Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
We give each other a high five
Een tijdje geleden publiceerde ik een serie verhaaltjes over mijn bezoek in 1999 aan het koninkrijk Bhutan in de Himalaya. Een nogal geïsoleerd land, waar duurzaamheid en milieubewustzijn geen loze kreten zijn. Waar toen al een algeheel rookverbod gold en plastic verpakking verboden was.
Een Boeddhistisch land waar vrijwel iederen vegetariër is. Ook al omdat het geloof verbiedt om dieren te doden.
Een land waar het bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto nationaal product. Een land dat vorige week door Lonely Planet werd uitgeroepen tot topbestemming van het volgend jaar.
Van Rolf Weijburg, die vaste lezers kennen van zijn bijdrages op mijn blog over de 25 kleinste landen ter wereld, kreeg ik deze reactie.
(En over dat bruggetje op de foto heb ik gelopen)
Dag Ronald,
Wellicht een aardige toevoeging aan je onlangs gepubliceerde Bhutan stukjes.
Bij de voorbereidingen op mijn reis naar de twee laatste nog te bezoeken landen in mijn Smallest Countries project, de Federated States of Micronesia en de Marshall Islands, stuitte ik op een bericht dat de Bhutanese nationale luchtvaartmaatschappij Druk Air van plan is om vanaf januari 2020 een lijndienst te starten op de route Singapore Dili. Omdat ik overweeg om en route ook Oost Timor aan te doen, leek me dat een interessante optie en stuurde ik een mail naar Druk Air met de vraag of die vluchten er ook echt gaan komen en of daar dan al meer over bekend was. Maar het was weekend en ik kreeg deze mail terug:
|
Meditation
Dat zelfde weekend kreeg ik ook dit bericht nog:
Als de link niet werkt, kunt u dit poberen: Een oud filmpje uit 1999, maar veel is er niet veranderd. (R.v.d.B).
https://www.youtube.com/watch?v=CXJwNSkdTH0
Het Antwoord
En de maandag daarop kwam dan toch het antwoord: Ja, vanaf begin januari vliegt Druk Air van Singapore naar Dili. Helaas waren er nog geen vluchtschema’s of tijden bekend.
Maar die zullen me zodra mogelijk worden toegezonden.
Ik wacht af.
Groet,
Rolf
|
|
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Agressieve gevechtsdansen

Stenen & glasscherven
Dit is een Tinku-hoed. Onderdeel van de kleding , die mensen in Bolivia dragen bij de meerdaagse Tinku, één van ‘s werelds meest agressieve en bloederige tradities tussen mensen onderling.
Een gevechtsdans tussen mannen -soms ook vrouwen- van verschillende gemeenschappen. Twee mensen beginnen te dansen, maar gaan elkaar daarna met de vuisten bewerken. Tot bloedens toe.
En hoe langer de strijd duurt hoe heviger het wordt. Vaak worden stenen of glasscherven in de hand genomen. Er vallen regelmatig dodelijke slachtoffers.
In dit filmpje krijgt u een indruk van zo’n gevechts-Tinku.
De traditie begon in de regio Potosi in het noorden van Bolivia en heeft te maken met de verering van Pachamama, Moeder Natuur. Het spreidde zich later uit over heel Bolivia.
De diepere betekenis van de gevechten is de grond met het bloed te vermengen en vruchtbaarder te maken.
Vroeger werden vooral de dodelijke slachtoffers gezien als belangwekkende offers, maar de Boliviaanse overheid grijpt de laatste tien jaar steeds vaker in om de ergste excessen te voorkomen..
In afgelegen gebieden gaat het er volgens Nederlanders, die ik in 2004 in Bolivia sprak overigens nog steeds bijzonder ruig aan toe.
Toeristen en buitenstaanders worden daar zo veel mogelijk geweerd.
Maar de Tinku is in grote delen van het land veranderd in een vrolijk Volksfeest, waarbij geen bloed meer vloeit. Dit willen ze ook graag laten zien, zoals deze Boliviaanse vrouw, die in Nederland woont en hier op het Museumplein van Amsterdam verkondigt dat het nog steeds een puur Boliviaans feest is en dat alles wat er op dit gebied buiten haar land gebeurt onecht is.

