijs anderzijds.

Soms staan er zulke enorme files dat wachttijden van vier uur geen uitzondering zijn. Hoewel het officieel verboden is gaan veel Maleisiërs liever lopen, dat is sneller, maar omdat er geen doorlopend voetpad is moeten ze tussen de auto’s of motoren slalommen en dat is dan weer gevaarlijk.

De bus reed langs de beschermde jungle van het Bukit Thima National Park verder zuidwaarts en dropte ons ergens aan de kop van Orchard Road.
Changi Airport
Twee dagen later vertrokken we naar Changi Airport voor een vlucht met Singapore Airlines’ dochteronderneming en budgetmaatschappij Scoot naar Australië.

Changi International Airport is, in combinatie met Singapore Airlines, het Singaporese visitekaartje naar de wereld. Vanaf de vier terminals vertrekt of landt iedere anderhalve minuut een vliegtuig. Het is daarmee één van de grootste transportknooppunten en één van de drukste luchthavens van Azië. Daarnaast is het al acht jaar lang ononderbroken uitgeroepen tot World’s Best Airport.
Want veel meer nog dan een vliegveld is Changi Airport een wereld op zich.
Er zijn winkels natuurlijk, heel veel winkels, maar ook hotels, restaurants, café’s, bioscopen, galeries, fitness- en gamingcenters, een crêche en een zwembad. Er zijn waterlelie-, cactus-, orchideeën- en vlindertuinen. Er is een enorme glijbaan. Midden tussen de terminals ligt het gigantische Jewel Changi, een veredelde shoppingmall met als slogan: Where nature meets retail. Het is weer eens wat anders, winkels in de jungle. Tien verdiepingen onder een enorme glazen koepel vol bomen en planten waar je boswandelingen kunt maken terwijl je onderweg een Vuitton-tasje scoort.
Waterval

Een spectaculaire blikvanger in the Jewel is ’s werelds hoogste indoor waterval Rain Vortex (40 meter). Een nieuwe aanwinst in de serie superlatieven waarin dit op 19 na kleinste land ter wereld lijkt te grossieren.
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Najaar 2014
Wallen, water en zout

Brede monding
Saint-Valery-sur-Somme is een aantrekkelijk plaatsje aan de brede monding van de Somme in het noordwesten van Frankrijk.
Het heeft niet meer dan 3.000 inwoners, maar in het seizoen is het behoorlijk druk.
Het stadje heeft middeleeuwse wallen, smalle kronkelende winkelstraten, vaak met klinkerbestrating en langs de rivier loopt een smal pad met hier en daar cafés en restaurants, die natuurlijk een terras aan het water hebben.
Winkelstraat

Terrassen
Er is hier uiteraard veel vis in de restaurants, maar ook het lamsvlees wordt aanbevolen. Er is een groot tijverschil, waardoor de weides waarop die lammeren grazen iedere dag onderlopen. Het gevolg is een zoutwatervegetatie, die de lammetjes een unieke smaak geeft.
Zoutopslag
Straatje

Somme
Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 29 van 106