Conquistadors
Deze Tinku-hoed is gemaakt in de vorm van een helm, zoals de Spaanse conquistadors droegen toen ze het land koloniseerden en de inwoners tot slaven maakten.
De hoed komt uit de omgeving van de hoofdstad Sucre in het zuiden.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 2004
Stenen, kuilen & een ingestorte brug
Dit is -in geel- de Chapare. Een provincie in het hart van Bolivia. Een vaak ontoegankelijke jungle. Enorm groen. Heel vochtig. HET gebied van de Cocaboeren.
Ik ben hier met Theo Roncken, een Nederlander, die woont in Cochabamba, een grote stad op zo’n 200 kilometer van de Chapare. Hij is verbonden aan het centrum Accion Andia, dat onderzoek doet naar de lokale gevolgen van internationale politiek, onder andere op het gebied van drugs en drugsbestrijding.
Wonderbaarlijk mooi
Wij hebben zo’n vier uur in de bus gezeten, voordat we arriveren in het plaatsje Villa Tunari. Een wonderbaarlijk mooie tocht met steeds wisselende landschappen.
We beginnen in een gebied met een soort bergvegetatie, want Cochabamba ligt op 2600 meter hoogte. Eerst stijgen we nog, maar daarna blijft het voortdurend dalen. Het klimaat wordt subtropisch en is tenslotte tropisch.
De bus is vol. Er zitten vrijwel alleen Indianen in.
Iedereen kauwt op cocabladeren.Theo ook. Hij heeft het mij geleerd.
Niet bijten, niet zuigen, maar voorzichtig kauwen.
Een propje maken en in de wangzakken proppen.
En als het teveel wordt gooi je het weg en doe je weer nieuwe bladeren in de mond.
Vooral niet doorslikken.
Op de markt in Cochabamba is het overal te koop.

Cocaboeren
De Cocaboeren in de Chapare produceren die cocabladeren. Maar er zijn er ook die cocapasta maken voor de productie van cocaïne.
De overheid in Bolivia voert tegenover die boeren een wat dubbel beleid.
Soms treedt men zeer agressief op; anderzijds wordt het ook weer getolereerd, want de productie van cocabladeren is nodig voor het land en goed voor de economie.
En ook productie en export van cocaïne levert veel geld op.
De bus wordt onderweg diverse malen aangehouden.
Iedereen moet dan uitstappen, waarna de politie de bus onderzoekt.
Ze zijn vooral op zoek naar chemische middelen waarmee de cocapasta wordt gemaakt.
Maar ook dit onderzoek gaat niet bepaald fanatiek.
En er is steeds ruimte voor vrouwen, die visjes, kaas en sandwiches verkopen. Soms stopt de bus bij stalletjes waar die vrouwen zitten.
Villa Tunari
Villa Tunari aan de Chapare
Tropische regens
De weg is slecht en zeer bochtig. Naarmate we de Chapare naderen wordt de weg steeds slechter. Onverhard, kuilen, stenen. De weg is al eens geasfalteerd, maar dat is niet bestand tegen de tropische regens en de vochtigheid. Palmbomen zijn hier. We zien fel gekleurde bloemen. Vlinders. Uitbundige vogels.
Een kilometer of tien voor Villa Tunari komen we bij de staart van een file met vrachtwagens. De bus wurmt zich langs al die vrachtauto’s en in de bus zoeken de passagiers naar een verklaring.
Ingestorte brug

Vier maanden geleden is de brug over de rivier Chapare ingestort. Er werd een noodbrug aangelegd, die -zo weten sommige mensen- een week tevoren ook is ingestort. Als we bij de rivier komen zien we dat een grote veerboot aan de ketting is gelegd. Het rivierwater is te hoog en de stroming te hevig voor deze boot. De vrachtauto’s moeten wachten tot het peil in die rivier gezakt is of tot het moment dat de brug gerepareerd is.

De overkant
Theo en ik willen naar de overkant, want daar pas begint de Chapare. We gaan van een noodtrap af en begeven ons over rotsen en stenen door het water naar een plek aan de rivier waar lokale mensen hun kleine bootjes hebben uitgerust met een motor. Zo kunnen ze mensen en goederen overzetten.

Chapare
El Puente Jungle Lodge
Wij stappen aan de overkant in een taxi, die ons brengt naar de El Puente Jungle Lodge.
Een idyllisch plekje in het oerwoud. 
- Details
- Categorie: Reizen (518)


Vijf vliegtuigen joh!
Gisteren schreef ik een stukje over Cochabamba, een stad in Bolivia Zuid Amerika. Ik was daar in het voorjaar van 2004 toen mijn oudste kleinzoon Luc vier en een half jaar oud was.
Ik legde hem uit -met de Atlas opengeslagen- dat Cochabamba ver weg was. Eerst met het vliegtuig naar Miami in Amerika. Dan naar Barbados in de Caraïben. Vervolgens naar de grootste stad La Paz van Bolivia. Vandaar naar die andere grote stad Santa Cruz en dan met een klein vliegtuig naar Cochabamba. Vijf keer vliegen.
Als de juf in groep 1 op een dag uitlegt, dat Parijs ver weg is, steekt Luc zijn vinger op en zegt:
‘Nee hoor.
Weet je wat pas ver weg is?
COCHABAMBA!
Dat is wel vijf vliegtuigen ver!'


- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 2004
Een gebrandmerkte man
Als we uit de bus stappen bij het stadion wijst Theo de plaatselijke parkeerwachter aan.
‘Dat is Marco’.
Ik kijk de man aan en zie een gebrandmerkt gezicht met verschrikkelijke littekens. Hij is dik aangekleed en heeft een doek over zijn hoofd. Pas 26 jaar oud.
Het gebeurde acht jaar eerder in Cochabamba, een stad in het centrum van Bolivia. Marco logeerde bij zijn vriend Victor. Toen hij in zijn eentje het huis verliet, dachten buurtbewoners dat hij een inbreker was. Ze pakten hem, bonden hem vast aan een lantaarnpaal, goten benzine over hem heen en staken hem in brand.
Lynchen noemen ze dat in Bolivia.
Cochabamba is een stad van bijna één miljoen inwoners. Heel druk, lawaaiig, divers, gezellig en crimineel. Een mengelmoes van Indianen, Mestiezen, Latino’s en blanke afstammelingen van Spanjaarden, die allemaal één ding gemeen hebben. Ze kauwen op Cocabladeren.
De stad ligt op 2600 meter hoogte en heeft volgens de Lonely Planet gids het meest plezierige klimaat ter wereld. (There is hardly a healthier or more ideal climate on earth with clear, beautiful skies.).
Theo Roncken, een Nederlander die hier woont, vindt dit laatste een beetje onzin. Cochabamba ligt in een dal en als het warmer wordt, blijven de uitlaatgassen hangen.‘Smog is hier jammer genoeg een heel normaal verschijnsel‘.
In de stad publiceerde de organisatie Accion Andina de getuigenis van Marco onder de kop ‘Gebrandmerkt’ als schrikwekkend voorbeeld van dit soort wraakacties.
Uit het rapport:
‘Opnieuw verscheen de vrouw met een jerrycan vol benzine. Ze maakte er geen probleem van hem helemal onder te gieten. Daarna stak ze een lucifer aan en liep op hem toe. We hoorden de plof van een explosie en hij begon te branden. Het was indrukwekkend hoe de jongen brandde en gilde. Ze hadden hem met plastic koorden aan de lantaarnpaal vastgebonden. Toen de koorden gingen smelten kon Marco zich lostrekken en zichzelf bevrijden. Hij begon te rennen en probeerde zijn T-shirt uit te doen. Hij spurtte de heuvel af, verloor zijn schoenen, maar bleef dwars door de doornstruiken rennen’.
Marco was een straatkind. Nooit naar school geweest. Zijn ouders werkten op de markt en gingen iedere dag s’ochtends om vier uur weg om pas ‘s avonds laat terug te komen. Victor, een buschauffeur ontfermde zich over de jongen, die uit huis wegliep toen hij zeven jaar oud was. Ze verloren elkaar een tijd uit het oog tot Marco achttien jaar was en -met die noodlottige gevolgen- bij Victor in huis werd opgenomen.
Politie steelt luxe jeep
Het is maar één verhaal uit een lange reeks van criminaliteit, geweld, seksueel misbruik, corruptie, oplichting, wraak en uitbuiting.
Daniël bijvoorbeeld had een winkel met hebbedingetjes, die hij zelf uit China haalde. Hij boerde goed en kocht op zeker moment een luxe Jeep. Een paar weken later werd de auto gestolen. Daniël deed uiteraard aangifte, hoewel hij -zoals vrijwel alle inwoners van Cochabamba- weinig vertrouwen in de politie had. Wekenlang hoorde hij niets, tot hij een telefoontje kreeg van iemand uit de San Antonio gevangenis.
Volgens deze gesprekspartner was de auto ’ontvoerd’. Hij kon hem voor 3.000 US$ terugkrijgen. Daniël bracht een bezoek aan de gevangene, die hem uiterst professioneel uitlegde dat hij niets met de diefstal van doen had, maar hem wel als tussenpersoon van dienst kon zijn.
Daniël ging direct op het aanbod in. Zijn verzekeringsagent was namelijk zeer blij met deze nieuwe situatie en zag -ook zonder betaalbon- geen problemen om de afkoopsom op zich te nemen. Ook de contactpersoon in de gevangenis handelde de zaak natuurlijk zonder enig papierwerk af.
Daniël vond na een paar aanwijzingen zijn auto terug op een braakliggend stuk land. In goede staat en zelfs met een half gevulde tank. Alleen de ingebouwde cassetterecorder ontbrak. Van de politie kreeg hij een complimentje dat de zaak zo probleemloos was opgelost.
Toen hij met een paar vrienden naar het beste restaurant van de stad ging om de terugkeer van zijn auto te vieren, zag hij zijn ’tussenpersoon’ in gezelschap van een aantal politiemensen.
Zij hadden ook wat te vieren.
Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 60 van 106




